Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:2679

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
30-06-2016
Datum publicatie
15-07-2016
Zaaknummer
186991 KG ZA 16-185
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Het verzoek om de gelegde beslagen op te heffen wordt afgewezen. Verzoeker heeft niet aangetoond dat hij heeft voldaan aan hetgeen in de schikkingsovereenkomst is bepaald. In de schikking is duidelijk bepaald dat verweerder het vonnis zou mogen executeren indien eiser de informatieplicht onvoldoende zou nakomen. Dat executie niets zou opleveren vanwege de verhouding tussen de waarde van de woning en de hypotheek heeft verzoeker niet met stukken aangetoond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer : 186991 KG ZA 16-185

Vonnis in kort geding van 30 juni 2016

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

eisende partij, hierna te noemen [eiser] ,

advocaat: mr. L. Bezoen, advocaat te Enschede

tegen

de vennootschap naar buitenlands recht

Abercrombie & Fitch Europe SA,

gevestigd te Mendris, Zwitserland,

gedaagde partij, hierna te noemen A & F

advocaat: mr. A.M.E. Voerman, advocaat te Amsterdam

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 tot en met 14

  • -

    de conclusie van antwoord tevens houdende akte overlegging producties

  • -

    de producties 1 tot en met 9 van de zijde van A & F

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van de advocaat van [eiser]

  • -

    de pleitnota van de advocaat van A & F.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 de feiten, het geschil en de beoordeling

de feiten

2.1

In 2010 is op verzoek van A & F ten laste van [eiser] conservatoir beslag gelegd op de onroerende zaak staande en gelegen te [woonplaats 2] , [adres] , en onder de SNS Bank, ING Bank, ABN Amro bank en Rabobank. De reden voor het verzoek is dat [eiser] door A & F in verband is gebracht met de handel in namaakkleding met daarop het merk A & F, onder meer als gemachtigde van twee commanditaire vennootschappen.

2.2

[eiser] heeft erkend dat hij een bijdrage heeft geleverd aan de gepleegde merkinbreuken.

Na diverse besprekingen zijn partijen een settlement statement (schikkingsovereenkomst) overeengekomen, die door [eiser] is ondertekend op 26 september 2011 en door A & F op

1 februari 2012.

In de overeenkomst komen partijen kort gezegd het volgende overeen:

  • -

    [eiser] zegt toe geen inbreuk meer te maken op de rechten van intellectuele eigendom van A & F,

  • -

    [eiser] zegt alle medewerking toe aan het onderzoek van A & F naar het netwerk dat is betrokken bij de handel in namaakkleding, onder meer door het verstrekken van documenten en door volledig en gedetailleerd te verklaren over netwerk, leveranciers, distributeurs etcetera,

  • -

    [eiser] zal in de lopende procedure tegen hem geen verweer voeren, en A & F zal het vonnis jegens hem niet executeren zolang [eiser] zich aan de schikkingsovereenkomst houdt,

  • -

    [eiser] betaalt een schikkingsbedrag van € 17.500,-,

  • -

    A & F behoudt zich het recht voor de uitspraak in de procedure tegen [eiser] wel te executeren indien blijkt dat [eiser] dieper bij de inbreuk was betrokken dan hij in het kader van de schikkingsovereenkomst heeft verklaard.

2.3

Op 30 maart 2016 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in procedure C/09/393434 HA ZA 11-1397 tegen [eiser] en andere gedaagden. De vorderingen jegens [eiser] worden gedeeltelijk toegewezen, en [eiser] wordt samen met de medegedaagden hoofdelijk veroordeeld in de kosten van de procedure. Op 4 mei 2016 is het vonnis aan [eiser] betekend en is bevel gedaan om binnen twee dagen een bedrag van € 98.748,09 voor proceskosten te voldoen.

2.4

Op 25 mei 2016 is ten laste van [eiser] executoriaal beslag gelegd onder de ING Bank, de ABN Amro Bank, de SNS Bank en de RABO bank en op de inboedel van [eiser] .

de vordering

2.5

[eiser] vordert de voorzieningenrechter - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad – om

I A & F te veroordelen om de executie van het vonnis van 30 maart 2016 van de rechtbank Den Haag (produktie 5 bij de dagvaarding) te staken op straffe van verbeurte van een dwangsom;

II A & F te veroordelen om de ten laste van [eiser] gelegde conservatoire dan wel executoriale beslagen onder derden, op roerende zaken alsmede de gelegde conservatoire dan wel executoriale beslagen op onroerende zaken, op te heffen, te weten de navolgende beslagen;

kort gezegd:

a. onder derden: de naamloze vennootschap ING Bank N.V., statutair gevestigd te Amsterdam, mede kantoorhoudend te [Z] ; de naamloze vennootschap ABN AMRO BANK N.V., statutair gevestigd te Amsterdam, mede kantoorhoudend te [Z] ; de naamloze vennootschap SNS Bank N.V., gevestigd te Utrecht, mede kantoorhoudend te [Z] ; de coöperatie Coöperatieve Rabobank U.A., statutair gevestigd te Amsterdam, mede kantoorhoudend te [Z] ;

b: op de roerende zaken zoals omschreven in het proces verbaal van de deurwaarder van 25 mei 2016;

c. op de onroerende zaken met [eiser] als (mede-)eigenaar, gelegen te [woonplaats 2] aan de [adres] , kadastraal bekend gemeente [Z] [nummer....] ;

III A & F te verbieden terzake van het onderhavige geschil opnieuw executoriaal beslag te leggen, op straffe van een dwangsom;

IV A & F te veroordelen tot betaling binnen veertien van de kosten van de procedure, begroot op tweemaal het forfaitaire tarief, althans het gebruikelijke liquidatietarief, alsmede van de nakosten en rente indien niet tijdig betaald.

2.6

Ter onderbouwing van de vordering stelt [eiser] dat hij zich heeft gehouden aan artikel 3 van de schikkingsovereenkomst (obligation to provide information). Hij heeft alle informatie verstrekt waarover hij beschikt. Bovendien heeft A & F uitgebreid informatie voorhanden uit de in beslag genomen administratie. De gelegde beslagen zijn bijzonder belastend voor [eiser] . De financiële situatie van [eiser] is nijpend en kan leiden tot een openbare verkoop van de woning, waarna een forse restschuld zal overblijven. Door het executeren van het vonnis kan A & F niet meer informatie krijgen; haar doel is kennelijk alleen de betaling van de proceskosten. Dat is in strijd met wat partijen bij de schikking zijn overeengekomen.

Het doorzetten van de executie zal niet tot financieel resultaat leiden maar brengt nieuwe executiekosten met zich mee. Er is daarom sprake van misbruik van bevoegdheid. Naar alle redelijkheid dient A & F te stoppen met de executie.

het verweer

2.7

A & F voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen. [eiser] heeft zich niet gehouden aan de schikkingsovereenkomst en heeft geen openheid van zaken gegeven. Volgens zijn verklaringen speelde [eiser] slechts een ondergeschikte rol in de merkenhandel, maar uit de accountantsrapportage blijkt dat [eiser] een van de organisatoren van het hele plan was. [eiser] heeft slechts één e-mail adres opgegeven, maar mailde ook vanaf andere adressen; die correspondentie heeft hij niet ter beschikking gesteld. Ook heeft hij niet alle betalingen en bankopnames opgegeven, zo blijkt uit de accountantsrapportage. [eiser] is niet geloofwaardig, bijvoorbeeld in de verklaring dat hij niet weet wie de leverancier is geweest.

In de schikkingsovereenkomst heeft A & F zich bewust het recht voorbehouden om toch het vonnis te executeren indien [eiser] zijn verplichtingen niet zou nakomen. Omdat [eiser] zich niet aan de schikkingsovereenkomst houdt heeft hij ook boetes verbeurd. In de bodemprocedure is vastgesteld dat A & F schade heeft geleden op te maken bij staat. Voor die schade kan [eiser] in de toekomst nog worden aangesproken, en ook voor dit doel is het beslag gelegd.

A & F heeft dus executiebevoegdheid en er is geen sprake van misbruik van recht. A & F heeft [eiser] tijd en gelegenheid gegeven om alsnog de waarheid te verklaren, maar daarbij steeds het recht voorbehouden om een beroep te doen op artikel 7 van de schikkingsovereenkomst. Dat het huis van [eiser] minder opbrengt dan de vordering van

A & F wordt betwist.

de beoordeling

2.8

Van spoedeisend belang bij het gevorderde is voldoende gebleken.

2.9

Uit een arrest van Hoge Raad d.d. 22 april 1983 (LJN AG 4574) volgt dat de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis kan schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant – mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad – geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische op feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van

de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

2.10

In de schikkingsovereenkomst is het volgende bepaald:

Obligation to provide information

3. Before or together with signing this agreement, [eiser] will inform Abercrombie & Fitch about all that is (including: reasonably should be) known to him in regard to the origin, persons, entities and other information, such as the distribution and means of payment, relating to the infringing Abercrombie & Fitch clothing as referred to in the body of the writ of summons, and the unlawful actions described in article 1 of this agreement, and shall provide Abercrombie & Fitch with all information relating thereto, including a chronological and exhaustive list of occurrences and individuals, and/or entities, which describes the exact role and detailed activities and contacts of [eiser] (and all other persons and entities involved), and including his written permission for the bailiff to provide the attorneys of Abercrombie & Fitch’s lawyers, Mr. N.W. Mulder and C.S. Mastenbroek, with a written and detailed specification, such on pain of a penalty of Euro 10,000 (ten thousand Euro) for each day, including a part thereof, that this obligation has not been complied with in whole or in part, with a maximum of penalties to be forfeited in total of Euro 750,000 (seven hundred fifty thousand Euro). Such penalty also relates to any omission, either by accident or intentionally, that will become apparent to Abercrombie & Fitch.

Legal proceedings

4. [eiser] agrees not to defend himself in the legal proceedings before the District Court in The Hague with case nummer/docket number 2011/1397, and on the other hand, Abercrombie & Fitch agrees not to execute the decision against [eiser] , on condition that [eiser] fulfils all of his obligations in connection with this agreement in time and in full.

Costs

7. Parties declare that, after the aforementioned has been observed, each one of them shall not have any further claims vis-à-vis the other in respect of the matter in dispute, and they now and for henceforth full and finally mutually discharge each other. Only in case it would become apparent, e.g. from investigation of the books, that the information as described in article 3 of this agreement provided by [eiser] , and as known in the proceedings, is not complete and/or not correct, does Abercrombie & Fitch have the right to claim additional damages and/or payment of profit and all the costs incurred in that regard. This also means that Abercrombie & Fitch has the right to execute the decision against [eiser] . In this respect, parties agree that proof of the contrary (of what [eiser] stated), cannot only consist of (non substantiated) oral statements of the other defendants in the legal proceedings with case number/docket number 2011/1397.

2.11

A & F heeft haar stelling dat [eiser] geen volledige openheid van zaken heeft gegeven, en onvolledige en tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd, met concrete voorbeelden onderbouwd. Daarbij wijst A & F op betalingen die blijken uit het rapport van de accountant, die door [eiser] niet zijn genoemd, en op correspondentie vanaf door [eiser] gebruikte e-mail adressen, waarover hij zelf niet heeft verklaard; kopieën van betreffende documenten zijn als producties in het geding gebracht.

2.12

Nu het [eiser] is die het onderhavige verzoek heeft ingediend en opheffing van de gelegde beslagen vordert, ligt het op zijn weg om – mede gezien het gevoerde verweer - aan te tonen dat hij volledig is geweest in zijn verklaringen en dus heeft voldaan aan de verplichtingen uit de schikkingsovereenkomst.

De voorzieningenrechter oordeelt dat [eiser] daarin niet is geslaagd.

Het standpunt van A & F komt de voorzieningenrechter op basis van wat partijen naar voren hebben gebracht niet onredelijk voor. Er is geen reden om te concluderen dat er sprake is van misbruik van recht; in artikel 7 is immers duidelijk bepaald dat A & F de beslissing in de procedure tegen [eiser] zou mogen executeren, wanneer [eiser] niet zou hebben voldaan aan de informatieplicht, vastgelegd in artikel 3.

2.13

Daarbij wordt overwogen dat [eiser] zijn stelling, dat executiemaatregelen geen enkele opbrengst zullen genereren, mede gezien de ongunstige verhouding tussen de waarde van de woning en de daarop rustende hypotheek, niet met stukken heeft onderbouwd. Dat A & F de executie van het vonnis moet staken omdat dit voor [eiser] onnodig kwellend zou zijn, zoals hij stelt onder punt 30 van de dagvaarding, zal eveneens worden verworpen.

De vorderingen van [eiser] zullen daarom worden afgewezen.

2.14

[eiser] zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Dit executiegeschil ziet op proceskosten van een vonnis over de handhaving van rechten van intellectuele eigendom. Omdat de procedure moet worden beschouwd als een verlengstuk van de procedure over merkinbreuk zijn voor de proceskostenveroordeling de indicatietarieven in IE-zaken van toepassing.

2.15

Deze richtlijn neemt als uitgangspunt dat de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijk gestelde partij heeft gemaakt, door de verliezende partij zullen worden gedragen, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. De termen 'redelijk en evenredig' en 'billijkheid' geven hierbij aan dat de veroordeling in de proceskosten enerzijds afhankelijk is van de complexiteit van de vordering en anderzijds van de mate van verwijtbaarheid van de inbreuk. Voorts dienen de gevorderde kosten tijdig te worden opgegeven en gespecificeerd zodat de wederpartij zich daartegen naar behoren kan verweren (HR 30 mei 2008, NJ 2008,556).

2.16

In de onderhavige zaak moet worden geoordeeld dat de vordering niet als gecompliceerd kan worden aangemerkt, nu de intellectuele eigendomsrechtelijke aspecten van deze zaak voor partijen een herhaling van standpunten in de reeds voor de Rechtbank Den Haag gevoerde procedure inhouden, en het een executiegeschil betreft. Het bedrag dat door de advocaat van Abercrombie & Fitch aan kosten wordt gevorderd komt de voorzieningenrechter te hoog voor. De kosten aan de zijde van Abercrombie & Fitch worden daarom begroot op salaris advocaat € 2.000,--.

3 De beoordeling

De voorzieningenrechter

3.1

Wijst de vorderingen af.

3.2

Veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van A & F begroot op € 2.000,00,

3.3

Verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. W.K.F. Hangelbroek en in het openbaar uitgesproken op 30 juni 2016.