Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:2100

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
09-06-2016
Datum publicatie
09-06-2016
Zaaknummer
08/760013-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Drie mannen zijn veroordeeld tot gevangenisstraffen van 4 tot 4,5 jaar voor de gewapende overval op een juwelier in Oldemarkt, gemeente Steenwijkerland. De mannen drongen op 12 januari 2016 met vuurwapens en vermomd met bivakmutsen en hoodies de winkel binnen. Daar sloegen zij de eigenaar, bedreigden hem en de andere aanwezigen, vernielden vitrines en vluchtten daarna met een grote hoeveelheid sieraden. Eén verdachte krijgt een half jaar langere straf vanwege zijn strafblad. De mannen moeten schadevergoedingen betalen aan de slachtoffers van ruim 6.400 euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer (P): 08/760013-16

Datum vonnis: 9 juni 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] ,

nu verblijvende in P.I. Leeuwarden.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 mei 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. L. Lübbers en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman

mr. K. Karakaya, advocaat te Apeldoorn, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich al dan niet tezamen en in vereniging met een ander, schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld dan wel diefstal met bedreiging van geweld.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

hij op of omstreeks 12 januari 2016 te [plaats] , gemeente Steenwijkerland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meer

sieraden, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of

[slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s)

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

verdachte en/of verdachtes mededader(s) toen daar opzettelijk:

- met (een) bivakmuts(en) over het hoofd getrokken die winkel is/zijn

binnengegaan en/of

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben geroepen: 'Goud, goud', althans woorden van

gelijk aard of strekking en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans éénmaal, (met kracht) met een (vuur)wapen,

althans een (hard) voorwerp, tegen/op het hoofd en/of lichaam heeft/hebben

geslagen en/of gestompt en/of

- die [slachtoffer 1] meermalen, althans éénmaal, (met kracht) tegen/op het hoofd en/of

lichaam heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of geslagen en/of gestompt

en/of (omver) heeft/hebben geduwd en/of

- tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben geroepen: 'Ik schiet', althans

woorden van gelijke dreigende aard of strekking, en/of

- een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp op/aan

die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

getoond en/of

- een of meer (glazen) etalage- vitrine kasten heeft/hebben ingeslagen en/of

- een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, op/aan

die [slachtoffer 3] en/of zijn hond heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

getoond en/of daarbij de woorden heeft/hebben toegevoegd 'ik schiet je kapot',

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer 3] (met kracht) tegen/op het (boven)been, althans het lichaam,

heeft/hebben getrapt en/of geschopt en/of

- een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, op/aan

die [slachtoffer 4] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of getoond en/of

daarbij de woorden heeft/hebben toegevoegd 'ik knal jullie neer', althans

woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, op/aan

die [slachtoffer 5] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of getoond en/of

daarbij de woorden heeft/hebben toegevoegd 'ik schiet je voor je kop', althans

woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp op/aan

die [slachtoffer 6] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of getoond en/of het

wapen naar de grond heeft/hebben gericht en/of de trekker van voornoemd

(vuur)wapen heeft/hebben overgehaald en/of daarbij de woorden heeft/hebben

toegevoegd 'ik schiet, ik schiet', althans woorden van gelijke dreigende aard

en/of strekking en/of

- een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp op/aan

die [slachtoffer 7] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of getoond.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar, met aftrek van de in voorarrest doorgebrachte tijd.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het medeplegen van de diefstal met geweld en de bedreiging van geweld richting aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Ten aanzien van de bedreiging met geweld en het geweld richting de aangevers [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de verdachte vrijgesproken dient te worden aangezien de verdachte niet aanwezig was als pleger of medepleger van de bedreigingen met vuurwapens en het geweld. De opzet, ook in voorwaardelijke vorm, was daar niet op gericht.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat voor het tenlastegelegde medeplegen van diefstal met geweld en bedreiging met geweld jegens aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , zoals ten laste gelegd onder het eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde en zevende gedachtestreepje, sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom in de bijlage van dit vonnis volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

De rechtbank heeft geen redenen om te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaringen van de verschillende aangevers ten aanzien van de bedreiging met geweld en het geweld. Bovendien worden de verklaringen deels ondersteund door de verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . De afzonderlijk afgelegde verklaringen komen in samenhang bezien op wezenlijke onderdelen overeen en zullen dan ook voor het bewijs gebezigd worden. Uit de verklaringen van aangevers blijkt onder meer dat na de overval op de juwelier verschillende personen hebben geprobeerd om de overvallers tijdens de vlucht te stoppen. Hierbij schuwden de overvallers geen geweld en bedreiging met geweld tegen deze personen, waarbij er gebruik is gemaakt van meerdere vuurwapens.

De vraag die vervolgens voorligt is of de verdachte zich door de handelingen die door de medeverdachte(n) na de gewapende overval zijn verricht, mede schuldig heeft gemaakt aan bedreiging met geweld en geweld jegens de slachtoffers [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] , zoals ten laste gelegd onder het achtste, negende, tiende, elfde, twaalfde en dertiende gedachtestreepje. De raadsman heeft aangevoerd dat deze handelingen de verdachte niet kunnen worden aangerekend aangezien de verdachte in een andere richting was gevlucht dan de medeverdachten en derhalve niet aanwezig was als pleger of medepleger van de bedreigingen met vuurwapens en het geweld.

Naar vaste jurisprudentie heeft het medeplegen, de bewuste en nauwe samenwerking, een groter bereik dan de omvang van het gezamenlijk plan, in dit geval de gewapende overval op de juwelier, en is de medepleger in aanleg ook verantwoordelijk voor een tijdens en na de overval gepleegd feit, dat direct verband houdt met het gezamenlijke plan. De bewuste en nauwe samenwerking kan zich aldus ook uitstrekken tot feitelijke delictshandelingen die bij het plegen van de overval zijn ingecalculeerd of daar direct uit voortvloeien. De rechtbank overweegt dat inherent aan het plegen van een strafbaar feit is de mogelijkheid dat de plegers worden betrapt en dat zal worden getracht hen aan te houden. In dit geval is de vlucht onlosmakelijk verbonden met de overval, en in beginsel is bij de vlucht dus ook sprake van medeplegen. Uit het samenwerkingsdoel van verdachte en zijn medeverdachten om met behulp van vuurwapens een overval op een juwelier te plegen, mocht door de verdachte worden afgeleid dat deze vuurwapens zouden worden gebruikt zowel tijdens de overval, tegen de personen in de juwelier, alsook daarna tegen omstanders, om na de overval de vlucht mogelijk te maken, zoals ook daadwerkelijk is gebeurd. Naar het oordeel van de rechtbank verschillen de verrichtte handelingen tijdens de overval, waarbij er sprake was van bedreiging met geweld, gebruik van geweld en waarbij vuurwapens werden gebruikt, in de juwelierszaak niet wezenlijk van de handelingen tijdens de vlucht van de overvallers en stond deze vlucht in nauw en direct verband met de overval. Daarmee vormde de bedreiging met geweld en het geweld tijdens de vlucht een onderdeel van de gewapende overval dan wel vloeide dit direct uit de overval voort en had het aldus een basis in het gezamenlijk plan van verdachte en zijn medeverdachten, zodat ook deze handelingen gelden als begaan in bewuste en nauwe samenwerking.

De rechtbank is aldus van oordeel dat op grond van voorgaande overwegingen in samenhang met de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen is dat de verdachte tezamen en in vereniging met anderen zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld en bedreiging met geweld.

5.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 12 januari 2016 te [plaats] , gemeente Steenwijkerland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders de vlucht mogelijk te maken, en het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

verdachte en/of verdachtes mededader(s) toen daar opzettelijk:

- met (een) bivakmuts(en) over het hoofd getrokken die winkel is/zijn binnengegaan en

- tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben geroepen: 'Goud, goud', en

- die [slachtoffer 1] meermalen, (met kracht) met een (vuur)wapen, althans een (hard) voorwerp, tegen/op het hoofd heeft/hebben geslagen en

- die [slachtoffer 1] meermalen, (met kracht) tegen/op tegen /op het hoofd en/of lichaam heeft/hebben geschopt en/of getrapt en/of geslagen en/of gestompt en/of (omver) heeft/hebben geduwd en

- tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben geroepen: 'Ik schiet', en

- een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp op/aan

die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

getoond en

- een of meer (glazen) etalage- vitrine kasten heeft/hebben ingeslagen en

- een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, op/aan

die [slachtoffer 3] en/of zijn hond heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

getoond en/of daarbij de woorden heeft/hebben toegevoegd 'ik schiet je kapot', en

- die [slachtoffer 3] (met kracht) tegen het bovenbeen, heeft/hebben geschopt en

- een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, op/aan

die [slachtoffer 4] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of getoond en/of

daarbij de woorden heeft/hebben toegevoegd 'ik knal jullie neer', en

- een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp, op/aan

die [slachtoffer 5] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of getoond en/of

daarbij de woorden heeft/hebben toegevoegd 'ik schiet je voor je kop', en

- een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp op/aan

die [slachtoffer 6] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of getoond en/of het

wapen naar de grond heeft/hebben gericht en/of de trekker van voornoemd

(vuur)wapen heeft/hebben overgehaald en/of daarbij de woorden heeft/hebben

toegevoegd 'ik schiet, ik schiet', en

- een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp op/aan

die [slachtoffer 7] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of getoond.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat de verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend.

De rechtbank heeft daarbij de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren van de gerechtshoven en de rechtbanken (LOVS) als uitgangspunt genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een gewelddadige gewapende overval op een juwelier, tezamen en in vereniging met zijn medeverdachten. Met deze medeverdachten is verdachte, vermomd met bivakmutsen en hoodys, de juwelierszaak binnengegaan. Aldaar hebben zij meermalen geweld gebruikt en met vuurwapens gedreigd. Voorts zijn er vitrines kapot gemaakt en is een grote hoeveelheid sieraden meegenomen waarna de verdachten op de vlucht zijn geslagen. Tijdens de vlucht zijn er meerdere personen bedreigd met vuurwapens en is er geweld gebruikt.

Niet alleen hebben de verdachten een ravage aangericht in de juwelierszaak en de nodige materiële schade veroorzaakt, het is bovendien een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van een (gewapende) overval nog gedurende langere tijd lichamelijk en/of psychische gevolgen van het gebeurde kunnen ondervinden. Dit geldt temeer wanneer zij zijn bedreigd met een vuurwapen. Daarnaast maakt een dergelijk feit een ernstige inbreuk op de rechtsorde en nemen de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving hierdoor toe. De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij niet stil heeft gestaan bij de angst die bij de slachtoffers teweeg is gebracht en daarmee blijk van heeft gegeven geen enkel respect te hebben voor de persoonlijke en lichamelijk integriteit van de slachtoffers.

De rechtbank heeft als strafverzwarende omstandigheden laten meewegen dat de overval gepleegd is in vereniging, waarbij verdachte en zijn medeverdachte vooraf hebben besproken wie wat zou doen, dat zij in hun uitvoering zeer doelgericht en goed voorbereid te werk zijn gegaan en dat er bij de overval vuurwapens zijn gebruikt.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank verder rekening gehouden met een uittreksel justitiële documentatie van verdachte d.d. 19 april 2016 en het rapport betreffende verdachte, uitgebracht door Robur Advies d.d. 6 mei 2016.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaar met aftrek van de dagen doorgebracht in voorlopige hechtenis, passend en geboden is. De straf is lager dan de eis van de officier van justitie, aangezien de rechtbank van oordeel is dat de ernst van het feit voldoende tot uitdrukking komt in de op te leggen straf. De rechtbank sluit hiermee aan bij de straf die aan de medeverdachte is opgelegd.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] , wonende te [plaats] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 4.963,09, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    materiële schade van € 2.213,09;

  • -

    immateriële schade van 2.750,-.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gedeeltelijk gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde immateriële schade geheel voor toewijzing vatbaar is aangezien de opgevoerde schade voldoende onderbouwd en aannemelijk is.

Ten aanzien van de gevorderde materiële schade is de rechtbank van oordeel dat de opgevoerde schade voor toewijzing vatbaar is voor wat betreft de posten “Eigen risico zorgverzekering” en “eigen risico sieraden- en inventarisverzekering” aangezien die posten voldoende onderbouwd en aannemelijk zijn.

Voor wat betreft de overige posten van de opgevoerde materiële schade is de rechtbank van oordeel dat het rechtstreeks gevolg tussen deze schade en het bewezenverklaarde feit niet voldoende is komen vast te staan. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om zijn stelling alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schadeposten niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering voor dit deel in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Gelet op voorgaand zal de rechtbank gedeeltelijk toewijzen, dat wil zeggen tot een bedrag van € 3.385,- inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

Ook zal de rechtbank bepalen dat wanneer dit bedrag door een andere verdachte is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] , wonende te [plaats] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal

€ 2.027,53 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    materiële schade van € 27,53;

  • -

    immateriële schade van € 2.000,-.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen voor het bedrag van € 2.027,53, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

Ook zal de rechtbank bepalen dat wanneer dit bedrag door een andere verdachte is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 4]

[slachtoffer 4] , wonende te [plaats] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 951,84, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    materiële schade van 101,84;

  • -

    immateriële schade van 850,-.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen voor het bedrag van € 951,84, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

Ook zal de rechtbank bepalen dat wanneer dit bedrag door een andere verdachte is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde feit is toegebracht.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10 en 27 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
    het misdrijf: diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

  • -

    verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaren;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 3.385,- te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 januari 2016, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 3.385,- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 43 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige deel niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 2.027,53,- te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 januari 2016, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.027,53,- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 30 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van een bedrag van € 951,84,- te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 12 januari 2016, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 951,84,- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 19 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. G. Edelenbos en

mr. C.H. Beuker, rechters, in tegenwoordigheid van H.J.A. Teerlink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2016.

Mr. B.T.C. Jordaans is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-2016078392. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 26 mei 2016, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte;

2.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 12 januari 2016, pagina 37 t/m 41, voor zover inhoudende als verklaring van aangever:

“(…) Ik ben eigenaar van een juwelierszaak aan de [adres 1] te [plaats] . Ik ben vanochtend overvallen door gewapende mannen. (…) Toen zag ik opeens twee of drie koppen met bivakmutsen. (…) Ik hoorde (1) van de mannen “goud, goud” roepen. (…) Ik ben meerdere keren op mijn hoofd geslagen en ik ben meerdere keren geschopt. Ik voelde pijn en ben een paar keer gevallen. Ik viel een paar keer achterover tegen de muur in de werkplaats. (…) Ik hoorde een overvaller zeggen: “Ik schiet en zag dat er een vuurwapen op mij werd gericht”. De mannen bleven maar doorgaan om mij te overmeesteren, ze wilden mij uitschakelen, maar ik was beslist niet van plan om op te geven. (…) Ik heb gezien dat ook mijn vrouw is bedreigd met een vuurwapen. (…) Op een gegeven moment zijn de drie overvallers de winkel uit gerend. Twee overvallers renden links de straat in, de andere overvaller rende naar rechts. (…) We kwamen uit op het [adres 2] . Daar stond [slachtoffer 3] met zijn hond. Een (1) van de overvallers had zich klem gelopen. Hij kwam mijn kant op lopen en toen heb ik hem bij zijn nek gegrepen. (…) Ik heb gezien dat er vuurwapen op de grond lag. (…) Ik wil ook nog vertellen dat er in de winkel een patroonhouder lag. Deze heb ik op de toonbank gelegd. (…).”

3.

Het proces-verbaal van verhoor getuige van [slachtoffer 2] van 12 januari 2016, pagina 341 t/m 342, voor zover inhoudende als verklaring van getuige:

“(…) Ik zag in de deuropening tussen de winkel en de werkplaats mijn man staan en twee mannen met bivakmutsen. Toen ik dichterbij kwam zag ik dat er ook nog een derde persoon in de winkel stond. Deze droeg ook een bivakmuts. (…) Ik greep de bivakmuts van één van deze mannen. (…) Ik zag dat deze man grijs vuurwapen in zijn hand had. (…) De man liet het wapen aan mij zien maar richtte het niet op mij. Het kwam wel dreigend op mij over. Ik zag in mijn ooghoeken dat mijn man aan het duwen en trekken was met de tweede man. (…) Ik zag dat mijn man in de winkel nog aan het vechten was met beide mannen. Ik zag dat de derde man in de etalagekast aan het graaien was. De ruit was stuk. (…).”

4.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 20 januari 2015, pagina 456 t/m 461, voor zover inhoudende als relaas van verbalisant:

“(…) Eenmaal binnen is te zien dat [medeverdachte 1] en [verdachte] regelrecht lopen naar het kantoor van de eigenaar. [medeverdachte 1] haalt achter zijn broeksband een op een vuurwapen gelijkend voorwerp tevoorschijn. Tevens heeft hij een plastic tas van de [supermarkt] in zijn linkerhand. Het vuurwapen heeft hij in zijn rechterhand. [medeverdachte 2] staat op dat moment nog bij de toegangsdeur van de winkel. Vervolgens wordt de deur van het kantoor door [medeverdachte 1] en [verdachte] geopend. Direct hierna ontstaat een worsteling met de eigenaar van de juwelier, de heer [slachtoffer 1] . Op dat moment komt ook [medeverdachte 2] zich met deze worsteling bemoeien. Er ontstaat een vechtpartij waarbij de eigenaar door alle drie de verdachten belaagd wordt. De eigenaar probeert te ontkomen maar wordt met geweld tegengehouden door de overvallers. (…) Beide vitrines aan beide zijden van de voordeur worden door [verdachte] vernield. Te zien is dat [verdachte] meerdere goederen uit de vitrines haalt. Op dat moment gaat de worsteling tussen [medeverdachte 1] samen met [medeverdachte 2] tegen de eigenaar gewoon door. Ook worden er trappende bewegingen gemaakt in de richting van de eigenaar. Tijdens de worsteling laat [medeverdachte 1] zijn vuurwapen op de grond vallen achter de toonbank, enkele seconden later raapt hij deze weer op. Tijdens de worsteling is te zien dat naast [medeverdachte 1] ook verdachte [medeverdachte 2] een wapen in zijn rechterhand heeft. Op een gegeven moment raakt [medeverdachte 1] met zijn vuurwapen het hoofd van de eigenaar waardoor deze ten val komt. Hierna wordt door [verdachte] de winkeldeur geopend en te zien is dat hij met i zijn hand enkele sieraden de winkel verlaat en vervolgens linksaf gaat. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn op dat moment nog in de winkel aanwezig. Zij lopen beiden naar één van de vernielde vitrines en pakken nog enkele sieraden hieruit. Ook worden er nog sieraden van de grond gepakt. (…).”

5.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 13 januari 2016, pagina 55 t/m 56, voor zover inhoudende als verklaring van aangever:

“(…) Toen de drie overvallers op de vlucht gingen ben ik samen met mijn hond achter een (1) van de overvallers aangerend. In de poging hem aan te houden, richtte hij eerst een vuurwapen op mij en even later op mijn hond. Vervolgens heeft hij mij geschopt tegen mijn bovenbeen. (…) Daarna richtte hij nogmaals een vuurwapen op mijn borst. (…) Ik heb hem meerdere malen horen zeggen: “Ik schiet je kapot”. (…).”

6.

Het proces-verbaal van verhoor getuige van [slachtoffer 3] van 12 januari 2016, pagina 346 t/m 349, voor zover inhoudende als verklaring van getuige:

“(…) Hij liep toen door de tuin richting mijn vrouw terwijl hij het pistool op haar richtte. (…) Er was nog een andere man, waarvan ik nu weet dat het de eigenaar is van “ [bedrijf] ”. (…).”

7.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] van 14 januari 2016, pagina 57 t/m 58, voor zover inhoudende als verklaring van aangever:

“(…) Op het [adres 2] heb ik samen met [slachtoffer 3] en zijn vrouw de overvaller naar de grond gewerkt. (…) Ik zag dat de dader met een getrokken wapen op mij en mevrouw [slachtoffer 3] af kwam lopen. (…) Hij liep met gestrekte arm op ons af. Ik hoorde hem zeggen: “Ik knal jullie neer”. Ik zag dat de verdachte zowel zijn wapen op mij als op mevrouw [slachtoffer 3] richtte. Ik zag het wapen heen en weer bewegen. (…).”

8.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] van 14 januari 2016, pagina 65 t/m 66, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster:

“(…) Ik zag toen één van de daders net een bocht om rennen, een tuin in, dat was bij de woning aan [adres 2] . Uit mijn ooghoek zag ik de twee andere daders de andere kant op wegrennen. De dader die ik de bocht om zag gaan, kreeg mij toen in de gaten. (…) Ik zag dat hij een wapen in zijn hand had. Ik zag dat hij het wapen op mij richtte. (…) Toen hij dicht mij stond hoorde ik hem schreeuwen: “ik schiet je voor je kop”. Ik zag dat hij het wapen ongeveer op borsthoogte richtte. Ik had op dat moment niet in de gaten dat hij echt een wapen in zijn hand had, dat drong niet tot mij door. (…).”

9.

Het proces-verbaal van verhoor getuige van [slachtoffer 5] van 14 januari 2016, pagina 67 t/m 70, voor zover inhoudende als verklaring van getuige:

“(…) U vraagt mij of ik heb gezien dat de dader zijn wapen op mijn man heeft gericht. Dat heb ik gezien. (…). [slachtoffer 4] van “ [bedrijf] ” rende een paar passen achter mij aan (…)”

10.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] van 21 januari 2016, pagina 71 t/m 73, voor zover inhoudende als verklaring van aangever:

“(…) De twee overvallers, beide met geheel bedekt gezicht, zeg maar een bivakmuts zonder mond en ogen, beginnen op dat moment te dreigen met de wapens welke ze in hun hand hebben. Zwaaiende in alle richtingen schreeuwden ze tegen mij dat ze mij wilden neerschieten. Ik hoorde twee stemmen zeggen: “Ik schiet, ik schiet”. (….) Ik zag dat de overvaller die het dichtst bij het hek staat in een schiethouding gaat staan. Ik zag dat hij zijn rechterarm strekte en het wapen richting de grond hield. Ik zag vervolgens de overvaller de trekker overhalen en hoorde een soort ratel of hoe moet je dat omschrijven. Een soort “klik, klik”. (…) Ik weet zeker dat de overvaller nog een wapen in zijn hand had. (…) De man die mij met een vuurwapen en woorden heeft bedreigd is dezelfde man die later door mij en anderen is overmeesterd. (…).”

11.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] van 15 januari 2016, pagina 74 t/m 75, voor zover inhoudende als verklaring van aangever:

“(…) Ik heb een (1) van deze daders gevonden en toen wij elkaar tegen kwamen heeft hij mij bedreigd met een vuurwapen. De man trok direct een pistool toen hij mij zag uit zijn binnenzak. (…) De afstand tussen ons was minder dan een meter. (…) Ik heb gezien dat hij het pistool op mij richtte. (…) Ik schrok enorm toe ik het vuurwapen zag en was erg bang. Ik voelde mij bedreigd. (…).”

12.

Het proces-verbaal verhoor van verdachte [medeverdachte 1] van 12 januari 2016, pagina 233 t/m 237, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:

“(…) Toen ik merkte dat ze achter mij aan kwamen lopen heb ik mijn pistool weer gepakt en heb mij omgedraaid om vervolgens het pistool op hen te richten. Hierdoor stopten ze en kon ik verder rennen. Op dat moment kwam de partner in crime die als laatste de winkel uit is komen lopen, naast mij rennen. (…). Ik pakte het wapen en laadde deze door. Ik riep naar de man: Laat me met rust. Hierop draaide hij zich om en rende weg. (…) Weer verderop kwam er een auto naast mij rijden, waarin drie mannen zaten. Die zijn toen uitgestapt en hebben mij omsingeld. Ik maakte toen nog wel een beweging naar mijn broeksband om zogenaamd mijn pistool te pakken. (…).”

13.

Het proces-verbaal verhoor van verdachte [medeverdachte 1] van 13 januari 2016, pagina 238 t/m 253, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:

“(…) Dat de houder van mijn pistool in de zaak achtergebleven is, wat later ook wel te verklaren, omdat ik tijdens mijn vlucht buiten, toen ik achterna gezeten ben, wel een aantal malen geprobeerd heb om met het pistool te schieten. Dit wilde ik doen om mijn achtervolgers op afstand te houden. Het pistool ging toen niet af. Tijdens de achtervolging heb ik mij verderop een keer omgedraaid en heb met het pistool op de mensen gericht, maar heb de trekker toen niet overgehaald. Toen [verdachte] en ik gisteren bij de vluchtauto kwamen en wij werden achtervolgd met de man met de hond, waar ik gisteren over heb verteld heb ik een keer met het vuurwapen op de hond gericht en heb een paar keer de trekker overgehaald. (…).”

14.

Het proces-verbaal verhoor van verdachte [medeverdachte 2] van 28 januari 2016, pagina 151 t/m 194, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte:

“(…) Ik heb alleen op die hond gericht. (…).”