Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:5090

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-11-2015
Datum publicatie
18-11-2015
Zaaknummer
08/995276-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk zonder over gespecialiseerde kennis te beschikken. Verdachte was initiatiefnemer in deze.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zonder meer op zijn plaats zou zijn. Gelet echter op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zal de rechtbank desalniettemin volstaan met het opleggen van de maximale werkstraf en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest. Daarnaast legt de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 jaar op, met een proeftijd van 3 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/995276-14

Datum vonnis: 18 november 2015

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] , [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 4 november 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.H.E. Groeneboer en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. R.W. Hoevers, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 22 december 2014 samen met een ander in Enschede professioneel vuurwerk voorhanden heeft gehad;

feit 2: op 23 december 2014 samen met een ander in Hengelo professioneel vuurwerk voorhanden heeft gehad.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 22 december 2014, in de gemeente Enschede, op het adres [adres]

[adres] , samen en in vereniging met anderen of een ander dan wel alleen,

als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, al dan niet

opzettelijk professioneel vuurwerk, te weten

-195, althans een aantal Shells en/of mortierbommen (blz. 084),

- 5, althans een aantal Flowerbeds (blz. 87),

-150, althans een aantal stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6, CEO 163) (blz.

90), en/of

-één stuks knalvuurwerk (Super Cobra 8, CE 01634) (blz. 90),

voorhanden heeft gehad;

art 1.2.2 lid 1 Vuurwerkbesluit

2.

hij op of omstreeks 23 december 2014, in de gemeente Hengelo, op het adres

[adres] , samen en in vereniging met anderen of een ander

dan wel alleen, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, al

dan niet opzettelijk professioneel vuurwerk, te weten

- 4, althans een aantal flowerbeds (artikelnummer DT14043/F951056A-200,

Bateria 2"R01210, R1325A en/of TXB585) (blz. 109),

-144, althans een aantal Shells of mortierbommen (één 12 inch zonder naam,

merk of artikelnummer, overige met de artikel nummers IC6001, IC4001,

DS03, LB/FRF/SNY/U en/of Colpo Atomyc 80) (blz. 140),

- 8, althans een aantal bangers (Cobra 8) (blz. 185 en aanvullend

proces-verbaal de dato 1 mei 2015),

- 14, althans een aantal bangers (Cobra 6), (blz. 185 en aanvullend

proces-verbaal de dato 1 mei 2015),

- 20, althans een aantal bangers (Butterfly Cracker) (blz. 185)

en/of

- 20, althans een aantal vuurpijlen (Thunderking) (blz. 244)

voorhanden heeft gehad;

art 1.2.2 lid 1 Vuurwerkbesluit

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het onder 1, met uitzondering van het laatste gedachtestreepje, en onder 2 tenlaste gelegde bewezen wordt verklaard, met dien verstande dat het bij het laatste gedachtestreepje van feit 2 om 10 vuurpijlen gaat, en dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig (30) maanden waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het ten laste gelegde feit bewezen verklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die daarbij worden genoemd. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.1

5.1

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat hetgeen aan verdachte onder feit 1, laatste gedachtestreepje, ten laste is gelegd daadwerkelijk professioneel vuurwerk betreft, zodat de rechtbank verdachte van dit onderdeel zal vrijspreken.

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat verdachte het overige onder feit 1 en onder feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat het bij het laatste gedachtestreepje van feit 2 om 10 vuurpijlen gaat.

Als bewijsmiddelen daarvoor gelden:

  1. het proces-verbaal van de terechtzitting van 4 november 2015, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering (Sv);

  2. het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, blz. 84, 85, 87, 88, 89, 90 en 91;

  3. het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk, blz. 109, 110, 140, 141, 185, 186 en 244;

5.4

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 1, vierde gedachtestreepje, is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het 1onder en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 22 december 2014, in de gemeente Enschede, op het adres [adres]

[adres] , samen en in vereniging met een ander, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, opzettelijk professioneel vuurwerk, te weten

-195 shells of mortierbommen,

- 5 flowerbeds en

-150 stuks knalvuurwerk (Super Cobra 6)

voorhanden heeft gehad;

2.

hij op 23 december 2014, in de gemeente Hengelo, op het adres [adres] , samen en in vereniging met een ander, als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, professioneel vuurwerk, te weten

- 4 flowerbeds,

- 144 shells of mortierbommen (één 12 inch zonder naam),

- 8 bangers (Cobra 8) ,

- 14 bangers (Cobra 6),

- 20 bangers (Butterfly Cracker),

en

- 10 vuurpijlen (Thunderking)

voorhanden heeft gehad.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 1 en feit 2 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan in zoverre zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 9.2.2.1 Wet milieubeheer, 1.2.2. Vuurwerkbesluit, 1a, 2 en 6 Wet op de economische delicten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 en feit 2

telkens het misdrijf: medeplegen van het opzettelijk overtreden van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet Milieubeheer.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking. Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk zonder over gespecialiseerde kennis te beschikken. Verdachte was initiatiefnemer in deze. Hij heeft de grote hoeveelheid vuurwerk aangeschaft en vervolgens bij zijn vriend en een buurman ondergebracht. Het vuurwerk was opgeslagen in twee woningen, beide gelegen in een woonwijk. Dit heeft grote risico’s met zich meegebracht voor zowel de bewoners van de woningen zelf, als voor de omwonenden. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij het vuurwerk voorhanden heeft gehad zonder zich rekenschap te geven van het gevaarzettende karakter daarvan. Professioneel vuurwerk is niet alleen brandgevaarlijk maar brengt bij ontbranding en ontploffing ook enorme risico’s met zich mee voor het leven en de gezondheid van omstanders. De rechtbank heeft bij beantwoording van de vraag welke straf aan verdachte moet worden opgelegd, in het bijzonder acht geslagen op het feit dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest en op zijn persoonlijke omstandigheden, zoals die naar voren komen in het over verdachte uitgebrachte reclasseringsrapport. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zonder meer op zijn plaats zou zijn. Gelet echter op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zal de rechtbank desalniettemin volstaan met het opleggen van de maximale werkstraf en een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest. Daarnaast zal de rechtbank een forse voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen teneinde de ernst van de feiten tot uitdrukking te brengen en aan verdachte een duidelijke waarschuwing voor de toekomst mee te geven. Gelet op de fascinatie van verdachte voor vuurwerk acht de rechtbank een proeftijd van 3 jaar aangewezen.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 47, 57 en 91 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 en feit 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan in zoverre vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
    feit 1 en feit 2:

telkens het misdrijf: medeplegen van het opzettelijk overtreden van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet Milieubeheer;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1 en feit 2 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van één (1) jaar en zes (6) dagen, waarvan één (1) jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

  • -

    veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid gedurende 240 uren;

  • -

    beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Wentink, voorzitter, mr. M. Melaard en

mr. F.H.W. Teekman, rechters, in tegenwoordigheid van J.G.M. Wolbers, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 november 2015.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-2014231559 van 10 maart 2015. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.