Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:5765

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
26-10-2015
Datum publicatie
08-01-2016
Zaaknummer
C/08/177453 / JE RK 15-1633
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ingevolge het tweede lid van art 1:265b BW legt de Raad bij het verzoek het besluit van het college van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 2.3 Jeugdwet over. De Raad heeft een beslissing van het college van burgemeester en wethouders overgelegd waarin het college stelt op de hoogte te zijn van het voornemen van de Raad om een machtiging uithuisplaatsing te vragen en dat de gemeente zich conformeert aan de nodig geachte inzet van jeugdhulp. De kinderrechter is van oordeel dat dit niet een besluit in de zin van artikel 2.3 Jeugdwet is omdat van het zich conformeren aan door een ander noodzakelijk geachte inzet van jeugdhulp niet gelijk gesteld kan worden met het treffen van een voorziening op het gebied van jeugdhulp als bedoeld in artikel 2.3 Jeugdwet zodat in dit opzicht aan de vereisten van artikel 1:265b, tweede lid, BW niet is voldaan. Op grond van het derde lid kan de kinderrechter een machtiging uithuisplaatsing verlenen zonder besluit als bedoeld in artikel 2.3 Jeugdwet indien het belang van het kind dit vergt. De kinderrechter is van oordeel dat deze situatie zich voordoet en zal het ontbreken van het besluit op grond van het derde lid passeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familierecht en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Almelo

zaakgegevens : C/08/177453 / JE RK 15-1633

datum uitspraak: 26 oktober 2015

beschikking ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing

in de zaak van

Raad voor de Kinderbescherming, hierna te noemen de Raad,

gevestigd te Almelo.

betreffende

[A] , geboren op [geboortedatum] te [B] ,

hierna te noemen [A] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[C] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats] ,

[D] , hierna te noemen de vader,

wonende te [woonplaats] ,

en de minderjarige [A] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van

12 oktober 2015, ingekomen bij de griffie op 12 oktober 2015.

Op 26 oktober 2015 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord is:

- de minderjarige [A] , die apart is gehoord,

- de moeder,

- de vader,
- een vertegenwoordigster van de Raad, mevrouw [E] ,

- een vertegenwoordiger van Jeugdbescherming Overijssel, de Gecertificeerde Instelling, (hierna: de GI), de heer [F] .

De feiten
Het ouderlijk gezag over [A] wordt uitgeoefend door de ouders.

[A] verblijft in behandelgroep de Drebbel van Jarabee.

Het verzoek

De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [A] verzocht voor de duur van twaalf maanden. Tevens wordt de uithuisplaatsing verzocht van [A] voor de duur van twaalf maanden in een accommodatie jeugdhulpaanbieder. De Raad is daartoe gemachtigd bij besluit van het college van B&W van de gemeente [G] van 8 oktober 2015.

Standpunt ouders en minderjarige

Zowel vader als moeder en de minderjarige kunnen instemmen met het verzoek van de Raad tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de in het rapport van de Raad genoemde zorgpunten die een ernstige bedreiging vormen voor de ontwikkeling van [A] . De ouders hebben die zorgpunten niet of niet voldoende onderbouwd betwist. Deze staan vast en ze gelden hier als ingelast en herhaald. Het is duidelijk geworden dat de zorgpunten niet met vrijwillige hulpverlening weggenomen kunnen worden en daarom is de ondertoezichtstelling nodig.

De kinderrechter zal daarom [A] onder toezicht stellen voor de duur van twaalf maanden.

Ook is de kinderrechter van oordeel dat de uithuisplaatsing van [A] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding, zoals genoemd in artikel 1:265b BW. Ingevolge het tweede lid van dit artikel legt de Raad bij het verzoek het besluit van het college van burgemeester en wethouders als bedoeld in artikel 2.3 Jeugdwet over. De Raad heeft een beslissing van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [woonplaats] overgelegd waarin het college stelt op de hoogte te zijn van het voornemen van de Raad om een machtiging uithuisplaatsing te vragen en dat de gemeente zich conformeert aan de nodig geachte inzet van jeugdhulp. De kinderrechter is van oordeel dat dit niet een besluit in de zin van artikel 2.3 Jeugdwet is omdat van het zich conformeren aan door een ander noodzakelijk geachte inzet van jeugdhulp niet gelijk gesteld kan worden met het treffen van een voorziening op het gebied van jeugdhulp als bedoeld in artikel 2.3 Jeugdwet zodat in dit opzicht aan de vereisten van artikel 1:265b, tweede lid, BW niet is voldaan. Op grond van het derde lid kan de kinderrechter een machtiging uithuisplaatsing verlenen zonder besluit als bedoeld in artikel 2.3 Jeugdwet indien het belang van het kind dit vergt. De kinderrechter is van oordeel dat deze situatie zich voordoet en zal het ontbreken van het besluit op grond van het derde lid passeren.

De beslissing

De kinderrechter:

stelt [A] onder toezicht van Jeugdbescherming Overijssel te Almelo, met ingang van

26 oktober 2015 tot 26 oktober 2016;

verleent machtiging tot uithuisplaatsing van [A] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder, met ingang van 26 oktober 2015 tot 26 oktober 2016;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.M.B. Elferink, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.T. Hovius-Huisman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2015.

[…]

  1. […]

  2. […]