Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:2475

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
07-07-2016
Datum publicatie
07-07-2016
Zaaknummer
08/952915-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Twee mannen uit Enschede en Hengelo krijgen 6 en 5 jaar gevangenisstraf voor een overval van een tankstation in Borne waarbij één van hen vermomd was als Zwarte Piet. Een medewerkster raakte zwaar gewond na een klap met een knuppel. Dat oordeelt de rechtbank Overijssel. Daarnaast zijn zij schuldig aan een overval op een tankstation in Hengelo. Ook moeten zij een schadevergoeding betalen van bijna 6.400 euro aan de medewerkster van het tankstation in Borne en ruim 22.000 euro aan de eigenaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer (P): 08/952915-15

Datum vonnis: 7 juli 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] (Irak),

wonende in [woonplaats] ,

nu verblijvende in PI Overijssel, huis van bewaring

De Karelskamp.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 juni 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. K.J.L. de Valk en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. R. van der Wal, advocaat te Hengelo (O), naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 30 november 2014, in de gemeente Borne,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

(een) (hoeveelheid) geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan (tankstation) [tankstation 1] (gelegen aan de [adres] ),

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen een persoon, genaamd [slachtoffer 1]

(in/tijdens haar functie van/als servicemedewerker in de shop van de [tankstation 1] ),

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat hij. verdachte en/of zijn mededader:

- zich - verkleed/vermomd als “zwarte piet”, althans (in ieder gevat) voorzien

van een geheel of gedeeltelijk bedekt(e) gezicht en/of vermomming - naar/in

voornoemde shop (van de [tankstation 1] ) heeft/hebben begeven en/of

- ( vervolgens) is/zijn hij, verdachte en/of zijn mededader - terwijl hij/zij

een (houten) knuppel, althans een hard en/of stevig voorwerp ter hand had(den)

genomen - op de balie van die shop (waarachter zich (op dat moment) die

[slachtoffer 1] bevond) - gesprongen/geklommen en/of

- ( vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader met (zeer)

(veel) kracht die [slachtoffer 1] met die knuppel, althans met dat harde en/of

stevige voorwerp in/op/tegen het gezicht/hoofd geslagen en/of

- ( vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader (een)

(hoeveelheid) geld uit de (reeds openstaande) kassalade gepakt/gegraaid/gegrist,

ten gevolge waarvan/waardoor die [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel,

te weten (onder andere) (licht) hersenletsel en/of (blijvend) letsel aan het

gehoor (doofheid aan een oor), heeft opgelopen;

en/of

hij op of omstreeks 30 november 2014, in de gemeente Borne,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een persoon, genaamd [slachtoffer 1] van het leven te beroven,

met dat opzet met (zeer) (veel) kracht die [slachtoffer 1] met een knuppel,

althans met een hard en/of stevig voorwerp in/op/tegen het gezicht/hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande (onder 2) geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 30 november 2014, in de gemeente Borne,

aan een persoon. genaamd [slachtoffer 1] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten (onder andere) (licht) hersenletsel en/of (blijvend) letsel aan het gehoor (doofheid aan een oor), heeft toegebracht, door die [slachtoffer 1] opzettelijk met (zeer) (veel) kracht met een knuppel, althans met een hard en/of stevig voorwerp in/op/tegen het gezicht/hoofd te slaan;

2.

hij op of omstreeks 4 december 2014, te Hengelo, gemeente Hengelo (0).

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) (hoeveelheid) geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[tankstation 2] Tankstation en/of [eigenaar] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] (in/tijdens zijn functie

van/als tankstation winkel medewerker), gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk

geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte,

en/of zijn mededader:

- - voorzien van een geheel of gedeeltelijk over/voor zijn/hun hoofd/gezicht

getrokken sjaal/doek, althans (in ieder geval) voorzien van een geheel of

gedeeltelijk bedekt gezicht - naar/in voornoemde tankstation winkel (behorende

bij [tankstation 2] Tankstation) heeft/hebben begeven en/of

-- (vervolgens) (daarbij) (aan) die [slachtoffer 2] een pistool, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond/voorgehouden en/of

- (vervolgens) voornoemd pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend(e)

voorwerp op die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht (gehouden) en/of

- (vervolgens) (daarbij) naar/in de richting van die [slachtoffer 2] heeft/hebben

geroepen: “Kassa, kassa” en/of

-- (vervolgens) heeft die [slachtoffer 2] de kassalade uit de kassa getrokken en

- (vervolgens) deze (voor hem/hen) op de balie (neer)gezet en/of

-- (vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (een)

(hoeveelheid) geld uit die kassalade gepakt/gegraaid en/of

-- (vervolgens) dat geld in zijn/hun (jas)zak(ken) gestopt/gepropt en/of van de

grond (op)gepakt;

en/of

hij op of omstreeks 4 december 2014, te Hengelo, gemeente Hengelo (O),

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door

geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] (in/tijdens zijn functie

van/als tankstation winkel medewerker) heeft gedwongen tot de afgifte van

een/de kassalade en/of (een) (hoeveelheid) geld, in elk geval van enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [tankstation 2] Tankstation en/of [eigenaar] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte, en/of zijn mededader(s):

-voorzien van een geheel of gedeeltelijk over/voor zijn/hun hoofd/gezicht

getrokken sjaal/doek, althans (in ieder geval) voorzien van een geheel of

gedeeltelijk bedekt gezicht - zich naar/in voornoemde tankstation winkel

(behorende bij [tankstation 2] Tankstation) heeft/hebben begeven en/of

-(vervolgens) (daarbij) (aan) die [slachtoffer 2] een pistool, althans een op een

vuurwapen gelijkend voorwerp heeft/hebben getoond/voorgehouden en/of

-- (vervolgens) voornoemd pistool, althans dat op een vuurwapen gelijkend(e)q

voorwerp op die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht (gehouden) en/of

-- (vervolgens) (daarbij) naar/in de richting van die [slachtoffer 2] heeft/hebben

geroepen: “Kassa, kassa” en/of

-- (vervolgens) heeft die [slachtoffer 2] de kassalade uit de kassa getrokken en

(vervolgens) deze (voor hem/hen) op de balie (neer)gezet en/of

-- (vervolgens) heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (een)

(hoeveelheid) geld uit die kassalade gepakt/gegraaid en/of

-(vervolgens) dat geld in zijn (jas)zak(ken) gestopt/gepropt en/of van de

grond (op)gepakt.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaar. De officier van justitie concludeert voorts tot integrale (hoofdelijke) toewijzing van de civiele vorderingen van mevrouw

[slachtoffer 1] en van [tankstation 1] , vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de ten laste gelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Feit 1

5.1.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde medeplegen van diefstal met geweld met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, in eendaadse samenloop met poging tot doodslag. De officier van justitie heeft in dat verband verwezen naar de aangifte van mevrouw [slachtoffer 1] en de bekennende verklaring van de verdachte. De officier van justitie acht ook de poging doodslag wettig en overtuigend bewezen. Door met een knuppel met kracht tegen het hoofd van mevrouw [slachtoffer 1] te slaan heeft verdachte willens en wetens de aannemelijke kans op fataal letsel aanvaard. Verdachte heeft bovendien de knuppel meegenomen naar de overval, kennelijk met het doel deze te gebruiken.

De raadsman heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde met uitzondering van de poging tot doodslag. Verdachte heeft bekend de diefstal met geweld te hebben gepleegd, hetgeen zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer ten gevolge heeft gehad. De poging doodslag wordt door verdachte ontkend, omdat de opzet nooit gericht is geweest op het om het leven brengen van het slachtoffer, ook niet in voorwaardelijke zin.

5.1.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Poging doodslag

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier vast dat verdachte met een knuppel tegen de linkerzijde van het hoofd, op of net onder het oor, van mevrouw [slachtoffer 1] heeft geslagen. Op grond van de zich in het dossier bevindende videobeelden valt af te leiden dat verdachte haar één korte tik met deze knuppel heeft gegeven. Verdachte haalde daarbij zijn arm niet uit naar achteren, maar sloeg vanuit de pols. Gezien deze omstandigheden valt naar het oordeel van de rechtbank niet te bewijzen dat verdachte het opzet had op fataal letsel bij het slachtoffer. Evenmin is op basis van dit dossier te bewijzen dat de verdachte naar de uiterlijke verschijningsvorm willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer dood zou gaan en deze op de koop toe heeft willen nemen. Uit de medische rapportage die over het slachtoffer is opgemaakt blijkt onder meer dat er geen sprake was van een breuk, maar van een forse zwelling ter hoogte van de linkerzijde van het hoofd en dat het slachtoffer niet buiten bewustzijn is geweest. Er is sprake van een hersenschudding, pijn en gehoorbeschadiging. Dit geheel aan letsels, hoe ingrijpend ook voor het slachtoffer, correspondeert eveneens niet met het te verwachten letsel bij een slag gericht op de dood van het slachtoffer. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging.

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van de ten laste gelegde feiten voor het overige sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie Oost Nederland, district Twente, met nummer 05RDT14048. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1 ten laste is gelegd, gelet op de volgende bewijsmiddelen:

• het op pagina 715 en verder opgenomen proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] ;

• het op pagina 726 en verder opgenomen ingevulde aanvraagformulier medische informatie met bijlagen;

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 juni 2016.

Feit 2

5.2.1

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie Oost Nederland, district Twente, met nummer 05RDT14048. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 2 ten laste is gelegd, gelet op de volgende bewijsmiddelen:

• het op pagina 1199 en verder opgenomen proces-verbaal van aangifte van [eigenaar] ;

• het op pagina 1203 en verder opgenomen proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 2] ;

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 juni 2016.

5.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het sub 1 en sub 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 30 november 2014, in de gemeente Borne, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening heeft weggenomen geld, toebehorende aan tankstation [tankstation 1] (gelegen aan de

Europastraat 25), welke diefstal werd voorafgegaan door en vergezeld van geweld

tegen een persoon, genaamd [slachtoffer 1] (in haar functie van servicemedewerker

in de shop van de [tankstation 1] ), gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te

maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat verdachte

- zich – verkleed als “zwarte piet”, - naar voornoemde shop (van de [tankstation 1] ) heeft begeven

en

- ( vervolgens) zijn hij, - terwijl hij een houten knuppel, ter hand had

genomen - op de balie van die shop waarachter zich op dat moment die

[slachtoffer 1] bevond - gesprongen en

- ( vervolgens) heeft hij, verdachte met kracht die [slachtoffer 1] met die knuppel, tegen

het hoofd geslagen en

- (vervolgens) heeft hij, verdachte geld uit de kassalade gepakt, ten gevolge

waarvan die [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten (licht)

hersenletsel en (blijvend) letsel aan het gehoor (doofheid aan een oor), heeft opgelopen.


en

hij op 30 november 2014, in de gemeente Borne, aan een persoon. genaamd [slachtoffer 1] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (te weten (licht) hersenletsel en (blijvend) letsel aan het gehoor (doofheid aan een oor), heeft toegebracht, door die [slachtoffer 1] opzettelijk met kracht met een knuppel tegen het hoofd te slaan;

2.

hij op 4 december 2014, te Hengelo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen geld, toebehorende aan [tankstation 2] Tankstation en/of [eigenaar] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] (in zijn functie van tankstation winkel medewerker), gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- voorzien van een gedeeltelijk over zijn hoofd getrokken sjaal naar voornoemde tankstation winkel (behorende bij [tankstation 2] Tankstation) heeft begeven en

- ( vervolgens) (daarbij) (aan) die [slachtoffer 2] een pistool, voorgehouden en

- ( vervolgens) voornoemd pistool, op die [slachtoffer 2] heeft gericht gehouden en

- ( vervolgens) (daarbij) in de richting van die [slachtoffer 2] heeft

geroepen: “Kassa, kassa” en

- ( vervolgens) heeft die [slachtoffer 2] de kassalade uit de kassa getrokken en

(vervolgens) deze (voor hem op de balie gezet en

- ( vervolgens) heeft hij, verdachte geld uit die kassalade gepakt en

- ( vervolgens) dat geld in zijn jaszakken gestopt en van de grond opgepakt.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 en sub 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 302 en 312 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft

in eendaadse samenloop met

het misdrijf: zware mishandeling

feit 2

het misdrijf: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee gewapende overvallen op een tankstation. Bij de eerste overval is verdachte verkleed als zwarte piet het [tankstation 1] tankstation binnengegaan en heeft de daar werkzame mevrouw [slachtoffer 1] met een knuppel op de zijkant van haar hoofd geslagen waardoor zij zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Uit de medische verklaring en de ter zitting voorgedragen slachtofferverklaring is naar voren gekomen hoe groot de impact van de overval is op het leven van het slachtoffer. Zij heeft naast blijvend hersenletsel, permanente gehoorschade en vele fysieke klachten, ook psychische klachten aan de gewelddadige overval overgehouden en zal de gevolgen hiervan haar leven lang met zich mee moeten dragen. Bij de overval op het [tankstation 2] -tankstation, slechts enkele dagen later, heeft verdachte het slachtoffer met een vuurwapen bedreigd. Het slachtoffer is daadwerkelijk bang geweest dat hij beschoten zou worden en heeft het geld afgestaan.

De rechtbank acht het zeer ernstig dat de verdachte zich in zo korte tijd schuldig heeft gemaakt aan een tweetal gewapende overvallen, waarbij hij degene was die geweld heeft gebruikt dan wel hiermee heeft gedreigd.

Voor een gewapende overval heeft het Landelijk Overleg van Voorzitters Strafsectoren (LOVS) oriëntatiepunten voor straftoemeting voorgesteld. Voor een voltooide overval waarbij geweld is gebruikt, kan volgens deze oriëntatiepunten een gevangenisstraf van drie jaar als uitgangspunt gelden. Voor een voltooide overval waarbij is gedreigd met geweld, twee jaar. Dat het feit samen met een ander is gepleegd en dat de omvang van de schade aan de zijde van met name het slachtoffer [slachtoffer 1] groot is, zijn strafverzwarende factoren waarmee de rechtbank rekening houdt.

Bij de beslissing over de straf en/of maatregel, die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank acht geslagen op de over verdachte opgemaakte rapportages. Uit het psychologisch rapport van H. Mertens komt naar voren dat er bij verdachte sprake is van een aanpassingsstoornis, onder meer veroorzaakt door onvoltooide acculturalisatie. De psychiater, K.N. Broek heeft geconcludeerd dat er bij verdachte sprake is van een aanpassingsstoornis die ten tijde van het tenlastegelegde gepaard ging met een depressieve stemming. De beide deskundigen hebben geadviseerd om verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen en aan hem een ambulante behandeling bij een forensische polikliniek op te leggen als bijzondere voorwaarde in een voorwaardelijk strafdeel. Ook de reclassering heeft in haar rapport van 26 mei 2015 geadviseerd om aan verdachte een reclasseringstoezicht met hieraan gekoppeld een meldplicht en behandelverplichting op te leggen.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van verdachtes justitiële documentatie van

26 mei 2016, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten met justitie in aanraking is gekomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige strafbaar feiten, waarbij hij - slechts geleid door de behoefte aan geldelijk gewin samen met een ander - op grove en gewelddadige wijze - overvallen heeft gepleegd. De negatieve gevolgen voor de slachtoffers, en dan met name voor mevrouw [slachtoffer 1] , zijn zeer groot.

De rechtbank is van oordeel dat slechts een forse gevangenisstraf recht doet aan de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten. Voor een voorwaardelijk strafdeel met hieraan verbonden een reclasseringstoezicht ziet de rechtbank gelet op de ernst van de feiten geen ruimte. Rekening houdend met alle voormelde omstandigheden acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar, met aftrek van de door verdachte in voorarrest doorgebrachte tijd, passend en geboden.

8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen lap top dient te worden teruggegeven aan de rechthebbende.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

De heer [naam] heeft zich namens mevrouw [slachtoffer 1] , voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 6.394,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    materiële schade: € 1.394,70;

  • -

    immateriële schade van € 5000,00.

Dit is gevorderd als “voorschot”. De rechtbank begrijpt dit als een vordering tot schadevergoeding van slechts een deel van de geleden schade. De benadeelde partij behoudt zich kennelijk het recht voor een ander deel van de schade buiten het strafgeding van verdachte te vorderen.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 1 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 6.394,70, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door feit 1 is toegebracht.

9.3

De vordering van de benadeelde partij [tankstation 1]

[namens tankstation 1] heeft zich, namens [tankstation 1] voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van € 22.132,99, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- materiële schade: te weten uitbetaald loon volgens dienstrooster (€ 20.887,99) en therapiekosten slachtoffer (€ 1.245.00).

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 1 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De verdediging heeft aangevoerd dat de [tankstation 1] niet verplicht was om de kosten te vergoeden en dat zij hiervoor bovendien is verzekerd. De rechtbank stelt vast dat verdachte en zijn mededader door het plegen van een overval op het [tankstation 1] , niet alleen jegens mevrouw [slachtoffer 1] , maar ook jegens de [tankstation 1] een onrechtmatige daad hebben gepleegd waardoor ook door de [tankstation 1] schade is geleden. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 22.132,99, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.4

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door feit 1 is toegebracht

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27, 55 en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het sub 1 en sub 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 1 en sub 2 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
    feit 1

het misdrijf: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge he,

in eendaadse samenloop met

het misdrijf: zware mishandeling

feit 2

het misdrijf: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder sub 1 en sub 2 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zes (6) jaren.

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 6.394,70 te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 november 2014, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van

€ 6.394,70, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 november 2014, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 66 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [tankstation 1] van een bedrag van € 22.132,99, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 november 2014, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nhil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van

€ 22.132,99, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 november 2014, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 145 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

- bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- gelast de teruggave van de laptop aan de rechthebbende;

Dit vonnis is gewezen door mr. S.K. Huisman, voorzitter, mr. E. Venekatte en

mr. I.C.E. Draisma, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.H. Falkmann-Herber, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2016.

Buiten staat

Mr. Draisma is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.