Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:2164

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
14-06-2016
Datum publicatie
26-10-2016
Zaaknummer
4888770 \ CV EXPL 16-1898
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verhaal van schade na beschadiging van elektriciteitskabel die bij heiwerkzaamheden is geraakt. Aansprakelijkheid aangenomen vanwege onvoldoende onderzoek naar precieze ligging van de kabel, terwijl kenbaar dat de kabel in de onmiddellijke nabijheid lag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
mr. I. Brinkman en mr. drs. C. van der Woude annotatie in NTE 2016/60, UDH:NTE/14089
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 4888770 \ CV EXPL 16-1898

Vonnis van 14 juni 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ENEXIS B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Rosmalen,

eisende partij, hierna te noemen: “Enexis”,

gemachtigde: Snijder Incasso en Gerechtsdeurwaarders,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde],
gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats 1] ,

gedaagde partij, hierna te noemen: “ [gedaagde] ”,

verschenen bij haar directeur A. [gedaagde] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding d.d. 4 maart 2016, met producties;

- de conclusie van antwoord d.d. 22 maart 2016, met producties;

- de conclusie van repliek d.d. 19 april 2016, met producties;

- de conclusie van dupliek d.d. 17 mei 2016, met producties.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Enexis is netbeheerder in de zin van de Elektriciteitswet 1998 en heeft het eigendom van onder meer de middenspanningskabel, gelegen in de nabijheid van het perceel te (7676 AE) Westerhaar-Vriezenveen aan de Hoofdweg 2 AA.

2.2.

Aannemersbedrijf [A] . te [vestigingsplaats 2] (hierna: de aannemer) heeft op 7 juli 2014 ten behoeve van de door [gedaagde] te verrichten heiwerkzaamheden, zulks in verband met de vervanging van een brug ter hoogte van voormeld perceel, een zogeheten Klic-melding gedaan.

2.3.

In een zogeheten, door [gedaagde] opgestelde ‘verklaring kabel- en leidingvrij werktracé’ heeft de aannemer tegenover [gedaagde] verklaard te hebben medegedeeld dat “de Klic-melding m.b.t. de door ons uit te voeren werkzaamheden door opdrachtgever is gedaan en alle kabels door hem zijn opgezocht en gemarkeerd en hij dit alles heeft getoond aan de medewerkers van opdrachtnemer.”

2.4.

Op 22 augustus 2014 hebben twee medewerkers van Enexis ( [C] en [D] ) de werklocatie van de Klic-melding van 7 juli 2014 bezocht en de kabel ter plaatse heringemeten. In het daarvan opgemaakte door [C] ‘Preventie formulier KLIC/ Aanwijs’ is onder opmerking vermeld:

Samen met [D] deze locatie bezocht. De aannemer was met de werkzaamheden begonnen, de brug was reeds geheel verwijderd, er was niemand aanwezig. We hadden het vermoeden dat men wel heel dicht bij de MS aan het graven was geweest, zo te zien waren er geen proefsleuven gegraven. Nadat we de kabel hadden uitgezet, bleek deze op circa 50 cm onder talud door de graafwerkzaamheden liep, kabel liep niet volgens tekening (heringemeten)

2.5.

Tijdens heiwerkzaamheden door [gedaagde] op 1 september 2014 is de middenspanningskabel van Enexis geraakt, met als gevolg stroomuitval. In het daarover opgemaakte schaderapport heeft Enexis (in de persoon van [E] ) onder meer ingevuld dat de leiding niet voorafgaande aan de werkzaamheden is getraceerd, dat er geen proefsleuven zijn gemaakt en dat er een afwijking van 200 cm was ten opzichte van de tekening. In de daarbij gegeven toedrachtsomschrijving is vermeld:

tijdens heiwerkzaamheden is de kabel 3 kv beschadigd, volgens klic zou de kabel buiten de werkzaamheden liggen. Ook waren er piketjes uitgezet met een enexis sticker waar de kabel zou moeten liggen, ik weet alleen niet wie dat gedaan heeft.

2.6.

Enexis heeft de schade aan de middenspanningskabel hersteld.

2.7.

Per factuur van 24 september 2014 heeft Enexis een bedrag van € 4.231,12 aan herstelkosten bij [gedaagde] in rekening gebracht, waarna Enexis [gedaagde] per brief van 26 september 2014 voor die herstelkosten aansprakelijk heeft gesteld op grond van artikel 6:162 BW.

2.8.

[gedaagde] heeft bestreden aansprakelijk te zijn voor de ontstane schade en Enexis doorverwezen naar de aannemer. Enexis heeft daarop geantwoord dat zij buiten eventuele (contractuele) afspraken tussen [gedaagde] en de aannemer staat en dat [gedaagde] als grondroerder een eigen verantwoordelijkheid draagt.

2.9.

Per brief van 17 maart 2016 hebben de aannemer, alsmede de Gemeente Twenterand (in de persoon van [F] ) en Nepocon Ingenieurs & Adviseurs (in de persoon van [G] ) aan Enexis medegedeeld:

(…) [gedaagde] heeft in opdracht van Aannemingsbedrijf [A] . te [vestigingsplaats 2] heiwerkzaamheden uitgevoerd voor een fundatie van een nieuw te bouwen brug.

In het voortraject zijn de volgende stappen ondernomen om voor alle partijen de knelpunten inzichtelijk en bespreekbaar te maken:

• Oriëntatie melding t.b.v. besteksvoorbereiding

• Nuts overleg op 2 april 2014 in het gemeentehuis van Twenterand te Vriezenveen

In de uitvoering zijn de volgende stappen ondernomen om schade aan de kabel te voorkomen:

• Kabel digitaal in de tekening zetten van de brug. Op basis hiervan is de positie van de palen bepaald.

• KLIC melding uitgevoerd.

• Locatie nieuwe fundatie palen uitgezet.

• Kabel op meerdere plaatsen in de bouwput uit laten zetten door eigen mensen van Enexis, waardoor inzichtelijk werd dat fundatiepalen en kabel dicht bij elkaar lagen.

• Nogmaals de kabel in de tekening verwerkt en het palenplan opnieuw aan laten passen.

• Alvorens starten met het daadwerkelijk heien van de paal middels een waterlans controleren op aanwezigheid van de kabel.

• Alle palen zijn over de eerste ca. 5.00 m voorgespoten om de trilling naar de omgeving te beperken.

• Starten van de heiwerkzaamheden over de laatste ca. 3.00 m.

Constatering

• Nadat de paal was aangebracht heeft het ca. 1 uur geduurd voordat de verschijnselen zich voordeden dat de kabel was geraakt. Dit was zichtbaar door eerst rook en een brommend geluid gevolgd door een steekvlam na ongeveer 15 minuten.

• Bij de eerste verschijnselen is direct Enexis op de hoogte gesteld.

Gezien het feit dat Enexis vroegtijdig bij het ontwerp van de brug is betrokken door de gemeente Twenterand en dat samen is gekozen voor deze werkwijze zijn wij van mening dat wij niet verantwoordelijk zijn voor de ontstane schade. De enige aanwijsbare reden waardoor de schade is ontstaan komt door verkeerd verstrekte informatie van Enexis en/of het onjuist uitzetten van de kabel in de uitvoering.

Wij verzoeken u de dagvaarding tegen [gedaagde] te

[vestigingsplaats 1] op 22-03-2016 in het gerechtsgebouw aan de Schuurmanstraat 2 te Zwolle te laten vervallen en gezamenlijk tot een oplossing in deze kwestie te komen.

(…)

2.10.

In een intern e-mailbericht van 17 maart 2016 heeft [D] van Enexis, onder bijvoeging van enkele foto’s, over de schade aan de middenspanningskabel van 1 september 2014 vermeld:

(…) vreemd genoeg herkende ik de situatie vrijwel direct. Het was n.l. bij een opleidingstraject van mijn collega [C] . Wij kwamen tijdens onze route langs deze locatie waarbij een brug weggehaald was, dit trok onze aandacht om eens te kijken naar de aanwezige infra ter plekke, ofwel een mooi oefenproject.

Wij hebben de infra op de laptop bekeken en waren nieuwsgierig naar de loop van de kabel omdat deze ergens ter plekke van de brug over moest steken.

We hebben een signaal op de kabel gezet en hebben deze volledig uitgelopen met detectieapparatuur, bij het asfalt gedeelte was er een afwijking qua ligging (zie foto’s met gele markering), deze hebben we ingemeten en laten verwerken door de tekenkamer.

Toen we bij de oever waren gekomen, bleek de oversteek zeer nabij de nieuw te plaatsen brug te liggen. We hebben de kabel opgegraven en gemarkeerd, de plek kwam overeen met gedetecteerde locatie.

In het stappenplan qua uitvoering (aannemingsbedrijf [A] ) staat vermeld “kabel op meerdere plaatsen uit laten zetten door eigen mensen van Enexis …” Ik ben benieuwd wie dit geweest is. Onze piketpalen stonden er voor de heipalen getuige de foto’s.

Je kunt dus zeggen dat men willens en wetens de heipalen er boven op heeft gezet, wij hebben preventief piketpalen geplaatst, helaas heeft dit niet kunnen voorkomen dat er schade is ontstaan.

Er zijn geen proefsleuven gegraven, dit bewijs is geleverd bij de foto “Enexis kabel”.

(…)

3 Het geschil

3.1.

De vordering

Enexis vordert - samengevat - de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 5123,32, vermeerderd met de wettelijke rente over € 4.132,12, onder veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2.

Het verweer

[gedaagde] concludeert - samengevat - tot afwijzing van de vordering van Enexis, onder haar veroordeling in de kosten.

4 De beoordeling

4.1.

Enexis heeft aan haar vordering samengevat ten grondslag gelegd dat [gedaagde] zich onrechtmatig jegens haar heeft gedragen, doordat zij de middenspanningskabel die aan Enexis toebehoort, heeft beschadigd. Dit onrechtmatige handelen kan [gedaagde] worden toegerekend, omdat zij in strijd heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijke verkeer betaamt. Daarom is [gedaagde] gehouden de schade te vergoeden die Enexis als gevolg van het onrechtmatige handelen heeft geleden, dit alles aldus Enexis.

[gedaagde] heeft bestreden dat zij zich onrechtmatig jegens Enexis heeft gedragen. Op haar verweer wordt hierna nader ingegaan.

4.2.

De kantonrechter overweegt dat - naar tussen partijen niet in geschil - door toedoen van [gedaagde] een kabel van Enexis is beschadigd. Daarmee staat vast dat sprake is van een inbreuk op een recht in de zin van artikel 6:162 BW. [gedaagde] betwist dat de onrechtmatige daad aan haar kan worden toegerekend, omdat haar niet worden verweten dat zij bij de heiwerkzaamheden op de kabel van Enexis is gestuit. Daarom, zo stelt [gedaagde] , is zij niet aansprakelijk voor de beschadiging daarvan.

4.3.

De kantonrechter overweegt dat het antwoord op de vraag of [gedaagde] door het toebrengen van schade aan een leiding of kabel toerekenbaar onrechtmatig heeft gehandeld ervan afhangt of zij bedacht diende te zijn op de mogelijke aanwezigheid van leidingen of kabels ter plaatse van de werklocatie. Dit is afhankelijk van de feitelijke omstandigheden van het geval, zoals de aard van het terrein en de aard van de werkzaamheden. De aansprakelijkheid van de grondroerder wordt bepaald door de omvang van zijn onderzoeksplicht in verband met de aan hem verstrekte informatie.

4.4.

In de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (hierna: WION) is neergelegd wie welke verantwoordelijkheden heeft ter preventie van graafschade. In artikel 2, tweede lid, WION is bepaald dat de grondroerder de graafwerkzaamheden op zorgvuldige wijze verricht. Te dien einde, zo volgt uit het derde lid, dient de grondroerder ten minste zorg te dragen dat vóór aanvang van de graafwerkzaamheden een graafmelding is gedaan, dat onderzoek is verricht naar de precieze ligging van onderdelen van netten op de graaflocatie, en dat op de graaflocatie de van de Dienst ontvangen gebiedsinformatie aanwezig is. In artikel 1, eerste lid, sub c. WION wordt onder graafwerkzaamheden verstaan: het mechanisch verrichten van werkzaamheden in de ondergrond. Onomstreden is dat heiwerkzaamheden, zoals verricht door [gedaagde] , onder graafwerkzaamheden in voormelde zin moet worden verstaan.

4.5.

Tussen partijen is niet in geschil dat Enexis voorafgaande aan de heiwerkzaamheden door [gedaagde] de ligging en het verloop van de middenspanningskabel in terrein heeft uitgezet door het plaatsen van piketpaaltjes en het aanbrengen van gele strepen van spuitverf. Onomstreden is dat de piketpaaltjes als zodanig herkenbaar door Enexis waren geplaatst doordat de kop van die paaltjes steeds voorzien waren van een sticker van Enexis. Uit de dienaangaande door beide partijen overgelegde foto’s blijkt dat de aangegeven ligging van de leiding zich bevond op het terrein waar al graafwerkzaamheden waren verricht en alwaar in de onmiddellijke nabijheid (op centi-/decimeters afstand) verdere bouwwerkzaamheden waren voorgenomen.

4.6.

Die kenbare onmiddellijke nabijheid van een elektriciteitskabel vergde dan ook van [gedaagde] nader onderzoek naar de precieze ligging daarvan. Uiteraard dient de keuze in wijze van onderzoek van de grondroerder wel te leiden tot het beoogde resultaat, namelijk de vaststelling van de precieze ligging. Om dat doel te bereiken, zal het in voorkomend geval ook nodig zijn om bestrating of asfalt open te breken en de grond open te maken over een groter gebied dan de vermoede ligging van de kabel. Dit geldt te meer indien, zoals in dit geval, de door piketpaaltjes aangegeven ligging van de kabel met circa 2 meter afweek van de ligging zoals gepresenteerd op de via de Klic-melding verkregen tekening. [gedaagde] had dan ook moeten onderzoeken of de piketpaaltjes inderdaad een getrouw beeld weergaven van de werkelijke ligging van de kabel.

4.6.1.

[gedaagde] heeft niet weersproken dat zij die precieze ligging niet heeft gecontroleerd door het graven van proefsleuven. Zij heeft zich beperkt tot de stelling dat zij ‘de plek van het heiwerk middels een waterlans heeft gecontroleerd op aanwezigheid van de kabel’ en dat zij daarbij die aanwezigheid niet heeft kunnen vaststellen. De kantonrechter begrijpt daaruit dat [gedaagde] alleen de plek zelf waarin de bewuste heipaal aangebracht zou worden, heeft gecontroleerd op de aanwezigheid van de kabel en dat [gedaagde] die kabel niet in of onder de plaats, bestemd voor de aan te brengen heipaal, heeft aangetroffen.

4.6.2.

Die wijze van onderzoek en vaststelling bood echter naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende zekerheid dat de kabel veilig lag en niet beroerd zou (kunnen) worden bij de voorgenomen heiwerkzaamheden en de daarbij optredende trillingen en verschuivingen in de direct aanliggende grond bij het hei-gat. Daarnaast betekent het enkele feit dat [gedaagde] de kabel met behulp van een waterlans niet heeft aangetroffen, nog niet dat de kabel er niet lag en dat de kabel niet met een andere onderzoeksmethode, het graven van proefsleuven, kon worden gelokaliseerd. In dit kader is van belang dat gesteld noch gebleken is dat laatstgenoemde methode onbetrouwbaar zou zijn.

4.6.3.

Een en ander betekent dat [gedaagde] in onvoldoende mate het van haar te vergen onderzoek naar de precieze ligging van de kabel heeft verricht.

4.7.

Aangenomen moet worden dat indien [gedaagde] een toereikend onderzoek had verricht de precieze ligging van de kabel zou zijn komen vast te staan. In dat geval zou de schade die zich nu heeft voorgedaan, vermeden hebben kunnen worden door aanpassing van het palenplan voor de fundering van de brug. Dat maakt dat [gedaagde] van de ontstane schade een verwijt kan worden gemaakt en dat die schade haar kan worden toegerekend.

4.8.

Overigens luidt dit oordeel niet anders als zou worden aangenomen dat [gedaagde] mocht uitgaan van de afwezigheid van de kabel in en onder de plaats, bestemd voor de heipaal, want zij had in dat geval, wetende dat er in de zeer onmiddellijke nabijheid een kabel lag, niet met de heiwerkzaamheden mogen aanvangen alvorens zij van Enexis zodanige informatie had ontvangen waaruit kon volgen dat de kabel bestand was tegen de trillingen en verschuivingen in de (onder)grond die zouden optreden bij die onmiddellijk aanliggende heiwerkzaamheden. Op [gedaagde] rustte immers de verplichting een beschadiging van die kabel na te laten, in welk verband zij bij haar heiwerkzaamheden dan ook met de belangen van Enexis rekening diende te houden en zij zich voldoende zorgvuldig diende te gedragen. Daarvan is ook in dat licht bezien onvoldoende sprake van geweest.

4.9.

De omstandigheid dat de aannemer, samen met de gemeente en de dienaangaande optredende ingenieur, het palenplan al had aangepast in verband met de plaatsing van de piketpaaltjes door Enexis, zoals zij stellen in de in de vaststaande feiten sub 2.9. bedoelde brief van 17 maart 2016, legt in dit geval geen gewicht in de schaal. Een aanpassing van het palenplan en de kennelijk daaruit voortvloeiende alternatieve locatie voor de heipaal of heipalen dichtbij de ligging van de kabel doet immers niets af aan de op [gedaagde] rustende verplichting als hiervoor al omschreven.

4.10.

Het voorgaande leidt tot het oordeel dat [gedaagde] de schade die Enexis heeft geleden dient te vergoeden. Die schade betreft het gevorderde bedrag van € 4.132,12 aan herstelkosten, zoals Enexis onweersproken heeft aangevoerd. Dat in de contractuele verhouding tussen [gedaagde] en de aannemer laatstgenoemde de vergoeding van die schade heeft te dragen, zoals [gedaagde] aanvoert, doet daaraan niet af.

4.11.

De (reeds vervallen) rente over genoemd bedrag en de door Enexis gevorderde kosten voor de vaststelling van de schade, aansprakelijkheid en verhaal, zijn evenmin bestreden en dus eveneens toewijsbaar.

4.12.

Het gevorderde wordt dus geheel toegewezen.

4.13.

[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten veroordeeld,

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] tegen bewijs van kwijting aan Enexis te betalen een bedrag van € 5.123,32, vermeerderd met de wettelijke rente over € 4.132,12 vanaf 16 februari 2016 tot de dag van algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Enexis begroot op:

 € 500,00 voor salaris gemachtigde (2,0 punten × tarief € 250,00)

 € 81,99 voor explootkosten

 € 471,00 voor griffierecht;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.F. Boele, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2016.