Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:2459

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
05-07-2016
Datum publicatie
05-07-2016
Zaaknummer
08.710038-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 28-jarige vrouw uit Zwartsluis tot 40 uur werkstraf en een voorwaardelijke celstraf van 9 maanden met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden. Zij is schuldig aan stalking, valse aangiftes, brandstichting en vernieling. Gedurende een half jaar deed zij valse aangiftes tegen haar ex-man en beschuldigde hem van brandstichtingen terwijl zij dit zelf had gedaan. Ook beschuldigde zij hem van verkrachting. Omdat de vrouw dit aan haar omgeving vertelde was er een groot wantrouwen naar de ex-man toe, ook van officiële instanties die zich om het welzijn van hun twee kinderen bekommerden. Deskundigen oordelen dat de vrouw een ziekelijke stoornis heeft en verminderd toerekeningsvatbaar is. De vrouw moet hiervoor in behandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.710038-15 (P)

Datum vonnis: 5 juli 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 21 juni 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. E.M. ter Braak en van hetgeen door de verdachte en haar raadsvrouw mr. S.M. Carabain-Klomp, advocaat te IJhorst, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging aan de verdachte luidt dat:

1.

zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 december 2014 tot en met 23 december 2014 te Zwartsluis, gemeente Zwartewaterland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met papier en/of één of meer (plastic) container(s), althans met een brandbare stof, ten gevolge waarvan dat papier en/of die container(s) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor die container(s) en/of een (houten) schutting,

in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

2.

zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 december 2014 tot en met 19 maart 2015 te Zwartsluis, gemeente Zwartewaterland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk tegen (ex-man) [slachtoffer 1] bij de overheid (politie IJsselland) (een) valse klacht(en) en/of (een) valse aangifte(n) heeft ingeleverd en/of in geschrift heeft doen brengen (respectievelijk)

- d.d. 01 december 2014 aangifte terzake van brandstichting (2014200131) en/of

- d.d. 09 december 2014 aangifte terzake van brandstichting (2014208958) en/of

- d.d. 23 december 2014 aangifte terzake brandstichting (2014234115) en/of

- d.d. 02 januari 2015 aangifte terzake vernieling (2015002931) en/of

- d.d. 09 januari 2015 aangifte terzake vernieling (2015014871) en/of

- d.d. 28 april 2015 aangifte terzake vernieling (2015206346) en/of

- d.d. 19 februari 2015 aangifte terzake poging tot brandstichting

(2015085730) en/of

- d.d. 06 maart 2015 aangifte terzake vernieling (2015579926) en/of

- d.d. 19 januari 2015 aangifte terzake verkrachting (2014183300),

waardoor de eer of goede naam van die [slachtoffer 1] wordt aangerand;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 december 2014 tot en met 19 maart 2015 te Zwartsluis, gemeente Zwartewaterland, opzettelijk de eer en/of goede naam van [slachtoffer 1] (ex-man) heeft aangerand door telastlegging van een of meer bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte met voormeld doel aan

- één of meer verbalisanten van politiedistrict IJsselland en/of

- één of meer buurtbewoners en/of

- [naam 2] en/of

- [slachtoffer 2] en/of

- een medewerker van Centrum van Jeugd en Gezin en/of

- haar huisarts

- zakelijk weergegeven - medegedeeld

- dat [slachtoffer 1] meermalen brand in haar containers heeft gesticht en/of

- dat [slachtoffer 1] een poging tot brandstichting in haar woning heeft

gepleegd en/of

- dat [slachtoffer 1] diverse vernielingen aan haar huis en/of auto's heeft

gepleegd en/of

- dat [slachtoffer 1] haar zou hebben verkracht en/of

- dat [slachtoffer 1] [slachtoffer 2] heeft bedreigd en/of beledigd en/of gestalkt,

terwijl verdachte wist dat dit/deze telastgelegde feit(en) in strijd met de waarheid was/waren;

3.

zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 december 2014 tot en met 30 april 2015 te Zwartsluis, gemeente Zwartewaterland en/of in de gemeente Meppel, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2] , in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer 2] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door die [slachtoffer 2]

- ( telkens) meermalen, althans eenmaal, ook gedurende de nacht, telefonisch te benaderen op haar (mobiele) telefoon(s) en/of voor die [slachtoffer 2] bedreigende en/of beledigende en/of kwetsende opmerkingen te maken en/of te uiten en/of

- ( telkens) meermalen, althans eenmaal, bedreigende en/of beledigende en/of kwetsende (privé)berichten en/of foto's al dan niet via Facebook (vanuit account [accountnaam] ) te sturen en/of toe te zenden en/of op de Facebook-pagina van die [slachtoffer 2] te plaatsen en/of

- meermalen, althans eenmaal, op het werk te bellen en/of

- meermalen, althans eenmaal, een rouwkaart toe te sturen;

4.

zij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 16 april 2015 te Zwartsluis, gemeente Zwartewaterland en/of in de gemeente Meppel, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk

- één of meer muren van een schuur behorende bij een (huur)woning gelegen aan de [adres] en/of

- één of meer (personen)auto's (een Ford Fiesta kleur zwart met kenteken [kenteken] en/of een Hyundai Atos kleur blauw en/of een Volkswagen Caddy), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [organisatie] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs1

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van de bewijsmiddelen zoals die in de voetnoten zijn genoemd. Deze bewijsmiddelen bevatten de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

4.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van het onder 1, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde.

De verdediging heeft zich ten aanzien van het ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van het onder 1, 2 primair, 3 en 4 ten laste gelegde sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid:

Ten aanzien van feit 1:

- aangiftes van verdachte, al dan niet met fotoblad;2

- verklaring van [naam 1] ;3

- verklaring van [naam 2] ;4

- verklaring van verdachte5

Ten aanzien van feit 2 primair:

- aangifte van [slachtoffer 1] ;6

- aangiftes van verdachte;7

- verklaring van verdachte;8

- proces-verbaal van bevindingen;9

- sporenonderzoek, met fotobijlagen;10

- rapport van het Nederlands Forensisch Instituut.11

De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van de volgende in de tenlastelegging opgenomen feiten, te weten

- d.d. 02 januari 2015 aangifte terzake vernieling (2015002931) en/of

- d.d. 09 januari 2015 aangifte terzake vernieling (2015014871) en/of

- d.d. 28 april 2015 aangifte terzake vernieling (2015206346) en/of

- d.d. 06 maart 2015 aangifte terzake vernieling (2015579926) en/of

geen bewezenverklaring kan volgen.

Uit de inhoud van de processen-verbaal van aangifte die op deze feiten betrekking hebben, kan niet worden afgeleid dat verdachte tegen de politie heeft verklaard dat zij [slachtoffer 1] er van verdenkt deze feiten te hebben gepleegd. Aldus is niet bewezen dat verdachte wat betreft deze feiten een valse aangifte tegen die [slachtoffer 1] in geschrift heeft doen brengen.

Ten aanzien van het in de tenlastelegging opgenomen feit, te weten

- d.d. 19 februari 2015 aangifte terzake poging tot brandstichting (2015085730)

kan, ondanks dat in het proces-verbaal van aangifte evenmin is genoemd dat verdachte [slachtoffer 1] van dit feit verdenkt, een bewezenverklaring volgen. In het “incidentenrapport” van de brandweer staat vermeld dat verdachte heeft verklaard dat zij haar ex-man van de poging tot brandstichting verdenkt. Dit heeft verdachte kennelijk ook tegen de politie gezegd, want blijkens het proces-verbaal van bevindingen is vlak nadat door verdachte aangifte van dit feit is gedaan door de verbalisanten onderzoek verricht naar de eventuele betrokkenheid van [slachtoffer 1] bij dit feit. De rechtbank acht het derhalve aannemelijk, ook gezien het feit dat de verdediging op dit punt geen verweer heeft gevoerd, dat verdachte tegen de verbalisanten heeft verklaard dat zij [slachtoffer 1] er van verdacht dat hij deze poging tot brandstichting had gepleegd.

Ten aanzien van feit 3:

- aangifte van [slachtoffer 2] , met bijlagen;12

- verklaring van verdachte;13

Ten aanzien van feit 4:

- aangiftes van verdachte, namens [organisatie] , al dan niet met bijlage;14

- aangifte van verdachte, namens [slachtoffer 3] ;15

- aangifte van [slachtoffer 2] ;16

- verklaring van verdachte.17

4.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1, 2 primair, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

zij in de periode van 1 december 2014 tot en met 23 december 2014 te Zwartsluis, gemeente Zwartewaterland, meermalen telkens opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met papier, ten gevolge waarvan dat papier en/of een container geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand en daarvan gemeen gevaar voor die container en/of een (houten) schutting, te duchten was;

2. primair

zij in de periode van 1 december 2014 tot en met 19 maart 2015 te Zwartsluis, gemeente Zwartewaterland, meermalen, telkens opzettelijk tegen haar ex-man [slachtoffer 1] bij de overheid, politie IJsselland, een valse aangifte in geschrift heeft doen brengen, respectievelijk

- d.d. 1 december 2014 aangifte terzake van brandstichting (2014200131) en

- d.d. 9 december 2014 aangifte terzake van brandstichting (2014208958) en

- d.d. 23 december 2014 aangifte terzake brandstichting (2014234115) en

- d.d. 19 februari 2015 aangifte terzake poging tot brandstichting (2015085730) en

- d.d. 19 januari 2015 aangifte terzake verkrachting (2014183300),

waardoor de eer of goede naam van die [slachtoffer 1] wordt aangerand;

3.

zij in de periode van 1 december 2014 tot en met 30 april 2015 te Zwartsluis, gemeente Zwartewaterland en/of in de gemeente Meppel, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 2] , met het oogmerk die [slachtoffer 2] , te dwingen iets te doen, te dulden en vrees aan te jagen, door die [slachtoffer 2]

- ( telkens) meermalen, ook gedurende de nacht, telefonisch te benaderen op haar (mobiele) telefoon(s) en/of voor die [slachtoffer 2] bedreigende en/of beledigende en/of kwetsende opmerkingen te maken en/of te uiten en/of

- ( telkens) meermalen, bedreigende en/of beledigende en/of kwetsende (privé)berichten en/of foto's al dan niet via Facebook (vanuit account [accountnaam] ) te sturen en/of toe te zenden en/of op de Facebook-pagina van die [slachtoffer 2] te plaatsen en

- meermalen op het werk te bellen en

- een rouwkaart toe te sturen;

4.

zij in de periode van 1 januari 2015 tot en met 16 april 2015 te Zwartsluis, gemeente Zwartewaterland en in de gemeente Meppel, telkens opzettelijk en wederrechtelijk

- één of meer muren van een schuur behorende bij een huurwoning gelegen aan de [adres] en

- personenauto's, een Ford Fiesta, kleur zwart met kenteken [kenteken] , en een Hyundai Atos, kleur blauw, en een Volkswagen Caddy, toebehorende aan [organisatie] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft beschadigd.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in haar verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 157, 268, 285b en 350 van het Wetboek van Strafecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

1

het misdrijf: opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, meermalen gepleegd.

2 primair

het misdrijf: lasterlijke aanklacht, meermalen gepleegd.

3

het misdrijf: belaging

4

het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen, meermalen gepleegd.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

De officier van justitie heeft op grond van wat zij bewezen heeft geacht gevorderd dat verdachte zal worden opgelegd;

  • -

    een werkstraf van 40 uren;

  • -

    een voorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden met een proeftijd van drie jaar, met de algemene en bijzondere voorwaarden, zoals bedoeld in het rapport van Reclassering Nederland d.d. 20 juni 2016.

Verder heeft de officier van justitie gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] wordt toegewezen vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de officier van justitie passend is, met uitzondering van de gevorderde werkstraf van 40 uren. De raadsvrouw heeft daartoe - kort samengevat- aangevoerd dat met name gezien de omstandigheid dat verdachte in het kader van de bijzondere voorwaarden een fors behandeltraject zal ondergaan, verdachte met het tevens opleggen van een werkstraf te zwaar wordt gestraft.

De verdediging heeft zich verder op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij voor toewijzing vatbaar is en heeft verzocht een betaling in termijnen mogelijk te maken.

7.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft in een periode van een half jaar meermalen valse aangifte tegen haar ex-man gedaan. Verdachte heeft haar ex-man er onterecht van beschuldigd meerdere keren brand in containers bij haar woning te hebben gesticht en te hebben geprobeerd brand in haar woning te veroorzaken, terwijl zij deze feiten zelf had begaan. Daarnaast heeft verdachte haar ex-man er onterecht van beschuldigd haar te hebben verkracht. De gevolgen van deze valse beschuldigingen zijn voor verdachtes ex-man groot geweest. Doordat verdachte haar omgeving van de verdenkingen op de hoogte had gesteld, was het wantrouwen jegens haar ex-man, ook bij officiële instanties die zich om het welzijn van hun twee kinderen bekommerden, groot. De ex-man heeft zich in de genoemde periode onmachtig gevoeld en hij heeft slapeloze nachten gehad, niet in de laatste plaats omdat hij zich grote zorgen over zijn kinderen maakte, die toentertijd bij verdachte woonden. Door het handelen van verdachte is haar ex-man in zijn eer en goede naam aangerand.

Ook heeft verdachte meerdere malen vernielingen/beschadigingen aan haar woning en aan auto’s van bekenden toegebracht, waarvan ook in die gevallen zijzelf aangifte heeft gedaan maar welke feiten verdachte later zelf bleek te hebben gepleegd. Tevens heeft verdachte een vriendin van haar belaagd. Deze belaging bestond er uit dat verdachte haar vriendin heeft bestookt - onder meer- met bedreigende mailtjes en telefoontjes met veelal de strekking dat verdachte in gevaar was omdat haar ex-man het op verdachte had voorzien.

Blijkens het rapport van de psycholoog van 25 mei 2016 is er bij verdachte sprake van een ziekelijke stoornis in de vorm van een vermijdende persoonlijkheidsstoornis, een gelokaliseerde dissociatieve amnesie en een depressie. De psycholoog heeft overwogen dat de vele afwijzingen die verdachte in haar leven heeft gekend tot veel insufficiëntiegevoelens en een zeer hoge opeenstapeling van indirecte agressieve gevoelens hebben geleid. Deze gevoelens worden door betrokkene niet herkend en worden vermeden, wat een kenmerk is van de vermijdende-persoonlijkheidsstoornis. Door de scheiding heeft verdachte zich afgewezen, vernederd en boos jegens haar ex-man gevoeld. Daarbij is mogelijk door herbelevingen van pesterijen van vroeger en de angst die hierdoor is ontstaan, actuele gevoelens van agressie en woede ontstaan. Deze woede heeft verdachte volgens de psycholoog uit grote angst voor afwijzing niet in directe agressie kunnen omzetten. Verdachte heeft daarom gezind op heimelijke wraakacties, waarmee zij haar ex-man schade kon berokkenen en haar woede kon bekoelen. Hierdoor is zij overgegaan tot het beschuldigen van haar ex-man van feiten die zij zelf heeft gepleegd. Daarop heeft verdachte ervaren, dat zij door haar omgeving als slachtoffer werd gezien en midden in de belangstelling kwam te staan. De gevolgen van haar wraakacties, hebben haar dus genoegdoening gegeven en hebben belonend gewerkt. Op het moment dat verdachte werd ontmaskerd is er grote angst om afgewezen te worden en is er grote schaamte over de tenlasteleggingen bij haar ontstaan. Verdachte weet dat zij de feiten heeft begaan, maar kan zich de dynamiek van de acties, haar gedachtegang en haar drijfveren niet herinneren. Zij kan de werkelijkheid niet aan en reageert met gelokaliseerde dissociatieve amnesie voor de feiten waarvan zij wordt beschuldigd. De psycholoog heeft geconcludeerd dat de ziekelijke stoornis ten tijde van de ten laste gelegde feiten aanwezig is geweest en acht verdachte verminderd toerekeningsvatbaar. De conclusie van de risicotaxatie is dat het recidiverisico laag is. De feiten zijn volgens de psycholoog zeer contextueel bepaald en de verwachting is gerechtvaardigd, dat deze niet herhaald worden.

De rechtbank kan zich verenigen met de in het rapport opgenomen conclusies en maakt deze tot de hare. De rechtbank zal er bij de strafoplegging dan ook rekening mee houden dat de feiten aan verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend.

De psycholoog heeft de rechtbank in overweging gegeven bij een geheel of gedeeltelijke voorwaardelijke straf als bijzondere voorwaarde te stellen dat verdachte een klinische opname in een GGZ-instelling voor de behandeling van de vermijdende persoonlijkheidsstoornis en de posttraumatische stress-stoornis zal ondergaan. Verdachte is eerder ambulant behandeld voor psychotrauma en is toen daarmee gestopt omdat dit te zwaar voor haar was. Het behandeltraject dat nu geadviseerd wordt - naast traumabehandeling, de behandeling van de vermijdende persoonlijkheidsstoornis - is volgens de psycholoog mogelijk nog zwaarder. De psycholoog overweegt daarbij dat een klinische behandeling verdachte zal kunnen ondersteunen om het gehele behandeltraject tot een goed einde te brengen.

Blijkens het rapport van Reclassering Nederland en het verhandelde ter zitting heeft verdachte aangegeven dat zij voor een klinische behandeling gemotiveerd is. Haar belangrijkste motivatie om aan haar persoonlijkheid te werken is de hoop te zijner tijd weer contact met haar kinderen te kunnen hebben. Haar kinderen verblijven nu bij haar ex-man en zij ziet hen slechts één keer in de drie weken onder begeleiding. De reclassering heeft zich aangesloten bij het advies van de psycholoog en heeft als bijzondere voorwaarden een meldplicht, klinische behandeling en ambulante behandeling geformuleerd. Ter zitting heeft de reclasseringswerker J. Vreman verklaard dat verdachte voor de klinisch behandeling bij Transfore Forence te Deventer terecht kan. De reclassering heeft er op gewezen dat de dadelijke uitvoerbaarheid wenselijk is zodat de opnameprocedure zo snel mogelijk in gang kan worden gezet.

De rechtbank is op grond van het voorgaande de noodzaak van een klinische behandeling van verdachte gebleken en acht om die reden in ieder geval het opleggen van een voorwaardelijke straf met daaraan gekoppeld de voorgestelde bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering zijn opgesteld passend en geboden.

Gelet op de aard en de ernst van de gepleegde feiten, zou in beginsel het opleggen van een hogere straf dan gevorderd in de rede liggen. Rekening houdend met de persoon van de verdachte, de verminderde toerekeningsvatbaarheid, de omstandigheid dat verdachte een blanco strafblad heeft en zij nog een fors behandeltraject zal ondergaan, is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde negen maanden gevangenisstraf voorwaardelijk passend is. De voorwaardelijke straf zal verdachte met name moeten motiveren zich voor de behandeling in te zetten en deze af te maken. De proeftijd van drie jaren is van belang om verdachte, mede gezien de zwaarte van haar problematiek, voor langere duur in het zicht van Reclassering Nederland te houden. Naast de voorwaardelijke straf acht de rechtbank tevens de gevorderde werkstraf van 40 uren, mede in het kader van vergelding, passend en geboden. Gezien het laag ingeschatte gevaar voor herhaling acht de rechtbank het niet aangewezen de bijzondere voorwaarden, gelet op de eisen die artikel 14e Sr, daaraan stelt, dadelijk uitvoerbaar te verklaren.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 1] heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 290,43 (tweehonderd negentig euro en drieënveertig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is vast te staan dat de verdachte door het onder 2 primair bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd tot aan de dag der algehele voldoening. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

8.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 2 primair ten laste gelegde feit is toegebracht. De rechtbank zal het verzoek van de verdediging om het toegewezen bedrag in termijnen te betalen, honoreren. De rechtbank bepaalt dat door verdachte de eerste twee maanden telkens € 100,- per maand en de derde maand € 90,43 aan de benadeelde partij moet worden voldaan.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 27 en 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 primair, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt haar daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

1

het misdrijf: opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, meermalen gepleegd.

2 primair

het misdrijf: lasterlijke aanklacht, meermalen gepleegd.

3

het misdrijf: belaging

4

het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen, meermalen gepleegd.

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van negen maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;

  • -

    bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
    - omdat de verdachte ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de verdachte geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de verdachte tijdens de proeftijd de volgende bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd:

  • -

    verdachte moet zich op uitnodiging melden bij de reclassering. Hierna moet zij zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    verdachte wordt verplicht om mee te werken aan klinische behandeling naar aanleiding van de vastgestelde psychische problematiek bij Transfore Forence te Deventer of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die haar in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

  • -

    verdachte wordt verplicht om mee te werken aan ambulante behandeling in het kader van nazorg aansluitend op de klinische opname bij een instelling welke wordt aangewezen door de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die haar in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

  • -

    veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 40 uren;

  • -

    beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 dagen;

  • -

    beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 290,43, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 december 2014 tot aan de dag der algehele voldoening;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 primair bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 290,43 (zegge: tweehonderd negentig euro en drieënveertig eurocent) ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 5 dagen zal worden toegepast. Bepaalt dat verdachte de eerste twee maanden telkens € 100,- per maand en de derde maand € 90,43 aan de benadeelde partij zal voldoen;

  • -

    bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan haar verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Beuker, voorzitter, mr. G.H. Meijer en mr. F. van der Maden, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Martini, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 5 juli 2016.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar met paginanummering aangeduide processen-verbaal en andere stukken, betreft dit op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal dan wel andere bescheiden, als bijlagen opgenomen bij het proces-verbaal van het opsporingsonderzoek van Politie Eenheid Oost-Nederland, onder dossiernummer 2015584588, opgemaakt op (d.d.) 30 november 2015.

2 Proces-verbaal van aangifte van verdachte, met fotoblad, pagina 52 t/m 55. Proces-verbaal van aangifte verdachte, pagina 58 en 59. Proces-verbaal van aangifte met fotobladen, pagina 60 t/m 63.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] , pagina 56.

4 Proces-verbaal van verhoor [naam 2] , pagina 64 en 65.

5 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, pagina 204 t/m 206. De door verdachte ter terechtzitting van 21 juni 2016 afgelegde verklaring.

6 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , pagina 108 t/m 112.

7 Proces-verbaal van aangifte van verdachte, pagina 75 t/m 76. Zie voetnoot 2.

8 Zie voetnoot 3. Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 211.

9 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 85.

10 Proces-verbaal sporenonderzoek, met fotobijlagen, pagina 90 t/m 96.

11 Rapport van het NFI, pagina 98 t/m 106.

12 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , pagina 124 t/m 129.

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 212 t/m 221. De door verdachte ter terechtzitting van 21 juni 2016 afgelegde verklaring.

14 Processen-verbaal van aangifte verdachte, namens [organisatie] , met bijlage, pagina 66 t/m 68 en pagina 70 t/m 71.

15 Proces-verbaal van aangifte verdachte, pagina 115 t/m 116.

16 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] namens [slachtoffer 4] , pagina 119 t/m 121.

17 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 207 t/m 211. Proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 222 t/m 228. De door verdachte ter terechtzitting van 21 juni 2016 afgelegde verklaring.