Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:1116

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
01-04-2016
Datum publicatie
04-04-2016
Zaaknummer
Awb 16/21
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft in redelijkheid projectplan "Zandwetering-Schalkhaar" kunnen vaststellen; beroepsgronden tegen te realiseren overlaat slagen niet; projectplan voorziet verder niet in realisatie verhoogd schouwpad; beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 16/21

uitspraak van de meervoudige kamer in het geschil tussen

[eiser] en [eiseres], te Schalkhaar, eisers,

en

het dagelijks bestuur van het Waterschap Groot Salland, verweerder, gemachtigde:

K. Klooster.

Procesverloop

Van 10 juni tot 21 juli 2015 heeft het voormalige Waterschap Groot Salland (verder: Water-schap Groot Salland) het ontwerp-projectplan “Zandwetering Schalkhaar” (verder: het projectplan) ter inzage gelegd.

Eisers hebben hierop hun zienswijze gegeven.

Bij besluit van 19 november 2015 heeft Waterschap Groot Salland het plan vastgesteld.

Eisers hebben tegen de vaststelling van dit plan beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 25 februari 2016. Eisers zijn verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en H.C.H. van Mensvoort en M. Spreen.

Overwegingen

1. Het projectplan betreft de laatste maatregelen die naar het oordeel van verweerder uitgevoerd moeten worden voor de noodzakelijke waterhuishoudkundige herinrichting van de Zandwetering binnen de gemeente Deventer.

2. Op deze zaak is de Crisis- en herstelwet van toepassing.

3. Ingevolge artikel 5.4, eerste lid, van de Waterwet geschiedt de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk door of vanwege de beheerder overeenkomstig een daartoe door hem vast te stellen projectplan. Met de aanleg of wijziging van een waterstaatswerk wordt gelijkgesteld de uitvoering van een werk tot beïnvloeding van een grondwaterlichaam.

4. Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen een te realiseren overlaat ter hoogte van de Raalterweg. Deze overlaat zal er naar de mening van eisers voor zorgen dat het waterpeil niet verlaagd zal worden. Verder hebben eisers bezwaar gemaakt tegen het realiseren van een verhoogd schouwpad aan de Noordzijde van de Borgerleide tussen de Raalterweg en Frieswijkerweg.

5. Verweerder heeft aangevoerd dat genoemde overlaat noodzakelijk is, omdat ten westen daarvan maatregelen worden getroffen die een lager peil in de Borgerleide ten westen van de Raalterweg mogelijk maken. Verder voorziet het projectplan niet in de realisatie van genoemd verhoogd schouwpad.

6. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State - bijvoorbeeld de uitspraak van 25 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1311 - is het aan verweerder om alle verschillende bij een projectplan betrokken belangen tegen elkaar af te wegen. De rechter dient zich bij de toetsing van een projectplan aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden te beperken tot de vraag of het bevoegd gezag in redelijkheid het projectplan heeft kunnen vaststellen.

7. In het projectplan is aangegeven dat er is gekeken naar extra waterberging en verbetering van de waterhuishouding rond de Borgerleide. In verband hiermee wordt de stromingsrichting vanaf de vuilstort omgedraaid (van oost naar west) waardoor afvoerpieken worden verminderd. Om het peil in drogere tijden te kunnen handhaven wordt de vaste dam voorzien van een afsluitbare duiker. Een peilscheiding door middel van een vaste overlaat op het huidige zomerpeil zorgt ervoor dat het huidige pijl gehandhaafd blijft ten oosten van de Raalterweg zodat het grondwater niet verlaagd wordt ten behoeve van de grondwaterstandsafhankelijke vegetatie in het Wechelerveld.

8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder goed heeft gemotiveerd waarom hij aan de door eisers naar voren gebrachte belangen inzake het door hen gewenste peil minder gewicht heeft toegekend dan aan de belangen die worden gediend met de te realiseren overlaat. Daarbij betrekt de rechtbank dat verweerder het risico van uitstroom vanuit de vuilstortplaats heeft meegewogen, alsmede het belang van de vegetatie van het Wechelerveld. Verder heeft verweerder van belang kunnen achten dat de afvoer ook ter hoogte van de percelen van eisers verbetert door het omkeren van de stromingsrichting. Ten slotte heeft verweerder meegewogen dat de door eisers genoemde wateroverlast zich eenmalig heeft voorgedaan onder extreme weersomstandigheden.

9. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is de rechtbank verder gebleken dat het projectplan niet voorziet in het realiseren van een verhoogd schouwpad aan de noordzijde van de Borgerleileide tussen de Raalterwetering en de Frieswijkerweg.

Nu het plan hierin niet voorziet kunnen de door eisers op dit punt aangevoerde beroepsgronden niet slagen.

Zoals verder ter zitting door de gemachtigde van verweerder is toegelicht wordt onderhoud uitgevoerd op basis van de bestaande gedoogplicht, zoals vervat in artikel 5:23, eerste lid van de Waterwet, hetgeen niet kan worden betrokken in de huidige beroepsprocedure.

Hetzelfde geldt voor eventuele schade die eisers hebben geleden. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder aangegeven dat het eisers vrij staat hiervoor op basis van artikel 7:15 van de Waterwet een schadeverzoek in te dienen.

10. De rechtbank is van oordeel dat verweerder het projectplan in redelijkheid heeft kunnen vaststellen.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.F. Bijloo, voorzitter, en mr. A. Oosterveld en mr. D. Hardonk-Prins, leden, in aanwezigheid van C. Kuiper, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.