Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:5242

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
26-11-2015
Datum publicatie
26-11-2015
Zaaknummer
08.760147-15 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich binnen een tijdsbestek van nog geen twee maanden schuldig gemaakt aan een tiental inbraken in geldautomaten van autowasboxen en luchtunits bij benzinestations en één poging daartoe.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 10 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.760147-15 (P)

Datum vonnis: 26 november 2015

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

nu verblijvende in het Huis van Bewaring in Zwolle.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 november 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.M. Klaasen en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw mr. M. van der Steeg, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich in totaal twintig maal schuldig heeft gemaakt aan (poging tot) diefstal van muntgeld door betaalautomaten van bandenspanningsapparaten (luchtunits) en autowasboxen bij benzinestations/autobedrijven open te breken.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 02 januari 2015 te Wesepe met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking, (door de betaalpaal van de autowasbox(en) open te breken en/of te forceren).

2.

hij op of omstreeks 08 juli 2015 te Zutphen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan autowascentrum de Revelhorst BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, doordat hij, verdachte, de betaalautomaat behorende bij die wasstraat heeft geforceerd en/of verbroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3.

hij op of omstreeks 08 juli 2015 te Zutphen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een betaalautomaat (behorende bij een tankstation) heeft weggenomen een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Air Serv Netherlands Bv en/of pompstation Amigo, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen hoeveelheid geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking door het forceren en/of verbreken van die betaalautomaat.

4.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 maart 2014 tot en met 08 juli 2015, te Deventer en/of te Wijhe en/of te Hengelo (Gld) en/of te Lochem en/of te Raalte en/of te Wesepe en/of te Vriezenveen en/of te Den Ham en/of te Nijverdal en/of te Hellendoorn en/of te Heino en/of te Kampen en/of te Ommen, althans (telkens) binnen Nederland, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (telkens) een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking, door (telkens) het verbreken en/of forceren van één of meer betaalautomaten, te weten:

a. - op of omstreeks 22 mei 2015 te Deventer een betaalautomaat - gelegen aan de Diepenveenseweg 1 - geheel of ten dele toebehorende aan Air-Serv Nertherlands B.V., althans een ander dan aan verdachte en/of

b. - op of omstreeks 22 mei 2015 te Wijhe een betaalautomaat - gelegen aan de [adres 6] - geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 2] en/of [slachtoffer] , althans een ander dan aan verdachte en/of

c. - op of omstreeks 11 juni 2015 te Raalte, een betaalautomaat - gelegen aan de Klipperweg 10 - geheel of ten dele toebehorende aan Air-Serv Netherlands B.V., althans een ander dan aan verdachte en/of

d. - op of omstreeks de nacht van 07 juli op 08 juli 2015 te Hengelo (gld), een betaalautomaat- gelegen aan de [adres 7] - geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 3] BV., althans een ander dan aan verdachte, e. - op of omstreeks de nacht van 07 juli op 08 juli 2015 te Hengelo (Gld), een betaalautomaat- gelegen aan de Rondweg 10 - geheel of ten dele toebehorende aan Air-Serv Netherlands B.V., althans een ander dan aan verdachte en/of

f. - op of omstreeks de nacht van 07 juli op 08 juli 2015 te Lochem, een betaalautomaat- gelegen aan de Zutphenseweg 100 A - geheel of ten dele toebehorende aan Air-Serv Netherlands B.V., althans een ander dan aan verdachte en/of

g. - op of omstreeks 9 juni 2015 te Wesepe, althans binnen de gemeente Olst-Wijhe, een betaalautomaat- gelegen aan de [adres 11] - geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1] B.V., althans een ander dan aan verdachte en/of

h. - op of omstreeks 1 juni 2015 te Vriezenveen, althans binnen de gemeente Twenterand, een betaalautomaat- gelegen aan de [adres 8] - geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 4] , althans een ander dan aan verdachte en/of

i. - op of omstreeks 14 juni 2015 te Den Ham, althans binnen de gemeente Twenterand, een betaalautomaat- gelegen aan de [adres 9] - geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 5] B.V., althans een ander dan aan verdachte en/of

j. - op of omstreeks 14 juni 2015 te Nijverdal, althans binnen de gemeente Hellendoorn, een betaalautomaat- gelegen aan de [adres 10] - geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 6] , althans een ander dan aan verdachte en/of

k. - in of omstreeks de periode van 13 juni tot en met 15 juni 2015 te Hellendoorn, een betaalautomaat- gelegen aan de Hammerweg 6 - geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 7] ., althans een ander dan aan verdachte en/of

l. - op of omstreeks de nacht van 14 op 15 juni 2015 te Vriezenveen, een betaalautomaat- gelegen aan de Rijksweg N36 - geheel of ten dele toebehorende aan Air-Serv Nertherlands B.V., althans een ander dan aan verdachte en/of

m. - op of omstreeks 27 maart 2014 te Heino, een betaalautomaat- gelegen aan de [adres 1] - geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 1] , althans een ander dan aan verdachte en/of

n. op of omstreeks de nacht van 24 op 25 juni 2014 te Kampen een betaalautomaat- gelegen aan de [adres 2] - geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 8] B.V. , althans een ander dan aan verdachte en/of

o. - op of omstreeks de nacht van 8 op 9 april 2015 te Ommen een betaalautomaat- gelegen aan de [adres 3] - geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 9] B.V. , althans een ander dan aan verdachte en/of

p. - op of omstreeks de nacht van 8 op 9 april 2015 te Ommen een betaalautomaat- gelegen aan de [adres 4] - geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 10] en/of [bedrijf 11] , althans een ander dan aan verdachte en/of

q. - op of omstreeks de nacht van 8 op 9 april 2015 te Ommen een betaalautomaat- gelegen aan de [adres 5] - geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 10] en/of [bedrijf 12] B.V. , althans een ander dan aan verdachte.

De rechtbank duidt de onder 4 ten laste gelegde feiten aan met de letters a tot en met q.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de negentien feiten die de officier bewezen acht, wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van negentien maanden met aftrek van voorarrest. Zij heeft tevens verzocht om de vorderingen van de benadeelde partijen toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Met betrekking tot het beslag heeft zij gevorderd dat de fiets, het gereedschap en het muntgeld verbeurd zullen worden verklaard en dat de teruggave wordt gelast aan verdachte van de inbeslaggenomen kleding.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

Inleiding

Op vrijdag 2 januari 2015 is de betaalautomaat van een autowasbox van het bedrijf [bedrijf 1] gevestigd te Wesepe opengebroken. Het geldbakje dat in de betaalautomaat stond, was weggenomen. Van deze inbraak waren camerabeelden. Twee verbalisanten die deze beelden hebben bekeken herkenden op de beelden verdachte. Zij hadden verdachte kort voor het bekijken van de beelden, op zaterdag 3 januari 2015, slapend achter een bosje in Heino aangetroffen. Naar aanleiding van deze herkenning heeft de officier van justitie toestemming gegeven voor de aanhouding van verdachte.

Op woensdag 8 juli 2015, omstreeks 05.00 uur is verdachte aangetroffen bij het Tankstation Total te Zutphen. Verdachte stond tussen afvalcontainers behorend bij het tankstation en fietste in versneld tempo weg. Op aanroepen van de politie is verdachte gestopt en aangehouden in verband met bovengenoemde inbraak op 2 januari 2015.

Verdachte was bij zijn aanhouding in het bezit van een fiets met fietstassen en voorop een zwart krat. In één van de fietstassen zat een plastic tas met muntgeld. Ook had verdachte muntgeld in zijn jaszak zitten. Het bleek te gaan om een bedrag van in totaal € 138,60 (181 munten van 0,50 cent, 20 munten van 2 euro, 8 munten van 1 euro en 1 munt van 0.10 cent).

In de buurt van de plek waar de verbalisanten verdachte voor zijn aanhouding hadden zien staan werd op een afvalcontainer een geel breekijzer aangetroffen en een grote platte schroevendraaier.

Na de aanhouding van verdachte is een politieonderzoek gestart waarbij bleek dat verdachte ook voor een groot aantal andere inbraken in betaalautomaten van met name bandenspanningsapparaten en wasboxen bij benzinestations/autobedrijven als verdachte kon worden aangemerkt op basis van camerabeelden en/of modus operandi.

Verdachte heeft bij de politie geen verklaring afgelegd. Ter terechtzitting van
12 november 2015 heeft hij bekend dat hij de onder 2, 3, 4d en 4e ten laste gelegde feiten heeft gepleegd. De overige ten laste gelegde feiten heeft hij ontkend te hebben gepleegd.

5.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat zich in het dossier onvoldoende bewijs bevindt voor het onder 4c ten laste gelegde, zodat verdachte van dit feit zal moeten worden vrijgesproken.

De onder 1 tot en met 3 en onder 4a, 4b, en 4d tot en met 4q ten laste gelegde feiten acht zij op basis van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen. Wat betreft enkele ten laste gelegde feiten, waarvan geen camerabeelden zijn of deze van slechte kwaliteit zijn, kan volgens officier van justitie gebruik gemaakt worden van schakelbewijs gelet op de kenmerkende modus operandi van verdachte.

5.3

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft een viertal feiten bekend. Van de overige aan verdachte ten laste gelegde feiten heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit. Zij heeft er op gewezen dat er geen enkel technisch bewijs is dat belastend is voor verdachte.

Voor wat betreft de feiten waarvan geen camerabeelden zijn heeft de raadsvrouw bepleit dat geen gebruik kan worden gemaakt van schakelbewijs. Voor wat betreft de feiten waarvan camerabeelden zijn waarop verdachte door verbalisanten wordt herkend, heeft de raadsvrouw betoogd dat de herkenningen van verbalisanten onvoldoende betrouwbaar zijn om als bewijs te gebruiken. Daartoe heeft zij aangevoerd dat er sprake is van vooringenomenheid ten aanzien van verdachte, nu ook wanneer de beelden van mindere of slechtere kwaliteit zijn met stelligheid wordt beweerd dat verdachte daarop wordt herkend. De raadsvrouw is bovendien van mening dat de herkenningen onvoldoende zijn onderbouwd.

5.4

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Feit 1

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 2 januari 2015 geld uit de betaalautomaat van de autowasbox van de firma [bedrijf 1] te Wesepe heeft weggenomen door deze open te breken. Van deze inbraak zijn bewakingsbeelden gemaakt. Verdachte is op deze bewakingsbeelden herkend door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] . Zij hadden verdachte kort voor het bekijken van de beelden aangetroffen in Heino naar aanleiding van een melding “overlast zwerver”. Zij verbaliseren dat de beelden duidelijk en in kleur zijn en dat zij verdachte herkennen aan gezicht, postuur en kleding. Ook verbalisant [verbalisant 3] , die verdachte op 8 juli 2015 heeft aangehouden, herkent hem op de bewakingsbeelden. Hij herkent verdachte aan zijn gezicht en zijn lichaamsbouw. [verbalisant 3] relateert daarbij dat de bewegende beelden van een zodanige kwaliteit zijn dat hij [verdachte] voor 100% herkent.

De rechtbank heeft geen aanleiding om aan de herkenningen van genoemde verbalisanten te twijfelen. Van enige vooringenomenheid is niet gebleken. Daarbij overweegt de rechtbank dat [verbalisant 1] en [verbalisant 2] verdachte reeds op 3 januari 2015 herkennen. Op dat moment is er nog geen sprake van enig gericht onderzoek jegens verdachte.

Feit 2

Verdachte heeft ter terechtzitting van 12 november 2015 bekend dat hij op 8 juli 2015 de betaalautomaat van een wasbox van Autowascentrum de Revelhorst te Zutphen heeft opengebroken. Bij dit feit heeft verdachte geen geld buit gemaakt omdat het geld dat door de klant in de automaat wordt gedaan direct via een slang wordt afgevoerd naar een opvangbak in de grond. Hierdoor is het bij een poging gebleven.

De rechtbank overweegt dat sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom in de bijlage van dit vonnis volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

Feit 3

Verdachte heeft ter terechtzitting van 12 november 2015 eveneens bekend dat hij op 8 juli 2015 de bandenspanningsmeter van het bedrijf Air-Serv Netherlands bij pompstation Amigo te Zutphen heeft opengebroken en daaruit muntstukken van 50 cent heeft weggenomen.

De rechtbank overweegt dat sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom in de bijlage van dit vonnis volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

Feit 4a

De rechtbank acht ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 22 mei 2015 de betaalautomaat van de bandenspanningsmeter van het bedrijf Air-Serv bij tankstation Tinq te Deventer heeft opengebroken en daaruit de geldbak heeft weggenomen. Van deze inbraak zijn bewakingsbeelden beschikbaar. Verdachte wordt op deze bewakingsbeelden herkend door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 3] die verdachte op 8 juli 2015 hebben aangehouden. De rechtbank heeft geen aanleiding om aan de herkenningen van genoemde verbalisanten te twijfelen. Van enige vooringenomenheid is niet gebleken. Daarbij komt dat op de beelden te zien is verdachte een voorwerp in zijn hand heeft, waarschijnlijk geelachtig van kleur en dat bij de aanhouding van verdachte een geel breekijzer in beslag is genomen.

Feit 4b

Ook van de onder 4b ten laste gelegde inbraak bij de autowasboxen van [bedrijf 2] op 22 mei 2015 zijn camerabeelden. Door een drietal verbalisanten wordt geverbaliseerd dat de persoon die op de beelden is te zien dezelfde persoon is als die op de beelden van feit 4a en feit 4h is te zien. Op deze beelden is de verdachte wel herkend. De rechtbank heeft geen aanleiding om aan deze indirecte herkenning van verdachte te twijfelen. Van vooringenomenheid is niet gebleken. Integendeel, door de verbalisanten is zorgvuldig geverbaliseerd dat de beelden van een matige kwaliteit zijn en dat zij verdachte niet aan zijn gezicht herkennen, maar op basis van met name kleding en postuur concluderen dat het om dezelfde persoon gaat als de persoon die op de beelden van feit 4a en 4h is te zien. Daarbij komt dat vóór de opengebroken automaat een vreemde gele verfsoort is aangetroffen, terwijl op 8 juli 2015 bij de aanhouding van verdachte een geel breekijzer in beslag is genomen. Het onder 4b ten laste gelegde feit acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Feit 4c

De rechtbank is, evenals de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat zich in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevindt voor hetgeen aan verdachte onder 4c ten laste is gelegd, zodat zij hem van dat feit vrij zal spreken.

Feit 4d

Verdachte heeft ter terechtzitting van 12 november 2015 bekend dat hij op 8 juli 2015 de betaalautomaat van de autowasbox van [bedrijf 3] te Hengelo heeft opengebroken.

De rechtbank overweegt dat sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom in de bijlage van dit vonnis volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

Feit 4e

Verdachte heeft ter terechtzitting van 12 november 2015 bekend dat hij op 8 juli 2015 de betaalautomaat van een luchtunit van het bedrijf Air-Serv Netherlands B.V. bij tankstation TinQ te Hengelo heeft opengebroken.

De rechtbank overweegt dat sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom in de bijlage van dit vonnis volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

Feit 4f

In dezelfde nacht dat de feiten 2, 3 en 4d en 4e hebben plaatsgevonden is ook een betaalautomaat van een luchtunit van Air-Serv Netherlands B.V. opengebroken bij tankstation TinQ te Lochem. Verdachte heeft ontkend dat hij deze inbraak heeft gepleegd. De rechtbank acht deze ontkenning van verdachte echter niet geloofwaardig en overweegt daartoe als volgt. Verdachte heeft bekend dat hij die nacht van 7 op 8 juli 2015 in Hengelo een betaalautomaat van een autowasbox en van een betaalautomaat van een luchtunit heeft opengebroken en dat hij diezelfde nacht een betaalautomaat van een autowasbox en een betaalautomaat van een luchtunit in Zutphen heeft opengebroken. Het onderhavige ten laste gelegde feit betreft een soortgelijk feit en heeft plaatsgevonden in de zelfde nacht. De rechtbank overweegt dat wanneer verdachte van Hengelo naar Zutphen is gefietst hij, via de meest logische weg, door Lochem moet zijn gekomen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij die nacht is gaan rondfietsen met de intentie om betaalautomaten open te breken en dat hij daarom een breekijzer en een schroevendraaier bij zich had. Hij heeft ook verklaard dat hij van Hengelo naar Zutphen is gefietst. Gelet op deze verklaring van verdachte in combinatie met de geografische ligging van Lochem, tussen Hengelo en Zutphen, alsmede het feit dat op de plek waar de luchtunit is opengebroken rode verf is aangetroffen, terwijl op de schroevendraaier die bij verdachte zijn aanhouding in beslag is genomen rode verfsporen zaten, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ook dit feit heeft gepleegd.

Feit 4g

Onder 4g is de een inbraak ten laste gelegd in een betaalautomaat van een autowasbox van [bedrijf 1] B.V. te Wesepe. Volgens de tenlastelegging is dit feit gepleegd op 9 juni 2015. Blijkens het dossier is dit feit echter gepleegd op 9 juni 2014. Nu hierover blijkens het verhandelde ter terechtzitting geen misverstand heeft bestaan zal de rechtbank deze datum als een kennelijke verschrijving verbeteren. De rechtbank is echter, anders dan de officier van justitie van oordeel dat zich in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevindt om tot een veroordeling voor dit feit komen. Er zijn bewakingsbeelden van dit feit, maar deze zijn van slechte kwaliteit. Hoewel verbalisanten wel relateren dat de verdachte op de beelden voldeed aan de uiterlijke kenmerken van verdachte is geen sprake van een herkenning. De rechtbank ziet in dit geval ook onvoldoende aanknopingspunten om op basis van de modus operandi gebruik te maken van een schakelbewijsconstructie.

Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat dit feit een jaar eerder is gepleegd dan de overige bewezenverklaarde feiten.

Feit 4h

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 1 juni 2015 de betaalautomaat van een autowasbox van [bedrijf 4] te Vriezenveen heeft open gebroken en daaruit de geldbak heeft weggenomen. Van deze inbraak zijn bewakingsbeelden beschikbaar. Verdachte wordt op deze bewakingsbeelden herkend door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 3] die verdachte op 8 juli 2015 hebben aangehouden. De rechtbank heeft geen aanleiding om aan de herkenningen van genoemde verbalisanten te twijfelen. Van enige vooringenomenheid is niet gebleken. Daarbij komt dat op de beelden te zien is verdachte een geel kleurig breekijzer hanteert en dat bij de aanhouding van verdachte een geel breekijzer in beslag is genomen.

Feiten 4i en j

Ook van de onder 4i ten laste gelegde inbraak bij de autowasboxen van [bedrijf 5] B.V. te Den Ham op 14 juni 2015 zijn camerabeelden. Door een drietal verbalisanten wordt geverbaliseerd dat de persoon die op de beelden is te zien dezelfde jas draagt als de persoon die op de beelden van feit 2 en feit 3 is te zien. Op deze beelden is de verdachte herkend en verdachte heeft bekend dat hij de onder 2 en 3 ten laste gelegde soortgelijke feiten heeft gepleegd.
In dezelfde nacht als de inbraak bij [bedrijf 5] B.V. is er ook ingebroken in de betaalautomaat van de autowasbox van [bedrijf 6] te Nijverdal. Nijverdal en Den Ham liggen zo’n 12 kilometer uit elkaar

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat het verdachte is geweest die deze twee inbraken heeft gepleegd en maakt daartoe gebruik van schakelbewijs bestaande uit de bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan het bewijs van de feiten 2, 3, 4d en 4e.

Volgens de doctrine en de jurisprudentie van de Hoge Raad is het gebruik van aan andere bewezen geachte, soortgelijke, feiten ten grondslag liggende bewijsmiddelen als ondersteunend bewijs (schakel-, ketting- of ketenbewijs) toegelaten. Daarbij moet het gaan om bewijsmateriaal van die andere feiten dat op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoont met het bewijsmateriaal van het te bewijzen feit en dat duidt op een specifiek patroon in het gedrag van verdachte, welk patroon herkenbaar aanwezig is in de voor het te bewijzen feit voorhanden bewijsmiddelen.

Ten aanzien van de betrokkenheid van verdachte bij de inbraken op 14 juni 2015, wijst de rechtbank op het signalement van de dader. Op de beelden van [bedrijf 5] B.V. is te zien dat de verdachte een jas draagt die gelijk is aan de jas die verdachte op 8 juli 2015 droeg. Tevens is te zien dat de verdachte zich per fiets met fietstassen verplaatst. Ook uit de aangifte van [bedrijf 6] komt naar voren dat de verdachte zich op een fiets met fietstassen verplaatst.

De rechtbank overweegt voorts dat sprake is van soortgelijke feiten, namelijk inbraken in betaalautomaten van autowasboxen en luchtunits.

Verdachte hanteert bij de inbraken op 8 juli 2015 en op 14 juni 2015 een werkwijze, die op essentiële punten overeenkomt. In beide gevallen verplaatste verdachte zich per fiets met fietstassen waarbij hij redelijke afstanden heeft afgelegd van de ene naar de andere plaats.

Daarnaast acht de rechtbank redengevend het relatief korte tijdsbestek waarin de inbraken hebben plaatsgehad en het feit dat zij in de zelfde regio zijn gepleegd.

Feit 4k

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat zich in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevindt om tot een veroordeling voor dit feit komen. Er zijn geen bewakingsbeelden van dit feit. De rechtbank ziet in dit geval ook onvoldoende aanknopingspunten om op basis van de modus operandi gebruik te maken van een schakelbewijsconstructie. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat niet duidelijk is of dit feit in dezelfde nacht is gepleegd als de feiten 4i en 4j of mogelijk een nacht later.

Feiten 4l tot en met 4q

De rechtbank is van oordeel dat zich in het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevindt om tot een veroordeling voor deze feiten te komen. Van deze feiten zijn er geen bewakingsbeelden of zijn de beelden van een dermate slechte kwaliteit dat op basis daarvan geen persoonsherkenning mogelijk is. De rechtbank ziet voor deze feiten ook onvoldoende aanknopingspunten om op basis van de modus operandi gebruik te maken van een schakelbewijsconstructie.

5.5

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 02 januari 2015 te Wesepe met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld toebehorende aan [bedrijf 1] , waarbij verdachte dat weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak (door de betaalpaal van de autowasbox open te breken).

2.

hij op 08 juli 2015 te Zutphen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een hoeveelheid geld, toebehorende aan autowascentrum de Revelhorst BV, en dat weg te nemen geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, doordat hij, verdachte, de betaalautomaat behorende bij die wasstraat heeft verbroken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3.

hij op 08 juli 2015 te Zutphen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een betaalautomaat heeft weggenomen een hoeveelheid geld, toebehorende aan Air Serv Netherlands Bv, waarbij verdachte dat weg te nemen hoeveelheid geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, door verbreken van die betaalautomaat.

4.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 22 mei 2015 tot en met 08 juli 2015, te Deventer en te Wijhe en te Hengelo (Gld) en te Lochem en te Vriezenveen en te Den Ham en te Nijverdal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen (telkens) een hoeveelheid geld, (telkens) toebehorende aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte(telkens) de dat weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, door (telkens) het verbreken van betaalautomaten, te weten:

a. - op 22 mei 2015 te Deventer een betaalautomaat - gelegen aan de Diepenveenseweg 1 - toebehorende aan Air-Serv Netherlands B.V., en

b. - op 22 mei 2015 te Wijhe een betaalautomaat - gelegen aan de [adres 6] - toebehorende aan [bedrijf 2] , en

d. - omstreeks 08 juli 2015 te Hengelo (Gld), een betaalautomaat- gelegen aan de [adres 7] - toebehorende aan [bedrijf 3] BV., en

e. - omstreeks 08 juli 2015 te Hengelo (Gld), een betaalautomaat- gelegen aan de Rondweg 10 - toebehorende aan Air-Serv Netherlands B.V., en

f. - omstreeks 08 juli 2015 te Lochem, een betaalautomaat- gelegen aan de Zutphenseweg 100 A - toebehorende aan Air-Serv Netherlands B.V., en

h. - op 1 juni 2015 te Vriezenveen, een betaalautomaat- gelegen aan de [adres 8] - toebehorende aan [bedrijf 4] , en

i. - op 14 juni 2015 te Den Ham, een betaalautomaat- gelegen aan de [adres 9] - toebehorende aan [bedrijf 5] B.V., en

j. - op 14 juni 2015 te Nijverdal- gelegen aan de [adres 10] - toebehorende aan [bedrijf 6] .

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is telkens strafbaar gesteld bij de artikelen 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

feit 2

het misdrijf: poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.


feit 3

het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

feit 4

het misdrijf: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich binnen een tijdsbestek van nog geen twee maanden schuldig gemaakt aan een tiental inbraken in geldautomaten van autowasboxen en luchtunits bij benzinestations en één poging daartoe. Verdachte heeft, omdat hij snel en gemakkelijk geld wilde verkrijgen, hard werkende ondernemers getroffen en schade en overlast toegebracht. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan, temeer omdat het blijkens het uittreksel justitiële documentatie van verdachte bepaald niet de eerste keer is dat hij voor dergelijke feiten met justitie in aanraking komt. Hij is reeds vele malen eerder wegens vermogensdelicten veroordeeld.

De rechtbank is gelet op de aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf passend en geboden is. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een deels voorwaardelijke straf, nu verdachte heeft laten zien dat voorwaardelijke straffen hem er niet van weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen gevangenisstraf rekening gehouden met de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) voor de verschillende vormen van diefstal. Alles afwegend acht zij een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden passend en geboden.

8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen fiets en het in beslag genomen gereedschap moet worden verbeurdverklaard, omdat met behulp van deze aan verdachte toebehorende voorwerpen één of meer bewezen verklaarde feiten zijn begaan.

De rechtbank is van oordeel dat het in beslaggenomen geldbedrag van € 138,60 moet worden verbeurdverklaard, omdat dit geheel of grotendeels door middel van de strafbare feiten is verkregen.

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de in beslag genomen kleding, aangezien dit niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

9. De vorderingen van de benadeelde partijen

Feit 3

Air-Serv Netherlands B.V. heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 425,40 . Deze schade bestaat uit herstelkosten van de inbraakschade.

De rechtbank stelt vast dat zich bij de vordering geen uittreksel van de Kamer van Koophandel (KvK) bevindt, zodat de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de natuurlijke persoon die de vordering heeft ingediend niet vast staat en de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.

De rechtbank zal echter wel de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen voor het gevorderde bedrag van € 425,40, nu de opgevoerde schadeposten voldoende onderbouwd en aannemelijk zijn en de verdachte jegens de benadeelde naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 3 is toegebracht.

Feit 4b

[bedrijf 2] B.V, gevestigd te Wijhe heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 270,43 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    € 250,- weggenomen geld;

  • -

    € 20,43 voor het herstel van de braakschade

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde. De opgevoerde schadeposten zijn niet voldoende betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. Wat betreft het weggenomen geld zal de rechtbank, in het voordeel van verdachte, uitgaan van een bedrag van € 200,--, nu de aangifte spreekt over een bedrag van tussen de € 200,- en € 300,-.

De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 220,43, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de benadeelde naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 4b is toegebracht.

Feit 4d

[bedrijf 3] B.V., gevestigd te Hengelo heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 200,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    € 90,- weggenomen geld (schatting);

  • -

    € 110,- voor het herstel van de braakschade

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde. De opgevoerde schade voor het herstel van de betaalautomaat is niet voldoende betwist en voldoende en aannemelijk. Ten aanzien van het weggenomen geld zal de rechtbank, in het voordeel van verdachte, uitgaan van het bedrag van € 40,- dat bij de aangifte is genoemd. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 150,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de benadeelde naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 4d is toegebracht.

Feit 4h

[bedrijf 4] , gevestigd te Vriezenveen heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 645,76,-. te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    € 226,- reparatiekosten die niet door de verzekering zijn vergoed in verband met eigen risico

  • -

    € 419,76 winstderving van 18 dagen.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde. De opgevoerde schade voor het herstel van de betaalautomaat is niet voldoende betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. Wat betreft de winstderving geldt dat niet duidelijk is waarom de automaat achttien dagen stil heeft moeten liggen. De rechtbank acht het echter redelijk dat verdachte zeven maal de gemiddelde dagopbrengst van € 23,32 vergoedt, te weten € 163,24.

De gestelde schade voor de overige dagen is door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om haar stellingen alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schade niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 389,24, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de benadeelde naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 4h is toegebracht.

Feit 4i

[bedrijf 5] B.V., gevestigd te Den Ham heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 730,99. Deze schade bestaat uit weggenomen geld en munten en herstel van de inbraakschade.

De rechtbank stelt vast dat zich bij de vordering geen uittreksel van de Kamer van Koophandel (KvK) bevindt, zodat de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de natuurlijke persoon die de vordering heeft ingediend niet vast staat en de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.

De rechtbank zal echter wel de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen voor het gevorderde bedrag van € 730,99, aangezien deze schade voldoende is onderbouwd en de verdachte jegens de benadeelde naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 4i is toegebracht.

Feit 4j

[bedrijf 6] gevestigd te Nijverdal heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 110,- Deze schade bestaat uit herstelkosten van de braakschade, gederfde inkomsten en het gestolen geldbedrag.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde. De opgevoerde schadeposten zijn niet voldoende betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de benadeelde naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 4j is toegebracht.

Feiten 4k en 4n

De benadeelde partijen [naam 1] en [naam 2] worden hun vorderingen niet-ontvankelijk verklaard nu de verdachte van het hem onder 4k en 4n ten laste gelegde zal worden vrijgesproken.

10. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 24, 27, 33, 33a, 36f en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:


feit 1

het misdrijf: Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

feit 2

het misdrijf: Poging tot diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

feit 3

het misdrijf: Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

feit 4

het misdrijf: Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd.

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van tien maanden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

benadeelde partij Air-Serv Netherlands B.V.

- bepaalt dat de benadeelde partij Air-Serv Netherlands B.V. gevestigd te Waalwijk in het geheel niet-ontvankelijk is in haar vordering en dat de benadeelde partij de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 3 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 425,40 ten behoeve van Air-Serv Netherlands B.V. gevestigd te Waalwijk, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 8 dagen zal worden toegepast.

benadeelde partij [bedrijf 2] B.V.

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 2] B.V. gevestigd te Wijhe van een bedrag van € 270, 43 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 mei 2015;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 3 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 270, 43, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 mei 2015, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 5 dagen zal worden toegepast,

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij [bedrijf 2] B.V. voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

benadeelde partij [bedrijf 3] B.V.

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 3] B.V. gevestigd te Hengelo van een bedrag van € 150,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2015;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 4 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 150,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 juli 2015, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 3 dagen zal worden toegepast,

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij [bedrijf 3] B.V. voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

benadeelde partij [bedrijf 4]

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 4] gevestigd te Vriezenveen van een bedrag van € 389,24 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2015;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 4 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 389,24, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2015, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 7 dagen zal worden toegepast,

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij [bedrijf 4] voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

benadeelde partij [bedrijf 5] B.V.

- bepaalt dat de benadeelde partij [bedrijf 5] B.V. gevestigd te Den Ham in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 4 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 730,99 ten behoeve van [bedrijf 5] B.V. gevestigd te Den Ham , met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 14 dagen zal worden toegepast.

benadeelde partij [bedrijf 6]

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf 6] gevestigd te Nijverdal van een bedrag van € 110,-;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 4 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 110,- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 2 dagen zal worden toegepast,

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

benadeelde [naam 1]

- bepaalt dat de benadeelde partij [naam 1] niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

benadeelde [naam 2]

- bepaalt dat de benadeelde partij [naam 2] niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

de inbeslaggenomen voorwerpen

  • -

    verklaart verbeurd de fiets, het gereedschap en het geldbedrag ter hoogte van € 138,60;

  • -

    gelast de teruggave aan de verdachte van de kleding.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. van Bruggen, voorzitter, mrs. G.J. Stoové en
S.K. Huisman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Seuters, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 november 2015.

Buiten staat

Mrs. G.J. Stoové en S.K. Huisman zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer 2015450939. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feit 1

1. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] , p. 44-45, inhoudende:

Vanmorgen 3 januari 2015 omstreeks 0.00 uur kwam ik hier bij het tankstation. Ik heb

eerst het station geopend en later heb ik een ronde gemaakt rond het station. Aan de

achterzijde van het station bevinden zich 2 autowasboxen. In het midden van die boxen

staat de betaalpaal waar men middels muntgeld de hogedrukspuit inwerking kan zetten.

Ik zag dat de deur waarmee toegang wordt verschaft naar het binnenste van de paal open

stond. Ik zag dat de deur verbroken was, ik zag namelijk dat de stalenpinnen aan

boven en onderzijde verbogen waren. Ik zag dat het bakje waarin liet muntgeld in

opgevangen wordt niet meer aanwezig was.

Ik heb eerst mijn werkgever van de diefstal in kennis gesteld en heb daarna de

bewakingsbeelden uitgekeken. Ik zag dat omstreeks 22.40 uur een persoon op een fiets

aan de achterzijde van het station was. Ik zag dat deze persoon de wasboxen binnen

ging. Via de camera aan de binnenzijde wasboxen zag ik dat deze persoon met een

breekvoorwerp de deur van de betaalpaal forceerde. Ik zag dat hij het bakje met geld

uit de paal haalde en weg liep. Verder is op de beelden te zien dat hij op de fiets

wegfietst in de richting van de Raalterweg.

2. Het proces verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] , p. 46, inhoudende:

Naar aanleiding van een inbraak in een betaalpaal van een autowasbox bij de firma

[bedrijf 1] , gelegen aan de [adres 11] te Wesepe d.d. vrijdag 2 januari 2015, tussen

22.40

uur en 22.45 uur, heb ik, verbalisant, de bewegende camerabeelden bekeken.

(…)

Het volgende heb ik, verbalisant, kort samengevat, gezien:

Ik zag, dat een man kwam aangelopen met een fiets. Deze fiets is voorzien van

dubbele, donkere fietstassen. Het is niet goed te zien wat voor soort kleur de fiets

had (donker/licht?). Ik zag, dat de man de fiets tegen een gebouw plaatste.

Vervolgens versprong het beeld en was er een wasplaats te zien. Ik zag, dat de

verdachte deze wasplaats inliep.

Ik zag vervolgens, dat de man met een geel breekvoorwerp, vermoedelijk een

breekijzer, een vermoedelijk metalen deur openbrak. Tijdens dit openbreken zag ik, dat

de man het vermoedelijke breekijzer de ene keer in zijn linkerhand had en de andere

keer in zijn rechter hand en daarmee dan aan het manoeuvreren was. Dit openbreken

duurde ongeveer 35 seconden. Direct na het openbreken zag ik, dat de man iets uit de

ruimte achter deze deur pakte en hiermee wegliep.

Bij de 2e minuut en 10 seconden van het filmpje zag ik, dat de verdachte weer de

wasstraat inliep. Ik zag dat de verdachte in de ruimte keek, achter de deur die hij

net open had gebroken. Direct hierop zag ik, dat hij de wasstraat uitliep en naar

zijn fiets liep. Ik zag, dat hij hier nog wat aan het rommelen was en vervolgens op

zijn fiets stapte en wegreed.

Ik, verbalisant, zag dat de man de volgende kleding droeg:

Lichte sportschoenen; grijsachtig gekleurde broek (lichter dan de jas); blauwe jas met

brede, witte strepen op de beide armen; jas tot net over de heupen; aan de achterzijde

van de jas zat een capuchon. Ik zag dat de man donkere handschoenen droeg.

3. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] ,
p. 48, inhoudende:

0p zaterdag 3 januari 2015, omstreeks 09.45 uur, kregen wij verbalisanten, opdracht

te gaan naar de firma [bedrijf 1] , [adres 11] te Wesepe. Aldaar was een van de

autowasboxen open gebroken en was de geldlade weggenomen. De diefstal door middel

van braak was middels bewakingsbeelden vastgelegd.

Wij waren op het moment van de melding te Heino in verband met de afhandeling van

een tweetal meldingen; overlast zwerver aan de Lenteweg en inbraak woning aan de

[adres 12] . Nadat wij deze meldingen hadden afgewikkeld begaven wij ons naar

[bedrijf 1] te Wesepe.

Op zaterdag 3 januari 20l5 omstreeks 10.30 uur, kwamen wij ter plaatse bij

tankstation [bedrijf 1] te Wesepe, [adres 11] . Hier werden wij te woord gestaan

door [aangever 2] , werknemer en op dat moment verantwoordelijke voor het Tankstation

gevestigd op eerder genoemde locatie. Zij deed aangifte van diefstal door middel

van braak uit een van de wasboxen welke gesitueerd waren aan de achterzijde van

het tankstation.

Uit eigener beweging overhandigde [aangever 2] ons een usb-opslag-stick waarop zij de

bewakingsbeelden had opgeslagen. Tevens toonde zij ons de beelden waarop duidelijk,

in kleur, diefstal en de aankomst en het vertrek van de dader te zien was.

Bij het zien van de eerste beelden (opgenomen in de wasbox) herkenden wij

verbalisanten de verdachte als [verdachte] geboren op [geboortedag] -1969, zonder vaste woon

of verblijfplaats. [verdachte] hadden wij kort voor het zien van deze beelden te Heino

aan de Lenteweg in verband met de melding “overlast zwerver” aangetroffen en naar

zijn identiteit gevraagd. Wij herkenden [verdachte] van de beelden van gezicht, postuur

en kleding.

4. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] , p. 51, inhoudende:

Op zaterdag 5 september 2015 omstreeks 11:50 uur heb ik, verbalisant [verbalisant 3] ,

de bewegende beelden en fotoprints ontvangen en bekeken met betrekking tot een

diefstal danwel inbraak in automaten bij een tankstation.

Op deze bewegende beelden zie ik een man die ik ambtshalve herken als zijnde:

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [verdachte]

Geboren : [geboortedag] 1969

Geboorteplaats : [geboorteplaats] in Nederland

Geslacht :Man

Burgerservicenunmer : [BSN]

Nationaliteit :Nederlandse

Ik herken [verdachte] omdat ik [verdachte] op 8 juli 2015 nog heb aangehouden.

Ik herken [verdachte] aan zijn gezicht en zijn lichaamsbouw.

De bewegende beelden zijn van een zodanige kwaliteit dat ik [verdachte] voor 100 procent

herken.

Tijdens deze aanhouding op 8 juli 2015 had [verdachte] onder andere een gele breekijzer

in zijn bezit.

Op de bewegende beelden zag ik dat [verdachte] tijdens deze diefstal gebruik heeft

gemaakt van een soortgelijke gele breekijzer.

5. Het aanvullende proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] d.d.
28 oktober 2015, inhoudende:

Bladzijde 51 van het dossier betreft een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant

[verbalisant 3] , onder BVH-nummer PLO600-2015005105-31. Hierin staat vermeld,

dat hij de verdachte [verdachte] voor 100 procent heeft herkend op bewegende beelden en

fotoprints. Er staat echter in dit proces-verbaal niet vermeld bij welke inbraak deze beelden

en fotoprints horen. Het betreft hier bovengenoemde inbraak aan de [adres 11] te

Wesepe.

Feit 2

Nu verdachte ter terechtzitting het onder 2 ten laste gelegde feit heeft bekend, volstaat de rechtbank op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, met een opgave van de bewijsmiddelen.

Voor het bewijs verwijst de rechtbank naar:

  1. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 3] , p. 63-64;

  2. Het proces-verbaal van aanhouding van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 3] d.d. 8 juli 2015, p. 33-34;

  3. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] d.d. 27 augustus 2015, p. 82-83;

  4. De bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 12 november 2015.

Feit 3

Nu verdachte ter terechtzitting het onder 3 ten laste gelegde feit heeft bekend, volstaat de rechtbank op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, met een opgave van de bewijsmiddelen.

Voor het bewijs verwijst de rechtbank naar:

  1. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 4] , p. 89-90;

  2. Het proces-verbaal van aanhouding van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 3] d.d. 8 juli 2015, p. 33-34;

  3. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] d.d. 12 augustus 2015, p. 97-98;

  4. De bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van
    12 november 2015.

Feit 4a

1. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 5] , p. 89-90, inhoudende:

Gegevens aangever

Bedrijfsnaam AIR-SERV NETHERLANDS B.V.

Bezoekadres bedrijf SPUIWEG 22 d, 5145NE WAALWIJK NEDERLAND

Achternaam (eigen familienaam) [aangever 5]

Voornamen (voluit) [aangever 5]

(…)

Pleegplaats &tijdstip

Pleegplaats DIEPENVEENSEWEG 1

7413AK DEVENTER

NEDERLAND

Type locatie TANKSTATION

Ter hoogte van tankstation TinQ

Tijdstip achtergelaten 22-05-2015 03:30

Tijdstip geconstateerd 22-05-2015 04:30

Voorval

Omschrijving voorval: Luchtunit / bandenblazer opengebroken, geldbak meegenomen. (…)

Eigenaar AIR-SERV NETHERLANDS B.V.

2. Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 6] , p. 105, inhoudende:

Ik verbalisant, keek beelden uit van een diefstal door middel braak, gepleegd op 22

mei 2015 tussen 03.30 uur en 04.30 uur bij het Tinq station gevestigd aan de

Diepenveenseweg 1 te Deventer.

Ik zag dat deze beelden in kleur waren. Ik zag rechtsonder in het beeld de datum

22-05-2015. Ik zag dat er tevens een tijdstip van aanvang stond, namelijk 04.06.31

uur.

Ik zag, nadat ik de beelden in beweging had gezet, een man van rechts in beeld

komen lopen. Ik zag dat deze man naar een grijze kast liep welke bij het

tankstation stond. Ik zag dat de man een klep/deur van deze kast opende.

Ik zag dat de man zijn linker hand in de kast stopte. Ik zag dat hij even later

zijn rechterhand in de kast stopte. Op het moment dat hij zijn rechterhand in de

kast stopt zie ik dat hij een voorwerp in deze hand heeft, waarschijnlijk

geelachtig van kleur.

Ik zie dat de man dit enkele malen doet. Ik zie dat de man ook regelmatig om zich

heen kijkt. Ik zie dat de man op het tijdstip 04.07.31 u wederom beide handen in de

kast stopt en als hij deze er weer uit haalt hij, zie ik, dat hij een rechthoekig

kistje in zijn handen heeft. Ik zie dat de man met dit kistje in zijn handen weg

loopt in de richting waaruit hij gekomen is.

3. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] , p. 106, inhoudende;

Op donderdag 16 juli 2015, omstreeks 14:45 uur, heb ik verbalisant [verbalisant 4] bewegende

beelden bekeken, omtrent een diefstal bij een tankstation. Dit betroffen beelden

van een bewakingscamera.

Ik zag dat er een man naar een automaat liep bij een benzinestation.

Op de beelden is te zien dat de klep van de automaat geopend wordt.

Ik herken de man op de beelden ambtshalve als zijnde:

Achternaam : [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Geboren: [geboortedag] 1969

Geboorteplaats: [geboorteplaats] in Nederland

Geslacht :Man

(…)

Ik herken de man omdat ik [verdachte] op woensdag 8 juli 2015, omstreeks 05:06 uur,

nog heb aangehouden op de Jo Spierlaan te Zutphen.

4. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] , p. 108; inhoudende:

Op donderdag 16 juli 2015, omstreeks 15:30 uur heb ik, verbalisant [verbalisant 3] ,

bewegende beelden bekeken met betrekking tot een diefstal bij een tankstation. Dit

betroffen beelden van een bewakingscamera. (…)

Ik zag dat er een man naar een automaat liep bij een benzinestation.

Op de beelden is te zien dat de klep van de automaat geopend wordt met een

voorwerp.

Ik herken de man op de beelden ambtshalve als zijnde:

Achternaam : [verdachte]

Voornamen : [verdachte]

Geboren : [geboortedag] 1969

Geboorteplaats : [geboorteplaats] in Nederland

Geslacht :Man

Burgerservicenummer : [BSN]

Nationaliteit :Nederlandse

Ik herken de man omdat ik [verdachte] op woensdag 8 juli 2015, omstreeks 05:06 uur,

nog heb aangehouden op de Jo Spierlaan te Zutphen.

5. Het aanvullende proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] d.d.
28 oktober 2015, inhoudende:

Bladzijde 106 van het dossier betreft een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4]

[verbalisant 4] , onder BVH-nummer PLO600-2015255355-6. Hierin staat vermeld, dat hij de

verdachte [verdachte] heeft herkend op bewegende beelden. Er staat echter in dit proces-verbaal

niet vermeld bij welke inbraak deze beelden en fotoprints horen. Het betreft hier een inbraak

in een luchtunit/bandenblazer van 22 mei 2015 bij tankstation Tinq, gevestigd op de

Diepenveenseweg 1 te Deventer. Er is aangifte van dit feit gedaan onder BVH-nummer

PLO600-2015255355, daarom is het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt onder dat

BVH-nummer (PLO600-20 15255355).

(…)

Bladzijde 108 van het dossier betreft een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant

[verbalisant 3] , onder BVH-nummer PLO600-2015255355-7. Hierin staat vermeld, dat hij de verdachte [verdachte] heeft herkend op bewegende beelden. Er staat echter in dit procesverbaal niet vermeld bij welke inbraak deze beelden horen. Het betreft hier een inbraak in een luchtunit/bandenblazer van 22 mei 2015 bij tankstation Tinq, gevestigd op de

Diepenveenseweg 1 te Deventer. Er is aangifte van dit feit gedaan onder BVH-nummer

PLO600-201 5255355, daarom is het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt onder dat

BVH-nummer (PLO600-201 5255355).

Feit 4b

1. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 6] , p. 112, inhoudende:

Ik ben eigenaar van de wasboxen van [bedrijf 2] aan de [adres 6] te

Wijhe.

Ik zag vanmorgen dat de geldautomaat van de wasbox was opengebroken.

Ik zag dat de met een slot afgesloten roestvrijstalen deur op stond en dat de

twee geldbakjes in de automaat weg waren.

Ik schat dat 200 tot 300 euro in heeft gezeten.

(…)

Ik heb ook verschillende camera’s staan rondom het bedrijf. Hierop is te zien dat

er vanmorgen, 22 mei 2015 omstreeks 05.30 uur, een man aan komt fietsen op een

fiets met twee fietstassen. Ik zag dat die man een paar keer langsfietst en

vervolgens zijn fiets achter de wasbox plaatst uit het zicht. Ik zie vervolgens dat

die man vanachter die wasbox de wasbox inloopt en kijkt naar de wasautomaat waar

het geld in moet. Ik zie dat hij vervolgens weer naar de fiets loopt en terugkomt

met een breekijzer. Daarna zie ik dat de man een poosje bezig is met het openbreken

van deze kast. Ik zag dat toen het gelukt was de kast open te breken bij er de twee

geldbakjes uithaalde en ermee wegloopt naar zijn fiets toe.

2. Het proces-verbaal van sporenonderzoek, p. 114, inhoudende:

Op vrijdag 22 mei 2015 te 14:00 uur, werd door mij verbalisant als forensisch

onderzoeker op verzoek van de inzet coördinator forensische opsporing [verbalisant 7] van de

politie, Eenheid Oost-Nederland een forensisch onderzoek naar sporen verricht in

verband met een gekwal. diefstal door middel van verbreking in een autowasserette,

gepleegd tussen vrijdag 22 mei 2015 te 05:30 uur en vrijdag 22 mei 2015 te 05:32 uur.

(…)

Tijdens het ingestelde onderzoek werd door mij het navolgende bevonden en

waargenomen.

Genoemd perceel betrof een tankstation met aan de achterzijde een autowasserij. In

de wasserij stond een automaat waar mensen geld in konden doen waarna ze de

wasserij konden gebruiken. De dader is naar deze automaat gelopen en heeft met een

breekvoorwerp de deur geforceerd. Vervolgens nam de dader het geld mee. (…) Op de grond voor de automaat trof ik nog wel een vreemde gele verfsoort aan. Deze heb ik veiliggesteld. Vermoedelijk is het breekvoorwerp geel van kleur.

3. Het proces-verbaal van aanhouding van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 3] d.d. 8 juli 2015, p. 33-34, inhoudende:

In de nacht van dinsdag 7 juli 2015 op woensdag 8 juli 2015, waren wij

verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , belast met de incidentenafhandeling binnen

de gemeente Zutphen. Wij waren in uniform gekleed en zodanig herkenbaar als

politieambtenaren.

Op woensdag 8 juli 2015, omstreeks 05:00 uur, reden wij over de Harenbergweg te

Zutphen, gemeente Zutphen. Wij reden in de richting van tankstation ‘Totall’,

gevestigd aan de Harenbergweg 3 te Zutphen. Wij zagen dat er een manspersoon tussen

de afvalcontainers van het tankstation en de muur stond. De afval containers zijn

vanaf de openbare weg bereikbaar, maar het is geen een normale plek om te staan.

Zeker niet gezien het nachtelijke tijdstip. Ik verbalisant [verbalisant 3] bestuurde

het dienstvoertuig en heb ons dienstvoertuig op het fietspad geparkeerd. Wij

stonden op dat moment op ongeveer 10 meter afstand van de man. Wij zagen dat de man

zijn fiets pakte en vervolgens de Laan naar Eme op fietste. Dit deed hij in een

versneld tempo. Ik verbalisant [verbalisant 3] heb het dienstvoertuig gedraaid en ben

achter de man aangereden.

Op de kruising met de Den-Elterweg te Zutphen fietste de man rechtover de Jo

Spierlaan te Zutphen op. Wij zagen dat hij hierop direct rechts afsloeg de Laakse

Laan op. Het was niet mogelijk om met ons dienstvoertuig achter de man aan te

rijden, omdat de weg versperd werd door paaltjes. Wij zagen dat de man omkeek in

onze richting en versneld bleef doorfietsten. Wij zijn op de rotonde rechts

afgeslagen en hierop de Laakse Laan opgereden. Toen wij verbalisanten de bocht om

reden zagen wij de man weer terug fietsen in de richting waar hij net vandaan kwam.

Via het grasveld zijn wij de man gevolgd. Ik verbalisant [verbalisant 4] heb middels de

microfoon welke in ons dienstvoertuig zit geroepen: “Stop politie”. Wij

verbalisanten zagen dat de manspersoon afremde en naast zijn fiets ging staan. Wij

verbalisanten zijn uitgestapt en naar de man gelopen.

Wij verbalisanten zagen dat er een steeksleutel uit zijn rechter jaszak stak. Ik

verbalisant [verbalisant 4] , heb de man om een identiteitskaart gevraagd. Hierbij

overhandigde hij mij een identeitskaart op naam van:

[verdachte] , [verdachte]

Geboren op [geboortedag] 1969 te [geboorteplaats]

(…)

Hierop hebben wij verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , verdachte [verdachte] op

woensdag 8 juli 2015, om 05:06 uur, aangehouden ter zake artikel 311 Wetboek van

Strafrecht.

Wij verbalisanten hebben verdachte [verdachte] zijn spullen laten pakken. Wij zagen

dat hij in zijn linker fietstas een Albert-Heijn plastic tas had zitten. Wij

verbalisanten hoorden op het moment dat hij deze tas uit zijn fietstas haalde het

gerammel van muntgeld.

Wij verbalisanten zagen dat hij met zijn linker hand muntgeld uit zijn jaszak

haalde en deze in de plastic Albert—Heijn tas deponeerde.

Wij verbalisanten zijn vervolgens met verdachte [verdachte] langs het tankstation

‘Total’ gereden. Ik verbalisant [verbalisant 3] ben uitgestapt en naar de plek

gereden waar wij een paar minuten daarvoor [verdachte] hebben zien staan. Wij zagen

dat er op de afvalcontainer van tankstation ‘Total’ een geel breekijzer lag en een

grote platte schroevendraaier. Ik ben met dit gereedschap naar de verdachte gelopen

en heb de verdachte medegedeeld dat de breekijzer en schroevendraaier in beslag

zijn genomen. Ik hoorde de verdachte zeggen: “Die zijn niet van mij. Die heb jij er

net neergelegd jij hond.”

Wij verbalisanten hebben het breekijzer, de grote platte schroevendraaier in beslag

genomen.

Ook hebben wij het gereedschap wat verdachte [verdachte] op moment van aanhouding

bij zich droeg in beslag genomen.

Ik verbalisant [verbalisant 3] heb het muntgeld wat verdachte [verdachte] bij zich

had in beslag genomen. Dit betrof een geldbedrag

van 138,60 Euro.

Waarvan

181 munten x 0,50 cent

1 munt x 0,10 cent

8 munten x 1,00 Euro

20 munten x 2,00 Euro

4. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] , p. 53, inhoudende;

Op woensdag 6 juli 2015, te 05.06 uur, werd de nader te noemen verdachte [verdachte]

aangehouden in Zutphen. De verdachte stond gesignaleerd om buiten heterdaad

aangehouden te kunnen worden voor een inbraak in een wasbox bij het bedrijf

[bedrijf 1] , gevestigd [adres 11] te Wesepe d.d. 2 januari 2015.

Ik, verbalisant, heb het verdere onderzoek in deze zaak gedaan.

Gedurende het onderzoek bleek, dat de verdachte [verdachte] werd verdacht van diverse van

dit soort inbraken (in verschillende apparaten bij tankstations)

Bij diverse van dit soort inbraken zijn er camerabeelden veiliggesteld. Van de zaken 2015255355; 2015247079 en 2015265301 heb ik, verbalisant, bewegende beelden

en fotoprints van de verdachte bekeken.

De beelden van de zaken 2015255355 en 2015265301 zijn in kleur, die van zaak

2015247079 zijn in zwart/wit. De persoon op de beelden is volgens mij,

verbalisant, steeds dezelfde persoon. Deze persoon draagt bij de drie inbraken

witte sportschoenen; een spijkerbroek en een blauwe jas met donkere vlakken. Op de

zwart/wit—beelden is de kleur van de jas natuurlijk niet te zien, maar de

licht/donkere vlakverdeling van de jas is precies hetzelfde als op de beelden in

kleur van de andere twee inbraken.

Aan de hand van de beelden bij de zaken 2015255355 en 2015265301 is de verdachte

[verdachte] door een aantal politiemensen herkend en daar zijn processen-verbaal van

herkenning van gemaakt.

Ik, verbalisant, heb de verdachte [verdachte] in zijn cel gesproken op vrijdag [geboortedag]

2015. Ik herken echter het gezicht van de verdachte [verdachte] niet op de bewegende

beelden, maar het verdere uiterlijk komt wel geheel overeen met dat van de

verdachte [verdachte] .

5. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] , p. 55; inhoudende:

Door mij verbalisant werden meerdere beelden uitgekeken waarbij in wasstraten kasten

werden opengebroken en geld(lades) werden weggenomen.

Door mij werden onder andere de beelden uitgekeken welke bekend zijn onder BVH nr’s

2015255355, 2015265301 (beiden in kleur) en 2015247079 ( zwart/wit)

De bovenkleding die de verdachte bij deze inbraken droeg, komt geheel overeen. De

bovenkleding is hoofdzakelijk blauw met aan de zijkant donkere biezen, ook de armen

zijn donker van kleur. Ik, verbalisant, zie op deze beelden dat het dezelfde persoon

betreft en dat hij ook ogenschijnlijk dezelfde kleding droeg namelijk witte

sportschoenen, blauwe broek en genoemde bovenkleding.

Hoewel de beelden van de zaak 2015247079 in zwart/wit zijn komen de kleur verschillen

overeen, namelijk de donkere biezen aan de zijkant en de armen.

6. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] , p. 59; inhoudende:

Op zaterdag 4 september 2015 omstreeks 16:50 uur heb ik, verbalisant [verbalisant 3] ,

beelden bekeken naar aanleiding van diverse inbraken in apparaten bij tankstations.

Bij diverse inbraken zijn beelden veilig gesteld. In een aantal beelden heb ik ook

een herkenning opgemaakt richting verdachte [verdachte] .

Op bovengenoemde dag datum bekeek ik beelden van de zaken 2015255355; 2015247079 en

2015265301. Dit betroffen zowel bewegende beelden als fotoprints.

Het viel mij op dat naar mijn mening de persoon op de beelden telkens dezelfde

persoon betreft.

Het viel mij op dat deze persoon bij de drie inbraken witte sportschoenen droeg;

tevens droeg de verdachte een spijkerbroek en een blauwe jas met donkere vlakken.

De kwaliteit van de beelden verschilt maar de licht/donkere vlakverdeling van de

jas is wel hetzelfde op de beelden.

Aan de hand van de beelden bij de zaken 2015255355 en 2015265301 is de verdachte

[verdachte] door mij verbalisant herkend. Ik heb hier in genoemde processen een

Processen-verbaal van herkenning van gemaakt.

Ik herken het gezicht van de verdachte niet op de bewegende beelden. Dit mede

door de matige kwaliteit van de beelden. De verdere uiterlijk kenmerken komen wel

geheel overeen met die van de verdachte [verdachte] .

7. Het aanvullende proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] d.d.
28 oktober 2015, inhoudende:

Op bladzijde 53, 55 en 59 van het dossier worden in drie processen-verbaal van

bevindingen een aantal BVH-nummers genoemd, namelijk 2015255355, 2015247079 en

2015265301. Op het moment van het opmaken van die processen-verbaal was nog niet

bekend welke zaaknummers deze zaken in het dossier zouden krijgen. Hieronder volgt een

omschrijving van welke zaak bij welk BVH-nummer hoort.

Het BVH-nummer 2015255355 is zaak 4 in het dossier. Betreft een inbraak bij

Tankstation Tinq, Diepenveenseweg 1 Deventer, gepleegd op vrijdag 22-05-201 5.

Het BVH-nummer 2015247079 is zaak 5 in het dossier. Betreft een inbraak bij [bedrijf 2]

[bedrijf 2] , [adres 6] te Wijhe, gepleegd op vrijdag 22-05-2015.

Het BVH-nummer 2015265301 is zaak 11 in het dossier. Betreft een inbraak bij

[bedrijf 4] , [adres 8] Vriezenveen, gepleegd op maandag 01-06-

2015.

Feit 4d

Nu verdachte ter terechtzitting het onder 4d ten laste gelegde feit heeft bekend, volstaat de rechtbank op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, met een opgave van de bewijsmiddelen.

Voor het bewijs verwijst de rechtbank naar:

  1. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 7] , p. 132-133;

  2. Het proces-verbaal van aanhouding van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 3] d.d. 8 juli 2015, p. 33-34;

  3. De bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van
    12 november 2015.

Feit 4e

Nu verdachte ter terechtzitting het onder 4e ten laste gelegde feit heeft bekend, volstaat de rechtbank op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, met een opgave van de bewijsmiddelen.

Voor het bewijs verwijst de rechtbank naar:

  1. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 8] , p. 137-138;

  2. Het proces-verbaal van aanhouding van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 3] d.d. 8 juli 2015, p. 33-34;

  3. De bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van
    12 november 2015.

Feit 4f

1. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 8] , p. 142-143;

Aangifte van overige eenvoudige diefstallen

Gegevens aangever

Bedrijfsnaam AIR-SERV NETHERLANDS B.V.

Bezoekadres bedrijf SPUIWEG 22 d

5145NE WAALWIJK

NEDERLAND

(…)

Pleegplaats ZUTPHENSEWEG 100 A

7241KT LOCHEM

NEDERLAND

Type locatie (…)OPENBARE WEG

Ter hoogte van Tankstation TinQ

Tijdstip achtergelaten 07-07-2015 23:00

Tijdstip geconstateerd 08-07-2015 08:00

Voorval

Omschrijving voorval Luchtunit / bandenblazer

opengebroken, geldbak meegenomen, (…)

2. Het proces-verbaal van aanhouding van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 3] d.d. 8 juli 2015, p. 33-34;

In de nacht van dinsdag 7 juli 2015 op woensdag 8 juli 2015, waren wij

verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , belast met de incidentenafhandeling binnen

de gemeente Zutphen. Wij waren in uniform gekleed en zodanig herkenbaar als

politieambtenaren.

Op woensdag 8 juli 2015, omstreeks 05:00 uur, reden wij over de Harenbergweg te

Zutphen, gemeente Zutphen. Wij reden in de richting van tankstation ‘Totall’,

gevestigd aan de Harenbergweg 3 te Zutphen. Wij zagen dat er een manspersoon tussen

de afvalcontainers van het tankstation en de muur stond. De afval containers zijn

vanaf de openbare weg bereikbaar, maar het is geen een normale plek om te staan.

Zeker niet gezien het nachtelijke tijdstip. Ik verbalisant [verbalisant 3] bestuurde

het dienstvoertuig en heb ons dienstvoertuig op het fietspad geparkeerd. Wij

stonden op dat moment op ongeveer 10 meter afstand van de man. Wij zagen dat de man

zijn fiets pakte en vervolgens de Laan naar Eme op fietste. Dit deed hij in een

versneld tempo. Ik verbalisant [verbalisant 3] heb het dienstvoertuig gedraaid en ben

achter de man aangereden.

Op de kruising met de Den-Elterweg te Zutphen fietste de man rechtover de Jo

Spierlaan te Zutphen op. Wij zagen dat hij hierop direct rechts afsloeg de Laakse

Laan op. Het was niet mogelijk om met ons dienstvoertuig achter de man aan te

rijden, omdat de weg versperd werd door paaltjes. Wij zagen dat de man omkeek in

onze richting en versneld bleef doorfietsten. Wij zijn op de rotonde rechts

afgeslagen en hierop de Laakse Laan opgereden. Toen wij verbalisanten de bocht om

reden zagen wij de man weer terug fietsen in de richting waar hij net vandaan kwam.

Via het grasveld zijn wij de man gevolgd. Ik verbalisant [verbalisant 4] heb middels de

microfoon welke in ons dienstvoertuig zit geroepen: “Stop politie”. Wij

verbalisanten zagen dat de manspersoon afremde en naast zijn fiets ging staan. Wij

verbalisanten zijn uitgestapt en naar de man gelopen.

Wij verbalisanten zagen dat er een steeksleutel uit zijn rechter jaszak stak. Ik

verbalisant [verbalisant 4] , heb de man om een identiteitskaart gevraagd. Hierbij

overhandigde hij mij een identeitskaart op naam van:

[verdachte] , [verdachte]

Geboren op [geboortedag] 1969 te [geboorteplaats]

(…)

Hierop hebben wij verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , verdachte [verdachte] op

woensdag 8 juli 2015, om 05:06 uur, aangehouden ter zake artikel 311 Wetboek van

Strafrecht.

Wij verbalisanten hebben verdachte [verdachte] zijn spullen laten pakken. Wij zagen

dat hij in zijn linker fietstas een Albert-Heijn plastic tas had zitten. Wij

verbalisanten hoorden op het moment dat hij deze tas uit zijn fietstas haalde het

gerammel van muntgeld.

Wij verbalisanten zagen dat hij met zijn linker hand muntgeld uit zijn jaszak

haalde en deze in de plastic Albert—Heijn tas deponeerde.

Wij verbalisanten zijn vervolgens met verdachte [verdachte] langs het tankstation

‘Total’ gereden. Ik verbalisant [verbalisant 3] ben uitgestapt en naar de plek

gereden waar wij een paar minuten daarvoor [verdachte] hebben zien staan. Wij zagen

dat er op de afvalcontainer van tankstation ‘Total’ een geel breekijzer lag en een

grote platte schroevendraaier. Ik ben met dit gereedschap naar de verdachte gelopen

en heb de verdachte medegedeeld dat de breekijzer en schroevendraaier in beslag

zijn genomen. Ik hoorde de verdachte zeggen: “Die zijn niet van mij. Die heb jij er

net neergelegd jij hond.”

Wij verbalisanten hebben het breekijzer, de grote platte schroevendraaier in beslag

genomen.

Ook hebben wij het gereedschap wat verdachte [verdachte] op moment van aanhouding

bij zich droeg in beslag genomen.

Ik verbalisant [verbalisant 3] heb het muntgeld wat verdachte [verdachte] bij zich

had in beslag genomen. Dit betrof een geldbedrag

van 138,60 Euro.

Waarvan

181 munten x 0,50 cent

1 munt x 0,10 cent

8 munten x 1,00 Euro

20 munten x 2,00 Euro

3. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] van 9 september 2015, p. 141, inhoudende:

Op de bijgevoegde foto’s is te zien dat er op de plek waar de luchtautomaat is opengebroken rode verf op het apparaat zit. Onder de verdachte [verdachte] is tijdens zijn aanhouding op 8 juli een geel breekijzer en een schroevendraaier aangetroffen. Op deze schroevendraaier zaten rode verfsporen.

4. De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 12 november 2015, inhoudende:

Ik beken dat ik in de nacht van 7 op 8 juli 2015 de onder 2, 3 , 4d en 4e ten laste gelegde inbraken heb gepleegd. Ik ben gaan rondfietsen met de intentie om inbraken in geldautomaten te plegen. Ik had het breekijzer en de schroevendraaier dus bij me in de hoop dat ik dergelijke betaalautomaten tegen zou komen. (…) Ik ben van Hengelo naar Zutphen gefietst.

Feit 4h

1. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 9] , p. 165-166, inhoudende:

Ik ben eigenaar van het [bedrijf 4] , gevestigd in perceel

[adres 8] te Vriezenveen. Als zodanig ben ik gerechtigd om aangifte te doen

van diefstal door middel van braak.

Vanmorgen was ik al op tijd op de zaak. Ik ontdekte echter pas omstreeks 11.30

uur dat de kast van de meest zuidelijke wasbox was opengebroken. Ik zag dat het

opvangbakje, waarin het muntgeld valt, verdwenen was.

Vervolgens heb ik mijn camerabeelden bekeken. Ik zag daarop dat om 23.26 uur te

zien is dat een mij onbekende man deze kast open breekt. Dit is ook de enige kast

die van buitenaf open te breken is. De kasten van de andere twee wasstraten kun je

alleen van binnen openen.

De man omschrijf ik als volgt. Hij is ongeveer 1.75 â 1.80 meter groot, droeg

kort peper en zout kleurig haar met grijze slapen. Hij had een licht kalende kruin.

De man droeg een lichtblauw vest met aan de zijkant donkerblauwe biezen. Verder

droeg hij een spijkerbroek en lichte gympen. Ik schat de man rond de 50 jaar oud.

Je kunt zien dat hij de kast openbreek met behulp van een schroevendraaier of

iets dergelijke en een kleine gele hand koevoet. Verder kun je zien dat er wat

muntgeld in het bakje ligt als hij deze wegneemt

Ik schat dat er ongeveer tien euro aan muntgeld in zat.

2. Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 6] , p. 167, inhoudende:

Naar aanleiding van een diefstal door middel van verbreking, gepleegd op 01 juni

2015 aan de [adres 8] te Vriezenveen, gemeente Twenterand, keek ik de ter

beschikking gestelde beelden uit.

Deze beelden zijn in kleur en beginnen op het tijdstip 23.25.19 en eindigen op

23.26.22

uur.

Op de camera is te zien dat er een manspersoon links hoven in beeld komt lopen. Bij

loopt de wasstraat in en begeeft zich naar de rechterzijde van de wasstraat, gezien

vanuit het camera beeld. Hier hangt een grijze kast. De man probeert met een breek

voorwerp, vermoedelijk een schroevendraaier, welke hij in zijn rechterhand heeft,

het deurtje van deze grijze kast te forceren. De man weet een kleine opening tussen

de deur en de zijkant van de grijze kast te forceren. Hierop steekt hij een klein

geel kleurig breekijzer in genoemde opening. Na enkele malen hier stevig tegen

gedrukt te hebben en met behulp van de schroevendraaier weet hij het deurtje te

openen.

Hierop haalt hij een wit bakje uit deze grijze kast en loopt hiermee de wasstraat

uit. Hij verlaat deze aan de rechterkant.

3. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4] , p. 170, inhoudende;

Op maandag 10 augustus 2015, omstreeks 17:00 uur, heb ik verbalisant [verbalisant 4]

bewegende beelden en fotoprints bekeken, welke zijn opgenomen door een

bewakingscamera.

Ik herken de man op de fotoprints en de bewegende beelden als zijnde:

Achternaam : [verdachte]

Voornamen: [verdachte]

Geboren: [geboortedag] 1969

Geboorteplaats: [geboorteplaats]

(…)

Ik herken de man omdat ik [verdachte] op woensdag 8 juli 2015, omstreeks 05:06 uur,

nog heb aangehouden op de Jo Spierlaan te Zutphen. (BVH PLO600—2015005105)

De beelden zijn zodanig van goede kwaliteit dat ik zijn gezicht duidelijk kan zien

en herken

4. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3] , p. 171; inhoudende:

Op maandag 10 augustus 2015, omstreeks 17:00 uur, heb ik verbalisant [verbalisant 3]

bewegende beelden en fotoprints bekeken, welke zijn opgenomen door een

bewakingscamera.

(…)

Ik herken de man op de fotoprints als zijnde:

[verdachte] , [verdachte] (man) geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats] (NL)

(…)

Ik herken de man omdat ik [verdachte] op woensdag 8 juli 2015, omstreeks 05:06 uur,

nog heb aangehouden op de Jo Spierlaan te Zutphen.

(…)

De beelden zijn zodanig van goede kwaliteit dat ik zijn gezicht duidelijk kan zien

en herken.

5. Het aanvullende proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] d.d.
28 oktober 2015, inhoudende:

Bladzijde 170 van het dossier betreft een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 4]

[verbalisant 4] , onder BVH-nummer PLO600-2015265301-5. Hierin staat vermeld, dat hij de

verdachte [verdachte] heeft herkend aan de hand van fot prints en bewegende beelden. Er staat

echter in dit proces-verbaal niet vermeld bij welke inbraak deze prints en beelden horen. Het betreft hier een inbraak in een wasbox op 1 juni 2015 bij [bedrijf 4] ,

gevestigd op de [adres 8] te Vriezenveen. Er is aangifte van dit feit gedaan onder BVH

nummer PLO600-2015265301-1, daarom is het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt

onder dat BVH-nummer (PLO600-2015265301).

(…)

Bladzijde 171 van het dossier betreft een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant

[verbalisant 3] , onder BVH-nummer PLO600-2015265301-6. Hierin staat vermeld, dat hij de verdachte [verdachte] heeft herkend aan de hand van drie fotoprints en bewegende

beelden. Er staat echter in dit proces-verbaal niet vermeld bij welke inbraak deze prints en

beelden horen. Het betreft hier een inbraak in een wasbox op 1 juni 2015 bij [bedrijf 4] , gevestigd op de [adres 8] te Vriezenveen. Er is aangifte van dit feit gedaan onder BVH nummer PLO600-2015265301-1, daarom is het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt onder dat BVH-nummer (PLO600-2015265301).

Feiten 4i en 4j

1. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 10] , p. 175-176, inhoudende:

Ik doe aangifte van diefstal door middel van braak. Het weggenomen behoort geheel in

eigendom toe aan [bedrijf 5] . Niemand had het recht of de toestemming deze

goederen weg te nemen door middel van braak en zich wederrechtelijk toe te eigenen.

De diefstal vond als volgt plaats:

Ik ben [aangever 10] . Ik ben werkzaam bij [bedrijf 5] B.V. en zodanig bevoegd om

aangifte te doen.

Op het terrein van [bedrijf 5] B.V. staan een tweetal wasboxen voor voertuigen. Om

gebruik te kunnen maken van deze wasboxen moet men muntgeld of een wasmunt in een van

de muntautomaten gooien. Het muntgeld en de wasmunten vallen in twee grijze bakken

achter de wasboxen. Deze grijze bakken staan in twee afgesloten ijzeren kisten welke

te openen zijn met een sleutel. Deze grijze bakken bevinden zich in een afgesloten

ruimte achter de wasboxen. Een deur geeft toegang tot deze ruimte. lx per week worden

deze grijze bakken geleegd. De gemiddelde opbrengst per week is 170,80 euro aan

muntgeld en 142 wasmunten. een wasmunt heeft een waarde van 1,— euro. (…)

Op zaterdag 13 juni 2015, sloot ik, rond 20.00 uur, de ruimte achter de wasboxen

af. Vandaag op maandag 15 juni 2015, omstreeks 10.00 uur, liep ik naar de ruimte

achter de wasboxen. Ik zag dat de deur van deze ruimte op een kier stond. Ik zag dat

het nachtslot uit het slot stak. Ik zag braaksporen aan de deurpost. Deze schade zat

30 centimeter hoger dan het slot. Vermoedelijk is het slot verbroken. Hierdoor is er

schade aan de deur en de deurpost.

Vervolgens liep ik naar binnen. Ik zag dat het licht in deze ruimte aan was. Het

licht is doorgaans uit in deze ruimte. Ik zag dat de twee ijzeren kisten waren

opengebroken. Het slotsysteem van deze kisten zijn afgebroken. Ik zag dat de twee

grijze bakken, waar het muntgeld en de wasmunten invallen, weggenomen waren.

Ons bedrijf beschikt over een camera systeem. een van deze camera is gericht op de

wasboxen. Ik heb deze beelden uitgekeken. Het volgende is mij opgevallen:

Op zondag 14 juni 2015, omstreeks 05.20 uur, fiets er een man op het terrein van [bedrijf 5]

[bedrijf 5] B.V. Deze man kwam aanfietsen vanaf de [straat 1] vanuit de [straat 2] . Hij

fietste aan de voorzijde van de wasboxen langs. Daarna zie je hem even niet. Na

vijftien & twintig seconden zie je dat de deur van de afgesloten ruimte open gaat.

Vervolgens gaat de man naar binnen en na enkele seconden komt de man weer naar buiten

() en stapt op zijn fiets.

2. Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 11] , p. 197-198, inhoudende:

Ik, [aangever 11] , doe aangifte van diefstal doormiddel van verbreking. Het

weggenomen behoort het bedrijf [bedrijf 6] , [adres 13]

Nijverdal, geheel in eigendom toe. Niemand had het recht of de toestemming het geld weg te

Nemen noch om dit te doen door middel van braak, verbreking, inklimmen of valse sleutel.

Ik verklaar u het volgende:

Ik ben medewerker, en tevens de zoon van de eigenaar, van het bedrijf [bedrijf 6]

[bedrijf 6] . Het bedrijf is gevestigd aan de [adres 10] in Nijverdal.

Op zondag 14 juni 2015 omstreeks 06.32 uur heeft het bovenstaande feit plaats

gevonden. Op het bedrijfsterrein hangen verschillende bewakingscamera’s. Deze

camera’s hebben bewegende beelden vastgelegd van het voorval. Op de beelden is te

zien dat er een persoon, komende uit de richting van Hellendoorn, over het fietspad

fietst. Op de beelden is te zien dat de fiets is voorzien van donkerkleurige danwel

groene fietstassen. Op de beelden is te zien dat deze persoon voorbij het bedrijf

fietst in de richting van Hulsen. Enige tijd later is er op de beelden te zien dat

de zelfde persoon op de fiets over het fietspad, komende uit de richting van

Hulsen, en het terrein van het bedrijf [bedrijf 6] op fietst. Op de

beelden is te zien dat de persoon van de fiets afstapt en de wasboxen, gelegen op

het bedrijfsterrein, in loopt. Op de beelden is te zien dat de persoon na enkele

seconden weer uit de wasboxen komt lopen. Op de beelden is te zien dat de persoon

vervolgens naar liet de stofzuiger loopt.

Deze stofzuiger werkt als volgt. Klanten kunnen een muntstuk van vijftig eurocent

in het kastje van de stofzuiger gooien waarna zij gebruik kunnen maken van deze

stofzuiger.

Op de beelden is te zien dat de persoon iets, naar alle waarschijnlijkheid gereedschap, uit zijn fietstas pakt. Op de beelden is te zien dat de persoon hiermee de deur van de ombouw van de stofzuiger open breekt.

Enige tijd hierna fiets de persoon van het bedrijfsterrein.

3. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] d.d. 3 september 2015, p. 56, inhoudende:

Bij diverse van dit soort inbraken zijn er camerabeelden veiliggesteld. Van de

zaken 2015288674; 2015332029 en 2015332032 heb ik, verbalisant, bewegende beelden

en fotoprints van de verdachte bekeken. De beelden van de zaken 2015288674 en

2015332032 zijn niet heel duidelijk, die van zaak 2015332029 zijn duidelijker.

Bij de inbraken van de zaken 2015332029 en 2015332032 is er een herkenning op de

verdachte [verdachte] (zie de processen—verbaal van bevindingen met het BVH-nummer

2015332029—7; 2015332029—8 en 2015332032—6) . Bij deze inbraken draagt hij een jas

die geheel overeenkomt met de jas die op de beelden/foto’s van zaak 2015288674 is

te zien. Een soortgelijke jas had de verdachte op woensdag 8 juli 2015 tijdens zijn

verblijf in een cel op het politiebureau in zijn kast met spullen liggen. Deze jas

heb ik, verbalisant, gezien. Het betreft een jack die aan de voorkant donker is en

aan de achterkant aan de bovenkant een donker vlak heeft en daaronder voor een

groot gedeelte een lichter vlak. Op elk schoudervlak zit een rode streep. De mouwen

zijn donker en halverwege de mouw zit er een lichtere streep.

Op de beschikbare camerabeelden en fotoprints van zaak 2015288674 zijn de rode

strepen op de schouder van de jas niet goed te zien. Op een uitgeprinte foto

behorende bij het proces—verbaal van bevindingen met het BVH-nummer 2015288674-3

zijn deze rode strepen wel goed te zien.

De persoon op deze beelden is bij alle drie de inbraken op een fiets.

4. Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] d.d. 3 september 2015, p. 56, inhoudende:

donderdag 3 september 2015 omstreeks 17:50 uur hebben wij, verbalisanten [verbalisant 4]

en [verbalisant 3] , beelden bekeken naar aanleiding van diverse inbraken in automaten

bij tankstations door het gehele land.

Ons viel op dat bij diverse bewegende beelden en fotoprints de verdachte een

soortgelijke jas draagt.

Het gaat hier om de beelden van:

— een inbraak bij een tankstation in Den Ham. BVH 2015288674

— een inbraak bij een tankstation in Zutphen. BVH 2015332029

— een inbraak bij een Zutphen. 3VH 2015332032

Bij deze inbraken draagt de verdachte een jas die op alle drie de genoemde

processen geheel overeenkomt.

Bij de inbraken in Zutphen hebben wij beide een proces verbaal herkenning

opgemaakt.

De verdachte die wij op deze beelden hebben herkend betreft:

[verdachte] , [verdachte] (man) geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats] (

NL)

Burgerservicenummer [BSN]

De jas die gedragen werd op de beelden troffen wij ook aan tijdens de aanhouding

van verdachte [verdachte] op 8 juli 2015.

Verdachte [verdachte] werd die nacht door ons aangehouden.

Het betreft een jack die aan de voorkant donker is.

Aan de achterkant, bovenzijde, een donker vlak en daaronder voor een groot gedeelte

een lichter vlak.

Tevens heeft deze jas op elk schoudervlak een rode streep.

De mouwen zijn donker en halverwege de mouw zit er een lichtere streep.

5. Het aanvullende proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] d.d.
28 oktober 2015, inhoudende:

Op bladzijde 56 en 58 van het dossier worden in twee processen-verbaal van bevindingen

een aantal BVH-nummers genoemd, namelijk 2015288674, 2015332029 en 2015332032.

Op het moment van het opmaken van die processen-verbaal was ook nog niet bekend

welke zaaknummers deze zaken in het dossier zouden krijgen. Hieronder volgt een

omschrijving van welke zaak bij welk BVH-nummer hoort.

Het BVH-nummer 2015288674 is zaak 12 in het dossier. Betreft een inbraak bij [bedrijf 5]

[bedrijf 5] , [adres 9] Den Ham, gepleegd op zondag 14-06-2015.

Het BVH-nummer 2015332029 is zaak 2 in het dossier. Betreft een inbraak bij

Autowascentrum a/d Gelderhorst 3 te Zutphen, gepleegd op woensdag 08-07-2015.

Het BVH-nummer 2015332032 is zaak 3 in het dossier. Betreft een inbraak bij

Tankstation Amigo, Den Elterweg 106 Zutphen, gepleegd tussen dinsdag 07-07-2015, te

21.00

uur en woensdag 08-07-201 5, te 09.00 uur.

6. Het schakelbewijs bestaande uit de bewijsmiddelen die ten grondslag hebben gelegen aan het bewijs van den feiten 2,3, 4d en 4e.