Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:5716

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
26-11-2015
Datum publicatie
23-12-2015
Zaaknummer
3970998 WM VERZ 15-1451
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voor een onbetaald gebleven boete is een dwangbevel betekend door de deurwaarder. Totaal daarmee gemoeid bedrag: ongeveer € 570. Betrokkene stelt in zijn verzetschrift dat hij de boete en de verhogingen nooit eerder heeft ontvangen. Dat kan komen door de spatie tussen zijn huisnummer en de toevoeging bij zijn huisnummer. De kantonrechter oordeelt dat het CJIB in sommige situaties meer moet doen dan het per gewone post toesturen van de sanctie en de twee verhogingen voordat de deurwaarder op pad gestuurd wordt. Het is billijk om het dwangbevel te vernietigen en om betrokkene alleen de oorspronkelijke sanctie van € 140 en de € 7 administratiekosten te laten betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht - zittingsplaats Enschede

Zaaknummer : 3970998 WM VERZ 15-1451

CJIB-nummer : 1834941

[betrokkene]

wonende [adres]

[adres]

nader te noemen: betrokkene.

heeft op 20 maart 2015 een verzetschrift dat zich richt tegen de tenuitvoerlegging van het door de officier van justitie te Leeuwarden op 13 maart 2015 aan hem betekende en op 5 maart 2015 uitgevaardigde dwangbevel krachtens de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV);

gezien de overige op de zaak betrekking hebbende stukken;

Betrokkene is verschenen en gehoord op de openbare zittingen van 27 augustus 2015 en 26 november 2015.

Overweegt:

Betrokkene is tijdig in verzet gekomen tegen het dwangbevel en hij heeft op 7 april 2015 het verschuldigde griffierecht betaald.

Betrokkene voert aan dat hij bereid is om de opgelegde boete van € 140 en de € 7 administratiekosten te betalen maar niet alle verhogingen en bijkomende kosten zoals door de deurwaarder aangezegd.

Betrokkene voert aan dat hij niet eerder dan door de aanzegging van de deurwaarder op de hoogte is gekomen van het opgelegd zijn van de sanctie. Hij heeft de gehele relevante periode gewoond aan de [weg] 160 – 6 maar post wordt bij hem regelmatig verkeerd bezorgd. Mogelijk komt dat door de toevoeging 6 naast het huisnummer 160, in het bijzonder wanneer huisnummer en toevoeging slechts door een spatie worden gescheiden in de adressering. Ook de regelmatige personeelswisseling van Post-NL draagt niet bij aan de betrouwbaarheid van de postbezorging.

De officier van justitie heeft in zijn commentaar gesteld dat weliswaar niet 100 % van alle poststukken op het juiste adres wordt bezorgd maar dat wel kan worden uitgesloten dat drie achtereenvolgens aan hetzelfde adres gezonden poststukken, hoewel voorzien van de juiste adressering en afkomstig van dezelfde instantie, betrokkenen niet bereiken.

De officier van justitie stelt dat, als de kwaliteit van de postbezorging kennelijk gedurende een langere termijn tekort schiet, betrokkene voldoende gelegenheid heeft gehad om daartegen zelf een adequate voorziening te treffen. Zo kan hij een postbus huren. Het ontvangen van geen enkele mededeling over de opgelegde sanctie moet daarom voor zijn rekening en risico komen.

De post is volgens de officier van justitie telkens aan het volgens de basisregistratie personen (BRP) juiste adres met huisnummer 160 6 toegestuurd.

De kantonrechter heeft betrokkene in de gelegenheid gesteld om met een uittreksel aan te tonen hoe hij bij de gemeente staat geregistreerd in de BRP. Wat nu is gebleken uit het door betrokkene overgelegde document van de gemeente is dat de gemeente kennelijk in de registratie aparte velden heeft voor het huisnummer en voor een eventuele toevoeging. Achter huisnummer staat dan: 160, terwijl achter toevoeging staat: 6.

De kantonrechter heeft vervolgens aan de officier van justitie gevraagd waarom het CJIB gebruik maakt van een spatie tussen huisnummer en toevoeging in plaats van een meer onderscheidend leesteken als bijvoorbeeld een liggend streepje. De officier van justitie heeft daarop geantwoord dat het CJIB de adressen zo gebruikt zoals het ze krijgt aangeleverd van de RDW (kentekenregistratie) of de politie (staandehoudingen). Het CJIB beheert geen eigen adressenbestand. Het CJIB kan dus geen adressen of toevoegingen als een liggend streepje opnemen voor eventuele toekomstige boetes. Betrokkene dient dit zelf te regelen bij de RDW en de BRP.

De kantonrechter overweegt het volgende.

Het is een feit van algemene bekendheid dat de postbestellers met een jarenlange, soms decennialange aanstelling, uit het straatbeeld aan het verdwijnen zijn. Daarvoor in de plaats zijn deeltijdkrachten gekomen. Zij zijn soms maar korte tijd in dienst en werken niet elke dag, zij worden soms in meerdere wijken ingezet, en combineren de postbezorging soms met een folderwijk of veel andere taken als het huishouden, studie of een andere werkkring.

Tegelijk zijn in de afgelopen jaren her en der woonwijken aangelegd waarin straten op een minder conventionele manier zijn aangelegd: zij slingeren niet altijd even voor de hand liggend door een wijk, hebben pleinvormige verbredingen, meerdere vertakkingen of worden onderbroken door andere straten of pleinen met andere namen. Niet zelden loopt een straat in nieuwere wijken naadloos over in een straat met een andere naam, zonder dat visueel duidelijk is waarom.

Een en ander kan niet zonder gevolgen zijn voor de kwaliteit van de postbezorging.

Een en ander leidt er naar het oordeel van de kantonrechter toe dat helemaal niet meer illusoir is dat bij sommige adressen drie enveloppen van dezelfde instantie niet aankomen, in het bijzonder niet als zoals in het onderhavige geval sprake is van een toezenden aan een adres met een huisnummer met toevoeging, van elkaar gescheiden met slechts een spatie.

Dat de overheid zijn taken verdeeld onderbrengt bij gemeente, RDW, politie, CJIB en openbaar ministerie moge zo zijn, maar dat leidt niet ertoe dat het CJIB zich eenvoudig kan beroepen op het gegeven dat het van andere overheidsdiensten zijn adresbestanden betrekt.

Het ontslaat in dit geval het openbaar ministerie er niet van om het maximaal redelijke te doen om de burger daadwerkelijk te bereiken wanneer zij hem een sanctie oplegt en deze wil incasseren. Wanneer de bedragen hoger worden, zijn de te verwachten inspanningen van het OM navenant groter.

Het lijkt er gelet op het format van het getoonde uittreksel op dat de gemeente niet de mogelijkheid biedt om het huisnummer en de toevoeging te laten registreren met een streepje ertussen. Huisnummers en toevoegingen zijn overigens ook niet aan de burger om hen te bepalen maar ze worden door de gemeentelijke overheid vastgesteld. Even goed is het de politieambtenaar en niet de burger die bij staandehouding het adres invult op de aankondiging van de beschikking. De burger heeft dus geen invloed op het adres dat het CJIB gebruikt.

De kantonrechter begrijpt zonder meer uitleg niet waarom het CJIB, als dat in zijn informatieverwerkend systeem via de RDW althans uit de BRP namen, huisnummers en eventueel toevoegingen verwerkt, het eigen systeem niet een streepje zou kunnen laten toevoegen tussen huisnummer en toevoeging, zoals dat eigen systeem kennelijk in staat is om de naam en voornamen op een andere regel af te drukken dan de straatnaam, huisnummer en eventuele toevoeging en die weer op een andere regel dan de postcode en plaatsnaam.

Hoe dan ook, huisnummers met toevoegingen leveren meer kans op verkeerde bezorging.

Het CJIB kiest kennelijk ervoor om geen duidelijker markering tussen huisnummer en toevoeging te gebruiken dan een enkele spatie. Het CJIB kiest er ook niet voor om de burger via een aangetekende brief over een sanctie of een verhoging te informeren voordat een dwangbevel wordt uitgevaardigd en al of niet ook een kostbare deurwaarder wordt ingeschakeld.

Het is de officier van justitie die het CJIB inschakelt voor het toesturen van sancties en verhogingen en voor de incasso van zijn dwangbevelen. Hij is dus indirect verantwoordelijk voor de wijze waarop en de zekerheid waarmee zijn berichten de burger bereiken.

Anders dan de officier van justitie in zijn commentaar, ziet de kantonrechter niet wat de burger eenvoudig aan de situatie van verwarrende stratenloop, wisselende onervaren postbestellers, de inrichting van de BRP, het adressenbestand van de RDW, de werkwijze van het CJIB of de aantekeningen van een verbalisant kan doen. Ja, de burger kan een postbus huren zoals de officier van justitie stelt, maar mag dat gelet op de kosten daarvan werkelijk van hem verwacht worden?

Hoe dan ook ziet de kantonrechter ruimte voor verbetering van de zekerheid van de te bereiken bezorging, als het OM en/of het CJIB andere keuzes zou maken met betrekking tot de adressering en de wijze van verzending. De huidige keuzes zijn alleen te verklaren door kostenefficiency en gemakzucht. Het moge zo zijn dat in Nederland de gemiddelde boete nog geen € 70 bedraagt, maar door het systeem van de wettelijke verhogingen bereiken sommige boetes een dermate hoog bedrag dat van het openbaar ministerie en het CJIB in sommige gevallen andere keuzes zouden mogen worden verwacht om de burger te bereiken.

Bij de tweede verhoging wordt bij de meeste verkeersboetes het bedrag van de oorspronkelijke boete verdrievoudigd.

In het onderhavige geval werd de oorspronkelijke boete van € 140 verhoogd tot € 420. Door de inschakeling van de deurwaarder komt daar nog eens ongeveer € 150 bij. Ergens tussen de oplegging van de oorspronkelijke boete en de betekening van het dwangbevel door een deurwaarder zou de officier van justitie naar het oordeel van de kantonrechter hebben moeten kiezen voor een weliswaar iets duurdere maar wel veel betrouwbaardere kennisgeving dan de eenvoudige toezending door middel van de gewone post zonder huisnummer en toevoeging duidelijker van elkaar te scheiden.

Het is naar het oordeel van de kantonrechter zo dat bij deze bedragen en bij een adres als dat van betrokkene op enig moment van de officier van justitie een zekerdere, betrouwbaardere toezending mocht worden verwacht voordat de officier van justitie zich erop kan beroepen dat de burger maar kosten moet maken voor een postbus om zijn correspondentie te kunnen ontvangen.

De conclusie moet zijn dat het dwangbevel moet worden vernietigd. Een billijke afweging brengt met zich mee dat betrokkene nog wel het oorspronkelijke bedrag van de sanctie, € 140 met de € 7 administratiekosten aan het CJIB moet betalen maar dat hij de andere bedragen niet meer verschuldigd is.

Beslissing

Verklaart het verzet gegrond.

Vernietigt het dwangbevel;

Bepaalt dat de toegepaste eerste en tweede verhoging van respectievelijk € 70 en € 210 door de officier van justitie ongedaan wordt gemaakt;

Bepaalt dat de op de voet van artikel 26 Wahv betaalde griffierechten, te weten € 78, door de griffier van de rechtbank aan betrokkene worden gerestitueerd;

Aldus gegeven door mr. F.C. Berg, kantonrechter, en in tegenwoordigheid van de griffier J.G.M. Wolbers, uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 november 2015.

Afschrift toegezonden aan betrokkene en de officier van justitie op:

Tegen deze beschikking kan door de officier van justitie en betrokkene hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden binnen 2 weken vanaf bovengenoemde datum van toezending door indiening van een beroepschrift aan dit gerecht. (postadres: postbus 323, 7600 AH Almelo).

Als betrokkene hoger beroep instelt dat moet hij op grond van artikel 26a jo 27, zesde lid WAHV binnen twee weken na de dag van verzending van deze mededeling zekerheid stellen door storting op IBAN-rekeningnummer NL28RBOS.0569988888 t.g.v. het Centraal Justitieel Incasso Bureau te Leeuwarden van het nog verschuldigde bedrag en alle kosten. Bovendien zijn griffierechten van € 291,00 verschuldigd. Deze moeten binnen twee weken na verzenddatum van de toe te sturen griffierechtnota zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank (onder vermelding van ons kenmerk en CJIB-nummer) dan wel ter griffie zijn gestort.

Indien de zekerheid of het griffierecht niet tijdig wordt betaald, wordt het beroep niet ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.