Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:5339

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
04-12-2015
Datum publicatie
04-12-2015
Zaaknummer
08/952406-14 en 08/910032-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft, enkel om er zelf financieel beter van te worden, een minderjarige vrouw aan het wettige gezag onttrokken en in de prostitutie gebracht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Ook moet verdachte zich verplicht laten behandelen en moet hij een schadevergoeding van 5000 euro betalen aan het slachtoffer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/952406-14 en 08/910032-15 (gevoegd ter terechtzitting)

Datum vonnis: 4 december 2015

Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats] (Ned. Antillen),

wonende in [woonplaats] ,

nu verblijvende in de PI Overijssel, Huis van Bewaring De Karelskamp in Almelo.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 november 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. Vloedbeld en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. R.A.C. Frijns, advocaat te Arnhem, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

wat betreft parketnummer 08/952406-14:

feit 1: zich al dan niet in vereniging heeft schuldig gemaakt aan seksuele uitbuiting van een 17-jarige vrouw;

feit 2: zich al dan niet in vereniging heeft schuldig gemaakt aan het onttrekken van een minderjarige aan het wettig gezag;

en wat betreft parketnummer 08/910032-15:

zich heeft schuldig gemaakt aan het verspreiden, aanbieden en openlijk tentoonstellen van kinderpornografisch materiaal.

De rechtbank zal hierna het feit onder parketnummer 08/910032-15 vermelden als feit 3.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte - na voeging ter terechtzitting - dat:

1.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 januari 2014 tot en met 22 mei 2014 in de gemeente(n) Enschede en/of Kampen en/of Groningen en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of alleen, een ander, genaamd [slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 1996,

(telkens) heeft/hebben geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer] , terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en/of

(telkens) een ander, genaamd [slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 1996, ertoe heeft/hebben gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling, dan wel ten aanzien van die ander, te weten die [slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 1996, enige handelingen, heeft/hebben ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handeling(en), terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en/of

(telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de seksuele handelingen van die [slachtoffer] met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens):

(terwijl die [slachtoffer] vaak wiet kocht bij verdachte en/of

terwijl die [slachtoffer] veelvuldig/vaak wiet gebruikte/rookte en/of

terwijl die [slachtoffer] verliefd was geworden op verdachte en/of

nadat die [slachtoffer] van huis was weggelopen)

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij echt van haar hield en/of (nadat die [slachtoffer] over [naam 1] had verteld en/of wat [naam 1] bij haar van plan was en/of dat [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] haar in de prostitutie wilden laten werken)

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij ook een meisje had, die dat deed, die dus ook in de prostitutie werkte voor hem en/of

- tegen die [slachtoffer] verteld dat er dan een site gemaakt zou worden voor haar, op [website 1] en [website 2] en [website 3] en/of dat hij een account zou aanmaken en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat ze het eerst een keer kon uitproberen om te bekijken hoe het is en/of tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij de helft zou meekrijgen, ze zouden alles 50/50 verdelen en/of dat ze voor een half uur 60 Euro zouden betalen en voor een uur 120 Euro en/of dat ze zelf de telefoon zou opnemen en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij de vorige keer, met dat andere meisje, in drie dagen tijd wel 2000 Euro had verdiend en/of

- voor die [slachtoffer] condooms en/of internetsites en/of glijmiddel en/of natte doekjes en/of keukenrollen geregeld en/of setjes/kleding (pantypak met een opening ter hoogte van de vagina en een setje met panterprint) gekocht en/of

- ( een) (erotische/sexy) foto('s) van die [slachtoffer] gemaakt voor (een)

seksadvertentie(s) en/of (een) seksadvertentie(s) voor/van die

[slachtoffer] gemaakt op internet (op [website 1] .nl), onder de werknaam [werknaam 1] of [werknaam 2] , met als leeftijd 21 jaar en/of onder de naam [werknaam 3] en/of

- ( een) filmpje(s) (waarop te zien is dat die [slachtoffer] seks heeft met verdachte) van die [slachtoffer] gemaakt en/of

- een kamer/benedenverdieping aan de [adres] te Enschede gehuurd/geregeld en/of

- ( als die [slachtoffer] ongesteld was) sponsjes geregeld, zodat ze gewoon kon doorwerken en/of

- die [slachtoffer] met de taxi en/of trein en/of auto naar Zwolle en/of Kampen en/of Groningen gebracht/vervoerd en/of

- een kamer/woning voor de prostitutie/escort in Kampen en/of Groningen gehuurd/geregeld voor die [slachtoffer] en/of

- via/met chat-girl klanten voor die [slachtoffer] geregeld en/of die [slachtoffer] zogenaamd "omhoog gebeld" (dat ze beschikbaar is om klanten te ontvangen) en/of

- één of meerdere klant(en) voor die [slachtoffer] geregeld en/of

- die [slachtoffer] "voor escort" heeft vervoerd/ weggebracht en/of weer opgehaald en/of

- het door die [slachtoffer] met prostitutiewerkzaamheden verdiende geld achtergehouden en/of afgepakt en/of

- die [slachtoffer] bewogen om het verdiende geld aan hem en/of zijn mededader(s) af te geven;

2.

hij in of omstreeks de periode van 30 april 2014 tot en met 22 mei 2014 in gemeente(n) Enschede en/of Kampen en/of Groningen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 1996, heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag of aan het opzicht van degene die dat gezag desbevoegd over die minderjarige uitoefende, immers heeft verdachte daar toen tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, opzettelijk aan de ouder(s)/moeder van die [slachtoffer] , bij wie het voornoemd gezag of toezicht berustte(n), de werkelijke verblijfplaats verzwegen/niet kenbaar gemaakt en/of die [slachtoffer] onderdak verleend en/of verborgen(gehouden) op een of meer voor die ouders/moeder van die [slachtoffer] onbekende/onbekend gebleven adres(sen);

3.

hij in of omstreeks de periode van 23 april 2014 t/m 15 mei 2014 te Enschede en/of te Groningen, in elk geval in Nederland, (telkens) een afbeelding, heeft verspreid, aangeboden, openlijk tentoongesteld, in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de

toegang heeft verschaft, door het plaatsen van die afbeelding in een seksadvertentie op de website [website 1] .nl en/of [website 4] .nl en/of [website 2] .nl, althans door het versturen van deze afbeelding naar de beheerders van eerder genoemde websites, terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon gekleed en/of opgemaakt is en/of in een (erotisch getinte) houding poseert die niet bij haar leeftijd past en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de afbeelding nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de feiten 1, 2 en 3 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de door verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd.

De officier van justitie heeft de verbeurdverklaring van de in beslag genomen telefoon gevorderd. De officier van justitie is voorts van oordeel dat de civiele vordering van

[slachtoffer] kan worden toegewezen tot een bedrag van € 16.058,95. Dat bedrag bestaat uit de posten: vernielde kleding: € 808,95; gemiste inkomsten € 5.250,-- (21 dagen à € 250,-- per dag) en immateriële schade: € 10.000,--. Daarnaast is de officier van justitie van mening dat de schadevergoedingsmaatregel dient te worden opgelegd.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ter terechtzitting een pleitnota voorgedragen en overgelegd. De raadsman komt tot de conclusie dat voor de feiten 1, 2 en 3 vrijspraak dient te volgen.

Subsidiair is de raadsman van mening dat bij een strafoplegging strafvermindering passend is, nu de officier van justitie onrechtmatig heeft gehandeld door getuigen toe te zeggen dat ze niet vervolgd zouden worden en dat de officier van justitie door die toezeggingen nadeel

aan verdachte heeft toegebracht.

5.1

De beoordeling van het bewijs

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 januari 2014 tot en met 22 mei 2014 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, een ander, genaamd [slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 1996, heeft geworven en vervoerd en overgebracht en gehuisvest en opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer] , terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en

[slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 1996, ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, en

handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte en verdachte’s mededader wisten dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen, terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,

en

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele handelingen van die [slachtoffer] met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [slachtoffer] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, immers hebben hij, verdachte, en zijn mededader:

terwijl die [slachtoffer] vaak wiet kocht bij verdachte en

terwijl die [slachtoffer] veelvuldig/vaak wiet gebruikte/rookte en

terwijl die [slachtoffer] verliefd was geworden op verdachte en

nadat die [slachtoffer] van huis was weggelopen

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij echt van haar hield en nadat die [slachtoffer] over [naam 1] had verteld en wat [naam 1] bij haar van plan was en dat [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] haar in de prostitutie wilden laten werken

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij ook een meisje had, die dat deed, die dus ook in de prostitutie werkte voor hem en

- tegen die [slachtoffer] verteld dat er dan een site gemaakt zou worden voor haar, op [website 1] en [website 2] en [website 3] en dat hij een account zou aanmaken en

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat ze het eerst een keer kon uitproberen om te bekijken hoe het is en tegen die [slachtoffer] gezegd dat ze alles 50/50 zouden verdelen en dat ze voor een half uur 60 Euro zouden betalen en voor een uur 120 Euro en dat ze zelf de telefoon zou opnemen en

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat hij de vorige keer, met dat andere meisje, in drie dagen tijd wel 2000 Euro had verdiend en

- voor die [slachtoffer] condooms en internetsites en glijmiddel en natte doekjes en keukenrollen geregeld en setjes/kleding (pantypak met een opening ter hoogte van de vagina en een setje met panterprint) gekocht en

- erotische/sexy foto's van die [slachtoffer] gemaakt voor seksadvertenties en een seksadvertentie voor/van die [slachtoffer] gemaakt op internet (op [website 1] .nl), onder de werknaam [werknaam 2] , met als leeftijd 21 jaar en

- een kamer aan de [adres] te Enschede gehuurd/geregeld en

- als die [slachtoffer] ongesteld was sponsjes geregeld, zodat ze kon doorwerken en

- die [slachtoffer] met de taxi of trein of auto naar Zwolle en Kampen en Groningen gebracht/vervoerd en

- een kamer/woning voor de prostitutie/escort in Kampen en Groningen gehuurd/geregeld voor die [slachtoffer] en

- via/met chat-girl klanten voor die [slachtoffer] geregeld en die [slachtoffer] "omhoog gebeld" en

- klanten voor die [slachtoffer] geregeld en

- die [slachtoffer] "voor escort" heeft vervoerd en

- die [slachtoffer] bewogen om het verdiende geld aan hem af te geven;

- het door die [slachtoffer] met prostitutiewerkzaamheden verdiende geld achtergehouden;

2.

hij in de periode van 30 april 2014 tot en met 22 mei 2014 in Nederland, opzettelijk een minderjarige, te weten [slachtoffer] , geboren op [geboortedag] 1996, heeft onttrokken aan het wettig over die minderjarige gestelde gezag, immers heeft verdachte daar toen opzettelijk aan de ouder(s)/moeder van die [slachtoffer] , bij wie het voornoemd gezag of toezicht berustte, de werkelijke verblijfplaats verzwegen/niet kenbaar gemaakt en die [slachtoffer] onderdak verleend en verborgen gehouden op voor die ouders/moeder van die [slachtoffer] onbekende adressen;

3.

hij in de periode van 23 april 2014 tot en met 15 mei 2014 in Nederland, een afbeelding, heeft verspreid, aangeboden, openlijk tentoongesteld, in bezit gehad en zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, door het plaatsen van die afbeelding in een seksadvertentie op de website [website 1] .nl en [website 4] .nl en [website 2] .nl, terwijl op die afbeelding een seksuele gedraging zichtbaar is, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging bestond uit:

het gedeeltelijk naakt laten poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon in een erotisch getinte houding poseert waarbij de afbeelding een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en strekt tot seksuele prikkeling.

In geval van hoger beroep zullen de gebruikte bewijsmiddelen worden opgenomen in een aanvulling bij dit vonnis. De in die bewijsmiddelen voorkomende feiten en omstandigheden zijn redengevend voor deze beslissing. De inhoud van de bewijsmiddelen is telkens alleen gebruikt voor het bewijs van het feit waarop het in het bijzonder betrekking heeft.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan in zoverre zal vrijspreken.

5.2.

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte is benadeeld door toezeggingen aan gehoorde getuigen, hetgeen tot strafvermindering zou moeten leiden.

Naar het oordeel van de rechtbank is in deze geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 226g van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank acht het aannemelijk dat de gehoorde personen als getuigen zijn gehoord en dat in dat kader hen is meegedeeld dat zij zichzelf niet hoeven te belasten. Niet aannemelijk is geworden dat verdachte door de gang van zaken op enige relevante wijze is benadeeld en onherstelbaar is aangetast in enig rechtens te respecteren belang, zodat de rechtbank het verweer verwerpt.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 273f (feit 1), 279 (feit 2) en 240b (feit 3) van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 de misdrijven:

mensenhandel en mensenhandel gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2 het misdrijf:

opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over haar gesteld gezag;

feit 3 het misdrijf:

een afbeelding verspreiden van een seksuele gedraging waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel door een minderjarig meisje naar verschillende plaatsen te brengen of te laten brengen en in die plaatsen te zorgen voor (gehuurde) kamers, zodat zij zich in die plaatsen kon prostitueren en hij de opbrengst daarvan geheel of ten dele kon ontvangen. Ook heeft verdachte speciale kleding en hulpmiddelen geleverd die bij die werkzaamheden van die minderjarige gebruikt werden.

Verdachte wist dat dit minderjarige meisje van huis was wegelopen en hij heeft haar welbewust aan het wettig gezag onttrokken gehouden, uitsluitend om er zelf financieel beter van te worden. Bovendien heeft verdachte van dit meisje een pornografische afbeelding verspreid, teneinde extra klanten voor die minderjarige te verwerven.

Verdachte is eerder veroordeeld voor geweld- en opiumwetdelicten. Verdachte heeft, enkel om er zelf financieel beter van te worden, een minderjarige vrouw aan het wettige gezag onttrokken en in de prostitutie gebracht. Het is algemeen bekend dat prostitutiewerkzaamheden, vooral als deze onvrijwillig en afgedwongen zijn, psychische schade veroorzaken bij de vrouwen die het moeten ondergaan. Verdachte heeft zich daaraan niets gelegen laten liggen. Hij is volledig voorbij gegaan aan de belangen van de minderjarige en haar directe familieleden, die langere tijd in grote onzekerheid hebben verkeerd over de verblijfplaats en het lot van [slachtoffer] .

Over verdachte is op 27 april 2015 gerapporteerd door [medewerker jeugdbescherming & reclassering] van de jeugdbescherming & Reclassering van het Leger des Heils en op 12 februari 2015 door J.A.H. van der Burg van de Reclassering Nederland. De rechtbank heeft ook acht geslagen op de inhoud van die rapporten. Dat geldt eveneens van het op 22 mei 2015 opgemaakte pro justitia rapport van de klinisch psycholoog/psychotherapeut M. Kemink. Aan laatstgenoemde rapportage heeft verdachte niet mee willen werken. Hoewel er aanwijzingen zijn dat verdachte kampt met persoonlijkheidsstoornissen, veroorzaakt door pedagogische en affectieve verwaarlozing in zijn jeugdjaren, gaat de rechtbank er, bij gebreke aan een andersluidend deskundigenbericht,

vanuit dat verdachte voor de bewezenverklaarde feiten volledig toerekeningsvatbaar is.

In het voordeel van verdachte heeft de rechtbank, op de voet van het bepaalde in artikel 63 Wetboek van Strafrecht, een eerdere veroordeling van verdachte in rekening gebracht, te weten: het vonnis van de politierechter te Almelo van 12 november 2015, waarbij verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken, met een proeftijd van twee jaar. In de rapportages van de reclassering waarin te lezen valt dat verdachte ontvankelijk lijkt voor hulpverlening om zijn leven anders vorm en inhoud te geven dan tot op heden, ziet de rechtbank aanleiding een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen. Hieraan zullen, naast de algemene voorwaarden, de bijzondere voorwaarden worden gekoppeld zoals door de reclassering geadviseerd. Dat verdachte niet heeft meegewerkt aan de pro justitia rapportage staat daaraan niet in de weg.

8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank overweegt dat de in beslag genomen telefoon vatbaar is voor verbeurdverklaring, aangezien deze telefoon aan verdachte toebehoort en verdachte met die telefoon feit 3 heeft begaan.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij

Mr. A. van den Berg, advocaat te Utrecht, heeft zich namens [slachtoffer] , wonende te [woonplaats] , voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 17.808,95.

De gevorderde schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    28 dagen gewerkt à gemiddeld € 250,-- per dag: € 7.000,--;

  • -

    bij verdachte achtergelaten goederen, te weten een stijltang, een mobiele telefoon, epileerapparaat, jas en gouden ketting: in totaal € 808,95;

  • -

    immateriële schade € 10.000,--.

Dit is gevorderd als “voorschot”. De rechtbank begrijpt dit als een vordering tot schadevergoeding van slechts een deel van de geleden schade. De benadeelde partij behoudt zich kennelijk het recht voor een ander deel van de schade buiten het strafgeding van verdachte te vorderen.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door de bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De rechtbank is van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat er causaal verband bestaat tussen de bewezenverklaarde feiten en de immateriële schade die het slachtoffer heeft geleden. Die schade zal door de rechtbank worden geschat en vastgesteld op een bedrag van € 2.500,--.

Ook staat vast dat de benadeelde inkomsten uit haar prostitutiewerkzaamheden aan verdachte heeft afgegeven die vervolgens door verdachte zijn achtergehouden. De rechtbank acht daarbij voldoende aannemelijk dat de benadeelde in de periode van 30 april 2014 tot en met 22 mei 2014 inkomsten over 20 gewerkte dagen heeft afgedragen aan verdachte. Uitgaande van gemiddeld € 250,-- leidt dat tot een bedrag van € 5.000,--. Voldoende aannemelijk is ook dat de benadeelde partij in die periode kosten heeft uitgespaard voor onder meer werkattributen, reizen, onderdak, en levensonderhoud.

De rechtbank zal de kosten daarvan schatten en vaststellen op de helft van de inkomsten, zodat resteert een bedrag aan gederfde inkomsten van € 2.500,--.

De opgevoerde post “achtergelaten goederen” (in totaal € 808,95) is, gelet op de aan verdachte tenlastegelegde feiten, geen schade die rechtstreeks voortvloeit uit een bewezenverklaard feit, zodat deze schade in het kader van het strafproces niet voor vergoeding in aanmerking kan komen.

De rechtbank zal het gevorderde daarom deels - en bij wijze van voorschot - toewijzen voor een totaalbedrag van € 5.000,--. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De overige gestelde schade is, ofwel geen rechtstreeks gevolg van bewezenverklaarde feiten, ofwel onvoldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om haar stellingen alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schadeposten niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten zijn toegebracht.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 27, 33, 33a en 57 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan in zoverre vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1 de misdrijven:

mensenhandel en mensenhandel gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 2 het misdrijf:

opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over haar gesteld gezag;

feit 3 het misdrijf:

een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden.

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde.

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien (18) maanden, waarvan vier (4) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie (3) jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland, locatie Enschede. De veroordeelde dient zich, gedurende een door de Reclassering Nederland bepaalde periode, te blijven melden zo frequent als Reclassering Nederland dat gedurende die periode nodig acht;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde wordt verplicht om zich te laten behandelen bij JusTact of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    de veroordeelde wordt verboden om wiet te gebruiken, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht en hij dient mee te werken aan door de Reclassering vast te stellen urinecontroles;

  • -

    draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte - bij wege van voorschot – te betalen aan de benadeelde partij

  • -

    [slachtoffer] , wonende te [woonplaats] , een bedrag van € 5.000,-- (zegge vijfduizend euro);

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 5.000,-- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 60 dagen zal worden toegepast, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de verplichting ingevolge de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer] voor een deel van in totaal € 12.808,95

niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

de in beslaggenomen voorwerpen

- verklaart verbeurd de inbeslaggenomen telefoon.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Stoové, voorzitter, mr. M. Melaard en mr. M. Aksu, rechters, in tegenwoordigheid van H.K.S. Feijer, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 4 december 2015.