Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:5761

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
24-08-2015
Datum publicatie
06-01-2016
Zaaknummer
C/08/149442 / FA RK 13-2740
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank stelt man in staat tot het leveren van tegenbewijs dat hij geen affectieve relatie met de vrouw heeft gehad en dat hij niet de vader van kind is. Vader heeft niet meegewerkt aan een DNA-onderzoek. De rechtbank is van oordeel dat voorshands voldoende aannemelijk is gemaakt dat sprake is van een affectieve relatie en dat hij vader van kind is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2016/4906
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Familierecht en Jeugdrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/149442 / FA RK 13-2740

datum beschikking: 24 augustus 2015 (SL(O)

Beschikking van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

[verzoekster] ,

verder ook de vrouw te noemen,

wonende op een geheim adres,

verzoekster,

advocaat: mr. H.E. Visscher te Prinsenbeek,

tegen

1. [belanghebbende] ,

verder ook de man te noemen,

wonende te [woonplaats] , [adres] ,

advocaat: voorheen mr. B.A.M. Oude Breuil. thans zonder advocaat,

2. mr. B.E.A. Lamping, bijzondere curator,

belanghebbenden.

Het procesverloop

Op 13 november 2014 is een tussenbeschikking gegeven waarin Verilabs te Leiden tot deskundige is benoemd.

Op 17 februari 2015 is een brief d.d. 16 februari 2014 van Verilabs te Leiden ingekomen.

Op 13 maart 2015 is een rolbericht van mr. Oude Breuil ingekomen, waarin hij mededeelt dat hij zich aan de zaak onttrekt.

De griffier van deze rechtbank heeft de man op 17 maart 2015 een brief gestuurd, waarin hij de gelegenheid krijgt om zich te doen vertegenwoordigen door een andere advocaat.

De rechtbank heeft nadien kennis genomen van:

  • -

    een brief d.d. 27 maart 2015 van mr. Visscher, ingekomen op 27 maart 2015, en

  • -

    een brief d.d. 16 juni 2015 van mr. Visscher, ingekomen op 17 juni 2015.

De beschikking is nader bepaald op heden.

De vaststaande feiten

Bij beschikking van 13 november 2014 is Verilabs te Leiden benoemd als deskundige om een onderzoek te verrichten naar de samenstelling van het DNA van de vrouw, het uit haar geboren kind [J] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , alsmede van de man. De deskundige is tevens verzocht op grond van haar onderzoek haar oordeel zal geven over de vraag of de man de vader van [J] kan zijn, alsmede over de mate van waarschijnlijkheid dat hij de vader is.

De kosten van dat deskundigenonderzoek, begroot op € 780,-, zullen worden voorgeschoten door de griffier van deze rechtbank. Iedere verdere beslissing is aangehouden.

De beoordeling van het verzoek en de motivering van de beslissing

De inhoud van de tussenbeschikking geldt als hier herhaald en ingelast.

Uit de brief van Verilabs van 16 februari 2015 blijkt dat zij het DNA-materiaal van de vrouw en het kind in het bezit hebben sinds 5 december 2014. Van de vermeende vader heeft Verilabs ondanks herhaaldelijk uitnodigen niets vernomen. Verilabs heeft derhalve het door de rechtbank aangevraagde verwantschapsonderzoek niet kunnen uitvoeren. Indien binnen een maand niets wordt vernomen wordt het DNA-materiaal een maand na dagtekening vernietigd, waarna Verilabs een eindfactuur zal sturen. Nadien zal een nieuw onderzoek aangevraagd moeten worden, aldus Verilabs.

De vrouw handhaaft haar stelling dat de man de vader is van [J] . Zij meent dat de rechtbank aan de weigerachtige houding van de man de conclusie kan verbinden dat hij de vader is van [J] . De verzoeken liggen volgens haar dan ook voor toewijzing gereed dan wel dat deze verder inhoudelijk dienen te worden behandeld.

De bijzondere curator is van mening dat het te kort door de bocht is om op basis van de weigerachtige houding van de man te bepalen dat hij de vader van [J] is. In het geval hij niet de vader zou zijn, zou [J] een vader krijgen die niet zijn biologische vader is, die niet geïnteresseerd is en geen enkel contact met hem wil. Dat lijkt haar niet in het belang van [J] . Daarentegen doet afwijzing van het verzoek volgens haar evenmin recht aan het belang van [J] . [J] heeft immers belang bij zekerheid over wie zijn vader is, dat hij op basis hiervan de Nederlandse nationaliteit krijgt en mogelijk een band met de vader op kan bouwen, aldus de bijzondere curator.

Zij stelt zich dan ook op het standpunt dat het in het belang van [J] is dat het reeds door de rechtbank bevolen deskundigenonderzoek alsnog zal plaatsvinden, waarbij zij aan de rechtbank de vraag voorlegt of de man hiertoe gedwongen kan worden.

De man heeft niets meer van zich laten horen. Hoewel hij in de gelegenheid is gesteld zich tot een andere advocaat te wenden, heeft hij daarvan geen gebruik gemaakt.

De rechtbank stelt voorop dat een DNA-onderzoek met zekerheid uitsluitsel zou kunnen geven over de vraag of de man de verwekker is van [J] . De omstandigheid, dat een zodanig onderzoek niet kan plaatsvinden omdat de man daaraan in het geheel geen medewerking verleent, betekent echter niet dat een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap op die grond dient te worden afgewezen. Dit zou ook strijdig zijn met het belang van [J] , daar in dat geval het voor hem niet mogelijk zou zijn, een afstammingsband te realiseren met zijn vader, terwijl hij deze wel heeft.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vrouw met betrekking tot de door haar gestelde affectieve relatie het volgende naar voren gebracht:

“Ik heb samen met de man zijn ouders bezocht en ook kennis gemaakt met zijn grootmoeder en de overige familieleden. De man heeft mij aan zijn ouders voorgesteld als zijn vriendin. Ik heb gedurende een week bij zijn ouders verbleven. Toen ik ontdekte dat ik zwanger was, heb ik dat verteld aan de moeder van de man, waarna wij de man hebben geroepen. Toen het hem verteld was, was hij blij. Omdat ik problemen heb met mijn eierstokken, heeft zijn moeder hem gedwongen met mij naar het ziekenhuis te gaan. Hij vertelde iedereen dat ik zijn vriendin was en dat hij er erg blij mee was. Onze relatie duurde acht, negen maanden. Ik heb geen contacten gehad met andere mannen gedurende onze relatie. Het enige probleem was een Nederlandse leraar, die mij brieven schreef waarin hij mij schatje noemde.”

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de vrouw met de door haar genoemde feiten en omstandigheden, tegenover de enkele stelling van de man dat zij elkaar twee maanden kenden en dat van een affectieve relatie tussen hen geen sprake was, voldoende aannemelijk gemaakt dat sprake was van een affectieve relatie tussen haar en de man en dat de man de vader is van [J] . Hierbij is ook van belang dat de man voorts – ondanks herhaalde verzoeken daartoe – iedere medewerking aan het door de rechtbank gelaste deskundigenbericht (een DNA-onderzoek) heeft geweigerd. De rechtbank zou hieraan de conclusie kunnen verbinden die zij geraden acht, derhalve toewijzing van het verzoek.

De rechtbank is voorshands van oordeel dat de vrouw en de man een affectieve relatie hebben gehad en dat de man de vader is van [J] .

De rechtbank acht het echter in het belang van [J] , mede gelet op hetgeen door de bijzondere curator op dat punt naar voren is gebracht, dat de man alsnog in de gelegenheid wordt gesteld tegenbewijs te leveren van de stellingen van de vrouw dat hij met de vrouw een affectieve relatie heeft gehad en dat hij de vader van [J] is.

De rechtbank zal de zaak aanhouden en de man in de gelegenheid stellen om binnen vier weken tegenbewijs te leveren, zoals hiervoor is overwogen. De zaak wordt hiertoe verwezen naar het roljournaal van 21 september 2015.

De beslissing

De rechtbank:

I. stelt de man in de gelegenheid tegenbewijs te leveren dat van een affectieve relatie tussen hem en de vrouw geen sprake was én dat hij niet de vader van [J] is en verwijst de zaak hiervoor naar het familiejournaal van 21 september 2015.

II. houdt iedere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Jongebreur, in tegenwoordigheid van

M.T. Hovius-Huisman als griffier en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2015.

[…]

  1. […]

  2. […] .