Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:1312

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
15-04-2016
Datum publicatie
15-04-2016
Zaaknummer
08/760290-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 29-jarige man tot een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Als bijzondere voorwaarden stelt de rechtbank onder andere een meldplicht en een ambulante behandeling. Verdachte is vanuit Utrecht naar Hengelo (O) gekomen om uit te gaan. In de auto die door de man bestuurd werd had hij een pistool verborgen onder de zitting van de achterbank. In de vroege ochtend van 27 december 2015 heeft verdachte het pistool gepakt en een schot gelost. Verdachte was ten tijde van het schieten onder invloed van drank en drugs.

Het voorhanden hebben van (vuur)wapens en bijbehorende munitie brengt grote veiligheidsrisico’s met zich mee. Het ongecontroleerde bezit van (vuur)wapens met munitie verhoogt het risico op levensbedreigende geweldsdelicten. Het bezit, het gebruik maar ook de levering van (vuur)wapens en munitie zijn vanwege de daaraan verbonden gevaarzetting misdrijven die stevig dienen te worden bestraft. Verdachte heeft onaanvaardbare risico’s genomen door - terwijl hij heeft verklaard geen verstand van wapens te hebben - onder invloed van drank en drugs op de openbare weg een pistool te pakken, waarvan hij naar eigen zeggen niet wist of het al dan niet (door)geladen was. Dit neemt de rechtbank verdachte ernstig kwalijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer (P): 08/760290-15

Datum vonnis: 15 april 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats] ,

nu verblijvende in de PI Overijssel, HvB Karelskamp te Almelo.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

1 april 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. D.W. Leusink-Van Dijk en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. T. Geerdink, advocaat te Borne, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: heeft gepoogd [slachtoffer] van het leven te beroven door met een vuurwapen te schieten op de auto waarin die [slachtoffer] zat dan wel heeft gepoogd die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen:

feit 2: een pistool en munitie voorhanden heeft gehad.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 27 december 2015 te Hengelo, gemeente Hengelo (O) (op of

aan het Burgemeester Jansenplein),

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

[slachtoffer] en/of een of meer (andere) voorbijganger(s) (welke ter plaatse op

voornoemd Burgemeester Jansenplein aanwezig waren)

opzettelijk

van het leven te beroven,

-met dat opzet meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen heeft geschoten

op, althans in de richting van, een auto (merk volkswagen, type Golf), in

welke auto die [slachtoffer] voornoemd (in slapende toestand) was gezeten

, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 27 december 2015 te Hengelo, gemeente Hengelo (O)(op of

aan het Burgemeester Jansenplein),

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

[slachtoffer] en/of een of meer (andere) voorbijganger(s) (welke ter plaatse op

voornoemd Burgemeester Jansenplein aanwezig waren)

opzettelijk

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

-met dat opzet meermalen, althans eenmaal, met een vuurwapen heeft geschoten

op, althans in de richting van, een auto (merk volkswagen, type Golf), in

welke auto die [slachtoffer] voornoemd (in slapende toestand) was gezeten

, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 27 december 2015 te Hengelo (O) een of meer wapens van

categorie III, te weten een pistool, merk FN Herstal (Browning)(kal. 6.35mm),

kleur zwart, en/of munitie van categorie III, te weten vier (4) patronen (kal

6.35mm), voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor feit 1 primair en

feit 2 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met de volgende bijzondere voorwaarden: reclasseringstoezicht, meldplicht, gedragsinterventie en behandelverplichting.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

5.1

De vaststaande feiten

De onderstaande feiten volgen rechtstreeks uit de bewijsmiddelen en hebben bij de behandeling van de zaak niet ter discussie gestaan. Het vaststellen van deze feiten behoeft daarom geen andere motivering door de rechtbank dan een verwijzing naar de betreffende bewijsmiddelen1.

Op 27 december 2015 omstreeks 05.35 uur staat verbalisant [verbalisant 1] op het Burgemeester Jansenplein te Hengelo (O) en hoort een knal. Korte tijd later wordt in een bij verdachte in gebruik zijnde auto een vuurwapen, merk FN Herstal (Browning) kaliber 6.35 mm, kleur zwart en vier patronen kaliber 6.35 mm, aangetroffen. Daarop wordt verdachte, die zich bij de auto bevindt, aangehouden. Ten tijde van de aanhouding ziet verbalisant [verbalisant 2] in een geparkeerde grijze Volkswagen Golf een persoon, naar later blijkt [slachtoffer] , op de bestuurdersstoel zitten. Bij een onderzoek later die ochtend wordt gezien dat genoemde Volkswagen, die nog steeds op dezelfde plek geparkeerd staat, een beschadigde voorruit heeft. Tevens wordt er op genoemd plein een lege huls aangetroffen.

5.2

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft op basis van de zich in het onderliggende strafdossier bevindende stukken geconcludeerd dat verdachte de tenlastegelegde feiten sub 1 primair en sub 2 heeft begaan.

De raadsman heeft betoogd dat verdachte wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs moet worden vrijgesproken van feit 1 primair en subsidiair. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat niet voldoende feitelijk kan worden vastgesteld wat er zich op 27 december 2015 heeft afgespeeld. Daarnaast heeft de raadsman betoogd dat verdachte nimmer willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat een persoon zou komen te overlijden.

De raadsman heeft verder geconcludeerd dat feit 2 wettig en overtuigend bewezen kan worden.

5.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 1 primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Op grond van het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 16 maart 2016 stelt de rechtbank vast dat de huls die is aangetroffen op het Burgemeester Jansenplein op

27 december 2015 afkomstig is uit het pistool dat in de bij verdachte in gebruik zijnde auto is aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat hij op enig moment naast de auto stond en het wapen in zijn handen had. Voorts heeft verdachte verklaard dat hij behoorlijk wat sterke drank door elkaar had gedronken en cocaïne en softdrugs had gebruikt. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat verdachte met het pistool geschoten heeft. De rechtbank is evenwel van oordeel dat er geen wettig en overtuigend bewijs in het dossier voorhanden is waaruit blijkt dat verdachte met (voorwaardelijk) opzet met het aangetroffen vuurwapen, gericht op de voorruit van de Volkswagen, waarin [slachtoffer] lag te slapen, heeft geschoten en aldus heeft gepoogd [slachtoffer] van het leven te beroven, dan wel dat hij deze persoon of anderen zwaar lichamelijk letsel heeft willen toebrengen. Ook kan op grond van de bewijsmiddelen niet zonder meer worden vastgesteld dat de beschadiging van de voorruit van de Volkswagen Golf is veroorzaakt door munitie uit het wapen dat is aangetroffen in – kortgezegd - de auto van verdachte.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het sub 2 tenlastegelegde heeft begaan nu verdachte ter zitting heeft verklaard dat hij de eigenaar is van het pistool en de patronen die zijn aangetroffen in de auto (merk Peugeot) waarvan hij de bestuurder was.2

Uit het aanvullende proces-verbaal d.d. 7 januari 2016 opgemaakt door verbalisant [verbalisant 3] , blijkt dat het/de onder verdachte inbeslaggenomen vuurwapen en munitie, een wapen en munitie zijn zoals genoemd in artikel 2 lid 1 categorie III van de Wet wapens en munitie. 3

6 Bewezenverklaring

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte hetgeen sub 2 heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 27 december 2015 te Hengelo (O) een wapen van categorie III, te weten een pistool, merk FN Herstal (Browning) (kal. 6.35 mm), kleur zwart, en munitie van categorie III, te weten vier patronen (kal 6.35 mm), voorhanden heeft gehad.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte sub 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

7 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

8 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

9 De op te leggen straf of maatregel

9.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte is vanuit Utrecht naar Hengelo (O) gekomen om uit te gaan. In de auto die door verdachte bestuurd werd had verdachte een pistool verborgen onder de zitting van de achterbank. In de vroege ochtend van 27 december 2015 heeft verdachte het pistool gepakt en een schot gelost. Verdachte was ten tijde van het schieten onder invloed van drank en drugs.

Het voorhanden hebben van (vuur)wapens en bijbehorende munitie brengt grote veiligheidsrisico’s met zich mee. Het ongecontroleerde bezit van (vuur)wapens met munitie verhoogt het risico op levensbedreigende geweldsdelicten.

Het bezit, het gebruik maar ook de levering van (vuur)wapens en munitie zijn vanwege de daaraan verbonden gevaarzetting misdrijven die stevig dienen te worden bestraft.

Verdachte heeft onaanvaardbare risico’s genomen door - terwijl hij heeft verklaard geen verstand van wapens te hebben - onder invloed van drank en drugs op de openbare weg een pistool te pakken, waarvan hij naar eigen zeggen niet wist of het al dan niet (door)geladen was. Dit neemt de rechtbank verdachte ernstig kwalijk.

Gelet op het hiervoor overwogene is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een vrijheidsbeneming met zich brengt. Zij heeft daarbij tevens rekening gehouden met de oriëntatiepunten voor straftoemeting, zoals vastgesteld door het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht), die in geval van het voorhanden hebben van een pistool met munitie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf vermelden van drie maanden, het strafblad van verdachte waaruit blijkt dat hij eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld en het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport d.d. 18 maart 2016.

Op grond van voorgaande overwegingen acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk op zijn plaats, met oplegging daarbij van de bijzondere voorwaarden zoals die staan vermeld in voormeld reclasseringsrapport.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 27 en 91 Sr en artikel 55 van de Wet wapens en munitie.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat verdachte het sub 1 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het sub 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte sub 2 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder sub 2 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
    - omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich na oproep meldt bij de reclassering op het adres dat hem gemeld wordt. Hierna moet de veroordeelde zich blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd ambulant laat behandelen bij een verslavingszorginstelling, althans een soortgelijke zorginstelling, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de proeftijd zal deelnemen aan een gedragsinterventie, bestaande uit een cognitieve vaardigheidstraining, waarbij veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen die gedurende deze gedragsinterventie aan veroordeelde gegeven zullen worden;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland;

  • -

    draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Stoové, voorzitter, mr. M.H. van der Lecq en

mr. C.C.S. Koppes, rechters, in tegenwoordigheid van H.J. Veldhuis, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 15 april 2016.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2015632265. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Proces-verbaal van de terechtzitting d.d. 1 april 2016 inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

3 Aanvullend proces-verbaal d.d. 7 januari 2016 op gemaakt door verbalisant [verbalisant 3] .