Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2016:1024

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
25-03-2016
Datum publicatie
25-03-2016
Zaaknummer
08/760185-15 en 08/770077-15 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 46-jarige man is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 798 dagen, waarvan 730 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en moet zich houden aan een aantal bijzondere voorwaarden. Daarnaast wordt ook een eerder voorwaardelijke straf ten uitvoer gelegd. De man heeft zich in een korte periode schuldig gemaakt aan een reeks woninginbraken en een insluiping. De man heeft door zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van bewoners.

Niet alleen getuigt de wijze waarop de delicten zijn gepleegd van een verregaande mate van brutaliteit, maar ook van een leefwijze die gebrek aan respect voor andermans bezit uitstraalt. Uit het rapport van de reclassering komt naar voren dat verdachte kampt met een ernstige verslavingsproblematiek.

De rechtbank is van oordeel dat aan de behandeling van verdachte voorrang moet worden gegeven boven het afstraffen van verdachte. De voorwaardelijke straf geldt als flinke stok achter de deur en heeft als doel verdachte te motiveren zijn leven een positieve wending te geven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer (P): 08/760185-15 en 08/770077-15 (tul)

Datum vonnis: 25 maart 2016

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1979 in [geboorteplaats] ,

7207 BJ Zutphen, Verlengde Ooyerhoekseweg 30.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11 maart 2016. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.P. Revis en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw mr. D. Greven, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 20 augustus 2015 in de gemeente Enschede met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan het [adres 1] heeft

weggenomen een televisietoestel, een afstandsbediening, een juwelenkistje met

sieraden en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft

verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht

door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

2.

hij op of omstreeks 17 augustus 2015 in de gemeente Enschede met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 2]

heeft weggenomen een Xbox, twee, althans één of meer controllers, kabels en/of

een voeding, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij op of omstreeks 20 februari 2015 in de gemeente Enschede met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 3]

heeft weggenomen een playstation en/of één of meer spelletjes, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang

tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen

goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking

en/of inklimming;

4.

hij op of omstreeks 19 februari 2015 in de gemeente Enschede met het oogmerk

van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 4] heeft

weggenomen een televisietoestel, een fotocamera, een laptop, een tablet, een

navigatiesysteem, afstansbedieningen en/of geld, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats

des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn

bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

5.

hij op of omstreeks 17 april 2015 in de gemeente Enschede met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning aan de [adres 5]

heeft weggenomen een televisietoestel, een fotocamera, een zwaard, rookwaren,

een horloge en/of sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft

verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Daarnaast worden in deze zaak de volgende feiten ad informandum gevoegd:

- 09 april 2015, Enschede, gem. Enschede, opzet/schuldheling van een televisietoestel Toshiba, kleur zwart;

- 31 maart 2015, [adres 6] , Enschede, gem. Enschede, Poging tot diefstal in/uit door middel van braak woning [adres 7] .

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde feiten en de ad informandum gevoegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 798 dagen waarvan 730 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de periode die hij reeds in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen volgens de officier van justitie de in het reclasseringsadvies van 10 maart 2016 genoemde voorwaarden te worden opgenomen.

De eis houdt ook in dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ad € 204,90 wordt toegewezen en dat de vordering van de benadeelde partij [vrouw slachtoffer 4] tot een bedrag van € 750,-- wordt toegewezen. Aangezien de benadeelde partij [slachtoffer 5] onvoldoende tijd heeft gehad om zijn vordering te onderbouwen heeft de officier verzocht om aanhouding van de zaak, zodat de benadeelde alsnog in de gelegenheid kan worden gesteld om de vordering nader te onderbouwen.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

5.1.

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat de vijf aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen zijn. Er is geen reden om te twijfelen aan de aangiften, dus ook de goederen waarvan verdachte ontkent dat hij ze heeft meegenomen kunnen bewezen verklaard worden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich voor wat betreft het bewijs van de feiten 1 tot en met 5 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie, Eenheid Oost Nederland, dienst district Twente, districtsrecherche Twente.

Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

De rechtbank overweegt dat ten aanzien van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste is gelegd, gelet op de volgende bewijsmiddelen:

• het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 20 augustus 2015;

• het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 25 augustus 2015;

• het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 21 februari 2015;

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 11 maart 2016.

5.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank ten aanzien van feiten 4 en 5

Bewijsmiddelen feit 4

1.

Aangever [slachtoffer 4] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard1:

“Ik doe aangifte van inbraak. Ik woon aan de [adres 4] te Enschede. Op 19 februari 2015 omstreeks 14.15 uur verliet ik samen met mijn vrouw en kinderen de woning. Bij verlaten van de woning heb ik alle deuren slotvast afgesloten. Diezelfde dag omstreeks 16.30 uur kwam ik samen met mijn vrouw en kinderen thuis. Ik betrad de woning via de voordeur. Ik zag dat er was ingebroken.”

In de bijlage met weggenomen goederen staan vermeld:

- televisie Samsung;

- fotocamera;

- fotocamera (geheugenkaart)

- tablet (computer)

- navigatiesysteem (TomTom)

- notebook

- 2 afstandsbedieningen

- geld.

2.

Verdachte heeft ter zitting van 11 maart 2016 de volgende verklaring afgelegd:

“Ik blijf bij de verklaring die ik op 21 mei 2015 bij de politie heb afgelegd. Ik heb uit de woning een televisie en een fotocamera meegenomen.”

Bewijsmiddelen feit 5

1.

Aangever [slachtoffer 5] heeft bij de politie onder meer het volgende verklaard2:

“Ik doe aangifte van inbraak. Op 17 april 2015 omstreeks 15.25 ben ik uit mijn woning gegaan. Ik had de voordeur dichtgetrokken, maar niet slotvast afgesloten. Op 17 april 2015 omstreeks 16.25 uur kwam ik weer terug bij mijn woning. Ik zag dat de voordeur open stond. Ik zag dat het kiepraam niet meer op een kier stond. Het raam was geforceerd.

De in de bijlage vermelde goederen zijn weggenomen.”

In de bijlage met weggenomen goederen staan vermeld:

- televisie

- fotocamera

- een zwaard

- rookwaren

- een horloge

- tafelzilver/sieraden.

2.

Verdachte heeft ter zitting van 11 maart 2016 de volgende verklaring afgelegd:

“Ik heb uit de woning alleen een televisie meegenomen. De andere zaken kan ik mij niet herinneren.”

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is op grond van de hierboven opgesomde bewijsmiddelen van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met braak aan de [adres 4] en aan de [adres 5] te Enschede. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle in de bijlagen van de aangiftes opgenoemde goederen heeft weggenomen. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de aangiftes, aangezien deze betrouwbaar en authentiek overkomen. Bovendien heeft verdachte zich in de periode van bewezenverklaarde inbraken veelvuldig schuldig gemaakt aan vergelijkbare delicten, waardoor het goed mogelijk is dat verdachte zich niet meer precies kan herinneren welke goederen hij waar heeft weggenomen. Dit beeld komt ook uit de politieverhoren van verdachte naar voren.

5.4

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen dat de verdachte het onder de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 20 augustus 2015 in de gemeente Enschede met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan het [adres 1] heeft weggenomen een televisietoestel, een afstandsbediening, een juwelenkistje met sieraden en geld, toebehorende aan [slachtoffer 1] .

2.

hij op of omstreeks 17 augustus 2015 in de gemeente Enschede met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres 2] heeft weggenomen een Xbox, twee controllers, kabels en een voeding, toebehorende aan [slachtoffer 2] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

3.

hij op of omstreeks 20 februari 2015 in de gemeente Enschede met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres 3] heeft weggenomen een PlayStation en spelletjes, toebehorende aan [slachtoffer 3] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

4.

hij op 19 februari 2015 in de gemeente Enschede met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres 4] heeft weggenomen een televisietoestel, een fotocamera, een laptop, een tablet, een navigatiesysteem, afstandsbedieningen en geld, toebehorende aan [slachtoffer 4] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

5.

hij op 17 april 2015 in de gemeente Enschede met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres 5] heeft weggenomen een televisietoestel, een fotocamera, een zwaard, rookwaren, een horloge en sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 5] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 310 en 311 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: diefstal;

feit 2, feit 3, feit 4 en feit 5

telkens het misdrijf: diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich in een korte periode schuldig gemaakt aan een reeks woninginbraken en een insluiping. Dit zijn zeer ergerlijke feiten, die naast materiële schade veel hinder veroorzaken voor de gedupeerden en meer in het algemeen gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken. In één geval betrof het een insluiping in een woning terwijl de bewoonster thuis was. Verdachte heeft door zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van bewoners. Niet alleen getuigt de wijze waarop de delicten zijn gepleegd van een verregaande mate van brutaliteit, maar ook van een leefwijze die gebrek aan respect voor andermans bezit uitstraalt.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van verdachtes justitiële documentatie van

8 februari 2016, waaruit blijkt dat hij regelmatig met justitie in aanraking is gekomen en dat hij veelvuldig voor soortgelijke feiten veroordeeld is.

De rechtbank houdt rekening met de door het Landelijk Overleg van Vakinhoud Strafrecht (LOVS) vastgestelde oriëntatiepunten voor straftoemeting. Voor een voltooide woninginbraak geldt, in geval van frequente recidive, een gevangenisstraf van zeven maanden als uitgangspunt.

Uit de door de Tactus Reclassering over verdachte opgemaakte rapporten van 27 oktober 2015 en 10 maart 2016 komt naar voren dat verdachte kampt met een ernstige verslavingsproblematiek. Hij pleegt voornamelijk vermogensdelicten. Er is sprake van een symbiotische relatie met zijn eveneens verslaafde moeder. Uit verdiepingsdiagnostiek is gebleken dat verdachte schematherapie zou moeten volgen ter behandeling van zijn problematiek. Het recidiverisico wordt zonder behandeling als hoog ingeschat.

Op 29 oktober 2015 is verdachte opgenomen in de forensische verslavingskliniek “Piet Roorda” te Zutphen. Geadviseerd wordt om aan verdachte een meldplicht en een behandelverplichting op te leggen, waarbij hij zich dient te houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van de behandeling zullen worden gegeven.

Bij de straftoemeting is door de rechtbank verder rekening gehouden met de volgende in de dagvaarding omschreven ad informandum gevoegde feiten, die verdachte ter terechtzitting heeft bekend:

- 31 maart 2015, [adres 8] , Enschede: poging tot diefstal door middel van braak uit een woning aan de [adres 8] .

- 9 april 2015 te Enschede: opzetheling van een televisietoestel Toshiba, kleur zwart.

De officier van justitie heeft, onder verwijzing naar het reclasseringsadvies, gevorderd dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 798 dagen, waarvan 730 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en met een proeftijd van 2 jaren, en onder de bijzondere voorwaarden dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen van Tactus reclassering en dat hij meewerkt aan de behandeling die hem in de Piet Roorda kliniek wordt geboden.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat aan de behandeling van verdachte voorrang moet worden gegeven boven het afstraffen van verdachte, aangezien het recidiverisico hoog is als verdachte niet wordt behandeld voor zijn problematiek. De rechtbank zal de officier van justitie daarom in zijn eis volgen, hetgeen betekent dat aan verdachte een forse voorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd. Deze voorwaardelijke straf geldt als flinke stok achter de deur en heeft als doel verdachte te motiveren zijn leven een positieve wending te geven.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

[slachtoffer 2] , wonende te Enschede, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal

€ 204,90, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit materiële schade.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij ontvankelijk in zijn vordering en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit 2 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 204,90, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[vrouw slachtoffer 4] , wonende te Enschede, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling tot een bedrag aan immateriële schade. De benadeelde partij heeft ter zitting verklaard dat hij en zijn vrouw als gevolg van de diefstal van de fotocamera, foto’s en filmpjes van hun nog jonge kinderen zijn kwijtgeraakt. Het is voor hen onmogelijk om de hierdoor door hen geleden psychische schade in geld uit te drukken. De benadeelde partij heeft ter terechtzitting op verzoek van de rechtbank een bedrag van € 2.500,-- genoemd.

De benadeelde partij verzoekt de rechtbank om dit bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit 4 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank acht het door de benadeelde partij gevorderde bedrag echter te hoog. De rechtbank acht, gezien de omstandigheden van het geval, naar redelijkheid en billijkheid een bedrag van € 750,-- wegens immateriële schade passend. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 750,--, te vermeerderen met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. De vordering zal voor het overige worden afgewezen. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

[slachtoffer 5] , wonende te Enschede, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.062,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit materiële schade (zwaard, tv, fotocamera, horloge en ring).

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Uit de vordering blijkt dat de verzekeraar Meeus de schade van de benadeelde partij met betrekking tot de opgevoerde posten gedeeltelijk heeft vergoed. De rechtbank begrijpt dat genoemde verzekeraar de dagwaarde van de opgevoerde posten heeft vergoed. Onder die omstandigheden is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake meer van schade waarvan de benadeelde partij via de indiening van een civiele vordering in het strafproces vergoeding kan vorderen.

Gelet hierop zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal ten aanzien van de toegewezen vorderingen de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers [slachtoffer 2] en [vrouw slachtoffer 4] naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten 2 en 4 is toegebracht.

10 De vordering tenuitvoerlegging

De rechtbank zal de vordering tot tenuitvoerlegging van de door de politierechter op 27 juli 2015 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden toewijzen, met dien verstande dat – gezien de noodzaak van een behandeling voor verdachte, in plaats van een (hernieuwde) detentie – de gevangenisstraf van twee maanden zal worden omgezet in een taakstraf 120 uur.

11 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57 en 63 Sr.

12 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder de feiten 1, 2, 3, 4 en 5 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1:

het misdrijf: diefstal;

feit 2, feit 3, feit 4 en feit 5:

telkens het misdrijf: diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

- verklaart verdachte strafbaar voor het sub 1, sub 2, sub 3, sub 4 en sub 5 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 798 dagen waarvan 730 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
    - omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Tactus Reclassering;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich laat opnemen en behandelen in de forensische verslavingskliniek Piet Roorda te Zutphen, Verlengde Ooyerhoekseweg 30 of een soortgelijke instelling, voor de duur van maximaal 12 maanden of zoveel korter als de geneesheer-directeur van deze instelling in het kader van de behandeling noodzakelijk acht en dat veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling zullen worden gegeven;

  • -

    draagt de reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 204,90, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 17 augustus 2015;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 204,90 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 4 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij tot betaling van de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op nihil;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [vrouw slachtoffer 4] van een bedrag van € 750,-- te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 februari 2015;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 4 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 750,-- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 15 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    wijst de vordering van de benadeelde partij [vrouw slachtoffer 4] gedeeltelijk, te weten € 1.750,-- af;

  • -

    veroordeelt de benadeelde partij tot betaling van de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor rechtsbijstand met betrekking tot deze vordering. De rechtbank begroot die kosten op nihil;

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 5], wonende te Enschede, in het geheel niet-ontvankelijk is in zijn vordering en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op;

tenuitvoerlegging vonnis met parketnummer 08/770077-15

  • -

    gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van 27 juli 2015, met dien verstande dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 2 maanden zal worden omgezet in een taakstraf van 120 uur;

  • -

    beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. M. Melaard en mr. L.T. Vogel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.H. Falkmann-Herber, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2016.

Buiten staat

Mrs. Melaard en Vogel alsmede de griffier mr. Falkman-Herber zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] d.d. 19 februari 2015, pagina 76 van het dossier.

2 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] d.d. 17 april 2015, pagina 126 van het dossier.