Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:1947

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
02-06-2016
Datum publicatie
02-06-2016
Zaaknummer
08.760268-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een overval in de woning. Aangever heeft moeten meemaken dat meerdere personen zijn woning zijn binnengedrongen, en met gebruik van geweld en bedreiging van geweld pinpassen van hem hebben weggenomen en hem hebben gedwongen om zijn pincodes af te geven.

Rekening houdend met de beperkte rol van verdachte bij de gepleegd feiten, het feit dat de feiten aan verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend en zijn blanco strafblad, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van voorarrest, passend en geboden is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.760268-15 (P)

Datum vonnis: 2 juni 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1963 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] te [woonplaats] ,

nu verblijvende in HvB te Zwolle.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 19 mei 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.C. Pol en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. R.W. van Faassen, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Verdachte is, na wijziging tenlastelegging conform artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ten laste gelegd dat:

1. Primair
hij op of omstreeks 8 november 2015 te Zwolle, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen meerdere, althans één, pinpas(sen), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader,
welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat
verdachte en/of verdachtes mededader (ieder) gewapend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,
- (op het moment dat [slachtoffer] naar zijn woning gelegen aan de [adres 2] liep) naar die [slachtoffer] is/zijn gelopen en/of
- (vervolgens) het vuurwapen op die [slachtoffer] heeft/hebben gericht en de woorden heeft/hebben toegevoegd "Maak de deur open. We gaan naar binnen en verzet je niet en schreeuw niet, anders doen we je wat" en/of (eenmaal in de woning) "Ga op de buik liggen met het gezicht tegen de rugleuning en kijk ons niet aan", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of
- (vervolgens) de handen en/of voeten heeft/hebben vastgebonden met tyraps en/of elektriciteitssnoer en/of
- de pinpas(sen) (uit de portemonnee) van die [slachtoffer] heeft/hebben gepakt en/of
- (vervolgens) de woorden heeft/hebben geuit "Eén van ons gaat weg en doe jij wat of ga jij schreeuwen dan doen wij je wat. Als wij weg zijn het eerste uur, niets doen en ook niet schreeuwen, want dan komen wij terug.", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

Subsidiair
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 08 november 2015 te Zwolle, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen één of meerdere pinpas(sen), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn mededaders en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan andere deelnemers van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader (ieder) gewapend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,
- (op het moment dat [slachtoffer] naar zijn woning gelegen aan de [adres 2] liep) naar die [slachtoffer] is/zijn gelopen en/of
- (vervolgens) het vuurwapen op die [slachtoffer] heeft/hebben gericht en de woorden heeft/hebben toegevoegd "Maak de deur open. We gaan naar binnen en verzet je niet en schreeuw niet, anders doen we je wat" en/of (eenmaal in de woning) "Ga op de buik liggen met het gezicht tegen de rugleuning en kijk ons niet aan", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of
- (vervolgens) de handen en/of voeten heeft/hebben vastgebonden met tyraps en/of elektriciteitssnoer en/of
- de pinpas(sen) (uit de portemonnee) van die [slachtoffer] heeft/hebben gepakt en/of
- (vervolgens) de woorden heeft/hebben geuit "Eén van ons gaat weg en doe jij wat of ga jij schreeuwen dan doen wij je wat. Als wij weg zijn het eerste uur, niets doen en ook niet schreeuwen, want dan komen wij terug.",
bij/tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar in of omstreeks de periode van 1 september 2015 tot en met 8 november 2015 te Zwolle opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door
- één of meerdere wapens te leveren (aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] ) en/of
- door de naam van het slachtoffer/de aangever en/of zijn adres kenbaar te maken bij die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of
- door de taxi-opbrengsten van het slachtoffer te benoemen en/of de aanwezigheid van die taxi-opbrengsten bij het slachtoffer / in de woning van het slachtoffer;
- door met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en een of meer anderen langs de woning van het slachtoffer te rijden;

2. Primair
hij op of omstreeks 8 november 2015 te Zwolle, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van meerdere, althans een, pincodes, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of verdachtes mededader (ieder) gewapend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,
- (op het moment dat [slachtoffer] naar zijn woning gelegen aan de [adres 2] liep) naar die [slachtoffer] is/zijn gelopen en/of
- (vervolgens) het vuurwapen op die [slachtoffer] heeft/hebben gericht en de woorden heeft/hebben toegevoegd "Maak de deur open. We gaan naar binnen en verzet je niet en schreeuw niet, anders doen we je wat" en/of (eenmaal in de woning) "Ga op de buik liggen met het gezicht tegen de rugleuning en kijk ons niet aan", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of
- (vervolgens) de handen en/of voeten heeft/hebben vastgebonden met tyraps en/of elektriciteitssnoer en/of
- (vervolgens) om de pincode(s) heeft/hebben gevraagd en de woorden heeft/hebben geuit "Als dit fout is dan doen wij wat. Een van ons gaat weg en doe jij wat of ga jij schreeuwen dan doen wij je wat. Als wij weg zijn het eerste uur, niets doen en ook niet schreeuwen, want dan komen wij terug.", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;
Subsidiair
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 08 november 2015 te Zwolle, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van één of meerdere pincode(s), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn mededaders en/of aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte en/of verdachtes mededader (ieder) gewapend met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp,
- (op het moment dat [slachtoffer] naar zijn woning gelegen aan de [adres 2] liep) naar die [slachtoffer] is/zijn gelopen en/of
- (vervolgens) het vuurwapen op die [slachtoffer] heeft/hebben gericht en de woorden heeft/hebben toegevoegd "Maak de deur open. We gaan naar binnen en verzet je niet en schreeuw niet, anders doen we je wat" en/of (eenmaal in de woning) "Ga op de buik liggen met het gezicht tegen de rugleuning en kijk ons niet aan", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of strekking en/of
- (vervolgens) de handen en/of voeten heeft/hebben vastgebonden met tyraps en/of elektriciteitssnoer en/of
- de pinpas(sen) (uit de portemonnee) van die [slachtoffer] heeft/hebben gepakt en/of
- (vervolgens) de woorden heeft/hebben geuit "Eén van ons gaat weg en doe jij wat of ga jij schreeuwen dan doen wij je wat. Als wij weg zijn het eerste uur, niets doen en ook niet schreeuwen, want dan komen wij terug.",
bij/tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar in of omstreeks de periode van 1 september 2015 tot en met 8 november 2015 te Zwolle opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door
- één of meerdere wapens te leveren (aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] ) en/of
- door de naam van het slachtoffer/de aangever en/of zijn adres kenbaar te maken bij die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of
- door de taxi-opbrengsten van het slachtoffer te benoemen en/of de aanwezigheid van die taxi-opbrengsten bij het slachtoffer / in de woning van het slachtoffer;
- door met die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en een of meer anderen langs de woning van het slachtoffer te rijden.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden, met aftrek van voorarrest.

Verder heeft de officier van justitie geconcludeerd dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot een bedrag van € 8.065,70, te vermeerderen met de wettelijke rente kan worden toegewezen, met hoofdelijke veroordeling, en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige dient [slachtoffer] niet ontvankelijk te worden verklaard.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het als feit 1 subsidiair en als feit 2 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Verdachte heeft bij de woningoverval de rol van tipgever gehad. Hij heeft inlichtingen verstrekt over het slachtoffer, de weekopbrengst en de routine van het slachtoffer op zondagochtend. Daarnaast heeft hij de medeverdachten langs het huis van het slachtoffer gereden. Uit de bij de politie afgelegde verklaring van verdachte volgt dat hij wist dat de overval zou worden gepleegd.

De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het als feit 1 primair en als feit 2 primair ten laste gelegde omdat er geen sprake is geweest van medeplegen. Ook moet verdachte worden vrijgesproken van het als feit 1 subsidiair en als feit 2 subsidiair ten laste gelegde, nu de door verdachte verstrekte informatie onvoldoende is voor medeplichtigheid. Daarnaast wist verdachte niet dat er daadwerkelijk een overval zou gaan plaatsvinden. Over het afdreigen van pinpassen is het in de voorfase niet gegaan.

5.3

De overwegingen van de rechtbank

Aangever, [slachtoffer] , heeft aangifte gedaan van diefstal met geweld en van afpersing. Uit deze aangifte en de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] volgt dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 8 november 2015 aangever hebben overvallen. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hebben aangever bij zijn woning in [woonplaats] opgewacht. Onder bedreiging van een pistool en dreigende woorden heeft aangever zijn voordeur geopend en hebben [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de woning betreden. Daarna hebben zij aangever met tiewraps en een elektriciteitssnoer vastgebonden. Er is op dreigende wijze gevraagd waar de weekomzet van aangever was. Toen aangever zei dat hij de weekomzet niet bij zich had, zijn de bankpassen uit de portemonnee van aangever gehaald en moest hij de bijbehorende pincodes afgeven.

Verdachte wordt primair verweten dat hij tezamen en in vereniging met anderen een diefstal met (bedreiging met) geweld ten opzichte van aangever heeft gepleegd en dat hij aangever tezamen en in vereniging met anderen heeft afgeperst. Subsidiair wordt verdachte van medeplichtigheid aan deze feiten beschuldigd.

Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachtes feitelijke bijdrage aan de overval bestond uit het aanleveren van informatie over de naam en het adres van aangever, de ingeschatte taxi-opbrengsten van aangever, de aanwezigheid van die taxi-opbrengsten bij / in de woning van aangever en het aanwijzen van de woning van aangever aan degenen die de overval daadwerkelijk hebben uitgevoerd.

Uit de bij de politie afgelegde verklaring van verdachte van 2 december 2015 concludeert de rechtbank dat verdachte wist dat zijn informatie zou worden gebruikt voor een overval op aangever op zondagmorgen. Hoewel verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij niet heeft geweten dat aangever daadwerkelijk zou worden overvallen, acht de rechtbank deze laatste verklaring niet geloofwaardig. Verdachte heeft immers bij de politie verklaard dat [naam] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] drie weken voor de overval bij hem zijn geweest en dat hij toen nadere informatie over aangever heeft verstrekt. Verder hebben [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in het weekend van de overval bij verdachte in de auto gezeten en is verdachte met hen naar het huis van aangever gereden om te laten zien waar deze woonde. Ook wist hij dat de overval in dat weekend, op zondagmorgen, zou gaan plaatsvinden.

Gezien het feit dat het onwaarschijnlijk is dat aangever zijn weekomzet vrijwillig zou afgeven, moet verdachte ook hebben geweten dat bij het wegnemen van het geld, indien nodig, geweld zou worden gebruikt. Daarnaast moet verdachte hebben geweten dat de overval door meerdere personen zou worden uitgevoerd, aangezien hij in het weekend van de overval drie mannen de woning van aangever heeft aangewezen. Tot slot moet verdachte hebben geweten dat de overvallers weliswaar naar de woning van aangever gingen met het oogmerk om de weekopbrengst weg te nemen, maar dat zij, mocht er geen weekopbrengst aanwezig zijn, niet zonder buit zouden vertrekken en andere goederen zouden wegnemen.

Verdachte heeft derhalve (voorwaardelijk) opzet zowel op de diefstal met (bedreiging met) geweld in vereniging als op de afpersing in vereniging gehad.

De vraag die vervolgens voorligt is of verdachte “tezamen en in vereniging met anderen”, als medepleger, dit feit heeft gepleegd of dat zijn handelen als medeplichtigheid moet worden gekwalificeerd.

De rechtbank overweegt dat uit het dossier niet kan worden opgemaakt dat verdachte zodanig nauw en bewust heeft samengewerkt met de uitvoerders van de woningoverval, dat hij als medepleger van die overval kan worden beschouwd. Verdachte heeft zelf geen uitvoeringshandeling gepleegd bij de overval, maar zijn bijdrage bestond in de kern uit het helpen mogelijk maken van de woningoverval, door inlichtingen te verstrekken. Het zwaartepunt van zijn bijdrage lag dus in de voorbereiding van de overval.

De rechtbank zal verdachte gezien zijn beperkte rol dan ook vrijspreken van het aan hem onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde en hem veroordelen voor het onder 1 subsidiair en 2 subsidiair ten laste gelegde.

5.4

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte als feiten 1 primair en 2 primair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het als feiten 1 subsidiair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 08 november 2015 te Zwolle, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening hebben weggenomen pinpassen, toebehorende aan [slachtoffer] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] gewapend met een vuurwapen,
- op het moment dat [slachtoffer] naar zijn woning gelegen aan de [adres 2] liep naar die [slachtoffer] zijn gelopen en
- vervolgens het vuurwapen op die [slachtoffer] heeft gericht en de woorden heeft toegevoegd "Maak de deur open. We gaan naar binnen en verzet je niet en schreeuw niet, anders doen we je wat" en eenmaal in de woning "Ga op de buik liggen met het gezicht tegen de rugleuning en kijk ons niet aan", en
- vervolgens de handen en voeten heeft/hebben vastgebonden met tiewraps en elektriciteitssnoer en
- de pinpassen uit de portemonnee van die [slachtoffer] heeft gepakt en
- vervolgens de woorden heeft geuit "Eén van ons gaat weg en doe jij wat of ga jij schreeuwen dan doen wij je wat. Als wij weg zijn het eerste uur, niets doen en ook niet schreeuwen, want dan komen wij terug.",
tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar in de periode van 1 september 2015 tot en met 8 november 2015 te Zwolle opzettelijk inlichtingen heeft verschaft door
- de naam van het slachtoffer en zijn adres kenbaar te maken bij die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en
- de taxi-opbrengsten van het slachtoffer te benoemen en de aanwezigheid van die taxi-opbrengsten bij het slachtoffer / in de woning van het slachtoffer;
- met die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en een of meer anderen langs de woning van het slachtoffer te rijden;

2. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 08 november 2015 te Zwolle, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van pincodes, toebehorende aan die [slachtoffer] , welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] gewapend met een vuurwapen,
- op het moment dat [slachtoffer] naar zijn woning gelegen aan de [adres 2] liep naar die [slachtoffer] zijn gelopen en
- vervolgens het vuurwapen op die [slachtoffer] heeft gericht en de woorden heeft toegevoegd "Maak de deur open. We gaan naar binnen en verzet je niet en schreeuw niet, anders doen we je wat" en eenmaal in de woning "Ga op de buik liggen met het gezicht tegen de rugleuning en kijk ons niet aan", en
- vervolgens de handen en voeten heeft/hebben vastgebonden met tiewraps en elektriciteitssnoer en
- de pinpassen uit de portemonnee van die [slachtoffer] heeft gepakt en
- vervolgens de woorden heeft geuit "Eén van ons gaat weg en doe jij wat of ga jij schreeuwen dan doen wij je wat. Als wij weg zijn het eerste uur, niets doen en ook niet schreeuwen, want dan komen wij terug.",
tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar in de periode van 1 september 2015 tot en met 8 november 2015 te Zwolle opzettelijk inlichtingen heeft verschaft door
- de naam van het slachtoffer en zijn adres kenbaar te maken bij die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en/of
- de taxi-opbrengsten van het slachtoffer te benoemen en de aanwezigheid van die taxi-opbrengsten bij het slachtoffer / in de woning van het slachtoffer;
- met die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en een of meer anderen langs de woning van het slachtoffer te rijden.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Daarnaast heeft zij aan de zinsneden “welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat” de namen “ [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] ” toegevoegd, aangezien uit de context van de tenlastelegging alleen kan worden geconcludeerd dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] moeten zijn bedoeld. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 48, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

eendaadse samenloop van

feit 1 subsidiair

het misdrijf: medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2 subsidiair

het misdrijf: medeplichtigheid aan afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan een overval in de woning. Aangever heeft moeten meemaken dat meerdere personen zijn woning zijn binnengedrongen, en met gebruik van geweld en bedreiging van geweld pinpassen van hem hebben weggenomen en hem hebben gedwongen om zijn pincodes af te geven. Dit levert een inbreuk op de eigendomsrechten van aangever op, die zich des te ernstiger laat voelen nu deze inbreuk is gemaakt op een plek waar aangever zich veilig hoort te voelen, te weten zijn eigen woning. De woningoverval heeft angst en gevoel van onveiligheid bij het slachtoffer veroorzaakt, zoals blijkt uit de inhoud van zijn slachtofferverklaring en uit de onderbouwing van de door hem geleden schade. Daarnaast veroorzaken woningovervallen niet alleen bij de slachtoffers zelf, maar ook in de directe omgeving van die slachtoffers angst en gevoel van onzekerheid. Een dergelijk feit rechtvaardigt een gevangenisstraf van aanmerkelijke duur.

Er is, in het kader van deze strafzaak, over de persoon van verdachte gerapporteerd door drs. E.C. Aarnink, GZ-psycholoog, zoals blijkt uit het Pro Justitia rapport van 1 april 2016. Uit dit rapport komt naar voren dat bij verdachte ten tijde van het plegen van het bewezenverklaarde sprake is van een persoonlijkheidsstoornis NAO met afhankelijke en ontwijkende persoonlijkheidstrekken. Tevens is er sprake van een depressieve stoornis (chronisch) en een gegeneraliseerde angststoornis. Volgens de psycholoog is sprake van verminderde toerekeningsvatbaarheid. De rechtbank neemt de inhoud van dit rapport over en maakt dat tot de hare, wat betekent dat de rechtbank er rekening mee houdt dat de feiten aan verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend.

Bij haar beslissing heeft de rechtbank ook rekening gehouden met een uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte d.d. 16 februari 2016, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

De rechtbank is van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten zoals zij als feit 1 subsidiair en 2 subsidiair zijn tenlastegelegd, vallen onder meer dan één strafbepaling. De rechtbank past daarom één van die bepalingen toe, namelijk die waarbij de zwaarste hoofdstraf is gesteld, te weten artikel 312, tweede lid, Sr.

Blijkens de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) wordt voor een overval in een woning met meer dan licht geweld een gevangenisstraf van 5 jaar als vertrekpunt genomen. Gelet op artikel 49 Sr wordt bij medeplichtigheid de hoofdstraf met een derde verminderd.

Rekening houdend met de beperkte rol van verdachte bij de gepleegd feiten, het feit dat de feiten aan verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend en zijn blanco strafblad, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van voorarrest, passend en geboden is.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] , wonende te [woonplaats] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 33.065,70 (zegge: drieëndertigduizend vijfenzestig euro en 70/100 cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  1. eigen risico ZvW € 760,00

  2. zelfmedicatie € 55,83

  3. nieuwe bril € 746,00

  4. reiskosten € 225,62

  5. stomerijkosten € 13,25

  6. schouderstretcher € 15,00

  7. verlies verdienvermogen € 25.000,00

  8. immateriële schade € 6.250,00

Dit is gevorderd als “voorschot”. De rechtbank begrijpt dit als een vordering tot schadevergoeding van slechts een deel van de geleden schade. De benadeelde partij behoudt zich kennelijk het recht voor een ander deel van de schade buiten het strafgeding van verdachte te vorderen.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering deels ontvankelijk en is de vordering ook deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door de bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn in die zin betwist dat de verdediging heeft gesteld dat de vordering voor wat betreft de post “verlies verdienvermogen” te gecompliceerd is voor deze strafprocedure.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de posten a tot en met f en h voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 8.065,70, te vermeerderen met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis. De vordering zal tevens hoofdelijk worden toegewezen.

De gestelde schade voor wat betreft het verlies verdienvermogen is door de benadeelde partij onvoldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om zijn stellingen alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schadepost niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de bewezen verklaarde feiten is toegebracht.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27 en 55 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het als feiten 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen, dat verdachte het als feiten 1 subsidiair en 2 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

eendaadse samenloop van
feit 1 subsidiair

het misdrijf: medeplichtigheid aan diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en bij betrapping op heter daad, aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2 subsidiair

het misdrijf: medeplichtigheid aan afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer] , wonende te [woonplaats] voor een deel van € 25.000,- niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt de verdachte, hoofdelijk, in die zin dat als de één betaalt de ander zal zijn gekweten, tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 8.065,70 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 november 2015) voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 8.065,70 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 75 dagen zal worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. Beuker, voorzitter, mr. F. van der Maden en mr. S. Taalman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.W. de Boer als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2016.

Buiten staat

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, district IJsselland, met nummer 2015545048 (onderzoek ON1R015039 – BELIZE 2). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 8 november 2015, pagina 115-123, onder meer inhoudende:

(…) Vanochtend, zondag 8 november 2015 omstreeks 07.10 uur en 07.15 uur ben ik vanaf mijn bedrijf (…) met de auto naar mijn huis gereden aan de [adres 2] in [woonplaats] . De rit duurde ongeveer vijf minuten. Bij thuiskomst heb ik mijn auto direct geparkeerd voor mijn woning aan de Wolthuismarke. (…) Ik ben toen naar de voordeur van mijn woning gelopen en ik heb de daders naar mij toe zien lopen.
De eerste dader die naar mijn toe kwam lopen had een (…) vuurwapen in zijn hand. (…) Hij heeft toen gezegd: “Maak de deur open. We gaan naar binnen en verzet je niet en schreeuw niet, anders doen we je wat”. Hij zei dit terwijl bij het vuurwapen op mij gericht hield. Ik (…) zag (…) dader twee. Ik ben toen tot besef gekomen (…) om de voordeur vooralsnog te openen. Een van de dader begeleidde mij naar de woonkamer, vasthoudend en nog steeds onder bedreiging van het vuurwapen. Hij heeft mij begeleid/gedirigeerd naar de bank welke tegen de buitenmuur van de woning staat. Dit gebeurde nog steeds onder bedreiging van een vuurwapen. (…) Hij zei tegen mij; “Ga op je buik liggen met je gezicht tegen de rugleuning en kijk ons niet aan.” Toen ik daar lag hebben zij mijn voeten en handen vastgebonden. Dit los van elkaar. (…)

Hij vroeg dreigend naar de weekomzet. Dit herhaalde hij meerdere malen (…). Hij bleef mij betasten om kennelijk wat te zoeken in mijn zakken. Hij zei; “(…) Waar zijn de bankpassen.” Ik zei tegen hem; “In mijn portefeuille.” Toen vroeg hij wat de pincode van de europas was. Ik vroeg aan hem om welke kleur bankpas het ging. De blauwe of de bruine. Toen zei hij; “Beide en als het fout is dan doen wij wat.” (…)
Vervolgens bonden zij mijn handen en voeten met elkaar. Hierbij zei een van hen; “Een van ons gaat weg en doe jij wat of ga jij schreeuwen, dan doen wij je wat”. (…) Degene die constant aan het woord was zei; “Als wij weg zijn het eerste uur, niets doen en ook niet schreeuwen, want dan komen wij terug. (…)” (…)

V: Hoe werd u vast gebonden.

A: Ik werd met tayraps vastgebonden? (…) Zij probeerde mijn voeten naar mijn rug/handen te brengen en zodoende mij vast te binden. (…) Zij hebben toen het opnieuw geprobeerd met een stuk verlengsnoer. (…)

2.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 1 december 2015, pagina 29-37, onder meer inhoudende:

(…) A: (…) Ik heb [slachtoffer] zijn naam genoemd. (…)

A: Ze zijn bij mij binnen geweest, ze wilden weten waar [slachtoffer] woonde. Ze vroegen mij of het klopte dat hij op de [adres 2] woonde. Ik zei dat dit klopte. (…)

Ik heb zijn naam genoemd, dat hij een taxibedrijf had genaamd [bedrijf] en dat hij wellicht € 20.000,- aan weekomzet zou kunnen hebben. (…)

V: Wanneer is [naam] met [medeverdachte 3] en die jongen met dat korte haar bij uw geweest?

A: Dat is voor mijn gevoel ongeveer drie weken voor de overval. (…)

V: Wat heeft u tegen die jongens daarover gezegd?

A: Dat het normaal is dat je het geld in je jas hebt. Ik vertelde hen dat als hij geld zou hebben, hij dat in zijn jas zou hebben. (…)

V: Wat heeft u verteld over wanneer hij thuis zou zijn?

A: Ze vroegen mij wanneer het in de stad af was gelopen. Ik vertelde dat het rond een uur of 06.00 afgelopen was. Ik zei dat ik destijds zo rond 06.30 uur / 07.00 uur thuis was. Ik vertelde ook dat het tijdstip afhankelijk was of ik wel of niet koffie ging drinken.

V: Wat heeft u nog meer gezegd over zijn gewoontes?

A: Ik heb alleen gezegd dat hij, net zoals bijna elke taxichauffeur dat doet, koffie ging drinken bij de Esso aan de Ceintuurbaan. (…)

3.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 2 december 2015, pagina 43-53, onder meer inhoudende:

(…) A: (…) Ik zei dat het normaal, gebaseerd uit mijn taxitijd, dat in de week zo tussen de € 20.000 en € 30.000 aan contanten omging. (…)

Ik ben met de jongens langs de woning van [slachtoffer] gereden.

V: Hoe is dat gegaan?

A: Ik ben met [medeverdachte 3] en die jongen naar de BMW van mijn zoon gelopen. En we zijn ingestapt. [medeverdachte 3] ging naast mij zitten en die andere jongen met die stekeltjes is achterin gaan zitten. Naast hem is nog een andere jongen gaan zitten. (…) Ik ben met ze naar de [adres 2] gereden. (…) Bij de woning van [slachtoffer] heb ik aangewezen waar hij woonde. Onderweg naar de woning van [slachtoffer] kwamen we langs de woning van zijn moeder en toen heb ik gezegd: “En hier woont zijn moeder.” (…) [medeverdachte 3] (…) vroeg toen hoe laat het afgelopen was in de stad. Ik zei om een uur of zes, ik zei dat de meeste taxichauffeurs ook nog een kopje koffie dronken bij de Esso aan de Ceintuurbaan. (…)

Toen kreeg ik toch wel een heel raar en onbehaaglijk gevoel.

V: Maar wat dacht je echt?

A: Ze gaan hem overvallen, ze wilden precies weten waar hij woonde en ook wilde ze weten hoe laat de stad afgelopen was.

V: Had je enig idee op welke dag de mogelijke overval zou gaan plaatsvinden?

A: Ze hadden het over zaterdagnacht dus ik dacht zondagmorgen of zo.

V: Hoeveel tijd zit er dan tussen dit ritje en de overval?

A: Voor mij gevoel is het vrijdagavond geweest dat ik met ze langs de [adres 2] ben gereden. (…)

4.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] van 16 november 2015, pagina 198-209, onder meer inhoudende:

(…) Een aantal weken voor de overval, heb ik via via iemand leren kennen. Die heeft de opdracht gegeven voor een overval op de taxichauffeur. (…) Die opdrachtgever vertelde een taxibaas te kennen die op zondag met de opbrengst thuis komt. (…) Die opdrachtgever, [verdachte] heet hij (…). [verdachte] heeft mij het een en ander verteld over die taxibaas. Ik ben ook met [verdachte] mee geweest. Hij heeft mij laten zien waar die taxichauffeur zijn moeder woont (…).

Vraag: Waar hebben jullie elkaar gezien?

Antwoord: (…) De tweede keer was bij zijn huis en de derde keer ook en dat was ook de laatste keer. Dat was in de nacht voor de overval. (…)

Vraag: Je hebt drie keer contact gehad met [verdachte] . Wanneer was die eerste keer?

Antwoord: Dat is weken terug, misschien wel een maand (…).

Vraag: De tweede keer dat je met [verdachte] contact had wanneer was dat?

Antwoord: Een goede week voor de overval. Dat was bij hem thuis. Ik ben toen bij hem binnen geweest. (…) als eerste vertelde hij mij over die taxibaas. (…) [verdachte] vertelde mij dat die taxibaas € 20.000,- € 30.000, de weekopbrengst mee naar huis zou nemen. Hij vertelde mij dat hij die weekopbrengst in zijn mouw van zijn jas zou bewaren. (…) We zijn de derde keer naar [verdachte] gereden en vandaar uit zijn we in zij BMW van eerst naar de woning van de moeder van die taxibaas gereden. Toen wij langs die woning reden vertelde [verdachte] dat dit het huis was van de moeder van die taxibaas. Hierna zijn wij naar de woning van die taxibaas gereden. We zijn er rustig langs heen gereden en toen heeft hij rustig alles uitgelegd. Hij vertelde hoe laat die taxibaas thuis kwam, dat hij geld telde op het bedrijf en nog met werknemers bij de Shell koffie dronk. (…)

Die taxibaas heeft eerst nog wat in de auto gezeten en toen heb ik uitgestapt (…) en toen zag ik dat die taxibaas uit zijn auto stapte en toen ben ik naar de overkant gelopen met het vuurwapen in mijn rechter hand. (…) Ik ben als eerste met het vuurwapen op die man afgelopen (…). Toen ik binnen kwam heb ik de man gevraagd of hij op de bank wilde gaan liggen. Ik zag dat hij dat deed. Hij is toen vastgebonden met tie rips. Ik ben daar verantwoordelijk voor geweest. (…) Op een gegeven moment is hij helemaal vast gebonden?

Vraag: Waarmee?

Antwoord: Met een snoer en tie rips. (…) Ik heb hem gevraagd waar de weekopbrengst is (…). Ik heb die man zijn portemonnee gepakt, dat lag daar ergens in de buurt. Ik heb daar twee bankpasjes uit gepakt, een blauwe en goude pas en ik heb de man om zijn pincode gevraagd. (…). Die man gaf mij twee pincodes. Ik heb die pincodes op een kladblokje geschreven. (…)

5.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] van 26 november 2015, pagina 176-184, onder meer inhoudende:

(…) we hebben die beste man overvallen enne nou ja het enigste wat mijn aandeel is geweest dat ik die man zijn voeten heb vastgebonden met tie rips en het huis doorzocht heb naar geld (…).

hij zou zondag zijn weekomzet bij zich hebben en dat is de reden dat we bij die man terecht zijn gekomen. Het zou gaan om € 20.000 a 30.000. (…)

Vraag: (…) [medeverdachte 1] heeft verklaard dat jij en [medeverdachte 1] hem in de avond/nacht voor de overval gezien hebben. Wat wil je daarover vertellen?

Antwoord: Ja dat klopt. We hebben bij hem in de auto gezeten. Ik ken hem niet, ik weet

dat hij [verdachte] heet (…). Dat was kort voor de overval. (…) Ik zou niet weten hoe laat maar het is de vorige avond geweest, de avond ervoor (…).

We zijn een keer langs die woning van die taxichauffeur gereden en hebben het adres gekregen.

Vraag: Wat heeft [verdachte] onderweg gezegd?

Antwoord: Hier woont bij en dat is het geld wat hij meeneemt naar huis (…). Hij heeft er nog bij gezegd dat hij tussen 06.00 uur en 07.00 uur terug kwam van zijn werk. (…)

[medeverdachte 1] liep naar die man, ik ben erachter aan gelopen. Die man (…) maakte de deur open, [medeverdachte 1] en hij zijn naar binnen gegaan, ik (…) ben ook naar binnen gelopen. (…) Binnen heb ik die man zijn voeten aan elkaar gebonden met 2 tie rips en vervolgens ben ik op zoek gegaan naar geld (…).

Vraag: Hoeveel wapens hadden jullie bij je?

Antwoord: Één wapen.