Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:1794

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
24-05-2016
Datum publicatie
25-05-2016
Zaaknummer
C/08/185110 / KG ZA 16-122
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Buitengerechtelijke rechtsgeldige vernietiging managementovereenkomst?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1454
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/185110 / KG ZA 16-122

Vonnis in kort geding van 24 mei 2016

in de zaak van

1 [eiser 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats 2] ,

3. de vennootschap naar Australisch recht

TANSTAAFL PTY LIMITED,

gevestigd te Sydney (Australië),

eisers,

advocaat mr. P.C. Veerman te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NIEUW ROLLECATE B.V.,

gevestigd te Bathmen,

gedaagde,

niet verschenen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AKKEFIETJE EN PERIKELE BEHEER B.V.,

gevestigd te Lochem,

gedaagde,

advocaat mr. R. de Lange te Winterswijk.

Eisers zullen hierna [eiser 1] c.s. worden genoemd en afzonderlijk worden aangeduid als respectievelijk [eiser 1] , [eiser 2] en Tanstaafl. Gedaagden zullen gezamenlijk Nieuw Rollecate c.s. worden genoemd en afzonderlijk worden aangeduid als respectievelijk Nieuw Rollecate en Akkefietje.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met de producties 1 tot en met 10

  • -

    de producties 11 en 12 van [eiser 1] c.s.

  • -

    de producties 1 tot en met 6 van Akkefietje

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van [eiser 1] c.s.

  • -

    de pleitnota van Akkefietje.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser 1] , [eiser 2] en Tanstaafl vormen samen de informele maatschap De nieuwe VOC (verder: VOC).

2.2.

De heer [A] en mevrouw A.N. [B] zijn de bestuurders van Akkefietje. Zij houden ook alle aandelen in deze vennootschap.

2.3.

Nieuw Rollecate is in 2014 opgericht ten behoeve van de exploitatie van het (op te richten) particuliere woonzorgcentrum “Nieuw Rollecate” te Deventer (verder: het woonzorgcentrum). Akkefietje en Zomer Zorg Bathmen Beheer B.V. (verder: Zomer Zorg) waren vanaf de oprichting de gezamenlijke bestuurders van Nieuw Rollecate. Akkefietje bezat 2/3 deel van de aandelen in Nieuw Rollecate en Zomer Zorg had 1/3 deel van de aandelen.

2.4.

[eiser 1] en [eiser 2] hebben ieder in totaal € 126.500,00 aan Nieuw Rollecate geleend.

2.5.

Het woonzorgcentrum is gevestigd in een pand aan de Tesschenmacherstraat 9 te Deventer. Nieuw Rollecate heeft dit pand voor de duur van 20 jaar gehuurd van [X] .

2.6.

VOC heeft voornoemd pand (in verhuurde staat) van [X] gekocht en heeft het pand op 9 oktober 2015 geleverd gekregen.

2.7.

Nieuw Rollecate heeft de vanaf 1 november 2015 aan VOC verschuldigde huurpenningen ten bedrage van € 25.992,00 per maand niet voldaan.

2.8.

In november 2015 hebben de eerste bewoners hun intrek genomen in het woonzorgcentrum.

2.9.

[A] heeft voor Nieuw Rollecate werkzaamheden verricht op het gebied van horeca en inkoop en [B] heeft coördinerende taken vervuld binnen Nieuw Rollecate.

2.10.

Op 7 januari 2016 heeft Akkefietje haar aandelen in Nieuw Rollecate verkocht aan Zomer Zorg. Vanaf die datum is Zomer Zorg de enige bestuurder van Nieuw Rollecate.

2.11.

Akkefietje en Nieuw Rollecate hebben op 7 januari 2016 een management-overeenkomst gesloten op basis waarvan Akkefietje met ingang van 1 november 2015 (management)werkzaamheden voor Nieuw Rollecate zou verrichten tegen een vergoeding van € 50.000,00 per jaar (€ 4.166,66 per maand), exclusief omzetbelasting, te betalen in maandelijkse termijnen.

2.12.

Nieuw Rollecate heeft bij brief van 19 februari 2016 aan Akkefietje bericht dat zij de managementovereenkomst ontbindt, dan wel opzegt.

2.13.

Akkefietje heeft bij brief van 30 maart 2016 aan Nieuw Rollecate te kennen gegeven dat zij van oordeel is dat de managementovereenkomst nog steeds bestaat en dat Nieuw Rollecate de overeengekomen maandelijkse managementvergoeding dient te betalen.

2.14.

Bij brief van 8 april 2016 is namens VOC aan Akkefietje meegedeeld dat zij de managementovereenkomst op grond van artikel 3:45 BW vernietigt.

2.15.

De huurachterstand van Nieuw Rollecate bij VOC bedraagt thans € 155.952,00.

3 Het geschil

3.1.

[eiser 1] c.s. vordert, na vermindering van eis, dat de voorzieningenrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. Nieuw Rollecate zal verbieden om voor de duur van de tussen [eiser 1] c.s. en Nieuw Rollecate c.s. op grond van artikel 3:45 BW te entameren bodemprocedure enige betaling aan Akkefietje te doen op grond van de met laatstgenoemde gesloten managementovereenkomst d.d. 7 januari 2016;

II. Akkefietje zal verbieden om op grond van de met Nieuw Rollecate gesloten managementovereenkomst d.d. 7 januari 2016 ten laste van laatstgenoemde conservatoir beslag te (doen) leggen;

III. Nieuw Rollecate c.s. zal veroordelen in de kosten van deze procedure, de nakosten daar mede onder begrepen.

3.2.

[eiser 1] c.s. legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat de managementovereenkomst als paulianeus dient te worden bestempeld en dat deze daarom terecht buitengerechtelijk is vernietigd.

3.3.

Akkefietje voert gemotiveerd verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat tegen Nieuw Rollecate verstek zal worden verleend. Nu tussen [eiser 1] c.s. en Akkefietje is voortgeprocedeerd, geldt dit vonnis als een vonnis op tegenspraak.

4.2.

Aan de orde in dit kort geding is in de kern de vraag of voldoende waarschijnlijk is dat de bodemrechter zal oordelen dat de managementovereenkomst door [eiser 1] c.s. rechtsgeldig buitengerechtelijk is vernietigd op grond van artikel 3:45 BW.

4.3.

Ingevolge artikel 3:45 lid 1 BW is de rechtshandeling vernietigbaar en kan de vernietigingsgrond worden ingeroepen door iedere door de rechtshandeling in zijn verhaalsmogelijkheden benadeelde schuldeiser, onverschillig of zijn vordering vóór of na de handeling is ontstaan, indien een schuldenaar bij het verrichten van een onverplichte rechtshandeling wist of behoorde te weten dat daarvan benadeling van een of meer schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden het gevolg zou zijn.

4.4.

Met partijen is de voorzieningenrechter van oordeel dat de managementovereenkomst een onverplichte rechtshandeling is, zodat thans enkel nog beoordeeld dient te worden of aannemelijk is dat [eiser 1] c.s. door het aangaan van deze overeenkomst in zijn verhaalsmogelijkheden is benadeeld en of Nieuw Rollecate dit op dat moment wist of behoorde te weten.

4.5.

[eiser 1] c.s. stelt in dit verband dat Nieuw Rollecate in een financieel deplorabele toestand verkeert, nu zij niet in staat is om de huur te voldoen en zij evenmin de aan haar financiers, [eiser 1] en [eiser 2] , verschuldigde rente kan betalen. Het aangaan van een extra verplichting, zoals volgend uit de managementovereenkomst, heeft tot gevolg dat [eiser 1] c.s. als schuldeiser nog verder achteraan komt te staan, hetgeen hem benadeelt. Volgens [eiser 1] c.s. had Nieuw Rollecate wetenschap van deze benadeling, daar zij reeds in januari 2016 niet kon voldoen aan de op haar rustende betalingsverplichtingen. Ook Akkefietje was als bestuurder van Nieuw Rollecate op de hoogte van deze financiële problemen.

4.6.

Akkefietje betwist dat de managementovereenkomst paulianeus is en voert daartoe aan dat het woonzorgcentrum eerst in november 2015 zijn deuren heeft geopend, waardoor slechts sprake is aanloopverliezen en een faillissement niet aan de orde is. Daarnaast voert Akkefietje aan dat [eiser 1] c.s. door het aangaan van de managementovereenkomst niet in zijn verhaalsmogelijkheden is beperkt, omdat daardoor geen enkel goed van Nieuw Rollecate aan verhaal is onttrokken. Aan Akkefietje zijn geen zekerheden vertrekt en er is ook geen betalingsverplichting aangegaan waartegenover geen corresponderende verbintenis staat. Daarbij wijst Akkefietje erop dat [A] en [B] reeds vóór het aangaan van de managementovereenkomst werkzaamheden verrichtten binnen Nieuw Rollecate tegen een aan Akkefietje te betalen vergoeding. Dat dit na overdracht van de aandelen op basis van de managementovereenkomst zou voortduren, is volgens Akkefietje geen relevante verandering. Bovendien heeft de beëindiging van de managementovereenkomst niet zonder meer tot gevolg dat de vermogenstoestand van Nieuw Rollecate beter wordt, daar de door [A] en [B] verrichte werkzaamheden nog steeds gedaan moeten worden. Het bij anderen onderbrengen van deze werkzaamheden zou volgens Akkefietje zelfs duurder zijn.

4.7.

De voorzieningenrechter overweegt dat het aan [eiser 1] c.s. is om aannemelijk te maken dat hij door het aangaan van de managementovereenkomst is benadeeld in zijn verhaalsmogelijkheden. Nu door Akkefietje met kracht van argumenten is betoogd dat geen sprake is van benadeling en dit verweer door [eiser 1] c.s. – anders dan op zijn weg lag – onvoldoende gemotiveerd is weersproken, is [eiser 1] c.s. hierin vooralsnog niet geslaagd. Dit heeft tot gevolg dat voorshands niet is voldaan aan de vereiste voorwaarden voor een geslaagd beroep op de actio Pauliana.

4.8.

Gelet op het voorgaande zijn thans geen termen aanwezig om te concluderen dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat de managementovereenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk is vernietigd op grond van artikel 3:45 BW. De vorderingen van [eiser 1] c.s. zullen daarom worden afgewezen.

4.9.

[eiser 1] c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Nieuwe Rollecate worden begroot op nihil. De kosten aan de zijde van Akkefietje worden begroot op:

- griffierecht € 619,00

- salaris 816,00

Totaal € 1.435,00

4.10.

De door Akkefietje gevorderde wettelijke handelsrente over de proceskosten zal worden afgewezen, nu geen sprake is van een handelsovereenkomst in de zin van artikel 6:119a BW. In plaats daarvan zal de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW worden toegewezen vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

verleent verstek tegen Nieuw Rollecate,

5.2.

wijst de vorderingen af,

5.3.

veroordeelt [eiser 1] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Akkefietje tot op heden begroot op € 1.435,00, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, berekend vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling, en aan de zijde van Nieuw Rollecate tot op heden begroot op nihil,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.R. Hidma en in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2016.