Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:1624

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
20-04-2016
Datum publicatie
10-05-2016
Zaaknummer
C/08/185394 / KG ZA 16-138
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Afwijzing vordering tot voortzetten en uitvoeren van de zorgovereenkomst. Zorg werd door eiseres bij gedaagde ingekocht via een PGB, op grond waarvan eiseres de vrijheid heeft om met een goedgekeurde zorgverlener van haar voorkeur een contract te sluiten. Het is dan ook in eerste instantie aan eiseres om het voortouw te nemen bij het zoeken van een andere zorgverlener. Gedaagde heeft het bestaan van gewichtige redenen op grond waarvan de zorgovereenkomst kon worden opgezegd voldoende aannemelijk gemaakt. Gedaagde is voldoende zorgvuldig te werk gegaan bij de opzegging, onder meer omdat de opzegtermijn in acht is genomen. De kamer bij gedaagde dient de dag na de mondelinge uitspraak ter zitting ontruimd te worden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/185394 / KG ZA 16-138

Vonnis in kort geding van 20 april 2016

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

handelend in de hoedanigheid van curator van [X],

wonende te [woonplaats 2] ,

eiseres,

advocaat mr. F.R. Brouwer te Amsterdam,

tegen

de stichting

STICHTING AMBIQ,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Hengelo (Ov),

gedaagde,

advocaat mr. A.F.H. ten Brummelhuis te Zwolle.

Partijen zullen hierna [eiseres] en Ambiq genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met de producties 1 tot en met 9

  • -

    de producties 10 tot en met 15 (genummerd als 16) van [eiseres]

  • -

    de producties 1 tot en met 17 van Ambiq

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Ambiq.

1.2.

Ter zitting heeft de voorzieningenrechter mondeling vonnis gewezen. De feiten waarop het vonnis is gebaseerd, de door de voorzieningenrechter genomen beslissing, de daarbij ter zitting door de voorzieningenrechter reeds kort verwoorde motivering van die beslissing luiden als volgt.

2 De feiten

2.1.

[X] is een jonge man van 21 jaar met een stoornis in het autismespectrum en ADHD van het gecombineerde type.

Op basis van een ZZP-indicatie 5 GGZ C heeft [X] verbleven in zorginstelling de Vierhoeve. Omdat die instelling door de Inspectie voor de Gezondheidszorg is gesloten, is [X] per 1 april 2015 verhuisd naar de instelling van Ambiq in Hoogeveen. [X] werd op een begeleid wonen plek geplaatst.

2.2.

Aan het verblijf van [X] bij Ambiq ligt een zorgovereenkomst ten grondslag.

2.3.

Bij brief van 17 maart 2016 heeft Ambiq [eiseres] laten weten de zorgovereenkomst te verbreken en [X] te verwijzen naar de maatschappelijke opvang van het Leger des Heils. [eiseres] is uitgenodigd aanwezig te zijn bij het op 24 maart 2016 geplande gesprek, waarbij [X] van de beslissing van Ambiq op de hoogte zou worden gesteld.

2.4.

Bij brief van 22 maart 2016 heeft [eiseres] via haar advocaat laten weten dat niet aan de criteria voor opzegging van de zorgovereenkomst is voldaan. [eiseres] accepteert de beëindiging van de zorgovereenkomst en de doorverwijzing van [X] naar het Leger des Heils niet en deelt mee dat niet binnen de door Ambiq gestelde termijn tot ontruiming van de kamer van [X] zal worden overgegaan.

2.5.

Ambiq heeft [eiseres] bij brief van 13 april 2016 meegedeeld dat, in vervolg op de contacten die tussen partijen hebben plaatsgevonden, de zorgbeëindiging die dag ingaat en dat [X] dit in het bijzijn van de politie is meegedeeld. Daarbij is [X] door Ambiq aangezegd dat hij één week, en wel tot donderdag 21 april 2016 11.00 uur, de tijd heeft om zijn kamer leeg te maken en zijn sleutels in te leveren. Ambiq heeft in de brief te kennen gegeven dat als [X] weigert zijn medewerking te verlenen, hij in samenwerking met de politie zal worden verwijderd en zal worden aangehouden wegens huisvredebreuk. Als er op dat moment nog spullen van [X] aanwezig zijn op de Ambiq-locatie, zullen deze door de gemeente worden verwijderd. [X] is door Ambiq nogmaals doorverwezen naar de maatschappelijke opvang van het Leger des Heils.

2.6.

In een briefwisseling van 18 en 19 april 2016 hebben partijen volhard in hun wederzijdse standpunten. Hierdoor heeft [eiseres] zich genoodzaakt gezien om namens [X] dit kort geding te entameren.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert samengevat - dat Ambiq op straffe van verbeurte van een dwangsom wordt veroordeeld tot voorzetting en uitvoering van de zorg- en dienstverleningsovereenkomst zolang er nog geen onherroepelijk vonnis is gewezen, althans tot dat er een alternatieve zorgaanbieder is gevonden die de zorgvraag van [X] kan beantwoorden en hij naar een instelling van die zorgaanbieder kan worden overgeplaatst.

Tevens vordert [eiseres] Ambiq te veroordelen in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Ambiq voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Procedureel

4.1.

Ambiq heeft zich erop beroep dat [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard dient te worden in haar vorderingen, aangezien de benodigde machtiging van de kantonrechter om namens curandus [X] te procederen ontbreekt.

4.2.

De voorzieningenrechter passeert het beroep op de niet-ontvankelijkheid reeds gelet op de korte termijn - slechts één dag - waarop dit kort geding is geëntameerd. Gelet op het spoedeisend karakter van deze procedure kan [eiseres] het ontbreken van een machtiging niet worden tegengeworpen.

Met betrekking tot het geschil

4.3.

De omstandigheid dat [X] is aangezegd dat hij zijn kamer al de dag na de behandeling van dit kort geding ontruimd dient te hebben en dat Ambiq de zorgverlening aan [X] al heeft beëindigd, maakt reeds dat [X] voldoende spoedeisend belang heeft bij de ingestelde vorderingen. De voorzieningenrechter zal overgaan tot de materiële beoordeling.

4.4.

Tussen partijen is niet in geschil dat zij een zorgovereenkomst hebben gesloten. Wel verschillen partijen van mening over het antwoord op de vraag welke zorgovereenkomst van toepassing is, te weten de als productie 5 bij de dagvaarding gevoegde overeenkomst van zorg- en dienstverlening, dan wel de als productie 2 door Ambiq in het geding gebrachte standaard ‘SVB-zorgovereenkomst’. Nu tussen partijen niet in geschil is dat [eiseres] eerstgenoemde overeenkomst nooit heeft getekend en door [eiseres] onweersproken is gesteld dat zij de SVB-overeenkomst, waarop Ambiq zich beroept, heeft ondertekend en heeft opgestuurd naar de Sociale Verzekeringsbank (SVB) om betalingen uit het persoonsgebonden budget (PGB) mogelijk te maken, moet er naar het oordeel van de voorzieningenrechter voorshands van worden uitgegaan dat de SVB-overeenkomst de tussen partijen overeengekomen zorgovereenkomst is.

4.5.

Uit die overeenkomst blijkt dat de opdrachtnemer, in dit geval Ambiq, de overeenkomst alleen tussentijds mag opzeggen als daar gewichtige redenen voor zijn zoals bedoeld in het Burgerlijk Wetboek (BW).

4.6.

[eiseres] stelt dat gewichtige redenen als bedoeld in artikel 7:460 BW ontbreken en dat de eenzijdige opzegging van de zorgovereenkomst door Ambiq in strijd is met artikel 7:460 BW. Volgens [eiseres] blijkt uit niets dat Ambiq voorafgaand aan het opzeggen van de overeenkomst herhaaldelijk zou hebben aangedrongen op verandering van het gedrag bij [X] of dat [X] vaak is gewaarschuwd. Bovendien was Ambiq al voordat de zorgovereenkomst werd aangegaan bekend met het impulsieve, agressieve en bedreigende gedrag dat [X] soms tentoonspreidt, zodat niet valt in te zien dat daarin een gewichtige reden kan zijn gelegen om de zorgverleningsovereenkomst te beëindigen.

4.7.

Ook heeft Ambiq in de visie van [eiseres] niet de zorgvuldigheid betracht die in deze van haar verlangd wordt, in die zin dat aan [X] geen redelijke termijn is gegund om een alternatieve locatie te vinden, althans dat zij onvoldoende haar medewerking heeft verleend om een alternatieve locatie te vinden, voordat de zorgovereenkomst werd opgezegd. Daardoor dreigt [X] verstoken te raken van de zorg die hij zo hard nodig heeft. Daarnaast rust er volgens [eiseres] op Ambiq een zorgplicht om [X] zorg te blijven bieden, totdat een alternatieve locatie/zorgaanbieder is gevonden. De doorverwijzing naar de maatschappelijke opvang van het Leger des Heils is ontoereikend. Tot slot stelt [eiseres] dat uit niets blijkt dat mevrouw [A] , clustermanager bij Ambiq bevoegd was om de zorgovereenkomst te beëindigen.

4.8.

Ambiq voert aan dat er wel sprake zou zijn van gewichtige redenen. [X] heeft op grond van zijn indicatie ZZP5C GGZ intensieve begeleiding en gedragsregulering nodig, maar al vanaf het begin van zijn verblijf bij Ambiq wijst hij iedere vorm van begeleiding of bemoeienis van de begeleiders van Ambiq af. [X] heeft geen enkele bereidheid getoond om zich aan de huisregels van Ambiq te houden. Hij gebruikt drugs en bezit wapens. Hij heeft zich meerdere keren verbaal en fysiek agressief opgesteld jegens de hulpverleners. Niet alleen de veiligheid van de medewerkers van Ambiq, maar ook van de andere bewoners komt in het gedrang. Ambiq heeft zich genoodzaakt gezien meerdere keren melding of aangifte bij de politie te doen van het gedrag van [X] . Nu [X] op vrijwillige basis bij Ambiq verblijft, kan Ambiq geen dwangmaatregelen nemen om de geïndiceerde zorgverlening te kunnen voortzetten. Voor een adequate nakoming van de zorgovereenkomst moet de zorg niet alleen verleend, maar ook aanvaard worden.

4.9.

Ambiq erkent dat de psychiatrische stoornis en de gedragsproblemen van [X] met zich brengen dat hij niet tot moeilijk behandelbaar is. Dit is ook de reden waarom al voor de aanvang van de zorgverlening door Ambiq is besproken dat het maar de vraag is of Ambiq wel de geschikte zorgverlener is voor [X] , zo stelt Ambiq. Toen in oktober 2015 bleek dat dit niet het geval was, is dit door Ambiq met [eiseres] en [X] besproken. Daarbij is aangegeven dat een meer gesloten behandelsetting passend zou zijn en in lijn met de indicaties die eerder zijn gegeven, aldus Ambiq. Ambiq stelt actief te hebben gezocht naar een nieuwe meer geschikte plek voor [X] bij een zorginstelling en in dat kader meer te hebben gedaan dan waartoe zij op basis van de huidige wet- en regelgeving verplicht is. Ambiq stelt dat zij kan aantonen dat zij in ieder geval zeven instellingen heeft benaderd en dat zij dit ook met [eiseres] heeft gecommuniceerd.

4.10.

Vanwege de eisen die door [eiseres] en [X] worden gesteld aan een nieuwe zorginstelling en door gebrek aan inspanningen aan de zijde van [eiseres] en [X] is het vinden van een nieuwe plek volgens Ambiq (bijna) onmogelijk gebleken. Ambiq is in haar ogen onder die omstandigheden niet verplicht de zorgovereenkomst in stand te houden tot dat er een nieuwe plek voor [X] is gevonden. [eiseres] heeft volgens Ambiq alle reëele alternatieven afgewezen en heeft op geen enkele wijze meegewerkt aan het vinden van een dergelijk alternatief. Zo heeft [eiseres] onder meer elk voorstel tot een gesprek genegeerd, dan wel, indien er al een afspraak was gemaakt, deze weer afgezegd. Onder de hiervoor geschetste omstandigheden kan volgens Ambiq niet van haar worden verlangd dat zij de zorgovereenkomst nog langer voortzet.

4.11.

Toen in maart 2016 de situatie zodanig escaleerde dat [X] niet langer gehandhaafd kon worden heeft Ambiq contact gezocht met het Leger des Heils, een volgens Ambic volledig geoutilleerde zorginstelling. Ambiq is van mening dat zij meer heeft gedaan dan van haar mocht worden verwacht en dat haar geen onzorgvuldig handelen in het kader van de beëindiging van de zorgovereenkomst kan worden verweten. Daarbij wordt van de zijde van Ambiq nog opgemerkt dat mevrouw [A] bevoegd was om de zorgverleningsovereenkomst op te zeggen, omdat zij beschikt over een volmacht ex artikel 3:61 BW.

4.12.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat Ambiq voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij gewichtige redenen had om de zorgovereenkomst te beëindigen. Uit de door [eiseres] overgelegde stukken volgt dat [X] in het verleden hetzelfde gedrag heeft vertoond als thans door Ambiq wordt beschreven. Zo blijkt onder meer dat [X] in het verleden mensen heeft bedreigd en een fascinatie voor wapens aan de dag heeft gelegd. Nu beide partijen erkennen dat dit gedrag niet is verbeterd in de periode dat [X] bij Ambiq heeft verbleven, is aannemelijk dat dat gedrag zich ook bij Ambiq heeft voorgedaan. Ambiq heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat als gevolg van dat gedrag van [X] de veiligheid van haar medewerkers en van haar bewoners - ook een groep van kwetsbare mensen - in het geding is.

4.13.

De voorzieningenrechter deelt niet de visie van [eiseres] dat Ambiq bij de opzegging onvoldoende zorgvuldig te werk is gegaan en onvoldoende zou hebben aangedrongen op verandering van het gedrag van [X] of zou hebben gewaarschuwd. Door Ambiq is onbetwist gesteld dat voor behandeling van [X] relatieopbouw noodzakelijk is en dat relatieopbouw nimmer heeft plaatsgevonden. Ambiq is machteloos en heeft dat aan [eiseres] kenbaar gemaakt. Ambiq heeft al in oktober / november 2015 geconcludeerd dat zij [X] niet de zorg kan leveren die hij nodig heeft en dat er gezocht zal moeten worden naar een andere zorgverlener. Dit heeft zij [eiseres] meegedeeld. Aangezien [X] de zorg bij Ambiq inkocht via een PGB, waarbij [eiseres] de vrijheid heeft om met een goedgekeurde zorgverlener van haar voorkeur een contract te sluiten, lag het op de weg van [eiseres] om om te zien naar een andere passende zorgverlener. Ambiq heeft daarin als zorginstantie wel een taak, maar naar het voorshandse oordeel van de voorzieningenrechter is niet aannemelijk geworden dat Ambiq zich onvoldoende van die taak heeft gekweten.

4.14.

Uit de stukken en het ter zitting gestelde leidt de voorzieningenrechter af dat Ambiq meerdere keren een alternatieve zorgverlener heeft aangedragen, maar dat het feit dat dit tot op heden nog niet heeft geleid tot het plaatsen van [X] bij een andere zorgverlener, in ieder geval deels is te wijten aan barrières die door [eiseres] zijn opgeworpen. Hoewel het begrijpelijk is dat [eiseres] hoge eisen stelt aan een nieuwe zorgverlener, omdat het bekend is dat [X] moeilijk een vertrouwensrelatie opbouwt met zijn zorgverleners, dat zijn overplaatsing naar Ambiq noodgedwongen was, omdat de zorginstelling waar hij verbleef werd gesloten, en [eiseres] [X] voor een volgende slechte ervaring in de zorgverlening wil behoeden, valt haar naar het oordeel van de voorzieningenrechter met name aan te rekenen dat zij gesprekken met Ambiq heeft gemeden. Als zij het gevoel heeft gehad dat deze gesprekken slechts werden gevoerd om aan dossieropbouw te doen in het kader van de beëindiging van de zorgovereenkomst, dan was dat reden te meer geweest om daarover met elkaar in gesprek te gaan, zodat dit niet in de weg had gestaan aan het vinden van een nieuwe passende zorgverlener. Dit klemt te meer daar partijen het erover eens zijn dat Ambiq niet de zorg kan verlenen die [X] nodig heeft.

4.15.

Bij brief van 17 maart 2016 heeft Ambiq de zorgovereenkomst opgezegd. Bij brief van 13 april 2016 heeft Ambiq de beëindiging van de zorgovereenkomst nogmaals aan [eiseres] bevestigd, waarbij is aangetekend dat de zorgbeëindiging al die dag ingaat, maar dat [X] nog tot 21 april 2016 11.00 uur de tijd heeft om zijn kamer te ontruimen. Gelet hierop heeft Ambiq naar het oordeel van de voorzieningenrechter de in de zorgovereenkomst opgenomen opzegtermijn van een maand in acht genomen, zodat daarin ook geen onzorgvuldig handelen van Ambiq is gelegen.

4.16.

Ambiq heeft contact opgenomen met het Leger des Heils en heeft te horen gekregen dat [X] daar terecht kan. Daarmee heeft Ambiq gedaan wat moreel van haar te verwachten viel.

4.17.

Nu Ambiq gemotiveerd heeft aangegeven dat mevrouw [A] bevoegd was om de zorgverleningsovereenkomst op te zeggen, is er geen aanleiding om aan te nemen dat opzegging onbevoegdelijk zou hebben plaatsgevonden.

4.18.

Uit het vorenstaande volgt dat de vorderingen van [eiseres] zullen worden afgewezen.

4.19.

Gelet op de bijzondere aspecten van deze zaak, waaronder de procespositie van partijen, acht de voorzieningenrechter het juist om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen en in het openbaar uitgesproken door mr. H.J.H. van Meegen op 20 april 2016.1

1 type: coll: