Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:1534

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
10-03-2016
Datum publicatie
02-05-2016
Zaaknummer
4601095 WM VERZ 15-1970
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het beroep bij de kantonrechter is ingesteld per email aan de officier van justitie (CVOM). De kantonrechter stelt vast dat de termijn voor het instellen van een beroep op het moment van versturen van de email aan het CVOM nog niet was verlopen maar dat de beroepstermijn op het moment dat de email door de rechtbank werd ontvangen, al wel was verlopen. Dat is anders dan de situatie in de arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 december 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:9698 en ECLI:NL:GHARL:2015:9703. De email voldoet niet aan het schriftelijkheidsvereiste en evenmin aan de ondertekeningsplicht. De kantonrechter heeft gelegenheid geboden tot herstel van de verzuimen maar daarvan is geen gebruik gemaakt. De stilzwijgende acceptatie van het emailbericht en de doorzending daarvan door het CVOM aan de rechtbank doet niet toe of af aan de geldigheid van een op deze wijze ingesteld beroep. Het is immers niet aan het ontvangende CVOM maar – in deze fase – uiteindelijk aan de kantonrechter om te oordelen over de ontvankelijkheid. Hij verklaart het beroep nu niet ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2016/160
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

proces-verbaal

tevens aantekening mondelinge beslissing Wahv

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht - zittingsplaats Enschede

zaaknummer : 4601095 WM VERZ 15-1970

CJIB-nummer : 188555534

In de Mulder beroepszaak met het hierboven genoemde zaaknummer heeft

[betrokkene]

hierna te noemen: betrokkene

namens deze:

Wim van der Noordt

[emailadres gemachtigde]

[adres]
[woonplaats]

Hierna te noemen: gemachtigde

op 21 juli 2015 bij wijze van beroepschrift een emailbericht ingediend bij Info (AP Midden-Nederland). Dit emailbericht is via het mailadres van “Kanton (CVOM Utrecht)” doorgeleid naar het emailadres van “Administratie Mulder (CVOM)”. Het CVOM heeft de mail geprint en als beroepschrift met een Mulderdossier doorgestuurd naar deze rechtbank.

Op de openbare zitting van 7 januari 2016 heeft mr. F.C. Berg, kantonrechter, T.M. Bontekoe namens de officier van justitie gehoord. Het onderzoek ter zitting is voortgezet op 25 februari 2016. Toen is mr P. Goossens namens de officier van justitie gehoord. Betrokkene is, ofschoon correct opgeroepen, bij beide zittingen niet verschenen. Voorafgaand aan de eerste zitting was een verzoek om uitstel gedaan, voor de tweede zitting is geen voorafgaand bericht ontvangen.

Voor hetgeen ter zitting op 7 januari 2016 is voorgevallen en op 8 januari 2016 is beslist, verwijst de kantonrechter naar het proces-verbaal van 8 januari 2016.

Het volgende is ter zitting van de kantonrechter op 25 februari 2016 voorgevallen, besproken en door de kantonrechter sindsdien overwogen:

Aan betrokkene is op 9 april 2015 een sanctie opgelegd van € 330,-- vermeerderd met € 7,-- administratiekosten, ter zake van een bij de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) omschreven gedraging die in strijd is met een op het verkeer betrekking hebbend voorschrift, te weten: “voor een bromfiets niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden, gepleegd op 18 februari 2015 in de gemeente Oldenzaal (registercontole).

Betrokkene heeft daartegen elektronisch via de website van het CVOM en tegelijk ook per post op 30 april 2015 administratief beroep ingesteld. Aan dat beroep is kort gezegd ten grondslag gelegd dat zij op 16 januari 2015 na aangifte van diefstal afstand heeft gedaan van de betreffende brommer. Zij voegt daarbij de afstandsverklaring en een van de politie ontvangen informatieblad. Zij lijkt te verwijzen naar een aangifte waarvan geen kopie of anders bewijs van het bestaan ervan is bijgevoegd.

De officier van justitie heeft dat beroep op 16 juni 2015 ongegrond verklaard omdat betrokkene op 18 februari 2015 als kentekenhouder was geregistreerd en dus haar verplichtingen moest nakomen, waaronder de verzekeringsplicht. Die houdt niet op na inbeslagname of na het geven van een afstandsverklaring, zo leest de kantonrechter de motivering van die beslissing.

Kennelijk gericht tegen deze beslissing van de officier van justitie is vanaf het mailadres van de gemachtigde op 21 juli 2015 aan het Arrondissementsparket te Utrecht een emailbericht gestuurd. Het arrondissementsparket heeft het bericht doorgestuurd aan het CVOM “Administratie Mulder”, dat het heeft geprint en als beroepschrift met het erbij behorende dossier heeft doorgestuurd naar de rechtbank Overijssel.

Ter onderbouwing van dat beroep heeft betrokkene in die email aanvullend aangegeven dat “wij naar het politiebureau in Oldenzaal zijn geweest. Agent [agent] zou er verder mee aan het werk gaan dat alles al geruime tijd is vernietigd. Daarom zouden wij geen bekeuringskosten hoeven te betalen omdat de verzekering niet meer van toepassing is.”

Op 8 januari 2016 heeft de kantonrechter besloten het onderzoek te heropenen en betrokkene in de gelegenheid te stellen om binnen vier weken na verzending van die beslissing een ondertekend beroepschrift in te dienen.

Sindsdien is van de zijde van betrokkene en haar gemachtigde niets meer vernomen.

Ter zitting op 25 februari 2016 heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de kantonrechter betrokkene niet ontvankelijk zal verklaren in haar beroep nu er van haar kan geen ondertekend beroepschrift is ingediend.

De kantonrechter heeft aangekondigd dat hij over uiterlijk twee weken uitspraak doen.

De kantonrechter overweegt thans als volgt.

De kantonrechter heeft kennisgenomen van twee uitspraken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Zij dateren van 17 december 2015 en zijn gepubliceerd op www.rechtspraak.nl onder ECLI-nummers ECLI:NL:GHARL:2015:9698 en 2015:9703.

Ingevolge artikel 6:4 derde lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) geschiedt het instellen van beroep bij een bestuursrechter door het indienen van een beroepschrift bij die rechter.

Ingevolge artikel 9, eerste lid, van de Wahv wordt het beroepschrift in afwijking van artikel 6:4 Awb ingediend bij de officier van justitie die ingevolge artikel 6, eerste lid, op het administratief beroepschrift heeft beslist.

Ingevolgde artikel 6:5 Awb wordt het beroepschrift ondertekend en omvat het de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het is gericht en de gronden van het beroep.

Ingevolgde artikel 6:6 aanhef en onder a Awb kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard indien niet is voldaan aan artikel 6:5 […] mits de indiener de gelegenheid is geboden om het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

Uit een en ander volgt dat het instellen van beroep niet langs elektronische weg kan geschieden, nu dit niet voldoet aan het schriftelijkheidsvereiste. Bovendien kan bij verzending per email niet voldaan worden aan de eis dat het beroep moet worden ondertekend.

Het bovengenoemde leidt in beginsel tot de conclusie dat betrokkene door het sturen van een emailbericht geen beroep heeft ingesteld. De officier van justitie heeft het emailbericht met bijlagen ter verdere behandeling doorgezonden naar de rechtbank. De kantonrechter stelt vast dat het emailbericht op 13 november 2015 ter griffie is ontvangen.

De kantonrechter stelt vast dat de termijn voor het instellen van een beroep op het moment van versturen van de email aan het CVOM nog niet was verlopen maar dat de beroepstermijn op het moment dat de email door de rechtbank werd ontvangen, al wel was verlopen.

Dit is niet een situatie die overeenkomt met een van de twee situaties waarover het gerechtshof in de aangehaalde uitspraken heeft geoordeeld, te weten één waarin de email binnen de beroepstermijn al bij de rechtbank wordt ontvangen en één waarin de email zelfs al buiten de beroepstermijn pas bij het CVOM wordt ingediend.

De kantonrechter had betrokkene op 8 januari 2016 alsnog in de gelegenheid gesteld om haar verzuim bij het instellen van beroep te herstellen. De kantonrechter stelt vast dat van die geboden gelegenheid geen gebruik is gemaakt.

De kantonrechter concludeert dat daardoor niet voldaan is aan het schriftelijkheidsvereiste en evenmin aan de ondertekeningsplicht.

De kantonrechter overweegt tenslotte nog dat de stilzwijgende acceptatie van het emailbericht en de doorzending daarvan aan de rechtbank niet toe of afdoet aan de geldigheid van een op deze wijze ingesteld beroep. Het is immers niet aan het ontvangende CVOM maar – in deze fase – uiteindelijk aan de kantonrechter om te oordelen over de ontvankelijkheid.

Gelet op de aangehaalde wettelijke bepalingen en de aangehaalde arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en gelet op de vaststelling dat geen gebruik is gemaakt van een gelegenheid tot herstel van het verzuim komt de kantonrechter tot de conclusie dat hij het beroep niet ontvankelijk moet verklaren.

Beslissing:

De kantonrechter:

Verklaart het per email op 21 juli 2015 ingediende beroep tegen de beslissing van de officier van justitie van 16 juni 2015 niet ontvankelijk.

Aldus gegeven te Enschede door mr. F.C. Berg, kantonrechter, en in tegenwoordigheid van mr. A. Akfidan-Turan, griffier, uitgesproken ter openbare zitting van 10 maart 2016.

Afschrift toegezonden aan betrokkene en de officier van justitie op:

Bent u het met de beslissing op uw beroep niet eens, dan kunt u binnen zes weken vanaf datum van toezending hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.

Het beroepschrift moet tijdig worden ingediend bij de rechtbank, sector straf, locatie Almelo (postadres: postbus 323, 7600 AH Almelo) en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend. Het beroepschrift mag niet via e-mail worden ingediend.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift om een zitting wordt gevraagd om uw standpunt mondeling toe te lichten.