Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:5808

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
23-11-2015
Datum publicatie
11-02-2016
Zaaknummer
C/08/178133 / FA RK 15-2579
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De kinderrechter belast ogv art 1:253t BW de grootmoeder (m.z.) samen met de moeder met het gezag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2016-0046
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Familierecht en Jeugdrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/178133 / FA RK 15-2579

beschikking van de kinderrechter in de rechtbank Overijssel d.d. 23 november 2015

inzake

[verzoekster 1][verzoekster 1],

verder te noemen: de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

en

[verzoekster 2] ,

verder te noemen: de oma,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekers,

advocaat: mr. G.A. Hendriks te Almelo.

1 Het procesverloop

1.1.

De kinderrechter heeft kennis genomen van de navolgende bescheiden:

- het verzoek met bijlagen, binnengekomen op 29 oktober 2015;

- een op 16 november 2015 binnengekomen verklaring van geen bezwaar van de Raad voor de Kinderbescherming van 13 november 2015.

2 De feiten

2.1.

Uit de moeder is geboren het navolgende minderjarige kind:

[A], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] .

2.2.

De moeder is van rechtswege alleen belast met het ouderlijk gezag over [A] .

2.3.

[A] verblijft sinds zijn geboorte met zijn moeder bij zijn grootouders.

3 Het verzoek

De moeder en de oma verzoeken de kinderrechter bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. te bepalen dat de oma samen met de moeder wordt belast met het gezag over [A] ;

  2. een beslissing te geven omtrent de kosten van de procedure.

4 De beoordeling

4.1.

Ingevolge artikel 1:253t van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank indien het gezag over een kind bij één ouder berust, op gezamenlijk verzoek van de met het gezag belaste ouder en een ander dan de ouder die in een nauwe persoonlijke betrekking tot het kind staat, hen gezamenlijk met het gezag over het kind belasten. Ingevolge het tweede lid van voormeld artikel wordt het verzoek, in het geval dat het kind tevens in familierechtelijke betrekking staat tot een andere ouder, slechts toegewezen, indien:

  1. de ouder en de ander op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van een jaar onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek gezamenlijk de zorg voor het kind hebben gehad; en

  2. de ouder die het verzoek doet op de dag van het verzoek gedurende ten minste een aaneengesloten periode van drie jaren alleen met het gezag belast is geweest.

Ingevolge het derde lid van voormeld artikel wordt het verzoek afgewezen indien, mede in het licht van de belangen van een andere ouder, gegronde vrees bestaat dat bij inwilliging de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd.

4.2.

De moeder en de oma hebben verzocht het gezag te wijzigen, in die zin dat beiden voortaan samen het gezag zullen uitoefenen over de minderjarige [A] . Zij hebben daartoe gesteld dat de biologische vader van [A] hem niet heeft erkend en niet in beeld is als vader. Het is [A] niet bekend wie zijn vader is. Vanaf de zwangerschap van de moeder woont de moeder bij haar ouders, de oma en de opa van [A] . Zij is na de geboorte van [A] in 2006 daar blijven wonen en tot op heden is deze situatie nog steeds dezelfde. [A] wordt opgevoed door zijn moeder en zijn oma. De oma staat derhalve in een nauwe persoonlijke betrekking tot [A] . De moeder is van mening dat het in het belang van [A] is wanneer de oma eveneens wordt belast met het gezag over [A] zodat de moeder en de oma samen verantwoordelijk zijn voor de opvoeding en verzorging van [A] . In de praktijk is dit reeds het geval en verzoekers zien graag dat dit juridisch wordt geformaliseerd.

4.3.

Naar het oordeel van de kinderrechter dient het verzoek van de moeder en de oma tot gezamenlijk gezag over [A] op grond van artikel 1:253t lid 1 BW te worden toegewezen. De moeder is thans alleen met het gezag belast. Er is geen sprake van een familierechtelijke betrekking tot een andere ouder in de zin van artikel 1:253t lid 2 BW, aangezien de ouders niet waren gehuwd en de vader [A] niet heeft erkend. De vader heeft nooit enig contact of bemoeienis met [A] gehad. Voorts is sprake van een nauwe persoonlijke betrekking tussen de oma en [A] . Gebleken is dat de moeder en de oma [A] al vanaf zijn geboorte samen verzorgen en opvoeden en er sterke affectieve banden tussen hen bestaan. Feitelijk oefenen de moeder en de oma al samen het gezag over [A] uit. Nu de Raad voor de Kinderbescherming een verklaring van geen bezwaar heeft afgegeven voor de oma en de opa, is de kinderrechter van oordeel dat de belangen van [A] , mede in het licht van de belangen van de vader, geenszins worden verwaarloosd bij toewijzing van het voorliggende verzoek.

4.4.

De kinderrechter zal derhalve bepalen dat de oma samen met de moeder wordt belast met het gezag over [A] .

4.5.

Gelet op de aard van de procedure zal de kinderrechter bepalen dat verzoekers de eigen kosten dragen.

5 De beslissing

De kinderrechter:

1. bepaalt dat de oma, [verzoekster 2] , geboren te [geboorteplaats 2] op

[geboortedatum 2] , met ingang van heden samen met de moeder, [-] [verzoekster 1] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 4] , wordt belast met het gezag over:

[A], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] .

2. compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat verzoekers de eigen kosten dragen;

3. wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven te Almelo door mr. J.H. Olthof en in het openbaar uitgesproken op 23 november 2015 in tegenwoordigheid van mr. A.C.M. Heerdink, griffier.

Een afschrift van deze beschikking wordt gezonden aan de Raad voor de Kinderbescherming te Almelo en de in deze beschikking vermelde gegevens worden door die Raad opgenomen in zijn registratie.

Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

  1. door de verzoeker en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak;

  2. door de echtgenoot die in eerste aanleg niet is verschenen: binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking aan hem in persoon dan wel binnen drie maanden nadat zij op andere wijze is betekend en openlijk bekend is gemaakt;

  3. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.