Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:5169

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
16-11-2015
Datum publicatie
20-11-2015
Zaaknummer
C/08/177814 / KG ZA 15-338
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot ontruiming toegewezen. Geldvordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/177814 / KG ZA 15-338

Vonnis in kort geding van 16 november 2015

in de zaak van

1 MR. ARJEN CAMIEL HUISMAN,

advocaat te Enschede,

in zijn hoedanigheid als bewindvoerder in de schuldsaneringsregeling van

[betrokkene] ,

advocaat mr. P. Buursen te Enschede,

2. [betrokkene],

wonende te [woonplaats 1] ,

advocaat mr. P. Buursen te Enschede,

eisers,

verder te noemen Huisman, [betrokkene] en gezamenlijk Huisman c.s.,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats 2] , feitelijk verblijvende te [plaats] ,

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde] ,

advocaat mr. G. Meijer te Veendam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding,

  • -

    de overgelegde producties door [gedaagde] ,

  • -

    de mondelinge behandeling,

  • -

    de pleitnota met productie van [gedaagde] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 1 augustus 2013 is [betrokkene] door de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, definitief toegelaten tot de Wettelijke Schuldsaneringsregeling Natuurlijke Personen (WSNP) met aanstelling van Huisman tot bewindvoerder.

2.2.

[betrokkene] is eigenaar van de onroerende zaak, staande en gelegen te [plaats] aan de [adres] . Het betreft een bedrijfswoning met aanhorigheden, (onder meer varkensschuren en een werktuigenberging) (hierna: de onroerende zaak).

2.3.

[betrokkene] , vertegenwoordigd door Huisman, heeft de onroerende zaak aan [gedaagde] verkocht. In de koopovereenkomst, ondertekend door Huisman, [betrokkene] en [gedaagde] op
6 juli 2015, is bepaald dat de koopsom € 305.000,-- (kosten koper) bedraagt en dat levering zal plaatsvinden op 31 juli 2015, of zoveel eerder als partijen overeen zouden komen. Voorts is bepaald dat de betaling van de koopsom van de onroerende zaak, inclusief kosten en belastingen, door [gedaagde] zal plaatsvinden via de notaris bij het passeren van de akte van levering, zonder enige korting of verrekening.

2.4.

De levering van de onroerende zaak heeft niet plaatsgevonden op 31 juli 2015.

2.5.

Bij brief van 11 september 2015 is [gedaagde] namens Huisman c.s. in gebreke gesteld en is [gedaagde] de gelegenheid geboden om tot uiterlijk 30 september 2015 de koopovereenkomst juist en volledig na te komen.

2.6.

Ter verkrijging van de benodigde financiering heeft [gedaagde] informatie ingewonnen bij Credion. De heer [H] , werkzaam bij Credion (hierna: [H] ), heeft bij
e-mailbericht van 27 september 2015 aan Huisman het volgende meegedeeld:

“(…)

De gelden zitten nu in de boekingsprocedure vanuit Azië naar Europa. De afgegeven SWIFT codes zijn binnen, gecontroleerd en geldig bevonden. De verdere procedure zal uiterlijk dinsdag aanstaande duidelijk worden. Mij is gezegd uit te kunnen gaan van dagen tot afronding, niet van weken.

(…)”

2.7.

Bij e-mailbericht van 1 oktober 2015 heeft Huisman aan [H] medegedeeld dat er weinig vertrouwen meer bestaat in een positieve afloop.

2.8.

Bij e-mailbericht van 2 oktober 2015 is namens [gedaagde] (wederom) verzocht om uitstel van levering van de onroerende zaak.

2.9.

[gedaagde] is op enig moment, met toestemming van Huisman, begonnen met het uitvoeren van een aantal werkzaamheden aan de schuren op het perceel. Op een zeker moment heeft [gedaagde] , zonder toestemming van Huisman, zijn intrek genomen in de (bedrijfs)woning.

2.10.

Bij brief van 20 oktober 2015 is namens Huisman c.s. de koopovereenkomst ontbonden en is [gedaagde] tevens aansprakelijk gesteld voor alle schade die Huisman c.q. de boedel heeft geleden of nog zal lijden als gevolg van het niet nakomen van de koopovereenkomst door [gedaagde] . Voorts is [gedaagde] gesommeerd om de (bedrijfs)woning onmiddellijk te verlaten, onder inlevering van de sleutels. Aan deze sommatie heeft [gedaagde] geen gehoor gegeven.

3 Het geschil

3.1.

Huisman c.s. vorderen - kort samengevat - [gedaagde] te veroordelen om de onroerende zaak binnen 48 uur na het in deze te wijzen vonnis te ontruimen en ontruimd te houden, zulks op straffe van een dwangsom, en een gebruiksvergoeding van € 2.500,-- per maand te betalen voor de periode dat [gedaagde] onrechtmatig gebruik heeft gemaakt van de onroerende zaak, met veroordeling in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente indien wordt nagelaten de proceskosten binnen twee weken te voldoen.

3.2.

Aan de vorderingen leggen Huisman c.s. - kort gezegd - het volgende ten grondslag. Ondanks sommatie daartoe heeft [gedaagde] niet meegewerkt aan levering van de onroerende zaak. Tot op heden heeft levering niet plaatsgevonden. Evenwel heeft Huisman [gedaagde] op een zeker moment toegestaan alvast een aantal werkzaamheden aan de schuren op het perceel uit te voeren. In de plaats van zich te beperken tot het uitvoeren van werkzaamheden aan de schuren, heeft [gedaagde] de toegang tot de bedrijfswoning geforceerd en aldaar zijn intrek genomen. [gedaagde] verblijft aldus (zonder recht of titel) in die bedrijfswoning. Inmiddels is de koopovereenkomst ontbonden en met de onderhavige procedure willen Huisman c.s. bewerkstelligen dat aan het gebruik zonder recht of titel door [gedaagde] een einde komt, zodat de onroerende zaak (opnieuw) verkocht kan worden en vrij van gebruik geleverd kan worden. Onder verwijzing naar het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 11 februari 2001 (ECLI:NL:RBZLY:2011:BP5030) wordt daarnaast een gebruiksvergoeding voor het onrechtmatig gebruik vanaf 8 oktober 2015 tot de dag der algehele ontruiming gevorderd. Ex aequo et bono wordt de huurwaarde van het onroerend goed geschat op € 2.500,-- per maand.

3.3.

[gedaagde] voert - samengevat weergegeven - het volgende verweer. [gedaagde] en de zijnen hebben uit praktisch oogpunt besloten om de woning, die inmiddels leegstond, provisorisch te betrekken. [gedaagde] had de huur van zijn woning in de provincie Groningen inmiddels opgezegd. [gedaagde] realiseert zich dat hij er verstandig aan had gedaan om dit te overleggen met Huisman. [gedaagde] begrijpt dat het niet eindeloos kan duren voordat er wordt afgenomen, doch gezien het feit dat de koopovereenkomst niet eerder ter ondertekening is voorgelegd dan
6 juli 2015 en het gegeven dat de gelden uit het buitenland moeten komen is de termijnstelling onredelijk kort. Ook rekening houdend met de gedane investeringen en de gevolgen van de ontbinding kan [gedaagde] zich op dit moment niet verenigen met ontbinding van de overeenkomst en zal hij deze zo nodig aanvechten en trachten nakoming af te dwingen. [gedaagde] wenst, ervan uitgaande dat de gelden op korte termijn binnenkomen, waarvan [gedaagde] en [H] overtuigd zijn, af te nemen. In het licht hiervan, mede omdat [betrokkene] de woning heeft verlaten en naar [gedaagde] aanneemt niet meer de intentie heeft de onroerende zaak weer te betrekken, daar deze moet worden verkocht, stelt [gedaagde] dat de gevorderde ontruiming moet worden geweigerd. Subsidiair stelt [gedaagde] dat er, gezien de geschetste omstandigheden, een ruimere termijn moet worden bepaald. [gedaagde] is bereid toe te zeggen dat, indien de financiering op 30 november 2015 niet rond is, hij en de zijnen alsdan binnen één week de woning zullen hebben verlaten. De gevorderde gebruiksvergoeding dient te worden afgewezen, daar het bedrag niet is onderbouwd. Daar komt bij dat [gedaagde] inmiddels het nodige heeft geïnvesteerd. Indien levering niet plaatsvindt en [gedaagde] moet afzien van de aankoop dient te worden beoordeeld of en in hoeverre [gedaagde] mogelijkerwijs aanspraak kan maken op een vergoeding jegens [betrokkene] . [gedaagde] stelt zich dan ook op het standpunt dat een eventuele schadeclaim van Huisman c.s. in een bodemprocedure aan de orde dient te worden gesteld, waarin ook [gedaagde] zijn eventuele vordering kan indienen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang van Huisman c.s. bij de gevorderde ontruiming volgt uit de aard van de zaak alsmede uit de stellingen van Huisman c.s..

4.2.

In een kort geding is een vordering tot ontruiming slechts toewijsbaar indien voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter de vordering eveneens toewijst en indien van de eisende partij niet kan worden gevergd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.

4.3.

De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter de gevorderde ontruiming zal toewijzen. Namens Huisman c.s. is de koopovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden, omdat [gedaagde] deze overeenkomst niet nakwam. Door [gedaagde] is niet betwist dat hij tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. Uit de overgelegde stukken blijkt ook dat hij thans nog niet over de benodigde financiën beschikt. Gelet hierop is het voldoende aannemelijk dat de rechter in een bodemprocedure zal oordelen dat de tekortkoming de ontbinding met haar gevolgen rechtvaardigt. Voor zover [gedaagde] met zijn stellingen, dat hij zich niet kan verenigen met de ontbinding en dat hij nog wenst na te komen, heeft willen betogen dat Huisman c.s. hem in redelijkheid niet aan die ontbinding kunnen houden, wordt hij hierin niet gevolgd.
[gedaagde] heeft ingestemd met 31 juli 2015 als leveringsdatum en heeft ook geen financieringsvoorbehoud gemaakt. Het komt voor zijn rekening en risico dat hij de financiering nog niet rond heeft. Tijdens de behandeling ter zitting is ook ongewis gebleven per wanneer de gelden beschikbaar zijn voor de benodigde financiering. Onder deze omstandigheden handelen Huisman c.s. naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar door [gedaagde] aan de ontbinding van de overeenkomst met haar gevolgen te houden, teneinde de onroerende zaak aan een derde te kunnen verkopen. Dat er op dit moment nog geen koper is, maakt dit niet anders. Dat laat onverlet dat [gedaagde] mogelijk aanspraak kan maken op een vergoeding jegens Huisman en/of [betrokkene] vanwege, door [gedaagde] gestelde, gedane investeringen.

4.4.

Het voorgaande betekent dat [gedaagde] thans geen nakoming meer kan verlangen en dat hij dus thans ook zonder recht of titel de onroerende zaak in gebruik heeft. [gedaagde] heeft niet betwist dat dat gebruik, zonder recht of titel, onrechtmatig is.

4.5.

Het voorgaande brengt mee dat de vordering tot ontruiming zal worden toegewezen, waarbij de ontruimingstermijn op 48 uur na betekening van dit vonnis wordt gesteld. De gevorderde dwangsom zal, op na te melden wijze, worden gematigd en gemaximeerd.

4.6.

Huisman c.s. vorderen voorts betaling van een gebruiksvergoeding van € 2.500,-- per maand. Volgens vaste jurisprudentie is ten aanzien van geldvorderingen in kort geding terughoudendheid geboden. Onderzocht moet worden of het bestaan van de vordering voldoende aannemelijk is. Dat betekent dat met een grote mate van waarschijnlijkheid te verwachten moet zijn dat de bodemrechter haar zal toewijzen. Daarnaast moet sprake zijn van feiten of omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist. Voorts dient in de afweging van de belangen van partijen het restitutierisico betrokken te worden.

4.7.

Een spoedeisend belang van Huisman c.s. bij deze vordering is gesteld noch gebleken. Daarbij komt dat niet met een grote mate van waarschijnlijkheid is te verwachten dat de bodemrechter de geldvordering van Huisman c.s. noodzakelijkerwijze tot deze omvang zal toewijzen, aangezien het gevorderde bedrag schattenderwijs is bepaald en op geen enkele wijze is onderbouwd. Deze vordering zal dan ook worden afgewezen.

4.8.

Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij wordt [gedaagde] veroordeeld in de kosten van de procedure. Deze kosten worden tot op heden begroot op € 385,23 aan verschotten en € 527,-- aan salaris van de advocaat.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

Veroordeelt [gedaagde] de onroerende zaak staande en gelegen aan de [adres] te [plaats] binnen 48 uur na betekening van dit vonnis te ontruimen en ontruimd te houden, met al het zijne en de zijnen en al diegenen die van zijnentwege de onroerende zaak occuperen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 250,-- per dag voor iedere dag dat hij hieraan niet voldoet, tot een maximum van € 15.000,--.

5.2.

Veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten met bepaling dat indien deze kosten niet binnen twee weken na betekening van dit vonnis zijn betaald, [gedaagde] daarover de wettelijke rente is verschuldigd vanaf dat moment tot aan de dag der algehele voldoening. De kosten aan de zijde van Huisman c.s. worden begroot op € 912,23.

5.3.

Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

5.4.

Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.G. Vermeulen en in het openbaar uitgesproken op 16 november 2015.