Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:5406

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
10-12-2015
Datum publicatie
10-12-2015
Zaaknummer
08.770095-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 33-jarige man die midden in de nacht dronken een woning binnendrong in Steenwijk en het slapende echtpaar met een mes aanviel krijgt een celstraf van 5 jaar. De rechtbank Overijssel veroordeelt hem voor een poging doodslag en poging tot afpersing.

In de woning lagen ook de vier kinderen van het echtpaar te slapen. Voor de ouders en hun kinderen is de overval een zeer beangstigende ervaring geweest. De man en vrouw hebben tijdens de overval gevreesd voor hun leven en dat van hun kinderen. De overval heeft het gevoel van veiligheid van het hele gezin enorm aangetast en ertoe geleid dat zij niet meer onbezorgd en onbevangen in het leven kunnen staan. De rechtbank rekent dat de inbreker zwaar aan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.770095-15 (P)

Datum vonnis: 10 december 2015

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1982 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] ,

nu verblijvende in de P.I. Achterhoek, HvB Ooyerhoek te Zutphen.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 november 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.C.J. Nettenbreijers en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman
mr. J. de Ruiter, advocaat te Kampen, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: zich schuldig heeft gemaakt aan een poging doodslag op [slachtoffer 1] door met een mes stekende bewegingen in de richting van zijn hoofd en bovenlichaam te maken, subsidiair is dit ten laste gelegd als een poging zware mishandeling en meer subsidiair als een bedreiging;

feit 2: zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot afpersing van [slachtoffer 1]
en [slachtoffer 2] ;

feit 3: zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van de portemonnee van [slachtoffer 1] .

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 23 mei 2015 te Steenwijk, gemeente Steenwijkerland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, met een mes stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van het hoofd en/of het (boven)lichaam van die [slachtoffer 1] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, subsidiair, terzake dat

hij op of omstreeks 23 mei 2015 te Steenwijk, gemeente Steenwijkerland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een mes stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van het hoofd en/of het (boven)lichaam van die [slachtoffer 1] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, althans, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, meer subsidiair, terzake dat

hij op of omstreeks 23 mei 2015 te Steenwijk, gemeente Steenwijkerland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een mes stekende bewegingen gemaakt in de richting van het hoofd en/of het (boven)lichaam van die [slachtoffer 1] .

2.

hij op of omstreeks 23 mei 2015 te Steenwijk, gemeente Steenwijkerland, omstreeks 03.00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan [adres] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, met een mes in zijn hand de slaapkamer van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is binnengelopen en/of met een mes stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van die [slachtoffer 1] en/of (daarbij) de woorden "ik wil geld", in elk geval woorden van gelijke aard of strekking, heeft gebezigd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3.

hij op of omstreeks 23 mei 2015 te Steenwijk, gemeente Steenwijkerland, omstreeks 03.00 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan [adres] , alwaar verdachte zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdacht.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren met aftrek van voorarrest. Hij heeft tevens verzocht om de vorderingen van de benadeelde partijen toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

Inleiding

Op zaterdag 23 mei 2015 omstreeks 03:00 uur kreeg de surveillance-eenheid van de politie te Steenwijk de melding te gaan naar de [adres] te Steenwijk, waar een inbreker zou zijn overlopen. De inbreker zou een mes bij zich hebben en de meldster zou in haar hand zijn gestoken.

In de woning van bovengenoemd adres troffen verbalisanten de meldster boven aan de trap. Zij had veel bloed op haar bovenlichaam en ook op de overloop lag veel bloed. De vrouw gaf aan dat de politie achter de dichte deur moest zijn. Eén van de verbalisanten wilde de deur openen, maar voelde weerstand. Nadat hij zich kenbaar had gemaakt als zijnde politie, werd de deur van binnen geopend. In deze kamer stond een man, gekleed in onderbroek, met een mes in zijn hand. De verbalisant sommeerde de man het mes te laten vallen, waarop hij het mes op bed gooide. De meldster verklaarde, dat deze persoon haar man was.

De man gaf aan, dat de verdachte achter de deur op de grond lag. De verbalisant zag inderdaad achter de deur op de grond een man liggen die vervolgens is aangehouden. Deze aangehouden man bleek verdachte te zijn.

De meldster [slachtoffer 2] (hierna ook: aangeefster) bleek gewond te zijn aan haar hand. Haar man, [slachtoffer 1] (hierna ook: aangever) had een kras in zijn gezicht, bij zijn linker kaak.

Het ter plaatste gekomen ambulancepersoneel heeft de aangevers onderzocht en verdachte werd in het surveillancevoertuig geplaatst en er werd een veiligheidsfouillering uitgevoerd, waarbij bleek dat hij twee zwarte lederen portemonnees in zijn bezit had. In één van deze portemonnees zat een rijbewijs dat op naam stond van [slachtoffer 1] , de aangever.

Verdachte heeft, zowel bij de politie als ter terechtzitting verklaard, dat hij zich niet meer kan herinneren wat er die nacht is gebeurd en dat hij, waarschijnlijk door de drank, een stuk van de film kwijt is. Verdachte heeft verklaard dat hij niet begrijpt wat hij in de woning deed. Hij heeft verklaard dat hij met zijn vriendin in Steenwijk was geweest in café ‘ [café] ’. Hij heeft verklaard dat hij in het café rond de zeven glazen whisky heeft gedronken en dat hij daarvoor thuis al wijn had gedronken. Op een gegeven moment was zijn vriendin weggegaan en bleef hij in Steenwijk. Hij had nog iets gedronken bij een ander café of dancing. Vanaf dat moment zegt verdachte het zich allemaal niet meer goed te kunnen herinneren. Hij zegt zich niet te kunnen herinneren hoe hij bij de woning binnen is gekomen en hij zegt zich ook niet te kunnen herinneren dat hij een mes of een portemonnee heeft gepakt. Hij kan zich wel herinneren, dat hij boven een deur opendeed, het licht aandeed en ineens twee mensen in bed zag liggen, waarna er een worsteling had plaatsgevonden, waarbij over en weer klappen waren uitgedeeld. Verdachte heeft verklaard dat hij niet weet wat hij in de woning zocht en waarom hij met het mes de slaapkamer is binnengegaan.

De forensische opsporing heeft in de woning onderzoek verricht. Er is geen braakschade geconstateerd. In de woning waren meerdere bloedsporen aanwezig en in de ouderslaapkamer waar de verdachte was aangehouden was behoorlijk veel bloed aanwezig. Op het bed werd een mes aangetroffen dat in beslag is genomen. Het betrof een mes dat afkomstig was uit de keuken van aangevers met een totale lengte van 31 cm en een lemmet van 17 cm. Het lemmet van het mes was bebloed. Na onderzoek bleek dit bloed te betreffen van beide aangevers.

5.2

Het standpunten van de officier van justitie

De officier van justitie acht het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde, op basis van de verklaringen van aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , het aantreffen van het mes en de geconstateerde letsels bij de aangevers, wettig en overtuigend bewezen. Ook het onder 3 ten laste gelegde acht hij wettig en overtuigend bewezen nu de portemonnee van [slachtoffer 1] bij verdachte is aangetroffen.

5.3

Het standpunten van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Hij heeft erop gewezen dat verdachte zich oprecht niets kan herinneren.

5.4

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Aangeefster [slachtoffer 2] heeft, samengevat, het volgende verklaard over hetgeen in de woning heeft plaatsgevonden.

Zij verklaarde dat zij lag te slapen, toen zij wakker werd van een geluid. Ze dacht

dat het één van de kinderen was. De deur ging open en het licht ging aan. Ze zag een haar onbekende man in de deuropening staan. Ze zag dat deze man een mes, bovenhands, vast had. Hij liep verder de slaapkamer in, naar de kant van het bed waar haar man [slachtoffer 1] lag, die ondertussen ook wakker was geworden. De onbekende man maakte met het mes een stekende beweging in de richting van de borstkas van [slachtoffer 1] waarop [slachtoffer 1] de arm van de man vastpakte. De man probeerde nog steeds het mes richting het bovenlichaam van [slachtoffer 1] te duwen, wat niet lukte. Aangeefster ging op haar knieën op het bed achter haar man zitten om hem te helpen het mes af te weren. Samen hebben ze de man kunnen overmeesteren. [slachtoffer 1] zette de man tegen de muur en heeft hem meerdere vuistslagen in het gezicht gegeven. De man raakte hierdoor bewusteloos, waarna aangeefster 112 heeft gebeld. Terwijl zij 112 belde, zag aangeefster dat de man weer bij bewustzijn kwam en dat hij er vandoor wilde gaan. [slachtoffer 1] had toen het mes vast, dat eerst door de man werd vastgehouden en gaf hem weer een aantal rake vuistslagen waardoor hij opnieuw het bewustzijn verloor.

Aangeefster heeft door de worsteling met de man met het mes meerdere sneden in haar hand. Die werden in het ziekenhuis gehecht. Aangeefster is een foto van het mes, dat in hun slaapkamer was aangetroffen, getoond. Aangeefster verklaarde dat dit inderdaad hun mes was. De laatste keer dat zij het zag, hing het in de keuken aan de muur.

Aangever [slachtoffer 1] heeft, samengevat, verklaard dat hij lag te slapen. Hij werd wakker toen hij voetstappen op het laminaat hoorde. Hij dacht dat het zijn oudste zoon was. Aangever hoorde de slaapkamerdeur opengaan. Het licht ging aan en [slachtoffer 1] zag een onbekende man in de deuropening staan, die een mes in zijn hand had. De man kwam naar aangever toe met het mes boven zijn hoofd en mompelde iets over geld. Aangever was ondertussen uit bed gesprongen en op datzelfde moment maakte de man een stekende beweging met het mes in de richting van aangever.

Aangever hoorde zijn vrouw gillen en hij probeerde het mes af te pakken. Hierbij heeft hij de man meerdere malen hardhandig in het gezicht geslagen. Toen de man bewusteloos was, heeft aangever het mes kunnen pakken. Zijn vrouw belde 112. Aangever had het mes op bed gelegd. De dader kwam weer bij en begon te worstelen. Aangever had het idee dat hij het mes weer probeerde te pakken. Aangever heeft de man weer een paar keer geslagen waarna de man zijn verzet op gaf of weer bewusteloos raakte. Toen was de politie er ook al snel.

Aangever heeft verklaard dat de man, die ongeveer 1 meter van hem af stond, constant stekende bewegingen in de richting van hem maakte. Aangever heeft ook een schram van ongeveer 15 cm op zijn borst.

De aangever verklaarde dat hij het mes herkende als een mes uit zijn woning. Het was het grootste mes dat aan de muur in de keuken tussen de andere messen hangt aan een magneetstrip.

De aangever is gestoken in de linker kaaklijn, net boven de nek. Deze wond is niet groot, maar wel diep, tot aan het bot.

Aangever heeft in een tweede verhoor verklaard dat hij tijdens de worsteling ook nog in zijn bovenbeen cq heup was gestoken.

Feit 1

De rechtbank acht op basis van bovengenoemde verklaringen van aangevers, in combinatie met de bij [slachtoffer 1] geconstateerde letsels en het aantreffen van het mes met daarop bloed van [slachtoffer 1] wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, met een mes met een lemmet van 17 cm, stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van de borst en het hoofd van [slachtoffer 1] . Verdachte heeft dat op een dusdanige wijze gedaan dat [slachtoffer 1] hierdoor snij- en steekverwondingen heeft opgelopen aan zijn borst en hoofd. Naar algemene ervaring zijn deze gedeeltes van het menselijk lichaam zeer kwetsbaar, nu zich daar vitale organen bevinden. Verdachte heeft door [slachtoffer 1] op die plekken met een mes te steken, naar het oordeel van de rechtbank, willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer 1] ten gevolge van dat steken zou komen te overlijden. Dat verdachte [slachtoffer 1] bij de borst slechts oppervlakkig heeft verwond maakt dat niet anders.

De rechtbank acht derhalve bewezen dat het opzet van verdachte, in de zin van voorwaardelijk opzet, was gericht op het van het leven beroven van [slachtoffer 1] . Zij acht het onder 1 primair ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2

Het onder 2 ten laste gelegde feit kan naar het oordeel van de rechtbank op grond van de al eerder genoemde bewijsmiddelen ook wettig en overtuigend worden bewezen. Hoewel verdachte zich niet kan herinneren wat hij van de aangevers wilde, acht de rechtbank op basis van de verklaring van aangever alsmede het feit dat bij verdachte de portemonnee van [slachtoffer 1] is aangetroffen wettig en overtuigend bewezen dat hij uit was op geld dan wel goederen toebehorende aan de aangevers.

Feit 3

De diefstal van de portemonnee van [slachtoffer 1] acht de rechtbank eveneens wettig en overtuigend bewezen. De portemonnee is immers bij verdachte aangetroffen.

5.5

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 23 mei 2015 te Steenwijk, gemeente Steenwijkerland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, met een mes stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van het hoofd en het bovenlichaam van die [slachtoffer 1] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.

hij op 23 mei 2015 te Steenwijk, gemeente Steenwijkerland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan [adres] , alwaar verdachte zich tegen de wil van de rechthebbende bevond, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van enig goed, toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , met een mes in zijn hand de slaapkamer van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is binnengelopen en met een mes stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van die [slachtoffer 1] , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3.

hij op 23 mei 2015 te Steenwijk, gemeente Steenwijkerland, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning gelegen aan [adres] , alwaar verdachte zich tegen de wil van de rechthebbende bevond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer 1] .

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: poging tot doodslag, strafbaar gesteld bij artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) juncto artikel 45 Sr.

feit 2

het misdrijf: poging tot afpersing, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 317 Sr juncto de artikelen 312 en 45 Sr.

feit 3

het misdrijf: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar tegen de wil van de rechthebbende bevindt, strafbaar gesteld bij de artikelen 310 en 311 Sr.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte is in beschonken toestand gedurende de nachtelijke uren een woning aan de [adres] in Steenwijk binnen gegaan. In deze woning woonden aangevers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met hun vier kinderen. Verdachte heeft toen hij éénmaal binnen was de portemonnee van [slachtoffer 1] bij zich gestoken. Hij heeft een mes uit de keuken gepakt, is naar boven gegaan en de ouderslaapkamer binnengegaan. Verdachte heeft zich vervolgens schuldig gemaakt aan een poging doodslag op [slachtoffer 1] door meermalen in de richting van zijn borst en hoofd te steken. Er ontstond een worsteling tussen verdachte en de aangevers, waarbij verdachte uiteindelijk door de aangevers kon worden overmeesterd. Beide aangevers zijn hierbij gewond geraakt.
[slachtoffer 2] heeft dermate ernstig letsel aan haar hand opgelopen dat zij tot op de dag van vandaag haar normale werkzaamheden niet kan verrichten.

Voor de aangevers en hun kinderen is de overval een zeer beangstigende ervaring geweest. Aangevers hebben tijdens de overval gevreesd voor hun leven en dat van hun kinderen.

Wat voor een enorme impact dit nog dagelijks op hun leven en dat van hun kinderen heeft, is door [slachtoffer 2] verwoord in haar slachtofferverklaring. De overval heeft het gevoel van veiligheid van het hele gezin enorm aangetast en ertoe geleid dat zij niet meer onbezorgd en onbevangen in het leven kunnen staan. De rechtbank rekent dat verdachte zwaar aan.

Een overval als deze veroorzaakt daarnaast ook grote gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf de oriëntatiepunten voor straftoemeting van de het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als vertrekpunt genomen. Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van een overval op een woning waarbij sprake is geweest van meer dan licht geweld een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren.

De ernstige dreiging die van verdachte is uitgegaan doordat hij met een mes de slaapkamer in binnengegaan en vervolgens [slachtoffer 1] heeft aangevallen, maken dat de rechtbank in dit geval aanleiding ziet om naar boven af te wijken van de oriëntatiepunten van het LOVS. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren in beginsel passend.

De rechtbank zal echter ook rekening houden met de persoon van de verdachte zoals naar voren komt uit het psychologisch rapport dat over hem is opgesteld door H.R.J. ter Borg, Gz-psycholoog d.d. 18 november 2015. Hieruit komt naar voren dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Dit diepgewortelde probleem is mede het gevolg van een ziekelijke stoornis, te weten ADHD, in combinatie met opvoedingsaspecten en verstrekt door alcoholmisbruik. Vanwege de antisociale persoonlijkheidsstoornis is er een gebrek aan medeleven en een egocentrische levenshouding gericht op het nastreven van louter persoonlijke doelen. Alcohol leidt daarbij tot extra impulsiviteit en soms tot agressiviteit.

Volgens de psycholoog heeft verdachte vanwege zijn zeer belaste jeugd niet geleerd om op een sociaal aanvaardbare wijze problemen op te lossen en in vrijheid keuzes te maken. Omdat hij echter al wel vaak gewaarschuwd is voor de gevolgen van drank en drugs adviseert de psycholoog, ondanks de complex samengestelde problematiek, verdachte (slechts) als licht verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

De rechtbank zal verdachte, conform het advies van de psycholoog, als licht verminderd toerekeningsvatbaar beschouwen en zal om die reden de gevangenisstraf van zes jaren die zij voor het feitencomplex in beginsel passend acht matigen. Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren passend en geboden.

Gelet op de duur van de gevangenisstraf die de rechtbank op zijn plaats acht, is voor een verplichte klinische behandeling in het kader van een voorwaardelijk strafdeel, zoals door de psycholoog geadviseerd, geen ruimte.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partijen

[slachtoffer 2] , wonende te [adres] heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 11.247,30. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    medische kosten € 375,-

  • -

    kosten apotheek € 8,-

  • -

    verlies aan verdienvermogen € 102,70

  • -

    reiskosten € 214,64

  • -

    huishoudelijke hulp € 2.802,60

  • -

    kosten medische informatie € 244,36

  • -

    immateriële schade van € 7.500,-

De benadeelde partij behoudt zich kennelijk het recht voor een ander deel van de schade buiten het strafgeding van verdachte te vorderen.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het onder 2 bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

Ook [slachtoffer 1] , wonende te [adres] heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 5.638,47. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    medische kosten € 375,-

  • -

    verlies aan verdienvermogen € 82,24

  • -

    reiskosten € 88,28

  • -

    kosten medische informatie € 93,05

  • -

    immateriële schade van € 5.000,-

De benadeelde partij behoudt zich kennelijk het recht voor een ander deel van de schade buiten het strafgeding van verdachte te vorderen.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

Tenslotte hebben ook [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] , daartoe vertegenwoordigd door [slachtoffer 1] , zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partijen gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partijen vorderen veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 2.500,- aan een ieder, bestaande uit immateriële schade.

De benadeelde partijen behouden zich kennelijk het recht voor een ander deel van de schade buiten het strafgeding van verdachte te vorderen.

Ook hebben de benadeelde partijen gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] in hun vorderingen ontvankelijk en zijn de vorderingen gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het onder 2 bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de slachtoffers. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt of zullen maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij steeds de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feiten is toegebracht.

10. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 27, 36f en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven onder 5.5 omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:


feit 1

het misdrijf: poging tot doodslag, strafbaar gesteld bij artikel 287 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) juncto artikel 45 Sr.

feit 2

het misdrijf: poging tot afpersing, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 317 Sr juncto de artikelen 312 en 45 Sr.

feit 3

het misdrijf: diefstal, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd in een woning, door iemand die zich aldaar tegen de wil van de rechthebbende bevindt, strafbaar gesteld bij de artikelen 310 en 311 Sr.

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) jaren;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

benadeelde partij [slachtoffer 2]

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 11.247,30;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 11.247,30 ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 2], met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 91 dagen zal worden toegepast,

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

benadeelde partij [slachtoffer 1]

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 5.638, 57;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten onder 1 en 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 5.638, 57 ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 1], met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 63 dagen zal worden toegepast,

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

benadeelde partij [slachtoffer 3]

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van € 2.500,-;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit onder 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.500,- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 3], met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 35 dagen zal worden toegepast,

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

benadeelde partij [slachtoffer 4]

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van een bedrag van € 2.500,-;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit onder 2 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.500,- ten behoeve van de benadeelde [slachtoffer 4], met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 35 dagen zal worden toegepast,

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Bruggen, voorzitter, mr. G.H. Meijer en
mr. E. Leentjes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Seuters, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 10 december 2015.

Mr. G.H. Meijer was buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer 2015248181. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] d.d. 23 mei 2015, p. 13-14, inhoudende:

Op zaterdag 23 mei 2015, omstreeks 3:00 uur, waren wij, [verbalisant] en [verbalisant] ,

eenheid 11.03, belast met de noodhulp voor de gemeente Steenwijkerland. (…)

Omstreeks genoemde dag, datum en tijd kregen wij van het Operationeel Centrum het

verzoek te gaan naar de [adres] te Steenwijk.

(…)

Ter plaatse gekomen, liep ik verbalisant [verbalisant] naar de voordeur en zag ik een

jongen in de woonkamer van de genoemde woning voor het raam staan. Hij gebaarde

naar ons om om de woning heen te lopen. Hierop zijn wij om de woning heen gerend.

Toen wij over de stoep renden werden wij door een andere jongen opgewacht. Hij

rende voor ons uit en wees ons de schuttingdeur naar de achtertuin van het adres.

De schuttingdeur stond op dat moment open. Wij hoorden de jongen zeggen dat we

boven moesten zijn. Wij zagen dat de jongen ons wees in de richting van de

openstaande achterdeur van de woning. Hierop zijn wij, verbalisanten door de

achterdeur naar binnen gegaan. Wij kwamen in de keuken van de woning en liepen de

gang in en vervolgens door naar de trap. Bovenaan de trap zagen wij vervolgens een

naakte vrouw staan. De vrouw bleek later de meldster te zijn. We zagen dat de vrouw

met haar beide handen een doek tegen haar buik gedrukt hield. Wij zagen dat de

vrouw veel bloed op haar bovenlichaam had. (…) Hierop zijn wij de trap

opgelopen. Ik, [verbalisant] zag veel bloed op de overloop liggen en ik heb hierop met

spoed om een ambulance verzocht bij onze meldkamer. Ik, verbalisant [verbalisant] , vroeg

aan de vrouw waar we moesten zijn. Wij hoorden de vrouw zeggen dat we achter de

dichte deur moesten zijn. Wij zagen dat zij wees in de richting een gesloten deur,

aan het einde van de overloop.

Toen ik, [verbalisant] deze deur wilde openen voelde ik veel weerstand. Ik kreeg de deur

niet open. Hierop heb ik mijzelf kenbaar gemaakt als zijnde politie. Vervolgens zag

ik dat de deur van binnenuit werd geopend. Ik zag een man in de kamer staan. Het

betrof een kale man, gekleed in enkel een onderbroek. Ik zag dat deze man een mes in

zijn hand had. Ik heb hem gesommeerd het mes te laten vallen. Hierop zag ik dat hij

het mes op liet bed gooide. Ik, [verbalisant] , hoorde de vrouw zeggen: “Dat is mijn

man!”

Ik, verbalisant [verbalisant] , vroeg de vrouw naar de slaapkamer van de kinderen te

gaan gezien de beperkte ruimte op de overloop. Ik, verbalisant [verbalisant] , zag twee

jonge kinderen in de slaapkamer. Ik zag dat zij beiden ongedeerd waren. Ik vroeg de

vrouw of zij gestoken was en ik hoorde haar zeggen: “Ja ik ben gestoken.” Ik vroeg

haar of ze het kon laten zien waarop ze de doek van haar hand afhaalde en ik zag

dat zij een grote steekwond had in haar hand.

Ik, verbalisant [verbalisant] , ben de kamer binnengegaan waarin de verdachte en de

bewoner zich bevonden. Ik zag veel bloed op de grond liggen. Ook zag ik dat de kale

man onder het bloed zat. De man maakte kenbaar dat de verdachte achter de deur op

de grond lag. Ook zag ik hem wijzen in de richting waar de verdachte lag. Toen ik

in de kamer was zag ik achter de deur een man, de verdachte, op de grond liggen. Ik

zag dat hij onder het bloed zat en in de foetushouding lag met beide handen op zijn

achterhoofd. (…) Ik heb de verdachte hierop om 03:10 uur aangehouden. Op dat moment waren aanwezig in de woning: De bewoners van het adres, met hun vier kinderen, de aangehouden verdachte en wij, verbalisanten. Ik, verbalisant [verbalisant] , heb vervolgens alle aanwezigen gecontroleerd op verwondingen. Naast de meldster had de bewoner [slachtoffer 1] ook een snee in zijn gezicht bij zijn linker kaak.

(…) Wij verbalisanten hebben er toen voor gekozen om de verdachte in ons

dienstvoertuig te plaatsen. Eerst heb ik, verbalisant [verbalisant] , de verdachte de

cautie medegedeeld en heb ik hem aan een veiligheidsfouillering onderworpen. Ik

trof in zijn linker broekzak een zwarte leren portemonnee aan. In zijn

rechterbroekzak trof ik wederom een zwarte lederen portemonnee aan. (…)In de portemonnee die ik aantrof in de rechterbroekzak van de verdachte zat een rijbewijs in van de bewoner [slachtoffer 1] . (…)

Beide bewoners moesten naar het ziekenhuis om hun verwondingen te laten hechten.

2.

Het proces-verbaal van aanhouding d.d. 23 mei 2015, p. 15-16, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Op zaterdag 23 mei 2015 omstreeks 3.10 uur hielden wij op de locatie [adres] te Steenwijk, binnen de gemeente Steenwijkerland, als verdachte aan:

[verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1982 in [geboorteplaats] .

3.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 23 mei 2015, p. 72-75, inhoudende:

V: Weet je nog wat er vannacht precies gebeurd?

A: Ik werd vannacht wakker, omdat ik dacht dat een van onze kinderen naar het

toilet moest. (…) Toen ik dat dus meende te horen ben ik rechtop in bed gaan zitten. Hierna ging onze slaapkamerdeur open. Vervolgens ging het licht aan. (…)

V: Wat zag en hoorde je toen?

A: Ik zag toen een voor mij onbekende man in het licht in de deuropening staan. Ik

zag dat hij een mes vasthield in een van zijn handen, (…)Hij hield dat mes naar mijn idee bovenhands vast met het lemmet naar beneden. Ik zag toen dat de man met het mes vast naar de kant van ons bed lopen waar mijn man [slachtoffer 1] lag te slapen, die inmiddels ook net wakker was geworden. Volgens mij kwam [slachtoffer 1] overeind toen de onbekende man al in onze slaapkamer naar zijn kant toe liep. Ik hoorde de man nog iets zeggen (…)

V: Wat gebeurde er vervolgens?

A: Ik zag dat [slachtoffer 1] inmiddels ook al overeind zat in bed met volgens mij zijn benen

al uit het bed. Ik zag toen dat de man met het mes in zijn hand een stekende

beweging maakte in de richting van de borstkas van [slachtoffer 1] . Ik zag dat [slachtoffer 1] de arm van

de man waarin hij het mes vasthield vastpakte en terug duwde. Hij zat toen nog

steeds op het bed en de man stond toen volgens mij voor hem. Ik zag dat de man toen

nog steeds probeerde om het mes wel richting het bovenlichaam van [slachtoffer 1] te drukken,

maar omdat [slachtoffer 1] hem stevig vast hield en ook tegendrukte lukte het de man niet om

hem te steken.

(…)

V: Wat is er vervolgens gebeurd?

A: Ik ben mij er toen ook mee gaan bemoeien. Ik ben toen op mijn knieën min of meer

schuin achter [slachtoffer 1] op het bed gaan zitten en heb toen geprobeerd om de man/dader ook

van [slachtoffer 1] weg te duwen. Ik zag toen dat hij het mes nog steeds vasthield. Tijdens

mijn aandeel ben ik waarschijnlijk door het mes geraakt aan mijn rechterhand en

mijn linker wijsvinger. (…) Ik heb vervolgens tijdens de actie gezien dat de dader met het mes richting het hoofd van [slachtoffer 1] ging en daarbij de linkerkant van [slachtoffer 1] zijn gezicht raakte.

V: Wat gebeurde er toen?

A: Ik weet wel dat de dader uiteindelijk door onze gezamenlijke inspanningen is

overmeesterd. [slachtoffer 1] heeft hierin het grootste aandeel gehad, omdat hij veel sterker

is. (…)

V: Wat zijn precies je verwondingen en ik zie dat je een mitella draagt om je rechter arm?

A: Ik ben vannacht samen met [slachtoffer 1] vervoerd naar het ziekenhuis in Meppel. Daar zijn

we beiden onderzocht en gehecht. Ze zijn vannacht anderhalf uur met mij bezig

geweest. Ik heb meerdere hechtingen tussen de rechterduim en de rechterwijsvinger.

Dit loopt vanaf de binnenkant van mijn hand tot richting mijn rechterpols. In mijn

linker wijsvinger heb ik ook nog een hechting zitten.

3.

De letselrapportage betreffende [slachtoffer 2] , p. 86-87, inhoudende:

letselbeschrijving

(…)

rechter arm + hand een grote diepe 4 cm grote mes verwonding in de huidplooi tussen duim en wijsvinger, lopend van de rugzijde tot in de handpalmzijde die heeft gebloed (afweerletsel)

(…)

- een grote huidwond van 4 cm met forse zwelling en onderhuids bloedverlies

- mogelijk letsel van de zenuw die het gevoel in de rechter kant van de hand en onderarm regelt (…) wat leidt tot een gevoel van doofheid in de huid rondom de steekwond

4.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 23 mei 2015, p. 88-92, inhoudende:

V: Wat is er gebeurd afgelopen nacht, zaterdag 23 mei 2015?

A: Wij lagen te slapen naast elkaar net als anders totdat ik een deur hoorde klikken

en ik hoorde voetstappen op het laminaat.(..) Ik hoorde vervolgens onze slaapkamerdeur open gaan en ik verwachtte één van de kinderen.

Iemand deed liet licht aan, maar ik weet niet wie dat deed. Ik keek op en ik zag een

man staan met een groot keukenmes, welke hij op ons gericht hield. Ik zag dat de man

zijn rechterhand omhoog had met daarin het mes. Hij hield liet mes boven zijn hoofd in

mijn richting en ik hoorde hem iets mompelen over geld. Ik zag dat de man naar mij

toe liep. Op dat moment sprong ik met heel veel kracht uit bed. Het bed brak hierbij

door midden. Zoveel kracht zette ik om omhoog te komen. Op het moment dat ik omhoog

kwam begon de man steekbewegingen in mijn richting te maken. Ik heb op dat moment

niets gemerkt, maar vrouw [slachtoffer 2] vertelde later dat hij mij toen gestoken had. Ik

merkte later dat ik in mijn kaak gestoken ben door de man. voor de adrenaline heb ik

dat op dat moment niet gemerkt en/of gevoeld. Ik hoorde [slachtoffer 2] gillen en ik zag dat

zij probeerde het mes af te pakken. Ik heb de man hard geslagen en ook geprobeerd het

mes af te pakken. Ik heb hem meerdere keren in hard in zijn gezicht geslagen. Ik weet

niet meer hoe vaak. Ik had de man met mijn linkerhand vast aan zijn rechterhand waar

hij liet mes in vasthield. Met mijn rechtervuist heb ik de man hard geslagen. Ik heb

hem geraakt waar ik hem raken kon. Ik dacht alleen aan mijn kinderen, nog geen eens

aan mijzelf. Ik moest hem uitschakelen. Ik heb pas op het laatste moment het mes af

kunnen pakken. De man lag op dat moment bewusteloos op de grond. Mijn vrouw heeft 112

gebeld, maar dat ging moeilijk, want zij had een zware wond aan haar hand. Mijn

oudste zoon kwam uit bed. Hij dacht dat wij ruzie hadden, er was veel geschreeuw. De

man lag op de grond en ik duwde mijn vrouw de slaapkamer uit. De man begon inmiddels

weer te worstelen en ik had het idee dat hij het mes, dat ik op bed had gelegd,

probeerde te pakken. Ik heb hem weer een paar keer geslagen en toen raakte hij weer

bewusteloos of hij gaf het op. Dat weet ik niet meer.

(…)

V: Hoe vaak heeft de man steekbewegingen naar jou gemaakt.

A: Constant, ik heb zelfs een grote rode schram op mijn borst van het mes. Ik had

geen shirt aan. Ik was naakt. De schram is ongeveer 15 centimeter lang.

0: Aangever laat aan verbalisant een grote lange rode schram zien van ongeveer 15.,.

centimeter lang aan de rechterkant van zijn borst.,

V: Op welke afstand stond de man van jou toen bij steekbewegingen maakte?

A: Ongeveer een meter. De man stond naast mijn bed. Als ik niet in de benen was

gekomen had hij mij gewoon neergestoken.

(…)

Heb je het mes wel eens eerder gezien?

A: Ja. Het is ons mes. Dit mes hangt met andere messen aan een magneetstrip in onze

keuken. Het was ons grootste mes en hangt in de keuken tegenover de tuindeuren.

(…)

V: Wat is er weggenomen door de man?

A: Ik kwam er vanochtend achter dat mijn portemonnee weg was. Mogelijk is er meer

weg, maar ik ben er nog niet aan toegekomen om te kijken.

V: Waar lag je portemonnee?

A: Beneden. In het rechterlaatje van de keuken.

(…)

V: Hoe is liet nu met jou?

A: Ik heb een grote schram op mijn borst van het mes, ik ben gestoken in mijn

linker kaaklijn, net boven mijn nek. De wond is niet groot naar wel diep, tot aan het

bot. Ik heb drie hechtingen. Ik heb diverse sneetjes gekregen in mijn handen tijdens

het afpakken van het mes.

5.

Het NFI-rapport d.d. 19 november 2015, inhoudende:

Vraagstelling

Is er DNA-materiaal van verdachte en/of aangevers aanwezig op het mes?

Zo ja, waar bevind dit materiaal zich op het mes?

Onderzoek naar biologische sporen

Het mes [nummer 1] is gezamenlijk met het deskundigheidsgebied Vingersporen

onderzocht op de aanwezigheid van humaan materiaal.

(…)

Bloed

Het mes is onderzocht op de aanwezigheid van bloed. Hierbij zijn verspreid over het lemmet

en heft van het mes bloedsporen aangetroffen. Vier bloedsporen zijn bemonsterd

en zijn als [nummer 2] #04 tot en met #07 veiliggesteld voor een DNA-onderzoek

Onderstaand onderzoeksmateriaal is onderworpen aan een DNA-onderzoek:

(…)

[nummer 2] #04 een bemonstering van een bloedspoor op het heft van het mes

[nummer 1] #O5 een bemonstering van een bloedspoor op het lemmet van het mes

[nummer 2] #06 een bemonstering van een bloedspoor op het lemmet van het mes

[nummer 3] #07 een bemonstering van een bloedspoor (…) op het lemmet van het mes

[nummer 4] een referentlemonster wangslijmvlies van [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2] 1976)

[nummer 5] een referentlemonster wangslijmvlies van [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] 1988)

Resultaten, interpretatie en conclusie

Van de aangeleverde referentiemonsters zijn DNA-profielen verkregen. Deze DNA-profielen

en het DNA-profiel van [verdachte] (geboren op [geboortedatum 1] 1982) zijn betrokken bij het vergelijkend DNA-onderzoek.

(…)

[nummer 2] #04, DNA-profiel van een man [slachtoffer 1] , matchkans DNA-profiel kleiner dan 1 op 1 miljard

[nummer 2] #05 DNA-profiel van een vrouw [slachtoffer 2] , matchkans DNA-profiel kleiner dan 1 op 1 miljard

[nummer 2] #06 DNA-mengproflel van twee personen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]

[nummer 2] #07 DNA-mengprofiel van twee personen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]

6.

Het proces-verbaal van sporenonderzoek d.d. 27 mei 2015, inhoudende:

Onderzoekslocatie

Het onderzoek is verricht in een woning (hoekwoning) aan de [adres]

[adres] te Steenwijk, binnen de gemeente Steenwijkerland

(…)

In de ouderslaapkamer was behoorlijk veel bloed aanwezig. We zagen bloed op de vloer, muur, bed en dekbed in de vorm van druppels, vegen en schoen/voetsporen gezet in en met bloed. Op het bed zagen we een mes liggen. Het merk van dit mes correspondeerde met een mes dat beneden in de keuken hing aan een magneetstrip. Het mes hebben we veiliggesteld in een daarvoor bestemde koker. Wij zagen dat het lemmet van het mes bebloed was en ook zagen wij een enkele bloedveeg op het heft van het

mes.

Sporendrager (S)

SIN : [nummer 2]

Object : Mes (Vleesmes)

Kleur : Zwart

Land : Nederland

Bijzonderheden : Totale lengte 31 cm, lemmet 17 cm