Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:1383

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
19-04-2016
Datum publicatie
21-04-2016
Zaaknummer
08/770062-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van een minderjarig meisje.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Ook moet verdachte zich laten behandelen en mag hij geen contact opnemen met het slachtoffer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer (P): 08/770062-15

Datum vonnis: 19 april 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] , [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

8 maart 2016 en 5 april 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.Y. Huang en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. J.M. Snellink, advocaat te Eibergen, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte [slachtoffer] heeft verkracht, dan wel dat verdachte bij die [slachtoffer] , die toen nog geen zestien jaar oud was, seksueel is binnengedrongen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

hij op of omstreeks 7 september 2014 in de gemeente Haaksbergen door geweld

of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een)

andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan

van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende

verdachte, meermalen, althans éénmaal:

- zijn penis in de vagina en/of mond van die [slachtoffer]

geduwd/gedrukt/gebracht/gehouden en/of

- ( een) vinger(s) in de anus van die [slachtoffer]

geduwd/gedrukt/gebracht/gehouden

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte, meermalen,

althans éénmaal:

- die [slachtoffer] heeft getackeld, althans tegen een/de be(e)n(en) heeft

geschopt/getrapt en/of naar/tegen de grond heeft gewerkt en/of geduwd en/of

zich (vervolgens) bovenop haar heeft laten vallen, althans bovenop haar is

gaan liggen en/of

- ondanks dat die [slachtoffer] heeft geschreeuwd en/of heeft aangegeven niet

geïnteresseerd te zijn in hem, verdachte, haar, aangeefster, heeft vastgepakt

en/of (al dan niet over de grond) heeft meegesleurd/meegetrokken en/of

- zijn hand(en) voor de mond van die heeft gehouden en/of

- die [slachtoffer] (terwijl zij op de grond lag) bij beide armen heeft

vastgepakt, bovenop haar is gaan zitten, met zijn knieën/benen aan weerszijde

van het lichaam van die [slachtoffer] en/of

- de benen van die [slachtoffer] met geweld heeft gespreid en/of tussen haar benen

is gaan liggen en/of

- de broek en/of onderboek van die [slachtoffer] heeft losgemaakt en/of naar

beneden heeft getrokken en/of (een band van) het hemdje van die [slachtoffer] stuk

heeft getrokken en/of

- de haren van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of (vervolgens) aan de haren

trekkend het hoofd van die [slachtoffer] naar zijn penis heeft getrokken en/of

(vervolgens) de penis in de mond van die [slachtoffer] gebracht/geduwd en/of

(vervolgens) het hoofd van die [slachtoffer] open en neer en/of heen en weer heeft

bewogen/getrokken en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd/geroepen dat zei hem niet kon tegen houden

en moest meewerken, als ze dat niet zou doen, zou hij haar anaal neuken en/of

“Als je niet doet wat ik wil dan stop ik hem in je reet” en/of “Houd je bek

kankerwijf”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking,

en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen

ontstaan;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 7 september 2014 in de gemeente Haaksbergen, met [slachtoffer]

(geboren [geboortedag] 1998), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog

niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige

handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het

seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte,

meermalen, althans éénmaal:

- zijn penis in de mond en/of de vagina van die [slachtoffer]

geduwd/gebracht/gedrukt/gehouden en/of

- één of meerdere vinger(s) in de anus van die [slachtoffer]

geduwd/gebracht/gedrukt/gehouden;

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte, ter zake het primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van het voorarrest, met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, een ambulante behandeling bij de Tender of een soortgelijke instelling en een contactverbod met [slachtoffer] . De officier van justitie heeft tevens de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden verzocht.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs 1

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat op basis van de verklaring van [slachtoffer] , welke verklaring door diverse stukken en verklaringen in het dossier wordt ondersteund, als ook op basis van de toestand van [slachtoffer] direct na het feit, de sporen op haar lichaam en de besmeurde kleding van zowel [slachtoffer] als verdachte en het DNA-onderzoek, het primair ten laste gelegde kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte en [slachtoffer] weliswaar gemeenschap hebben gehad, maar dat dit wederzijds vrijwillig was en dat van enig(e) (bedreiging met) geweld of andere feitelijkheden geen sprake is geweest, zodat er ook geen sprake was van dwang. Nu naar de mening van de raadsman geen wettig en geen overtuigend bewijs voor het primair ten laste gelegde aanwezig is, heeft de raadsman voor het primair ten laste gelegde vrijspraak bepleit.

Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman eveneens vrijspraak bepleit. De raadsman heeft hiertoe aangevoerd dat verdachte niet wist dat [slachtoffer] nog geen zestien jaar oud was en dat [slachtoffer] er ouder uitziet dan haar kalenderleeftijd, als ook dat verdachte en [slachtoffer] eerder een kortstondige relatie hebben gehad waarbij eveneens sprake is geweest van vrijwillig seksueel contact. Voorts heeft de raadsman betoogd dat ingevolge een uitspraak van de Hoge Raad normale consensuele seksuele contacten tussen jonge leeftijdsgenoten (waarbij beide of een van beide beneden de leeftijd van 16 jaar is) niet zijn aan te merken als ontuchtige handelingen en derhalve buiten de strafwetgeving vallen.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting stelt de rechtbank het volgende vast.

Op 7 september 2014 in Haaksbergen hebben verdachte en [slachtoffer] (hierna [slachtoffer] ) seksueel contact gehad, waarbij sprake was van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] . Verdachte heeft vaginale seks gehad met [slachtoffer] . Verdachte heeft [slachtoffer] vastgepakt. Verdachte heeft zijn hand voor de mond van [slachtoffer] gehouden.2

Het primair ten laste gelegde

Artikel 242 Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr)

Voor bewezen verklaring van verkrachting moet sprake zijn van het door (bedreiging met) geweld of een andere feitelijkheid iemand dwingen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

Seksueel binnendringen

Zoals hiervoor reeds uiteengezet staat vast dat verdachte en [slachtoffer] op 7 september 2014 in Haaksbergen seksueel contact hebben gehad waarbij sprake was van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] .

Dwang door (bedreiging met) geweld en/of andere feitelijkheden

[slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte heel dronken liep en dat verdachte met [slachtoffer] van het feestterrein af wilde lopen omdat er mensen op het feestterrein waren die verdachte agressief maakten.3

Deze verklaring van [slachtoffer] wordt ondersteund door verdachte zelf die heeft verklaard dat hij behoorlijk aangeschoten was en dat hij zich gruwelijk had geërgerd aan een aantal jongens in de tent en toen naar buiten was gegaan.4 Getuige [getuige 1] heeft gezien dat verdachte een behoorlijk eind heen was, dat verdachte zich agressief gedroeg en heeft verteld dat verdachte meestal agressief wordt als hij heeft gedronken.5 Ook deze verklaring van getuige [getuige 1] vormt een ondersteuning voor de verklaring van [slachtoffer] over de gemoedstoestand van verdachte die betreffende avond.

Volgens [slachtoffer] heeft verdachte fysiek geweld tegen haar gebruikt. [slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte haar meermalen heeft getackeld, naar de grond heeft gewerkt en de hand op haar mond heeft gelegd, als ook dat verdachte haar benen heeft gespreid en ertussen is gaan liggen, haar broek en onderbroek heeft losgemaakt en naar beneden heeft getrokken en het bandje van haar hemdje heeft stukgetrokken. Volgens [slachtoffer] is zij, terwijl zij op de grond lag, met haar bovenarm in aanraking gekomen met brandnetels. Omdat zij op de grond lag, is ze nat en vies geworden. Ook heeft [slachtoffer] verklaard dat verdachte haar met de volgende woorden heeft bedreigd; “Als je niet doet wat ik wil dan stop ik hem in je reet” en/of “Houd je bek kankerwijf”. Volgens [slachtoffer] heeft verdachte zijn penis in haar mond geduwd en heeft zij verdachte moeten pijpen, waarbij verdachte de haren van [slachtoffer] heeft vastgepakt en haar hoofd heen en weer heeft getrokken. [slachtoffer] heeft voorts verklaard dat verdachte haar tepel heeft gelikt.6

Toen [slachtoffer] op het feestterrein terug kwam, was zij, volgens [getuige 2] , overstuur, huilde zij en keek zij telkens om zich heen.7

Getuige [getuige 3] , de verkeersregelaar die [slachtoffer] heeft opgevangen toen zij het feestterrein weer opliep en vervolgens de politie heeft ingeschakeld, heeft verklaard dat [slachtoffer] huilde. Getuige [getuige 3] heeft bij [slachtoffer] in de buurt van haar sleutelbeen rode plekken gezien. Ook heeft hij gezien dat [slachtoffer] ’s haar in de war zat en dat haar broek nat was. [getuige 3] heeft voorts verklaard dat [slachtoffer] hem vertelde dat haar ex-vriend seks met haar wilde en dat zij dit absoluut niet wilde, als ook dat [slachtoffer] hem vertelde dat deze jongen haar tegen de grond had aangedrukt en dingen met haar had gedaan.8 Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben in hun proces-verbaal opgenomen dat [slachtoffer] heeft verklaard dat zij met haar ex-vriend seks had gehad zonder dat ze dat wilde, dat hij tegen haar zei “anders ga ik je anaal nemen” en “als ik niet kom maken we het thuis af”. Tevens hebben voornoemde verbalisanten gerelateerd dat [slachtoffer] ’s broek was besmeurd met zand, als ook dat ze rond haar heupen was doorweekt en dat van haar topje een bandje kapot was.9

Forensisch rechercheur [verbalisant 3] heeft bij [slachtoffer] rode verkleuringen gezien op haar rechterknie en op haar rechterbovenarm. Ook heeft hij gezien dat de achterkant van het hemdje van [slachtoffer] sporen van vegetatie en grond bevatte en dat op haar broek grondvlekken zichtbaar waren.10

Door [getuige 4] is gezien dat [slachtoffer] ’s kleding niet fatsoenlijk meer zat en er iets kapot was aan haar hemdje.11

Verdachte heeft verklaard dat hij en [slachtoffer] staande vrijwillig vaginale seks hebben gehad, waarbij verdachte achter [slachtoffer] stond. Volgens verdachte hebben er geen andere seksuele handelingen plaatsgevonden en heeft hij niet aan de borsten van [slachtoffer] gezeten.12

Datgene wat door de verschillende getuigen, die [slachtoffer] hebben gezien nadat zij het feestterrein weer op kwam lopen, is geconstateerd, past in hetgeen [slachtoffer] heeft beschreven over de gebeurtenis die haar is overkomen en onderschrijft haar verhaal. Haar verklaring wordt eveneens ondersteund door de natte, besmeurde en deels kapotte staat waarin haar kleding zich onmiddellijk na de gebeurtenis bevond en door de geconstateerde verkleuringen op haar lichaam.

Voorts volgt uit het DNA-onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) dat van het bij verdachte afgenomen referentiemonster wangslijmvlies (RAAX1332NL) een DNA-profiel van verdachte is vastgesteld. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat het op [slachtoffer] ’s linkertepel aangetroffen speeksel matcht met het vastgestelde DNA-profiel van verdachte.13

De op basis van het DNA-onderzoek aan de bemonstering linkertepel en de getuigenverklaringen vastgestelde feiten en omstandigheden vormen een bevestiging van het relaas van [slachtoffer] over de door verdachte toegepaste dwang en passen niet in de lezing van verdachte over het gebeurde. Voor de geconstateerde onregelmatigheden aan [slachtoffer] ’s kleding en lichaam geldt hetzelfde. Met name de verklaring van verdachte dat hij niet aan [slachtoffer] ’s borsten heeft gezeten, terwijl met zijn DNA matchend celmateriaal (speeksel) op [slachtoffer] ’s tepel is aangetroffen, ondermijnt naar het oordeel van de rechtbank de geloofwaardigheid van de verklaring van verdachte.

De rechtbank stelt op basis van het vorenstaande vast dat verdachte voornoemd geweld, de dreiging met geweld en de andere genoemde feitelijkheden heeft begaan, zijnde handelingen waardoor [slachtoffer] werd gedwongen tot het ondergaan van het seksuele binnendringen.

Betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer]

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [slachtoffer] bij de politie een gedetailleerde en consistente verklaring afgelegd. Deze verklaring komt op specifieke en relevante punten overeen met hetgeen zij kort na het gebeuren aan verschillende personen op het feestterrein heeft verteld. De aangetroffen sporen op de kleding en het lichaam van [slachtoffer] passen voorts in de lezing van het gebeuren zoals door [slachtoffer] is weergegeven. De rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de juistheid en betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer] en acht de verklaring van [slachtoffer] derhalve betrouwbaar en geloofwaardig.

Bewijsminimum ingevolge artikel 342 Wetboek van Strafvordering (hierna Sv)

Volgens het tweede lid van artikel 342 Sv - dat de tenlastelegging in haar geheel betreft en niet een onderdeel daarvan - kan het bewijs dat een verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.

De rechtbank is op basis van hetgeen hierboven reeds is uiteengezet van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] in voldoende mate en op wezenlijke onderdelen wordt ondersteund door getuigen die uit eigen waarneming verklaren wat zij hebben gehoord of gezien, en door de verklaring van verdachte, de verschillende aangetroffen sporen op de kleding van [slachtoffer] en verdachte en de DNA-sporen. Verschillende getuigen hebben kort na het gebeuren van [slachtoffer] gehoord dat verdachte seks wilde en dingen met haar had gedaan. Ook hebben deze getuigen gezien dat [slachtoffer] overstuur en emotioneel was.

De verklaring van verdachte dat [slachtoffer] vrijwillig seks met hem heeft gehad acht de rechtbank niet geloofwaardig nu deze verklaring door de gebezigde bewijsmiddelen wordt weerlegd.

Op basis van het vorenstaande acht de rechtbank primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

5.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 7 september 2014 in de gemeente Haaksbergen door geweld en bedreiging met geweld of andere feitelijkheden [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan

van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte:

- zijn penis in de vagina en mond van die [slachtoffer] geduwd en

- een vinger in de anus van die [slachtoffer] geduwd

en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheden hierin dat verdachte:

- die [slachtoffer] heeft getackeld en naar de grond heeft gewerkt en geduwd en bovenop haar is gaan liggen en

- ondanks dat die [slachtoffer] heeft aangegeven niet geïnteresseerd te zijn in hem, verdachte, haar, aangeefster, heeft vastgepakt en heeft meegesleurd en

- zijn hand voor de mond van die [slachtoffer] heeft gehouden en

- die [slachtoffer] , terwijl zij op de grond lag, bij beide armen heeft vastgepakt, bovenop haar is gaan zitten, met zijn knieën/benen aan weerszijde van het lichaam van die [slachtoffer] en

- de benen van die [slachtoffer] met geweld heeft gespreid en tussen haar benen is gaan liggen en

- de broek en onderbroek van die [slachtoffer] heeft losgemaakt en naar

beneden heeft getrokken en een band van het hemdje van die [slachtoffer] stuk heeft getrokken en

- de haren van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en vervolgens aan de haren trekkend het hoofd van die [slachtoffer] naar zijn penis heeft getrokken en vervolgens de penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd en vervolgens het hoofd van die [slachtoffer] heen en weer heeft getrokken en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd/geroepen dat zei hem niet kon tegen houden en moest meewerken, als ze dat niet zou doen, zou hij haar anaal neuken en “Als je niet doet wat ik wil dan stop ik hem in je reet” en “Houd je bek kankerwijf”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 242 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

primair

het misdrijf: verkrachting.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

8 De op te leggen straf of maatregel

De strafmaatoverwegingen van de rechtbank

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van een minderjarig meisje. Verdachte was onder invloed van alcohol en heeft zich agressief gedragen. Met gebruik van geweld, bedreiging met geweld en andere feitelijkheden heeft hij [slachtoffer] gedwongen tot seksuele handelingen en het ondergaan van seks, waaronder penetratie. Daarbij is zij in het natte gras gevallen, is haar kleding besmeurd en vernield en heeft zij lichte verwondingen opgelopen. Uit haar verklaringen blijkt dat zij zich hierdoor diep vernederd voelt. Met zijn grensoverschrijdende seksuele gedrag heeft verdachte een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het minderjarige meisje. Zij was ten tijde van delict vijftien jaar en heeft blijkens het dossier een kwetsbare persoonlijkheid. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dit soort feiten nog jarenlang last kunnen hebben van de psychische gevolgen van dergelijk handelen. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij zich heeft laten leiden door zijn eigen seksuele verlangens en zich in het geheel niet heeft bekommerd om het leed dat hij hiermee bij [slachtoffer] heeft veroorzaakt.

De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf en de hoogte daarvan rekening met de ernst van het bewezenverklaarde feit in verhouding tot andere feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in de wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. De rechtbank heeft bij haar overwegingen de landelijke oriëntatiepunten straftoemeting betrokken. Deze geven als uitgangspunt voor een verkrachting een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. De rechtbank is van oordeel dat de ernst van het feit in deze zaak een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt.

Verdachte is blijkens een uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 25 januari 2016 eerder wegens onder meer een gewelds- en een vermogensfeit met justitie in aanraking geweest. Dat verdachte zich ondanks de in deze veroordelingen gelegen waarschuwingen opnieuw aan een strafbaar feit schuldig maakt, weegt de rechtbank mee bij het bepalen van de strafmaat.

De rechtbank heeft voorts, op de voet van het bepaalde in artikel 63 Sr, acht geslagen op een eerdere veroordeling van verdachte, te weten: een strafbeschikking van het Parket Oost-Nederland van 18 september 2015, waarbij verdachte is veroordeeld tot geldboete

van € 250,--.

Tevens houdt de rechtbank rekening met het op 7 januari 2016 door S. Bouwmeester van Reclassering Nederland over verdachte opgemaakt reclasseringsadvies. De reclassering heeft gerapporteerd dat verdachte als kind is gediagnosticeerd met PDD-NOS en ADHD. Met het feit dat zijn vader in 2012 is overleden heeft verdachte het nog steeds moeilijk. Verdachte zou graag hulp krijgen bij het verwerken van (traumatische) ervaringen uit het verleden en het verminderen van stress. Verdachte heeft een intake bij Transfore De Tender doorlopen, alwaar hem een individueel behandelaanbod is gedaan, gericht op het vergroten van zijn probleeminzicht en het verbeteren van zijn copingvaardigheden. De reclassering heeft, vanwege de zorgen op met name het psychische vlak, geadviseerd tot oplegging van reclasseringstoezicht, met een meldplicht en een behandelverplichting, waarbij aandacht wordt besteed aan het emotioneel welzijn en het alcoholgebruik en het onderzoeken van mogelijkheden tot werk/dagbesteding.

Om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst wederom (dergelijke) strafbare feiten te plegen, is de rechtbank van oordeel dat een deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk moet zijn. De rechtbank is van oordeel dat genoemd rapport van de reclassering zorgvuldig tot stand is gekomen en onderschrijft de hierin tot uitdrukking gebrachte noodzaak tot behandeling. De rechtbank zal daarom aan het voorwaardelijk strafdeel als bijzondere voorwaarden een reclasseringstoezicht koppelen, met een meldplicht, en een voortzetting van het reeds lopende ambulante behandeltraject bij Transfore De Tender. De rechtbank acht het eveneens noodzakelijk aan verdachte een contactverbod op te leggen ten aanzien van [slachtoffer] .

Al het voorgaande in aanmerking nemend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en oplegging van voormelde bijzondere voorwaarden, passend en geboden.

Voorlopige hechtenis van verdachte

Op 24 maart 2015 is verdachte in verzekering gesteld. Op 27 maart 2015 is de bewaring bevolen waarna op dezelfde datum de voorlopige hechtenis van verdachte voor onbepaalde tijd is geschorst. Gezien de bewezenverklaring en het feit dat naar het oordeel van de rechtbank de gronden voor de voorlopige hechtenis nog steeds aanwezig zijn, ziet de rechtbank redenen om de schorsing van de voorlopige hechtenis thans op te heffen. Dit bevel zal afzonderlijk worden geminuteerd. Naar het oordeel van de rechtbank is tevens sprake van een geschokte rechtsorde. De rechtbank ziet daarom aanleiding om, gelet op de aard van het strafbare feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, de twaalfjaarsgrond aan de voorlopige hechtenis toe te voegen. Aldus zal van rechtswege de bewaringstermijn hervatten.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 27 Sr en artikel 65 Wetboek van Strafvordering.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
    primair het misdrijf: verkrachting;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar voor het primair bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig (30) maanden, waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
    - omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd op dagen en tijdstippen zal melden bij Reclassering Nederland, op een door de reclasseringsinstelling nader te bepalen locatie;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van dan wel de reeds ingezette behandeling zal continueren bij Transfore polikliniek De Tender of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling, op de tijden en plaatsen als door of namens de zorginstelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen in verband met zijn psychische en agressieregulatieproblematiek;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    draagt voornoemde reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

voorlopige hechtenis

- heft de schorsing van het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden, welk bevel afzonderlijk zal worden geminuteerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.C.S. Koppes, voorzitter, mr. E. Venekatte en

mr. M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van D.A.C. Brockötter, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 19 april 2016.

Mr. Van Bruggen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Twente, Divisie Informatie en Recherche, team Zeden, met nummer PL0500-2014090567 van 18 juni 2015. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Het proces-verbaal ter terechtzitting van 5 april 2016, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

3 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] van 18 november 2014, inhoudende een uitgewerkt audiovisueel verhoor van de verklaring van [slachtoffer] , pagina 63.

4 Het proces-verbaal van de rechter-commissaris in de rechtbank Overijssel van 27 maart 2015, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

5 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , pagina 85.

6 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] van 18 november 2014, inhoudende een uitgewerkt audiovisueel verhoor van de verklaring van [slachtoffer] , pagina 65, 66, 67, 68, 69, 77.

7 Het proces-verbaal van bevindingen van getuige [getuige 2] , pagina 93.

8 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] , pagina 80, 81.

9 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van 7 september 2014, pagina 95, 96, 97

10 Het proces-verbaal van forensisch onderzoek van verbalisant en forensisch rechercheur [verbalisant 3] en [verbalisant 5] van 9 februari 2015, pagina 34

11 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] van 14 april 2015, pagina 89.

12 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 25 maart 2015, pagina 146, 147, 150.

13 Het deskundigenverslag te weten een onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek van 17 februari 2015, opgemaakt door dr. A.G.M. van Gorp van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 113, 114, 115.