Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:2383

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
01-07-2016
Datum publicatie
01-07-2016
Zaaknummer
08/770150-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft gedurende een periode van een maand ontucht gepleegd met een vrouw die aan zijn hulp en zorg als sociaal psychiatrisch verpleegkundige was toevertrouwd.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een onvoorwaardelijke taakstraf van 18 uur. Ook moet verdachte zich laten behandelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2017-0019
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer (P): 08/770150-14

Datum vonnis: 1 juli 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1967 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] , [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 juni 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.Y. Huang en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. J. Keupink, advocaat te Hengelo (O), naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

werkzaam zijnde in de gezondheidszorg en/of maatschappelijk zorg, ontucht heeft gepleegd met een patiënt.

Voluit luidt de tenlastelegging - na wijziging ter terechtzitting - aan de verdachte, dat:

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 december 2011 tot en met 31 maart 2012 te Enschede, terwijl hij toen werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg, (telkens) ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] , die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachte's hulp en/of zorg had toevertrouwd, immers heeft hij, verdachte, één of meermalen:

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of (vervolgens) zich door die [slachtoffer] oraal laten bevredigen en/of

- zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- de borst(en) van die [slachtoffer] betast/bevoeld en/of gezoend

- die [slachtoffer] gezoend.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis en tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met een proeftijd van twee jaren en met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering van het Leger des Heils en een verplichting om zich ambulant te laten behandelen.

4. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft zich, overeenkomstig het door haar ter zitting overgelegde requisitoir, op het standpunt gesteld dat verdachte als hulpverlener ontuchtige handelingen heeft verricht met een patiënt/cliënt binnen de behandelrelatie, zodat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat er geen sprake is geweest van afhankelijkheid binnen de relatie tussen verdachte en aangeefster en dat er derhalve geen sprake is van ontuchtige handelingen, zodat vrijspraak moet volgen. Subsidiair dient de ten laste gelegde periode te worden ingekort nu alleen seksuele handelingen op 8 maart 2012 hebben plaatsgevonden. Ook kan niet worden bewezen dat verdachte in de ten laste gelegde periode de borsten van aangeefster heeft betast/bevoeld/gezoend en dat hij aangeefster gevingerd heeft.

5.2

De bewijsoverweging van de rechtbank

Aangeefster [slachtoffer] is op 23 december 2011 bij de crisisdienst van [zorginstelling] gekomen, alwaar zij een intake had met verdachte. Daarna is zij als cliënte/patiënte in behandeling gekomen bij verdachte, die bij [zorginstelling] werkzaam was als sociaal psychiatrisch verpleegkundige. Verdachte was in die hoedanigheid, naar eigen zeggen, al veertien jaar actief. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het slachtoffer bij hem in behandeling kwam, dat er tussen hem en het slachtoffer geen afstand meer was en dat hij met zichzelf over deze situatie in conflict kwam. Ook uit de verklaring van aangeefster tegenover de politie blijkt dat zij in die periode afhankelijk was van verdachte, dat zij problemen had op het relationele, emotionele en financiële vlak en dat zij heel erg bang was om het contact met verdachte te verliezen.

De rechtbank acht op grond van die verklaringen bewezen dat aangeefster aan de hulp en zorg van verdachte was toevertrouwd. Dat de seksuele handelingen ook plaatsvonden na afloop van de behandelrelatie, maakt de beslissing niet anders.

5.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op tijdstippen in de periode van 27 februari 2012 tot en met 31 maart 2012 te Enschede, terwijl hij toen werkzaam was in de gezondheidszorg en maatschappelijke zorg, telkens ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer] , die zich als patiënt en cliënt aan verdachtes hulp en zorg had toevertrouwd, immers heeft hij, verdachte:

- zijn penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht en zich door die [slachtoffer] oraal laten bevredigen en/of

- zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- de borsten van die [slachtoffer] betast/bevoeld en gezoend en/of

- die [slachtoffer] gezoend.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 249 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

werkzaam zijnde in de gezondheidszorg of maatschappelijke zorg, ontucht plegen met iemand die zich als patiënt of cliënt aan zijn hulp of zorg heeft toevertrouwd, meermalen gepleegd.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft gedurende een periode van een maand ontucht gepleegd met een vrouw die aan zijn hulp en zorg als sociaal psychiatrisch verpleegkundige bij [zorginstelling] was toevertrouwd.

Door het plegen van seksuele handelingen heeft verdachte op zeer kwalijke wijze inbreuk gemaakt op de geestelijke en lichamelijke integriteit van aangeefster die in die periode uiterst kwetsbaar was en zich vanwege multiple problematiek tot verdachte wendde voor hulp. Verdachte heeft daarmee niet alleen het vertrouwen dat aangeefster in hem als professioneel hulpverlener mocht hebben, maar ook meer in het algemeen het vertrouwen dat men moet kunnen hebben in hulpverleners in de gezondheidszorg, ernstig geschonden.

De gevolgen voor aangeefster zijn indringend naar voren gebracht in de namens haar ter zitting afgelegde verklaring.

In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat uit het uittreksel van de justitiële documentatie blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

Over verdachte is op 2 juni 2016 gerapporteerd door de reclasseringswerker mevr.

C.T. Dellwig van de Jeugdbescherming & Reclassering van het Leger des Heils. Bij de vaststelling van de op te leggen straf heeft de rechtbank ook acht geslagen op de inhoud van dit rapport.

Op 5 november 2013 heeft het slachtoffer aangifte gedaan van de feiten die inmiddels ruim vier jaar geleden zijn gepleegd. Nadat de officier van justitie in november 2013 had besloten af te zien van vervolging heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden - na een door aangeefster ingediend bezwaar - op 29 september 2014 beslist dat een opsporingsonderzoek tegen verdachte moest worden ingesteld. Het proces-verbaal van de politie is daarna op

12 juni 2015 afgesloten. De zaak is op 17 juni 2016 voor de eerste maal ter zitting aangebracht.

De rechtbank heeft bij de op te leggen straf eveneens rekening gehouden met dit aanmerkelijke tijdsverloop, dat niet aan verdachte te wijten is geweest, terwijl hij wel steeds onder de dreiging van een vervolging heeft moeten leven. De rechtbank houdt ook rekening met de omstandigheid dat de zaak voor verdachte grote gevolgen heeft gehad en nog heeft op zijn professioneel en persoonlijk leven.

Alles afwegend acht de rechtbank een straf als na te melden passend en geboden.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22b, 22d en 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

werkzaam zijnde in de gezondheidszorg of maatschappelijke zorg, ontucht plegen met iemand die zich als patiënt of cliënt aan zijn hulp of zorg heeft toevertrouwd, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
    - omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering van het Leger des Heils te Enschede. Hierna moet hij zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich dient te laten behandelen bij drs. Jeroen Bakker, praktijk voor psychotherapie en psychologische hulp, of een soortgelijke ambulante (forensische) zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering en waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    veroordeelde dient volledige openheid over het verloop van de behandeling te geven en in te stemmen met gegevensuitwisseling tussen de reclassering en de leiding van de ambulante zorgverlenende instantie.

  • -

    draagt de hiervoor genoemde reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 180 uren;

  • -

    beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.C.S. Koppes, voorzitter, mr. G.J. Stoové en

mr. L.T. Vogel, rechters, in tegenwoordigheid van H.K.S. Feijer, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2016.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 17 juni 2016, voor zover, zakelijk weergegeven, inhoudende de verklaring van de verdachte:

In december 2011was ik als sociaal psychiatrisch verpleegkundige werkzaam bij [zorginstelling] in Enschede. In die hoedanigheid kwam ik in contact met mevrouw [slachtoffer] . Ik heb in de periode tot eind maart 2012 seksuele contacten met haar gehad. Ik heb mijn penis in haar mond gebracht en zij heeft mij oraal bevredigd. Ik heb haar ook gezoend en ik heb haar bij haar borsten gepakt. Dat laatste gebeurde bij haar thuis, terwijl de andere handelingen plaats vonden in mijn behandelkamer.

Ik weet dat zij ook heeft verklaard dat ik mijn vingers in haar vagina heb geduwd. Ik twijfel niet aan haar aangifte, maar ik kan mij dat niet herinneren.

Het proces-verbaal verhoor getuige d.d. 11 november 2015, opgemaakt door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, zakelijk weergegeven, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] :

Ik had een intake op 23 december 2011 bij [verdachte] . De eerste seksuele toespelingen waren in

de mail in de nacht van 26 op 27 februari 2012. Op 26 februari 2012 gaf hij mij zijn

privé-emailadres omdat dat handiger was. Op die avond, 26 februari 2012, begon hij ook seksueel getinte mails te sturen. [verdachte] is twee keer bij mij thuis geweest. Hij kwam bij mij om te zien hoe ik woonde. Ik was toen net bevallen. De eerste keer bleef het bij knuffelen en een kus op de wang. De tweede keer ging het verder. De tweede keer vonden er seksuele handelingen plaats. Er was sprake van seksueel binnendringen met zijn hand, niet zijn geslachtsdeel. Verder hebben wij gezoend, kleren uit en op bed gelegen. Het was op zijn initiatief. Van tevoren had hij gezegd dat hij echt niets wilde doen omdat hij er een schuldgevoel van kreeg. Hij zei: “het kan niet, het mag niet”. Ik zei: “oké, dan doen we niets”. Ik had in mijn woning een verhoging in de gang. Daar zat hij op. Toen ik langs hem wilde om iets te pakken had hij me al vast en zat er een vinger in mij. Ik zei toen: “ik dacht dat we niets zouden doen”, en hij zei toen alleen maar: “ja, hallo”.

Het klopt dat [verdachte] heel veel heeft gezegd dat wij er mee moesten stoppen, dat het niet kon en dat het niet mocht. Het liep als een rode draad door onze relatie heen. Maar hij was dan steeds degene die dan weer begon.

U vraagt mij op wiens initiatief de orale seks in de behandelkamer plaats vond. Dat kwam

van twee kanten.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Twente met nummer PLO500-2013114040 (welk geheel is doorgenummerd blz. 1 tot en met blz. 265), door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal, waaronder:

blz. 12-22: het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 5 november 2013:

Ik doe aangifte tegen [verdachte] van seksueel misbruik. Ik kwam 23 december 2011 bij de crisisdienst van [zorginstelling] in Enschede. De eerste intake had ik met [verdachte] . Het eerste gesprek kon ik alleen maar huilen en kwam er weinig zinnigs uit.

(Vraag-antwoord)

V: Waar vonden de afspraken plaats?

A: Bij [zorginstelling] in de behandelkamer van [verdachte] .

V: Wanneer gebeurde er iets op seksueel vlak tussen jullie?

A: Na die erotische chat sessie van 26 op 27 februari 2012.

V: Hoe ging dat?

A: Ik zat in de wachtkamer vol met zenuwen.

V: Wanneer is dan het eerste seksuele contact wat tussen jullie plaats vind?

A: De afspraak daarna, 1e week van maart.

V: Wat is er toen gebeurd?

A: Tussentijds over en weer gemaild over seksuele fantasieën.

V: Wat voor fantasieën?

A: Wat hij met mij zou willen doen en ik met hem.

V: Wat was dat dan?

A: Ik zou je bij je borsten willen pakken wild tekeer gaan met je borsten, ik weet dat het niet kan, gvd wat zou ik je graag stevig willen nemen. Ik zou je diep willen nemen als je me pijpt vergeet je dan de randjes niet.

V: Wat is het extreemste wat hij jou gemaild heeft?

A: Ik zou met mijn hele hand bij jou naar binnen willen, ik zou met mijn voet bij jou naar binnen willen.

V: Hoe reageer jij daar op?

A: Ik hing zo aan die man dat ik mee deed. Het is niet zo dat ik een pistool tegen mijn hoofd heb gekregen. Ik was toen drijvende in de oceaan. Ik heb me aan hem vast geklampt en was als de dood om zijn contact te verliezen. Ik voelde me zo eenzaam en was zo doodongelukkig. Er was een uitlaatklep en dat was [verdachte] .

V: Wat gebeurde er op de 2e afspraak?

A: Weer handen vasthouden, praten over en weer. Had niets meer met behandelen te

maken. Steeds verder naar elkaar toe te trekken. Dat hij eigenlijk vrij snel naar beneden duikt door naar mijn borsten toe en dat ik zijn gezicht pakte en hij zei, “pas op hoor”. Toen begonnen we elkaar te zoenen dat is over de tafel heen. Hij vroeg, “mag ik je borsten pakken”. Ik zei, “Ja”. Ik had een jurk aan en panty’s.

Zijn hand ging onder mijn jurk omdat hij met zijn hand naar mijn vagina wilde. Hij pakte

de rand van mijn panty en het was vrij snel dat ik zijn vingers in mijn vagina voelde. Ik

zei tegen hem, “ik denk dat ik zomaar maar eens onder de tafel kruip”. Hij begon te lachen en zei, “meen je dat nou, ga je dat echt doen”. De muren zijn dun in zo’n behandelkamer. Aan de ene kant een psychiater en de andere kant ook een hulpverlener. [verdachte] zei, niet zo hard, niet zo hard de wandjes zijn niet zo dik. Hij sloeg een keer de handen voor zijn gezicht en zei: “dit heb ik nog nooit mee gemaakt”. Toen we aan het zoenen waren had hij zijn hand bij mijn vagina weg gehaald. Hij pakte mijn hand en legde mijn hand op zijn geslachtsdeel. Hij ging weer zitten op zijn stoel. Toen zei ik, “ik denk dat ik maar eens onder de tafel door kruip”.

V: Nou en dan?

A: Ik kroop onder de tafel door en onder de tafel heb ik zijn broekriem open gemaakt. Ik begon hem te pijpen.

V: Wat is er de 2e keer aan seksueel contact tussen jullie geweest?

A: Vast houden, innig iemand vasthouden, handen vast houden, zoenen, mijn borsten

uit mijn beha halen en met zijn mond eraan zitten, zoenen sabbelen.