Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:5762

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
16-12-2015
Datum publicatie
06-01-2016
Zaaknummer
C/08/172874 HA ZA 15-328
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kredietovereenkomst. Geen sprake van bedrog of dwaling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/42
RF 2016/31
JONDR 2016/530
NTHR 2016, afl. 2, p. 99
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/172874 HA ZA 15-328

datum vonnis: 16 december 2015


Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

inzake:

1. [eiser 1] ,
2. [eiser 2] ,
3. [eiser 3] ,

allen wonende te [woonplaats] ,

eisers,

hierna te noemen: Maatschap [X] ,
advocaat mr. F.F.P.M. Vermeer te Harderwijk,

en

de coöperatie Coöperatieve Rabobank Noord en West Twente U.A.,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Almelo,

gedaagde,

hierna te noemen: Rabobank,
advocaat mr. Y. Steeg-Tijms te Amsterdam.

Procesverloop

Na de inleidende dagvaarding van Maatschap [X] tegen de zitting van 24 juni 2015 heeft Rabobank een conclusie van antwoord genomen en vervolgens is op 23 november 2015 een comparitie van partijen gehouden, na afloop waarvan partijen vonnis hebben verzocht.


De beoordeling van het geschil en de gronden van de beslissing

Feiten
1. In oktober 2008 heeft Maatschap [X] in verband met de bouw van een ligboxenstal en een woonhuis een financiering van € 1.325.000,-- bij Rabobank afgesloten.
De financiering zou in gedeelten worden opgenomen, zodat Maatschap [X] daaruit de kosten van de bouw kon voldoen.
De verwachting was dat de financiering op 1 juli 2009 volledig zou zijn opgenomen.

2. Tot dan toe had Maatschap [X] bij Rabobank een (relatief) bescheiden financiering van € 300.000,--, waarover altijd een variabele rente werd betaald.
Deze nieuwe financiering was bijna 4 ½ keer zo groot (z.g. spronginvestering) met niet alleen navenant hogere aflossingsverplichtingen, maar ook een veel groter (variabel) renterisico dan Maatschap [X] tot dan toe gewend was.
Zijdens de Maatschap [X] is aan Rabobank aangegeven dat de Maatschap [X] dat risico niet wenste te lopen en daarom (een deel van) de rente wilde vastzetten.

3. Rabobank heeft daarop de mogelijkheid van een renteswap ter sprake gebracht, die immers een oplossing voor de toekomstige onzekerheid van een stijgende rente biedt, ook als de (volledige) financiering pas later wordt opgenomen.
Immers met het aangaan van een renteswap had de Maatschap [X] de mogelijkheid om op dat moment haar rentelasten voor de toekomst te fixeren en daarmede de gewenste zekerheid tegen stijging van de rente te verkrijgen.

4. Op 2 oktober 2008 heeft er bij de Maatschap [X] thuis, mede in aanwezigheid van [H] , de accountant van Maatschap [X] , een bespreking met Rabobank plaatsgevonden, waarbij niet alleen een financieringsvoorstel1 gedateerd 2 oktober 2008 voor € 1.325.000,-- voor onbepaalde tijd op basis van variabele rente ( alstoen 5.5%) is gedaan, maar tevens het vastzetten van de rente gedurende langere tijd middels een renteswap2 (van op dat moment 4.56%) is gepresenteerd en uiteengezet. Uitgangspunt was afdekking van
€ 1.060.000,-- (80% van de hoofdsom) voor een periode van (7 of) 10 jaar met gedurende de looptijd een verlaging van telkens € 9.960,-- per kwartaal.
Die presentatie en toelichting vonden plaats met name door [M] , treasury specialiste van Rabobank, aan de hand van dat voorstel en bijbehorende stukken en brochures, die door zowel Maatschap [X] als Rabobank als producties in deze procedure zijn overgelegd.

5. Het financieringsvoorstel, gedateerd 2 oktober 2008, is op 7 oktober 2008 tijdens een vervolgafspraak met Rabobank door de Maatschap [X] getekend.
De Bevestiging van de Renteswap3, gedateerd 7 oktober 2008, (op basis van 4.59%) is door de Maatschap [X] eerst op 22 oktober 2008 getekend en vervolgens aan Rabobank geretourneerd.

6. Nadat de renteswap op 1 juli 2009, toen de bouw van de ligboxenstal en het woonhuis waren voltooid, was ingegaan en [eiser 2] zich wederom bij Rabobank had beklaagd over het feit dat de vaste rente onder de renteswap op dat moment hoger was dan de variabele rente (en de Maatschap [X] dus in zijn ogen teveel betaalde) heeft op 17 september 2009 een volgende bespreking tussen de Maatschap [X] , wederom met daarbij accountant [H] , en Rabobank plaatsgevonden.
Daarbij bleek dat [eiser 2] niet alleen nog steeds van mening was, dat de renteswap –wegens dalende rente- te vroeg was gesloten en zijns inziens de Maatschap [X] op “de dure rente” moest kunnen aflossen.
Rabobank heeft toen wederom aangegeven, dat dit niet (versnelde en hogere) aflossing van de gefinancierde hoofdsom zou betreffen, maar het tegensluiten van de renteswap met daaraan navenant verbonden kosten gerelateerd aan de inmiddels lagere rentestand (z.g. negatieve waarde van de renteswap). Daar voelde [eiser 2] echter niet voor.

De vorderingen van de Maatschap [X]
7. De Maatschap [X] meent dat zij door Rabobank op oneigenlijke gronden is bewogen tot het sluiten van de kredietovereenkomst en de overeenkomst financiële derivaten (waaronder begrepen de renteswap en de daarbij behorende bevestigingen en transacties).
Daarbij is sprake geweest van bedrog, te weten:
I) het manipuleren van Euribor-tarieven, hetgeen Rabobank heeft verzwegen, terwijl zij gehouden was haar klanten daarover te informeren en
II) het opzettelijk verzwijgen van de nadelen en risico’s die verbonden zijn aan het aangaan van derivatenovereenkomsten.

8. Voorts is er volgens de Maatschap [X] sprake van dwaling.
De Maatschap [X] is bewogen tot het aangaan van een kredietovereenkomst en een overeenkomst financiële derivaten door onjuiste inlichtingen van Rabobank, inhoudende dat het product voor de Maatschap [X] aantrekkelijk was. Voorts is belangrijke informatie achtergehouden over de Euribor-fraude en de nadelen en risico’s van het product renteswap, met name op het punt van de mogelijkheid tot tussentijdse boetevrije verlaging van de renteswap4.

9. De Maatschap [X] vordert vaststelling van het geleden nadeel in de zin van de subsidiair geproduceerde schadeberekening.5

10. Subsidiair meent de Maatschap [X] dat Rabobank tekort is geschoten en/of onrechtmatig heeft gehandeld in strijd met de op haar rustende wettelijke en contractuele verplichtingen, in het bijzonder de op haar rustende bijzondere zorgplicht, waardoor de Maatschap [X] schade heeft geleden.

11. Die schade bestaat volgens de Maatschap [X] uit de bedragen die zij per saldo onder de renteswap extra hebben betaald (per 30 juni 2015) ad € 208.016,456.
De verdere schade van de Maatschap [X] zal vanaf 1 juli 2015 per kwartaal bekend worden.

12 Het petitum der dagvaarding luidt:
1. primair
1.1. te vernietigen de kredietovereenkomst d.d. 7 oktober 2008 alsmede de tussen partijen bestaande overeenkomst financiële derivaten en de daaruit voortvloeiende rechtshandelingen, waaronder de renteswap en eventuele (andere) bevestigingen en/of transacties, dan wel de gevolgen van deze overeenkomsten zodanig te wijzigen dat het nadeel van de Maatschap [X] wordt weggenomen.

1.2.

Rabobank te veroordelen tot (terug)betaling aan de Maatschap [X] van de in productie 13 genoemde bedragen van (opgeteld) € 208.016,45, alsmede van eventuele nadere bedragen, die de Maatschap [X] uit hoofde van de onder 1.1 genoemde rechtshandelingen vanaf 1 juli 2015 aan Rabobank zal blijken te hebben voldaan, een en ander vermeerderd met de wettelijke rente over elk van deze bedragen, gerekend vanaf de dag dat Rabobank deze bedragen van de Maatschap [X] heeft ontvangen tot de dag der algehele voldoening.

2 subsidiair

2.1.

te ontbinden de tussen partijen gesloten kredietovereenkomst d.d. 7 oktober 2008, alsmede de tussen partijen bestaande overeenkomst financiële derivaten en de daaruit voortvloeiende rechtshandelingen, waaronder de renteswap en eventuele (andere) bevestigingen en/of transacties.

2.2.

Rabobank te veroordelen tot vergoeding aan de Maatschap [X] van de in productie 13 genoemde (schade)bedragen van (opgeteld) € 208.016,45, vermeerderd met de wettelijke rente over elk van deze bedragen, gerekend vanaf de dag dat Rabobank deze bedragen van de Maatschap [X] heeft ontvangen, tot de dag der algehele voldoening.

2.3.

Rabobank te veroordelen tot vergoeding aan de Maatschap [X] van de schade die zij na 1 juli 2015 tot de dag der ontbinding lijdt als gevolg van de tekortkomingen c.q. het onrechtmatig handelen van Rabobank en deze te begroten op:
a) het verschil tussen de (kwartaal)bedragen, die de Maatschap [X] aan Rabobank zijn verschuldigd en de bedragen die de Maatschap [X] van Rabobank ontvangen op grond van de afspraken uit de renteswap, waar nodig vermeerderd met de wettelijke rente over elk van deze bedragen, gerekend vanaf de dag dat Rabobank deze bedragen van de Maatschap [X] heeft ontvangen, tot aan de dag der voldoening.
b) het bedrag van de afkoopsom/boete indien de Maatschap [X] voor de datum van ontbinding de omvang (het nominaal bedrag) van de renteswap verlagen.

3 primair en subsidiair
Rabobank te veroordelen in de kosten van het geding.
Het verweer van Rabobank
13. Rabobank voert verweer, dat hierna bij de beoordeling aan de orde zal komen.

De beoordeling

Kredietovereenkomst van 7 oktober 2008
14. Het staat voor de rechtbank buiten kijf dat de kredietovereenkomst van 7 oktober 2008 gericht op financiering van te realiseren vaste activa (ligboxenstal en woonhuis) voldoet aan de daaraan te stellen (en ook door de Maatschap [X] gestelde) eisen: een hoofdsom van € 1.325.000,--, de (onbepaalde) looptijd en variabele rente (op dat moment 5,5%), et cetera.
Voor zover de vorderingen van Maatschap [X] zich op deze overeenkomst richten, zullen deze worden afgewezen.

Overeenkomst Financiële Derivaten van 22 oktober 2008
15. Voornaamste bestanddeel van deze overeenkomst is de renteswap.
Deze is in het algemeen c.q. aan de hand van de aan de Maatschap [X] overgelegde bescheiden en zijdens Rabobank gegeven toelichting7 als volgt te omschrijven:
De Maatschap [X] betaalt aan Rabobank over de hoofdsom van € 1.325.000,--, afnemend in nominale waarde met € 40.000,-/jaar, de variabele Euribor-rente (op basis waarvan de kredietovereenkomst van 7 oktober 2008 was aangegaan).
Voorzover de variabele Euribor-rente gedurende een periode van 10 jaar lager is dan het rente(swap)percentage van 4,59%, zal de Maatschap [X] aan Rabobank over diezelfde hoofdsom/resterende nominale waarde desalniettemin een rente van 4,59% moeten vergoeden..
Rentebedragen en betalingen onderling worden afhankelijk van de stand van de Euribor in die periode per kwartaal berekend en verrekend.
De transactie komt erop neer dat als de Euribor tijdens de looptijd (van 10 jaar) boven 4,59% stijgt, Rabobank netto aan de Maatschap [X] betaalt. Blijft de Euribor daarentegen onder de 4.59% dan betaalt de Maatschap [X] uit hoofde van de transactie netto aan Rabobank.

16. Naar het oordeel van de rechtbank is deze (rente)constructie voor de Maatschap [X] een acceptabele en verantwoorde wijze om de jaarlijkse (rente)kosten verbonden aan deze investering in vaste activa (ligboxenstal en woning) gedurende 10 jaar op vast bedrag te stellen, waarvan de (met € 40.000,- per jaar en € 400.000,-- in totaal) afnemende nominale waarde, waarover die rente wordt berekend, bovendien gelijke tred houdt met de afschrijving/resterende boekwaarde ervan, en naar aard haar in het algemeen geen versnelde aflossingen op dergelijke investeringen plegen plaats te vinden.

Primaire vordering

Bedrog
17. Anders dan de Maatschap [X] is de rechtbank van oordeel dat de “Euribor-affaire” geen bedrog te hunnen aanzien inhoudt.
Allereerst is Rabobank Noord en West Twente U.A. daarbij niet betrokken geweest in de zin dat zij die Euribor-rente gemanipuleerd zou hebben of daarvan zelfs maar wetenschap kan hebben gehad.
Voor zover desondanks enig verband met de Maatschap [X] zou moeten worden aangenomen, heeft te gelden dat Rabobank Nederland één van de tientallen (internationale) bankinstellingen is, die aan de hand van hun (dagelijkse) posities de Euribor bepalen en manipulatie door enige medewerker van Rabobank Nederland hoogstens tot enig promille-effect (zowel neer-als opwaarts) van dat percentage geleid kan hebben, zodat overigens niet eens van enig merkbaar effect op de driemaandelijkse verrekening met de Maatschap [X] kan worden gesproken.

18. Van enig opzettelijk verzwijgen van de nadelen en risico’s verbonden aan de derivatenovereenkomst althans renteswap is geen sprake: alleen al op basis van de bij de besprekingen van 2 en 7 oktober 2008 door Rabobank aan de Maatschap [X] overhandigde brochures en (concept-)overeenkomsten is de werking van de renteswap en daaraan mogelijk verbonden gevolg duidelijk.

Dwaling
19. Op gelijke gronden verwerpt de rechtbank het beroep van de Maatschap [X] op dwaling.
Van het achterhouden van de mogelijkheid voor de Maatschap [X] tot tussentijdse boetevrije verlaging van de renteswap is evenmin gebleken; de documentatie geeft voldoende duidelijk aan dat (ingeval van lagere rente dan Euribor) alsdan de negatieve waarde aan Rabobank dient te worden vergoed.

20. Daarenboven is de rechtbank van oordeel dat de Maatschap [X] die consequenties uit de documentatie en toelichtingen zeer wel heeft begrepen en/of heeft moeten kunnen begrijpen, omdat uit de chronologische volgorde van de gesloten overeenkomsten al blijkt dat de kredietovereenkomst bij de bespreking op 2 oktober 2008 aan de Maatschap [X] is aangeboden, deze vervolgens tijdens een bespreking met Rabobank op 7 oktober 2008 door de Maatschap [X] is getekend, bij welke gelegenheid het concept van de renteswap-overeenkomsten bij de Maatschap [X] is achtergelaten.
Die overeenkomsten zijn -na kennelijk verder intern beraad van de Maatschap [X] - twee weken later na ondertekening door de Maatschap [X] op 22 oktober 2008 aan Rabobank geretourneerd.

21. Daarbij komt dat [eiser 2] op historische gronden aanvankelijk eigenlijk alleen de gehele investering variabel wilde financieren en in oktober 2008 ook aan Rabobank liet blijken nog te willen wachten met het vastleggen van (het percentage van) de rente, omdat hij verdere daling daarvan verwachtte.
Daaruit maakt de rechtbank op dat [eiser 2] bijzonder goed begreep dat (ook) de renteswap om dat (lagere) percentage “scharnierde” en uit het tijdsverloop tussen 7 en 22 oktober 2008 valt op te maken dat hij zich in maatschapsverband bij de beslissing tot het vastleggen van de rente heeft neergelegd.

Verjaring
22. Ten aanzien van het voorgaande inzake de gevorderde vernietiging wegens bedrog en dwaling is het meest vergaande verweer van Rabobank het beroep op verjaring ex artikel 3:52 lid 1 sub c BW: de daartoe strekkende termijn bedraagt drie jaar nadat het bedrog, de dwaling of de benadeling is ontdekt.
Die termijn ging lopen op zijn vroegst op 7 oktober 2008 en ten laatste na de bespreking op 17 september 20098 en is in die periode door de Maatschap [X] niet gestuit en daarmede terecht als verweer door Rabobank opgeworpen.

Subsidiaire vordering

Ontbinding
23. Ten aanzien van de subsidiaire grondslag van de vordering van de Maatschap [X] zijnde de stelling dat Rabobank tekort is geschoten en/of onrechtmatig gehandeld heeft in strijd met de op haar rustende wettelijke en contractuele verplichtingen, overweegt de rechtbank als volgt.

24. Onder verwijzing van het hiervoor onder (13.) overwogene herhaalt de rechtbank dat deze renteswap voor de periode van 10 jaar de strekking had het risico op stijgende rente voor de Maatschap [X] af te dekken en dus zekerheid te bewerkstelligen in het kader van een deel van de verkregen financiering.
Een dergelijke renteswap kan in beginsel niet beschouwd worden als een ingewikkeld en speculatief beleggingsproduct met in potentie onbeheersbare risico’s.

25. In de daartoe relevante periode -oktober 2008- kwam vanuit de Maatschap [X] het verzoek in het kader van de gevraagde financiering omtrent de mogelijkheid van het vastleggen van rente te adviseren (met name mevrouw [X] -Vos). In dat kader was [eiser 2] meer geporteerd voor financiering op variabele basis, die overigens als zodanig ook door Rabobank aan de Maatschap [X] is aangeboden en geaccepteerd.
Datzelfde geldt voor de renteswap, die na voorlichting vanwege Rabobank en een ruime termijn voor beraad door de Maatschap [X] eveneens is geaccepteerd.
De rechtbank heeft hiervoor al vastgesteld dat een dergelijke wijze van financiering acceptabel en verantwoord is te achten, derhalve van enig niet voldoen aan een zorgplicht geen sprake is.

26. Voor zover de Maatschap [X] deze vordering wil onderbouwen met uitsluitend het volgens haar geleden nadeel, ziet de rechtbank de geproduceerde schade(berekening) bovendien niet als juist, waar deze uitgaat van alle bedragen die de Maatschap [X] onder de swap betaald zou hebben aan Rabobank.
Allereerst is een dergelijke lange termijn en (sprong)investering van aanzienlijke omvang in het kader van verstandige bedrijfsvoering niet uitsluitend op variabele rentebasis te financieren, maar is daarvan doorgaans een gedeelte tegen vaste rente aan te gaan.
Het percentage van die (vaste) rente pleegt boven die van de variabele te liggen, zodat die situatie (gedeeltelijk vast, gedeeltelijk variabel) moet worden afgezet tegen die van de renteswap.
Vervroegde of tussentijdse aflossing van het (hogere) vaste rentecontract is doorgaans alleen met een boete mogelijk, hetgeen moet worden afgezet tegen de eventuele negatieve waarde van de renteswap.
Voor zover de Maatschap [X] als geleden nadeel (enkel) wil stellen, dat de gedaalde rente als zodanig beneden het renteswapniveau is gekomen, is dat -gezien vanaf oktober 2008- een redenering die neerkomt op: “het achteraf voorspellen van de toekomst” en dat is altijd makkelijker en ten deze niet relevant.

Conclusie
27. De vorderingen van de Maatschap [X] worden afgewezen en de Maatschap [X] wordt als in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten veroordeeld.

De beslissing
De rechtbank:

I. Wijst af de vorderingen van de Maatschap [X] tegen Rabobank.

II. Veroordeelt de Maatschap [X] in de kosten van de procedure aan de zijde van Rabobank gevallen en tot op deze uitspraak begroot op € 3.864,-- aan griffierechten en € 4.000,- (2 punten x VI) aan salaris voor de advocaat.

III. Verklaart punt (II.) van het dictum van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

IV. Wijst af enig meer of anders gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. van der Veer en op woensdag 16 december 2015 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

1 productie 12 dagvaarding en productie 2 CvA

2 productie 2 dagvaarding en productie 6 CvA

3 productie 11 dagvaarding en productie 7 CvA

4 dagvaarding 37

5 dagvaarding 35 t/m 40

6 productie 13 dagvaarding

7 productie 1 CvA

8 Overweging 7