Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:5627

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
21-12-2015
Datum publicatie
21-12-2015
Zaaknummer
15/2615
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Oudejaarshuisje in Vollenhove mag blijven staan. De rechtbank Overijssel oordeelt dat de ontheffing voor een oudejaarshuisje terecht is verleend. Gezien de afstand van zo’n 50 meter tussen het perceel van de omwonende en de locatie van de oudejaarskeet en het feit dat beide locaties worden gescheiden door een parkeerplaats en een weg en er bovendien rond de nieuwe locatie van de oudejaarskeet bomen staan, is de voorzieningenrechter van oordeel dat sprake is van een fysieke scheiding zoals door de gemeente Steenwijkerland voorgestaan. De rechter stelt dat door de getroffen maatregelen, aangenomen mag worden dat er geen sprake zal zijn van de overlast die in eerdere jaren werd ervaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 15/2615

uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker 1] , te Vollenhove, verzoeker,

gemachtigde: mr. H. Martens,

en

het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland, verweerder

Als belanghebbenden hebben aan het geding deelgenomen: de Oudejaarsgroep [belanghebbende A] en Oudejaarsgroep [belanghebbende B] te Vollenhove.

Procesverloop

Bij besluit van 1 december 2015 heeft verweerder aan belanghebbende Oudejaarsgroep [belanghebbende A] (hierna: belanghebbende A) ontheffing verleend voor

het plaatsen van een oudejaarshuisje op de locatie Vollenhove, parkeerplaats Groenestraat, achter [winkel] .

Bij besluit van eveneens 1 december 2015 heeft verweerder aan Oudejaarsgroep [belanghebbende B] (hierna: belanghebbende B) ontheffing verleend voor het plaatsen van een oudejaarshuisje op de locatie Vollenhove, parkeerplaats Groenestraat ter hoogte van [adres] .

Verzoeker heeft tegen deze besluiten bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 december 2015.

Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door N. Kocic en G. Holtjer. Namens belanghebbende A is verschenen [naam 1] , namens belanghebbende B is verschenen [naam 2] .

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

2. De bestreden besluiten zien op het plaatsen van oudejaarshuisjes op de in rubriek 1 omschreven locaties. Plaatsing van de huisjes is toegestaan met ingang van 24 december 2015, na sluitingstijd van de winkels, en de huisjes moeten uiterlijk 2 januari 2016 weer verwijderd zijn. Het gebruik van de huisjes is toegestaan van 24 december 2015 tot en met

1 januari 2016.

3. Verzoeker verzoekt om schorsing van de verleende ontheffingen.

Verzoeker stelt daartoe reeds jarenlang overlast te ondervinden van de oudejaarskeet

[belanghebbende B] op de locatie parkeerplaats Groenestraat (achter [winkel] ). In overleg

is besloten tot verplaatsing van de keet. Echter de nieuwe locatie van [belanghebbende B] is nog steeds te dicht op de woning van verzoeker (afstand circa 50 meter en nog steeds in het zicht) zodat er nog steeds sprake zal zijn van overlast, ook omdat de verhoudingen inmiddels ernstig zijn verstoord. In strijd met toezeggingen komt op de locatie achter de woning van verzoeker een andere keet te staan, de keet van belanghebbende A.

Het voorschrift dat ziet op voorkoming van geluidsoverlast is te ruim geformuleerd en laat een subjectief oordeel van een agent doorslaggevend zijn. Verzoeker pleit voor een geluidsvoorschrift analoog aan de geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit of de norm dat muziek uit de keet niet hoorbaar mag zijn.

Voor controle van de aan de ontheffingen verbonden voorschriften zal geen capaciteit zijn.

Indien de voorwaarde van het plaatsen van een dixietoilet alleen is opgelegd aan [belanghebbende B] is er sprake van misbruik van verzoeker om regels en voorwaarden aan te scherpen.

4. Ingevolge artikel 2:10 van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Steenwijkerland 2009 (hierna APV), eerste lid, aanhef en onder e, is het verboden de weg, een weggedeelte of een andere openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien het voorwerp of beoogde gebruik een oudejaarshuisje betreft.

Ingevolge het tweede lid kan het bevoegd bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of ter bescherming van de woon- of leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van oudejaarshuisjes.

Ingevolge het derde lid kan het bevoegd bestuursorgaan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Ingevolge artikel 1.8 van de Apv kan de vergunning of ontheffing door het bevoegde gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:

a. de openbare orde;

b. de openbare veiligheid;

c. de volksgezondheid;

d. de bescherming van het milieu.

Verweerder heeft bij besluit van 19 oktober 2010 op grond van artikel 2:10 van de APV Nadere regels voor het plaatsen van een oudejaarshuisje (hierna: Nadere regels) vastgesteld.

In artikel 1 is bepaald dat in deze Nadere regels onder oudejaarshuisje wordt verstaan een in de openbare ruimte geplaatst verblijf dat veelal door de jeugd wordt gebruikt om de periode rond de kerst en de jaarwisseling samen door te brengen. Een oudejaarshuisje kan o.a. zijn een zeecontainer, keet of eigen bouwwerk.

In artikel 2 van de Nadere regels is bepaald dat een oudejaarshuisje uitsluitend mag worden geplaats op een locatie die is goedgekeurd door de gemeente Steenwijkerland en de politie.

Bij aanwijzingsbesluit van 26 november 2013 heeft verweerder locaties aangewezen waar oudejaarshuisjes mogen worden geplaatst en daarbij vastgesteld hoeveel oudejaarshuisjes maximaal per locatie zijn toegestaan.

Artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Ingevolge het vierde lid wordt onder beleidsregel verstaan: een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan.

Artikel 4:84 van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

5.1

De voorzieningenrechter stelt vast dat de bestreden ontheffingen zijn verleend voor plekken die bij het aanwijzingsbesluit van 26 november 2013 zijn aangewezen als locaties waar oudejaarshuisjes mogen worden geplaatst, en dat verzoeker daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, hoewel verweerder bij bekendmaking van het Aanwijzingsbesluit op

3 december 2013 heeft meegedeeld dat tegen het aanwijzingsbesluit bezwaar kon worden gemaakt.

5.2

Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is het aanwijzingsbesluit,

anders dan waar verweerder klaarblijkelijk vanuit is gegaan, geen appellabel concretiserend besluit van algemene strekking, maar een op artikel 2:10, derde lid, van de APV gebaseerde beleidsregel waartegen ingevolge artikel 8:3, eerste lid, onder a, gelezen in verband met artikel 7:1, eerste lid van de Awb geen bezwaar of beroep mogelijk was.

De voorzieningenrechter verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 13 januari 2010 (ECLI:NL:RVS:

2010:BK9009).

5.3

Naar voorlopig oordeel is het bij het aanwijzingsbesluit vastgestelde beleid niet onredelijk.

5.4

Nu de aan de bestreden besluiten ten grondslag liggende ontheffingsaanvragen zien op locaties die zijn aangewezen in het aanwijzingsbesluit, is verweerder gehouden de gevraagde ontheffingen te verlenen tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 4:84 van de Awb die aan ontheffingverlening in de weg staan.

6.1

De grieven van verzoeker tegen de aan belanghebbende A verleende ontheffing zien uitsluitend op de bij het aanwijzingsbesluit aangewezen locatie voor een oudejaarshuisje op parkeerplaats Groenestraat, achter [winkel] , en niet op bijzondere omstandigheden die aan verlening van de ontheffing aan belanghebbende A in de weg staan als zodanig.

6.2

Voorts is niet gebleken van rechtens te honoreren toezegging dat ter plekke

geen oudejaarshuisje meer geplaats zou worden. In de door verzoeker overgelegde correspondentie tussen verzoeker en medewerkers van verweerder wordt weliswaar herhaaldelijk gesproken over het voornemen om verweerder voor te stellen het aanwijzingsbesluit aan te passen, in die zin dat onderhavige locatie voor een oudejaarshuisje op de parkeerplaats aan de Groenestraat vervalt, maar daarbij is wel uitdrukkelijk het voorbehoud gemaakt dat het aan verweerder is om daarover definitief te beslissen.

6.3

Verder is de voorzieningenrechter van oordeel dat niet kan worden gezegd dat sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan verweerder in redelijkheid niet had kunnen overgaan tot het verlenen van ontheffing aan belanghebbende B voor het plaatsen van een oudejaarshuisje op de locatie parkeerplaats Groenestraat ter hoogte van [adres] .

6.4

Uit de onderliggende stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verweerder ter voorkoming van een escalatie van het conflict tussen verzoeker en de bezoekers van oudejaarskeet [belanghebbende B] verhuizing van het betreffende oudejaarshuisje heeft bewerkstelligd met als doel een fysieke scheiding tussen de partijen in het conflict. Gezien de afstand van zo’n 50 meter tussen het perceel van verzoeker en de locatie van de oudejaarskeet [belanghebbende B] en het feit dat beide locaties worden gescheiden door een parkeerplaats en een weg en er bovendien rond de nieuwe locatie van de oudejaarskeet bomen staan, is de voorzieningenrechter van oordeel dat sprake is van een fysieke scheiding zoals door verweerder voorgestaan. De voorzieningenrechter stelt voorts vast dat de overlast die verzoeker stelt te hebben ondervonden van de oudejaarskeet van [belanghebbende B] op de oude locatie, zoals het urineren en overgeven van bezoekers op de oprit en in de tuin van de woning van verzoeker, geluidsoverlast, het slopen van een koelkast en het versperren van

de doorgang met een vuurton, plaatsgebonden is en vooralsnog aangenomen mag worden

dat van dergelijke overlast voor verzoeker door bezoekers van [belanghebbende B] gezien de gecreëerde fysieke afstand niet of nauwelijks sprake meer zal zijn.

Bovendien is een zekere mate van (geluids)overlast inherent aan de plaatselijke traditie

van het plaatsen van oudejaarshuisjes en is overlast in het kader van de beoordeling van

een ontheffingsaanvraag gezien het in artikel 1.8 van de APV neergelegde toetsingskader

pas relevant indien het belang van de openbare orde in geding is. Dat daarvan sprake is,

is gesteld noch gebleken.

7. Voor wat betreft het aan de ontheffingen verbonden geluidsvoorschrift stelt de voorzieningenrechter vast dat het voorschrift dat het ten gehore brengen van muziek zodanig geregeld moet zijn dat er geen overlast voor de omgeving wordt veroorzaakt (voorschrift 10) conform de Nadere regels is. Daarnaast is aan de ontheffing het voorschrift verbonden dat het ten gehore brengen van muziek onmiddellijk moet worden gestaakt wanneer de politie en/of de inspecteur openbare ruimte in het belang van de openbare orde daartoe opdracht geeft. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de betreffende functionarissen vanuit hun functie in staat kunnen worden geacht objectief te oordelen over de aanwezigheid van onaanvaardbare geluidsoverlast.

8. Voorts is niet gebleken van het uitsluitend aanscherpen van de voorschriften voor

de ontheffing ten aanzien van belanghebbende B. Zo is conform artikel 4, derde lid, van de Nadere regels ook in de aan belanghebbende A verleende ontheffing opgenomen dat binnen of nabij het oudejaarshuisje een sanitaire voorziening moet zijn.

9. Het bestreden besluit is naar voorlopig oordeel rechtmatig

10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

11. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Landstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.