Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:2803

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
21-07-2016
Datum publicatie
21-07-2016
Zaaknummer
08/760119-16 (P), 08/730124-15 (tulalg)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 34-jarige man uit Zwolle is veroordeeld tot 5 maanden cel wegens mishandeling, bedreiging en belediging van NS-personeel op station Zwolle. Ook moet de man aan in totaal 750 euro schadevergoeding betalen aan de twee medewerkers. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de Zwollenaar een oude voorwaardelijke straf van 3 maanden gevangenisstraf moet uitzitten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/760119-16 (P)

08/730124-15 (tulalg)

Datum vonnis: 21 juli 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

thans gedetineerd te Arnhem, PI Arnhem.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

7 juli 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. Zuil en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. P.H.W.M. Roelofs, advocaat te Nijmegen, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

1.

hij op of omstreeks 07 juni 2016 in de gemeente Zwolle, opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten [slachtoffer 1] (buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam als teammanager Veiligheid en Service bij de Nederlandse Spoorwegen), gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening:

-(meerdere malen)(met gebalde vuist) op/tegen het hoofd en/of in het gezicht

en/of tegen de linkerzij en/of elders op/tegen het lichaam heeft geslagen

en/of gestompt en/of

-die [slachtoffer 1] (met kracht) aan het (linker)oor heeft getrokken, waardoor voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 07 juni 2016 in de gemeente Zwolle, [slachtoffer 2] (buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam bij Veiligheid en Service van de Nederlandse Spoorwegen) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling

en/of met verkrachting, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen die [slachtoffer 2] geschreeuwd, althans de woorden toegevoegd :"Ik vind je nog wel, ik ga je dood maken. Tyfushoer " en/of "Ik ga je dood maken. Je hebt vast een tijd geen beurt gehad. Ik ga je neuken, kankerhoer", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 07 juni 2016 te Zwolle, opzettelijk een ambtenaar, [slachtoffer 2] (buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam bij Veiligheid en Service van de Nederlandse Spoorwegen), gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door haar de woorden toe te voegen: "Jullie zijn kankerlijers!" en/of "Je durft me vast niet aan te kijken, kankerhoer! Ik zie je wel! Kankerslet, tyfuswijf, kankerhoer, kankerslet, trut, kutwijf!"

althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden en toewijzing van de vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. Voorts heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de civiele vorderingen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] kunnen worden toegewezen tot een bedrag van respectievelijk € 500,- en € 250,- met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van de bewijsmiddelen die als bijlage aan dit vonnis zijn gehecht en daarvan deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken omdat er sprake is geweest van een onrechtmatige aanhouding van verdachte. Verdachte had immers niet met de trein gereisd c.q. wilde niet met de trein reizen en hij hoefde om die reden niet te beschikken over een geldig vervoersbewijs. De aanhouding van verdachte ter zake van deze vermeende overtreding is derhalve onrechtmatig geweest. Dit brengt ook met zich mee dat de opsporingsambtenaren niet werkzaam waren in de rechtmatige uitoefening van hun bediening, waardoor verdachte - zo een bewezenverklaring al zou kunnen volgen - dient te worden vrijgesproken van deze strafverzwarende kwalificatie.

5.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank gaat op basis van de bewijsmiddelen uit van de volgende feitelijke situatie.

Op 7 juni 2016 was verdachte op het station te Zwolle. Hij is via de poortjes bij 8-9 zonder in te checken het station ingelopen, hetgeen is waargenomen door [naam 1] . [naam 1] heeft verdachte daarop aangesproken, maar verdachte reageerde direct agressief. Daarop heeft [naam 1] collega’s van Service en Veiligheid opgeroepen.

Naar aanleiding van de melding van [naam 1] heeft [slachtoffer 1] , medewerker Veiligheid en Service bij de Nederlandse Spoorwegen, verdachte aangesproken en heeft hij verdachte gevraagd te blijven staan. Verdachte heeft hier geen gehoor aan gegeven en is doorgelopen. [slachtoffer 1] heeft verdachte daarop nog meerdere malen verzocht en ook gesommeerd te blijven staan, desondanks is verdachte blijven doorlopen.

Aangekomen bij de gesloten poortjes zocht verdachte een mogelijkheid om het station te verlaten. Toen hij een poortje naast [slachtoffer 1] open zag gaan, liep hij op [slachtoffer 1] af. [slachtoffer 1] sommeerde verdachte wederom te blijven staan, maar verdachte bleef ook nu doorlopen. Toen hij bij [slachtoffer 1] was, heeft verdachte [slachtoffer 1] mishandeld door hem met een gebalde vuist tegen het hoofd te slaan, te stompen in de buikstreek en met kracht aan een oor te trekken.

Tijdens de worsteling die daarop ontstond heeft [slachtoffer 1] om assistentie verzocht en zijn collega’s hem te hulp geschoten. Ook [slachtoffer 2] is hem te hulp geschoten en probeerde samen met [slachtoffer 1] verdachte onder controle te krijgen. Verdachte heeft hierop [slachtoffer 2] beledigd en bedreigd.

De rechtbank is, anders dan de raadsman heeft betoogd, van oordeel dat gezien deze feitelijke gang van zaken de aanhouding van verdachte rechtmatig was en dat aangever [slachtoffer 1] en zijn collega’s in de rechtmatige uitoefening van hun bediening hebben gehandeld. Vast staat immers dat aangever [slachtoffer 1] , werkzaam als buitengewoon opsporingsambtenaar, op 7 juni 2016 in de functie van medewerker Veiligheid en Service, werkzaam was op het station te Zwolle en dat was waargenomen dat verdachte binnen de poorten van het station was gegaan zonder dat hij had ingecheckt met een vervoerskaart. De rechtbank is van oordeel dat verdachte hierop door [naam 1] en [slachtoffer 1] aangesproken mocht worden. Dat verdachte niet voornemens was te reizen, zo dit al het geval was, maakt dit niet anders, omdat verdachte daarvan op dat moment mededeling had kunnen doen aan de medewerkers. Verdachte weigerde echter aan de sommaties om te blijven staan gehoor te geven, waardoor [slachtoffer 1] en zijn medewerkers gerechtigd waren verdachte staande- en daarop volgend aan te houden. De rechtbank verwerpt aldus het verweer van de raadsman.

Op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor overwogen is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde.

5.4

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 07 juni 2016 in de gemeente Zwolle, opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten [slachtoffer 1] (buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam als teammanager Veiligheid en Service bij de Nederlandse Spoorwegen), gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening:

-meerdere malen (met gebalde vuist) tegen het hoofd en tegen het lichaam heeft geslagen

en/of gestompt en

-die [slachtoffer 1] (met kracht) aan het (linker)oor heeft getrokken, waardoor voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

2.

hij op 07 juni 2016 in de gemeente Zwolle, [slachtoffer 2] (buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam bij Veiligheid en Service van de Nederlandse Spoorwegen) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en met verkrachting, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend tegen die [slachtoffer 2] geschreeuwd: "Ik vind je nog wel, ik ga je dood maken. Tyfushoer " en/of "Ik ga je dood maken. Je hebt vast een tijd geen beurt gehad. Ik ga je neuken, kankerhoer", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op 07 juni 2016 te Zwolle, opzettelijk een ambtenaar, [slachtoffer 2] (buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam bij Veiligheid en Service van de Nederlandse Spoorwegen), gedurende van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door haar de woorden toe te voegen: "Jullie zijn kankerlijers!" en/of "Je durft me vast niet aan te kijken, kankerhoer! Ik zie je wel! Kankerslet, tyfuswijf, kankerhoer, kankerslet, trut, kutwijf!" althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 266, 285, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf:

mishandeling, terwijl het feit wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

feit 2

het misdrijf:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

feit 3

het misdrijf:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling, bedreiging en belediging van personeel van de Nederlandse Spoorwegen waarbij er een worsteling op het station heeft plaatsgevonden. Dit leidt tot gevoelens van angst en onveiligheid, niet alleen bij de betreffende medewerkers van de Nederlandse Spoorwegen, maar ook bij reizigers in het openbaar vervoer in het algemeen.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 8 juni 2016 waaruit blijkt dat verdachte reeds meermalen is veroordeeld ter zake van (gewelds-)delicten jegens ambtsdragers.

Gelet op de samenhang van het onder 2 en 3 bewezenverklaarde waardoor deze feiten min of meer als één incident gezien moeten worden, ziet de rechtbank aanleiding om tot een lagere straf te komen dan door de officier van justitie is gevorderd.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf voor de duur van vijf maanden met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, gelet ook op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij

Benadeelde partij [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] , wonende te [adres 1] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit immateriële schade.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door de bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 500,00, te vermeerderen met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] , wonende te [adres 2] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal

€ 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit immateriële schade.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door de bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 250,00, te vermeerderen met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

10 De vordering tenuitvoerlegging

Bij het onherroepelijk geworden vonnis van 25 juni 2015, gewezen door de meervoudige kamer te Zwolle, is verdachte veroordeeld tot – voor zover hier van belang – een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Bij vordering van 9 juni 2016 heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf.

De hiervoor bewezen verklaarde feiten zijn door de verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd. De vordering is aldus toewijsbaar. De rechtbank zal daarom de vordering toewijzen.

11 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 36f en 57 Sr.

12 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- kwalificeert dit als hiervoor vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vijf maanden,

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 500,00 (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2016);

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit onder 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 500,00 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 10 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 250,00 (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 juni 2016);

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feiten onder 2 en 3 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 250,00 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 5 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

tenuitvoerlegging vonnis met parketnummer 0/730124-15

- gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer, rechtbank Overijssel, locatie Zwolle d.d. 25 juni 2015, te weten van gevangenisstraf voor de duur van drie (3) maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Edelenbos, voorzitter, mr. L.J.C. Hangx en mr. C.H. Beuker, rechters, in tegenwoordigheid van W. van Goor, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2015.

Buiten staat

Mrs. L.J.C. Hangx en C.H. Beuker zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-2016282319. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feit 1.

1. Het proces-verbaal aangifte1 d.d. 7 juni 2016 met de daarbij gevoegde foto’s2, onder meer inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] , zakelijk weergegeven:

Plaats delict : Stationsplein, 8011 CW Zwolle

(…)

Op dinsdag 7 juni 2016, omstreeks 14.30 uur was ik aan het werk als teammanager Veiligheid en Service van de NS. (…) Tevens ben ik Buitengewoon Opsporingsambtenaar. (…) Omstreeks bovengenoemde tijd hoorde ik door de portofoon dat er een man zonder in te checken door de poortjes was gelopen. (…) Ik zag dat hij met zijn rechter, gebalde vuist, hard naar mij uithaalde. Ik voelde dat zijn vuist op mijn linkerwang terecht kwam. Ik voelde meteen pijn. Hierna sloeg hij mij meteen nog een keer. Deze kwam op mijn linkeroor en ging ook met zijn vuist. (…) In de worsteling heeft de man mij aan mijn linkeroor getrokken. Dat deed pijn en ik had bloed aan mijn oor. Ik heb in de worsteling nog een klap in mijn linkerzij gekregen. Dit doet mij nu nog pijn en is beurs. Ook mis ik een stukje van mijn voortand. (…)

2. Het proces-verbaal van verhoor getuige3 d.d. 7 juni 2016, onder meer inhoudende de verklaring van [naam 2] , zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 7 juni 2016 omstreeks 14.28 was ik aan het werk op het NS Station in Zwolle. (…) Ik zag dat de man zich omdraaide en op [slachtoffer 1] in begon te slaan. Ik zag dat de man zeker 5 keer op [slachtoffer 1] insloeg. (…) Ook zag ik dat 1 klap om de middel van [slachtoffer 1] kwam. Ik zag dat de man aan het linkeroor van [slachtoffer 1] trok. (…)

3. Het proces-verbaal van verhoor getuige4 d.d. 8 juni 2016, onder meer inhoudende de verklaring [naam 3] , zakelijk weergegeven:

(…) Vervolgens wilde hij door een poortje gaan en begon een collega van de NS beveiliging te slaan. (…)

4. Het proces-verbaal van verhoor getuige5, d.d. 8 juni 2016, onder meer inhoudende de verklaring van [naam 1] , zakelijk weergegeven:

Omstreeks 14.25 uur liep de verdachte door de poortjes bij 8-9, zonder in te checken. (…) Boven bij de poorten van 4-5 sprak [slachtoffer 1] van Service en Veiligheid de man aan. [slachtoffer 1] werd door de man aangevlogen. (…)

5. Het proces-verbaal bevindingen6 d.d. 7 juni 2016, onder meer inhoudende het relaas van [slachtoffer 1] , zakelijk weergegeven:
(…) Ik sprak de man aan en vroeg hem te blijven staan, de man liep gewoon door en maakte met zijn arm een beweging van ik heb met jou niks te maken. Ik zei nogmaals tegen de man “Meneer blijf even staan ik wil even met u praten” de man bleef doorlopen richting poortrij 6. Ik liep achter de man aan en zei tegen hem “Meneer u bent staande gehouden blijf nu staan”. (…) Ik riep tegen de man “blijf staan” maar hij bleef op me inlopen. (…)

Feit 2.

6. Het proces-verbaal aangifte7 d.d. 7 juni 2016, onder meer inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] , zakelijk weergegeven:
Op dinsdag 7 juni 2016 was ik aan het werk als buitengewoon opsporingsambtenaar, in dienst bij Veiligheid en Service van de Nederlandse Spoorwegen. Ik was gekleed in uniform en was als zodanig zichtbaar aanwezig op het station in Zwolle. (…) Mijn collega en ik zijn toen toegesneld en hebben de negroïde man met geweld naar de grond gebracht. (…) Ik hoorde de man toen het volgende roepen: “Jullie zijn kankerlijers”, of woorden van gelijke strekking. Ik zag dat de man zijn gezicht naar mij draaide of probeerde te draaien. Ik zag dat de man mij aankeek of mij trachtte aan te kijken. Ik hoorde de man schreeuwen: “Je durft me vast niet aan te kijken, kankerhoer! Ik zie je wel! Kankerslet, tyfuswijf, kankerhoer, kankerslet, trut, kutwijf!, of woorden van gelijke strekking. De man heeft mij herhaaldelijk met de genoemde scheldwoorden beledigd. (…) De man schreeuwde zijn verwensingen en scheldwoorden met luide stem. Ik zag dat om ons heen meerdere mensen verzameld waren en opkeken naar de man en ons. (…) Ik voelde mij door de woorden van de man beledigd en in mijn goede naam en eer aangetast. (…)

7. Het proces-verbaal bevindingen8 d.d. 7 juni 2016, onder meer inhoudende het relaas van [slachtoffer 1] , zakelijk weergegeven:

(…) Hierop ging de man [slachtoffer 2] beledigen en bedreigen. (…) Verder hoorde ik de man zeggen “Ik maak je dood” en “Ik geef je een beurt, ik ga je neuken” hierbij zag ik dat hij [slachtoffer 2] doordringend aankeek. (…)

8. Het proces-verbaal van verhoor getuige9 d.d. 7 juni 2016, onder meer inhoudende de verklaring van [naam 4] , zakelijk weergegeven:

(…) Op dinsdag 7 juni 2016, omstreeks 14.30 uur was ik samen met mijn collega [slachtoffer 2] werkzaam als buitengewoon opsporingsambtenaar NS op het station in Zwolle. (…) Ik hoorde op dat moment dat de man begon te schelden en begon te dreigen met de dood richting mijn collega [slachtoffer 2] . Ik zag dat de man tijdens de beledigingen en de bedreigingen richting mijn collega [slachtoffer 2] keek. Ik hoorde dat de man als eerste de volgende woorden schreeuwde: “Kankerslet, tyfushoer, laat me los trut” Als ik los ben dan maak ik je dood tyfushoer”(…)

Feit 3.

9. Het proces-verbaal aangifte10 d.d. 7 juni 2016, onder meer inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] , zakelijk weergegeven:
Op dinsdag 7 juni 2016 was ik aan het werk als buitengewoon opsporingsambtenaar, in dienst bij Veiligheid en Service van de Nederlandse Spoorwegen. (…) Ik hoorde de man vervolgens schreeuwen: “Ik vind je nog wel, ik ga je dood maken! Tyfushoer!” Vervolgens schreeuwde de man weer: “Ik ga je dood maken! Je hebt vast een tijd geen beurt gehad. Ik ga je neuken, kankerhoer!”. De man schreeuwde zijn verwensingen en scheldwoorden met luide stem. Ik zag dat om ons heen meerdere mensen verzameld waren en opkeken naar de man en ons. (…) Ik voelde mij door de woorden van de man bedreigd. (…)

10. Het proces-verbaal bevindingen11 d.d. 7 juni 2016, onder meer inhoudende het relaas van [slachtoffer 1] , zakelijk weergegeven:

(…) Hierop ging de man [slachtoffer 2] beledigen en bedreigen. Ik hoorde man tegen haar zeggen “Je bent een kankerhoer, je bent een tyfusslet of woorden van gelijke strekking deze woorden riep hij zo dat eenieder die er omheen stond dit kon horen. (…)

11. Het proces-verbaal van verhoor getuige12 d.d. 7 juni 2016, onder meer inhoudende de verklaring van [naam 4] , zakelijk weergegeven:

(…) Op dinsdag 7 juni 2016, omstreeks 14.30 uur was ik samen met mijn collega [slachtoffer 2] werkzaam als buitengewoon opsporingsambtenaar NS op het station in Zwolle. (…) Ik hoorde op dat moment dat de man begon te schelden en begon te dreigen met de dood richting mijn collega [slachtoffer 2] . Ik zag dat de man tijdens de beledigingen en de bedreigingen richting mijn collega [slachtoffer 2] keek. Ik hoorde dat de man als eerste de volgende woorden schreeuwde: “Kankerslet, tyfushoer, laat me los trut/ Als ik los ben dan maak ik je dood tyfushoer”(…) Op het moment dat de man deze bedreigingen en beledigingen uitte richting mijn collega [slachtoffer 2] , zag ik dat er heel veel omstanders waren. Deze omstanders konden de woorden van de man duidelijk horen. (…)

1 Pagina 12, 13

2 Pagina 14, 15

3 Pagina 20, 21

4 Pagina 24

5 Pagina 25

6 Pagina 7-9

7 Pagina 16, 17

8 Pagina 7-9

9 Pagina 18, 19

10 Pagina 16, 17

11 Pagina 7-9

12 Pagina 18, 19