Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:5817

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-11-2015
Datum publicatie
15-03-2016
Zaaknummer
C/08/167676 / HA ZA 15-87
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zaak met in verschillende staten gevestigde partijen. Rechtbank Overijssel is bevoegd. Nederlands recht is van toepassing. Wel of niet bestaan van een rechtsverhouding tussen (een deel van de) partijen. Veroordeling van één van de gedaagden tot het afleggen van rekening en verantwoording ex artikel 7:403 BW. Beëindiging overeenkomst. Afwijking van artikel 7:408 BW. Uitleg overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/768
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/167676 / HA ZA 15-87

Vonnis van 18 november 2015

in de zaak van

1. vennootschap naar buitenlands recht

IBERIA MARKETING SOLUTIONS SL,

gevestigd te Capdepera (Spanje),

2. vennootschap naar buitenlands recht

ART COLLECT INTERNATIONAL GMBH,

gevestigd te Dinslaken (Duitsland),

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

advocaat mr. A.C. Huisman te Enschede,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MK BUSINESS B.V.,

gevestigd te Zwolle,

2. de stichting

STICHTING DERDENGELDEN INCASSO SERVICE,

gevestigd te Zwolle,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. S.M. Marges te Utrecht.

Partijen zullen hierna afzonderlijk IMS, Art Collect, MKB en Stichting Derdengelden genoemd worden en gezamenlijk IMS c.s. en MKB c.s.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    akte wijziging van eis

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie

  • -

    de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

In conventie en in reconventie

2.1

IMS ontwikkelde, verkocht en leverde onder de handelsnaam “Puzzle4U” kortgezegd abonnementen voor puzzelboekjes in Nederland en België.

2.2

IMS en MKB hebben op 21 november 2013 een overeenkomst van opdracht gesloten (hierna: de overeenkomst) op basis waarvan MKB incassowerkzaamheden en debiteurenbeheer zou gaan verrichten voor IMS. Hierin is onder andere het volgende vermeld:

IN AANMERKING NEMENDE DAT :

(…)

(a) Opdrachtgever puzzlemagazines ontwikkelt en verkoopt, daartoe contracten afsluit met waardes vanaf € 4,95 (…), welke ineens of via deelbetalingen, middels een automatische incasso wordt geïnd;

(b) Opdrachtgever behoefte heeft aan een partij die voor de organisatie van Opdrachtgever diensten zal verrichten op het gebied van automatische incasso’s, debiteurenbeheer, het incasseren van vorderingen en het verzorgen van de klantenservice;

(…)

(d) Opdrachtnemer bereid en in staat is de door Opdrachtgever verzochte diensten te verlenen;

en

1.1.

Deze overeenkomst wordt aangegaan voor de duur van 12 maanden en vangt aan op 1 januari 2014. Na ommekomst van deze initiële periode van 12 maanden wordt deze overeenkomst van rechtswege verlengd voor een zelfde periode, tenzij een der partijen de overeenkomst tegen het einde van deze overeenkomst opzegt bij aangetekende brief met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden.

1.2.

Ieder der Partijen is gerechtigd deze overeenkomst met onmiddellijke ingang en zonder enige verplichting tot schadevergoeding op te zeggen, indien:

(…)

(c) de onderneming van de wederpartij wordt gestaakt of wordt geliquideerd.

en

3.1

Maximaal tweemaal per maand ontvangt Opdrachtnemer van Opdrachtgever een batch van de uit te voeren automatische incasso’s in het kader van nieuw verkochte en verlengde jaarcontracten, aangeleverd door Opdrachtgever. Opdrachtgever kent geen verplichting jegens opdrachtnemer om een minimaal aantal batches aan te leveren.

3.2

De door Opdrachtnemer voor Opdrachtgever geïncasseerde gelden worden eenmaal per maand door Opdrachtnemer overgemaakt op een door Opdrachtgever nader aan te geven bankrekening, waarbij een doorbetalingstermijn geldt van 30 dagen.

en

3.5

Ten behoeve van het middels automatische incasso incasseren van gelden, heeft Opdrachtnemer een overeenkomst gesloten met een derde. In het geval deze derde de met de Opdrachtnemer gesloten overeenkomst beëindigd wegens het bereiken van een bepaald percentage terugboekingen/storneringen, is Opdrachtnemer jegens Opdrachtgever aansprakelijk noch gehouden om nog langer voor Opdrachtgever de diensten ter zake de automatische incassering van gelden voort te zetten. Opdrachtgever heeft het recht om in deze situatie de overeenkomst te ontbinden mits opdrachtnemer er niet in slaagt om binnen 20 dagen alsnog diensten te verrichten.

en

7.1

Opdrachtgever is Opdrachtnemer voor het verlenen van de in artikel 2.2., sub a en b, omschreven diensten een fixed fee verschuldigd ad € 2.595,-- exclusief BTW per maand en de kosten van het betalingsverkeer.

en

9.1.

Opdrachtnemer zal de door hem verrichte werkzaamheden en de door hem gemaakte kosten eens per maand door middel van een aan Opdrachtgever te richten factuur – voorzien van een specificatie – in rekening brengen.

en

12.1

In geval deze overeenkomst eindigt, om welke reden dan ook, geldt dat Opdrachtnemer de lopende dossiers afhandelt. Het is de opdrachtnemer alsdan toegestaan om de dan nog namens opdrachtgever geïncasseerde gelden 60 dagen onder zich te houden in verband met de mogelijkheid dat bedragen die middels een automatische incasso werden geïncasseerd worden gestorneerd door de betrokken rekeninghouder of de betrokken bank.

en

13.1

Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.

13.2

Alle geschillen die ter zake van de onderhavige overeenkomst en de uitvoering daarvan tussen partijen ontstaan, zullen bij uitsluiting worden voorgelegd aan de bevoegde rechter te Zwolle-Lelystad.

2.3

Tussen IMS c.s. en de Stichting Derdengelden is geen schriftelijke overeenkomst gesloten.

2.4

Bij brief van 11 september 2014 heeft IMS aan MKB onder andere het volgende bericht:

(…). IMS zal geen gebruik meer maken van de dienstverlening van MKB.

De reden hiervan is dat IMS haar aktiviteiten per omgaande zal staken. IMS heeft het concept Puzzel4U namelijk verkocht en zal ook geen verdere dienstverlening meer uitvoeren voor de partij die het concept heeft aangekocht. Zij hebben een eigen netwerk waarin dit concept past en de dienstverlening is weggelegd. (…) Ik ga ervan uit (…) dat per oktober er niets meer gefactureerd gaat worden. (…) Mochten in de aankomende maanden nog betalingen binnenkomen van IMS die in de pijplijn zitten kunnen deze uiteraard overgemaakt worden op onze rekening in Spanje ovv. de herkomst van deze betalingen hetgeen voor ons dan als zodanig kan worden afgehandeld met de koper van ons concept.

2.5

Op 26 september 2014 heeft MKB aan IMS een mailbericht gestuurd, waarin onder andere het volgende is vermeld:

De opzegging van IMS heeft mij nogal verrast. Zoals jouw bekend eindigt de overeenkomst per 31-12-2014 en wordt er een opzegtermijn van 3 maanden gehanteerd, tussentijds opzeggen is niet mogelijk.

2.6

Namens IMS is op 16 oktober 2014 een brief gestuurd aan MKB, waarin onder andere het volgende is vermeld:

U bent gehouden het aan IMS toekomende bedrag betaalbaar te stellen. In ieder geval gaat het dus om het door u opgegeven bedrag van € 27.058,15 en ik sommeer u dit bedrag binnen 3 dagen na dagtekening (…) betaalbaar te stellen. Bij gebreke van tijdige betaling maakt IMS aanspraak op de wettelijke rente (…) maakt cliënte aanspraak op de buitengerechtelijke invorderingskosten(…).

2.7

De heren [A] en [B] zijn de bestuurders van Stichting Derdengelden.

2.8

De heer [A] is bestuurder en enig aandeelhouder van [bedrijf], welke op haar beurt de enig bestuurder van Credit Invest B.V. is, welke op haar beurt weer bestuurder en enig aandeelhouder is van MKB.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

IMS c.s. vorderen na wijziging van eis samengevat - dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad;

I. voor recht verklaart dat de overeenkomst gesloten tussen IMS en MKB per

11 september 2014, althans per 31 december 2014, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen datum en schadevergoeding, is geëindigd zonder dat IMS tot enige schadevergoeding is gehouden;

II. MKB veroordeelt om binnen twee dagen na betekening van het vonnis op grond van artikel 7:403 BW rekening en verantwoording af te leggen door afschriften te verstrekken van bescheiden met betrekking tot de door haar ten behoeve van IMS geïncasseerde gelden, op straffe van een dwangsom van € 10.000,-- per dag;

III. MKB veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 17.533,61 aan IMS, vermeerderd met de vordering zoals mocht blijken uit de rekening en verantwoording zoals gevorderd onder II van deze dagvaarding, vermeerderd met rente;

IV. MKB veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 12.046,74 aan Art Collect, vermeerderd met de vordering zoals mocht blijken uit de rekening en verantwoording zoals gevorderd onder II van deze dagvaarding, vermeerderd met rente;

V. MKB gelast om aan de Stichting Derdengelden op te dragen de onder III en IV genoemde vorderingen uit te voeren, een en ander op straffe van een dwangsom van

€ 10.000,-- per dag;

VI. de Stichting Derdengelden veroordeelt tot:

primair:

A. betaling van een bedrag van € 17.533,61 aan IMS, vermeerderd met de vordering zoals mocht blijken uit de rekening en verantwoording zoals gevorderd onder II van deze dagvaarding, vermeerderd met rente;

B. betaling van een bedrag van € 12.046,74 aan Art Collect, vermeerderd met de vordering zoals mocht blijken uit de rekening en verantwoording zoals gevorderd onder II van deze dagvaarding, vermeerderd met rente;

Subsidiair:

het gehengen en gedogen van hetgeen gevorderd is onder II en III, op straffe van een dwangsom van € 10.000,-- per dag;

VII. MKB c.s. hoofdelijk te veroordelen in de buitengerechtelijke (incasso)kosten ter hoogte van € 1.070,80, vermeerderd met rente;

VIII. MKB c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met rente.

IX. althans, zodanig uitspraak doet als de rechtbank in goede justitie juist acht.

3.2.

MKB c.s. voeren verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

MKB c.s. vorderen samengevat - dat de rechtbank, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad;

Primair:

I. voor recht verklaart dat MKB een rechtsgeldig beroep op verrekening van de door haar geleden schade met de door haar verschuldigde gelden ad € 29.580,35 en € 7.039,84, heeft gedaan;

II. IMS c.s. hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de resterende schade die MKB tot en met 31 december 2014 heeft geleden ad € 52.009,81, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met rente;

Subsidiair:

III. IMS c.s. hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de totale schade die MKB tot en met 31 december 2014 heeft geleden ad € 88.630,--, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met rente;

IV. IMS c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met rente.

3.5.

IMS c.s. voeren verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

In conventie en in reconventie

4.1

Gelet op de onderlinge samenhang zullen de vorderingen in conventie en in reconventie gezamenlijk behandeld worden.

Bevoegdheid

4.2

Partijen zijn gevestigd op het grondgebied van verschillende staten, waardoor deze zaak een internationaal karakter draagt.

4.3

De vordering betreft een handelszaak en is ingesteld na 10 januari 2015, zodat de Herschikte EEX-Verordening van toepassing is op de beoordeling van de bevoegdheid van de rechtbank om van de onderhavige zaak kennis te nemen.

4.4

IMS is gevestigd in Spanje, Art Collect is gevestigd in Duitsland, MKB en Stichting Derdengelden zijn gevestigd in Nederland.

4.5

Nu IMS en MKB in de hiervoor onder 2.2 vermelde overeenkomst van opdracht een forumkeuze hebben gemaakt voor de voormalige rechtbank Zwolle-Lelystad, thans (ten aanzien van de onderhavige zaak) Rechtbank Overijssel, is de rechtbank, gelet op artikel 25 van de Herschikte EEX-Verordening, bevoegd om over het tussen IMS en MKB ontstane geschil te oordelen.

4.6

Nu de vestigingsplaatsen van MKB c.s. in Nederland zijn gelegen, is de rechtbank, op grond van artikel 4 lid 1 van de Herschikte EEX-Verordening, eveneens bevoegd om te oordelen over het tussen IMS en Stichting Derdengelden ontstane geschil en het tussen

Art Collect en MKB c.s. ontstane geschil.

Toepasselijk recht

4.7

De onderhavige tussen IMS en MKB bestaande geschillen vloeien voort uit de overeenkomst, zijnde een overeenkomst van opdracht, zodat op deze vorderingen het Verdrag van Rome van 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (EVO) van toepassing is. In artikel 13.1 van de overeenkomst is een rechtskeuze gemaakt voor Nederlands recht, zodat op grond van artikel 3 EVO de tussen IMS en MKB bestaande geschillen worden beheerst door het Nederlands recht.

4.8

De rechtbank begrijpt dat IMS c.s. de vorderingen van Art Collect op MKB en hun vorderingen op Stichting Derdengelden (primair) baseren op de overeenkomst, zodat op dit geschil eveneens Nederlands recht van toepassing is.

4.9

De rechtbank begrijpt dat MKB c.s. aan hun vorderingen op Art Collect een onrechtmatige daad ten grondslag leggen, zodat op deze vorderingen de verordening betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen

(“Rome II”) van toepassing is. Op grond van artikel 4 lid 1 “Rome II”, is het recht van toepassing van het land waarin de schade zich voordoet. Nu MKB is gevestigd in Nederland en de gepretendeerde schade zich hierdoor voordoet in Nederland, is hierop eveneens Nederlands recht van toepassing.

4.10

Voor zover IMS c.s. bedoeld hebben te stellen dat zij de vorderingen van Art Collect op MKB en hun vorderingen op Stichting Derdengelden baseren op een onrechtmatige daad, is hierop “Rome II” van toepassing. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het geheel der omstandigheden dat de gepretendeerde onrechtmatige daden een kennelijke nauwere band hebben met Nederland dan de op basis van artikel 4 lid 1 “Rome II” bedoelde landen, zodat op grond van artikel 4 lid 3 “Rome II” hierop eveneens Nederlands recht van toepassing is. Hierbij heeft de rechtbank met name van belang geacht dat in de overeenkomst een rechtskeuzebeding is opgenomen en zowel de tussen MKB en Art Collect als de tussen IMS c.s. en de Stichting Derdengelden ontstane geschillen hiervan niet los gezien kunnen worden,

Vorderingen IMS c.s. op Stichting Derdengelden

4.11

De rechtbank zal de vorderingen van IMS c.s. op Stichting Derdengelden afwijzen en overweegt hiertoe het volgende.

4.12

Niet in geschil is dat tussen IMS en Stichting Derdengelden geen contractuele relatie bestaat. Tevens is onbetwist gebleven dat tussen Art Collect en Stichting Derdengelden evenmin een contractuele relatie bestaat. Bovendien stellen IMS c.s. dat MKB Stichting Derdengelden heeft ingeschakeld zonder IMS daar uitdrukkelijk in te kennen. Op basis waarvan de rechtbank concludeert dat Stichting Derdengelden nimmer in opdracht van IMS c.s. gelden onder zich heeft gehouden.

4.13

Niet gesteld, althans onvoldoende onderbouwd, is dat IMS en/of Art Collect met MKB zijn overeengekomen dat Stichting Derdengelden voor IMS c.s. gelden onder zich zou houden. Voor zover IMS c.s. bedoeld hebben te stellen dat een dergelijke afspraak zou voortvloeien uit artikel 3.5 van de overeenkomst wordt dit standpunt verworpen. In dit artikel staat immers slechts vermeld dat MKB een overeenkomst sluit met een derde ten behoeve van het middels automatische incasso incasseren van gelden en staat niet vermeld dat deze derde gelden onder zich zou gaan houden voor IMS c.s.. Daarnaast staat in artikel 3.2 van de overeenkomst expliciet vermeld dat opdrachtnemer (lees: MKB), en dus niet een derde, de voor opdrachtgever (lees: IMS) geïncasseerde gelden aan opdrachtgever overmaakt. Voor zover IMS c.s. bedoeld hebben dat een dergelijke afspraak af te leiden is uit de praktische gang van zaken, kan de rechtbank IMS c.s. evenmin volgen. IMS c.s. stellen in dit kader namelijk zelf dat Stichting Derdengelden gelden aan IMS overboekte nadat MKB haar hiertoe opdracht had gegeven. Het staat MKB vrij om de door haar aan IMS te betalen gelden te betalen via Stichting Derdengelden. Hieruit volgt echter niet dat Stichting derdengelden deze gelden onder zich houdt voor IMS c.s.

4.14

De stelling dat Stichting Derdengelden onrechtmatig zou handelen jegens IMS c.s., omdat zij als stroman van MKB zou dienen wordt eveneens afgewezen. Niet althans onvoldoende gemotiveerd weersproken is dat MKB geïncasseerde gelden stortte bij Stichting Derdengelden en dat Stichting Derdengelden in opdracht van MKB deze gelden overmaakte aan opdrachtgevers van MKB. Op basis van deze omstandigheid in combinatie met hetgeen hiervoor onder 4.18 en 4.19 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat MKB de opdrachtgever van Stichting Derdengelden is ten aanzien van de uitbetaling dan wel overboeking van de gelden, zodat Stichting Derdengelden zich terecht op het standpunt stelt dat zij zonder een daartoe gegeven opdracht van MKB niet gerechtigd is om betalingen aan IMS c.s. te verrichten. Dat MKB en Stichting Derdengelden, gelet op de hiervoor onder 2.7 en 2.8 vermelde aandeelhouders en bestuurders van de verschillende B.V.’s, beide (indirect) worden aangestuurd door de heer [A] doet hier niet aan af.

4.15

Het voorgaande in aanmerking nemende is de rechtbank van oordeel dat IMS c.s. onvoldoende feiten en omstandigheden hebben aangedragen waaruit geconcludeerd kan worden dat op basis van een overeenkomst dan wel op basis van enige andere rechtsregel een rechtsverhouding is ontstaan tussen IMS c.s. en Stichting Derdengelden op basis waarvan Stichting Derdengelden gehouden is de door IMS c.s. gevorderde bedragen aan IMS c.s. uit te betalen dan wel onder last van een dwangsom gehouden is te gehengen en te gedogen dat MKB (via haar) wordt veroordeeld tot betaling van een geldbedrag aan

IMS c.s. Derhalve zullen de vorderingen van IMS c.s. voor zover deze zien op de Stichting Derdengelden worden afgewezen.

Vorderingen van Art Collect op MKB

4.16

De vorderingen tot betaling van een geldsom door MKB aan Art Collect worden eveneens afgewezen. Gesteld noch gebleken is dat tussen MKB en Art Collect een overeenkomst is gesloten op basis waarvan MKB aan Art Collect een deel van de door haar ten behoeve van IMS geïncasseerde bedragen dient te betalen.

4.17

Voor zover IMS c.s. bedoeld hebben te stellen dat IMS haar vorderingen op MKB heeft gecedeerd aan Art Collect, hetgeen door MKB c.s. is betwist, overweegt de rechtbank het volgende. Voor een rechtsgeldige levering van de gepretendeerde vorderingen van IMS op MKB aan Art Collect is op grond van artikel 3:94 BW een akte van cessie vereist. Gesteld noch gebleken is dat een dergelijke akte van cessie is opgesteld, zodat IMS c.s. onvoldoende feiten en omstandigheden hebben aangedragen op basis waarvan geconcludeerd kan worden dat de gepretendeerde vorderingen van IMS op MKB daadwerkelijk zijn gecedeerd aan Art Collect. Een verzoek van IMS aan MKB c.s. tot rechtstreekse betaling van gelden aan Art Collect al dan niet bezien in combinatie met de overgelegde gepretendeerde koopovereenkomst ten aanzien van de verkoop van “Puzzle4U” door IMS aan Art Collect is hiervoor onvoldoende. Te meer nu IMS in haar brief van

11 september 2014 - hiervoor geciteerd in rechtsoverweging 2.4 - het volgende aan MKB heeft medegedeeld: Mochten in de aankomende maanden nog betalingen binnenkomen van IMS die in de pijplijn zitten kunnen deze uiteraard overgemaakt worden op onze rekening in Spanje ovv. de herkomst van deze bepalingen hetgeen voor ons dan als zodanig kan worden afgehandeld met de koper van ons concept.

4.18

Het voorgaande in aanmerking nemende is de rechtbank van oordeel dat IMS c.s. onvoldoende feiten en omstandigheden hebben aangedragen waaruit geconcludeerd kan worden dat op basis van een overeenkomst dan wel op basis van enige andere rechtsregel een rechtsverhouding is ontstaan tussen Art Collect en MKB op basis waarvan MKB gehouden is om aan Art Collect een geldsom te betalen. Dat Art Collect en IMS onderling hebben afgesproken dat de vanaf 1 september 2014 geïncasseerde gelden aan Art Collect toebehoren maakt dit niet anders.

Rekening en verantwoording

4.19

IMS c.s. vorderen veroordeling van MKB tot het afleggen van rekening en verantwoording ex artikel 7:403 BW ten aanzien van de door MKB ten behoeve van IMS geïncasseerde gelden. In het lichaam van de dagvaarding stellen IMS c.s. dat zij over de periode tot en met oktober 2014 reeds rekening en verantwoording van MKB hebben ontvangen, zodat de rechtbank de vordering van IMS c.s. aldus begrijpt dat deze enkel ziet op de periode vanaf oktober 2014.

4.20

De in artikel 7:403 BW vermelde plichten tezamen komen erop neer dat MKB feitelijke informatie dient te geven over de inspanningen en de voltooiing van de opdracht die zij heeft verricht en dat zij die inspanningen dient te verantwoorden en hiervan rekening dient af te leggen. De inhoud van deze samenhangende verplichtingen is afhankelijk van de aard van de opdracht en de verhouding tussen partijen, en wordt begrensd door hetgeen tegen die achtergrond in redelijkheid van MKB kan worden verlangd. Hierover wordt het volgende overwogen.

4.21

Gelet op de aard en de strekking van de in artikel 7:403 BW vermelde plichten, acht de rechtbank het beroep van MKB op opschorting van haar verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording niet gerechtvaardigd. Het doel van deze verplichtingen is immers nu juist dat hierdoor onder andere vastgesteld kan worden of MKB haar verplichtingen uit de overeenkomst al dan niet is nagekomen.

4.22

Niet althans onvoldoende gemotiveerd weersproken is dat IMS en MKB in artikel 9.1 van de overeenkomst nadere invulling hebben gegeven aan de rekenings- en verantwoordingsplicht van MKB, zodat de rechtbank er van uit gaat dat IMS en MKB zijn overeengekomen dat MKB hiertoe de door haar verrichte werkzaamheden en de door haar gemaakte kosten per maand door middel van een factuur met specificatie dient te verantwoorden. Vervolgens constateert de rechtbank dat MKB bij conclusie van antwoord d.d. 22 april 2015 (productie 1) deze gegevens heeft verstrekt. Voorts is onbetwist gebleven dat MKB in de periode van eind oktober 2014 tot en met 21 april 2015 in totaal een bedrag van € 7.039,84 heeft geïncasseerd bij debiteuren van IMS. Nu MKB het voormelde bedrag van € 7.039,84 hebben onderbouwd met specificaties, had het op de weg van IMS c.s. gelegen dit bedrag te betwisten dan wel kenbaar te maken dat zij de juistheid van dit bedrag niet kunnen vaststellen met daarbij opgave van de door MKB c.s. te verstrekken nadere gegevens. Nu IMS c.s. dit hebben nagelaten, gaat de rechtbank er van uit dat IMS c.s. voldoende duidelijkheid hebben gekregen over de hoogte van de tot 22 april 2015 geïncasseerde bedragen, teneinde de hoogte van haar vorderingen te kunnen bepalen. Gelet hierop komt het verzoek van IMS c.s. (zie dagvaarding randnummer 28) tot het wijzen van een deelvonnis ten aanzien van de gevorderde rekening en verantwoording ter verkrijging van duidelijkheid omtrent de hoogte van de vorderingen niet voor toewijzing in aanmerking. IMS c.s. hebben bovendien in het petitum de vermelde bedragen “vermeerderd met de vordering zoals mocht blijken uit de rekening en verantwoording” gevorderd, zodat het voormelde bedrag van € 7.039,84 bij de beoordeling van deze vorderingen zal worden betrokken.

4.23

Vervolgens stelt de rechtbank vast dat uit de voormelde door MKB overgelegde facturen en specificaties niet, althans niet volledig, herleid kan worden op welke dossiers en/of welke debiteuren de overgelegde facturen en specificaties betrekking hebben. Gelet op de verhoudingen tussen partijen en de omstandigheid dat IMS geen nieuwe opdrachten meer aan MKB verstrekt, terwijl in de overeenkomst in artikel 12.1 is overeengekomen dat bij beëindiging van de overeenkomst MKB de lopende dossiers afhandelt, is de rechtbank van oordeel dat MKB in het kader van de voltooiing van de opdracht IMS schriftelijk dient te informeren over de stand van zaken ten aanzien van de lopende dossiers c.q. debiteuren. Meer specifiek dient MKB schriftelijk gemotiveerd aan IMS kenbaar te maken op welke debiteuren van IMS de in de periode 1 november 2014 tot en met 21 april 2015 geïncasseerde gelden betrekking hadden en ten behoeve van welke dossiers c.q. debiteuren de incassowerkzaamheden inmiddels volledig zijn afgerond. In zoverre zal de gevorderde rekening en verantwoording ex artikel 7:403 BW worden toegewezen. De hierbij gevorderde termijnstelling van 2 dagen na betekening van het vonnis acht de rechtbank te kort en zal worden verlengd tot 10 dagen na betekening van het vonnis.

4.24

De rechtbank ziet tevens aanleiding om de gevorderde dwangsom te matigen in die zin dat MKB een dwangsom verbeurt van € 500,-- voor iedere dag dat zij na betekening van het vonnis het hierna in het dictum vermelde bevel niet opvolgt, echter met een maximum van € 10.000,--.

Hoogte geldvorderingen IMS op MKB

4.25

Niet althans onvoldoende gemotiveerd weersproken is dat MKB op

24 oktober 2014 € 29.580,35 onder zich hield aan bij debiteuren van IMS c.s. geïncasseerde gelden en in de periode daarna tot 22 april 2015 een bedrag van € 7.039,84 heeft geïncasseerd bij debiteuren van IMS c.s. Op grond van de overeenkomst heeft IMS derhalve een opeisbare vordering op MKB ten bedrage van € 36.620,19.

Verrekening

4.26

MKB c.s. stellen zich op het standpunt dat IMS toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst dan wel onrechtmatig heeft gehandeld en dat MKB hierdoor schade heeft geleden, ten aanzien van welke schade zij zich beroepen op verrekening.

4.27

MKB is op grond van artikel 6:127 BW slecht bevoegd tot verrekening indien en voor zover MKB en IMS wederkerig elkaars schuldeiser en schuldenaar zijn. Voor zover MKB haar beroep op verrekening derhalve baseert op toerekenbare tekortkomingen dan wel onrechtmatig handelen door Art Collect en/of Bloomhill Finance B.V. wordt dit beroep afgewezen.

4.28

Voor zover MKB c.s. bedoeld hebben te stellen dat IMS toerekenbaar te kort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst dan wel onrechtmatig heeft gehandeld jegens MKB, omdat (a) Bloomhill Finance B.V. in een mailbericht aan debiteuren zou hebben bericht dat zij aan Bloomhill Finance B.V. dienden te betalen in plaats van aan MKB, en/of (b) Art Collect een mailbericht aan debiteuren heeft gestuurd waarin - kort samengevat - staat vermeld dat het mailbericht van Bloomhill Finance B.V. juist is ondanks dat MKB het tegendeel beweert, verwerpt de rechtbank deze stelling eveneens. Immers IMS, Art Collect en Bloomhill Finance B.V. zijn afzonderlijke juridische entiteiten en gesteld noch gebleken is dat de rechtspersoon IMS aandeelhouder dan wel bestuurder is van Art Collect en/of Bloomhill Finance B.V. dan wel dat zij in opdracht van IMS de onderhavige mailberichten hebben verstuurd. Dat wellicht de bestuurders en/of aandeelhouders en/of de voor deze rechtspersonen werkzame personen voor de verschillende entiteiten werkzaamheden hebben verricht dan wel zakelijke en/of familiaire en/of vriendschappelijke connecties hebben met elkaar, leidt evenmin tot een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst dan wel onrechtmatig handelen van de rechtspersoon IMS.

4.29

Voor zover MKB c.s. bedoeld hebben te stellen dat IMS het voormelde mailbericht heeft verstuurd waarin is vermeld dat “het mailbericht van Bloomhill Finance B.V. juist is ondanks dat MKB het tegendeel beweert”, wordt het volgende overwogen. Indien IMS dit mailbericht zou hebben gestuurd, is niet gesteld althans onvoldoende onderbouwd, dat MKB naar aanleiding van dit mailbericht minder betaalde werkzaamheden zou hebben verricht en/of hierdoor sprake is geweest van minder omzet en/of winst voor MKB. Indien dus eventueel sprake zou zijn geweest van een handelen in strijd met artikel 12.1 van de overeenkomst vanwege voormeld mailbericht, dan hebben MKB c.s. niet voldoende onderbouwd dat zij hierdoor schade hebben geleden, zodat in zoverre evenmin sprake is van een schadevergoedingsplicht wegens een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst dan wel onrechtmatig handelen van IMS.

Beëindiging overeenkomst

4.30

Niet in geschil is dat IMS en Art Collect verschillende juridische entiteiten zijn. Gelet op de door IMS c.s. overgelegde koopovereenkomst is voorts onvoldoende gemotiveerd betwist dat IMS en Art Collect een schriftelijke koopovereenkomst hebben gesloten waarin het Puzzel4U-concept is verkocht aan Art Collect. Bovendien is niet althans onvoldoende gemotiveerd betwist dat Bloomhill Finance B.V. namens Art Collect incassowerkzaamheden heeft verricht ten aanzien van facturen voor het Puzzel4U-concept over de periode vanaf 1 september 2014. Nu derhalve sprake is van afzonderlijke juridische entiteiten, er een koopovereenkomst is gesloten tussen IMS en Art Collect en aan deze koopovereenkomst feitelijke uitvoering is gegeven, concludeert de rechtbank dat IMS het concept “Puzzel4U” en de daarbij behorende werkzaamheden per 1 september 2014 heeft verkocht aan Art Collect. De omstandigheid dat de afzonderlijke rechtspersonen wellicht verwevenheid vertonen - omdat de bestuurders en/of aandeelhouders en/of de voor deze rechtspersonen werkzame personen voor beide entiteiten werkzaamheden hebben verricht dan wel vriendschappelijke en/of zakelijke connecties hebben - doet aan deze conclusie niet af. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van MKB c.s. dat IMS het concept “Puzzel4U” niet verkocht zou hebben.

4.31

Nu IMS en MKB in de overeenkomst in de artikelen 1.1 en 1.2 zijn overeengekomen door wie, op welke wijze en op welke gronden de overeenkomst kan worden beëindigd, wordt geconcludeerd dat partijen bij overeenkomst zijn afgeweken van het bepaalde in artikel 7:408 BW. Voor zover IMS c.s. verwijzen naar artikel 7:408 lid 2 BW geldt bovendien dat deze bepaling ziet op de opzeggingsbevoegdheid van de opdrachtnemer, terwijl IMS opdrachtgever is, zodat IMS aan deze bepaling reeds daarom geen opzeggingsbevoegdheid kan ontlenen. De rechtbank passeert aldus het beroep van

IMS c.s. op artikel 7:408 BW.

4.32

Vast staat dat IMS aan MKB bij brief van 11 september 2014 heeft medegedeeld dat zij “geen gebruik meer maken van de dienstverlening van MKB” en ”De reden hiervan is dat IMS haar aktiviteiten per omgaande zal staken.” MKB heeft hierop per mail gereageerd en daarbij onder andere geschreven: “De opzegging van IMS heeft mij nogal verrast. Zoals jouw bekend eindigt de overeenkomst per 31-12-2014 en wordt er een opzegtermijn van 3 maanden gehanteerd, tussentijds opzeggen is niet mogelijk.”

4.33

De rechtbank verwerpt het verweer van IMS c.s. dat IMS bij brief van

11 september 2014 rechtsgeldig de overeenkomst per 1 september 2014 heeft beëindigd. Het hiertoe gedane beroep op artikel 1.2 onder c van de overeenkomst wordt niet gehonoreerd. In artikel 1.2. onder c van de overeenkomst is bepaald dat de partijen gerechtigd zijn de overeenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen als de onderneming van de wederpartij wordt gestaakt of wordt geliquideerd, zodat deze bepaling een opzeggingsbevoegdheid creëert voor de wederpartij van de onderneming die wordt gestaakt. In de onderhavige situatie heeft IMS haar “puzzel4U” activiteiten overgedragen aan Art Collect, zodat slechts haar wederpartij MKB, en dus niet IMS, op grond van deze bepaling de overeenkomst zou kunnen opzeggen, hetgeen zij niet heeft gedaan.

4.34

In artikel 1.1 van de overeenkomst is bepaald dat de overeenkomst wordt verlengd, “tenzij een der partijen de overeenkomst tegen het einde van deze overeenkomst opzegt bij aangetekende brief met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden.”

Nu IMS bij brief van 11 september 2014, zijnde ruim 3 maanden voor het einde van de overeenkomst, aan MKB kenbaar heeft gemaakt de overeenkomst op te zeggen en MKB deze opzegging heeft ontvangen, terwijl IMS, gelet op de verkoop van “Puzzel4U”, niet meer in de gelegenheid was om MKB na 1 september 2014 incassobatches aan te leveren, is de rechtbank van oordeel dat IMS, gelet op de aard en de strekking van artikel 1.1, de overeenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd tegen 31 december 2014.

Fixed Fee

4.35

MKB en IMS zijn in artikel 7.1 van de overeenkomst overeengekomen dat IMS aan MKB “voor het verlenen van de in artikel 2.2., sub a en b, omschreven diensten een fixed fee verschuldigd ad € 2.595,-- exclusief BTW per maand en de kosten van het betalingsverkeer.” Op grond van deze bepaling is IMS aan MKB voor de duur van de overeenkomst, zijnde tot en met december 2014, maandelijks een fixed fee verschuldigd van € 2.595,--. Nu de oorzaak van het niet aanleveren van incassobatches kennelijk gelegen is in de door IMS gerealiseerde overdracht van de “Puzzel4U” activiteiten, welke omstandigheid voor rekening en risico dient te blijven van IMS, terwijl voorts onbetwist is gebleven dat MKB ook in de maanden september t/m december 2014 gelden heeft geïncasseerd bij debiteuren van IMS c.s., dient IMS de fixed fee eveneens te betalen over de maanden september t/m december 2014. Onbetwist gebleven is dat IMS de fixed fee niet heeft betaald over de maanden oktober t/m december 2014, zodat MKB een vordering op IMS heeft ten bedrage van € 7.785,-- (3 maanden x € 2.595,--), welke vordering MKB kan verrekenen met de hiervoor onder 4.25 vermelde vordering van IMS.

Verplichting aanleveren alle incassobatches

4.36

Vervolgens stellen MKB c.s. dat IMS op grond van de overeenkomst verplicht is om al haar incassobatches bij MKB onder te brengen en dat IMS door het nalaten hiervan toerekenbaar te kort is geschoten. Deze verplichting zou volgen uit de in de considerans van de overeenkomst opgenomen zinsneden “Opdrachtgever behoefte heeft aan een partij die voor de organisatie van Opdrachtgever diensten zal verrichten op het gebied van automatische incasso’s, debiteurenbeheer, het incasseren van vorderingen en het verzorgen van de klantenservice” en “Opdrachtnemer bereid en in staat is de door Opdrachtgever verzochte diensten te verlenen”. Bovendien zou dit volgen uit de omstandigheid dat evident is dat IMS de werkzaamheden niet zelf zou kunnen uitvoeren en IMS reeds meerdere jaren alle incassobatches zou aanleveren bij MKB. De in artikel 3.1 van de overeenkomst opgenomen vermelding dat “Opdrachtgever geen verplichting kent jegens opdrachtnemer om een minimaal aantal batches aan te leveren”, zou enkel zijn opgenomen, omdat IMS niet verplicht kan worden om maandelijks een minimaal aantal nieuwe debiteuren aan te leveren, aldus MKB c.s. IMS c.s. betwisten dat IMS gehouden was tot het aanleveren van al haar incassobatches aan MKB en verwijzen hiertoe naar strekking en artikel 3.1 van de overeenkomst.

4.37

Voor het antwoord op de vraag hoe in een schriftelijke stuk de verhouding tussen partijen is geregeld, komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, waarbij van belang kan zijn tot welke maatschappelijk kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht; vgl. HR 13 maart 1981, NJ 1981/ 635 (Haviltex). Daarbij zijn telkens van beslissende betekenis alle concrete omstandigheden van het geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen. Dit betekent onder meer dat de uitleg van een schriftelijk contract niet dient plaats te vinden op grond van alleen maar de taalkundige betekenis van de bewoordingen waarin het is gesteld. In praktisch opzicht is de taalkundige betekenis die deze bewoordingen, gelezen in de context van dat geschrift als geheel, in (de desbetreffende kring van) het maatschappelijk verkeer normaal gesproken hebben, bij de uitleg van dat geschrift echter vaak wel van groot belang; vgl. HR 20 februari 2004, NJ 2005/493 (DSM/Fox). Voor een taalkundige/grammaticale uitleg bestaat eerder aanleiding indien het een zuiver commerciële transactie betreft tussen professionele partijen, zoals in dezen het geval is; HR 19 januari 2007, NJ 2007/575 (PontMeyer) en HR 29 juni 2007, NJ 2007/576 (Derksen/Homburg). Ook indien bij de uitleg van een overeenkomst groot gewicht toekomt aan de taalkundige betekenis van de bewoordingen, kunnen de overige omstandigheden van het geval niettemin meebrengen dat een andere (dan de taalkundige) betekenis aan de bepalingen van de overeenkomst moet worden gehecht. Beslissend blijft immers de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten; vgl. daaromtrent recenter HR 5 april 2013, NJ 2013/214 (Lundiform/Mexx).

4.38

Met IMS c.s. is de rechtbank van oordeel dat uit de hiervoor vermelde overwegingen in de considerans niet volgt dat IMS alle incassobatches exclusief aan MKB moest aanleveren. Een dergelijke verplichting is bovendien niet expliciet elders in de overeenkomst opgenomen en volgt evenmin uit de vermelde opzegtermijn en/of de strekking van de tekst van de overeenkomst. Daarentegen is in artikel 3.1 van de overeenkomst wel expliciet bepaald dat IMS geen verplichting heeft tot het aanleveren van een minimaal aantal batches.

4.39

Vervolgens is het aan MKB c.s. om nadere feiten en omstandigheden aan te dragen op basis waarvan desondanks geconcludeerd kan worden dat partijen zijn overeengekomen dat IMS alle incassobatches exclusief moest aanleveren bij MKB.

4.40

Hiertoe stellen MKB c.s. enkel dat het evident is dat IMS niet in staat is om de werkzaamheden zelf uit te voeren, dat het voor IMS niet efficiënt is om deze werkzaamheden elders aan te leveren en dat IMS sinds 2011 al haar incassobatches bij MKB heeft aangeleverd. De rechtbank is van oordeel dat uit deze stellingen op zich en in onderlinge samenhang bekeken niet volgt dat partijen een verplichting tot het aanleveren van alle incassobatches zijn overeengekomen. Alhoewel uit deze omstandigheden wellicht volgt dat het voor IMS aantrekkelijk was of voor de hand lag om alle incassobatches aan MKB aan te leveren en zij dit een langere periode ook daadwerkelijk heeft gedaan, volgt hieruit niet dat partijen zijn overeengekomen dat IMS hiertoe ook de verplichting had. Het had op de weg van MKB c.s. gelegen om nadere feiten en omstandigheden te stellen waaruit een dergelijke verplichting wel zou volgen. Nu zij dit hebben nagelaten, is de rechtbank van oordeel dat de door MKB c.s. verdedigde uitleg van de overeenkomst onvoldoende gedragen wordt door de door hun gestelde feiten en omstandigheden. Gelet op het voorgaande verwerpt de rechtbank de stelling van MKB c.s. dat IMS op grond van de overeenkomst verplicht was alle incassobatches bij MKB aan te leveren, zodat de dienaangaande vordering tot schadevergoeding eveneens wordt afgewezen.

Tijdig melden verkoop activiteiten

4.41

De stelling dat IMS toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst, omdat zij MKB niet heeft ingelicht over het voornemen tot verkoop van het “Puzzle4U”-concept, wordt gepasseerd. Een dergelijke verplichting volgt niet uit de overeenkomst dan wel uit enig andere rechtsregel. Een dergelijke verplichting volgt, gelet op de aard van een bedrijfsverkoop en de dienaangaande onderhandelingspositie van IMS, evenmin uit de eisen van redelijkheid en billijkheid.

Onrechtmatig handelen IMS c.s

4.42

De rechtbank begrijpt dat MKB c.s. stellen dat IMS c.s. jegens haar onrechtmatig hebben gehandeld, omdat de verkoop van het concept “puzzel4U” en de uitbesteding van de incassotaken door Art Collect aan Bloomhill Finance B.V., zijnde een BV van een zuster van mevrouw Talen, geen ander oogmerk hadden dan het benadelen van MKB en het omzeilen van een concurrentiebeding van mevrouw Talen en/of Talen Beheer B.V. IMS c.s. betwisten deze vermeende doelstellingen.

4.43

Nu IMS, Art Collect, Bloomhill Finance B.V., Talen Beheer B.V., mevrouw Talen en de zuster van mevrouw Talen afzonderlijke rechts- c.q. natuurlijke personen zijn, terwijl IMS geen verplichtingen had ten aanzien van het aanleveren van alle dan wel een minimum aantal incassobatches aan MKB, is de rechtbank van oordeel dat MKB c.s. onvoldoende hebben onderbouwd dat de verkoop van het concept “puzzel4U” en de uitbesteding van de incassotaken door Art Collect aan Bloomhill Finance B.V. tot doel hadden om MKB te benadelen en/of een concurrentiebeding te overtreden. Dat wellicht de bestuurders en/of aandeelhouders en/of de voor deze rechtspersonen werkzame personen zakelijke en/of familiaire en/of vriendschappelijke connecties hebben met elkaar, is hiervoor onvoldoende. De rechtbank acht de verkoop van het concept “puzzel4U” door IMS aan Art Collect evenmin in strijd met de goede trouw die IMS jegens MKB in acht dient te nemen.

Conclusie

4.44

Gelet op het voorgaande worden in conventie de vorderingen van IMS c.s. op de Stichting Derdengelden en van Art Collect op MKB en in reconventie de vorderingen van MKB c.s. op Art Collect afgewezen.

4.45

De in conventie gevorderde verklaring voor recht zal worden toegewezen in die zin dat voor recht wordt verklaard dat de overeenkomst tussen IMS en MKB per

31 december 2014 is geëindigd zonder dat IMS gehouden is tot betaling van een schadevergoeding aan MKB.

4.46

De in conventie gevorderde rekening en verantwoording zal worden toegewezen zoals hiervoor is vermeld onder de overwegingen 4.23 en 4.24.

4.47

Een redelijke uitleg van de vorderingen van IMS c.s. brengt met zich mee dat de omvang van de in het petitum vermelde geldvordering van IMS op MKB aldus moet worden begrepen dat hieronder wordt verstaan de in het petitum onder III en IV gevorderde bedragen, zijnde in totaal € 29.580,35, vermeerderd met de vordering zoals mocht blijken uit de rekening en verantwoording, zijnde € 7.039,84, zodat het totaal € 36.620,19 bedraagt.

4.48

De rechtbank honoreert het beroep op verrekening van MKB ten bedrage van

€ 7.785,-- en zal het beroep voor het hogere bedrag afwijzen. Nu het te verrekenen bedrag niet ziet op door MKB geleden schade, maar ziet op een betalingsverplichting van IMS op grond van nakoming van de overeenkomst dient de gevorderde verklaring, zijnde - kort samengevat - dat MKB een rechtsgeldig beroep op verrekening heeft gedaan van de door haar geleden schade met de door haar aan IMS verschuldigde bedragen, te worden afgewezen.

4.49

Na verrekening van het voormelde bedrag resteert een vordering van IMS op MKB ten bedrage van € 28.835,19. Voor zover MKB c.s. zich ten aanzien van dit bedrag beroepen op een opschortingsrecht wordt dit afgewezen, omdat de vorderingen die MKB c.s. aan dit beroep ten grondslag leggen hierna zullen worden afgewezen. De vordering van IMS op MKB zullen hierna voor een bedrag van € 28.835,19 worden toegewezen.

4.50

De gevorderde wettelijke handelsrente over de hoofdsom van € 28.835,19 zal, als niet althans onvoldoende gemotiveerd betwist, worden toegewezen met ingang van

16 november 2016.

4.51

IMS c.s. maken aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De rechtbank stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden en voorts dat IMS c.s. voldoende hebben gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief. De rechtbank zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief, zijnde € 1.063,35. De gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten is toewijsbaar. Nu IMS c.s. niet hebben gesteld op welke datum de buitengerechtelijke kosten daadwerkelijk zijn betaald, zal de rechtbank de rente toewijzen met ingang van de dag der dagvaarding. Aangezien de vorderingen van IMS c.s. op Stichting Derdengelden en de vorderingen van Art Collect op MKB worden afgewezen, zal MKB veroordeeld worden tot betaling van de voormelde buitengerechtelijke kosten en rente aan IMS.

4.52

De in reconventie primair en subsidiair gevorderde betaling van schadevergoedingen door IMS c.s. aan MKB zullen worden afgewezen.

4.53

MKB zal in conventie als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van IMS c.s. De rechtbank begroot de proceskosten in conventie aan de zijde van IMS c.s. als volgt:

- dagvaarding € 105,78

- griffierecht € 1.909,00

- salaris advocaat € 1.158,00 (2 punt × tarief € 579,00)

Totaal € 3.172,78

4.54

IMS c.s. zullen in conventie als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld van Stichting Derdengelden, welke worden begroot op de helft van de advocaatkosten voor MKB, zijnde € 579,- (de helft van 2 punt × tarief

€ 579,00).

4.55

Nu de reconventionele vorderingen enkel zijn ingesteld ten behoeve van MKB, wordt MKB als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van

IMS c.s. veroordeeld. De vorderingen in reconventie vloeien grotendeels voort uit de conventionele vorderingen, zodat deze kosten aan de zijde van IMS c.s. worden begroot op € 894,-- (2 x 0,5 punt × tarief € 894,00).

4.56

De nakosten zullen worden toegewezen op de wijze zoals hierna in de beslissing vermeld.

4.57

De door IMS c.s. en Stichting Derdengelden gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen met inachtneming van de hierna te bepalen termijnen.

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1

beveelt MKB om uiterlijk 10 dagen na betekening van dit vonnis IMS naar behoren en onderbouwd met verifieerbare bewijstukken schriftelijk te berichten over:

(A) op welke debiteuren de door MKB bij de debiteuren van IMS geïncasseerde gelden in de periode 1 november 2014 tot en met 21 april 2015 betrekking hadden; en

(B) ten behoeve van welke dossiers dan wel welke debiteuren de incassowerkzaamheden volledig zijn afgerond,

5.2

veroordeelt MKB om aan IMS een dwangsom te betalen van € 500,- voor iedere dag dat zij niet aan de in 5.1 uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 5.000,-- is bereikt, ingeval zij na betekening van het vonnis bovenstaand bevel niet opvolgt,

5.3

verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen IMS en MKB is geëindigd per

31 december 2014, zonder dat IMS gehouden is tot betaling van een schadevergoeding aan MKB,

5.4

veroordeelt MKB om aan IMS te betalen een bedrag van € 28.835,19 (achtentwintigduizendachthonderdvijfendertig euro en negentien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het toegewezen bedrag met ingang van 16 november 2014 tot de dag van volledige betaling,

5.5

veroordeelt MKB om aan IMS te betalen een bedrag van € 1.063,35 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van de dag der dagvaarding tot de dag van volledige betaling,

5.6

veroordeelt MKB in de proceskosten aan de zijde van IMS c.s., tot op heden begroot op € 3.172,78, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.7

veroordeelt IMS c.s. in de proceskosten aan de zijde van de Stichting Derdengelden, tot op heden begroot op € 579,-, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.8

veroordeelt IMS c.s. in de na dit vonnis ontstane kosten aan de zijde van Stichting Derdengelden, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.9

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.10

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.11

wijst de vorderingen af,

5.12

veroordeelt MKB in de proceskosten, aan de zijde van IMS c.s. tot op heden begroot op € 894,--, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.13

verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

in conventie en in reconventie

5.14

veroordeelt MKB in de na dit vonnis ontstane kosten aan de zijde van IMS c.s., begroot op € 205,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.15

verklaart 5.14 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.N. Kok en in het openbaar uitgesproken op

18 november 2015.