Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:1993

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
13-05-2016
Datum publicatie
06-06-2016
Zaaknummer
C/08/186057 / KG ZA 16-160
Formele relaties
Einduitspraak: ECLI:NL:RBOVE:2016:1994
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot opheffing beslag toegewezen. Eiser geen partij in voorafgaande procedure.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
prof. mr. A.W. Jongbloed annotatie in UDH:TvCu/13361

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/186057 / KG ZA 16-160

Vonnis in kort geding van 13 mei 2016

in de zaak van

MR. WILHELMUS HENDRIKUS JOHANNES MARIA HAAFKES,

in hoedanigheid van curator in het faillissement van [gedaagde 1] ,

wonende te Goor,

eiser,

advocaat mr. W.H.J.M. Haafkes te Hengelo (Ov),

tegen

1 [gedaagde 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagden,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna Haafkes q.q. en [gedaagde 1] c.s. genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota met bijlagen van [gedaagde 1] c.s..

1.2.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

Op 28 april 2010 is de heer [X] , broer van [gedaagde 1] c.s., in staat van faillissement verklaard, met aanstelling van Haafkes q.q. als curator.

2.2.

In de procedure bij de voorzieningenrechter te Almelo tussen [gedaagde 1] c.s. enerzijds en [X] , [Y] en mr. A.C. Huisman anderzijds, is bij vonnis van 25 juli 2013 onder meer een straat- en contactverbod opgelegd aan

[X] op verbeurte van een dwangsom.

2.3.

Tegen dat vonnis is [X] in hoger beroep gegaan. Voornoemd vonnis van de voorzieningenrechter te Almelo is bij arrest van 31 december 2013 bekrachtigd door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het arrest).

2.4.

Bij deurwaardersexploot van 16 oktober 2015 is op verzoek van [gedaagde 1] c.s. een in executoriale vorm uitgegeven grosse van het op 31 december 2013 door het Gerechtshof te Arnhem gewezen kort geding vonnis betekend, met bevel aan Haafkes q.q. om binnen twee dagen te betalen een bedrag van € 3.071,65.

2.5.

Bij deurwaardersexploot van 15 april 2016 is op verzoek van [gedaagde 1] c.s. ten laste van Haafkes q.q. executoriaal derdenbeslag gelegd onder ABN AMRO Bank N.V. op alle gelden, meer in het bijzonder de bankrekening [xxxx] die op naam staat van Haafkes q.q. in het faillissement van [X] , ter verzekering van en om betaling te verkrijgen van de door [gedaagde 1] c.s. gestelde vordering ten bedrage van

€ 3.346,49.

2.6.

Bij deurwaardersexploot van 25 april 2016 zijn aan Haafkes q.q. de

processen-verbaal van voornoemde beslaglegging betekend.

3 De beoordeling van het geschil

3.1.

Haafkes q.q. vordert dat de voorzieningenrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, het gelegde beslag opheft, met veroordeling van [gedaagde 1] c.s. in de kosten van de procedure.

3.2.

Het door Haafkes q.q. gestelde en vereiste spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van het gevorderde. Het gelegde beslag blokkeert de afwikkeling van het faillissement van [X] . Haafkes q.q. is ontvankelijk in zijn vordering.

3.3.

Haafkes q.q. stelt zich - kort gezegd - allereerst op het standpunt dat het gelegde beslag dient te worden opgeheven, omdat het arrest uit kracht waarvan executoriaal derdenbeslag is gelegd zich niet (mede) richt tot Haafkes q.q.. Haafkes q.q. was geen partij in de procedure die heeft geleid tot dat arrest. Partij in die (appèl)procedure waren enerzijds [gedaagde 1] c.s. en anderzijds [X] . Haafkes q.q. kan daarom niet worden aangesproken tot betaling van de vordering tot verhaal waarvan executoriaal derdenbeslag is gelegd.

3.4.

[gedaagde 1] c.s. stellen zich daartegen - kort gezegd en voor zover hier relevant - op het standpunt dat de dwangsommen zijn opgelegd na datum faillissement en daarom dus moeten worden aangemerkt als een boedelschuld. Er is sprake van een positieve boedel. Haafkes q.q. kan en dient dan ook over te gaan tot betaling van het gevorderde waarvoor [gedaagde 1] c.s. executoriaal beslag hebben laten leggen. Daarna kan het beslag worden opgeheven.

3.5.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt.

Reeds het gegeven dat Haafkes q.q. geen partij is geweest in de procedure die heeft geleid tot het arrest van het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden van 31 december 2013 maakt dat het arrest niet ten uitvoer kan worden gelegd jegens Haafkes q.q.. Uit dat arrest kan enkel een betalingsverplichting van [X] voortvloeien. [gedaagde 1] c.s. kunnen op basis van dat arrest geen verhaal nemen op (het vermogen van) Haafkes q.q., noch op de boedel van het faillissement van [X] .

3.6.

De vordering, tot verhaal waarvan executoriaal derdenbeslag is gelegd, is geen rechtsvordering die de boedel betreft. Het gaat om een vordering uit hoofde van dwangsommen die zouden zijn verbeurd vanwege overtreding van het aan

[X] opgelegde straat- en contactverbod. Dergelijke vorderingen zijn strikt gebonden aan de persoon van de gefailleerde en kunnen daarom niet worden verhaald op de boedel, maar slechts op het vrij te laten bedrag van [X] .

3.7.

Tot slot is van belang dat ingevolge artikel 611e Wetboek van Burgerlijke Rechtvordering gedurende een faillissement - ter bescherming van de (overige) schuldeisers van de gefailleerde - geen dwangsommen kunnen worden verbeurd.

3.8.

De voorzieningenrechter zal op grond van het voorgaande het gelegde beslag opheffen.

3.9.

[gedaagde 1] c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Haafkes q.q. worden begroot op:

- dagvaarding € 97,95

- griffierecht 288,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.201,95.

4 De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1.

heft op het executoriaal derdenbeslag dat [gedaagde 1] c.s. op 15 april 2016 ten laste van Haafkes q.q. onder ABN AMRO Bank N.V. heeft gelegd,

4.2.

veroordeelt [gedaagde 1] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Haafkes q.q. tot op heden begroot op € 1.201,95,

4.3.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2016.1

1 type: coll: