Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:5732

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
28-12-2015
Datum publicatie
28-12-2015
Zaaknummer
C/08/180144 / KG ZA 15-404
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vervangende goedkeuring bij verkoop en levering van woning – aandeel in nalatenschap.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2016-0006
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer : C/08/180144 / KG ZA 15-404

Vonnis in kort geding van 28 december 2015

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats] ,

eisende partij, hierna te noemen [eiseres] ,

advocaat: mr. R.M. Hendriksen te Hengelo (Ov),

tegen

[gedaagde] ,

wonende op een geheim adres,

gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] ,

advocaat: mr. D.P. Kant te Goor.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, inclusief producties

- de bij fax van 24 december 2015 ingediende productie zijdens [gedaagde]

- de pleitnota van [eiseres]

- de pleitnota van [gedaagde]

- de mondelinge behandeling.

1.2.

Vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] is in algehele gemeenschap van goederen gehuwd geweest met [X] , welk huwelijk is ontbonden door het overlijden van [X] op [2003] .

2.2.

[eiseres] en [X] hebben twee kinderen geadopteerd, [Y] en [gedaagde] .

2.3.

[eiseres] , [gedaagde] en [Y] zijn de erfgenamen van de nalatenschap van [X] en zij hebben allen de nalatenschap aanvaard.

2.4.

[X] heeft op 20 december 1990 een testament opgesteld, waarin onder meer, voor zover hier van belang, het navolgende is bepaald:

‘Indien ik ten dage van mijn overlijden gehuwd ben met mevrouw [eiseres] , legateer ik haar het recht al zodanige tot mijn nalatenschap behorende zaken tot zich te nemen als zij zal verkiezen, onder de verplichting om de waarde dier zaken in mijn nalatenschap in te brengen en/of haar aandeel daarin te verrekenen.”

“Ter voldoening aan mijn verzorgingsverplichting jegens haar, vestig ik ten behoeve van mijn genoemde echtgenote het vruchtgebruik gedurende haar leven van dat gedeelte mijner nalatenschap dat zij niet reeds als erfgename verkrijgt. (…) De vruchtgebruikster is vrijgesteld van de verplichting tot het stellen van zekerheid, terwijl zij zelf het beheer zal voeren over het aan het vruchtgebruik onderworpen vermogen en geheel vrij zal zijn in de wijze van belegging of herbelegging, mits inachtnemend de regels van solide beheer.”

“Ik benoem mijn genoemde echtgenote tot uitvoerster mijner uiterste wilsbeschikkingen, met de macht van bezit en beheer voor de duur van de algehele afwikkeling mijner nalatenschap.”

2.5.

Tot de nalatenschap van [X] behoorde eveneens zijn aandeel in de echtelijke woning, gelegen aan de [adres] te [plaats] , kadastraal bekend [naam gemeente] , sectie [xxxx] , groot twee are en drie centiare (hierna: de woning). [eiseres] , die eveneens eigenaresse is van haar onverdeelde helft van de woning, heeft daarvan aldus 1/3 deel in (volledig) eigendom verkregen en [Y] en [gedaagde] ieder eveneens 1/3 deel in (bloot) eigendom.

2.6.

[eiseres] is per september 2014 verhuisd naar een huurwoning (type aanleunwoning) te [plaats] en wil de woning verkopen. [eiseres] heeft een koopovereenkomst gesloten met de heer [W] , waarbij de overeengekomen verkoopprijs € 135.000,- kosten koper bedraagt. De koopovereenkomst is gesloten onder voorbehoud van toestemming van kinderen [Y] en [gedaagde] . [Y] heeft toestemming verleend.

2.7.

Op de woning rust een hypothecaire geldlening ten bedrage van € 40.000,-.

2.8.

Bij notariële volmacht van 23 december 2015 heeft [gedaagde] een volmacht voor verkoop en levering van de woning ondertekend. Tijdens de mondelinge behandeling op 24 december 2015 heeft de notaris mr. J.G.A. Kuhlmann (hierna: de notaris), staande vergadering, de volmacht gewijzigd en onherroepelijk gemaakt.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert - na eisvermeerdering en kort samengevat - dat de voorzieningenrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, het in deze te wijzen vonnis in de plaats zal treden van de voor het opmaken van de notariële leveringsakte vereiste wilsverklaring, medewerking en handtekening van [gedaagde] benodigd om (de aandelen in) de eigendom van [gedaagde] in de woning aan de koper te leveren dan wel te bevelen dat [gedaagde] zijn medewerking dient te verlenen aan een rechtsgeldige overdracht van de woning op straffe van verbeurte van een dwangsom, alsmede te bepalen dat de notaris verplicht is de overwaarde van de woning aan [eiseres] uit te betalen, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

3.2.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang volgt uit de aard van het gevorderde.

4.2.

De voorzieningenrechter overweegt dat, gelet op de onherroepelijke volmacht die door [gedaagde] is afgegeven en de toezegging die door de notaris ter mondelinge behandeling is gegeven, de levering van de woning gewoon doorgang zal vinden op 31 december 2015. Daarmee is het geschil over de levering van de woning opgelost en is geen vervangende toestemming bij vonnis noodzakelijk. Ter mondelinge behandeling werd echter de aard van het achterliggende problematiek duidelijk, namelijk de verdeling van de opbrengst van de verkoop en levering van de woning.

4.3.

Tussen partijen is in geschil of de volledige opbrengst van de verkoop en levering van de woning wel naar [eiseres] dient te worden overgemaakt. [eiseres] stelt dat zij als executeur handelt en het vruchtgebruik heeft over het gedeelte van de nalatenschap van [X] dat [eiseres] niet reeds als erfgenaam heeft verkregen. Voorts blijkt uit het testament dat [eiseres] geheel vrij zal zijn in de wijze van belegging of herbelegging van het aan het vruchtgebruik onderworpen vermogen en het vruchtgebruik eindigt niet door de verkoop en levering van de woning, noch door het feit dat [eiseres] is verhuisd naar een aanleunwoning. In het testament is slechts bepaald dat het vruchtgebruik zal eindigen indien [eiseres] naar een bejaardentehuis of een verpleeginrichting zou verhuizen, maar dit is niet het geval. Bovendien zag het opnemen van een dergelijke bepaling op de vermogenstoets in de Wet op de bejaardenoorden die in 1997 is afgeschaft. In het testament is voorts geen opeisbaarheidsclausule opgenomen, zodat [gedaagde] zijn aandeel in de nalatenschap op dit moment niet kan opeisen. [eiseres] dient aldus de beschikking te krijgen over de volledige opbrengst van de verkoop en levering van de woning.

4.4.

[gedaagde] is daarentegen van mening dat het vruchtgebruik is geëindigd nu in het testament de bepaling is opgenomen dat het vruchtgebruik onder meer zal eindigen wanneer [eiseres] in een bejaardentehuis of een verpleeginrichting zal worden opgenomen. Het begrip bejaardentehuis is achterhaald en een aanleunwoning is een modernere variant die ten tijde van het opstellen van het testament nog niet bekend was. [gedaagde] maakt om die reden aanspraak op zijn deel van de nalatenschap van [X] en wel ter hoogte van een bedrag van € 22.500,- (zijnde 1/6 deel van de koopsom). Daarbij merkt [gedaagde] op dat de hypothecaire schuld na het overlijden van [X] is aangegaan door [eiseres] , zodat deze ook volledig ten laste van [eiseres] dient te komen.

4.5.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat, zoals ook ter mondelinge behandeling reeds met partijen is besproken, het antwoord op de vraag of de voltallige opbrengst van de verkoop en levering van de woning aan [eiseres] dient te worden overgemaakt of dat er reeds een deel aan [Y] en [gedaagde] dient te worden uitbetaald en zo ja, wat de hoogte van dat deel dient te zijn, het bestek van dit kort geding te buiten gaat. Daarover dient in een

- met meer waarborgen omklede - bodemprocedure een beslissing te worden genomen. Gelet op het feit dat de discussie zich thans beperkt tot een bedrag ter hoogte van € 22.500,-, zal de voorzieningenrechter bepalen dat de notaris de opbrengst van de verkoop en levering van de woning kan afwikkelen en overmaken naar [eiseres] , behoudens een bedrag van € 22.500,-, welk bedrag op de derdenrekening van de notaris kan blijven staan totdat een beslissing daarover in een eventueel te voeren bodemprocedure is genomen.

4.6.

Gelet op de familiaire verhoudingen van partijen ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

bepaalt dat de verkoop en levering van de woning, gelegen aan de [adres] te [plaats] , kadastraal bekend [naam gemeente] , sectie [xxxx] , groot twee are en drie centiare, blijkens de door [gedaagde] afgegeven onherroepelijke notariële volmacht van 23 december 2015 plaats kan vinden op 31 december 2015,

5.2.

bepaalt dat de notaris, na aftrek van de (hypothecaire) kosten, de opbrengst van de verkoop en levering van de woning zal overmaken aan [eiseres] , met uitzondering van een bedrag ter hoogte van € 22.500,-, welk deel in afwachting van de uitkomst van een eventueel tussen partijen te voeren bodemprocedure op de derdenrekening van de notaris zal blijven staan,

5.3.

compenseert de proceskosten in die zin dat ieder der partij zijn eigen kosten draagt,

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G.G. Vermeulen, voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 december 2015 in tegenwoordigheid van de griffier.