Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:1428

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
25-04-2016
Datum publicatie
25-04-2016
Zaaknummer
08/996028-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft gedurende een periode van ruim vijf en een half jaar de Belastingdienst op onrechtmatige wijze bewogen ruim € 1,5 miljoen KOT uit te keren. Hiertoe heeft hij valse aanvragen KOT opgemaakt en ingediend bij de Belastingdienst. Daarnaast heeft hij valse jaaroverzichten gastouderopvang opgemaakt, onjuiste aangiften inkomstenbelasting ingediend en een gewoonte gemaakt van het witwassen van de uitgekeerde gelden die door voornoemde misdrijven naar hem werden overgemaakt.

Verdachte heeft alleen gedacht aan zijn eigen gewin en heeft de Belastingdienst en de vraagouders ernstig benadeeld. De vraagouders zijn immers de aanvragers van de kinderopvangtoeslag, waardoor de Belastingdienst bij hen de ten onrechte uitbetaalde bedragen zal (kunnen) terugvorderen en niet bij verdachte.

De rechtbank acht een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren op z’n plaats.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer (P): 08/996028-15

Datum vonnis: 25 april 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1976 in [geboorteplaats] ,

nu verblijvende in het huis van bewaring te Almelo.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 7 december 2015, 15 februari 2016 en 11 april 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.H.J. Bollen en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. S.O. Roosjen, advocaat te Drachten, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 1 januari 2009 tot en met 18 september 2015 samen met (een) ander(en) de Belastingdienst heeft opgelicht middels het indienen van valse aanvragen kinderopvangtoeslag;

feit 2: in de periode van 1 januari 2009 tot en met 18 september 2015 met (een) ander(en) een aantal jaaropgaven kinderopvang en een aantal urenregistratieformulieren valselijk heeft opgemaakt;

feit 3: in de periode van 1 januari 2008 tot en met 18 september 2015 samen met (een) ander(en) een gewoonte heeft gemaakt van het witwassen van een geldbedrag;

feit 4: in de periode van 28 februari 2009 tot en met 6 maart 2013 opzettelijk onjuiste aangiften inkomstenbelasting heeft gedaan;

Voluit luidt de gewijzigde tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 18 september 2015 te Harderwijk en/of elders in Nederland

tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke- en/of rechtspersoon- of personen, althans alleen, telkens:

met het oogmerk om zich en/of een ander of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

de Belastingdienst telkens heeft bewogen tot de afgifte

van in totaal EUR 1.154.963,09, althans enig geldbedrag,

hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) met voren omschreven oogmerk -zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid :

op een of meer formulier(en) telkens:

-voor de kinderen [kind 1] , [kind 2] (geboortedatum [geboortedag] -2006) en [kind 3] (geboortedatum [geboortedag] -2011) vermeld dat ten behoeve van de opvang van voornoemde kinderen de genoemde opvanguren werden verleend of genoten (DOC-193 p. 1622/1623; DOC-196, p. 1628/1629 ; DOC-201, p. 1640/1641; DOC-202, p. 1642/1643; DOC-204, p 1646/1647) en/of

-voor het kind [kind 4] vermeld dat ten behoeve van de opvang van het voornoemde kind de genoemde opvanguren werden verleend of genoten (DOC-210, p. 1655 ; DOC-214, p. 1660) en/of

-voor de kinderen [kind 5] en [kind 6] vermeld dat ten behoeve van de opvang van voornoemde kinderen de genoemde opvanguren werden verleend of genoten (DOC-221, p. 1668; DOC-223, p. 1671/1672) en/of

- voor de kinderen [kind 7] en [kind 8] vermeld dat ten behoeve van de opvang van voornoemde kinderen de genoemde opvanguren werden verleend of genoten (DOC-238, p. 1715/1716),

zulks terwijl er in werkelijkheid minder of geen opvang werd verleend of genoten ,

waardoor de Belastingdienst/Toeslagen werd bewogen tot bovenomschreven afgifte (DOC-012, p. 1015), waardoor de Belastingdienst/Toeslagen werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

art 326 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 18 september 2015 te Harderwijk en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke- en/of

rechtspersoon of personen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft afgeleverd een of meer valse of vervalste

document(en), elk zijnde een geschrift, bestemt om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift telkens echt en onvervalst, te weten:

a.een aantal jaaropgaaf/-jaaropgaven kinderopvang en/of

b.een aantal urenregistratieformulier(en),

bestaande dat gebruikmaken en/of voorhanden hebben en/of afleveren telkens hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) die documenten heeft/hebben

gezonden of laten zenden naar de vraagouders en/of de Belastingdienst en bestaande die valsheid of vervalsing telkens hierin dat - zakelijk weergegeven -

ad a. dat op die jaaropgaaf/-opgaven telkens per kind was aangegeven dat een aantal opvanguren was genoten/ verleend, onder meer :

1 met betrekking tot het kind van de vraagouder [vraagouder 1]G-006-01, p.2816t/m 2822; AMB- 003, p. 156/157):

- de jaaropgave 2011 met betrekking tot het kind [kind 4] (DOC-218, p. 1664) en/of

2 met betrekking tot de kinderen van de vraagouder [vraagouder 2]G-007-01, p. 2834 t/m 2842; AMB-003 p. 157/158) onder meer:

- de jaaropgave 2009 met betrekking tot het kind [kind 5] (DOC-220, p. 1667) en/of

- de jaaropgave 2010 met betrekking tot het kind [kind 6] (DOC-222, p.1670) en/of

- de jaaropgave 2011 met betrekking tot het kind [kind 5] (DOC-224, p. 1673 en p. 1675) en/of

- de jaaropgave 2012 met betrekking tot het kind [kind 9] (DOC-226, p. 1681)

en/of

3 met betrekking tot de kinderen van de vraagouder [vraagouder 3]G-019-01, p. 3188 t/m 3197; AMB-003, p. 156)

- de jaaropgave 2011 met betrekking tot het kind [kind 1] (DOC-198, p. 1632 en 1634) en/of

- de jaaropgave 2012 met betrekking tot het kind [kind 2] (DOC-205, p. 1649), bestaande die valsheid hierin dat in werkelijkheid:

minder of geen opvang was genoten (OPV-ZPV-02, p. 72; DOC-012, p.1015) en/of

ad b. op een aantal, althans één of meer urenregistratieformulier(en)

was aangegeven het aantal opgepaste uren per kind,

onder meer:

1 met betrekking tot de kinderen van de vraagouder [vraagouder 4]G-005-01, p. 2631 t/m 2642; AMB-003, p. 155; ):

-één of meer formulier(en) Urenregistratie Gastouderopvang 2013 (DOC-176, p. 1542 t/m 1563) en/of

2 met betrekking tot de kinderen van de vraagouder [vraagouder 5]G-014-01, p. 3005 t/m 3009; AMB- 003, p. 159/160), waaronder:

-één of meer formulier(en) ) Urenregistratie Gastouderopvang over de maanden

januari 2011 tot en met december 2011 met betrekking tot de twee, althans één

kind(eren) van voornoemde vraagouder(DOC-260, pag. 1746 t/m1758),

bestaande die valsheid hierin dat in werkelijkheid geen of minder opvang werd genoten (OPV-ZPV-02, p. 72; DOC-012, p. 1015),

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dit/die geschrift(en) bestemd is/zijn voor zodanig gebruik;

art 225 lid 2 Wetboek van Strafrecht

3.

hij samen en in vereniging met een ander of andere natuurlijke en/of rechtspersoon- of personen, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2008

tot en met 18 september 2015 in Harderwijk, althans in Nederland en/of in Turkije van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) telkens een of meer geldbedrag/bedragen tot een totaal van ongeveer 1.154.963 euro verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten die/dat geldbedrag(en) gebruik gemaakt, onder meer door:

-telkens een/of meer geldbedrag(en) over te maken aan gastouders tot een totaal van ongeveer 830.000 euro, althans enig geldbedrag en/of vervolgens een deel van die/dat bedrag(en) weer aan zich terug te laten betalen (OPV-ZPV-03, p. 98; DOC-277, p. 1796 t/m 1811) en/of;

een of meer geldbedrag(en) tot een totaal van ongeveer 228.882 euro, althans enig geldbedrag, over te maken naar een of meer bankrekening(en) in Turkije (OPV-ZPV-03, p. 99; DOC-323, p. 2445/2446)en/of;

-te beschikken over een spaarrekening in Turkije ten name van [echtgenote verdachte] met een saldo van ongeveer 186.677 euro, althans enig geldbedrag (OPV-ZPV-01, p. 47/48; OPV-ZPV-03, p. 100; DOC-329, p. 2458)en/of;

de aanschaf van een of meer onroerende goederen in Turkije (OPV-ZPV-01, p. 55 en 56; DOC-306, p. 2353; DOC-307, pag. 2357; DOC-315, p. 2408; DOC-320, p. 2428; DOC-305, p. 2349; DOC-316, p. 2412)en/of;

-een of meer cashopname(s) in Turkije tot een totaalbedrag van ongeveer 113.133 euro, althans enig geldbedrag (OPV-ZPV-03, p. 99; DOC-322- 2436 t/m 2444);

terwijl hij wist dat bovenomschreven geldbedrag(en)/voorwerpen —onmiddellijk of middellijk- afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

4.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 28 februari 2009 tot en met 6 maart 2013 te Harderwijk, en/of elders in Nederland,

(telkens) opzettelijk (een) bij de Belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten:

de aangifte inkomstenbelasting 2008 ten name van [verdachte] , en [echtgenote verdachte] , ingediend op 28 februari 2009 en/of

de aangifte inkomstenbelasting 2009 ten name van [verdachte] , en [echtgenote verdachte] , ingediend op 31 maart 2010 en/of

de aangifte inkomstenbelasting 2010 ten name van [verdachte] , en [echtgenote verdachte] , ingediend op 25 maart 2011 en/of

de aangifte inkomstenbelasting 2011 ten name van [verdachte] , en [echtgenote verdachte] , ingediend op 27 maart 2012 en/of

de aangifte inkomstenbelasting 2012 ten name van [verdachte] , en [echtgenote verdachte] , ingediend op 6 maart 2013, (OPV-ZPV-01, p. 33; AMB-004, p217) onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft

verdachte (telkens) opzettelijk op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst ingeleverde aangiftebiljet(ten) inkomstenbelasting over

genoemd(e) jaar/jaren (telkens) een te laag belastbaar bedrag, althans (telkens) een te laag bedrag aan belasting opgegeven, terwijl dat feit

(telkens) ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven (AMB-004, p. 217 t/m 251; DOC-342, p. 2519 en DOC-343, p. 2520 t/m 2534);

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

art 69 lid 2 Algemene wet inzake rijksbelastingen

art 68 lid 2 ahf/ond a Algemene wet inzake rijksbelastingen

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat de feiten sub 1, sub 2, sub 3 en sub 4 op grond van de inhoud van het strafdossier wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte van het sub 1 en sub 2 tenlastegelegde moet worden vrijgesproken omdat hij geen opzet heeft gehad op de onjuistheid van de aanvraagformulieren Kinderopvangtoeslag, de jaaropgaven kinderopvang en de urenregistratieformulieren. De raadsman heeft betoogd dat verdachte de aanvraagformulieren Kinderopvangtoeslag in bijzijn van zijn klanten heeft ingevuld aan de hand van gegevens die hij van de klanten kreeg.

Vervolgens heeft verdachte de jaaropgaven aan de hand van deze aanvraagformulieren ingevuld omdat de klanten geen urenregistratie formulieren indienden bij verdachte, ondanks dat hen daarom was gevraagd.

Ten aanzien van feit 4 heeft de raadsman gesteld dat verdachte in de veronderstelling verkeerde dat hij geld vanuit zijn BV naar Turkije mocht overboeken zonder daarover belasting te betalen. Hij heeft daar geen kwade bedoelingen mee gehad. Daarbij heeft de raadsman aangegeven dat verdachte bereid is het bedrag terug te betalen aan de Nederlandse Staat, maar dat dit bedrag aanzienlijk minder is dan de 1,5 miljoen euro die op de tenlastelegging staat vermeld. De raadsman heeft voorts gesteld dat verdachte inderdaad onjuiste aangiften inkomstenbelasting heeft gedaan nu hij zijn vermogen in Turkije heeft vergeten op te geven.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Wettelijk kader

Om ouders in de gelegenheid te stellen werk en zorg voor de kinderen te combineren is een inkomensafhankelijke regeling in het leven geroepen (de Wet Kinderopvang, hierna: WKO), die ziet op een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang en beoogt de kwaliteit van kinderopvang te waarborgen. De WKO is op 1 januari 2005 van kracht geworden en is in 2006 opgenomen in de Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen (hierna: AWIR). De WKO regelt onder andere de voorwaarden voor de opvang van kinderen in

kinderdagverblijven en bij gastouders en het recht op kinderopvangtoeslag (hierna: KOT).

Op grond van artikel 1, letter b WKO wordt onder kinderopvang verstaan: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen en opvoeden van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint. Op grond van artikel 1, letters b en c WKO wordt onder gastouderopvang verstaan: kinderopvang in een gezinssituatie door een ander dan degene die als ouder op grond van artikel 5, eerste lid WKO aanspraak kan maken op KOT, voor ten hoogste vier kinderen in de woning waar de ouder of de gastouder zijn hoofdverblijf heeft.

Een ouder heeft aanspraak op een KOT in de door hem of zijn partner te betalen kosten van kinderopvang, indien het kinderopvang betreft in een geregistreerd kindercentrum of gastouderopvang die plaatsvindt door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau (art. 5 lid 1 WKO).

Vraagouder zijn ouders met kinderen. Over het algemeen werken vraagouders. Hun kinderen hebben daarom opvang nodig. Voor deze opvang bestaat er een tegemoetkoming, namelijk Kinderopvangtoeslag (KOT). In de regel vragen de vraagouders deze tegemoetkoming aan middels hun eigen Digi-D code.

Om als vraagouder in aanmerking te komen voor KOT moet er worden voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 1.5 en 1.6 van de WKO:

-er moet sprake zijn van inkomen uit (in beginsel arbeid) bij zowel de vraagouder als de toeslagpartner van de vraagouder;

-er moet sprake zijn van opvang voor kinderen die deel uitmaken van de thuissituatie;

-het gastouderbureau ende gastouder zijn ingeschreven in het landelijk register kinderopvang (LRKP).

Omdat de kinderopvangtoeslag een tegemoetkoming is in de kosten van de kinderopvang dient een vraagouder een eigen bijdrage over te maken aan het gastouderbureau. Een eigen bijdrage is een gedeelte van de kosten die de vraagouder zelf dient te dragen.

In artikel 1.1 van de WKO staat de definitie beschreven van een gastouder. Kort samengevat wordt er gezegd: Een gastouder is een persoon van 18 jaar of ouder die gastouderopvang biedt. Gastouderopvang komt tot stand door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau.

Gastouders passen op de kinderen van de vraagouders op het moment dat de vraagouders aan het werk zijn. Om als vraagouder recht te hebben op KOT moet de gastouder ingeschreven staan in het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen.

Een gastouderbureau (GOB) is een organisatie die gastouderopvang tot stand brengt en begeleidt en door tussenkomst van wie de betaling van ouders en gastouders geschiedt. Een gastouderbureau regelt de opvang tussen de gastouder en de vraagouder. Dit betekent dat het gastouderbureau bemiddelt. Daarnaast heeft een gastouderbureau een kassiersfunctie. Dit houdt in dat het gastouderbureau dient zorg te dragen voor de inning van de eigen bijdrage van de vraagouders met betrekking tot de opvang.

De kinderopvang geschiedt op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de houder van het gastouderbureau en de vraagouder als bedoeld in artikel 52 van de WKO. De vraagouder dient zelf steeds een eigen bijdrage te voldoen aan de gastouder (artikel 5 en/of 7 van de Wet kinderopvang juncto artikel 8 Besluit tegemoetkoming kosten kinderopvang en tegemoetkoming geld voor de opvang van de vraagouders) en draagt zorg voor de betaling van de oppasvergoeding aan de gastouders in de kosten van de kinderopvang.

Algemeen

Verdachte heeft vanaf 2008 meerdere bedrijven onder zich gehad. Volgens de gegevens van de Kamer van Koophandel exploiteerde verdachte:

-eenmanszaak [bedrijf 1] van 16 oktober 2008 en 31 december 2009;

- [bedrijf 2] van 26 april 2010 tot en met 1 juni 2013;

- [bedrijf 1] van 26 april 2010 tot en met 1 juni 2013.

Vanaf 1 januari 2010 is verdachte bestuurder en enig aandeelhouder geworden van [bedrijf 2] [bedrijf 2] was op haar beurt grootaandeelhouder en bestuurder van gastouderbureau [bedrijf 1]

Daarnaast had verdachte een eigen administratiekantoor genaamd [bedrijf 3] en heeft hij een bedrijf dat zich bezighield met de tuning van auto’s genaamd [bedrijf 4] .

Verdachte bemiddelde in kinderopvang onder de naam Gastouderbureau [bedrijf 1] . Alle kinderopvangcentra en gastouderbureaus moeten vanaf 2010 geregistreerd zijn, evenals de gastouders, in het LRKP. De gemeente controleert samen met GGD of een gastouderbureau aan de eisen voldoet. Gastouderbureau [bedrijf 1] was geregistreerd in het LRKP van 1 januari 2010 tot en met 30 december 2010 en van 8 juni 2011 tot en met 5 november 2014.

Verdachte [verdachte] is – naar eigen zeggen – in de Turkse gemeenschap in de omgeving van Harderwijk door ouders met jonge kinderen benaderd met de mededeling of men geld van de Belastingdienst kon krijgen als op hun kinderen werd gepast. In een later stadium heeft verdachte ook middels advertenties actief geworven. Hij bood daarbij aan om namens hen, vraagouders, de benodigde aanvraagformulieren voor de KOT in te vullen.

Feit 1: Oplichting

Uit het dossier en uit hetgeen verdachte ter terechtzitting heeft verklaard leidt de rechtbank af dat verdachte namens de vraagouders die staan genoemd in de tenlastelegging en anderen aanvragen KOT opstelde, contracten gastouderbureau en jaaroverzichten gastouderopvang heeft opgemaakt en deze geschriften heeft ingediend bij de Belastingdienst.

Vanuit de controle van de Belastingdienst is onderzoek verricht naar bankrekeningen welke onder verdachte geschaard kunnen worden. Bij de bankrekeningen van gastouderbureau [bedrijf 1] was te zien dat er bedragen Kinderopvangtoeslag van Belastingdienst/Toeslagen werden overgemaakt naar gastouderbureau [bedrijf 1] voor meerdere vraagouders. Daarnaast was te zien op de bankrekening van gastouderbureau [bedrijf 1] dat bedragen "Oppasvergoeding" overgemaakt werden naar verschillende gastouders.

In de regel heeft een gastouderbureau een kassiersfunctie. Een gastouderbureau bemiddelt de opvang tussen de vraagouders en de gastouders. Een gastouderbureau houdt de genoten opvanguren bij aan de hand van een urenregistratie die wordt opgesteld door de vraag- en gastouder. Vervolgens wordt aan de hand van het aantal opvanguren een factuur uitgedaan naar de vraagouder waarop de bureaukosten van het gastouderbureau worden berekend en het aantal opvanguren. De vraagouder betaalt deze factuur voor een gedeelte met de KOT en een ander gedeelte is de eigen bijdrage. Het gastouderbureau betaalt de gastouder uit aan de hand van het aantal opvanguren.

In het totaal is een bedrag van € 1.154.963,09 ontvangen door gastouderbureau [bedrijf 1] voor diverse vraagouders. Van dit bedrag is ongeveer € 830.000,00 overgemaakt naar de gastouders.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij verantwoordelijk was voor de financiële administratie van het gastouderbureau [bedrijf 1] . Verdachte heeft voorts verklaard dat hij de aanvragen KOT invulde aan de hand van de gegevens die hij kreeg van de vraagouders en dat hij die uren in hun bijzijn invulde en opstuurde naar de Belastingdienst.Verdachte heeft voorts verklaard dat hij bij gebrek aan urenregistratieformulieren zich baseerde op de in de contracten vermelde uren, in combinatie met zijn inschatting uit het blote hoofd met betrekking tot eventuele afwijkingen ten aanzien van de contracturen.

Echter, nog afgezien van het feit dat verdachte met deze werkwijze niet anders dan bewust moet worden geacht te hebben aanvaard dat hij aldus door te handelen zoals hij deed tot een onjuiste vaststelling van de daadwerkelijke opvanguren zou komen, betrekt de rechtbank in haar oordeel voorts het volgende: Uit de getuigenverhoren die zich in het dossier bevinden komt naar voren dat:

  • -

    alle vraagouders (9), op één na, DigiD en wachtwoorden hebben afgegeven aan verdachte;

  • -

    de aanvragen en wijzigingen KOT zijn ingevuld en ingediend door verdachte;

  • -

    de opvanguren op de jaaroverzichten te hoog zijn;

  • -

    er nauwelijks of geen verplichte eigen bijdrage is betaald door de vraagouders;

  • -

    in een aantal gevallen de gekoppelde vraagouder en gastouder elkaar niet kennen;

  • -

    er nauwelijks of geen urenregistraties en urenlijsten werden bijgehouden.

De rechtbank is op grond van bovenstaande van oordeel dat verdachte met het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling bewust onjuiste, valse, gegevens in deze aanvragen heeft ingevuld waardoor de Belastingdienst geheel of gedeeltelijk ten onrechte KOT heeft verleend en uitbetaald.

Feit 2: valsheid in geschrift

Uit de WKO vloeit voort dat aan het einde van het jaar er jaaroverzichten kinderopvang moeten worden verstrekt aan de vraagouders. Om het werkelijke aantal opvanguren vast te stellen is er een urenregistratie nodig. Op urenstaten vullen gast- en vraagouder de daadwerkelijk opgevangen uren in, ze ondertekenen deze beide. Deze jaaroverzichten moeten vervolgens aan Belastingdienst/Toeslagen worden verstrekt om vast te kunnen stellen wat het definitieve bedrag aan KOT was over het betreffende jaar.

Op basis van de gegevens op de jaaroverzichten van gastouderbureau [bedrijf 1] is te zien welke vraagouders en gastouders aan elkaar gekoppeld zijn.

De uren die op de jaaroverzichten staan vermeld komen bijna allemaal exact overeen met de uren op de KOT aanvragen die verdachte eerder heeft opgesteld. Uit de jaaroverzichten blijkt dat een groot deel van de vraagouders 2400 uren opvang per jaar of 200 uren per maand afneemt.

Een groot deel van de vraag- en gastouders geeft aan dat ze van verdachte geen urenstaten hoefden bij te houden en dat er minder opvanguren zijn geweest dan de uren die op de jaaroverzichten staan.

Drie gastouders hebben verklaard helemaal geen werkzaamheden als gastouder te hebben verricht in een bepaalde periode.

Verdachte heeft bij zijn verhoor bij de FIOD en ter zitting verklaard dat er bijna geen urenregistraties aanwezig waren omdat de gastouders deze vergaten in te sturen en dat hij daarom de jaaroverzichten opstelde aan de hand van de eerder opgestelde KOT aanvragen. Hij heeft daarbij aangegeven dat de daadwerkelijke opvanguren meestal overeen kwamen met de contracturen.

De rechtbank acht deze stelling niet aannemelijk omdat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de opvanguren ondanks ziekte, zwangerschapsverlof, schoolvakanties, en vakantie van de gast- en vraagouder, nagenoeg geheel conform de contracten konden plaatsvonden.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte opzettelijk onjuiste gegevens in deze geschriften heeft ingevuld nu het aantal uren gastouderopvang niet met het werkelijke aantal verleende uren overeenkomt. Dit heeft structureel plaatsgevonden, waarbij verdachte de jaaropgaven en urenregistratieformulieren bewust niet heeft gefundeerd op enige deugdelijke registratie van daadwerkelijk plaatsgevonden opvang. Desondanks heeft verdachte deze gegevens ten grondslag gelegd ter verantwoording van de door hem aangevraagde KOT bij de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft vervolgens geheel of gedeeltelijk ten onrechte KOT verleend, uitbetaald en in stand gehouden.

Het onder feit 2 tenlastegelegde valsheid in geschrifte is naar het oordeel van de rechtbank dan ook dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3: gewoontewitwassen

De rechtbank merkt in dit verband allereerst op dat voor bewezenverklaring van (gewoonte) witwassen sprake moet zijn van gedragingen die meer omvatten dan het enkele voorhanden hebben van die gelden en die gericht zijn op of het karakter hebben van een daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die gelden.1

Verdachte heeft zijn inkomsten verkregen uit verschillende bronnen te weten; uitkeringen KOT, diverse contante teruggaven van de gastouders en inkomsten uit zijn overige bedrijven.

Aan de hand van de bankrekeningen van verdachte, [echtgenote verdachte] , zijn echtgenote,

[bedrijf 1] en [bedrijf 2] komt naar voren dat bedragen (in totaal € 228,882,--) werden overgeboekt naar Turkije. Er werden bedragen overgeboekt vanaf de rekeningen van voornoemde B.V.’s naar bankrekeningen van verdachte en zijn vrouw. Daarnaast werden bedragen overgeboekt naar, wat later bleek, familieleden van zijn vrouw [echtgenote verdachte] .

Uit de verklaringen van verdachte, welke hij heeft herhaald ter zitting, komt naar voren dat er panden zijn aangekocht in Turkije.Volgens verdachte gaat het om twee bedrijfspanden en vier woningen. Daarnaast heeft verdachte een huis laten bouwen in het dorp [plaats 1] in Turkije. Verdachte heeft voorts verklaard dat alle panden op naam van zijn vrouw staan, [echtgenote verdachte] .

Verdachte heeft verder verklaard dat zijn echtgenote [echtgenote verdachte] een spaarrekening heeft bij de [bank 1] in Turkije met een saldo van ruim € 186.677,--.

Vanuit de bankrekeningen komt naar voren dat contante opnamen zijn gedaan in Turkije over een periode van 13 juli 2009 tot en met 27 oktober 2014. In het totaal is een bedrag van € 113.133,91 contant opgenomen over deze periode in Turkije.

Gezien het feit dat vanaf 2008 tot en met 2014 een groot aantal contante opnamen in en overboekingen naar Turkije plaatsvinden en aldaar diverse onroerend goederen zijn aangeschaft, is door deze vermenging de omvang van uit misdrijf verkregen gelden niet vast te stellen.

Doorstelselmatig te handelen als hiervoor omschreven heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank een gewoonte gemaakt van het overdragen en omzetten van aanzienlijke geldbedragen, die afkomstig waren uit de door hem gepleegde strafbare feiten. De rechtbank is van oordeel dat geen sprake is van verbergen en/of verhullen van de geldbedragen als bedoeld in art. 420ter Sr juncto art. 420bis lid 1 Sr.

Ten aanzien van feit 4: Onjuist doen van aangiften inkomstenbelasting

De Belastingdienst heeft over 2008-2012 aangiften inkomstenbelasting van verdachte ontvangen. Deze zijn in de periode 28 februari 2009 tot en met 6 maart 2013 bij de belastingdienst ingediend.

De Belastingdienst heeft berekend dat verdachte over 2008 en 2009 onvoldoende inkomsten, dan wel winst uit onderneming heeft aangegeven in box 1.

Verdachte is met ingang van 2010 directeur grootaandeelhouder van [bedrijf 2] en [bedrijf 2] is op haar beurt weer enig aandeelhouder van [bedrijf 1] Daarnaast had verdachte een eigen administratiekantoor genaamd [bedrijf 3] en heeft hij een bedrijf dat zich bezighoudt met de tuning van auto’s genaamd [bedrijf 4] .

Op grond van artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964 dient verdachte een gebruikelijk loon te genieten welke voldoet aan de eisen die artikel 12 a van deze wet.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij zijn eigen aangifte inkomstenbelasting van 2008 tot en met 2012 heeft ingediend bij de Belastingdienst. Hij heeft tevens verklaard dat hij zijn zakelijke inkomsten niet heeft aangegeven in zijn aangiften inkomstenbelasting 2008 tot en met 2012. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij alle verworven panden, die hierboven staan vermeld en de gelden die op de Turkse bankrekeningen niet heeft meegenomen bij zijn aangiftes inkomstenbelasting. Tot slot heeft verdachte een stuk grond geërfd in Turkije. Volgens verdachte gaat het om een stuk grond van 60.000 m2. Ook dit is niet meegenomen bij de berekening van zijn inkomsten.

Het verweer van verdachte dat hij in de veronderstelling verkeerde dat hij geld vanuit zijn B.V.’s hier te lande mocht overboeken naar Turkije zonder daarover belasting te betalen aan de Nederlandse Staat en bovendien simpelweg is vergeten zijn overige vermogensbestanddelen aldaar op te geven aan de Belastingdienst, zal de rechtbank passeren gelet op de bewezenverklaringen van de feiten onder 1 (oplichting), 2 (valsheid in geschrift) en 3 (gewoontewitwassen). Tegen die achtergrond – dat wil zeggen mede uit die bewezenverklaarde gedragingen – leidt de rechtbank het opzet af van verdachte tot het doen van onjuiste aangiften zoals ten laste gelegd onder vier.

De rechtbank concludeert op grond hiervan dat verdachte opzettelijk onjuiste aangifte inkomstenbelasting heeft gedaan bij de Belastingdienst.

5.4

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het sub 1, sub 2, sub 3 en sub 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2009 tot en met 18 september 2015 in Nederland

tezamen en in vereniging met een rechtspersoon, althans alleen:

met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, de Belastingdienst telkens heeft bewogen tot de afgifte van enig geldbedrag, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededader met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid :

op een of meer formulieren telkens:

-voor de kinderen [kind 1] , [kind 2] (geboortedatum [geboortedag] -2006) en [kind 2] (geboortedatum [geboortedag] -2011) vermeld dat ten behoeve van de opvang van voornoemde kinderen de genoemde opvanguren werden verleend of genoten en

-voor het kind [kind 4] vermeld dat ten behoeve van de opvang van het voornoemde kind de genoemde opvanguren werden verleend of genoten en

-voor de kinderen [kind 5] en [kind 6] vermeld dat ten behoeve van de opvang van voornoemde kinderen de genoemde opvanguren werden verleend of genoten en

- voor de kinderen [kind 7] en [kind 8] vermeld dat ten behoeve van de opvang van voornoemde kinderen de genoemde opvanguren werden verleend of genoten,

zulks terwijl er in werkelijkheid minder of geen opvang werd verleend of genoten,

waardoor de Belastingdienst/Toeslagen werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

hij in de periode van 1 januari 2009 tot en met 18 september 2015 in Nederland, tezamen en in vereniging met een rechtspersoon, althans alleen,

meermalen, opzettelijk gebruik heeft gemaakt van en voorhanden heeft gehad en heeft afgeleverd een of meer valse documenten, elk zijnde een geschrift, bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift telkens echt en onvervalst, te weten:

a. jaaropgaven kinderopvang en

b. urenregistratieformulieren,

bestaande dat gebruikmaken en voorhanden hebben en afleveren telkens hierin dat verdachte en/of zijn mededader die documenten heeft gezonden of laten zenden naar de vraagouders en de Belastingdienst en bestaande die valsheid telkens hierin dat - zakelijk weergegeven –

ad a. dat op die jaaropgaven telkens per kind was aangegeven dat een aantal opvanguren was genoten/ verleend, onder meer :

1 met betrekking tot het kind van de vraagouder [vraagouder 1]:

- de jaaropgave 2011 met betrekking tot het kind [kind 4] en

2 met betrekking tot de kinderen van de vraagouder G. van Batenburgondermeer:

- de jaaropgave 2009 met betrekking tot het kind [kind 5] en

- de jaaropgave 2010 met betrekking tot het kind [kind 6] en

- de jaaropgave 2011 met betrekking tot het kind [kind 5] en

- de jaaropgave 2012 met betrekking tot het kind [kind 9] en

3 met betrekking tot de kinderen van de vraagouder [vraagouder 3]

- de jaaropgave 2011 met betrekking tot het kind [kind 1] en

- de jaaropgave 2012 met betrekking tot het kind [kind 2] ,

bestaande die valsheid hierin dat in werkelijkheid: minder of geen opvang was genoten en

ad b. op urenregistratieformulieren was aangegeven het aantal opgepaste uren per kind,

onder meer:

1 met betrekking tot de kinderen van de vraagouder [vraagouder 4] :

-één of meer formulier(en) Urenregistratie Gastouderopvang 2013 en

2 met betrekking tot de kinderen van de vraagouder [vraagouder 5] , waaronder:

-formulieren Urenregistratie Gastouderopvang over de maanden

januari 2011 tot en met december 2011 met betrekking tot de kind(eren) van voornoemde vraagouder,

bestaande die valsheid hierin dat in werkelijkheid geen of minder opvang werd genoten,

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader wist, dat die geschriften bestemd zijn voor zodanig gebruik;

3.

hij samen en in vereniging met andere natuurlijke personen, in de periode van 1 januari 2008 tot en met 18 september 2015 in Nederland en/of in Turkije van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben hij, verdachte en zijn medeverdachten telkens een of meer geldbedragen verworven, voorhanden gehad, overgedragen en omgezet, onder meer door:

-geldbedragen tot een totaal van ongeveer 228.882 euro, over te maken naar een of meer bankrekeningen in Turkije en;

-te beschikken over een spaarrekening in Turkije ten name van [echtgenote verdachte] met een saldo van ongeveer 186.677 euro en;

-de aanschaf van een of meer onroerende goederen in Turkije en;

-een of meer cashopnames in Turkije tot een totaalbedrag van ongeveer 113.133 euro;

terwijl hij wist dat bovenomschreven geldbedragen/voorwerpen -onmiddellijk of middellijk- afkomstig waren uit enig misdrijf;

4.

hij in de periode van 28 februari 2009 tot en met 6 maart 2013 in Nederland,

telkens opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangiften, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten:

de aangifte inkomstenbelasting 2008 ten name van [verdachte] , en [echtgenote verdachte] , ingediend op 28 februari 2009 en

de aangifte inkomstenbelasting 2009 ten name van [verdachte] , en [echtgenote verdachte] , ingediend op 31 maart 2010 en

de aangifte inkomstenbelasting 2010 ten name van [verdachte] , en [echtgenote verdachte] , ingediend op 25 maart 2011 en

de aangifte inkomstenbelasting 2011 ten name van [verdachte] , en [echtgenote verdachte] , ingediend op 27 maart 2012 en

de aangifte inkomstenbelasting 2012 ten name van [verdachte] , en [echtgenote verdachte] , ingediend op 6 maart 2013,

onjuist en/of onvolledig heeft gedaan, immers heeft verdachte telkens opzettelijk op het bij de Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst ingeleverde aangiftebiljetten inkomstenbelasting over genoemde jaren telkens een te laag belastbaar bedrag, terwijl dat feit telkens ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Algemene wet inzake rijksbelastingen bepaalde betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 1, sub 2, sub 3 en sub 4 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 225, 326 en 420ter juncto 420bis Sr en artikel 69 Algemene wet inzake Rijksbelastingen. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: Oplichting, meermalen gepleegd en

het misdrijf: Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

feit 2

het misdrijf: Opzettelijk gebruik maken van het valse of vervalste geschrift als ware het echt en onvervalst dan wel opzettelijk zodanig geschrift aflevert of voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik; en

het misdrijf: Medeplegen van opzettelijk gebruik maken van het valse of vervalste geschrift als ware het echt en onvervalst dan wel opzettelijk zodanig geschrift aflevert of voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik;

feit 3

het misdrijf: Medeplegen van: van het plegen van witwassen een gewoonte maken;

feit 4

het misdrijf: Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft gedurende een periode van ruim vijf en een half jaar de Belastingdienst op onrechtmatige wijze bewogen ruim € 1,5 miljoen KOT uit te keren. Hiertoe heeft hij valse aanvragen KOT opgemaakt en ingediend bij de Belastingdienst. Daarnaast heeft hij valse jaaroverzichten gastouderopvang opgemaakt, onjuiste aangiften inkomstenbelasting ingediend en een gewoonte gemaakt van het witwassen van de uitgekeerde gelden die door voornoemde misdrijven naar hem werden overgemaakt.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij door middel van zijn gastouderbureau, dat niet voldeed aan de wettelijke voorschriften, als intermediair naar buiten trad als een persoon met kennis van zaken om vervolgens op grove wijze misbruik te maken van het vertrouwen van de bij hem ingeschreven vraag- en gastouders. Verdachte heeft door het plegen van deze feiten een aanzienlijk voordeel genoten, hetgeen ook blijkt uit de omstandigheid dat hij met het geld onroerend goed heeft gekocht in Turkije. Verdachte heeft alleen gedacht aan zijn eigen gewin en heeft de Belastingdienst en de vraagouders ernstig benadeeld. De vraagouders zijn immers de aanvragers van de kinderopvangtoeslag, waardoor de Belastingdienst bij hen de ten onrechte uitbetaalde bedragen zal (kunnen) terugvorderen en niet bij verdachte.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de aan verdachte op te leggen straf acht geslagen op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht). Deze geven wanneer er sprake is van een benadelingsbedrag van meer dan

1 miljoen een gevangenisstraf aan vanaf 24 maanden. De rechtbank zal echter ook rekening houden met het feit dat niet het gehele nadeelbedrag van ruim € 1,5 miljoen bij verdachte zelf terecht is gekomen maar een gedeelte daarvan, te weten ruim € 400.000.

De rechtbank zal verder in het voordeel van verdachte rekening houden met het feit dat hij blijkens de justitiële documentatie d.d. 18 september 2015 niet eerder veroordeeld is voor soortgelijke misdrijven.

Gelet hierop acht de rechtbank een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, op z’n plaats.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 7, 14a, 14b, 14c, 27, 57 en 91 Sr en artikel 68 van Algemene wet inzake Rijksbelastingen.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het sub 1, sub 2, sub 3 en sub 4 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 1, sub 2, sub 3 en sub 4 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
    feit 1

het misdrijf: Oplichting, meermalen gepleegd en

het misdrijf: Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

feit 2

het misdrijf: Opzettelijk gebruik maken van het valse of vervalste geschrift als ware het echt en onvervalst dan wel opzettelijk zodanig geschrift aflevert of voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik; en

het misdrijf: Medeplegen van opzettelijk gebruik maken van het valse of vervalste geschrift als ware het echt en onvervalst dan wel opzettelijk zodanig geschrift aflevert of voorhanden hebben, terwijl hij weet dat dit geschrift bestemd is voor zodanig gebruik;

feit 3

het misdrijf: Medeplegen van: van het plegen van witwassen een gewoonte maken;

feit 4

het misdrijf: Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit er toe strekt dat te weinig belasting wordt geheven.

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder sub 1, sub 2, sub 3 en sub 4 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van achttien (18) maanden, waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Wentink, voorzitter, mr. M. Aksu en mr. H. Bloebaum, rechters, in tegenwoordigheid van H.J. Veldhuis, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 april 2016.

Mr. J. Wentink is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de Belastingdienst/FIOD kantoor Utrecht met nummer 53970. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

De verklaring die de verdachte ter terechtzitting van 11 april 2016 heeft afgelegd, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik was inderdaad met ingang van 2010 directeur grootaandeelhouder van [bedrijf 2] en [bedrijf 2] is op haar beurt weer enig aandeelhouder en bestuurder van [bedrijf 1] Daarnaast had ik een eigen administratiekantoor genaamd [bedrijf 3] en had ik een bedrijf dat zich bezighield met de tuning van auto’s genaamd [bedrijf 4] .

Ik was verantwoordelijk voor de financiële administratie van het gastouderbureau [bedrijf 1] .

Ik ben in de Turkse gemeenschap in de omgeving van Harderwijk door ouders met jonge kinderen benaderd met de mededeling of men geld van de Belastingdienst kon krijgen als op hun kinderen werd gepast. In een later stadium heb ik ook middels advertenties actief geworven. Ik bood daarbij aan om namens hen de benodigde aanvraagformulieren voor de KOT in te vullen.

Ik vulde de aanvragen KOT in aan de hand van de gegevens die ik kreeg van de vraagouders, ik vulde het formulier met uren in hun bijzijn in en stuurde het met de DigiD van hen op naar de Belastingdienst.

Er waren bijna geen urenregistraties aanwezig. Ik heb panden gekocht in Turkije. Het gaat om twee bedrijfspanden en vier woningen. Voorts heb ik een huis laten bouwen in Turkije. De panden staan allemaal op naam van mijn vrouw, dat klopt. Mijn vrouw heeft een spaarrekening bij de [bank 1] in Turkije met een saldo van ruim € 186.677,--.

Ik heb mijn eigen aangifte inkomstenbelasting van 2008 tot en met 2012 ingediend bij de Belastingdienst. Ik heb daarbij mijn zakelijke inkomsten niet heeft aangegeven in de aangiften. Ook heb ik alle Turkse panden en de gelden die op de Turkse bankrekeningen niet meegenomen bij mijn aangiftes. Ook het stuk grond dat ik heb geërfd in Turkije van 60.000 m2 is niet meegenomen.

2.

Een proces-verbaal van verhoor van 23 oktober 2015, voor zover inhoudende de verklaring van [vraagouder 3] (blz 3188 e.v.), zakelijk weergegeven:

Op dit moment ben ik niet werkzaam. lk ben wel werkzaam geweest in een Turkse supermarkt, in een schoonmaakbedrijf en later in de thuiszorg. lk weet wel dat het in de periode 2009 tot en met 2013 is geweest.

1k heb 3 kinderen te weten een dochter van 12 genaamd [kind 1] met geboortedatum [geboortedag] 2003, een zoon genaamd [kind 2] van [geboortedag] 2006 en nog een zoon van 4 genaamd [kind 3] met geboortedatum [geboortedag] 2011.

Maakte u gebruik van kinderopvang over de jaren 2008 tot en met heden?

Antwoord gehoorde

Mijn schoonzus [gastouder 1] paste in die periode op mijn kinderen. Normaal gesproken kwam ze bij ons thuis maar het kwam ook voor dat mijn kinderen naar het adres van de oppas gingen. Sinds 2012 hebben we vanwege familieproblemen geen contact meer met haar. Een andere gastouder heeft toen het oppaswerk op zich genomen. Deze nieuwe gastouder was [gastouder 2] . Wanneer exact deze gastouders opgepast hebben weet ik niet echt meer. Ook kan ik u zeggen dat ik vanwege interne familieproblemen in de periode november 2013 tot en met juni 2014 met mijn drie kinderen in Turkije ben geweest.

Wie heeft er van 2009 tot en met heden de beschikking gehad over uw DigiD-code?

Antwoord gehoorde

Dat is [verdachte] geweest, sinds we de aanvragen voor kinderopvangtoeslag aanvragen.

Vraag verbalisanten

Waarom kon [verdachte] gebruik maken van uw DigiD-code?

Antwoord gehoorde

Hij had dit nodig om deze procedure voor ons te regelen.

Vraag verbalisanten

Hoe bent u in contact gekomen met gastouderbureau [bedrijf 1] en hoe verliep het verdere contact?

Antwoord gehoorde

Via een ex collega [naam 1] ben ik bij gastouderbureau [bedrijf 1] gekomen.

Vraag verbalisanten

Wie heeft de eerste aanvraag KOT aangevraagd?

Antwoord gehoorde

Dat heeft [verdachte] voor ons gedaan en als het goed is zal dat in het jaar 2008 zijn geweest.

Vraag verbalisanten

Op welke plek gebeurde dit?

Antwoord gehoorde

Dat gebeurde bij ons thuis, op de computer van [verdachte] zelf en ik was erbij aanwezig.

Vraag verbalisanten

Wie verstuurde de aanvraag KOT?

Antwoord gehoorde

Dat was ook [verdachte]

Vraag verbalisanten

Hoe hield u de dagen en uren bij waarop de gastouder op uw kinderen heeft gepast?

Antwoord gehoorde

[verdachte] had mij een aantal urenformulieren gegeven, die ik moest invullen. Op deze urenformulieren moest ik de opvanguren per dag invullen. lk moet hierbij vertellen dat ik in het begin geen urenformulieren hoefde in te vullen. Op een bepaald moment zei [verdachte] dat wij de urenformulieren wel verplicht moesten invullen. lk kan u zeggen dat [verdachte] best wel laat met deze formulieren aan kwam zetten, de kinderopvang was toen best wel al een tijdje aan de gang. De exacte datum weet ik overigens niet meer. De formulieren maakte ik in principe elke dag op maar het kwam ook voor dat ik na 2 of 3 dagen de urenformulieren opmaakte. De urenformulieren stuurde ik per maand naar [verdachte] toe.

Vraag verbalisanten

Kloppen de gegevens die op de eerste aanvraag KOT 2009 staan?

Antwoord gehoorde

U laat mij op de aanvraag KOT 2009 zien dat voor mijn kinderen per maand 95 en 96 uur is opgepast maar ik weet zeker dat ik niet zoveel uren oppas heb gehad. lk denk dat ik gemiddeld per maand zo'n 60 uur werk dus het aantal oppasuren zal ongeveer in die orde van grootte zijn.

Vraag verbalisanten

Hoe werden de urenstaten bijgehouden betreffende de opvang in 2009?

Antwoord gehoorde

Neen, dat heb ik niet voor mijzelf bijgehouden, sterker nog in het jaar 2009 zijn er geen staten met oppasuren opgemaakt door mij.

Vraag verbalisanten

Kloppen de gegevens die op het wijzigingsformulier KOT 2010 staan?

Antwoord gehoorde

Neen, de oppasuren kloppen niet, lk heb zelf geen 130 uur per maand gewerkt. lk weet zeker dat er geen 130 oppasuren zijn geweest en een schatting over de daadwerkelijk gemaakte oppasuren geef ik liever niet omdat ik daar niet zeker van ben.

Vraag verbalisanten

Wie heeft het wijzigingsformulier KOT 2010 ingevuld?

Antwoord gehoorde

Ik ben niet op de hoogte dat dit wijzigingsformulier KOT 2010 is ingevuld, ik denk dat [verdachte] dit gewoon heeft gedaan met behulp van de door ons afgegeven DIGID-code.

Vraag verbalisanten

Zijn de jaaropgaven 2011 juist?

Antwoord gehoorde

De uren die op de jaaropgaven staan vermeld zijn niet juist. Wat de juiste oppasuren zijn weet ik nu niet meer.

Wat is de reden dat [kind 3] 10 dagen na zijn geboorte kinderopvang nodig had?

Antwoord gehoorde

Ik weet zeker dat [kind 3] 10 dagen na zijn geboorte geen kinderopvang nodig had. Volgens mij was [kind 3] twee en een halve maand oud toen ik weer begon met werken en dat hij vanaf dat moment een oppas ouder nodig had. Hoeveel oppasuren er toen gedraaid werden weet ik niet meer maar ik weet wel dat het er geen 130 per maand zijn geweest.

Opmerking verbalisanten

Wij tonen u jaaropgaven 2012 betreffende de kinderopvang. Op deze jaaropgaven lezen wij dat deze aan u gericht zijn. De jaaropgaven hebben betrekking op drie kinderen. Op de jaaropgaven wordt aangegeven dat de gastouder [gastouder 3] is. Uw drie kinderen hebben volgens de jaaropgaven over het volledige jaar 2012 opvang genoten.

Vraag verbalisanten

Wat kunt u verklaren over de jaaropgaven 2012?

Antwoord gehoorde

U zegt dat er ongeveer 87 uur per maand oppas is geweest en ik heb gemiddeld 60 uur per week gewerkt. lk denk dat de opgaven onjuist zijn.

Opmerking verbalisanten

Vanuit de interne systemen van de Belastingdienst zien wij dat met betrekking tot de jaren 2009 tot en met 2013 in het totaal € 63.034,00 KOT is overgemaakt aan gastouderbureau [bedrijf 1] .

Vraag verbalisanten

Hoeveel van deze € 63.034,00 heeft u ontvangen?

Antwoord gehoorde

Wij hebben niets ontvangen van deze € 63.034,00."

Vraag verbalisanten

Wat kunt u verklaren over de eigen bijdrage die u aan het gastouderbureau over de jaren 2009 tot en met 2013 hebt moeten betalen?

Antwoord gehoorde

Ik heb nooit een eigen bijdrage aan het gastouderbureau betaald.

3.

Een geschrift zijnde aanvraagformulieren KOT waarop staat vermeld dat voor de kinderen [kind 1] , [kind 2] (geboortedatum [geboortedag] -2006) en [kind 2] (geboortedatum [geboortedag] -2011) en dat ten behoeve van de opvang van voornoemde kinderen de genoemde opvanguren werden verleend of genoten (DOC-193 p. 1622/1623; DOC-196, p. 1628/1629 ; DOC-201, p. 1640/1641; DOC-202, p. 1642/1643; DOC-204, p 1646/1647);

4.

Een geschrift zijnde de jaaropgave 2011 met betrekking tot het kind [kind 1] (DOC-198, p. 1632 en 1634);

5.

Een geschrift zijnde de jaaropgave 2012 met betrekking tot het kind [kind 2] (DOC-205, p. 1649);

6.

Een proces-verbaal van verhoor van 14 september 2015, voor zover inhoudende de verklaring van [vraagouder 1] (blz 2816 e.v.), zakelijk weergegeven:

Vraag verbalisanten

Maakte u gebruik van kinderopvang over de jaren 2008 tot en met heden?

Antwoord gehoorde

Mijn dochter ging naar een gastouder. Ik weet niet wanneer.

Vraag verbalisanten

Via welk gastouderbureau is de opvang tot stand gekomen?

Antwoord gehoorde

Van [verdachte] . In die tijd had hij een gastouderbureau ergens op het industrieterrein van Harderwijk. lk gaf hem de papieren en hij ging alles regelen voor mij. lk kende hem niet persoonlijk maar de Turkse en Marrokaanse mensen kenden elkaar. Het is een kleine kring. lk hoorde via via dat [verdachte] de opvang kon regelen.

Vraag verbalisanten

Wie heeft er van 2009 tot en met heden de beschikking gehad over uw DigiD-code?

Antwoord gehoorde

Ik heb mijn Digi-D code aan [verdachte] gegeven omdat hij zei dat hij alles voor mij ging regelen wat betreft de Kinderopvangtoeslag.

Vraag verbalisanten

Wie heeft de eerste aanvraag KOT aangevraagd?

Antwoord gehoorde

Dat heeft [verdachte] gedaan. Hij heeft alles geregeld voor mij.

Vraag verbalisanten

Wie vulde de aanvraag KOT in?

Antwoord gehoorde [verdachte] .

Vraag verbalisanten

Was er sprake van kinderopvang in 2010 over de periode dat er KOT is aangevraagd?

Antwoord gehoorde

Ik weet niet meer wanneer mijn dochter voor het eerst opvang heeft gehad. Als ik nadenk had mijn dochter hooguit 35 uur per week opvang.

Opmerking verbalisanten

Wij tonen u een jaaropgave 2011 betreffende de opvang van uw kind. Op deze jaaropgave lezen wij dat [kind 4] 2400 uur opvang heeft genoten bij [gastouder 4] in Harderwijk.

Vraag verbalisanten

Zijn de gegevens die op de jaaropgave 2011 staan juist?

Antwoord gehoorde

[gastouder 4] is de meisjesnaam van [gastouder 4] . lk heb deze jaaropgave nog nooit eerder gezien. lk heb ook nooit bij de gastouder voor uren moeten tekenen die zij heeft opgepast. Het overzicht zegt mij helemaal niks. lk zie wel dat er op dit overzicht 2400 staat in 2011. Dat is weer 200 uur per maand. Volgens mij was dit veel minder.

Opmerking verbalisanten

Op 1 februari 2011 ontvangt Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag KOT 2011. Op de aanvraag lees ik dat er KOT aangevraagd wordt voor [kind 4] . Zij krijgt volgens de aanvraag 200 uur opvang per maand.

Vraag verbalisanten

Wie heeft deze aanvraag KOT 2011 opgesteld en ingediend?

Antwoord gehoorde

1k weet hier niks van, lk dacht dat het gestopt was in 2011. lk weet hier niks van. [verdachte] heeft als enige mijn Digi-D code.

Vraag verbalisanten

Heeft u een eigen bijdrage betaald in 2011?

Antwoord gehoorde

Februari 2011 is het laatste wat ik aan contact met [verdachte] heb gehad. Daarna niet meer. lk heb geen eigen bijdrage betaald in 2011 of 2012. Maar één ding is zeker, die 200 uur klopt sowieso niet.

Opmerking verbalisanten

Op de aanvragen KOT lezen wij dat er voor 200 uur per maand KOT is aangevraagd. Op de jaaropgaven die wij hebben getoond lezen wij dat het aantal uren ook op 200 uur per maand uit komt.

Vraag verbalisanten

Hoe zat het met de opvang van uw dochter tijdens de vakanties?

Antwoord gehoorde

"Het aantal uren op de aanvragen en jaaroverzichten kloppen al niet. lk ga ieder jaar sowieso 5 weken met vakantie naar Turkije. Daarnaast werkte ik in ploegendiensten bij mijn vorige werk. lk kon de uren die ik overwerkte of in de nacht werkte weer terug krijgen als vrije tijd. Hierdoor weet ik dat het aantal uren op de jaaropgaven en aanvragen niet klopt.

7.

Een geschrift zijnde aanvraagformulieren Kinderopvang voor het kind [kind 4] waarop vermeld is dat ten behoeve van de opvang van het voornoemde kind de genoemde opvanguren werden verleend of genoten (DOC-210, p. 1655 ; DOC-214, p. 1660);

8.

Een geschrift zijnde de jaaropgave 2011 met betrekking tot het kind [kind 4] (DOC-218, p. 1664);

9.

Een proces-verbaal van verhoor van 14 september 2015, voor zover inhoudende de verklaring van [vraagouder 2] (blz 2834 e.v.), zakelijk weergegeven:

Vraag verbalisanten:

Kent u het bestaan van de zogenaamde kinderopvangtoeslag? Wat kunt u hierover vertellen? Antwoord gehoorde:

Ik ken het bestaan. Maar hoe het in zijn werk gaat weet ik niet, dit deed [verdachte]

Mijn man is in contact gekomen met [bedrijf 1] . Mijn man is volgens mij via vrienden in contact gekomen met [verdachte] . lk weet niet precies wat mijn man met [verdachte] heeft besproken.

De aanvragen werden allemaal gedaan door [verdachte] . lk leverde volgens mij mijn loongegevens aan. De aanvraag kinderopvangtoeslagen hebben wij onze DigiD en wachtwoorden aan [verdachte] gegeven. Vanaf 2008 heeft [verdachte] dit geregeld en ook alle andere aanvragen.

Vraag verbalisanten

Maakte u gebruik van kinderopvang over de jaren 2008 tot en met heden?

Antwoord gehoorde

Van 2008 tot en met 2011 hebben we gebruik gemaakt van kinderopvang.

We maakten gebruik van een gastouder voor de oudste twee. Voor de oudste twee kinderen kregen we kinderopvangtoeslag. De gastouder werd door het gastouderbureau geregeld, dus door [verdachte] . lk denk dat de kinderen 25 tot 30 uur per week naar de gastouder gingen. De kinderen gingen eerst naar de gastouder en later paste de gastouder ook hier op. lk weet de namen van de gastouders niet meer. Mijn moeder heeft ook even opgepast als gastouder. Ze moest diploma's gaan halen en dit lukte niet. Mijn moeder heeft ongeveer een jaar als gastouder gewerkt voor ons. Dit was in 2008/2009 en ze paste toen alleen op [kind 5] .

Vraag verbalisanten

Wie heeft de eerste aanvraag KOT aangevraagd?

Antwoord gehoorde

[verdachte] heeft de eerste aanvraag ingediend met ons Digi-d en wachtwoorden."

Vraag verbalisanten

Wie vulde de aanvraag KOT in?

Antwoord gehoorde

[verdachte] vulde de aanvraag KOT in. [verdachte] had onze Digi-d en wachtwoord.

Opmerking verbalisanten

Wij tonen u een jaaropgave afkomstig van gastouderbureau [bedrijf 1] welke is gericht aan u. De jaaropgave heef betrekking op het jaar 2009. Op de jaaropgave lezen wij dat er voor één kind kinderopvang is geweest bij gastouder [gastouder 5] . Het betrof in het totaal 2400 uur over de periode 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009.

Vraag verbalisanten

Zijn de gegevens die op de jaaropgave 2009 staan juist?

Antwoord gehoorde

[gastouder 5] is mijn moeder. Mijn moeder paste ongeveer 25 tot 30 uren per week op. 30 uren maal 52 weken is 1560 uur. De uren van totaal 2400 uur die op deze jaaropgave staat zijn te hoog. lk ken de jaaropgave wel, ik ging er vanuit dat alles wat er op stond zou kloppen omdat dit door een gastouderbureau is opgemaakt.

Vraag verbalisanten

Hoeveel eigen bijdrage is er betaald in 2009 betreffende de kinderopvang aan gastouderbureau [bedrijf 1] en waar blijkt dat uit?

Antwoord gehoorde

We betaalden geen eigen bijdrage aan het gastouderbureau [bedrijf 1] .

Vraag verbalisanten

Waar zijn de urenstaten van de gastouder en u over het jaar 2009?

Antwoord gehoorde

De urenstaten deed [verdachte] . Wij hoefden zelf nooit urenstaten in te leveren. Ook heb ik nooit een urenstaat gezien of getekend.

Vraag verbalisanten

Heeft er in 2010 kinderopvang plaatsgevonden voor uw kinderen?

Antwoord gehoorde Ja.

Vraag verbalisanten

Wat is de eigen bijdrage die u voor de kinderopvang heeft betaald aan gastouderbureau [bedrijf 1] ?

Antwoord gehoorde

Wij betaalden geen eigen bijdragen aan het gastouderbureau [bedrijf 1] .

Vraag verbalisanten

Waar zijn de urenstaten van de gastouder en u over het jaar 2010?

Antwoord gehoorde

De urenstaten deed [verdachte] . Wij hoefden zelf nooit urenstaten in te leveren. Ook heb ik nooit een urenstaat gezien of getekend. "

Opmerking verbalisanten

Wij tonen u twee jaaropgaven afkomstig van gastouderbureau [bedrijf 1] , welke aan u zijn gericht. De jaaropgaven hebben betrekking op het jaar 2010. De jaaropgaven vermelden dat er voor twee kinderen kinderopvang is geweest bij gastouder [gastouder 5] , namelijk voor [kind 5] en [kind 6] . Voor [kind 5] , geboren op [geboortedag] 2008 betrof dit 2400 uur over de periode 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010 en voor [kind 6] , geboren op [geboortedag] 2010 betrof dit 1000 uur over de periode 8 augustus 2010 tot en met 31 december 2010.

Vraag verbalisanten

Zijn de gegevens die op de jaaropgave 2010 staan juist?

Antwoord gehoorde

[kind 5] is [kind 5] . [kind 5] is haar tweede naam. lk zie hier dat mijn moeder ook in 2010 nog als gastouder werkte. lk dacht dat zij niet meer in 2010 op de kinderen paste. Maar nu ik dit zie denk ik dat ze in 2010 nog wel op de kinderen paste. lk zie dat er de dag nadat [kind 6] geboren is al kinderopvang heeft plaatsgevonden. Dit kan niet kloppen. lk ben pas na ongeveer 10 weken na de geboorte van [kind 6] gaan werken en [kind 6] ging pas naar de opvang toen ik weer aan het werk ging.

Vraag verbalisanten

Heeft er over 2010 kinderopvang plaatsgevonden?

Antwoord gehoorde

Ja.

Opmerking verbalisanten

Op 12 september 2010 ontvangt de Belastingdienst/Toeslagen een wijzigingsformulier KOT 2010. Dit wijzigingsformulier vermeldt dat er voor twee kinderen KOT aangevraagd wordt voor 200 uur per maand, met als gastouder, gastouderbureau [bedrijf 1] .

Vraag verbalisanten

Wie heeft het wijzigingsformulier KOT 2010 ingevuld en verstuurd aan Belastingdienst/Toeslagen?

Antwoord gehoorde

Alle aanvragen en wijzigingen werden ingevuld en ingediend door [verdachte] . lk heb altijd 38 uren per week gewerkt, de uren aan kinderopvang zijn nooit omhoog gegaan. Dus is weet niet waarom er een wijziging moest komen voor 200 uren per week. [verdachte] had onze Digi-d en wachtwoorden dus hij kan dit hebben gedaan. lk heb hem nooit opdracht gegeven om de uren aan opvang te wijzigen en ook mijn man heeft dit waarschijnlijk niet gedaan. Mijn man wist de regels van de kinderopvangtoeslag niet, hij vertrouwde op het gastouderbureau [bedrijf 1] .

Vraag verbalisanten

Heeft er in 2011 kinderopvang plaatsgevonden voor uw kinderen?

Antwoord gehoorde Ja.

Vraag verbalisanten

Wat is de eigen bijdrage die u voor de kinderopvang heeft betaald in 2011 aan gastouderbureau [bedrijf 1] ?

Antwoord gehoorde

We betaalden geen eigen bijdrage.

Vraag verbalisanten

Waar zijn de urenstaten van de gastouder en u over het jaar 2011?

Antwoord gehoorde

De urenstaten deed [verdachte] . Wij hoefden zelf nooit urenstaten in te leveren. Ook heb ik nooit een urenstaat gezien of getekend.

Opmerking verbalisanten

Wij tonen u vier jaaropgaven afkomstig van gastouderbureau [bedrijf 1] welke aan u zijn gericht. De jaaropgaven hebben betrekking op het jaar 2011. De jaaropgaven vermelden dat er voor twee kinderen kinderopvang is geweest bij twee verschillende gastouders, namelijk [gastouder 6] en [gastouder 7] . Bij beide gastouders gaat het om een periode van vier maanden. Voor vermelde perioden zijn bij beide gastouders 800 uur opvang genoteerd.

Vraag verbalisanten

Zijn de gegevens, die op de jaaropgaven 2011 staan vermeld, juist?

Antwoord gehoorde

De naam [gastouder 7] van de gastouder komt me bekend voor. De naam [gastouder 6] ken ik niet. In 2011 werd er door mijn moeder opgepast en niet door deze gastouders die op deze jaaropgave vermeld staan.

Opmerking verbalisanten

Wij tonen u drie jaaropgaven, afkomstig van gastouderbureau [bedrijf 1] , welke zijn gericht aan u. De jaaropgaven hebben betrekking op het jaar 2012. De jaaropgaven vermelden dat er voor drie kinderen kinderopvang is geweest bij gastouder [gastouder 8] in Amersfoort. Voor twee kinderen gaat het om een periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2012 en 2400 uur en voor [kind 9] , geboren op [geboortedag] 2012 over een periode van 1 november 2012 tot en met 31 december 2012 voor 400 uur.

Vraag verbalisanten

Zijn de gegevens die op de jaaropgaven 2012 staan juist?

Antwoord gehoorde

De periode van de jongste [kind 9] die klopt niet. lk had toen nog verlof.

lk heb niet aan [verdachte] gezegd dat ik alweer aan het werk ging per 1 november 2012.

10.

Een geschrift zijnde aanvraagformulieren Kinderopvang voor de kinderen [kind 5] en [kind 6] waarop staat vermeld dat ten behoeve van de opvang van voornoemde kinderen de genoemde opvanguren werden verleend of genoten (DOC-221, p. 1668; DOC-223, p. 1671/1672);

11.

Een geschrift zijnde de jaaropgave 2009 met betrekking tot het kind [kind 5] (DOC-220, p. 1667);

12.

Een geschrift zijnde de jaaropgave 2010 met betrekking tot het kind [kind 6] (DOC-222, p.1670);

13.

Een geschrift zijnde de jaaropgave 2011 met betrekking tot het kind [kind 5] (DOC-224, p. 1673 en p. 1675);

14.

Een geschrift zijnde de jaaropgave 2012 met betrekking tot het kind [kind 9] (DOC-226, p. 1681);

15.

Een proces-verbaal van verhoor van 23 september 2015, voor zover inhoudende de verklaring van [getuige 1] (blz 2889 e.v.), zakelijk weergegeven:

Vraag verbalisanten

Maakte u gebruik van kinderopvang over de jaren 2008 tot en met heden?

Antwoord gehoorde

Ik denk dat ik één jaar kinderopvang heb gehad en dat was in 2008. De kinderopvang was voor mijn twee dochters. lk weet niet wanneer de kinderopvang precies is beëindigd maar in 2010 en latere jaren heb ik geen kinderopvang gehad voor mijn kinderen.

Vraag verbalisanten

Via welk gastouderbureau is de opvang tot stand gekomen?

Antwoord gehoorde

Dat is gastouderbureau [bedrijf 1] . lk ontmoette [verdachte] in een cafetaria dat ik een korte tijd heb gepacht. lk kende hem ook al van vroeger. Een keer tijdens een gesprek gaf [verdachte] dat hij een gastouderbureau had en dat wij recht hadden op kinderopvangtoeslag. Ik wist niet eens dat dat bestond. Toen hebben we het met elkaar besproken. En toen zijn wij met [verdachte] een contract aangegaan.

Vraag verbalisanten

Wie heeft de eerste aanvraag KOT aangevraagd?

Antwoord gehoorde

Dat heeft [verdachte] gedaan, maar pas nadat ik zelf mijn DigiD-code had ingevuld.

Vraag verbalisanten

Wie vulde de aanvraag KOT in?

Antwoord gehoorde Dat was [verdachte]

Vraag verbalisanten

Wie verstuurde de aanvraag KOT?

Antwoord gehoorde [verdachte] .

Opmerking verbalisanten

Op 4 januari 2009 heeft Belastingdienst/Toeslagen een eerste aanvraag KOT ontvangen van u. Wij tonen u de aanvraag. Deze aanvraag is verstuurd met behulp van een DigiD code. Op de aanvraag lezen wij dat er voor twee kinderen KOT is aangevraagd voor het volledige jaar. Daarnaast lezen wij dat het rekeningnummer waar de KOT op overgemaakt kan worden [rekeningnummer 1] is. Dit rekeningnummer staat bij ons bekend als het rekeningnummer van gastouderbureau [bedrijf 1] . Bij de gastouder zien wij bij beide kinderen staan dat dit gastouderbureau [bedrijf 1] is.

Vraag verbalisanten

Wie was in 2008 gastouder van uw beide kinderen?

Antwoord gehoorde

Dat was mijn moeder.

Vraag verbalisanten

Wie heeft de eerste aanvraag KOT 2008 ingevuld?

Antwoord gehoorde [verdachte]

Vraag verbalisanten

Wie heeft de eerste aanvraag KOT 2008 verstuurd?

Antwoord gehoorde [verdachte]

Hoe werden de urenstaten bijgehouden betreffende de opvang in 2008?

Antwoord gehoorde

Er waren geen urenstaten. Wij hebben [verdachte] verteld hoeveel uren mijn moeder oppast en hij heeft dat in de aanvraag kinderopvangtoeslag vermeld. Deze aanvraag is trouwens van 4-1-2009 en er wordt toeslag aangevraagd over het jaar 2008. Dus kunnen er nooit urenstaten zijn over 2008.

16.

Een proces-verbaal van verhoor van 2 oktober 2015, voor zover inhoudende de verklaring van [getuige 1] (blz 2896 e.v.), zakelijk weergegeven:

U hebt vorige week verklaard dat u alleen in 2008 kinderopvang via [bedrijf 1] hebt geregeld en daarna niet meer, klopt dit?

Antwoord gehoorde

Nee, het kan zijn dat het in 2008 en in 2009 is geweest. Ik heb mijn papieren nagekeken en het is in 2008 en 2009 geweest. Daar heb ik de aanvraag voor gedaan.

Vraag verbalisanten

Voor hoeveel uur per week was de kinderopvang?

Antwoord gehoorde

Het was circa 5 uur per kind per dag. Gemiddeld 5 dagen per week. Dus dat is dan in totaal voor mijn 2 kinderen circa 50 uur per week.

Vraag verbalisanten

Ging de kinderopvang ook in de vakantieperiodes door?

Antwoord gehoorde

Als mijn vrouw en ik vakantie hadden waren de kinderen ook bij ons.

Op welke manier werden de uren kinderopvang doorgegeven?

Antwoord gehoorde

Dat heb ik aan hem, [verdachte] , doorgegeven. Dat was in het eerste jaar met terugwerkende kracht. Dus dat is in begin 2009 gedaan. Toen ik heb ik [verdachte] gezegd dat hij de uren van 2008 kon overnemen voor 2009. Er veranderde niets aan het aantal uren.

Hij kwam bij me bij de aanvraag en toen heeft [verdachte] de uren genoteerd.

Ik heb dus zelf nooit een urenstaat ingevuld, mijn ouders ook niet.

Vraag verbalisanten

Wat heeft u in 2008 en 2009 betaald aan kinderopvang en aan wie heeft u betaald?

Antwoord gehoorde

lk heb volgens mij niets bijbetaald.

17.

Geschriften zijnde aanvragen Kinderopvangtoeslag voor de kinderen [kind 7] en [kind 8] waarop vermeld staat dat ten behoeve van de opvang van voornoemde kinderen de genoemde opvanguren werden verleend of genoten (DOC-238, p. 1715/1716);

18.

Een proces-verbaal van verhoor van 23 september 2015, voor zover inhoudende de verklaring van [vraagouder 4] (blz 2631 e.v.), zakelijk weergegeven:

Vraag verbalisanten Heeft u kinderen? Antwoord gehoorde

"lk heb zeven kinderen.

[kind 10] met geboortedatum [geboortedag] 2002,

[kind 11] geboortedatum [geboortedag] 2003.

[kind 12] met geboortedatum [geboortedag] 2005

[kind 13] met geboortedatum [geboortedag] 2007

[kind 14] met geboortedatum [geboortedag] 2009

[kind 15] met geboortedatum [geboortedag] 2010

[kind 16] met geboortedatum [geboortedag] 2014"

Vraag verbalisanten

Maakte u gebruik van kinderopvang over de jaren 2008 tot en met heden?

Antwoord gehoorde

Ik denk dat ik vanaf 2010 gebruik maakte van kinderopvang.

Vraag verbalisanten

Wat voor soort opvang was dit?

Antwoord gehoorde

lk had een intakegesprek gepland met een kinderdagverblijf maar toen vertelde [verdachte] dat hij een gastouderbureau ging beginnen. En hij gaf aan dat de kinderen dan gewoon thuis opgevangen zouden worden door een gastouder. Dit leek mij een aantrekkelijk plan. lk kende [verdachte] al omdat hij de boekhouding voor mijn onderneming deed. [verdachte] gaf aan dat ik zelf een gastouder mocht kiezen. Toen heb ik mijn zusje [gastouder 9] gevraagd om als gastouder te werken voor ons.

Vraag verbalisanten

Via welk gastouderbureau is de opvang tot stand gekomen?

Antwoord gehoorde

Gastouderbureau [bedrijf 1] .

Vraag verbalisanten

Met wie van gastouderbureau [bedrijf 1] had/heeft u contact?

Antwoord gehoorde

[verdachte] had een dame in dienst, ze heet [naam 2] . lk weet haar achternaam zo niet. Zij kwam hier langs voor de controles of alles in orde was voor de opvang in ons huis. [verdachte] kwam ook bij ons thuis in de eerste jaren. Hij zij ons dat we alles er uit moesten halen wat we er uit konden halen. We moesten ook huurtoeslag terugbetalen maar ik wist niet eens dat dit aangevraagd was. [verdachte] had onze DigiD codes en wachtwoorden.

Opmerking verbalisanten

Wij tonen u een urenstaten die op 13 december 2013 om 22:46 van [bedrijf 1] aan

Belastingdienst/Toeslagen zijn verzonden.

Vraag verbalisanten

Herkent u deze urenstaten?

Antwoord gehoorde

Ik herken de urenstaten niet, de uren die op de urenstaten staan zijn te hoog. Zoveel uren werd er niet opgepast door de gastouder. lk heb deze urenstaten niet ingevuld. Het is wel mijn handtekening en het is mijn handschrift alleen daar waar mijn naam is ingevuld. De overige ingevulde gegevens is niet mijn handschrift. De urenstaten die ik en de gastouder invulde waren verticaal en niet horizontaal zoals deze.

Vraag verbalisanten

Kloppen de gegevens op de urenstaten?

Antwoord gehoorde

Voor de oudste twee kinderen kloppen de uren in ieder geval niet, want die gingen toen de hele dag naar school.

19.

Geschriften zijnde urenregistratieformulieren één of meer formulier(en) Urenregistratie Gastouderopvang 2013 (DOC-176, p. 1542 t/m 1563);

20.

Een proces-verbaal van verhoor van 23 september 2015, voor zover inhoudende de verklaring van [vraagouder 5] (blz 3005 e.v.), zakelijk weergegeven:

Vraag verbalisanten

Wat zijn uw persoonlijke omstandigheden?

Antwoord gehoorde

lk ben weduwe en heb 2 zonen. De oudste is 10 jaar en de jongste is 7 jaar.

Vraag verbalisanten:

Kent u het bestaan van de zogenaamde kinderopvangtoeslag? Wat kunt u hierover vertellen?

Antwoord gehoorde:

Via kennissen en familie uit Harderwijk had ik gehoord dat kinderopvangtoeslag bestaat. Dat, als je werkt of een opleiding volgt en je kinderen hebt, deze aan kunt vragen, lk kwam via familie en kennissen bij een gastouderbureau terecht, die in het begin alles voor me regelde. Dit gastouderbureau in Harderwijk heette [gastouderbureau] . Het bureau verzorgde de aanvragen en dergelijke. Dit was in 2008. Helaas is dat gastouderbureau ermee gestopt en kwam ik bij gastouderbureau [bedrijf 1] terecht. lk weet het niet precies, maar ik denk dat dat in 2010 of 2011 was.

Vraag verbalisanten

Wie vulde de aanvraag KOT in?

Antwoord gehoorde

Het gastouderbureau.

Vraag verbalisanten

Wie verstuurde de aanvraag KOT?

Antwoord gehoorde

Het gastouderbureau.

Over welke jaren heeft er kinderopvang plaatsgevonden voor uw kinderen?

Antwoord gehoorde

Vanaf 2008 tot en met april 2014. Het aantal uren dat er opgepast werd, dat weet ik niet meer. lk denk 150 uur. Beide kinderen gingen nog niet naar school. lk was bezig met de kappersopleiding in Lelystad, waar ik 3 dagen per week naar toe moest.

Opmerking verbalisanten

Wij tonen u urenstaten 2011 die zijn binnengekomen bij Belastingdienst/Toeslagen. Op deze urenstaten lezen wij dat er twee kinderen bij gastouder [gastouder 10] opvang hebben gehad van 1 januari 2011 tot en met 31 december 2011. In de urenstaten zien wij dat op iedere dag van de week hetzelfde aantal opvanguren aangegeven staat. De urenstaten zijn voorzien van twee handtekeningen met daarbij de teksten: "handtekening gastouder" en "handtekening vraagouder".

Vraag verbalisanten

Wie heeft deze urenstaten opgemaakt?

Antwoord gehoorde

Ik gaf de uren door en [verdachte] heeft deze staten opgemaakt aan de hand van de door mij doorgegeven uren. Daarna kwamen de urenstaten bij mij en moest ik mijn handtekening eronder zetten en [gastouder 10] , de gastouder en tevens mijn zwager, moest dat ook doen. Op alle urenstaten die ik jullie me tonen, herken ik mijn handtekening en de handtekening van mijn zwager. De vermelde uren komen overeen met de uren, die ik aan [bedrijf 1] doorgegeven had.

Vraag verbalisanten

Wat is de reden dat er een heel jaar lang opvang is geweest voor uw kinderen op iedere doordeweekse dag van het jaar zonder dat er rekening is gehouden met verplichte vrije dagen, ziekte of vakantie?

Antwoord gehoorde

[verdachte] was in mijn ogen degene die kennis van zaken had, daarom ben ik ook bij hem terechtgekomen en hij vertelde me dat de vakanties en dergelijke gewoon betaald werden.

21.

Geschriften zijnde één of meer formulier(en) Urenregistratie Gastouderopvang over de maanden januari 2011 tot en met december 2011 met betrekking tot de twee, althans één

kind(eren) van voornoemde vraagouder [vraagouder 5] (DOC-260, pag. 1746 t/m1758)

22.

Een geschrift zijnde een inspectierappport (D-010) van de GGD Noord Oost Nederland d.d. 4 december 2012 waaruit blijkt dat:

Over de gecontroleerde periode, door de GGD, er geen enkele urenregistratie in de

administratie van [bedrijf 1] is gezien. Verdachte gaf aan de controlemedewerker van de GGD de verklaring dat de uren meestal gelijk zijn aan de op de contracten vermelde opvanguren. Volgens de controlemedewerker van de GGD is dit niet aannemelijk aangezien de opvanguren tijdens ziekte, zwangerschapsverlof, schoolvakanties en vakantie van gast- en vraagouders, niet conform de contracten kunnen plaatsvinden.

Door de GGD zijn in totaal zeven onaangekondigde bezoeken gebracht aan twee opvangadressen. Bij geen van de bezoeken ving de gastouder op dat moment, op het geregistreerde adres, kinderen op. Eenmaal was er een gastouder aanwezig maar op dat moment zonder kinderen.

23.

Het Overzichts proces-verbaal d.d. 4 januari 2016 opgesteld door [verbalisant] waaruit blijkt dat:

Via de Belastingdienst zijn via het Geld Archief Systeem (GAS) bestanden opgevraagd. Dit zijn bestanden waaruit te zien is welke betalingen zijn gedaan op een bepaald rekeningnummer vanuit de Belastingdienst. Er is een GAS-bestand aangemaakt voor rekeningnummer [rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 2] op naam van [bedrijf 1] voor de periode 2008 tot en met 2015. Dit betreffen overboekingen in het kader van de KOT. Vanuit dit GAS-bestand is te zien dat er in het totaal € 1.154,963,09 KOT is overgemaakt op deze rekeningen over de periode 2009 tot en met 2014. Het betreft hier de bedragen per jaar gesorteerd, dus niet op welk jaar ze betrekking hebben.

24.

Een proces-verbaal van verhoor van 12 maart 2015, voor zover inhoudende de verklaring van [getuige 2] (blz 2611 e.v.), zakelijk weergegeven:

Vraag verbalisanten

Wat is uw functie bij de Belastingdienst?

Antwoord gehoorde

lk ben controlerend ambtenaar.

Vraag verbalisanten

Wat kunt u vertellen over het door uw ingestelde boekenonderzoek bij [verdachte] , [bedrijf 1]

en [bedrijf 2] ?

Antwoord gehoorde

lk heb controle aangekondigd bij [verdachte] voor inkomstenbelasting 2008 tot en met 2012.

Afspraken maken met [verdachte] was lastig. Ook het aanleveren van administratie ging moeizaam. De auditfiles waren verre van compleet.

De bankafschriften zijn erg bepalend geweest voor de berekeningen die ik gemaakt heb. Er werd voor diverse middelen nauwelijks of geen aangiften gedaan.

De controle heb ik on-hold gezet toen ik zag dat er grote verschillen waren tussen wat aangeven was en wat aangegeven had moeten worden.

Vraag verbalisanten

Wat kunt u vertellen over de administratie van [verdachte] , [bedrijf 1] en [bedrijf 2] ?

Antwoord gehoorde

Het mag de naam administratie niet hebben. Zeker voor een administratiekantoor niet. Er lagen wel ordners maar niet heel georganiseerd. De auditfiles waren bij lange na niet compleet. Het was minimaal wat er digitaal geboekt werd, daardoor waren de auditfiles heel summier.

Vraag verbalisanten

Wat kunt u vertellen over de administratie van gastouderbureau [bedrijf 1] ?

Antwoord gehoorde

[verdachte] had mapjes met bemiddelingsovereenkomsten van gastouder-vraagouder, vraagouder-bemiddelingsbureau, gastouder-bemiddelingsbureau.

De administratie van het gastouderbureau was niet heel erg geordend. Er werd per

vraagouder een dossier aangelegd. Er zat niet heel veel in deze dossiers. Er zaten enkele facturen in. Deze heeft hij ook digitaal."

Vraag verbalisanten

Welke bijzonderheden zag u in de bankrekeningafschriften?

Als basis van het bepalen van de omzetten heb ik de bankafschriften gebruikt.

Opvallende dingen die ik zag waren:

In 2008 zag ik ruim € 18.000 aan contante stortingen.

En overboekingen van € 21.495 naar de [bank 2] .

In 2009 zag ik grote bedragen aan kinderopvangtoeslagen binnen komen, overboekingen naar Turkije van €26.000 en opnamen in Turkije van ruim 8000 euro.

In 2010 zag ik grote bedragen aan kinderopvangtoeslagen, kasopname in Turkije €8.453,

overboekingen van ruim € 56.490.

In 2011 zag ik € 68.880 aan ontvangsten stortingen binnen komen, grote bedragen aan kinderopvangtoeslagen. Overboekingen naar het buitenland € 69.508. Ook neemt hij in contanten op € 77.525 en in Turkije neemt hij een bedrag op van € 24.409.

In 2012 zag ik bedragen aan ontvangen kinderopvangtoeslag van € 257.358. Omzet van

€ 48.399. Stortingen contanten van € 79.210. Contant opgenomen € 69.965. Kasopnamen

€ 28.566 Overboekingen naar Turkije € 57.498. Doorbetaalde oppasvergoedingen: 173.910

Deze bedragen en berekeningen heb ik mijn controledossier staan.

lk zag op de bankafschriften drie bronnen van inkomsten:

- Kinderopvangtoeslagen

- Omzet van zijn ondernemingen

-Stortingen in contanten.

Als uitgaven zag ik op de bankafschriften:

- Kasopname in Turkije

-Stortingen naar buitenland

-Doorbetaalde oppasvergoedingen.

Vraag verbalisanten

Hoe heeft u de omzetten bepaald over de jaren 2008 tot en met 2012 voor [verdachte] ,

[bedrijf 2] en [bedrijf 1] ?

Antwoord gehoorde

"Dit heb ik gedaan op basis van de aanwezige facturen en wat ik zag op de bankafschriften. Voor het gastouderbureau is dit: Alles wat binnenkomt op de bank is de omzet en alles wat doorbetaald wordt zijn kosten. En het saldo is het resultaat wat hij aan moet geven.

25.

Een proces-verbaal van verhoor van 2 oktober 2015, voor zover inhoudende de verklaring van [getuige 2] (blz 2616 e.v.), zakelijk weergegeven:

Vraag verbalisanten

Was er tijdens de controle duidelijk dat dit onroerend goed in bezit was van [verdachte] ? Antwoord gehoorde

Nee, tijdens de controle was dit bij mij niet bekend. Er is geen melding van gemaakt in de aangifte inkomstenbelasting. [verdachte] heeft mij tijdens de controle ook niet op de hoogte gebracht van de onroerende goederen in Turkije. lk heb [verdachte] gevraagd, voorafgaande aan de controle, of hij bezittingen in het buitenland had. [verdachte] heeft verklaard tegen mij dat hij geen bezittingen in het buitenland had.

26.

Een proces-verbaal van verhoor van 19 september 2015, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte (blz 2557 e.v.), zakelijk weergegeven:

Vraag verbalisanten

Wij tonen u een Turks document met opschrift Tapu Senedi, door ons genummerd DOC-305. Dit document is door ons aangetroffen tijdens de doorzoeking van uw woning aan de [adres] te [woonplaats] , wat kunt u over dit document verklaren?

Antwoord gehoorde

Dit is een eigendomsakte van een winkel. Die winkel is niet van mij, die is van mijn vrouw [echtgenote verdachte] . Die winkel is in [plaats 1] , in de wijk [wijk] .

Vraag verbalisanten

Wij tonen u een Turks document met opschrift Tapu Senedi, door ons genummerd DOC-306. Dit document is door ons aangetroffen tijdens de doorzoeking van uw woning aan de [adres] te [woonplaats] , wat kunt u over dit document verklaren?

Antwoord gehoorde

Ik weet niet wat dit is, jullie zeggen dat Mesken woning betekent, maar dat weet ik niet. De woningen zijn er, maar misschien zijn ze wel verkocht. Volgens deze papieren zijn ze gekocht. Op de stukken staat dat [echtgenote verdachte] de eigenaar is.

Vraag verbalisanten

Wij tonen u een Turks document met opschrift Tapu Senedi, door ons genummerd DOC-307. Dit document is door ons aangetroffen tijdens de doorzoeking van uw woning aan de [adres] te [woonplaats] , wat kunt u over dit document verklaren?

Antwoord gehoorde

We hebben allebei gewerkt, maar ik mocht mijn bankpas niet bij me hebben. Zij deed het sparen, ik moest alleen betalen. Hoe dit onroerend goed in Turkije is betaald weet ik niet. lk kan niet goed met geld omgaan, ik denk dat ze voor zichzelf en voor de kinderen onderpand heeft gekocht. In Turkije moet je om een huis te kopen een stapel geld op tafel leggen. Het gastouderbureau is pas gestart in 2010, dus het geld kan niet van het gastouderbureau komen.

Vraag verbalisanten

Wij tonen u een overzicht van Swift overboekingen, door ons genummerd DOC-297, dit is een overzicht van geld overboekingen van een Nederlandse bankrekening met nummer [rekeningnummer 3] naar Turkse bankrekeningen. Op dit overzicht zien we overboekingen van:

€ 6.000 op 7-5-2009 tnv [naam 3] in Turkije, de naam bij de overboeking is [echtgenote verdachte]

€ 20.000 op 24-4-2009 tnv [naam 3] in Turkije, de naam bij de overboeking is [echtgenote verdachte]

€ 20.150 op 21-05-2010 tnv [naam 3] in Turkije, de naam bij de overboeking is [echtgenote verdachte]

€ 5.000 op 19-07-2010 tnv [naam 4] in Turkije, de naam bij de overboeking is [echtgenote verdachte]

€ 6.060 op 07-07-2010 tnv [naam 4] in Turkije, de naam bij de overboeking is [echtgenote verdachte]

€ 22.000 op 12-08-2010 tnv [naam 3] in Turkije, de naam bij de overboeking is [echtgenote verdachte]

Wat kunt u over deze overboekingen verklaren?

Antwoord gehoorde

Het rekeningnummer is het rekeningnummer van mijn vrouw. [naam 3] is de zus van mijn vrouw, [naam 4] is de zoon van [naam 3] , dus het neefje van mijn vrouw. Het geld is door mij overgemaakt of gestort op de rekening van mijn vrouw. Mijn vrouw heeft het geld daarna overgemaakt naar rekeningen op naam van haar zus of neef in Turkije.

Vraag verbalisanten

Wij tonen u een overzicht van Swift overboekingen, door ons genummerd DOC-298, dit is een overzicht van geld overboekingen van een Nederlandse bankrekening naar verschillende bankrekeningen. Op dit overzicht zien we overboekingen van:

CHF 8.080 op 15-01-2015 tnv [bedrijf 5] in [plaats 2] , de naam bij de overboeking is [bedrijf 4]

€ 7.000 op 22-05-2012 van [bedrijf 1] tnv de Turkse bankrekening op naam van [echtgenote verdachte] , de naam bij de overboeking is [bedrijf 1]

€ 12.500 op 12-05-2012 van [bedrijf 1] tnv de Turkse bankrekening op naam van [echtgenote verdachte] , de naam bij de overboeking is [bedrijf 1]

€ 4.000 op 26-10-2011 van [bedrijf 1] tnv de Turkse bankrekening op naam van [echtgenote verdachte] , de naam bij de overboeking is [bedrijf 1]

€ 9.000 op 29-08-2011 van [bedrijf 2] BV tnv de Turkse bankrekening op naam van [echtgenote verdachte] , de naam bij de overboeking is [bedrijf 2] BV

€ 51.000 op 9-08-2011 van [bedrijf 2] BV tnv de Turkse bankrekening op naam van [echtgenote verdachte] , de naam bij de overboeking is [bedrijf 2] BV

€ 1.400 op 14-09-2011 van [bedrijf 2] BV tnv de Turkse bankrekening op naam van [verdachte] , de naam bij de overboeking is [bedrijf 2] BV

€ 1.278 op 06-11-2011 van [verdachte] BV tnv de Turkse bankrekening op naam van [bedrijf 3] , de naam bij de overboeking is [verdachte]

TRY 667,00 van [verdachte] op de Turkse rekening van [verdachte] .

Wat kunt u over deze overboekingen verklaren?

Alle overboekingen die jullie genoemd hebben zijn door mij gedaan. Van dit geld heb ik de huizen en winkel gekocht waar jullie zojuist de eigendomsaktes, de zogenaamde "Tapu" hebben laten zien. lk heb dat onroerend goed gekocht en ik moest het op naam van [echtgenote verdachte] zetten, dan had zij zekerheid indien er wat met mij zou gebeuren. Zij wist er van, ik had deze constructie bedacht en zij was daar mee akkoord. Ook het geld wat is overgemaakt naar [naam 3] en [naam 4] was voor de afbetaling van het onroerend goed. De overboeking van

€ 1.400,00 heb ik naar mijn eigen rekening in Turkije gedaan, die heb ik maar kort gebruikt. Die betaling van € 1.278,00 is voor de afkoop dienstplicht. De betaling van TRY 667,00 is een storting van Turkse Lira op mijn eigen rekening.

27.

Een proces-verbaal van verhoor van 12 november 2015, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte (blz 2577 e.v.), zakelijk weergegeven:

Vraag verbalisanten

Als u geen sluitende kasadministratie bijhield, hoe verantwoordt u de kasinkomsten dan op uw zakelijke aangiftes inkomstenbelasting?

Antwoord gehoorde

Ik heb geen contante inkomsten, alles ging via de bank De klant betaalde via de bank. Bij [bedrijf 3] betaalde iedereen via de bank, [bedrijf 4] ging kas. De administratie van [bedrijf 4] is nooit opgestart omdat ik geen BTW-nummer kreeg. Dat moet ik nog doen. lk heb alle facturen op de computer staan. lk ga nu achteraf aan de hand van de facturen die op mijn computer staan de administratie opzetten. Alles gaat tegenwoordig digitaal, dus ook de inkoop kan ik die manier terughalen. De kasontvangsten heb ik allemaal op de rekening van [bedrijf 3] gestort en kan ik op die manier ook terughalen. De kasontvangsten van [bedrijf 4] heb ik op de bank gestort. Eigenlijk heb ik de inkomsten van [bedrijf 4] niet op de bankrekening van [bedrijf 3] gestort. lk denk dat ik € 2.000,00 à € 3.000,00 in de maand aan inkomsten nog moet aangeven, dat geldt sinds januari 2015. Van dat geld ben ik op vakantie geweest naar Turkije.

Vraag verbalisanten

Is er over dit contante geld inkomstenbelasting betaald?

Antwoord gehoorde

Belastingdienst/FIOD Pagina

Kantoor Zwolle

Vraag verbalisanten

Schrijft u voor iedere geleverde dienst een factuur uit?

Antwoord gehoorde

"Ja. Er werd niet gechipt zonder dat er een factuur werd uitgeschreven. Alles ging zwart op wit."

Vraag verbalisanten

Ambtenaar van de Belastingdienst, [getuige 2] verklaarde op 12 maart 2015 onder meer het volgende: "... [verdachte] vertelde dat hij alleen facturen opmaakte op het moment dat er een betaling van deze klanten op zijn bankrekening was gekomen. Er wordt vooraf geen factuur opgemaakt en waarschijnlijk ook niet bij contante betalingen."

Wat is hierop uw reactie?

Antwoord gehoorde

"Dat is van de kinderopvang, omdat onbekend is hoeveel geld de Belastingdienst aan

kinderopvangtoeslag overmaakt, maakte ik achteraf de factuur op voor de kinderopvangtoeslag, omdat ik op die factuur het bedrag van de toeslag moest vermelden om de eigen bijdrage te laten betalen. Dit moest van de GGD. Als er gesproken is door [getuige 2] over contante betalingen, dan zal hij waarschijnlijk de eigen bijdragen bedoelen, die weleens door vraagouders cash betaald werden. Als er cash betaald werd dan maakte ik een factuur op, waarop ik een stempel plaatste met de opmerking "contant betaald, voldaan op ...." Een kopie gaf ik aan de klant en ik stopte een factuur in mijn administratie. "

Vraag verbalisanten

Hield u een kasadministratie bij?

Antwoord gehoorde

"Nee, ik hield geen kasadministratie bij. Het ontvangen geld stortte ik op de bank en maakte ik over aande gastouders."

Vraag verbalisanten

Uit het controlerapport van de Belastingdienst komt naar voren dat er in het jaar 2008 sprake was van een negatieve kas, zoals u weet is een negatieve kas boekhoudtechnisch niet mogelijk, hoe is hierop uw reactie?

Antwoord gehoorde

"Hoe kan dat? lk werkte ook in de fabriek toen en boekhouding was mijn bijbaan. lk weet niet hoe er een negatieve kas is ontstaan. lk zal wel eigen geld ingebracht hebben en dan heb ik dat niet verwerkt in de boekhouding. lk denk dat ik zakelijke uitgaven deed en dat dan betaalde met mijn eigen geld. lk weet nu, op dit moment, niet uit mijn hoofd wat er toen gebeurd is. lk hield gewoon geen kasadministratie bij, in principe ging alles via de bank. lk stuurde in het begin van de maand een factuur naar de klant en in de loop van de maand ging ik die factuur incasseren. Als u mij vraagt hoe het kan dat [getuige 2] een negatieve kas heeft vastgesteld, dan zeg ik geen idee en geen commentaar."

Vraag verbalisanten

Als u geen sluitende kasadministratie bijhield, hoe verantwoordt u de kasinkomsten dan op uw zakelijke aangiftes inkomstenbelasting?

Antwoord gehoorde

"Ik heb geen contante inkomsten, alles ging via de bank De klant betaalde via de bank. Bij [bedrijf 3] betaalde iedereen via de bank, [bedrijf 4] ging kas. De administratie van [bedrijf 4] is nooit opgestart omdat ik geen BTW-nummer kreeg. Dat moet ik nog doen. lk heb alle facturen op de computer staan. lk ga nu achteraf aan de hand van de facturen die op mijn computer staan de administratie opzetten. Alles gaat tegenwoordig digitaal, dus ook de inkoop kan ik die manier terughalen. De kasontvangsten heb ik allemaal op de rekening van [bedrijf 3] gestort en kan ik op die manier ook terughalen. De kasontvangsten van [bedrijf 4] heb ik op de bank gestort. Eigenlijk heb ik de inkomsten van [bedrijf 4] niet op de bankrekening van [bedrijf 3] gestort. lk denk dat ik € 2.000,00 â € 3.000,00 in de maand aan inkomsten nog moet aangeven, dat geldt sinds januari 2015. Van dat geld ben ik op vakantie geweest naar Turkije."

Opmerking verbalisanten

Er zijn contante stortingen geweest op de bankrekeningen van [bedrijf 1] en uw andere bedrijven.

Vraag verbalisanten

Waar komen deze contante gelden die u stort vandaan?

Antwoord gehoorde

Het is het spaargeld van mijn bedrijf, ik laat namelijk niets op de bank staan. Al die stortingen zijn inkomsten uit mijn werkzaamheden.

Als ik aangifte doe, dan wordt er belasting over betaald. Ik heb nog geen aangiftes gedaan, dus is er nog geen belasting over betaald.

Vraag verbalisanten

Hoe heeft u het geld verdiend dat u contant heeft opgenomen in Turkije?

Antwoord gehoorde

Dat geld had ik in Nederland verdiend met werken. Dus dat geld was afkomstig van het gastouderbureau [bedrijf 1] en van mijn werkzaamheden uit [bedrijf 3] , het boekhoudkantoor. lk moet daar nog belasting over betalen.

Vraag verbalisanten

Welke panden staan op naam bij [naam 4] maar zijn daadwerkelijk door u aangekocht?

Antwoord gehoorde

Er staat geen pand op hun naam. lk vertrouw niemand meer, waarom zou ik iets op hun naam zetten. Als er panden van mij in Turkije staan, staan die op naam van mijn vrouw.

Vraag verbalisanten

Hoeveel panden bezit u in Turkije? Antwoord gehoorde

Veel, ik heb zes panden in Turkije.

lk heb twee winkels en vier huizen. Al het onroerend goed ligt in [plaats 1] .

Opmerking verbalisanten:

Wij tonen u een bericht (DOC-329) vanaf de telefoon van uw telefoon. In dit bericht lezen wij dat de bankrekening van [echtgenote verdachte] is omgezet van euro's naar LT. Het gaat om een bedrag van € 186.677,52. Het bericht is afkomstig van de [bank 1] van [naam 5] . Tevens wordt er gesproken over stortingen op deze rekening onder dezelfde voorwaarden. Van het bericht is een beëdigde vertaling gemaakt.

Vraag verbalisanten:

Wat kunt u verklaren over de € 186.677,52 die op uw bankrekening in Turkije staat?

Antwoord gehoorde:

Dit gaat over mijn spaargeld, daar kan ik wel zes huizen mee kopen in Turkije. lk heb het geld 32 dagen vastgezet zodat ik meer rente kan ontvangen. De rente wordt boven op het bedrag op de rekening gestort. Na die 32 dagen komen er weer 32 dagen bij. Het rekeningnummer van deze rekening weet ik niet, het geld staat bij de [bank 1] . lk maak gewoon contact met die man en hij regelt dat.

Vraag verbalisanten:

Waar komt het geld vandaan dat op deze bankrekening staat?

Antwoord gehoorde:

Dat is mijn spaargeld, dat heb ik verdiend met mijn werkzaamheden in Nederland. Dat geld is onder meer afkomstig van die contante opnames die jullie mij eerder lieten zien."

Vraag verbalisanten:

Waar werd het geld van deze bankrekening voor gebruikt?

Antwoord gehoorde:

Dat geld is niet gebruikt, dat staat nog op de rekening bij de [bank 1] . Het is een borg voor ons, een soort pensioen. Als ik een mooi huis zie, dan kan ik dat kopen van dat geld.

28.

Een geschrift zijnde een bankafschrift behelzende overboekingen naar een of meer bankrekening(en) in Turkije van een of meer geldbedrag(en) tot een totaal van ongeveer 228.882 euro, ( DOC-323, p. 2445/2446).

29.

Een geschrift zijnde een bankafschrift vaneen spaarrekening in Turkije ten name van [echtgenote verdachte] met een saldo van ongeveer 186.677 euro, ( DOC-329, p. 2458).

30.

Geschriften waaruit blijkt dat een of meer onroerende goederen in Turkije zijn aangeschaft DOC-306, p. 2353; DOC-307, pag. 2357; DOC-315, p. 2408; DOC-320, p. 2428; DOC-305, p. 2349; DOC-316, p. 2412.

31.

Geschriften waaruit blijkt dat er een of meer cashopname(s) in Turkije tot een totaalbedrag van ongeveer 113.133 euro, zijn geweest (DOC-322- 2436 t/m 2344).

32.

Een geschrift zijnde een nadeelberekening inzake [verdachte] opgesteld door [getuige 2]

(D- 342 en 343 blz 2534) waaruit blijkt dat het nadeel inkomstenbelasting € 173.317,--, bedraagt;

33.

Een vijftal ten name van verdachte gestelde aangiften inkomstenbelasting, over de jaren 2008 tot en met 2012, ingediend bij de Belastingdienst in de periode 28 februari 2009 tot en met 6 maart 2013.

1 Hoge Raad 8 januari 2013, LJN BX6910.