Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:5262

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
27-11-2015
Datum publicatie
30-11-2015
Zaaknummer
AWB 15/1287
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De gemeente Deventer heeft terecht de vergunningen geweigerd voor de exploitatie van een viertal seksinrichtingen aan de Bokkingshang in Deventer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 15/1287

uitspraak van de meervoudige kamer in het geschil tussen

[eiseres] BV, gevestigd te Deventer, eiseres,

gemachtigde: mr. C. van Deutekom, advocaat te Arnhem,

en

de burgemeester van Deventer, verweerder

gemachtigde: mr. M. Ichoh, advocaat te Arnhem.

Procesverloop

Bij besluit van 30 april 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder, onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 3, eerste lid, onder a en b, van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob) geweigerd om aan eiseres een vergunning te verlenen voor de exploitatie van een viertal seksinrichtingen aan de Bokkingshang [adressen] te Deventer.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Eiseres heeft in het bezwaarschrift verweerder verzocht om in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter. Verweerder heeft bericht dat hij kan instemmen met rechtstreeks beroep en heeft het bezwaarschrift, ter behandeling als beroepschrift, doorgezonden aan de rechtbank. De rechtbank heeft het rechtstreeks beroep op voet van artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in behandeling genomen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 oktober 2015. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 4] , bijgestaan door mr. C. van Deutekom. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.B. Steenbruggen, bijgestaan door mr. M. Ichoh.

Overwegingen

1.1

Verweerder heeft voorafgaand aan de zitting stukken aan de rechtbank doen toekomen ten aanzien waarvan verzocht is om op grond van artikel 8:29 van de Awb te bepalen dat alleen de bestuursrechter kennis zal mogen nemen van deze stukken.

1.2

De rechtbank heeft de beoordeling van het beroep op artikel 8:29 van de Awb opgedragen aan een andere kamer van de rechtbank (hierna: de geheimhoudingskamer). De geheimhoudingskamer heeft, na kennis te hebben genomen van de stukken ten aanzien waarvan om geheimhouding is verzocht, op 7 augustus 2015 beslist dat beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is.

1.3

Bij brief van 25 augustus 2015 heeft eiseres de rechtbank toestemming verleend om mede op grondslag van het stuk ten aanzien waarvan de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is geacht uitspraak te doen.

2.1

Aan de Bokkingshang te Deventer zijn sinds vele jaren seksinrichtingen (raamprostitutie) aanwezig. De panden aan de Bokkingshang [adressen] te Deventer waren voorheen eigendom van [naam 1] (hierna: [naam 1] ). Een aantal jaren geleden zijn deze seksinrichtingen gesloten, aangezien de toenmalige exploitant niet meer beschikte over een geldige vergunning voor de exploitatie van een seksinrichting (hierna: exploitatievergunning). Het besluit waarbij dit is gebeurd is in rechte onaantastbaar.

2.2

[naam 1] heeft, voor zich in privé, als ouder bekleed met het ouderlijk gezag van de minderjarige [naam 2] , en als bewindvoerder over het vermogen van [naam 3] , een koopovereenkomst gesloten met Stichting [Stichting] (hierna: [Stichting] ), waarbij de panden aan de Bokkingshang [adressen] te Deventer in eigendom aan [Stichting] worden overgedragen. Op 4 september 2012 zijn deze in eigendom aan [Stichting] overgedragen. In de leveringsakte d.d. 4 september 2012 is een nadere overeenkomst tussen de betrokken partijen opgenomen.

2.3

Eiseres is een besloten vennootschap (B.V.) die op 26 april 2013 is opgericht door [naam 4] (hierna: [naam 4] ). [naam 4] is bestuurder en enig aandeelhouder van deze B.V. Eiseres wil de hiervoor genoemde seksinrichtingen aan de Bokkingshang te Deventer exploiteren en heeft daartoe op 11 juni 2013 een huurovereenkomst gesloten met [Stichting] .

Op grond van deze overeenkomst gaat de huurovereenkomst in op de eerste, of op de vijftiende dag van de maand, volgende op de dag dat alle vergunningen in handen zijn van

de huurder.

2.4

Eiseres heeft op 11 juni 2013 een exploitatievergunning aangevraagd voor de seksinrichtingen aan de Bokkingshang [adressen] te Deventer. Naar aanleiding van deze aanvraag heeft (onder meer) onderzoek plaatsgevonden in het kader van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur (hierna: Wet Bibob). Door het Landelijk Bureau Bibob zijn vervolgens een advies en een aanvullend advies uitgebracht. Tevens is advies uitgebracht door het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum aanpak georganiseerde criminaliteit (hierna: RIEC) Oost-Nederland.

2.5

Verweerder heeft bij het primaire besluit de door eiseres aangevraagde exploitatievergunning geweigerd op grond van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, onder a en b, van de Wet Bibob.

3.1

Op de beoordeling van deze zaak is het volgende wettelijk kader van toepassing.

3.2

Artikel 3:4, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening van Deventer (hierna: APV) bepaalt dat het verboden is een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan. Omdat dat sprake is van voor het publiek openstaande gebouwen is de burgemeester, op grond van artikel 174 van de Gemeentewet, in dit geval het bevoegde bestuursorgaan om te beslissen op aanvragen van een dergelijke vergunning.

3.3

Een exploitatievergunning kan geweigerd worden op de gronden als genoemd in artikel 3:13 van de APV.

3.4

Artikel 3, eerste lid, van de Wet Bibob bepaalt dat, voor zover bestuursorganen bij of krachtens de wet daartoe de bevoegdheid hebben gekregen, zij kunnen weigeren een aangevraagde beschikking te geven dan wel een gegeven beschikking intrekken, indien ernstig gevaar bestaat dat de beschikking mede zal worden gebruikt om:

a. uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, of

b. strafbare feiten te plegen.

In het tweede en derde lid van artikel 3 van de Wet Bibob is nader uitgewerkt hoe wordt vastgesteld in welke mate sprake is van ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder a en b.

3.5

In het vierde lid van artikel 3 van de Wet Bibob is bepaald dat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten als bedoeld in het tweede en derde lid, indien:

a. hij deze strafbare feiten zelf heeft begaan,

b. hij direct of indirect leiding geeft dan wel heeft gegeven aan, zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over of vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan een rechtspersoon in de zin van artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht die deze strafbare feiten heeft begaan, of

c. een ander deze strafbare feiten heeft gepleegd en deze persoon direct of indirect leiding geeft dan wel heeft gegeven aan, zeggenschap heeft dan wel heeft gehad over, vermogen verschaft dan wel heeft verschaft aan betrokkene, of in een zakelijk samenwerkingsverband tot hem staat of heeft gestaan.

3.6

Artikel 3, vijfde lid, van de Wet Bibob bepaalt dat de weigering dan wel intrekking, bedoeld in het eerste lid, slechts plaatsvindt indien deze evenredig is met:

a. de mate van gevaar en

b. voor zover het ernstig gevaar als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, betreft, de ernst van de strafbare feiten.

4.1

Tussen partijen is niet in geschil dat [naam 4] , de bestuurder en enig aandeelhouder van eiseres, zelf geen antecedenten heeft die een reden zouden kunnen vormen om de aangevraagde exploitatievergunning op grond van artikel 3 van de Wet Bibob te weigeren. Verweerder is evenwel van oordeel dat eiseres in een zakelijk samenwerkingsverband, als bedoeld in artikel 3, vierde lid, onder c, van de Wet Bibob, staat tot [naam 1] , van wie verweerder aanneemt dat hij in relatie staat tot strafbare feiten.

4.2

De rechtbank is van oordeel dat verweerder, mede op grond van de adviezen van het Landelijk Bureau Bibob en het RIEC Oost-Nederland, op goede gronden heeft aangenomen dat [naam 1] in relatie staat tot strafbare feiten. Uit de beschikbare documentatie blijkt dat [naam 1] een groot aantal criminele antecedenten heeft. Zo is [naam 1] op 25 september 2014 door de rechtbank Gelderland veroordeeld wegens het feitelijk leiding geven aan fiscale fraude, herhaald gepleegd, in de periode van 1 november 2006 tot 1 mei 2008. Daarnaast is [naam 1] onherroepelijk veroordeeld vanwege valsheid in geschrifte, handelen in strijd met de Opiumwet, geweldsdelicten en handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. De strafbare feiten waarvoor [naam 1] veroordeeld is, zijn van betekenis in het kader van de toets aan artikel 3, eerste en vijfde lid, van de Wet Bibob, te meer nu meerdere misdrijven waarvoor [naam 1] veroordeeld is gerelateerd zijn aan de prostitutie. Hieruit volgt dat indien aannemelijk moet worden geacht dat indien sprake is van een zakelijk samenwerkingsverband tussen eiseres en [naam 1] uit het bepaalde in artikel 3, vierde lid, aanhef en onder c, van de Wet Bibob volgt dat eiseres ook zelf in relatie staat tot strafbare feiten.

4.3

Naar het oordeel van de rechtbank staat, mede gezien de inhoud van de adviezen van het Landelijk Bureau Bibob en het RIEC Oost-Nederland, voldoende vast dat feitelijk sprake is van een zakelijk samenwerkingsverband tussen eiseres en [naam 1] . Hiertoe acht de rechtbank van belang dat in de leveringsakte van 4 september 2012 met betrekking tot de hiervoor aangeduide panden aan de Bokkingshang te Deventer een nadere overeenkomst tussen [naam 1] en [Stichting] is opgenomen. Artikel 1 van deze nadere overeenkomst bevat een voorbehoud van economisch eigendom, wat betekent dat de baten de verkoper ten goede komen, de lasten voor zijn rekening komen en verkoper het risico van het verkochte draagt. Uit artikel 2 van deze nadere overeenkomst volgt dat de verkoper bevoegd is tot het verrichten van alle feitelijke handelingen en rechtshandelingen met betrekking tot het verkochte. De koper moet zich hiervan onthouden tenzij op vordering van de verkoper.

[Stichting] was, gelet hierop, dan ook niet bevoegd om op eigen naam de panden aan de Bokkingshang te Deventer te verhuren. Alleen indien [naam 1] hiermee instemde was [Stichting] bevoegd om deze panden – namens [naam 1] , als economisch eigenaar – te verhuren. De uit de verhuur van de panden voortvloeiende baten komen rechtstreeks ten goede aan [naam 1] . Bij het voorgaande komt dat [naam 5] , die zelfstandig bevoegd bestuurder is

van [Stichting] , de voormalige levenspartner van [naam 1] is en dat in de nadere overeenkomst tevens is bepaald dat vanwege het voorbehoud van economisch eigendom geen koopsom wordt voldaan.

4.4

De rechtbank is voorts van oordeel dat geen sprake is van een normale zakelijke transactie tussen eiseres als huurder en [naam 1] als verhuurder van de panden aan de Bokkingshang te Deventer. Uit het ten behoeve van de exploitatie van de seksinrichtingen opgestelde ondernemingsplan blijkt dat 70% van de begrote jaaromzet uit de verhuur van ruimten in deze panden aan prostituees als huur voor deze panden ten goede komt aan [naam 1] , als verhuurder. Het financiële belang van [naam 1] bij de exploitatie van de seksinrichtingen is daarmee feitelijk groter dan het financiële belang van eiseres zelf. Daarbij komt dat niet denkbeeldig is dat [naam 1] , gezien zijn jarenlange ervaring als ondernemer in de prostitutiebranche, als economisch eigenaar van de panden mogelijkheden heeft om zijn invloed te doen gelden bij een nieuwkomer binnen deze branche, zoals eiseres. Verweerder heeft voorts in de omstandigheid dat eiseres gebruik heeft gemaakt van de diensten van de voormalig financieel adviseur van [naam 1] , [naam 6] , een aanwijzing mogen zien dat sprake is van meer dan een gewone relatie tussen een huurder en een verhuurder.

4.5

Gelet op al de omstandigheden zoals hiervoor genoemd, in onderlinge samenhang bezien, en het gegeven dat de wijze waarop de eigendomssituatie met betrekking tot de panden aan de Bokkingshang te Deventer met name lijkt te zijn ingegeven door de wens om [naam 1] buiten beeld te houden, acht de rechtbank aannemelijk dat sprake is van een zakelijk samenwerkingsverband tussen eiseres en [naam 1] . Gelet op het bepaalde in artikel 3, vierde lid, aanhef en onder c, van de Wet Bibob moet daarom worden aangenomen dat eiseres in relatie staat tot strafbare feiten als bedoeld in het tweede en derde lid van artikel 3 van de Wet Bibob.

4.6

De rechtbank is van oordeel dat verweerder, gelet op de ernst van het gevaar dat de vergunning mede gebruikt zal worden om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten, en/of strafbare feiten te plegen, de aangevraagde exploitatievergunning aan eiseres heeft mogen weigeren.

5. Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit de rechterlijke toets doorstaat.

6 Het beroep is daarom ongegrond.

7 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, voorzitter, en mr. W.F. Bijloo en mr. W.R.H. Lutjes, leden, in aanwezigheid van mr. A. van der Weij, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.