Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:1323

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-04-2016
Datum publicatie
18-04-2016
Zaaknummer
08/997018-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het onrechtmatig bezit en het te koop aanbieden van een grote hoeveelheid beeldjes van ivoor en een bontjas van bedreigde uitheemse diersoorten. Daarnaast heeft hij twee ivoren beeldjes daadwerkelijk verkocht c.q. geruild.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf van 120 uur op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
IR 2016/79, UDH:IR/13314 met annotatie van Onder redactie van mr. M. van der Linden – Smit en mr. C.C.M. Kroeks – de Raaij
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer (P): 08/997018-15

Datum vonnis: 18 april 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor economische strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1942 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] , [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

4 april 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mevr. mr. D. van Ieperen en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman

mr. R.J. de Boer, advocaat te Coevorden, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 30 juni 2015 opzettelijk producten van een beschermde uitheemse diersoort, te weten twee beeldjes vervaardigd van olifantenivoor, heeft verkocht of geruild en onder zich heeft gehad;

feit 2: in de periode van 23 maart 2015 tot en met 30 juni 2015 opzettelijk 26 beeldjes van een beschermde uitheemse diersoorten, te weten olifanten-, walrus- en nijlpaardivoor en een bontjas van de diersoort Ocelot in voorraad heeft gehad en ten verkoop heeft aangeboden.

Voluit luidt de gewijzigde tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

verdachte op 30 juni 2015, in de gemeente Coevorden, al dan niet opzettelijk,

een product / producten van dieren, behorende tot de door de Minister van

Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aangewezen soorten als bedoeld in artikel

4 van de Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet (en

genoemd in Bijlage A van de Basisverordening EG nr. 338/97) (en daarmee

behorende tot een beschermde uitheemse diersoort), te weten

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "antilope", vervaardigd uit ivoor van

een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse olifant) of de

Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie Elephantidae,

Orde Proboscidea (IBN-code A.04.01.001) (Pv determinatie bijlage 35) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als " een man met dikke buik / Hotei met

pruik", vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta

africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant)

behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea (IBN-code A.04.01.002)

(Pv determinatie bijlage 35)

heeft verkocht en/of geruild en/of onder zich heeft gehad;

art 13 lid 1 ahf/ond a Flora- en faunawet

2.

verdachte een of meerdere malen in de periode 23 maart 2015 tot en met 30

juni 2015, in de gemeente Coevorden, althans in Nederland,

al dan niet opzettelijk, een product / producten van dieren,

behorende tot de door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij

aangewezen soorten als bedoeld in artikel 4 van de Regeling aanwijzing dier-

en plantensoorten Flora- en faunawet (en genoemd in Bijlage A en/of Bijlage B

van de Basisverordening EG nr. 338/97) (en daarmee behorende tot een

beschermde uitheemse diersoort), te weten

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Dikke Dutchman", vervaardigd uit

ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse

olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie

Elephantidae, Orde Proboscidea " (zie pagina 73/74 en 134 van het

doorgenummerde algemeen dossier) (IBN-code A.01.01.002) (Pv determinatie

bijlage 35) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Okimono olifant India gouden rugdek"

vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana

(Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot

de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea (IBN-code A.01.01.005) (Pv

determinatie bijlage 35) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Acrobaat" vervaardigd uit ivoor van

een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse olifant) of de

Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie Elephantidae,

Orde Proboscidea " (zie pagina 81/82 en 140/141 van het doorgenummerde

algemeen dossier) (IBN-code A.01.01.007) (Pv determinatie bijlage 35) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Man met fruit beweegbaar hoofd"

vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana

(Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot

de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea " (zie pagina 80/81 en 139/140 van

het doorgenummerde algemeen dossier) (IBN-code A.01.01.009) (Pv determinatie

bijlage 35) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Erotisch - man en vrouw" vervaardigd

uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse

olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie

Elephantidae, Orde Proboscidea " (zie pagina 68/69 en 131 van het

doorgenummerde algemeen dossier) (IBN-code A.01.01.024) (Pv determinatie

bijlage 35) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Muzikant" vervaardigd uit ivoor van

een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse olifant) of de

Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie Elephantidae,

Orde Proboscidea " (zie pagina 92/93 en 150 van het doorgenummerde algemeen

dossier) (IBN-code A.01.01.026) (Pv determinatie bijlage 35) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "3 muzikanten bij elkaar" vervaardigd

uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse

olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie

Elephantidae, Orde Proboscidea " (zie pagina 83/84 en 142/143 van het

doorgenummerde algemeen dossier) (IBN-code A.01.01.028) (Pv determinatie

bijlage 35) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als Oude man met staf" vervaardigd uit

ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse

olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie

Elephantidae, Orde Proboscidea " (zie pagina 107/108 en 163/164 van het

doorgenummerde algemeen dossier) (IBN-code A.01.01.031) (Pv determinatie

bijlage 35) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Man met aap en pijp" vervaardigd uit

ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse

olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie

Elephantidae, Orde Proboscidea " (zie pagina 85 en 143/144 van het

doorgenummerde algemeen dossier) (IBN-code A.01.01.032) (Pv determinatie

bijlage 35) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "2 konijntjes" vervaardigd uit ivoor

van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse olifant) of

de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie

Elephantidae, Orde Proboscidea " (zie pagina 106 en 162 van het

doorgenummerde algemeen dossier) (IBN-code A.01.01.033) (Pv determinatie

bijlage 35) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Man op rug andere man" vervaardigd

uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse

olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie

Elephantidae, Orde Proboscidea " (zie pagina 87 en 145 van het

doorgenummerde algemeen dossier) (IBN-code A.01.01.035) (Pv determinatie

bijlage 35) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Poppetje met hoed" vervaardigd uit

ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse

olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie

Elephantidae, Orde Proboscidea " (zie pagina 75/76 en 135/136 van het

doorgenummerde algemeen dossier) (IBN-code A.01.01.036) (Pv determinatie

bijlage 35) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Man met trom beweegbaar hoofd"

vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana

(Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot

de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea " (zie pagina 80 en 139 van het

doorgenummerde algemeen dossier) (IBN-code A.01.01.037) (Pv determinatie

bijlage 35) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Okimono os met 2 jongens"

vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana

(Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot

de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea " (zie pagina 83 en 142 van het

doorgenummerde algemeen dossier) (IBN-code A.01.01.038) (Pv determinatie

bijlage 35) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Okimono man met schaal", gemaakt van

mammoet(ivoor), op het internetadres / de website [website] aangeboden

als "Olifant Ivoor" (zie pagina 73 en 133/134 van het doorgenummerde algemeen

dossier), vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta

africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant)

behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea (IBN-code A.01.01.003)

(Pv determinatie bijlage 38) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Vrouw met kind", gemaakt van

mammoet(ivoor), op het internetadres / de website [website] aangeboden

als "Olifanten-Ivoren" (zie pagina 78 en 137/138 van het doorgenummerde

algemeen dossier), vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de

Loxodonta africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische

olifant) behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea (IBN-code

A.01.01.010) (Pv determinatie bijlage 38) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Dierenriembal" gemaakt van onbekend

materiaal, op het internetadres / de website [website] aangeboden als

"Olifant Ivoren" (zie pagina 85/86 en 144 van het doorgenummerde algemeen

dossier), vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta

africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant)

behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea (IBN-code A.01.01.015)

(Pv determinatie bijlage 38) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als ""Man met aap", gemaakt van

mammoet(ivoor), op het internetadres / de website [website] aangeboden

als "Olifant Ivoren" (zie pagina 92 en 149/150 van het doorgenummerde algemeen

dossier), vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta

africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant)

behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea (IBN-code A.01.01.016)

(Pv determinatie bijlage 38) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Opiumpotje", gemaakt van

mammoet(ivoor), op het internetadres / de website [website] aangeboden

als "Olifant Ivoren" (zie pagina 109 en 165 van het doorgenummerde algemeen

dossier), vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta

africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant)

behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea (IBN-code A.01.01.020)

(Pv determinatie bijlage 38) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Lansier op paard", gemaakt van

mammoet(ivoor), op het internetadres / de website [website] aangeboden

als "Olifant Ivoor" (zie pagina 72/73 en 133 van het doorgenummerde algemeen

dossier), vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta

africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant)

behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea (IBN-code A.01.01.021)

(Pv determinatie bijlage 38) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Man met korf", gemaakt van

mammoet(ivoor), op het internetadres / de website [website] aangeboden

als "Olifant Ivoren" (zie pagina 110/111 en 166 van het doorgenummerde

algemeen dossier), vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de

Loxodonta africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische

olifant) behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea (IBN-code

A.01.01.023) (Pv determinatie bijlage 38) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "3 poppetjes ineen", gemaakt van

mammoet(ivoor), op het internetadres / de website [website] aangeboden

als "Olifant Ivoren" (zie pagina 84/85 en 143 van het doorgenummerde algemeen

dossier), vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta

africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant)

behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea (IBN-code A.01.01.027)

(Pv determinatie bijlage 38) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Erotisch gay", gemaakt van

mammoet(ivoor), op het internetadres / de website [website] aangeboden

als "Olifant Ivoren" “, ( zie bijlage 3 van het aanvullende proces-verbaal met het nummer 15 1208.0846 d.d. 15 december 2015), vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea (IBN-code A.01.01.029) (Pv determinatie bijlage 38) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Aap met doodshoofd", gemaakt van

mammoet(ivoor), op het internetadres / de website [website] aangeboden

als "Olifanten-Ivoren" (zie pagina 81 en 140 van het doorgenummerde algemeen

dossier), vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta

africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant)

behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea (IBN-code A.01.01.030)

(Pv determinatie bijlage 38) en/of

———————————————————————————————————

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Dildo", vervaardigd uit ivoor van een

Hippopotamus amphibus (Nijlpaard) behorende tot de familie Hippopotamidae,

Orde Artiodactyla " (zie pagina 66 en 128 van het doorgenummerde algemeen

dossier) (IBN-code A.01.01.004) (Pv determinatie bijlage 36) en/of

-een beeldje / snijwerk, omschreven als "Man met vis", vervaardigd uit ivoor

van een Odobenus rosmarus (Walrus) behorende tot de familie Odobenidae, Orde

Carnivora " (zie pagina 98/99 en 155 van het doorgenummerde algemeen dossier)

(IBN-code A.01.01.013) (Pv determinatie bijlage 37) en/of

-een jas omschreven als "Bontjas Ocelot" vervaardigd uit (stukken) huid van

een aantal Leopardus pardalis (Ocelot) behorende tot de familie Felidae, orde

Carnivora (IBN-code A. 02.01.001) (Pv determinatie bijlage 39)

ten verkoop voorhanden of in voorraad heeft gehad en/of ten verkoop heeft

aangeboden en/of onder zich heeft gehad;

art 13 lid 1 ahf/ond a Flora- en faunawet.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de feiten 1 en 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, en een taakstraf van 180 uren, bij niet verrichten te vervangen door 90 dagen hechtenis. Daarnaast dienen alle goederen die op te ter terechtzitting overgelegde beslaglijst staan verbeurd verklaard te worden.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft op basis van de zich in het onderliggende strafdossier bevindende stukken geconcludeerd dat beide tenlastegelegde feiten bewezen zijn.

De raadsman heeft betoogd dat verdachte van beide tenlastegelegde feiten moet worden vrijgesproken. De beeldjes die verdachte heeft verhandeld en te koop heeft aangeboden op zijn website vallen namelijk onder de zogenaamde antiekvrijstellingsregeling, omdat deze beeldjes vóór 1947 vervaardigd zijn.

Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman tevens betoogd dat de beeldjes genoemd onder de gedachtestreepjes 15 en 16 en 18 t/m 24 niet vervaardigd zijn van ivoor, afkomstig van de beschermde olifant, maar van mammoet. De mammoet is echter uitgestorven en valt dus volgens de raadsman niet meer onder de bescherming van de FFW.

Tenslotte is de bontjas niet te koop aangeboden maar heeft gediend als verfraaiing van verdachte’s website. De jas betrof het persoonlijk bezit van verdachte’s partner en valt daarmee onder de vrijstelling van art. 11 lid 1 van de regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Algemeen

Verdachte is eigenaar van de eenmanszaak [bedrijf] , gevestigd te [woonplaats] aan de [adres] . Hij houdt zich bezig met de in- en verkoop van antieke kunstvoorwerpen. Verdachte handelt voornamelijk via het internet met de domeinnaam [website] .

Onderzoek

Op 7 januari 2015 heeft de politie een onderzoek ingesteld waaruit bleek dat via de website [website] tenminste elf vermoedelijk ivoren items en een groepje van zeven bij elkaar horende vermoedelijk ivoren netsuke's (met de hand gesneden gordelknopen) te koop werden aangeboden.

Naar aanleiding van deze informatie is door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] op

21 januari 2015 een controle op de legale herkomst van deze vermoedelijk ivoren items bij verdachte thuis uitgevoerd. Uit dit onderzoek bleek onder meer dat:

• er in meerdere vertrekken in totaal dertig beeldjes van ogenschijnlijk ivoor stonden;

• verdachte verklaarde dat deze beelden hoofdzakelijk waren gemaakt van olifantenivoor, en een enkele van mammoet- en van walrusivoor;

• verdachte geen taxatierapporten kon overleggen waarmee aangetoond kon worden dat deze items van vóór 1947 waren;

• verdachte handtekeningstempels liet zien op de beeldjes waaruit volgens hem zou blijken dat er sprake was van ivoorsnijders van vóór 1947;

• de totale verkoopwaarde van de vermoedelijk ivoren beeldjes ongeveer € 50.000,-- betrof;

• verbalisanten diverse van deze beeldjes herkenden als beeldjes die ook op de website [website] te koop werden aangeboden.

Naar aanleiding van deze controle is door de genoemde verbalisanten besloten dat een nader onderzoek gewenst was om de herkomst van de vermoedelijk ivoren beeldjes te laten vaststellen. In dat kader was het de bedoeling dat de verzameling beeldjes zou worden beoordeeld door een ivoorexpert van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA).Verdachte zou over de te nemen vervolgstap telefonisch worden benaderd. Verdachte heeft aan de verbalisanten aangegeven dat hij op zoek zou gaan naar een taxateur en dat als het laten taxeren van de beeldjes te duur zou worden, hij die van zijn website zou halen en verder als huisraad onder zich zou gaan houden.

Op 23 maart 2015 is door verbalisant [verbalisant 1] telefonisch contact opgenomen met verdachte,

met als doel een afspraak te maken voor een hercontrole samen met een expert van de NVWA. In dat telefoongesprek heeft verdachte meegedeeld dat:

• hij alle beeldjes naar een veilinghuis in Wenen had gezonden om deze beeldjes daar te laten taxeren op ouderdom;

• als er door het veilinghuis een redelijke prijs werd geboden het best zou kunnen dat de beeldjes daar bleven en niet meer terugkwamen;

• hij per e-mail wel aan de verbalisant [verbalisant 1] zou laten weten of de beeldjes getaxeerd waren en of ze terugkwamen;

• hij niet wilde vertellen welk veilinghuis in Wenen het betrof;

• hij alleen nog wat houten beeldjes had en langskomen dus geen zin had.

Op 23 maart 2015 is daarom wederom onderzoek gedaan naar de website [website] . Uit dit onderzoek kwam naar voren dat:

• op de startpagina stond vermeld [bedrijf] [woonplaats] , The Netherlands' en 'Aziatische kunst: Ivoor”;

• op de startpagina een afbeelding stond van vermoedelijk een ivoren beeldje;

• indien doorgelinkt werd op deze afbeelding, men terecht kwam op een onderliggende pagina, waar een 80-tal vermoedelijk ivoren beeldjes te koop werd aangeboden;

• op deze pagina stond vermeld: "!!Alle ivoren kunstvoorwerpen die wij aanbieden zijn toegestaan, volgens de Nederlandse Wetgeving!!".

Op 27 mei 2015 is voornoemde website nogmaals bezocht door verbalisant [verbalisant 1] en daaruit bleek dat er enkele beelden waren verkocht.

Hierop is – na overleg met de officier van justitie – besloten om tweemaal tot pseudokoop over te gaan, namelijk op 29 en 30 juni 2015. Hierbij bleek dat verdachte de beeldjes die waren aangetroffen op 23 maart 2015 nog steeds onder zich had en te koop aanbood. Verdachte heeft op 29 respectievelijk 30 juni 2015 een beeldje aan de pseudokopers verkocht, waarbij het op 29 juni 2015 verkochte beeldje op 30 juni 2015 met bijbetaling van € 150,-- voor een (derde) beeldje werd geruild.

Wettelijk kader

Op 1 juli 1975 is de Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora, ofwel het CITES-Verdrag, in werking getreden. Dit verdrag beoogt wereldwijd de legale handel in wilde dier- en plantensoorten te reguleren om soorten te beschermen tegen overexploitatie en illegale handel tegen te gaan. Het Verdrag is van toepassing op elk dier of elke plant, levend of dood, van een soort die is opgenomen in een Bijlage bij het CITES-Verdrag. Het CITES-Verdrag bevat de Bijlagen I, II en III, waarin zijn opgenomen:

(I) soorten die met uitsterven worden bedreigd,

(II) soorten die zonder maatregelen mogelijk met uitsterven kunnen worden bedreigd en

(III) soorten waarvan één lidstaat de bescherming eist omdat de soort op haar grondgebied wordt bedreigd.

Ter uitvoering van het CITES-Verdrag heeft de Europese Unie de Basisverordening (Verordening van 9 december 1996, (EG) Nr. 338/97 van de Raad inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het handelsverkeer) uitgevaardigd. De uitvoeringscriteria zijn neergelegd in de Uitvoeringsverordening (Verordening (EG) nr. 865/2006 van de Commissie van 4 mei 2006 houdende uitvoeringsbepalingen (etc.)). De Basisverordening en de Uitvoeringsverordening vormen samen de wettelijke basis voor effectuering van het CITES-Verdrag in de wetgeving van de EU-Lidstaten.

De Basisverordening kent de Bijlagen A, B, C en D, waarin de beschermde soorten worden opgenoemd. In grote lijnen komen Bijlagen A, B en C overeen met Bijlagen I, II, en III van het CITES-Verdrag. Volgens artikel 8, tweede lid van de Basisverordening kunnen de lidstaten het in bezit hebben van beelden, met name van levende dieren die behoren tot de in bijlage A genoemde soorten, verbieden.

In Nederland is het CITES-regime uitgewerkt in de Flora- en Faunawet (FFW) en de op die wet gebaseerde regelgeving.

In artikel 5, tweede lid van de FFW juncto artikel 4, eerste lid, onder a, van de Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten FFW, worden de diersoorten van Bijlage A van de Basisverordening als beschermde uitheemse diersoorten aangewezen.

Artikel 13, eerste lid, onder a van de FFW verbiedt – onder meer – het onder zich hebben van dieren of producten van dieren, behorende tot een beschermde inheemse of beschermde uitheemse diersoort.

Van dit bezitsverbod is ingevolge artikel 75, tweede, derde en vijfde lid van de FFW bij ministeriële regeling vrijstelling mogelijk, mits geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort.

De vrijstellingen zijn neergelegd in artikel 11 van de Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten FFW, dat – zakelijk weergegeven – luidt:

1. van het bezitsverbod geldt een vrijstelling voor dode beelden van in gevangenschap geboren en gefokte of uit het wild afkomstige dieren, behorende tot beschermde uitheemse diersoorten, genoemd in bijlage A bij de Basisverordening, indien:

a. het meer dan 50 jaar geleden verkregen bewerkte beelden betreft als omschreven in artikel 2, onder w, van de Basisverordening (hierna: de antiekvrijstelling);

b. het persoonlijke bezittingen of huisraad betreft als omschreven in artikel 2, onderdeel j, van de Basisverordening of

c. kan worden aangetoond dat de beelden overeenkomstig de wet en met inachtneming van de Basisverordening en Uitvoeringsverordening in Nederland zijn gebracht of verkregen.

De genoemde antiekvrijstelling, omschreven in art. 2, onder w, van de Basisverordening, ziet op beelden die meer dan 50 jaar vóór de inwerkingtreding van de Basisverordening ter vervaardiging van juwelen, decoratie, kunstvoorwerpen, gebruiksvoorwerpen of muziekinstrumenten zijn gebracht in een toestand die grondig verschilt van hun natuurlijke ruwe staat en waarvan ten genoegen van de administratieve instantie van de betrokken lidstaat is aangetoond dat zij onder die voorwaarden zijn verworven. Dergelijke beelden gelden enkel als bewerkt indien zij duidelijk passen in een van de genoemde categorieën en indien zij de beoogde functie kunnen vervullen zonder dat daarvoor nog snijwerk, bewerking of verdere afwerking nodig zijn. Gelet op de datum van inwerkingtreding van de Basisverordening kunnen beelden alleen onder de antiekregeling vallen indien deze vóór 1947 zijn vervaardigd.

De genoemde vrijstelling voor persoonlijke bezittingen of huisraad, omschreven in artikel 2, onder j, van de Basisverordening ziet op dode beelden alsmede delen en producten daarvan, die een particulier toebehoren en die deel uitmaken van zijn gewone persoonlijke bezittingen of daartoe bestemd zijn.

Overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de onder de feiten 1 en 2 genoemde beeldjes en de bontjas

Uit het dossier blijkt dat verdachte de onder feit 1 van de tenlastelegging genoemde ivoren beeldjes op 29 en 30 juni 2015 heeft verkocht c.q. geruild. Ook heeft hij de onder feit 2 genoemde beeldjes in de periode van 23 maart 2015 tot en met 30 juni 2015 als eigenaar onder zich gehad en ten verkoop aangeboden.

Met betrekking tot de antiekvrijstelling

De antiekvrijstelling is van toepassing op specimens die in Bijlage A van de Basisverordening van 9 december 1996, (EG) Nr. 338/97 genoemd worden. De nijlpaard en de walrus worden echter beide in Bijlage B bij genoemde Basisverordening genoemd, zodat deze vrijstelling niet van toepassing is op het beeldje van nijlpaardivoor en het beeldje van walrusivoor, beide vermeld onder feit 2 van de tenlastelegging.

Met betrekking tot de overige beeldjes en de bontjas overweegt de rechtbank als volgt.

Vaststaat dat verdachte in de periode van 23 maart 2015 tot en met 30 juni 2015 niet

‘ten genoegen van de administratieve instantie van de betrokken lidstaat’ heeft aangetoond dat de onder feit 1 en 2 genoemde beeldjes en de bontjas van vóór 1947 stammen. Immers, verdachte is op 21 januari 2015 in de gelegenheid gesteld om zijn stelling dat de beeldjes en de bontjas vóór 1947 zijn vervaardigd, te onderbouwen met taxatierapporten. Bij de controle op 23 maart 2015 bleek hij echter niet in het bezit te zijn van de vereiste taxatierapporten. Ook op 30 juni 2015 waren dergelijke rapporten niet aanwezig.

De rechtbank stelt dan ook vast dat verdachte in de periode van 23 maart 2015 tot en met

30 juni 2015 niet heeft voldaan aan de voorwaarden van de antiekvrijstelling.

De rechtbank voegt hier ten overvloede nog het volgende aan toe.

Verdachte heeft op 19 augustus 2015 een 28-tal kopieën van taxatierapporten overgelegd waaruit zou moeten blijken dat de betreffende beeldjes vóór 1947 zijn vervaardigd. Deze taxatierapporten zijn in de periode van 3 tot 10 augustus 2015 opgemaakt door taxateur

[taxateur] . Daarnaast heeft verdachte aangevoerd dat hij uit de handtekeningen die zich op de beeldjes bevinden kan afleiden dat de beeldjes vóór 1947 vervaardigd zijn. Hij

heeft deze handtekeningen jarenlang bestudeerd en hij is overtuigd van de echtheid van deze handtekeningen.

De rechtbank merkt in de eerste plaats op dat de onder de feiten 1 en 2 ten laste gelegde delicten niet achteraf ongedaan kunnen worden gemaakt door alsnog taxatierapporten te overleggen. Indien dergelijke rapporten achteraf nog zouden worden geaccepteerd dan zou de beschermende werking van de regeling illusoir worden. De regelgeving bepaalt immers dat de rapporten beschikbaar moeten zijn ten tijde van het voorhanden hebben, te koop aanbieden en verkopen van de beeldjes.1

Daarnaast merkt de rechtbank op dat alleen door de bevoegde nationale autoriteiten erkende documenten als bewijsmiddel gelden voor een beroep op de antiekvrijstelling. De op verzoek van verdachte opgemaakte taxatierapporten van de taxateur [taxateur] kunnen echter niet als zodanig gelden, omdat uit het dossier blijkt dat de Nederlandse autoriteiten deze niet als bewijsmiddel hebben aanvaard. Hetzelfde geldt voor verdachte’s beroep op zijn eigen deskundigheid.

De rechtbank merkt gelet op het voorgaande op dat zij nader onderzoek naar de vraag of de beeldjes zijn vervaardigd vóór 1947 niet noodzakelijk acht.

Met betrekking tot de beeldjes van mammoetivoor en het beeldje van onbekend materiaal, vermeld onder feit 2

Ten aanzien van het verweer dat de beeldjes van mammoetivoor en van onbekend materiaal niet onder regelgeving van de FFW vallen overweegt de rechtbank als volgt.

Vaststaat dat verdachte deze beeldjes op zijn website heeft aangeboden als olifantenivoor.

De rechtbank overweegt hieromtrent dat in artikel 1 van de FFW is uitgewerkt wat valt onder een product van een dier. Daaronder vallen ook alle zaken waarvan uit de begeleidende documenten, de verpakking, een merkteken of etiket of enige andere omstandigheid moet worden aangenomen dat zij afgeleide producten of delen van dieren bevatten of daaruit bestaan. Naar het oordeel van de rechtbank valt hieronder ook een vermelding op een website. Door beeldjes van mammoetivoor aan te bieden als olifantenivoor heeft verdachte deze beeldjes onder de reikwijdte van de FFW gebracht en vallen ze onder het regiem van het olifantenivoor. Hetzelfde geldt voor het beeldje van onbekend materiaal, omschreven als “Dierenriembal”.

Met betrekking tot de bontjas van ocelot, vermeld onder feit 2

Verdachte heeft gesteld dat de bontjas van ocelot niet te koop is aangeboden maar ter verfraaiing van zijn website op deze site stond vermeld. De jas betrof het persoonlijk bezit van verdachte’s partner.

De rechtbank overweegt hieromtrent dat uit het dossier blijkt dat voornoemde bontmantel in de tenlastegelegde periode duidelijk gecatalogiseerd door middel van verschillende foto’s met daarbij een prijsbepaling is weergegeven op de website van verdachte. De andere voorwerpen die te koop stonden op dezelfde website, zijn door verdachte op dezelfde manier aangeprezen. Hieruit concludeert de rechtbank dat verdachte ook de bontmantel van ocelot ten verkoop heeft aangeboden. Het verweer hieromtrent wordt dan ook verworpen.

5.4

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen dat de verdachte het onder de feiten 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

verdachte op 30 juni 2015 in de gemeente Coevorden, opzettelijk, producten van dieren, behorende tot de door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aangewezen soorten als bedoeld in artikel 4 van de Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet (en genoemd in Bijlage A van de Basisverordening EG nr. 338/97) en daarmee behorende tot een beschermde uitheemse diersoort, te weten

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "antilope", vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als " een man met dikke buik/Hotei met pruik", vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea,

heeft verkocht en geruild en onder zich heeft gehad;

2.

verdachte in de periode 23 maart 2015 tot en met 30 juni 2015 in Nederland,

opzettelijk, producten van dieren, behorende tot de door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aangewezen soorten als bedoeld in artikel 4 van de Regeling aanwijzing dier-en plantensoorten Flora- en faunawet (en genoemd in Bijlage A of Bijlage B van de Basisverordening EG nr. 338/97) en daarmee behorende tot een beschermde uitheemse diersoort), te weten

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Dikke Dutchman", vervaardigd uit

ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse

olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie

Elephantidae, Orde Proboscidea "

en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Okimono olifant India gouden rugdek"

vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana

(Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot

de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Acrobaat" vervaardigd uit ivoor van

een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse olifant) of de

Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie Elephantidae,

Orde Proboscidea " en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Man met fruit beweegbaar hoofd"

vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana

(Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot

de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea " en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Erotisch - man en vrouw" vervaardigd

uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse

olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie

Elephantidae, Orde Proboscidea" en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Muzikant" vervaardigd uit ivoor van

een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse olifant) of de

Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie Elephantidae,

Orde Proboscidea " en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "3 muzikanten bij elkaar" vervaardigd

uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse

olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie

Elephantidae, Orde Proboscidea" en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als Oude man met staf" vervaardigd uit

ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse

olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie

Elephantidae, Orde Proboscidea" en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Man met aap en pijp" vervaardigd uit

ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse

olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie

Elephantidae, Orde Proboscidea" en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "2 konijntjes" vervaardigd uit ivoor

van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse olifant) of

de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie

Elephantidae, Orde Proboscidea" en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Man op rug andere man" vervaardigd

uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse

olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie

Elephantidae, Orde Proboscidea" en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Poppetje met hoed" vervaardigd uit

ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse

olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie

Elephantidae, Orde Proboscidea" en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Man met trom beweegbaar hoofd"

vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana

(Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot

de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea" en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Okimono os met 2 jongens"

vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana

(Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot

de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea" en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Okimono man met schaal", gemaakt van

mammoet(ivoor), op het internetadres/de website [website] aangeboden

als "Olifant Ivoor", vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta

africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant)

behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Vrouw met kind", gemaakt van

mammoet(ivoor), op het internetadres/de website [website] aangeboden

als "Olifanten-Ivoren", vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de

Loxodonta africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische

olifant) behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Dierenriembal" gemaakt van onbekend

materiaal, op het internetadres/de website [website] aangeboden als

"Olifant Ivoren", vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta

africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant)

behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als ""Man met aap", gemaakt van

mammoet(ivoor), op het internetadres/de website [website] aangeboden

als "Olifant Ivoren", vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta

africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant)

behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Opiumpotje", gemaakt van

mammoet(ivoor), op het internetadres/de website [website] aangeboden

als "Olifant Ivoren", vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta

africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant)

behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Lansier op paard", gemaakt van

mammoet(ivoor), op het internetadres/de website [website] aangeboden

als "Olifant Ivoor", vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta

africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant)

behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Man met korf", gemaakt van

mammoet(ivoor), op het internetadres/de website [website] aangeboden

als "Olifant Ivoren", vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de

Loxodonta africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische

olifant) behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "3 poppetjes ineen", gemaakt van

mammoet(ivoor), op het internetadres/de website [website] aangeboden

als "Olifant Ivoren", vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta

africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant)

behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Erotisch gay", gemaakt van

mammoet(ivoor), op het internetadres/de website [website] aangeboden

als "Olifant Ivoren" “, vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant) behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Aap met doodshoofd", gemaakt van

mammoet(ivoor), op het internetadres/de website [website] aangeboden

als "Olifanten-Ivoren", vervaardigd uit ivoor van een olifant afkomstig van de Loxodonta africana (Afrikaanse olifant) of de Elephas maximus (Aziatische olifant)

behorende tot de Familie Elephantidae, Orde Proboscidea en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Dildo", vervaardigd uit ivoor van een

Hippopotamus amphibus (Nijlpaard) behorende tot de familie Hippopotamidae,

Orde Artiodactyla " en

- een beeldje/snijwerk, omschreven als "Man met vis", vervaardigd uit ivoor

van een Odobenus rosmarus (Walrus) behorende tot de familie Odobenidae, Orde

Carnivora " en

- een jas omschreven als "Bontjas Ocelot" vervaardigd uit (stukken) huid van

een aantal Leopardus pardalis (Ocelot) behorende tot de familie Felidae, orde

Carnivora,

ten verkoop voorhanden heeft gehad en ten verkoop heeft aangeboden en onder zich heeft gehad.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder de feiten 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikel 6 van de Wet op de economische delicten (WED) en artikel 13 van de Flora- en faunawet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 13 lid 1 onder a van de Flora- en faunawet, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;

feit 2

het misdrijf: overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 13 lid 1 onder a van de Flora- en faunawet, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het onrechtmatig bezit en het te koop aanbieden van een grote hoeveelheid beeldjes van ivoor en een bontjas van bedreigde uitheemse diersoorten. Daarnaast heeft hij twee ivoren beeldjes daadwerkelijk verkocht c.q. geruild.

Hoewel hij in de gelegenheid is gesteld om door middel van taxatierapporten genoegzaam aan te tonen dat de beeldjes onder de antiekvrijstelling vallen, heeft hij om financiële redenen niet van die gelegenheid gebruik gemaakt.

Verdachte heeft zich er niet om bekommerd dat hij door het te koop aanbieden van beeldjes van ivoor de illegale stroperij van olifanten en andere uitheemse diersoorten in stand houdt.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging ook rekening gehouden met het feit dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat hij inmiddels 73 jaar oud is.

Alles overziende is de rechtbank van oordeel dat verdachte moet worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden. Daarnaast zal de rechtbank een werkstraf van 120 uur opleggen, met een proeftijd van 3 jaar, teneinde verdachte in te scherpen dat hij zich in het vervolg moet houden aan de wet- en regelgeving ter regulering van de handel in dierlijke producten.

8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank acht de onder verdachte inbeslaggenomen beelden van ivoor en de bontjas van ocelot vatbaar voor verbeurdverklaring, nu de feiten 1 en 2 hiermee zijn begaan en deze toebehoren aan verdachte.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast

berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33a, 57 en 91 Sr en de artikelen 1a, en 2 van de WED.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder de feiten 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder de feiten 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1, het misdrijf: overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 13 lid 1 onder a van de Flora- en faunawet, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;

feit 2, het misdrijf: overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 13 lid 1 onder a van de Flora- en faunawet, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder de feiten 1 en 2 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van drie (3) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie (3) jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    veroordeelt verdachte voorts tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 120 uren;

  • -

    beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- verklaart verbeurd de goederen die staan vermeld op de aangehechte lijst inbeslagname.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. F.H.W. Teekman en mr. E.J.M. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van H.J. Veldhuis, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 april 2016.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie team Milieu met nummer NNRBA15005. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

De verklaring die de verdachte ter terechtzitting van 4 april 2016 heeft afgelegd, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

De beelden van ivoor en de bontjas die staan genoemd op dagvaarding waren allen mijn eigendom. Ik heb de beelden op de internetsite van mijn zaak [bedrijf] gezet met de bedoeling deze te verkopen. Ik heb er ook tien verkocht. Ik heb een tweetal beelden verkocht op 30 juni 2015. Ik heb ook wel ivoren beelden zonder bijhorende certificaten van andere mensen gekocht.

Het klopt dat ik bij deze eerste controle in januari 2015 heb afgesproken met de verbalisant [verbalisant 1] dat ik de beelden zou laten taxeren. Toen hij mij op 23 maart 2015 weer benaderde had ik de beelden nog steeds niet laten taxeren. Ik had navraag gedaan en ik vond € 9000,-- voor een taxatie een te hoge prijs dus heb ik er vanaf gezien. Ik begrijp dat dat ik moet bewijzen dat beeldjes 50 jaar oud zijn. Aan de ivoren beelden die ik in de loop der jaren heb verkocht heb ik zo’n kleine € 5000,-- verdiend.

2.

Een proces-verbaal van bevindingen van 18 mei 2015, voor zover inhoudende het relaas van de verbalisant [verbalisant 3] , zakelijk weergegeven:

Op woensdag 7 januari 2015, zag ik tijdens internet rechercheren dat op de internetsite [website] tenminste 11 ivoren items en een groepje 7 bij elkaar horende ivoren netsuke's. te koop werden aangeboden, ik zag bij de diverse items verschillende prijzen vermeld staan.

Het is mij ambtshalve bekend dat bij dergelijke ivoren voorwerpen, aangeboden door particulieren en/of bedrijven, geen certificaten dan wel andere documenten die de ouderdom aantonen, aanwezig zijn. Bij nazoek in het politiesysteem BVI-IB (= integrale bevraging) zag ik dat op vermeld adres twee personen waren ingeschreven, namelijk; [naam] , geb. [geboortedag] -1942 en - [verdachte] , geb. [geboortedag] -1942.

Omdat de aanbieder van genoemde ivoren voorwerpen zich mogelijk schuldig maakte aan overtreding van artikel 13 lid 1 van de Flora- en faunawet, strafbaar gesteld in artikel 1a onder 1 van de Wet op de economische delicten, werd door mij op woensdag 7 januari 2015 melding gedaan bij de Politie eenheid Noord-Nederland.

3.

Een proces-verbaal van bevindingen van 26 mei 2015, voor zover inhoudende het relaas van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , zakelijk weergegeven:

Op 7 januari 2015 ontving ik via de interne politiemail een mail afkomstig van [rechercheur] , senior thematische recherche van het milieuteam Politie Zeeland-West-Brabant waarin hij melding deed dat hij op de website [website] een hoeveelheid ivoren beeldjes te koop aangeboden had gezien. Hierop hebben wij de website [website] bekeken. Wij zagen dat hier een groot aantal zogenaamde netsuke's te koop werden aangeboden. Volgens de tekst op de website waren deze beeldjes antiek en van olifantenivoor gemaakt. Zowel de Afrikaanse als de Aziatische olifant zijn beschermde uitheemse diersoorten. Producten gemaakt van deze diersoorten vallen onder het beschermingsregime van de Flora- en faunawet, namelijk artikel 13 van deze wet.

Het voorhanden, het verkopen en te koop aanbieden van ivoren voorwerpen zijn ingevolge dit artikel verboden tenzij aangetoond kan worden dat de voorwerpen voor 1947 zijn verworven en bewerkt (de zogenaamde Antiekregeling). Naar aanleiding van deze melding hebben wij, verbalisanten, op woensdag 21 januari 2015 omstreeks 10.30 uur een controle op betreffende adres uitgevoerd. Ter plaatse werd na aanbellen de deur geopend door een manspersoon die verklaarde [verdachte] te zijn en de eigenaar van [bedrijf] . Wij legitimeerden ons en legden uit dat we naar aanleiding van een melding van verkoop van ivoren beeldjes door [bedrijf] een controle wilden uitvoeren naar de legale herkomst van de beeldjes.

[verdachte] stemde in met de controle.

Bij het de trap opgaan zag ik, [verbalisant 1] , op de overloop een vitrinekast met daarin een tweetal beeldjes ogenschijnlijk van ivoor, namelijk een antilope van plusminus 15 cm hoog en een beeldje van plusminus 10 cm hoog. In de werkkamer aangekomen, zagen wij dat er een vitrine stond met daarin een dertigtal beeldjes van ogenschijnlijk ivoor. Wij herkenden een deel van deze beeldjes zoals afgebeeld op de website van [bedrijf] , zogenaamde netsuke’s.

Desgevraagd waren de aanwezige netsuke’s volgens [verdachte] hoofdzakelijk gemaakt van olifantenivoor, een enkele van mammoet en walrus. [verdachte] vertelde dat de totale verkoopwaarde van deze beeldjes ongeveer 50.000 euro was. Naast deze voorwerpen zagen wij, verbalisanten, op een bureau een ogenschijnlijk ivoren penis van plusminus 20 cm.

lk, verbalisant [verbalisant 1] , legde uit dat de houder van antiek ivoor van ieder ivoren voorwerp een taxatierapport moet overleggen om onder de vrijstellingsregeling te vallen. Wij, verbalisanten, hoorden dat dhr. [verdachte] zei dat hij dat niet had. lk, [verbalisant 1] , vroeg of hij op andere wijze aannemelijk kon maken dat de voorwerpen antiek waren, bijvoorbeeld middels facturen, invoervergunningen of andere papieren. Dhr. [verdachte] zei dat het enige wat hij kon laten zien handtekeningstempels van de Japanse snijders die op de onderkant van de ivoren voorwerpen stonden.

Naar aanleiding van bovenstaande, besloten wij, verbalisanten, dat nader onderzoek gewenst was. Wij besloten om de zaak voor te leggen aan een ivoorexpert van de NVWA, de primaire controle instantie voor de handel in ivoor en mogelijk een hercontrole te plannen met een controleur van de NVWA. lk, verbalisant [verbalisant 1] , zei dhr. [verdachte] hierover telefonisch te berichten. Dhr. [verdachte] zei alvast te zoeken naar een eventuele taxateur en als dat te duur zou worden dat hij de voorwerpen van de internetsite zou halen en de voorwerpen dan als zogenaamde huisraad onder zich zou houden.

4.

Een proces-verbaal van bevindingen telefoongesprek van 1 juni 2015, voor zover inhoudende het relaas van de verbalisanten [verbalisant 1] , zakelijk weergegeven:

Naar aanleiding van de controlebevindingen van [bedrijf] , te [woonplaats] op 21 januari 2015, is besloten een gezamenlijke controle met een inspecteur van het team Natuur van de NVWA uit te voeren. Bij telefonische raadpleging op woensdag 21 januari 2015 van [controleur NVWA] , controleur natuur van de NVWA en specialist op het gebied van ivoor, bleek mij, [verbalisant 1] , dat er veel netsuke’s in omloop zijn waarvan de stempels die op de onderkant staan en een aanwijzing moeten vormen van de ouderdom, nagemaakt zijn. Kortom een dergelijke stempel/handtekening is geen bewijs van de ouderdom danwel dat het betreffende stuk onder de antiekregeling valt (voor 1947). lk, [verbalisant 1] , heb toen een aantal foto's van de ivoren netsuke’s en andere voorwerpen van de website [website] naar [controleur NVWA] gemaild. Na het bekijken van deze foto's door [controleur NVWA] , achtte hij, gelet op de aard en omvang van de handel een hercontrole van [bedrijf] noodzakelijk. Hierop heb ik, [verbalisant 1] , op maandag 23 maart 2015 met dhr. [verdachte] van [bedrijf] gebeld om een afspraak voor een controlebezoek te maken.

Ik, [verbalisant 1] , kreeg de mij ambtshalve bekende dhr. [verdachte] aan de lijn. ik stelde mij voor en vroeg hem of ik aanstaande woensdag ook langs kon komen met een collega van de NVWA om de ivoren beeldjes te bekijken. lk vertelde hem dat dit naar aanleiding van de controlebevindingen van 21 januari jongstleden was. Ik, [verbalisant 1] , hoorde dat dhr. [verdachte] tegen mij zei dat alle spulletjes in Wenen lagen. lk hoorde dat dhr. [verdachte] zei dat hij namelijk alle beeldjes naar een taxateur van een veilinghuis in Wenen had gezonden. [verdachte] verklaarde vervolgens dat de beeldjes op ouderdom getaxeerd zouden worden en als men een redelijk prijs bood dan kon het best zo zijn dat de beeldjes daar bleven en niet meer terugkwamen.

Hierna heb ik, [verbalisant 1] , gebeld met [controleur NVWA] , die mededeelde dat uitvoer van de ivoren voorwerpen naar Wenen niet kon zonder taxatierapport / EG-certificaat erbij. Tijdens ons gesprek heb ik, [verbalisant 1] , de website van [bedrijf] , [website] bekeken. lk vertelde [controleur NVWA] dat ik op de website zag dat veel van de destijds aangeboden ivoren beeldjes nog steeds te koop werden aangeboden. lk, [verbalisant 1] , uitte mijn twijfel over het verhaal van Wenen. Ook [controleur NVWA] uitte zijn twijfel en vroeg zich af of de ivoren voorwerpen nog aanwezig waren in de woning van dhr. [verdachte] te [woonplaats] .

5.

Een aanvullend proces-verbaal van bevindingen van 9 juni 2015, voor zover inhoudende het relaas van de verbalisanten [verbalisant 1] , zakelijk weergegeven:

Na gelaten is om te vermelden dat [controleur NVWA] na het bekijken van de foto's aan mij verbalisant verklaarde dat:

• Op de foto's door mij opgestuurd naar hem en de foto's op de internetsite [website] voor hem geen handtekeningstempels op de ivoren voorwerpen zichtbaar waren en hij dus daar geen oordeel over kon geven.

• Hij aan de hand van wat er zichtbaar was op de hierboven genoemde foto's hij geen oordeel kon geven of deze ivoren voorwerpen van voor 1947 afkomstig waren en dus onder de zo geheten antiekregeling zouden vallen.

• Hij gezien de omvang van de te koop aangeboden ivoren voorwerpen en bovenstaande punten een hercontrole noodzakelijk achtte om iets te kunnen zeggen over de legaliteit / illegaliteit van de ivoren voorwerpen.

• Hij dat niet kon doen met de beschikbare foto's van verbalisant en de genoemde internetsite.

6.

Een proces-verbaal van bevindingen Pseudokoop van 30 juni 2015, voor zover inhoudende het relaas van de verbalisanten PS 173 en PS 177, zakelijk weergegeven:

Wetboek van Strafvordering, gelet op artikel 3 lid 1 sub a Politiewet 1993, werkzaam bij de politie en opgeleid als pseudokoper basis, verklaren het volgende:

In het kader van het onderzoek ivoor kregen wij PS 173 en PS 177 op dinsdag 30 juli 2015, van onze begeleider [begeleider] , de opdracht om contact te zoeken met de aanbieder van ivoren stukken. Deze aanbiedingen van ivoren stukken staan op [website] .

Ik PS 173 heb op dinsdag 30 juni 2015 omstreeks 09:45 uur telefonisch contact gezocht met de aanbieder van de ivoren stukken. Ik maakte de afspraak dat ik omstreeks 11:00 uur bij de woning van de aanbieder zou zijn om het ivoren stuk (paard) wat ik gisteren had

gekocht om te ruilen voor een ivoren antilope. Ik vertelde de aanbieder dat is samen met mijn tante zou komen en dat zij ook belangstelling voor een ivoren stuk had.

Op dinsdag 30 juni 2015 zijn wij PS 173 en PS 177 naar de woning van de aanbieder in Coevorden gereden. Omstreeks 11:02 uur hebben wij aangebeld bij de woning aan de

[adres] . Op dat moment werden wij aangesproken door een manspersoon die buiten voor de woning op de stoep stond. Hij stelde zich voor Als [verdachte] . Wij gingen de

woning via de voordeur binnen. In de woning zijn wij naar de achter kamer gegaan waar wij plaats namen bij de eet tafel. De vrouw van [verdachte] kwam er bij staan. Zij gaf mij PS 177 een hand en stelde zich voor als [vrouw verdachte] . [verdachte] liep door de keuken naar achteren en kwam terug met een soort plastic box met doorzichtige deksel erop. Deze box was ongeveer 50cm breed en 30 centimeter hoog. Wij zagen dat [verdachte] verschillende ivoren stukken uit deze box haalde en voor ons op tafel uitstalde. PS 173 pakte het ivoren paard wat ze eerder van de aanbieder had gekocht uit de tas en ruilde deze met aanbetaling van 150 euro, in drie briefjes van 50 euro voor een antilope. lk PS 177 heb meerdere ivoren stukken bekeken onder andere een opiumdoosje met zilveren deksel, een hotei met pruik, een koopman met aap, de generaal, een ruiter te paard, de twaalf dieren uit de zodiacman met pijp en aap en de muziekmaker. De aanbieder [verdachte] vertelde hierbij dat het allemaal antieke stukken waren en dat de meeste stukken van olifantenivoor waren gemaakt en een paar van mammoetivoor. Het ivoor kwam uit India zo vertelde hij ons. Ik PS 177 heb de aanbieder [verdachte] 275 euro gegeven voor het stuk hotei met pruik. Ik gaf hem vijf briefjes van 50 euro, een briefje van 20 euro en een briefje van 10 euro. Ik kreeg van [vrouw verdachte] een briefje van vijf euro terug. Toen wij de woning wilden verlaten vertelde [vrouw verdachte] ons nog dat zij ook prachtige Japanse schetsen had voor verkoop.

Na onze inzet namen wij onmiddellijk contact op met onze begeleider en stelde hem van onze bevindingen op de hoogte en droegen de door ons aangekochte ivoren stukken aan hem over.

7.

Een proces-verbaal van bevindingen/determinatie met bijlagen d.d. 8 juli 2012, voor zover inhoudende het relaas van de verbalisant [controleur NVWA] , zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 30 juni 2015, heb ik verbalisant, de volgende goederen onderzocht

- Zestien (16) snijwerken, vermoedelijk uit ivoor vervaardigd.

Deze goederen zijn eigendom van: [verdachte] , [adres] , [woonplaats]

Bij het onderzoek heb ik gebruikgemaakt van een triplet (loep) met 10 x vergroting,

Ik zag, dat in alle zestien onderzochte voorwerpen zogenoemde Schregerlijnen aanwezig waren. Ambtshalve is mij het volgende bekend;

Schregerlijnen zijn visuele artefacter die zichtbaar zijn in de doorsneden van ivoor. Alleen in voorwerpen vervaardigd van mammoetivoor en olifantenivoor zijn Schregerlijnen aanwezig.

Bij mammoetivoor is de hoek waarin deze lijnen elkaar kruisen kleiner of gelijk aan 90 graden. Bij olifantenivoor is deze hoek groter dan 115 graden

Er is een zeer kleine variatie mogelijk, maar het is wetenschappelijk aangetoond, dat bij mammoetivoor is deze hoek altijd kleiner dan 100 graden en bij olifantenivoor altijd groter dan 100 graden.

Omdat de hoek van de Schregerlijnen groter is dan 115 graden, betreft het hier olifantenivoor.

Uit mijn onderzoek is gebleken, dat het betreft:

- Zestien snijwerken van Afrikaanse of Aziatische olifanten. Wetenschappelijke naam: Loxodonta africana of Elephas maximus.

8.

Een proces-verbaal van bevindingen/determinatie met bijlage d.d. 8 juli 2012, voor zover inhoudende het relaas van de verbalisant [controleur NVWA] zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 30 juni 2015, omstreeks 14.45 uur, heb ik, verbalisant, de volgende goederen onderzocht:

- Eén (1) snijwerk, vermoedelijk uit ivoor vervaardigd.

Dit goed is eigendom van: [verdachte] , [adres] , [woonplaats] .

Bij het onderzoek heb ik gebruikgemaakt van een triplet (loep) met 10 x vergroting.

lk, verbalisant, heb het voornoemde snijwerk onderzocht.

lk zag, dat in het voornoemde snijwerk geen zogenoemde Schregerlijnen aanwezig waren. Ook zag ik aan de kenmerkende ronde, geribbelde vorm, aan de basis van het snijwerk, dat het was vervaardigd uit een onderste snijtand van een nijlpaard, wetenschappelijke naam: Hippopotamus amphibius.

9.

Een proces-verbaal van bevindingen/determinatie met bijlage d.d. 8 juli 2012, voor zover inhoudende het relaas van de verbalisant [controleur NVWA] zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 30 juni 2015, omstreeks 15.00 uur, heb ik, verbalisant, het volgende goed onderzocht:

- Eén (1) snijwerk, vermoedelijk uit ivoor vervaardigd.

Dit goed is eigendom van: [verdachte] , [adres] , [woonplaats]

Bij het onderzoek heb ik gebruikgemaakt van een triplet (loep) met 10 x vergroting.

lk, verbalisant, heb het voornoemde snijwerk onderzocht.

lk zag, dat in het voornoemde snijwerk geen zogenoemde Schregerlijnen aanwezig waren. Ook zag ik aan de kenmerkende gewolkte kern in het centrum van het snijwerk, dat het was vervaardigd uit een slagtand van een walrus, wetenschappelijke naam: Odobenus rosmarus.

10.

Een proces-verbaal van bevindingen/determinatie met bijlagen d.d. 8 juli 2012, voor zover inhoudende het relaas van de verbalisant [controleur NVWA] zakelijk weergegeven:

Op maandag 06 juli 2015, omstreeks 11.30 uur, heb ik, verbalisant, de volgende goederen onderzocht:

-Tweeëntwintig (22) snijwerken, vermoedelijk uit ivoor vervaardigd.

Deze goederen zijn eigendom van: [verdachte] , [adres] , [woonplaats] .

Bij het onderzoek heb ik gebruikgemaakt van een triplet (loep) met 10 x vergroting. Tevens heb ik gebruik gemaakt van een stereo microscoop met 20 x en 40 x vergroting en een USB-microscoop met een variabele vergroting van 10 tot 50 x vergroting.

lk zag, dat in drie (3) onderzochte snijwerken geen zogenoemde Schregerlijnen aanwezig waren. Door de rijke bewerking van de snijwerken, zag ik ook geen andere kenmerken, waaruit was vast te stellen, dat deze snijwerken waren vervaardigd uit ivoor van een beschermde diersoort.

Vervolgens zag ik, dat in negentien (19) onderzochte voorwerpen zogenoemde Schregerlijnen aanwezig waren.

Ambtshalve is mij het volgende bekend;

-Schregerlijnen zijn visuele artefacten die zichtbaar zijn in de doorsneden van ivoor.

-Alleen in voorwerpen vervaardigd van mammoetivoor en olifantenivoor zijn Schregerlijnen aanwezig zijn.

Bij mammoetivoor is de hoek waarin deze lijnen elkaar kruisen kleiner of gelijk aan 90 graden. Bij olifantenivoor is deze hoek groter dan 115 graden.

Er is een zeer kleine variatie mogelijk, maar het is wetenschappelijk aangetoond, dat bij mammoetivoor is deze hoek altijd kleiner dan 100 graden en bij olifantenivoor altijd groter dan 100 graden. Omdat de hoek van de Schregerlijnen groter is dan 115 graden, betreft het hier olifantenivoor. Uit mijn onderzoek is gebleken, dat het betreft:

Negentien (19) snijwerken van Mammoet, wetenschappelijke naam: Mammuthus spp.

De Mammuthus spp, behoort tot de familie Elephantidae (Olifanten) en de orde Proboscidea (Slurfdieren).

Ik zag, dat op de website van de verdachte, [website] , negen (9) snijwerken, door mij gedetermineerd als Mammoet en één (1) snijwerk, door mij als onbekend gedetermineerd, te koop worden aangeboden als zijnde olifantenivoor.

1 De rechtbank verwijst in dit verband naar het arrest van het Hof Amsterdam 22 april 2014, gepubliceerd onder nummer ECLI:NL:GHAMS:2014:2785.