Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:2478

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
07-07-2016
Datum publicatie
07-07-2016
Zaaknummer
08/952893-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Twee mannen uit Enschede en Hengelo krijgen 6 en 5 jaar gevangenisstraf voor een overval van een tankstation in Borne waarbij één van hen vermomd was als Zwarte Piet. Een medewerkster raakte zwaar gewond na een klap met een knuppel. Dat oordeelt de rechtbank Overijssel. Daarnaast zijn zij schuldig aan een overval op een tankstation in Hengelo. Ook moeten zij een schadevergoeding betalen van bijna 6.400 euro aan de medewerkster van het tankstation in Borne en ruim 22.000 euro aan de eigenaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer (P): 08/952893-15

Datum vonnis: 7 juli 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte 2] ,

geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] ,

nu verblijvende in nu verblijvende in PI Overijssel, huis van bewaring De Karelskamp.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 juni 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. K.J.L. de Valk en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman

mr. D. Nieuwenhuis, advocaat te Maastricht, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 30 november 2014, in de gemeente Borne,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

(een) (hoeveelheid) geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan (tankstation) [tankstation 1] (gelegen aan de [adres 1] ),

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen een persoon, genaamd [slachtoffer 1]

(in/tijdens haar functie van/als servicemedewerker in de shop van de [tankstation 1] ),

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader:

- zich - verkleed/vermomd als “zwarte piet”, althans (in ieder geval) voorzien

van een geheel of gedeeltelijk bedekt(e) gezicht en/of vermomming - naar/in

voornoemde shop (van de [tankstation 1] ) heeft/hebben begeven en/of

- ( vervolgens) is/zijn hij, verdachte en/of zijn mededader - terwijl hij/zij

een (houten) knuppel, althans een hard en/of stevig voorwerp ter hand had(den)

genomen - op de balie van die shop (waarachter zich (op dat moment) die

[slachtoffer 1] bevond) - gesprongen/geklommen en/of

- ( vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader met (zeer)

(veel) kracht die [slachtoffer 1] met die knuppel, althans met dat harde en/of

stevige voorwerp in/op/tegen het gezicht/hoofd geslagen en/of

- (vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader (een)

(hoeveelheid) geld uit de (reeds openstaande) kassalade gepakt/gegraaid/gegrist,

ten gevolge waarvan/waardoor die [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel,

te weten (onder andere) (licht) hersenletsel en/of (blijvend) letsel aan het

gehoor (doofheid aan een oor), heeft opgelopen;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande geen veroordeling mocht of

zou kunnen volgen, SUB SIDIAIR, ter zake dat

[verdachte 1] , op of omstreeks 30 november 2014, in de gemeente Borne,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

(een) (hoeveelheid) geld. in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan (tankstation) [tankstation 1] (gelegen aan de [adres 1] ).

in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [verdachte 1] en/of aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen een persoon, genaamd [slachtoffer 1]

(in/tijdens haar functie van/als servicemedewerker in de shop van de [tankstation 1] ),

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat die [verdachte 1] :

- zich - verkleed/vermomd als “zwarte piet’, althans (in ieder gevat) voorzien

van een geheel of gedeeltelijk bedekt(e) gezicht en/of vermomming - naar/in

voornoemde shop (van de [tankstation 1] ) heeft begeven en/of

- ( vervolgens) is hij. verdachte - terwijl hij een (houten) knuppel, althans een hard en/of

stevig voorwerp ter hand had genomen - op de balie van die shop (waarachter zich (op

dat moment) die [slachtoffer 1] bevond) - gesprongen/geklommen en/of

- ( vervolgens) heeft hij, verdachte met (zeer) (veel) kracht die [slachtoffer 1] met die

knuppel, althans met dat harde en/of stevige voorwerp in/op/tegen het gezicht/hoofd

geslagen en/of

- ( vervolgens) heeft hij, verdachte, (een) (hoeveelheid) geld uit de (reeds openstaande)

kassalade gepakt/gegraaid/gegrist,

ten gevolge waarvan/waardoor die [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten

(onder andere) (licht) hersenletsel en/of (blijvend) letsel aan het gehoor (doofheid aan een

oor), heeft opgelopen,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 30 november 2014, althans (in elk gevat) in of omstreeks de maand(en) november en/of december 2014, te Hengelo, gemeente Hengelo (O) en/of de gemeente Borne, althans (in ieder geval) (elders) in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door:

- ( samen met die [verdachte 1] ) (via Google Maps) de voorverkenning - met betrekking tot

diverse tankstations - te doen en/of

- ( samen met die [verdachte 1] ) in een (personen)auto naar voornoemd tankstation te rijden

en/of

- ( aldaar) (in de buurt/(directe) nabijheid van het tankstation) (in de auto) die [verdachte 1] (als

zwarte piet) te verkleden en/of te schminken en/of

- naar/langs voornoemd tankstation (heen) te lopen om te verkennen of de (glazen) wand

van/bij de balie wel naar beneden was/stond en/of

- ( vervolgens) die [verdachte 1] op de hoogte te brengen van het feit dat hij ( [verdachte 1] ) gewoon

toegang tot de kassa had en/of dat er (op dat moment) een vrouw alleen (achter de balie)

aan het werk was en/of

- voor die [verdachte 1] op de uitkijk te gaan staan en/of

- de (vlucht)auto te starten (zodat die [verdachte 1] direct kon wegrijden) en/of

- de woning van hem, verdachte, ter beschikking te stellen om de buit (geld) te verdelen

en/of

- de woning van hem, verdachte, ter beschikking te stellen om (een deel van) de/het

zwarte pieten pak(ken) (met toebehoren) te verbergen;

2.

hij op of omstreeks 4 december 2014, te Hengelo, gemeente Hengelo (0),

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) (hoeveelheid)

geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[tankstation 2] Tankstation en/of [eigenaar] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] (in/tijdens zijn functie

van/als tankstation winkel medewerker), gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht

mogelijk te maken. hetzij het bezit van het gestotene te verzekeren, welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte,

en/of zijn mededader:

- voorzien van een geheel of gedeeltelijk over/voor zijn/htin hoofd/gezicht

getrokken sjaal/doek, althans (in ieder geval) voorzien van een geheel of

gedeeltelijk bedekt gezicht - naar/in voornoemde tankstation winkel (behorende

bij [tankstation 2] Tankstation) heeft/hebben begeven en/of

- ( vervolgens) (daarbij) (aan) die [slachtoffer 2] een pistool, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond/voorgehouden en/of

- ( vervolgens) voornoemd pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend(e)

voorwerp op die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht (gehouden) en/of

- ( vervolgens) (daarbij) naar/in de richting van die [slachtoffer 2] heeft/hebben

geroepen: “Kassa, kassa” en/of

- ( vervolgens) heeft die [slachtoffer 2] de kassalade uit de kassa getrokken en

(vervolgens) deze (voor hem/hen) op de balie (neer)gezet en/of

- ( vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (een)

(hoeveelheid) geld uit die kassalade gepakt/gegraaid en/of

- ( vervolgens) dat geld in zijn/hun (jas)zak(ken) gestopt/gepropt en/of van de

grond (op)gepakt:

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande geen veroordeling mocht of

zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat

[verdachte 1] ,

op of omstreeks 4 december 2014, te Hengelo, gemeente Hengelo (0),

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een)

(hoeveelheid) geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[tankstation 2] Tankstation en/of [eigenaar] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan die [verdachte 1] en/of aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] (in/tijdens zijn functie

van/als tankstation winkel medewerker), gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [verdachte 1] :

- zich voorzien van een geheel of gedeeltelijk over/voor zijn hoofd/gezicht

getrokken sjaal/doek, althans (in ieder geval) voorzien van een geheel of

gedeeltelijk bedekt gezicht - naar/in voornoemde tankstation winkel (behorende

bij [tankstation 2] Tankstation) heeft begeven en/of

- ( vervolgens) (daarbij) (aan) die [slachtoffer 2] een pistool, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond/voorgehouden en/of

- ( vervolgens) voornoemd pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend(e)

voorwerp op die [slachtoffer 2] heeft gericht (gehouden) en/of

- ( vervolgens) (daarbij) naar/in de richting van die [slachtoffer 2] heeft geroepen:

“Kassa, kassa” en/of

- ( vervolgens) heeft die [slachtoffer 2] de kassalade uit de kassa getrokken en

(vervolgens) deze (voor hem/hen) op de balie (neer)gezet en/of

- ( vervolgens) heeft die [verdachte 1] (een) (hoeveelheid) geld uit die kassalade

gepakt/gegraaid en/of

- ( vervolgens) dat geld in zijn (jas)zak gestopt/gepropt en/of van de grond (op)gepakt,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte,

op of omstreeks 4 december 2014,

althans (in elk gevat) in of omstreeks de maand(en) november en/of december 2014,

te Hengelo. gemeente Hengelo (O), althans (in ieder geval) (elders) in Nederland,

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk

behulpzaam is geweest door:

- ( samen met die [verdachte 1] ) (in Duitsland) een (gas alarm)pistool aan te schaffen en/of

- voornoemd/betreffende tankstation (aan de hand van diverse criteria) te selecteren en/of

- ( samen met die [verdachte 1] ) in een (personen)auto naar voornoemd tankstation te rijden

en/of

- de (personen)auto in de buurt/(directe) nabijheid van voornoemd tankstation te parkeren

en/of

- ( vervolgens) (de) voorverkenning te doen (door - kort voorafgaande aan de overval -

in de shop van voornoemd tankstation drank en sigaretten te kopen) en/of

- ( vervolgens) die [verdachte 1] op de hoogte te brengen van het feit dat er - volgens hem,

verdachte - een “mietje” achter de balie stond en/of dat hij ( [verdachte 1] ) gewoon toegang tot

de kassa had en/of dat er (op dat moment) geen veiligheidswand (omhoog)

stond/aanwezig was en/of

- voor die [verdachte 1] op de uitkijk te gaan staan en/of

- de (vlucht)auto te starten (zodat die [verdachte 1] direct kon wegrijden) en/of

- de woning van hem, verdachte, ter beschikking te stelten om de buit (geld) te verdelen;

en/of

hij op of omstreeks 4 december 2014, te Hengelo, gemeente Hengelo (O),

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] (in/tijdens zijn functie

van/als tankstation winkel medewerker) heeft gedwongen tot de afgifte van

een/de kassalade en/of (een) (hoeveelheid) geld, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [tankstation 2] Tankstation en/of [eigenaar] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s):

- voorzien van een geheel of gedeeltelijk over/voor zijn/hun hoofd/gezicht

getrokken sjaal/doek, althans (in ieder geval) voorzien van een geheel of

gedeeltelijk bedekt gezicht - zich naar/in voornoemde tankstation winkel

(behorende bij [tankstation 2] Tankstation) heeft/hebben begeven en/of

- ( vervolgens) (daarbij) (aan) die [slachtoffer 2] een pistool, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond/voorgehouden en/of

- ( vervolgens) voornoemd pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend(e)

voorwerp op die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht (gehouden) en/of

- ( vervolgens) (daarbij) naar/in de richting van die [slachtoffer 2] heeft/hebben

geroepen: “Kassa, kassa” en/of

- ( vervolgens) heeft die [slachtoffer 2] de kassalade uit de kassa getrokken en

(vervolgens) deze (voor hem/hen) op de balie (neer)gezet en/of

- ( vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (een)

(hoeveelheid) geld uit die kassalade gepakt/gegraaid en/of

- ( vervolgens) dat geld in zijn (jas)zak(ken) gestopt/gepropt en/of van de

grond (op)gepakt;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande geen veroordeling mocht of

zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat

[verdachte 1] ,

op of omstreeks 4 december 2014, te Hengelo, gemeente Hengelo (0),

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] (in/tijdens zijn functie

van/als tankstation winkel medewerker) heeft gedwongen tot de afgifte van

een/de kassalade en/of (een) (hoeveelheid) geld, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [tankstation 2] Tankstation en/of [eigenaar] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan die [verdachte 1] en/of aan verdachte,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [verdachte 1] :

- zich voorzien van een geheel of gedeeltelijk over/voor zijn hoofd/gezicht

getrokken sjaal/doek, althans (in ieder geval) voorzien van een geheel of

gedeeltelijk bedekt gezicht - zich naar/in voornoemde tankstation winkel

(behorende bij [tankstation 2] Tankstation) heeft begeven en/of

- ( vervolgens) (daarbij) (aan) die [slachtoffer 2] een pistool, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp heeft getoond/voorgehouden en/of

- ( vervolgens) voornoemd pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend(e)

voorwerp op die [slachtoffer 2] heeft gericht (gehouden) en/of

- ( vervolgens) (daarbij) naar/in de richting van die [slachtoffer 2] heeft geroepen:

“Kassa, kassa” en/of

- ( vervolgens) heeft die [slachtoffer 2] de kassalade uit de kassa getrokken en

(vervolgens) deze (voor hem/hen) op de balie (neer)gezet en/of

- ( vervolgens) heeft die [verdachte 1] (een) (hoeveelheid) geld uit die kassalade

gepakt/gegraaid en/of

- ( vervolgens) dat geld in zijn (jas)zak gestopt/gepropt en/of van de grond (op)gepakt,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte,

op of omstreeks 4 december 2014,

althans (in elk geval) in of omstreeks de maand(en) november en/of december 2014,

te Hengelo, gemeente Hengelo (0), althans (in ieder geval) (elders) in Nederland,

opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk

behulpzaam is geweest door:

- ( samen met die [verdachte 1] ) (in Duitsland) een (gas alarm)pistool aan te schaffen en/of

- voornoemd/betreffende tankstation (aan de hand van diverse criteria) te selecteren en/of

- ( samen met die [verdachte 1] ) in een (personen)auto naar voornoemd tankstation te rijden

en/of

- de (personen)auto in de buurt/(directe) nabijheid van voornoemd tankstation te parkeren

en/of

- ( vervolgens) (de) voorverkenning te doen (door - kort voorafgaande aan de overval -

in de shop van voornoemd tankstation drank en sigaretten te kopen) en/of

- ( vervolgens) die [verdachte 1] op de hoogte te brengen van het feit dat er - volgens hem,

verdachte - een ‘mietje” achter de balie stond en/of dat hij ( [verdachte 1] ) gewoon toegang tot

de kassa had en/of dat er (op dat moment) geen veiligheidswand (omhoog)

stond/aanwezig was en/of

- voor die [verdachte 1] op de uitkijk te gaan staan en/of

- de (vlucht)auto te starten (zodat die [verdachte 1] direct kon wegrijden) en/of

- de woning van hem. verdachte, ter beschikking te stellen om de buit (geld) te verdelen.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar. De officier van justitie concludeert voorts tot integrale (hoofdelijke) toewijzing van de civiele vorderingen van mevrouw [slachtoffer 1] en van de [tankstation 1] , vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging daarbij van de schadevergoedingsmaatregel.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Feit 1

5.1.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat verdachte zich samen met medeverdachte

[verdachte 1] schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld, waarbij mevrouw [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Volgens de officier van justitie dient verdachte als medepleger te worden aangemerkt. Hij verwijst in dit verband naar de belastende verklaring van medeverdachte [verdachte 1] , de verklaring van [naam 1] en hetgeen de verdachte heeft verklaard over het pietenbroekje dat door medeverdachte [verdachte 1] is gedragen en dat in de woning van verdachte is aangetroffen.

De raadsman verzoekt de rechtbank om verdachte van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde vrij te spreken. Volgens de raadsman vindt de belastende verklaring van [verdachte 1] onvoldoende steun in de rest van het dossier. Voor het aanwezig hebben van de pietenbroek in zijn woning heeft verdachte bij de politie een plausibele verklaring gegeven. [verdachte 1] had hem gevraagd om deze broek kwijt te maken.

5.1.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Medeplegen veronderstelt een zekere mate van nauwe en bewuste samenwerking. De kwalificatie medeplegen is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde intellectuele en/of materiële bijdrage van verdachte aan het delict van voldoende gewicht is.

De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit. Maar de bijdrage kan ook zijn geleverd in de vorm van verscheidene gedragingen voor en/of tijdens en/of na het strafbare feit. In casu kan evenwel geen der primair ten laste gelegde gedragingen als handeling van verdachte worden bewezenverklaard, zodat de rechtbank om die reden vrij zal spreken van het onder 1 primair ten laste gelegde.

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank heeft allereerst acht geslagen op de belastende verklaringen van medeverdachte [verdachte 1] . Hij heeft gedetailleerd verklaard over de wijze waarop het [tankstation 1] tankstation is overvallen. Zijn verklaringen komen overeen met de videobeelden die van de overval gemaakt zijn. [verdachte 1] heeft bij de politie uitgebreid verklaard over zijn rol bij overval en die van medeverdachte [verdachte 2] . Ter zitting heeft hij deze verklaringen bevestigd. De rechtbank acht deze verklaringen geloofwaardig en betrouwbaar.

Uit de verklaringen van [verdachte 1] komt naar voren dat [verdachte 2] een belangrijke rol heeft gehad bij de overval op het [tankstation 1] tankstation. De rechtbank wijst in dit verband op de volgende punten uit de verklaringen van [verdachte 1] :

- [verdachte 1] heeft verdachte verteld dat hij geld nodig heeft. Verdachte en [verdachte 1] zijn toen op het idee gekomen om een overval te plegen op een tankstation;

- verdachte en [verdachte 1] hebben in de voormalige woning van verdachte aan de [adres 2] samen via YouTube filmpjes van overvallen bekeken;

- verdachte en [verdachte 1] hebben een aantal dagen voorafgaand aan de overval op google maps naar diverse tankstations gekeken.

- [verdachte 1] heeft op 30 november 2014 twee zwarte pietenpakken gekocht;

- een aantal dagen voor de aanschaf van deze pietenpakken hadden [verdachte 1] en verdachte overlegd om de overval op deze manier te plegen;

- op 30 november 2014 is [verdachte 1] met de zwarte pieten kostuums, een zwarte pruik en schmink naar verdachtes huis gegaan. [verdachte 1] is met de zwarte Opel Zafira van zijn vader naar het huis van verdachte gereden. Hij vertelde heeft toen aan verdachte verteld dat hij van plan was om een overval te plegen.

- verdachte is op 30 november 2014 samen met [verdachte 1] in de Opel Zafira naar Borne gereden. Zij hebben de auto op de Oude Deldensestraat, bij de kruising Kempenstraat geparkeerd. Daar heeft [verdachte 1] zijn pietenpak aangedaan en heeft verdachte [verdachte 1] ’s gezicht zwart geschminkt en heeft hij de pruik goed op het hoofd van [verdachte 1] gezet;

- vervolgens is verdachte uit de auto gegaan en via de Europastraat langs het [tankstation 1] tankstation gelopen om te kijken of de glazen wand bij de balie naar beneden was. Hij kwam weer terug bij [verdachte 1] en vertelde hem dat hij gewoon toegang had tot de kassa en dat er een vrouw alleen aan het werk was in de shop van het [tankstation 1] tankstation.

- [verdachte 1] heeft verdachte gevraagd of hij nog mee ging om de overval te plegen omdat dit sterker zou overkomen. Verdachte wilde echter niet meegaan omdat hij vond dat hij genoeg voorwerk had gedaan;

- [verdachte 1] en verdachte hebben de auto vervolgens geparkeerd aan de Kempenstraat, net voorbij de kruising met de Lantmanstraat. Toen heeft ook verdachte zijn pietenpak aangetrokken.

- [verdachte 1] heeft vervolgens de overval gepleegd, gekleed in zijn pietenpak en met een jutezak waarin een houten knuppel zat. Verdachte was ervan op de hoogte dat [verdachte 1] een knuppel bij zich had;

- na afloop van de overval zijn [verdachte 1] en verdachte naar de woning van verdachte gereden. Aangezien [verdachte 1] de weg niet kende heeft verdachte hem de weg gewezen;

- in de woning van verdachte heeft [verdachte 1] de schmink van zijn gezicht gewassen, verdachte heeft hem hierbij geholpen. De buit is daar tussen hen beiden verdeeld. De pietenkleding van [verdachte 1] is bij verdachte achtergebleven;

De verklaringen van [verdachte 1] over de rol van verdachte worden door de volgende bewijsmiddelen bevestigd:

- in de woning van verdachte is een pietenbroek aangetroffen, die precies lijkt op de door [verdachte 1] gedragen broek tijdens de overval (zie bewijsmiddel 5 in de bijlage);

- verdachte heeft bij de politie verklaard dat het zijn rol was om de pietenbroek van [verdachte 1] te laten verdwijnen;

- verdachte heeft verklaard dat [verdachte 1] op 30 november 2014 rond 16/17 uur bij hem kwam. [verdachte 1] had een zwarte pietenkostuum, een zwarte pruik en schmink bij zich. [verdachte 1] vertelde hem dat hij van plan was om een overval te plegen en vroeg verdachte om mee te doen;

- uit het tapgesprek tussen [verdachte 1] en zijn vriendin (p. 970 van het dossier) van 19 november 2015 komt naar voren dat die Surinaamse jongen hem wil spreken. [verdachte 1] zegt tegen zijn vriendin dat hij slechte dingen met hem heeft gedaan;

De rechtbank acht op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in vele vormen medeplichtig is aan de door [verdachte 1] gepleegde gewapende overval bij tankstation [tankstation 1] te Borne, waardoor mevrouw [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat verdachte zich samen met medeverdachte [verdachte 1] heeft voorbereid op het plegen van een overval. Zij hebben samen op YouTube filmpjes van overvallen bekeken en hebben via Google Maps naar tankstations in de omgeving gezocht. Ook heeft verdachte kort voorafgaand aan de overval de situatie bij het tankstation geobserveerd en [verdachte 1] hierover geïnformeerd. Verdachte heeft [verdachte 1] voorts geholpen met het schminken van zijn gezicht en het goed zetten van zijn pruik. Na afloop van de overval heeft verdachte [verdachte 1] de weg naar zijn huis gewezen en is de buit tussen [verdachte 1] en verdachte verdeeld. Tot slot is het pietenkostuum bij verdachte achtergebleven, waarbij het de bedoeling was dat verdachte dit zou laten verdwijnen. De rechtbank is van oordeel dat - gelet op de actieve rol van de verdachte in de voorfase van het delict en ook na afloop hiervan - verdachte opzettelijk gelegenheid, middelen en inlichtingen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest bij de door [verdachte 1] gepleegde overval, waardoor verdachte als medeplichtig dient te worden aangemerkt.

Feit 2

5.2.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat verdachte zich samen met medeverdachte

[verdachte 1] schuldig heeft gemaakt aan de overval bij het [tankstation 2] tankstation in Hengelo (O) Volgens de officier van justitie dient verdachte als medepleger te worden aangemerkt. Hij verwijst in dit verband naar de belastende verklaring van medeverdachte [verdachte 1] . Verdachte heeft bij deze overval wederom voorwerk verricht. Op videobeelden is te zien dat hij voorafgaand aan de overval iets gekocht heeft in het tankstation. Na de overval is [verdachte 1]

- net als bij de overval bij [tankstation 1] - op aanwijzingen van verdachte naar diens huis gereden en is de buit tussen beiden verdeeld.

De raadsman verzoekt de rechtbank om verdachte van het onder 2 primair ten laste gelegde vrij te spreken. Volgens de raadsman kan niet worden bewezen dat er sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [verdachte 1] . Bovendien dient niet uit het oog verloren te worden dat [verdachte 1] een motief heeft om verdachte te belasten. Of er sprake geweest is van medeplichtigheid laat de raadsman aan het oordeel van de rechtbank over.

5.2.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Medeplegen veronderstelt een zekere mate van nauwe en bewuste samenwerking. De kwalificatie medeplegen is slechts gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde intellectuele en/of materiële bijdrage van verdachte aan het delict van voldoende gewicht is.

De bijdrage van de medepleger zal in de regel worden geleverd tijdens het begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit. Maar de bijdrage kan ook zijn geleverd in de vorm van verscheidene gedragingen voor en/of tijdens en/of na het strafbare feit. In casu kan evenwel geen der primair ten laste gelegde gedragingen als handeling van verdachte worden bewezenverklaard, zodat de rechtbank verdachte om die reden vrij zal spreken van het onder 2 primair ten laste gelegde.

Ten aanzien van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde overweegt de rechtbank als volgt.

De rechtbank heeft allereerst acht geslagen op de belastende verklaring van medeverdachte [verdachte 1] . [verdachte 1] heeft gedetailleerd verklaard over de wijze waarop het [tankstation 2] tankstation is overvallen. Hij heeft bij de politie uitgebreid verklaard over zijn rol bij overval en die van medeverdachte [verdachte 2] . Ter zitting heeft hij deze verklaringen bevestigd. De rechtbank acht deze verklaringen geloofwaardig en betrouwbaar.

Uit de verklaringen van [verdachte 1] komt naar voren dat [verdachte 2] een belangrijke rol heeft gehad bij de overval op het [tankstation 2] tankstation. De rechtbank wijst in dit verband op de volgende punten uit de verklaringen van [verdachte 1] :

- verdachte en [verdachte 1] hebben in de voormalige woning van verdachte aan de [adres 2] samen via YouTube filmpjes van overvallen bekeken;

- verdachte en [verdachte 1] hebben een aantal dagen voorafgaand aan de overval op Google Maps naar diverse tankstations gekeken;

- [verdachte 1] en verdachte hebben samen besloten om weer een overval te plegen;

- [verdachte 1] en verdachte hebben afgesproken dat verdachte weer het voorwerk zou doen en dat verdachte de overval zou plegen, omdat verdachte vond dat [verdachte 1] langer en gevaarlijker overkwam dan hij;

- [verdachte 1] heeft in Duitsland een alarmpistool gekocht;

- verdachte vond het [tankstation 2] in Hengelo een belangrijk tanksstation in de omgeving. Het was daar druk en er zou dan waarschijnlijk ook veel geld zijn. Verdachte kende het tankstation en wist dat er daar buiten toiletten waren waarvoor je een sleutel binnen moest ophalen;

- voorafgaand aan de overval hebben [verdachte 1] en verdachte afgesproken dat verdachte van tevoren de situatie zou bekijken. Hij zou kijken of de veiligheidswand naar beneden was.

- [verdachte 1] en verdachte zijn op 4 december 2014 met de zwarte Opel Zafira naar Hengelo gegaan. [verdachte 1] had het gasalarmpstool meegenomen. Verdachte heeft [verdachte 1] de weg gewezen naar het tankstation;

- [verdachte 1] heeft de auto aan de Pierre Monteuxstraat geparkeerd. Verdachte ging naar het tankstation om de situatie daar te bekijken;

- toen verdachte terugkwam zijn [verdachte 1] en verdachte weggetreden en heeft [verdachte 1] de auto aan de Cornelis Dopperstraat (zie p.1518 van het dossier) geparkeerd;

- verdachte heeft tegen [verdachte 1] gezegd dat er een homo achter de balie stond, hij bedoelde daarmee dat die persoon een mietje was;

- [verdachte 1] is vervolgens naar het tankstation gelopen;

- bij de balie aangekomen heeft [verdachte 1] naar de toiletsleutel gevraagd. Dit gaf hem de tijd om het pistool te voorschijn te halen;

- met het pistool gericht op de baliemedewerker heeft [verdachte 1] de baliemedewerker om geld gevraagd. De medewerker heeft hierop de kassalade uit de kassa gehaald en [verdachte 1] heeft het briefgeld uit de lade gepakt;

- buiten is [verdachte 1] gaan rennen naar de auto, er waren geen andere klanten bij het tankstation. Bij de auto aangekomen zijn [verdachte 1] en verdachte snel ingestapt en is [verdachte 1] op aanwijzing van verdachte naar diens huis gereden;

- in de woning van verdachte is de buit verdeeld.

De verklaringen van [verdachte 1] over de rol van verdachte worden door de volgende bewijsmiddelen bevestigd:

- op de fotoprints (p. 927) is te zien dat verdachte op 4 december 2014 iets koopt bij de Shop van het [tankstation 2] -tankstation in Hengelo (O).

- verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op 4 december 2014 omstreeks 20.30 uur in de tankshop van de [tankstation 2] in Hengelo (O) is geweest en daar drinken en sigaretten heeft gekocht.

- getuige [getuige] heeft verklaard dat hij op 4 december 2014 tussen 20.00 uur en 20.30 uur een tweetal mannen gezien heeft aan de Pierre Monteuxstraat die qua signalement voldoen aan [verdachte 1] en verdachte. Hij heeft gezien dat een blanke man meerdere keren langs hem heen liep en in de richting van het tankstation keek, op een manier dat hij kennelijk niet gezien wilde worden. Kort daarna zag [getuige] een Hindoestaans/Surinaamse man aan komen lopen vanaf de richting van het tankstation. Hij had iets in zijn handen. De beide mannen zijn vervolgens samen in een zwarte Opel Zafira weggereden in de richting van de Hasselerbaan.

- getuige [slachtoffer 2] heeft verklaard dat hij op 4 december 2014 omstreeks 20.30 is overvallen. De overvaller sprak hem aan en vroeg hem om de toiletsleutel. [slachtoffer 2] bukte om deze te pakken. Toen hij weer overeind kwam zag hij dat de overvaller een wapen vasthield en op hem richtte. De overvaller riep “Kassa, kassa”, waarop [slachtoffer 2] de kassalade op de balie heeft gezet, waarna de overvaller hier geld uitnam, dit in zijn jaszak probeerde te proppen en vervolgens de winkel verliet.

- verdachte heeft bij de politie verklaard dat [verdachte 1] hem heeft afgezet nadat hij drinken en sigaretten heeft gehaald bij de tankshop en hem toen heeft gezegd dat hij een overval ging plegen.

- uit het tapgesprek tussen [verdachte 1] en zijn vriendin (p.970 van het dossier) van 19 november 2015 komt naar voren dat die Surinaamse jongen hem wil spreken. [verdachte 1] zegt tegen zijn vriendin dat hij slechte dingen met hem heeft gedaan.

De rechtbank acht op grond van de hier boven genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid in vele vormen aan de door [verdachte 1] gepleegde gewapende overval bij het [tankstation 2] te Hengelo (O). Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat verdachte zich samen met medeverdachte [verdachte 1] heeft voorbereid op het plegen van een overval. Zij hebben samen op YouTube filmpjes van overvallen bekeken en hebben via Google Maps naar tankstations in de omgeving gezocht. Dit hadden verdachte en [verdachte 1] reeds gedaan voor de overval op het [tankstation 1] -tankstation op 30 november. Verdachte, die in Hengelo (O) woonde had [verdachte 1] geïnformeerd over het [tankstation 2] tankstation. Verdachte had [verdachte 1] verteld dat het een belangrijk/druk tankstation is, waar dus veel geld zou moeten zijn. Ook heeft verdachte kort voorafgaand aan de overval de situatie bij het tankstation geobserveerd en [verdachte 1] hierover geïnformeerd. Na afloop van de overval heeft verdachte [verdachte 1] de weg naar zijn huis gewezen en is de buit tussen [verdachte 1] en verdachte verdeeld. De rechtbank is van oordeel dat - gelet op de actieve rol van de verdachte in de voorfase van het delict en ook na afloop hiervan - verdachte opzettelijk gelegenheid, middelen en inlichtingen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest bij de door [verdachte 1] gepleegde overval, waardoor verdachte als medeplichtige dient te worden aangemerkt. De rechtbank weegt in dit verband ook mee dat verdachte en medeverdachte [verdachte 1] nog geen week voorafgaand aan deze overval samen een overval hadden gepleegd bij het [tankstation 1] tankstation te Borne. De rechtbank is hierdoor in haar overtuiging gesterkt dat verdachte en [verdachte 1] het plan hadden om wederom samen een gewapende overval te plegen, waarbij een vergelijkbare rolverdeling is afgesproken.

5.4

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het sub 1 subsidiair en sub 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. subsidiair

[verdachte 1] , op 30 november 2014, in de gemeente Borne, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld, toebehorende aan (tankstation) [tankstation 1] (gelegen aan de [adres 1] ), welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen een persoon, genaamd [slachtoffer 1] in haar functie als servicemedewerker in de shop van de [tankstation 1] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat die [verdachte 1] :

- zich -verkleed als “zwarte piet’, - naar voornoemde shop (van de [tankstation 1] ) heeft begeven en

- ( vervolgens) is hij, verdachte - terwijl hij een (houten) knuppel, ter hand had genomen - op de balie van die shop - waarachter zich op dat moment die [slachtoffer 1] bevond - gesprongen en

- ( vervolgens) heeft hij, verdachte met kracht die [slachtoffer 1] met die knuppel, tegen het hoofd geslagen en

- ( vervolgens) heeft hij, verdachte, geld uit de kassalade gepakt,

ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten

onder andere (licht) hersenletsel en (blijvend) letsel aan het gehoor (doofheid aan een

oor), heeft opgelopen,

tot en bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in de maanden november en december 2014, te Hengelo en de gemeente Borne, opzettelijk gelegenheid en inlichtingen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest door:

- samen met die [verdachte 1] (via Google Maps) de voorverkenning - met betrekking tot

diverse tankstations - te doen en

- samen met die [verdachte 1] in een (personen)auto naar voornoemd tankstation te rijden

en

- ( aldaar) in de directe nabijheid van het tankstation in de auto die [verdachte 1] (als zwarte piet) te verkleden en te schminken en

- naar voornoemd tankstation te lopen om te verkennen of de glazen wand

van de balie wel naar beneden was en

- ( vervolgens) die [verdachte 1] op de hoogte te brengen van het feit dat hij ( [verdachte 1] ) gewoon

toegang tot de kassa had en dat er op dat moment een vrouw alleen (achter de balie)

aan het werk was en

- voor die [verdachte 1] op de uitkijk te gaan staan en

- de woning van hem, verdachte, ter beschikking te stellen om de buit (geld) te verdelen

en

- de woning van hem, verdachte, ter beschikking te stellen om een deel van het

zwarte pieten pak te verbergen;

2. subsidiair

[verdachte 1] , op 4 december 2014, te Hengelo, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen geld, toebehorende aan [tankstation 2] Tankstation en/of [eigenaar] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] (in zijn functie als tankstation winkel medewerker), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden dat die [verdachte 1] :

- zich voorzien van een geheel over zijn hoofd getrokken sjaal, - naar voornoemde tankstation winkel (behorende bij [tankstation 2] Tankstation) heeft begeven en

- ( vervolgens) (daarbij) (aan) die [slachtoffer 2] een pistool, heeft getoond/voorgehouden en

- ( vervolgens) voornoemd pistool op die [slachtoffer 2] heeft gericht gehouden en

- ( vervolgens) (daarbij) in de richting van die [slachtoffer 2] heeft geroepen:

“Kassa, kassa” en

- ( vervolgens) heeft die [slachtoffer 2] de kassalade uit de kassa getrokken en deze (voor hem) op de balie neergezet en

- ( vervolgens) heeft die [verdachte 1] geld uit die kassalade gepakt en

- ( vervolgens) dat geld in zijn jaszak gestopt en van de grond opgepakt,

tot en bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in de maanden november en december 2014, te Hengelo, opzettelijk gelegenheid, middelen en inlichtingen heeft verschaft en opzettelijk behulpzaam is geweest door:

- voornoemd tankstation (aan de hand van diverse criteria) te selecteren en

- ( samen met die [verdachte 1] ) in een (personen)auto naar voornoemd tankstation te rijden

en

- de (personen)auto in de directe nabijheid van voornoemd tankstation te parkeren

en

- ( vervolgens) (de) voorverkenning te doen (door - kort voorafgaande aan de overval -

in de shop van voornoemd tankstation drank en sigaretten te kopen) en

- ( vervolgens) die [verdachte 1] op de hoogte te brengen van het feit dat er - volgens hem,

verdachte - een “mietje” achter de balie stond en dat hij ( [verdachte 1] ) gewoon toegang tot

de kassa had en dat of de veiligheidswand omhoog stond en

- voor die [verdachte 1] op de uitkijk te gaan staan en

- de woning van hem, verdachte, ter beschikking te stelten om de buit (geld) te verdelen.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 subsidiair en sub 2 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 48 en 312 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 subsidiair

het misdrijf: medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

feit 2 subsidiair

het misdrijf: medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid in vele vormen aan twee gewapende overvallen op een tankstation. Bij de eerste overval is de mededader verkleed als zwarte piet het [tankstation 1] tankstation binnengegaan en heeft de daar werkzame mevrouw [slachtoffer 1] met een knuppel op de zijkant van haar hoofd geslagen waardoor zij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Uit de medische verklaring en de ter zitting voorgedragen slachtofferverklaring is naar voren gekomen hoe groot de impact van de overval is op het leven van het slachtoffer. Zij heeft naast blijvend hersenletsel, permanente gehoorschade en vele fysieke klachten, ook psychische klachten aan de gewelddadige overval overgehouden en zal de gevolgen hiervan haar leven lang met zich mee moeten dragen.

Bij de overval op het [tankstation 2] -tankstation, slechts enkele dagen later, heeft de mededader het slachtoffer met een vuurwapen bedreigd. Het slachtoffer is daadwerkelijk bang geweest dat hij beschoten zou worden en heeft het geld afgestaan.

De rechtbank acht het zeer ernstig dat de verdachte in zo korte tijd een actieve bijdrage heeft geleverd aan een tweetal gewapende overvallen.

Voor een gewapende overval heeft het Landelijk Overleg van Voorzitters Strafsectoren (LOVS) oriëntatiepunten voor straftoemeting voorgesteld. Voor een voltooide overval waarbij geweld is gebruikt, kan een gevangenisstraf van drie jaar als uitgangspunt gelden. Voor een voltooide overval waarbij is gedreigd met geweld, twee jaar. Dat de omvang van de schade aan de zijde van het slachtoffer groot is, is een strafverzwarende factor waarmee de rechtbank rekening houdt. Dat geldt evenzeer voor de grote hoeveelheid hand- en spandiensten die verdachte ten behoeve van de beide overvallen heeft verricht. Verdachte heeft in het geheel een zeer actieve rol gehad. Dit rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan.

Bij de beslissing over de straf en/of maatregel, die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank acht geslagen op de over verdachte opgemaakte reclasseringsrapportage van 16 maart 2016. Gezien de ontkennende houding van verdachte kan de reclassering de kans op recidive niet inschatten.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van verdachtes justitiële documentatie van

26 mei 2016, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten met justitie in aanraking is gekomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstig strafbaar feiten, waarbij hij – slechts geleid door de behoefte aan geldelijk gewin medeplichtig is geweest aan - op grove en gewelddadige wijze gepleegde - overvallen. De negatieve gevolgen voor de slachtoffers, en dan met name voor mevrouw [slachtoffer 1] , zijn zeer groot.

De rechtbank is van oordeel dat slechts het opleggen van een forse gevangenisstraf recht doet aan de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten. Rekening houdend met alle voormelde omstandigheden acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar, met aftrek van de door verdachte in voorarrest doorgebrachte tijd, passend en geboden.

8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen harde schijf dient te worden teruggegeven aan de rechthebbende.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De heer [naam 2] heeft zich namens mevrouw [slachtoffer 1] , voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 6.394,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    materiële schade: € 1.394,70;

  • -

    immateriële schade van € 5000,00.

Dit is gevorderd als “voorschot”. De rechtbank begrijpt dit als een vordering tot schadevergoeding van slechts een deel van de geleden schade. De benadeelde partij behoudt zich kennelijk het recht voor een ander deel van de schade buiten het strafgeding van verdachte te vorderen.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 1 subsidiair rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 6.394,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door feit 1 subsidiair is toegebracht.

9.3

De vordering van de benadeelde partij [tankstation 1]

[naam 3] heeft zich, namens [tankstation 1] voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal

€ 22.132,99, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- materiële schade: te weten uitbetaald loon volgens dienstrooster (€ 20.887,99) en therapiekosten slachtoffer (€ 1.245.00).

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 1 subsidiair rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De verdediging heeft aangevoerd dat de [tankstation 1] niet verplicht was om de kosten te vergoeden en dat zij hiervoor bovendien is verzekerd. De rechtbank stelt vast dat verdachte en zijn mededader door het plegen van een overval op het [tankstation 1] tankstation, niet alleen jegens mevrouw [slachtoffer 1] , maar ook jegens de [tankstation 1] een onrechtmatige daad hebben gepleegd waardoor ook door [tankstation 1] schade is geleden. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 22.132,99, te vermeerderen de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.4

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door feit 1 subsidiair is toegebracht

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27 en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 1 primair en sub 2 primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het sub 1 subsidiair en sub 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 1 subsidiair en sub 2 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
    feit 1 subsidiair

het misdrijf: medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

feit 2 subsidiair

het misdrijf: medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder sub 1 subsidiair en sub 2 subsidiair bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van vijf (5) jaren.

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 6.394,70 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 november 2014, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 subsidiair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van

€ 6.394,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 november 2014, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 66 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [tankstation 1] van een bedrag van € 22.132,99, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 november 2014, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 subsidiair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van

€ 22.132,99, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 november 2014, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 145 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- gelast de teruggave van de harde schijf aan de rechthebbende;

Dit vonnis is gewezen door mr. S.K. Huisman, voorzitter, mr. E. Venekatte en

mr. I.C.E. Draisma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.H. Falkmann-Herber, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2016.

Buiten staat

Mr. Draisma is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie Oost Nederland, district Twente, met nummer 05RDT14048. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

Het op pagina 715 en verder opgenomen proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 1 december 2014, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangeefster:

Gisteren, op 30 november 2014, heb ik dienst gehad bij [tankstation 3] van 7:00 uur tot 14:00 uur en hierna ben ik naar buis gegaan en heb daar even wat gegeten. Vervolgens had ik van 18:00 uur tot 22:00 uur dienst bij [tankstation 1] . Ik ben om 17:15 uur thuis weggegaan en kwam hier aan om 17:30 uur. Ik ga altijd wat eerder naar mijn werk om nog even wat door te spreken met de collega waar ik de dienst van overneem. In dit geval was dit [naam 4] , dit is mijn manager. We hebben toen nog even gekletst met elkaar. [naam 4] is toen omstreeks 17:50 uur weggegaan. Ik zag toen dat de vuilnisbakken vol waren en heb deze geleegd. Toen ik bezig was met liet geld in de kluis doen, kwam er een piet binnen. Vervolgens zag ik hem met een blikje “Red Bull” richting de kassa komen lopen. Ik zag dat hij het blikje “Red Bull” in de afrekenbak legde. Ik pakte het blikje om dit te scannen en op dit moment zag ik dat hij een graai deed in een zak die hij bij zich had. Ik legde liet blikje terug op de balie en dacht dat hij geld zou pakken om het blikje af te rekenen. Toen ik weer op keek, stond hij op de balie. Hij stond met zijn voeten op de balie en had een houten knuppel in zijn hand. Dit was geen honkbalknuppel, dat weet ik zeker. Het was een dun knuppeltje. De knuppel was middenbruin van kleur. Ik zag dat hij met deze knuppel naar mijn gezicht uithaalde. Mogelijk heb ik in een shock op de knop ‘cash’ gedrukt, hierdoor ging de kassalade open. Ik heb op dat moment nog iets gezegd in de trant van “wat doe jij nou!?’. De piet raakte mij aan de linkerkant van mijn gezicht met een forse klap en door deze klap viel ik op de grond achter de balie. Ik viel schuin achterover met mijn rug tegen de kastjes die achter de balie staan. Het werd mij op dat moment even zwart voor de ogen. Ik heb niet gezien wat hij precies deed toen ik op de grond lag. Toen ik opkrabbelde voelde ik aan mijn

gezicht en dacht ik bij mezelf “wat is dit joh?”. Ik heb toen nog geroepen “Wat doe jij nou?”. Ik zag de piet de shop uitlopen. Ik zag dat de piet buiten naar links liep. Hij liep richting [tankstation 1] langs de Europastraat. Ik zag dat er geld uit de kassalade weg was. Ik zag dat de 10 euro en 20 euro biljetten uit de kassa waren gehaald.

2.

Het op pagina 1062 en verder opgenomen proces-verbaal verhoor medeverdachte

[verdachte 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van medeverdachte.

Overval [tankstation 1] , 30 november 2014.

V: Hoe kwam die overval tot stand?

A: Ik was geld schuldig, ik gokte in die tijd. Ik heb contact opgenomen met [verdachte 2]

[verdachte 2] . Ik heb hem verteld, dat ik geld nodig had. Ik heb niet verteld dat ik

gokschulden had.

We zijn toen op het idee om een overval te plegen op een tankstation. We hebben in

het oude huis van [verdachte 2] , aan de [adres 2] filmpjes bekeken van you

tube van overvallen. …

V: Wie heeft het zwarte pieten pak gekocht?

A: Ik heb in Enschede bij de Bart Smit in de binnenstad toen twee zwarte pietenpakken

gekocht. Dat waren kinder zwarte pietenpakken.

V: Wanneer hebben jullie overlegd om de overval op deze manier te plegen?

A: Dat was een aantal dagen voor dat ik die zwarte pietenpakken heb gekocht.

V: Wanneer heb je die zwarte pietenpakken gekocht?

A: Dit was volgens mij op dezelfde dag, als toen de overval is gepleegd.

O: Dit was op een zondag, kan dat dan wel?

Opmerking verbalisant: door advocaat Van der Wal werd op zijn telefoon nagekeken dat

de bewuste zondag een koopzondag was

V: Wat heb je nog neer voor attributen gekocht?

A: Schmink, een zwarte pruik en de twee zwarte pietenpakken heb ik bij Bart Smit

gekocht. Ik denk dat ik bij Blokker pepernoten en een jute zak gekocht.

V: Wat heb je daarna gedaan?

A: Ik ben met de spullen naar Hengelo gegaan naar het huis van [verdachte 2] . De

vader van [verdachte 2] was toen ook thuis. We hebben de spullen naar de kamer van

[verdachte 2] gebracht, zodat zijn vader deze niet zou zien.

V: Hoe ben je in Hengelo gekomen?

A: Ik ben met de auto van mijn vader naar Hengelo gegaan, dit is een zwarte Opel

Zafira.

V: Wat heb je vervolgens in de woning van [verdachte 2] gedaan?

A: We hebben daar nog wat gegeten, ik weet niet meer wat we hebben gegeten.

V: Hoe zijn jullie bij het [tankstation 1] terecht gekomen?

A: We hebben eerst naar diverse tankstations op Google Maps gekeken, we kwamen er

niet uit welk tankstation we moesten hebben. Dit hebben we een aantal dagen voor de

overval gedaan.

Op die zondag zijn [verdachte 2] en ik met de auto gaan rijden.

V: Waar hebben jullie de auto geparkeerd?

A: Wij hebben de auto eerst op de Oude Deldensestraat vlakbij de Europastraat en met

de kruising Kempenstraat geparkeerd.

Daar heeft [verdachte 2] mij toen geschminkt. Hij heeft de pruik goed op mijn hoofd

gezet, ik heb zelf toen het zwarte pietenpak aangetrokken.

Opmerking verbalisant: de plattegrond wordt als bijlage bij dit proces-verbaal van

verhoor gevoegd.

V: Wat heeft [verdachte 2] gedaan?

A: [verdachte 2] is uit de auto gegaan en via de Europastraat langs liet [tankstation 1] tankstation

gelopen om te kijken of de glazen wand bij de balie naar beneden was.

V: Hoe was [verdachte 2] gekleed?

A: Hij had zijn eigen kleren nog aan. Hij droeg volgens mij donkere kleding. Hij

heeft zich toen niet direct verkleed als zwarte piet.

V: Wat is er vervolgens gebeurd?

A: [verdachte 2] kwam weer terug naar de auto en vertelde dat ik gewoon toegang had tot de

kassa en dat er een vrouw alleen aan het werk was in de shop van het [tankstation 1]

tankstation.

Ik heb hem gevraagd of hij nog met mij mee ging om de overval te plegen omdat dit

sterker over zou komen. [verdachte 2] wilde echter niet met mij mee gaan, omdat hij vond dat

hij genoeg voorwerk had gedaan.

We hebben de auto vervolgens in de Kempenstraat aan de rechterkant net voorbij de

kruising met de Lantmanstraat geparkeerd.

[verdachte 2] heeft ook het zwarte pietenpak aangetrokken, ik weet niet meer of dat de plek

was waar de auto eerst stond of op de plek waar de auto daarna hebben geparkeerd.

V: Wat heb je vervolgens gedaan?

A: Ik ben vervolgens via de Lantmanstraat en een pad dat loopt vanaf de Lantmanstraat

naar de Europastraat gelopen en naar liet [tankstation 1] tankstation gelopen.

0: Er zijn getuigen die hebben gezien dat in de Opel Zafira een man met Oost Europees

uiterlijk achter liet stuur zat en tevens hebben twee getuigen gezien dat er ook een

kind bij was.

V: Hoe kan dat?

A: De man met het Oost Europese uiterlijk zou ik kunnen zijn, toen ik nog niet was

geschminkt. Van een klein kind weet ik niks. Alleen [verdachte 2] en ik waren daar.

Ik wil schoon schip maken en zo is het toen ook geweest.

V: Wat heb je meegenomen naar liet [tankstation 1] tankstation?

A: Ik heb een houten knuppel meegenomen. Deze knuppel was van mij, ik weet niet

precies hoe ik in het bezit van die knuppel ben gekomen. Als het goed is moet die

knuppel nog in het huis van mijn ouders aan de [adres 3] liggen, namelijk in de

meterkast.

Ik nam de jute zak die ik had gekocht mee. In die zak zaten pepernoten en tevens zat

de knuppel in de zak.

V: Hoe is het vervolgens precies gegaan?

A: Ik ben de straat waar aan het [tankstation 1] tankstation ligt overgestoken. Ik ben de shop

van het tankstation binnen gegaan. Op dat moment was er nog een klant in de shop, die

iets aan liet afrekenen was. Volgens mij was dit een man.

Ik heb buiten voor de shop nog met pepernoten gegooid en het zou kunnen dat ik binnen

ook met pepernoten liet gestrooid. Ik was bang en zenuwachtig.

Toen de klant weg was ben ik met een blikje Red Bull naar de balie gelopen. Dat

blikje Red Bull heb ik uit de koeling gehaald.

Ik heb het blikje op de balie gezet, dit was bij kassa waar je moet afrekenen.

Ik ben op de balie gesprongen en ik had toen de knuppel in mijn rechterhand. Ik weet

niet of ik de knuppel uit de zak heb gehaald voordat ik op de balie sprong of dat ik

dit heb gedaan toen ik mij al op de balie bevond.

Voiqens mij heeft de mevrouw die achter de balie stond nog wel iets gezegd, omdat zij

liet niet leuk vond dat ik daar met pepernoten strooide, dit zou kunnen maar ik heb

daar ook twijfels daarover.

Ik weet ook niet of ik zelf nog iets heb gezegd of geroepen.

Ik heb vervolgens die mevrouw met de knuppel op haar hoofd geslagen en daarna heb ik

liet geld uit de kassa gepakt.

Ik moet daarbij zeggen, dat ik het meeste uit de beelden weer moet halen, omdat liet

allemaal zo snel ging.

Ik denk dat ik die mevrouw uit angst en paniek met die knuppel heb geslagen. Het was

voor mij de eerste keer dat ik zo iets heb gedaan, ik wist ook niet hoe ik een

overval moest plegen. Ik had alleen maar filmpjes over overvallen op internet gezien.

Ik heb de beelden van de overval ook zeker weer teruggezien. Ik wist niet dat dit de

gevolgen zouden zijn voor die mevrouw. Ik had geen idee dat ik haar zo hard had

geslagen. Het was niet mijn bedoeling om die mevrouw te raken en al helemaal niet op

haar hoofd.

V: Wat gebeurde er dan vervolgens?

A: Ik ben de shop uitgerend en ik ben mogelijk naar links gerend en ik ben de

Europastraat overgestoken en ik ben via een tussen door weggetje weer bij de auto

gekomen.

[verdachte 2] stond buiten bij de auto. Ik weet niet of [verdachte 2] toen nog liet zwarte pietenpak

droeg. Ik ben in de auto gestapt en [verdachte 2] ook en we zijn meteen weggereden. Ik heb

een gewone jas of vest over mijn zwarte pietenpak aan gedaan. We zijn vervolgens via

het station van Borne richting Almelo gereden en daarna zijn we naar Hengelo gereden.

Hoe we precies zijn gereden weet ik niet, want ik ken de weg daar niet. [verdachte 2] heeft

mij de weg gewezen. Tijdens liet rijden heb ik de zwarte pieten broek uitgetrokken. De

auto van mijn vader is een automaat dan hoef je niet beide voeten te gebruiken om de

pedalen te bedienen.

V: Waar zijn jullie in Hengelo naar toe gegaan?

A We zijn naar het huis van [verdachte 2] gegaan. Daar aangekomen is [verdachte 2] eerst binnen

gegaan om de deur van de woonkamer dicht te doen, zodat zijn vader mij niet zou zien

als we naar binnen gingen. Ik was op dat moment nog steeds geschminkt als zwarte

piet. Binnen zijn we naar de badkamer gegaan en daar heb ik de schmink van mijn

gezicht gewassen, dat ging wel moeilijk en [verdachte 2] heeft mij daar bij geholpen.

Daarna zijn we naar de kamer van [verdachte 2] gegaan, welke zich naast de badkamer bevindt.

Daar hebben we het geld geteld, dat ik had weggenomen uit de kassa van liet [tankstation 1]

[tankstation 1] . Ik had dat geld in de jute zak gedaan.

V; Hoeveel geld had je weggenomen?

A: Ik denk dat het tussen de vier en de vijfhonderd euro was en ik weet nog dat het

bankbiljetten waren. Ik heb geen kleingeld gepakt.

V: Wat hebben jullie met het geld gedaan?

A: We hebben het geld verdeeld, ik weet niet meer precies hoe de verdeling is gegaan.

[verdachte 2] heeft in ieder geval wel geld mee gekregen.

V: Wat hebben jullie verder die avond gedaan?

A: We hebben in de achterzijde van de woonkamer op de computer gekeken naar een

bericht van RTV Oost, dat ging over de overval die door een zwarte piet op het

[tankstation 1] was gepleegd.

Volgens mij ben ik daarna naar huis gegaan. Ik heb de knuppel meegenomen naar huis.

De zwarte pietenpakken, de pruik en de jute zak zijn bij [verdachte 2] achter

gebleven.

3.

Het op pagina 1105 en verder opgenomen proces-verbaal verhoor verdachte, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte.

O: [verdachte 2] ook bij jou hebben wij en zoeking gedaan. Bij deze zoeking hebben wij een

pietenbroek aangetroffen in een open kast. Wij tonen jou nu een fotoblad met daarop

twee fotoprintjes van de pietenbroek welke bij jou in de woning werd aangetroffen en

de pietenbroek welke door de overvaller werd gedragen tijdens de overval op het [tankstation 1]

[tankstation 1] .

Deze fotoprintjes worden als bijlage V bij dit proces-verbaal van verhoor gevoegd.

(opmerking verbalisanten, wij toonde de genoemde printjes aan de verdachte)

V: Wat kun je hierover verklaren?

A: [verdachte 1] heeft die spullen na die tijd bij mij gebracht. Ik heb al gezegd dat [verdachte 1]

met dat zwarte pietenpak bij mij is geweest. Hij heeft de broek vervolgens laten

liggen en de rest van het zwarte pieten pak meegenomen. …

V: Onze laatste vraag voor vandaag is, wat jou rol is geweest in de overval op het

[tankstation 1] ?

A: Mijn rol daarin is geweest dat ik die broek moest laten verdwijnen.

4.

De door medeverdachte [verdachte 1] afgelegde getuigenverklaring ter zitting van 23 juni 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige.

Ik heb eerst ontkend omdat ik niet onder ogen wilde zien wat ik gedaan had. Uiteindelijk wilde ik schoon schip maken en daarom heb ik een verklaring afgelegd. Ik had met [verdachte 2] filmpjes van overvallen via YouTube bekeken. Dit was op een gewone computer die stond in zijn woonkamer. De kleur van het pietenpak van [verdachte 2] kan ik mij niet herinneren. Ik herinner mij ook niet wat ik precies met [verdachte 2] heb afgesproken. Het was wel duidelijk dat we samen aan geld wilden komen. Ongeveer vijf tot tien minuten voorafgaand aan de overval is [verdachte 2] in het tankstation gaan kijken. We hadden de auto in een zijstraat geparkeerd. [verdachte 2] wist dat ik tijdens de overval een houten knuppel bij mij had. Na de overval is de buit tussen ons verdeeld.

Eind vorig jaar zocht [verdachte 2] contact met mij. Ik heb hier met mijn vriendin over gesproken.

5.

De op pagina 837 opgenomen proces-verbaal bevindingen broekje Pietenpak, waaruit blijkt dat op

11 januari 2016 in de woning van verdachte aan de [adres 4] , een rose broekje is aangetroffen overeenkomstig het broekje dat medeverdachte [verdachte 1] tijdens de overval op het [tankstation 1] tankstation te Borne op 30 november 2014.

6.

Het op pagina 970 van het dossier opgenomen weergave van een tapgesprek tussen medeverdachte [verdachte 1] en zijn vriendin [naam 5] d.d. 29 november 2015.

Tapgesprek 1, sessienummer 19734, T004 [telefoonnummer] , 19 november 2015 te 22.20.44 uur:

[verdachte 1] zegt: Luister die Surinaamse jongen, hij wil mij deze weekend zien. Vind je het goed als ik zondag even een uurtje, twee uurtjes met hem ga.

[verdachte 1] zegt: Uhm ik ken hem al drie jaar ongeveer. Eerste jaar, hij zat bij mij de klas daarna zijn we

allebei gestopt met school maar sinds dien hebben wij nog altijd contact. Alleen de laatste tijd is minder, maar vroeger hij kwam en ik ging naar hem toe en zo. Ik ben zelfs bij hem thuis geweest.

[naam 5] zegt: Heb jij wel eens slechte dingen met hem gedaan?

[verdachte 1] zegt: Ik heb wel slechte dingen met hem gedaan ja.

[naam 5] zegt: Ja oké dat mag niet.

[verdachte 1] zegt: Oké dan zeg ik wel tegen hem morgen van uh broer het lukt niet sorry man. Hij wil mij al twee maanden ongeveer al spreken.

Feit 2

1.

Het op pagina 1199 en verder opgenomen proces-verbaal van aangifte van [eigenaar]

d.d. 4 december 2014, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:

Ik ben eigenaar van het [tankstation 2] gelegen aan de [adres 5] te Hengelo 0v en ben derhalve bevoegd om aangifte te doen van diefstal met geweld. Gisteravond, dus donderdagavond 4 december 2014 omstreeks 20.30 uur is dit tankstation van mij overvallen. Ik was hier zelf niet bij aanwezig. Personeel van mij is overvallen door een man welke met een vuurwapen heeft gedreigd. Ik kan hier liet volgende over verklaren. Gisteravond, dus donderdag 4 december 2014, werd ik in kennis gesteld van het feit dat mijn [tankstation 2] tankstation, gelegen aan de [adres 5] te Hengelo Ov, was overvallen. Ik ben vervolgens naar mijn tankstation gereden om mijn personeel op te vangen en om polshoogte te nemen. Deze overval heeft plaatsgevonden omstreeks 20.30 uur en heeft in totaal amper 1 minuut geduurd. Dit vanaf liet moment dat de dader binnen kwam totdat hij weer vertrok. Gisteravond waren 2 personeelsleden van mij aan het werk in genoemde tankstation. Dit betroffen [slachtoffer 2] en [naam 6] . Ik heb begrepen dat [slachtoffer 2] , terwijl [naam 6] elders in liet tankstation bezig was, is geconfronteerd met een man welke een vuurwapen op hem richtte en hierbij schreeuwde dat hij geld wilde hebben. [slachtoffer 2] heeft niet geaarzeld en heeft de kassalade uit de kassa gehaald en deze, onder bedreiging van het vuurwapen, voor de overvaller op de balie geplaats. De overvaller heeft vervolgens het briefgeld uit de kassalade gepakt en heeft dit geld in zijn jaszakken gepropt. Hierbij liet hij nog meerdere bankbiljetten op de grond vallen. Nadat de overvaller het geld uit de kassalade, en een gedeelte wat op de grond was gevallen, had gepakt heeft hij het tankstation verlaten en is de Hasselerbaan overgestoken. Daar is hij vermoedelijk de woonwijk ingelopen. Er is in eerste aanleg een bedrag van 360 euro aan briefgeld weggenomen uit de kassalade, in verschillende coupures. Echter de dader heeft in het tankstation geld op de grond laten vallen en achtergelaten. Dit gevallen geld bleek een bedrag van 80 euro te zijn. De dader is er dus met een geldbedrag van 280 euro aan contant briefgeld vandoor gegaan. Het geld wat op de grond is gevallen hebben wij weer in de kassa geplaatst. In en om het tankstation is camerabewaking van het tankstation. Ik heb deze beelden reeds ter beschikking gesteld. Op deze beelden is de dader goed zichtbaar. Er is te zien hoe de dader mijn personeelslid [slachtoffer 2] met een vuurwapen

bedreigd en hoe [slachtoffer 2] hier mee omgaat. Niemand had het recht of de toestemming om, onder bedreiging van een vuurwapen, goederen (geld) weg te nemen en zich dit toe te eigenen. De dader kon bij dit geld komen doordat hij [slachtoffer 2] met een vuurwapen bedreigde waardoor [slachtoffer 2] genoodzaakt was om de kassalade op de balie te zetten waardoor de dader het geld er uit kon halen.

2.

Het op pagina 1203 en verder opgenomen proces-verbaal verhoor getuige [slachtoffer 2]

d.d. 4 december 2014, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige.

Op donderdagavond 4december 2014 was ik samen met mijn collega [naam 6] aan het werk bij bovengenoemde tankstation. Omstreeks 20.30 uur was [naam 6] op een andere plek aan het werk in het tankstation dan ik. Ik was in het winkelgedeelte van het tankstation. Ik zag op een moment dat er geen andere klanten binnen waren dat er omstreeks 20.30 uur een man het tankstationwinkeltje binnen kwam lopen. Ik liep op dat moment nog in het publieke gedeelte van de winkel en ben via een vergrendelde deur achter de balie gaan staan. Ik zag dat deze man direct naar de balie liep.

Ik zag dat hij zwarte lederen handschoenen droeg. Deze man sprak mij aan en vroeg mij naar de toiletsleutel. Ik zag dat hij een plastic zakje pakte welke voor hij de balie lagen. In dit zakje zat een soort speelgoedautootje welke klanten krijgen als ze 20 liter hebben getankt. Hij legde

dit direct weer terug. Ik bukte mij achter de balie om de toiletsleutel, welke aan een klosje zat, te

pakken. Toen ik weer overeind kwam zag ik dat deze man plots in zijn rechterhand

een vuurwapen vasthield en deze op mij richtte. Ik hoorde hem met stemverhef tegen mij roepen: ”Kassa kassa”. Ik had het eerst niet eens direct in de gaten wat er gebeurde maar kwam toch vrij

vlot tot de ontdekking dat hij het tankstation aan het overvallen was.

Ik heb mij niet bedacht en heb de kassalade uit de kassa getrokken en heb deze voor hem op de balie neergezet. Ik zag dat hij met zijn linkerhand het briefgeld uit deze kassalade pakte en dit in zijn jaszak probeerde te proppen. Ook probeerde hij met zijn rechterhand, waarin hij het wapen nog vasthield, geld te pakken. Ik zag dat een gedeelte van het door hem gepakte briefgeld hierbij op de grond

viel. Terwijl hij dit deed bleef hij het vuurwapen in zijn rechterhand vast houden

en op mij gericht houden. Ik hoorde hem nog een keer iets zeggen van: ”Het komt wel goed.”.

Het viel mij op dat hij met een beetje een buitenlands accent sprak, alsof hij Turks of Marokkaans was. Ik zag dat hij nog wat geld van de grond probeerde te pakken waarna hij zich omdraaide en de winkel van het tankstation verliet. Dit ging Vrij rustig. Direct hierop heb ik de overvalknop ingedrukt waardoor er een stil alarm over is gegaan. Hierop werd de politie gealarmeerd welke volgens mij binnen 5 minuten ter plaatse waren.

Ik kan van de overvaller het volgende signalement geven:

- Licht getinte man

- Dun postuur

- Lengte ongeveer 185cm

- Leeftijd ongeveer 25 jaar

- Donkere ogen

- Hij droeg een lichtblauwe spijkerbroek met daarop een zwarte jas.

- Tevens droeg hij een zwart petje met op de voorzijde een onbekende

lichtkleurige opdruk

- Hij droeg rode sportschoenen, mogelijk merk Puma.

- Tevens droeg hij zwarte handschoenen en had een zogenaamde zwart

met witte PLO-sjaal om zijn hoofd. Er zaten van die

franjes/kwastjes aan de sjaal. Zijn gezicht was echter grotendeels gewoon

zichtbaar.

- Hij sprak met een buitenlands accent. Hierbij wil ik wel opmerken dat hij goed

Nederlands sprak maar toch hoorde ik iets een buitenlands accent in zijn spreken.

Op de camerabeelden is goed te zien hoe de overval heeft plaats gevonden. Ook is hier duidelijk op te zien dat ik onder dwang van die man met het vuurwapen de kassalade heb afgegeven waarna hij liet briefgeld uit deze kassalade pakte en wegnam. Dit alles heeft zich in amper een minuut tijd afgespeeld. Ik ken deze man niet. Er is uiteindelijk een totaalbedrag van 280 euro aan contant briefgeld in verschillende coupures daadwerkelijk weggenomen.

3.

Het op pagina 1062 en verder opgenomen proces-verbaal verhoor medeverdachte

[verdachte 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van medeverdachte.

Overval [tankstation 1] , 30 november 2014.

V: Hoe kwam die overval tot stand?

A: Ik was geld schuldig, ik gokte in die tijd. Ik heb contact opgenomen met [verdachte 2]

[verdachte 2] . Ik heb hem verteld, dat ik geld nodig had. Ik heb niet verteld dat ik

gokschulden had.

We zijn toen op het idee om een overval te plegen op een tankstation. We hebben in

het oude huis van [verdachte 2] , aan de [adres 2] filmpjes bekeken van you

tube van overvallen. …

A: We hebben eerst naar diverse tankstations op Google Maps gekeken, we kwamen er

niet uit welk tankstation we moesten hebben.

4.

Het op pagina 1512 en verder opgenomen proces-verbaal verhoor medeverdachte

[verdachte 1] d.d. 11 februari 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van medeverdachte.

O: Je hebt gisteren verklaard dat je ook de overval op het [tankstation 2] aan de [adres 5]

[adres 5] te Hengelo, op donderdag 4 december 2014 hebt gepleegd. We hebben ook

afgesproken dat we je daar vandaag over gaan horen.

V: Waarom wilde je nu weer een overval plegen?

A: Ik wilde weer om dezelfde reden een overval plegen, en dat is vanwege gokschulden.

Ik had nog niet genoeg geld om die schuld af te betalen.

V: Wanneer kwamen je op het idee om deze overval te plegen?

A: Ik denk dat dit op dezelfde avond is geweest, toen ik die overval als zwarte Piet

heb gepleegd, ik weet dit niet 100 procent zeker. Ik weet wel dat we bij [verdachte 2]

[verdachte 2] de buiten hadden verdeeld, en dat ik er toen achter kwam, dat ik nog niet

genoeg geld had om mijn schulden af te betalen.

V: Wie kwam er op het idee om deze overval te plegen?

A: Ik weet niet wie er op het idee kwam om weer een overval te plegen. [verdachte 2] en ik

hebben het uiteindelijk wel samen besloten om weer een overval te plegen. Ik heb wel

gezegd, dat ik niet weer een knuppel mee wilde nemen omdat ik wel geschrokken was

door wat er was gebeurd, ik had echter nog niet het besef wat de gevolgen waren. Ik

wilde nu iets meenemen, waar ik iemand geen pijn mee kon doen. Ik weet dat ik toen nog niet volwassen genoeg was en me niet heb gerealiseerd wat ik een ander daar mee aan deed, door een overval te pleeg. Dat besef heb ik nu wel, ik kan het echter niet meer terug draaien. Het enige wat ik kan doen is nu alles eerlijk vertellen. Ik geloof dat [verdachte 2] met het voorstel kwam om een echt pistool te gebruiken. Ik wilde echter geen echt pistool aanschaffen, omdat dit te duur was. Er is afgesproken dat ik de overval zou plegen.

V: Hoe werden de rollen verdeeld?

A: [verdachte 2] zou weer het voorwerk doen en ik zou de overval plegen.

V: Waarom ging jij de overval dan weer plegen en niet [verdachte 2] ?

A: [verdachte 2] vond dat ik langer was en gevaarlijker overkwam dan hij en ik was het daar

wel mee eens.

V: Wat is er vervolgens afgesproken?

A: Ik heb voorgesteld om alarmpistool in Duitsland te gaan halen. Ik wist een winkel

in Gronau, die ook messen verkoopt en dergelijke, waar je ook alarmpistolen kon kopen. Ik weet niet op welke dag ik dat alarmpistool in Gronau heb gekocht, het is in ieder geval op een dag geweest, gelegen tussen beide overvallen. Dus tussen 30 november en 4 december 2014.

V: Wat was de prijs van dat gasalarmpistool?

A: De prijs was tussen de 50 en 100 euro. Dit is aangeslagen op de kassa en ik heb een doordruk van de uitgeschreven kwitantie meegekregen.

V: Heb je dat alleen betaald?

A: Ik denk dat [verdachte 2] en ik dit samen hebben betaald. [verdachte 2] is niet mee geweest om

dat gasalarmpistool te kopen.

V: Moest je toen ook je identiteitsbewijs nog laten zien?

A: Dat weet ik niet meer, of ik dat heb laten zien.

V: Waarom dit tankstation?

A: [verdachte 2] vond dit een belangrijk tankstation in de omgeving. Het was daar druk en er

zou dan waarschijnlijk ook veel geld zijn. Hier hadden we het voordat de overval werd

gepleegd al over gehad. Ik zelf kende het tankstation niet. [verdachte 2] kende het

tankstation en hij wist ook dat daar buiten toiletten waren, waarvoor je de sleutel

binnen moest ophalen.

V: Wat is er van te voren afgesproken over deze overval?

A: Ik zou de overval plegen en [verdachte 2] zou van te voren de situatie bekijken. Hij zou kijken of veiligheidswand naar beneden was.

V: Hoe ben je die dag naar Hengelo gegaan?

A: Ik ben weer met zwarte Opel Zafira naar Hengelo gegaan. Dat is de auto van mijn vader.

V: Waar ben je toen heen gegaan?

As Ik ben naar [verdachte 2] gegaan, naar het huis waar hij eerst woonde met zijn vader aan de [adres 2] .

V: Was het op donderdag, 4 december 2014 toen je naar Hengelo, naar [verdachte 2] ging, ook

al duidelijk dat jullie die dag de overval op het tankstation gingen plegen.

A: Ik denk het wel, ik weet het niet helemaal zeker.

V: Wanneer heb je het gasalarmpistool meegenomen naar Hengelo?

A: Dat was ook op die dag, op donderdag 4 december 2014.

V: Wat is er nog meer meegenomen om die overval te kunnen plegen?

A: Ik heb niks specifieks meegenomen, ik was normaal gekleed.

V: Welke kleding droeg je tijdens de overval?

A: Ik droeg denk ik een blauwe spijkerbroek, die rood met witte Pumaschoenen, een

arafatsjaal. Dit is de sjaal die ook op de foto’s staan van de camerabeelden. Ik had

volgens mij eerst wel een jas aan, maar die heb ik tijdens de overval niet aangehad.

Onder de jas droeg ik een zwarte trui of sweater, zonder ritssluiting of knopen aan

de voorkant. Onderaan de trui zaten ook nog twee zakken, die met elk verbonden.

waren. De hals van de trui was hoog. De trui was verder voorzien van nepleren

stukken. Ik droeg een donker kleurige pet. Ik denk dat ik de pet ergens bij heb

gekregen, het was in ieder geval geen pet van een bepaald merk. Ik weet niet hoe lang

ik die pet al had.

Ik draag normaal gesproken geen pet en ik denk dat ik toen de pet droeg om niet

herkend te worden.

V:Je bent dus naar [verdachte 2] gegaan, hoe lang voor de overval was je daar ongeveer?

A: Dat weet ik niet meer. Ik weet wel dat we nog wat hebben gedronken bij [verdachte 2] .

Toen we wegreden naar het tankstation, was het al donker.

V: Hoe zijn jullie naar het tankstation gereden?

A: Dat was ook met de Opel Zafira en [verdachte 2] heeft mij de weggewezen naar het

tankstation.

V: Waar heb je de auto neer gezet?

A: Ik kan het op de plattegrond aanwijzen, dit is dan op de Pierre Montreuxstaat. Van

daar uit kon ik zo schuin kijken naar het tankstation, terwijl [verdachte 2] naar het

tankstation ging om de situatie daar te bekijken.

Opmerking verbalisanten: wij toonden de verdachte een plattegrond van Googlemaps van

de omgeving van het [tankstation 2] aan de [adres 5] te Hengelo. Hierop

werd door hem aangegeven waar de auto werd geparkeerd.

Deze plattegrond wordt als bijlage 1 bij dit proces-verbaal gevoegd.

V: Hoe laat was het ongeveer toen de auto daar werd geparkeerd aan de Pierre

Montreuxs?

A: Het was donker, maar ik weet geen tijdstip.

V: Wat deed jij, toen [verdachte 2] naar het tankstation was?

A: Ik ben als een ADHD patiënt heen en weer ben gaan lopen. Ik ben vanaf de auto naar

de hoek van de straat gelopen, dit zou 5 a 10 meter kunnen zijn. Ik weet wel dat ik

bloednerveus was.

V: Na hoeveel tijd kwam [verdachte 2] weer terug?

A: Ik denk na ongeveer vijf minuten, het leek heel lang.

V: [verdachte 2] komt dan weer terug, wat hebben jullie toen gedaan?

A: Toen zijn wij daar weggereden.

V: Waar heb je de auto toen geparkeerd?

A: Als ik de plattegrond zo bekijk, zijn we vanaf de Pierre Montreuxstraat linksaf

geslagen en vervolgens de Hasselerbaan overgestoken, daarna zijn we de eerste weg

links ingereden. Daar heb ik de auto geparkeerd. Ik kan mij niet herinneren aan welke

kant van de straat ik de auto heb geparkeerd.

Opmerking verbalisanten: wij toonden de verdachte weer de plattegrond van googlemaps

van de omgeving van het [tankstation 2] aan de [adres 5] te Hengelo.

Hierop werd door hem aangegeven waar de auto werd geparkeerd.

Deze plattegrond wordt als bijlage bij dit proces-verbaal gevoegd.

V: Wat heeft [verdachte 2] jou verteld over de situatie in het tankstation?

A: Dat er een homo achter de balie stond, hij bedoelde daarmee dat die persoon een mietje was. Verder heeft hij gezegd, dat ik gewoon bij het geld in de kassa kon komen. Hij bedoelde daarmee dat er geen veiligheidswand omlaag was.

V: Nadat jullie daar de auto hebben geparkeerd, wat ben je toen gaan doen?

A: Ik ben naar het [tankstation 2] tankstation gelopen om daar de overval te plegen. Ik merk daarbij dat ik geld wilde hebben en dat ik het meer zag als een soort van diefstal.

V: Wat heeft [verdachte 2] toen gedaan?

A: [verdachte 2] bleef bij de auto. Hij is niet in de auto gaan zitten, want ik had de auto

afgesloten en ik had de sleutels bij mij.

Toen ik wegliep is [verdachte 2] nog een stukje met mij mee gelopen tot aan de kruising van

de Cornelis Dopperstraat en de Dinand Dijnkhuisstraat. Vanaf die hoek had hij zich op

het tankstation.

V: Hoe liep jij naar het tankstation?

A: Aan de linkerkant van de rijbaan, bevond zich een trottoir. Via dit trottoir ben

ik de Hasselerbaan over gestoken en naar het tankstation gelopen. Volgens ben ik

onderweg nog een man met een hond tegen gekomen, althans ik denk dat.

V: Waar had je op dat moment het pistool?

A: Ik denk in mijn broek, ik weet dit niet meer precies.

V: Hoe gaat het dan verder?

A: Ik ben naar de kassa balie in de shop van het tankstation gelopen. Ik liep een

beetje alsof ik nodig naar het toilet moest. Bij de balie aangekomen, vroeg ik naar

de sleutel van het toilet. Ik had de informatie dat er een sleutel van het toilet was

van [verdachte 2] gekregen

V: Waarom vroeg je naar die sleutel?

A: Dan had ik tijd om het pistool te pakken.

V: Wat deed de baliemedewerker toen?

A: Ik denk dat de baliemedewerker moest bukken om de sleutel te pakken. Op dat moment

heb ik het pistool te voorschijn gehaald.

V: Wat deed je vervolgens met het pistool?

A: Ik richtte het pistool met de loop in de richting van de baliemedewerker.

V: Wat er gebeurde er toen?

A: Ik vroeg volgens mij om geld of om kassa. Ik zag dat de baliemedewerker de

kassalade uit de kassa haalde. Ik heb toen het briefgeld uit die kassalade gepakt. Ik

heb het geld in de zakken van mijn trui of sweater gedaan. Ik weet nog dat er nog wat

briefgeld op de grond viel. Dit was nog bij de balie. Ik heb dat toen nog opgeraapt.

Vervolgens heb ik mij omgedraaid en ik ben naar buiten gegaan.

Uit de beelden blijkt dat ik rustig naar buiten ben gelopen. Buiten ben ik gaan rennen naar de auto.

V: Op het moment dat je daar binnen was, waren er toen nog meer klanten?

A: Volgens mij niet.

V: Wat doe je vervolgens?

A: Ik ben zo snel mogelijk naar de auto gegaan. Ik weet niet of ik op dat moment iets

heb veranderd aan mijn kleding. Bij de auto aangekomen zijn [verdachte 2] en ik snel ingestapt en op aanwijzing van [verdachte 2] , zijn we naar zijn huis aan de [adres 2] gegaan.

V: Wat hebben jullie bij het huis van [verdachte 2] gedaan?

A: We zijn daar naar binnen gegaan en hebben daar de buit weer verdeeld. Ik weet niet

meer hoeveel dit precies was. Ik heb de aangifte gelezen en ik zag toen dat het 280

euro was. [verdachte 2] heeft die avond het gasalarmplstool van mij gekocht. Dat heb ik daar dus

achter gelaten.

5.

De door medeverdachte [verdachte 1] afgelegde getuigenverklaring ter zitting van 23 juni 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van medeverdachte.

Deze keer wisten [verdachte 2] en ik dat we weer hetzelfde delict zouden plegen maar dan op een andere manier. Het gaspistool hebben we samen betaald, want ik had niet genoeg geld om dat alleen te betalen. Ik had deze keer geen geld van mijn moeder geleend. Het was duidelijk dat wij hetzelfde delict zouden plegen. Ik had pistool bij me. [verdachte 2] heeft de situatie bij het tankstation bekeken. Na de overval zijn we naar zijn huis gegaan en hebben we de buit op zijn kamer gedeeld. Ik heb het pistool bij hem gelaten.

6.

Het op pagina 935 en verder opgenomen proces-verbaal verhoor getuige [getuige]

d.d. 23 december 2014, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van getuige.

Voor aanvang verhoor heb ik getuige medegedeeld dat ik een aantal vragen had omtrent een overval die plaats vond op een [tankstation 2] -tankstation aan de [adres 5] te Hengelo op donderdag 4 december 2014 te omstreeks 20.30 uur en dat getuige mogelijk iets heeft waargenomen wat mogelijk in verband zou kunnen staan met die overval.

V: Wat kun je hierover verklaren?

A: Klopt. Ik ben die avond mogelijk getuige geweest van een voorval wat plaats vond

in de omgeving van de woning van mijn moeder. Die bewuste avond, donderdag

4 december 2014 tussen 20.00 uur en 20.30 uur, bevond ik mij in de woning van mijn

moeder. Ook mijn moeder was in de woning aanwezig. Wij zaten in de kamer toen mijn

moeder op een gegeven moment tegen mij zei dat er een persoon steeds langs ons raam

van de woning liep. Mijn moeder bedoelde het zijraam in de zijgevel van

de woning en gelegen aan de zijde van de [straat] . Ik ben hierop naar

de voordeur gelopen en heb deze geopend. Vanuit de voordeur van de woning heeft men

zicht op de kruising van wegen [straat] / [straat] , alsmede zicht

op een gedeelte van de [straat] . Ook kijk je hierbij in de richting van het aan

de [adres 5] gelegen [tankstation 2] -tankstation. Je kijkt dan zo tegen de

wasplaats aan. Nadat ik de deur had geopend, ben ik een poosje in de deuropening

blijven staan en heb daar een sigaret aangestoken. Ik zag, gedeeltelijk op het

trottoir van de [straat] , een witte bestelbus staan. Deze staat hier wel

vaker. Op dat moment was het reeds een tijd donker maar de straatverlichting

brandde al volop. Op een gegeven moment zie ik over de stoep van de [straat]

[straat] een persoon in beeld komen. Ik heb deze later bij een buurtonderzoek

als volgt omschreven:

- Blank

- 1,90 a 1,95 meter lang

- Witte pet

- Blauwe jas

- Spijkerbroek

De lengte van deze man is een schatting naar aanleiding mijn eigen lengte van meter.

Deze man kwam aanlopen vanachter de zijgevel van de woning van mijn moeder, dus uit

de [straat] . Ik zag dat deze man mij passeerde, op ongeveer 3 meter

afstand van mij, en doorliep tot het einde van het busje. Vervolgens bukte deze man zich iets voorover en keek in de richting van het tankstation, zodat hij zicht had in de richting van de [straat] /tankstation. Hierop draaide deze man zich om en liep terug vanwaar hij was gekomen. Ik vond dit vreemd. Even daarna kwam dezelfde man weer in beeld bij mij en herhaalde zich wat ik eerder had waargenomen. Hij keek wederom in de richting van het tankstation. Hij deed dit op zo’n manier dat hij zelf kennelijk niet gezien wilde worden. Nadat deze man weer even in de richting van het tankstation had gekeken, draaide hij zich weer om en liep langs mij heen in de richting die hij eerder was gekomen. Ik heb niets tegen deze man gezegd. Ik denk dat deze man mij helemaal niet heeft zien staan. Op dat moment dacht ik aan de woorden van mijn moeder en had deze man mogelijk al vaker deze handeling verricht en eerder ook al gekeken in de richting van het tankstation. Op dat moment denk je er nog niet aan dat er mogelijk iets te maken zou hebben met een eventuele

overval. Na een korte periode dat ik daar nog stond, zag ik een tweede man aan

komen lopen vanaf de richting van voornoemd tankstation. Ik heb deze echter niet

bij het tankstation zien weg komen. Ik zag wel dat deze man iets in zijn handen

vast hield. Ik kon niet zien wat het was. Ik kan deze man als volgt omschrijven:

- Getint; Hindoestaans/Surinaams

- Ongeveer 20 jaar oud

- Slank postuur

- Zwarte muts

- Zwarte jas

- Blauwe spijkerbroek

Deze man passeerde de witte bus aan mijn zijde en liep de [straat] in. Op een gegeven moment hoorde ik een auto starten en zag ik dat een zwarte Opel Zafira mij passeerde. Ik zag dat deo lange blanke man achter het stuur zat en die kleinere Hindoestaanse jongen ernaast. Ze reden weg in de richting van kruising van wegen [straat] / [straat] en sloegen linksaf op de richting van de [straat] . Naar aanleiding van hetgeen ik had waargenomen en dat er een overval had plaats gevonden op voornoemd tankstation, heb ik beelden bekeken van de uitzending Opsporing Verzocht en zag ik beelden van de overval op voornoemd tankstation. Uiteraard kwam daarbij de overvaller ook in beeld. Ik herkende direct de overvaller als de man die ik had waargenomen bij de witte bestelbus op het moment dat ik in de deuropening een sigaret had opgestoken op donderdag 4 december 2014 tussen 20.00 uur en 20.30 uur. Ook toont u mij prints van beelden van een donkere jongen tijdens een bezoek aan de shop van het tankstation. Ik herken deze jongen voor 100 % als zijnde de jongen die ik aan zag komen lopen met iets in zijn hand uit de richting van het tankstation. Ik herken beide personen die ik heb zien wegrijden in een zwarte Opel Zafira. U vraagt mij hoe zeker ik ben dat het een zwarte Opel Zafira betrof. Ik weet dit zeker. Ik heb wel enig verstand van auto’s.

Blad 4: Fotoprints van een Hindoestaanse man in de shop van het tankstation, die ik herken als de man die ik heb waargenomen vanuit de deuropening van de woning van mijn moeder

7.

De op pagina 927 van het dossier opgenomen fotoprints waarop te zien is dat verdachte bij de shop van het [tankstation 2] tankstation te Hengelo een aankoop verricht en daarna weer de shop verlaat.

8.

Het op pagina 1091 en verder opgenomen proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 12 januari 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte.

V: Wat weet jij van deze overval?

A: Ik was daar, ik heb drinken gekocht bij het [tankstation 2] tankstation.

V: Ben jij 4 december 2014 rond het tijdstip 20.30 uur in de deze Shop van tankstation [tankstation 2] geweest?

A: Het klopt dat ik daar ben geweest, ik heb daar drinken en sigaretten gekocht.

0: Wij tonen jou nu de printjes van de camerabeelden van dat moment, wat zie je daar

op (Opmerking verbalisanten deze printjes worden als bijlage II bij proces verbaal

van verhoor gevoegd)

V: Wat zie je daarop?

A: Ik zie mezelf daarop, terwijl ik afreken.

V: Wat heb jij toen gekocht in deze shop?

A: Drinken en sigaretten.

V: Met welk vervoersmiddel ben jij naar deze shop gekomen?

A: Ik ben door [verdachte 1] gebracht. Hij was met de auto, ik weet niet van wie die auto

was.

V: Omschrijf dit vervoersmiddel eens?

A: Ik weet niet hoe die auto er uit ziet.

0: Als wij jou zeggen dat het een zwarte Opel Zafira is, een hoog model personenauto.

A: Dat klopt, het was een zwarte auto en een hoog model. Van merken van auto’s heb ik

geen verstand.

V: met wie ben jij daar gekomen?

A: Dat was met [verdachte 1] .

O: Na een korte periode zag deze getuige ( [getuige] ) een 2e man uit de richting van het

tankstation komen. Hij zag, dat die man iets in zijn handen hield. Het betrof een getinte man van Hindoestaanse/Surinaamse afkomst. Deze man was ongeveer 20 jaar oud en had een slank postuur. Hij droeg een zwarte muts, zwarte jas en blauwe spijkerbroek.

V: Wat kun jij hierover verklaren?

A: Dat zou ik kunnen zijn ja.

0: Deze getuige hoorde op een gegeven moment een auto starten en zag, dat de zojuist beschreven blanke en getinte man in een Opel Zafira hem passeerden.

V: Wat kun jij hierover verklaren?

A: Dat kan ik mij zo niet herinneren.

V: Waarom is de auto daar bij de [straat] geparkeerd en niet vlak bij het tankstation?

A: Daar kan ik geen verklaring voor geven. Normaal gesproken zou ik, als ik wat wil halen bij het tankstation, niet helemaal daar gaan staan maar vlak bij het tankstation.

V: Waarom heeft [verdachte 1] de auto daar geparkeerd?

V: We weten dat jij wist wat er ging gebeuren. Het begint er al mee dat de auto wordt

geparkeerd aan de [straat] , dat jij drinken gaat halen en weer terug

gaat en dat jullie daar weg zijn gereden. Hij heeft jou daar afgezet. Jij wist toen

wat er ging gebeuren.

A: Ja, hij ging mij afzetten en zei toen dat hij een overval wilde gaan plegen. Hij

heeft mij niet gezegd, waar hij de overval wilde gaan plegen. Hij had op dat moment

nog niet een pet op en een sjaal om, die had hij zeker in de auto liggen. Ik kon hem

niet tegen houden. .

V: [verdachte 1] is met de auto teruggekomen, nadat hij de overval had gepleegd, wat hebben

jullie daarna gedaan?

A: [verdachte 1] heeft mij vervolgens naar huis gebracht en hij is weggegaan

9.

Het op pagina 1126 en verder opgenomen proces-verbaal verhoor verdachte, d.d. 13 januari 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte.

V: Op welke manier is hij ( [verdachte 1] ) weggegaan?

A: Ik zag dat hij met dezelfde auto was, als die hij bij zich had op 4 december

2014, toen hij de overval op het [tankstation 2] tankstation in Hengelo had gepleegd. Jullie

hebben mij verteld dat dit een Opel Zafira was.

10.

Het op pagina 970 van het dossier opgenomen weergave van een tapgesprek tussen medeverdachte [verdachte 1] en zijn vriendin [naam 5] d.d. 29 november 2015.

Tapgesprek 1, sessienummer 19734, T004 [telefoonnummer] , 19 november 2015 te 22.20.44 uur:

[verdachte 1] zegt: Luister die Surinaamse jongen, hij wil mij deze weekend zien. Vind je het goed als ik zondag even een uurtje, twee uurtjes met hem ga.

[verdachte 1] zegt: Uhm ik ken hem al drie jaar ongeveer. Eerste jaar, hij zat bij mij de klas daarna zijn we

allebei gestopt met school maar sinds dien hebben wij nog altijd contact. Alleen de laatste tijd is minder, maar vroeger hij kwam en ik ging naar hem toe en zo. Ik ben zelfs bij hem thuis geweest.

[naam 5] zegt: Heb jij wel eens slechte dingen met hem gedaan?

[verdachte 1] zegt: Ik heb wel slechte dingen met hem gedaan ja.

[naam 5] zegt: Ja oké dat mag niet.

[verdachte 1] zegt: Oké dan zeg ik wel tegen hem morgen van uh broer het lukt niet sorry man. Hij wil mij al twee maanden ongeveer al spreken.