Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:4977

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
10-11-2015
Datum publicatie
10-11-2015
Zaaknummer
08/952079-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft twee vrouwen bedreigd om hen publiek te vernederen door foto's of persoonlijke informatie openbaar te maken, tenzij zij tegen hun zin seksuele handelingen zouden dulden en verrichten.

De kans op recidive van soortgelijke feiten wordt, zonder enige vorm van behandeling, als hoog ingeschat.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Daarnaast legt de rechtbank hem een voorwaardelijke TBS-maatregel op met een proeftijd van drie jaar. Hij moet zich in die periode verplicht laten behandelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/952079-15

Datum vonnis: 10 november 2015

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] ,

nu verblijvende in PI Leeuwarden,

Bolstmeerweg 7 in Leeuwarden.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 7 augustus 2015 en 27 oktober 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.Y. Huang en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. H.J.M. van Denderen, advocaat te Hengelo, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: [slachtoffer 1] heeft verkracht;

feit 2: geprobeerd heeft [slachtoffer 1] te verkrachten;

feit 3: door aan [slachtoffer 2] kenbaar te maken dat hij seksueel getint what’s appverkeer tussen hen beiden publiek zou maken, [slachtoffer 2] heeft gedwongen tegen haar zin ontuchtige handelingen te plegen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 september 2014 tot en met 09 oktober 2014 te Groningen, althans in Nederland, (telkens) door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, te weten:

- door het één of meermalen telefonisch en/of via whats-app contact op te nemen met die [slachtoffer 1] en/of (daarbij) die [slachtoffer 1] één of meermalen telefonisch en/of

via whats-app over te halen om een (fysieke) afspraak te maken voor seksueel contact en/of (daarbij) die [slachtoffer 1] één of meermalen via whats-app een bericht te zenden en/of ervolgens)

- die [slachtoffer 1] één of meermalen (telefonisch) te dreigen (deels compromitterende) foto's en/of persoonlijke gegevens, welke door die [slachtoffer 1] aan verdachte waren toegezonden, aan derden bekend te maken, [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , immers heeft hij, verdachte zijn vinger(s) in de vagina en/of (vervolgens) zijn penis in de mond van die [slachtoffer 1] geduwd en/of gebracht en/of (vervolgens) aan de vagina en/of schaamlippen en/of (deels) ontblote borst van die [slachtoffer 1] gelikt en/of gezogen en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] één of meermalen zijn, verdachtes, penis laten vastpakken en/of aftrekken;

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 oktober 2014 tot en met 31 december 2014 te Groningen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer 1] (telkens) te dwingen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , voornoemde [slachtoffer 1] , gedurende voornoemde periode, één of meermalen telefonisch en/of via whats-app heeft benaderd en/of (daarbij) die [slachtoffer 1] één of meermalen heeft gevraagd om (nogmaals) een afspraak te maken voor seksueel contact door die [slachtoffer 1] via whats-app (onder meer) de volgende teksten toe te zenden:

'Je deed toch niet nep?' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Vond je mij eng of zo' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Je weet toch nu hoe ik ben ik t echt' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Daarom deed je half half' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Ja maar zo wil ik dat niet nep gedoe' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Heb het idee dat jij mij voor de gek houdt' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'wtf' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Als je dat flikt' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'GvD' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Je zou me niet blokkr' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Ik haal die back-up wel terug' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Ik zei jou ook ik heb niemand ooit wat gestuurd' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Ik word gek van dat gelieg' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Ja als je dat doet weet je zeker dat ik t doe!' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Jij denkt dat ik bluf he' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Let maar op straks' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Ik heb 1 voorstel....want ik irriteer me kapot nu!!!' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Want wordt hier nu ook gek van. Steeds dat gedoe. Ik blijf niet bezig' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'We spreken af zoals gisteren gewoon. Vooraf wis ik alle backups. Jij ziet dat dan!! Jij mag mijn nummer blokkeren en wissen!! Ik zie dat dan ook. En daarna kan ik jou niet meer bereiken dus. En daarna is het klaar en hoef je mij nooit meer te spreken. Punt uit, afgelopen. Dus zeg het maar!!' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Dan is t nu oorlog' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Ik deed je net goed vstel' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Nja praat maar door. K stuur je straks je vrienden' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Jij wil ruzie. Krijg je dat' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Ik deed gister aardig man' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Ik had FB namen gewoon hoor :) Van [naam 1] tot [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] , [naam 7] etc. ga zo maar door' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Maarr jij loopt zelf steeds te kutten!!! Dan ineens meeting bv, dan weer ongesteld, dan weer ouders bv, dan weer dit, dan weer dat' (10-10-2014, chat-219.txt)

'Doe dan ook gewoon leuk!' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Ik zei net al..Oke dan gewoon nog 1x afspreke. Jij blokt mij, verwijdert mij.

Ik zie dat. Nou ik jou dus niet meer bereiken dan! Ik verwijder jou, mag je

ook zien. Ik wis die shit en daarna uberhaupt geen contact meer' (10-10-2014,

chat-219.txt) en/of

'Oh en gisteren durfde je ook' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Plus t belangrijkste heb ik tot nu toe iemand ooooit iets gestuurd ?????'

(10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Geen woord tegen wie dan ook' (10-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Ik heb toch ook niks gedaan tegen jou nog?' (16-10-2014, chat-219.txt) en/of

'Plus je kent me in t echt nu, Nou zoooo erg was ik ook weer niet (24-10-2014,

chat idioot2e telefoon.txt) en/of

'Wanneer spreken wij af?' (10-11-2014, chat idioot.txt) en/of

'Ja maar je laat wel ff weten hoe dan ook' (10-11-2014, chat idioot.txt) en/of

' [slachtoffer 1] wanneer spreken we af dan? Next week?' (17-11-2014, chat idioot.txt) en/of

'Maar wat heeft 1 herkansing met ff afspreke te maken?' (17-11-2014, chat

idioot.txt) en/of

'test mij nu niet uit [slachtoffer 1] !' (24-11-2014, chat idioot.txt) en/of

'En tijdens het afspreke was t ook wel leuk, vertrouw jou! Jij mij. Nou prima'

(24-11-2014, chat idioot.txt) en/of

'We zouden nu al afspreke, je stelt steeds uit' (02-12-2014, chat idioot.txt) en/of

'Ik zal je wel even laten zien dat ik niet bluf' (02-12-2014, chat idioot.txt) en/of

'Ik wil dat jij leuk doet' (02-12-2014, chat idioot.txt) en/of

(daarbij) die [slachtoffer 1] één of meermalen heeft gedreigd (deels compromitterende)

foto's en/of persoonlijke gegevens van die [slachtoffer 1] aan derden bekend te maken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juli 2014 tot en met 30 januari 2015 te Zwolle, [slachtoffer 2] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of

door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht, te weten:

- door het één of meermalen via whats-app contact op te nemen en/of

te onderhouden met die [slachtoffer 2] en/of

(daarbij) die [slachtoffer 2] één of meermalen seksueel getinte vragen te laten beantwoorden en/of (daarbij) - met die [slachtoffer 2] één of meermalen af te spreken en/of

(daarbij) aandie [slachtoffer 2] kenbaar te maken indien zij geen gehoor zou geven aan voornoemdeafspra(a)k(en), hij, verdachte voornoemd seksueel getint whats-app verkeer,

tussen beiden gevoerd, zou doorsturen aan derden, althans publiekelijk te maken

(telkens) wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden, te weten die [slachtoffer 2] één of meermalen haar billen laten duwen/drukken in/tegen en/of langs zijn, verdachtes, geslachtsdeel en/of schaamstreek.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden met aftrek van voorarrest en voorts tot de maatregel van terbeschikkingstelling onder de voorwaarden zoals genoemd in het maatregelenrapport van de reclassering. De civiele vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dienen te worden toegewezen, telkens vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging daarbij van de schadevergoedingsmaatregel.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de ten laste gelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen, zoals deze later in een eventueel op te maken aanvulling bij dit vonnis zullen worden opgenomen. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De feiten 1 en 2

Vanwege de samenhang tussen de feiten 1 en 2 bespreekt de rechtbank deze gezamenlijk.

5.1.1.

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft - overeenkomstig de inhoud van het aan de rechtbank overgelegde schriftelijk requisitoir - geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1

en 2 tenlastegelegde.

De raadsman heeft bepleit - overeenkomstig de inhoud van de door hem aan de rechtbank overgelegde schriftelijke pleitnota - dat verdachte moet worden vrijgesproken van hetgeen onder 1 ten laste is gelegd omdat wettig bewijs ontbreekt, waaruit kan worden afgeleid dat er sprake was van dwang zoals bedoeld in artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Ook dient vrijspraak te volgen voor feit 2 omdat de ten laste gelegde feitelijke handelingen volgens de raadsman naar hun uiterlijke verschijningsvorm niet gezien kunnen worden als een begin van uitvoering gericht op de ten laste gelegde verkrachting.

5.1.2.

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Verdachte heeft via facebook contact gekregen met aangeefster [slachtoffer 1] . Op een gegeven moment heeft verdachte, die zich in eerste instantie voordeed als [alias] , telefoonnummers uitgewisseld met aangeefster zodat ze konden “appen”. Na enige tijd werden de berichten vertrouwelijker en meer seksueel getint. Vervolgens vroeg verdachte aangeefster of hij haar telefoonnummer mocht geven aan een vriend van hem, die evenals aangeefster in Groningen studeerde. Deze vriend, [alias 2] , zou familie zijn van de puissant rijke familie [familie] , die onder meer eigenaar is van [winkelketen] . Aangeefster stemde daarmee in, niet wetende dat het wederom verdachte was waarmee zij contact legde, die zich dit maal voordeed als [alias 2] . Op een gegeven moment werden ook deze berichten meer seksueel getint. Bovendien vonden er lange telefoongesprekken plaats tussen aangeefster en verdachte en werden er foto’s uitgewisseld. Zo stuurde aangeefster verdachte onder meer foto’s van haarzelf in onderbroek en bh. Vervolgens heeft verdachte via de what’s app geprobeerd aangeefster te bewegen een afspraak met hem te maken. Toen aangeefster aangaf dat zij dat niet wilde, heeft verdachte haar laten weten dat hij in dat geval de foto’s en (seksueel getinte) what’s appberichten van aangeefster openbaar zou maken door deze naar al haar facebookcontacten te sturen. Aangeefster heeft vervolgens onder dreiging daarvan op 9 oktober 2014 achter het UMCG een ontmoeting met verdachte gehad, waarbij zij ontuchtige handelingen heeft moeten plegen bij en dulden van verdachte, waarbij tevens sprake is geweest van seksueel binnendringen.

Vooraf had verdachte aangegeven dat aangeefster aardig tegen hem moest doen en “zich niet als een dood vogeltje moest gedragen”. Ook had verdachte duidelijk gemaakt dat als hij niet tevreden zou zijn hij nog een afspraak zou willen. Terwijl aangeefster de ontuchtige handelingen onderging, drong verdachte er bij haar op aan “ook mee te doen en er niet als een dooie tak bij te staan”. Verdachte heeft nadien een aantal foto’s gedeletet maar heeft aangeefster wel laten weten dat er nog een back-up was van de foto’s en berichten. Als hij haar diezelfde avond nog appt, laat aangeefster hem weten geen contact meer te willen. Verdachte zegt tegen aangeefster “nog één afspraak te willen zoals ze de dag ervoor hadden”. Daarna zal hij alles wissen en haar nummer blokkeren. Aangeefster besluit daarop haar vader op de hoogte te stellen en samen besluiten ze op 10 oktober 2014 naar de politie te gaan.

Verdachte heeft ter terechtzitting bevestigd dat hij zich tegenover aangeefster, via facebook, what’s appberichten en in telefoongesprekken heeft voorgedaan als [alias] en als [alias 2] . Ook heeft hij, naar eigen zeggen, als [alias 2] , een afspraak met aangeefster afgedwongen door te dreigen seksueel getinte foto’s en berichten openbaar te maken. Verdachte heeft toegegeven dat de ontuchtige handelingen die aangeefster volgens haar aangifte heeft moeten plegen en dulden, hebben plaatsgevonden.

Dwang

Door de verdediging wordt betwist dat er sprake is geweest van dwang, hetgeen, aldus het bepaalde in artikel 242 Sr, kan bestaan uit geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid. Van dwingen door middel van feitelijkheden zoals bedoeld in artikel 242 Sr is, aldus bestendige jurisprudentie, sprake indien een slachtoffer door (dreiging met) feitelijkheden de seksuele handelingen tegen haar wil heeft moeten plegen (of dulden) en voorts dat het opzet van verdachte (mede) daarop was gericht. Vorenstaande moet bovendien volgen uit de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

De rechtbank constateert dat uit de verklaring van aangeefster, in onderling verband en samenhang bezien met de verklaring die verdachte ter terechtzitting heeft afgelegd, volgt dat verdachte, door het bezit van seksueel getinte berichten en foto’s van aangeefster, die hij openbaar dreigde te maken, geestelijk overwicht had over aangeefster en dat hij dit overwicht, door aan te dringen op een afspraak, actief heeft aangewend om aangeefster tot het plegen en dulden van seksuele handelingen te dwingen, waaronder seksueel binnendringen. Uit de verklaring van aangeefster dat verdachte tijdens bedoelde handelingen tegen haar heeft gezegd “dat zij mee moest doen en er niet als een dode tak bij moest staan” blijkt naar het oordeel van de rechtbank voldoende dat voor verdachte duidelijk was dat aangeefster deze handelingen niet wilde. Door desondanks seksuele handelingen bij aangeefster te verrichten en van haar te verlangen, heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat aangeefster de seksuele handelingen tegen haar wil onderging c.q. verrichtte.

Poging tot verkrachting

Verdachte benaderde aangeefster, na de afspraak op 9 oktober 2014, een dag later opnieuw via de whatt’s app en laat weten nog één afspraak te willen zoals ze die de dag ervoor ook hadden. Daarna zou hij definitief alle berichten wissen en haar nummer blokkeren. Zo stuurde verdachte aangeefster onder meer op 10 oktober 2014, om 11:16:41 een bericht waarin hij zegt: “Idioot: we spreken af zoals gister gewoon..vooraf wis ik ..alle backups (…). Voornoemd samenstel van feiten en omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de seksuele handelingen, waaronder seksueel binnendringen, die op 9 oktober 2014 tegen de zin van aangeefster hebben plaatsgevonden, niet anders worden gezien dan als een begin van uitvoering van verkrachting.

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat hetgeen aan verdachte onder 1 en 2 ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen is.

5.2

Feit 3

5.2.1.

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft - overeenkomstig de inhoud van het aan de rechtbank overgelegde schriftelijk requisitoir - geconcludeerd tot bewezenverklaring van het

onder 3 tenlastegelegde.

De raadsman heeft bepleit - overeenkomstig de inhoud van de door hem aan de rechtbank overgelegde schriftelijke pleitnota - dat verdachte moet worden vrijgesproken van hetgeen onder 3 ten laste is gelegd, omdat er geen enkel ondersteunend bewijs is voor de belastende verklaring van aangeefster.

5.2.2.

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

In de zomer van 2014 heeft verdachte via Tinder contact gekregen met aangeefster [slachtoffer 2] . Op een gegeven moment heeft verdachte, die zich in eerste instantie voordeed als [alias] en gebruik maakte van het mobiele nummer [telefoonnummer 1] , aangeefster naar haar telefoonnummer gevraagd zodat ze konden appen. Na enige tijd vertelde verdachte aangeefster dat hij haar telefoonnummer ook aan zijn vriend [alias 2] had gegeven, de zoon van de eigenaar van [winkelketen] . Verdachte, die zich eveneens voordeed als [alias 2] , nam daarop telefonisch en via what’s app contact op met aangeefster. Op een gegeven moment stelde [alias 2] , die in eerste instantie gebruik maakte van het mobiele nummer [telefoonnummer 2] en later van nummer [telefoonnummer 3] dat op naam staat van verdachte’s moeder, zeer persoonlijke, seksueel getinte vragen aan aangeefster. Verdachte vertelde aangeefster [slachtoffer 2] daarop dat hij van die persoonlijke en intieme gesprekken een print-screen had gemaakt en dreigde deze door te sturen naar haar school, haar werk en aan al haar Facebook-vrienden. Daarop heeft aangeefster het nummer van ‘ [alias 2] ’ geblokkeerd. Toen ‘ [alias] ’ haar vervolgens appte en vertelde dat ‘ [alias 2] ’ heel boos op haar was, heeft zij, omdat ze bang was, het nummer van ‘ [alias 2] ’ weer gedeblokkeerd. Omdat [alias 2] dreigde de privégesprekken tussen hem en aangeefster op internet te zetten als zij hem niet zou ontmoeten, heeft aangeefster hem twee keer ontmoet in een park in Zwolle bij de Sassenpoort. De eerste keer was in september of oktober 2014. Verdachte dwong aangeefster hem “te schuren” door ter hoogte van zijn geslachtsdeel met haar achterwerk tegen zijn lichaam aan te bewegen. Zou zij dit niet doen, dan zou hij de print-screens openbaar maken. Voordat aangeefster wegging liet verdachte haar zien dat hij de print-screens met haar teksten had verwijderd. Na de ontmoeting zocht verdachte via de app toch weer contact met aangeefster en dreigde hij alsnog de gesprekken publiekelijk te maken als zij weigerde met hem te praten. De tweede ontmoeting vond volgens aangeefster plaats op een vrijdagavond, in de week vóór 3 februari 2014. Tijdens een gesprek in de auto stelde verdachte aangeefster voor de keus dat zij hem moest ‘schuren’ of moest toekijken terwijl verdachte zich aan het aftrekken was. Aangeefster koos ervoor toe te kijken. Later heeft zij hem buiten de auto alsnog ‘geschuurd’.

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij aangeefster maar één keer heeft ontmoet, waarbij geen seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. Dit wordt naar het oordeel van de rechtbank echter weersproken door de inhoud van een door verdachte zelf aan aangeefster verstuurd bericht d.d. 20 januari 2015 waarin hij zegt “dacht dat ’t gezellig was” en “ik zou bij mezelf doen beetje…en ff tegen jou aan…nou wat een ramp!!” en waarbij aangeefster schreef: “ik deed alles voor je wat je van me vroeg”. Uit deze berichten blijkt dat er meer dan één ontmoeting is geweest. De rechtbank hecht daarom meer geloof aan de verklaringen van aangeefster dan aan de ontkennende verklaring van verdachte.

Dwang

De rechtbank constateert dat uit de verklaring van aangeefster volgt, in onderling verband en samenhang bezien met de inhoud van het door verdachte op 20 januari 2015 verstuurde bericht aan aangeefster, dat verdachte door het bezit van seksueel getinte berichten van aangeefster die hij openbaar dreigde te maken, geestelijk overwicht had over aangeefster en hij dit overwicht, door aan te dringen op een ontmoeting, actief heeft aangewend om aangeefster tot het plegen en dulden van seksuele handelingen te dwingen. Uit het app-verkeer tussen verdachte en aangeefster blijkt naar het oordeel van de rechtbank voldoende dat voor verdachte duidelijk was dat aangeefster deze handelingen niet wilde. Door desondanks seksuele handelingen bij aangeefster te verrichten en van haar te verlangen, heeft verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat aangeefster de seksuele handelingen tegen haar wil onderging c.q. verrichtte.

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat ook hetgeen aan verdachte onder 3 ten laste is gelegd wettig en overtuigend bewezen is.

5.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 september 2014 tot en met 9 oktober 2014 in Nederland, telkens door bedreiging met een feitelijkheid, te weten:

- door telefonisch en via whats-app contact op te nemen met die [slachtoffer 1] en daarbij die [slachtoffer 1] over te halen om een fysieke afspraak te maken voor seksueel contact en vervolgens

- die [slachtoffer 1] telefonisch te dreigen deels compromitterende foto's en persoonlijke gegevens, welke door die [slachtoffer 1] aan verdachte waren toegezonden, aan derden bekend te maken, [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , immers heeft hij, verdachte zijn vingers in de vagina en zijn penis in de mond van die [slachtoffer 1] gebracht en aan de vagina en schaamlippen en ontblote borst van die [slachtoffer 1] gelikt en gezogen en vervolgens die [slachtoffer 1] zijn, verdachte’s, penis laten vastpakken en aftrekken;

2.

hij in de periode van 10 oktober 2014 tot en met 31 december 2014 in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door bedreiging met een feitelijkheid [slachtoffer 1] te dwingen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , voornoemde [slachtoffer 1] , gedurende voornoemde periode, telefonisch en via whats-app heeft benaderd en daarbij die [slachtoffer 1] heeft gevraagd om nogmaals een afspraak te maken voor seksueel contact door die [slachtoffer 1] via whats-app de volgende teksten toe te zenden:

'Je deed toch niet nep?' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Vond je mij eng of zo' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Je weet toch nu hoe ik ben ik t echt' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Daarom deed je half half' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Ja maar zo wil ik dat niet nep gedoe' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Heb het idee dat jij mij voor de gek houdt' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'wtf' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Als je dat flikt' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'GvD' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Je zou me niet blokkr' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Ik haal die back-up wel terug' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Ik zei jou ook ik heb niemand ooit wat gestuurd' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Ik word gek van dat gelieg' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Ja als je dat doet weet je zeker dat ik t doe!' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Jij denkt dat ik bluf he' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Let maar op straks' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Ik heb 1 voorstel....want ik irriteer me kapot nu!!!' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Want wordt hier nu ook gek van. Steeds dat gedoe. Ik blijf niet bezig' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'We spreken af zoals gisteren gewoon. Vooraf wis ik alle backups. Jij ziet dat dan!! Jij mag mijn nummer blokkeren en wissen!! Ik zie dat dan ook. En daarna kan ik jou niet meer bereiken dus. En daarna is het klaar en hoef je mij nooit meer te spreken. Punt uit, afgelopen. Dus zeg het maar!!' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Dan is t nu oorlog' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Ik deed je net goed vstel' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Nja praat maar door. K stuur je straks je vrienden' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Jij wil ruzie. Krijg je dat' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Ik deed gister aardig man' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Ik had FB namen gewoon hoor :) Van [naam 1] tot [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] , [naam 7] etc. ga zo maar door' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Maarr jij loopt zelf steeds te kutten!!! Dan ineens meeting bv, dan weer ongesteld, dan weer ouders bv, dan weer dit, dan weer dat' (10-10-2014, chat-219.txt)

'Doe dan ook gewoon leuk!' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Ik zei net al..Oke dan gewoon nog 1x afspreke. Jij blokt mij, verwijdert mij. Ik zie dat. Nou ik jou dus niet meer bereiken dan! Ik verwijder jou, mag je ook zien. Ik wis die shit en daarna uberhaupt geen contact meer' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Oh en gisteren durfde je ook' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Plus t belangrijkste heb ik tot nu toe iemand ooooit iets gestuurd ?????' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Geen woord tegen wie dan ook' (10-10-2014, chat-219.txt) en

'Ik heb toch ook niks gedaan tegen jou nog?' (16-10-2014, chat-219.txt) en

'Plus je kent me in t echt nu, Nou zoooo erg was ik ook weer niet (24-10-2014,

chat idioot2e telefoon.txt) en

'Wanneer spreken wij af?' (10-11-2014, chat idioot.txt) en

'Ja maar je laat wel ff weten hoe dan ook' (10-11-2014, chat idioot.txt) en

' [slachtoffer 1] wanneer spreken we af dan? Next week?' (17-11-2014, chat idioot.txt) en

'Maar wat heeft 1 herkansing met ff afspreke te maken?' (17-11-2014, chat

idioot.txt) en

'test mij nu niet uit [slachtoffer 1] !' (24-11-2014, chat idioot.txt) en

'En tijdens het afspreke was t ook wel leuk, vertrouw jou! Jij mij. Nou prima'

(24-11-2014, chat idioot.txt) en

'We zouden nu al afspreke, je stelt steeds uit' (02-12-2014, chat idioot.txt) en

'Ik zal je wel even laten zien dat ik niet bluf' (02-12-2014, chat idioot.txt) en

'Ik wil dat jij leuk doet' (02-12-2014, chat idioot.txt)

en daarbij die [slachtoffer 1] heeft gedreigd deels compromitterende foto's en persoonlijke gegevens van die [slachtoffer 1] aan derden bekend te maken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij in de periode van 1 juli 2014 tot en met 30 januari 2015 te Zwolle, [slachtoffer 2] , door

bedreiging met enige feitelijkheid, te weten:

- door het via whats-app contact op te nemen en te onderhouden met die [slachtoffer 2] en die [slachtoffer 2] seksueel getinte vragen te laten beantwoorden en daarbij

- met die [slachtoffer 2] af te spreken en aan die [slachtoffer 2] kenbaar te maken indien zij geen gehoor zou geven aan voornoemde afspraak, hij, verdachte, voornoemd seksueel getint whats-appverkeer tussen beiden gevoerd, zou doorsturen aan derden, wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, of te dulden, te weten die [slachtoffer 2] haar billen laten duwen/drukken tegen en langs zijn, verdachte’s, geslachtsdeel en schaamstreek.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten, met uitzondering van de letterlijke weergave van het whats-appverkeer, verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste

gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 45, 242 en 284 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: verkrachting;

feit 2

het misdrijf: poging tot verkrachting;

feit 3

het misdrijf: een ander door bedreiging met enige feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets doen of te dulden.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

De rechtbank acht de hiervoor beschreven gedragingen van verdachte bijzonder ernstig.

Door zijn handelwijze heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke

en geestelijke integriteit van de beide slachtoffers. Zo hebben de slachtoffers geruime tijd moeten leven onder de dreiging, hetzij wederom tegen hun zin seksuele handelingen te moeten dulden en verrichten, hetzij publiekelijk te worden vernederd. Het betreft een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van zedenmisdrijven als onderhavige nog langdurig de negatieve gevolgen kunnen ondervinden van hetgeen hen is aangedaan.

De rechtbank heeft bij haar overwegingen de door het Landelijk Overleg Voorzitters Strafsectoren (LOVS) vastgestelde landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting betrokken, voor zover die voor de onderhavige feiten zijn vastgesteld. Deze geven aan als uitgangspunt voor een verkrachting een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden in het geval van een voltooid delict, welke straf in het geval van een poging met een derde wordt verminderd.

Voorts heeft de rechtbank bij de strafoplegging rekening gehouden met de inhoud van een de verdachte betreffende psychiatrische Pro Justitia-rapportage van 15 juni 2015 en een psychologische Pro Justitia-rapportage van 8 juni 2015, opgesteld door respectievelijk mevrouw drs. P.A. de Mon, psychiater en drs. H.A. Stierum, GZ-psycholoog.

Hoewel tijdens onderzoek door een psycholoog het Nederlands Instituut voor Forensische Psychologie (NIFP) in 2014 geen ziekelijke stoornis of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens bij verdachte is geconstateerd, zijn de deskundigen dit keer tot de conclusie gekomen dat er, alles overziend, diagnostisch sprake lijkt te zijn van een autisme spectrum stoornis oftewel van een pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anderszins omschreven (PDD-NOS). De diagnose naar de persoonlijkheid wordt uitgesteld nu er sprake is van een ontwikkelingsstoornis die invloed heeft op alle levensterreinen waarin betrokkene participeert.

De kans op recidive van soortgelijke feiten wordt, zonder enige vorm van behandeling, als hoog ingeschat. Betrokkene kan vanuit de aanwezige autisme spectrum stoornis zijn rigide

manier van denken niet bijstellen. Zijn gedrag lijkt repetitief te zijn alsof hij geen andere keuze kan maken. Hij lijkt de ernst van zijn handelen niet in te zien en geen besef te hebben van de consequenties die verbonden zijn aan zijn handelen. Betrokkene ervaart wat dat betreft geen rem op zijn gedrag. Bovendien is zijn geweten te gebrekkig ontwikkeld om enige bijsturing van zijn (seksuele) impulsen te kunnen bewerkstelligen.

Het feit dat betrokkene geen enkele lijdensdruk ervaart, geen intrinsiek betrouw toont en het hem ontbreekt aan ziektebesef en inzicht, maakt dat de prognose van een behandeling als zeer matig ingeschat moet worden. Toch zal getracht moeten worden om door middel van een confronterende individuele behandeling (in een groep zal betrokkene zich vooral aanpassen zonder dat er zicht is op waar hij daadwerkelijk mee bezig is) in een klinische setting met een laag beveiligingsniveau de kans op recidive tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen.

Op verzoek van de rechtbank heeft de reclassering de mogelijkheden van een klinische behandeling als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijke straf onderzocht, alsmede klinische behandeling in het kader van een TBS met voorwaarden.

Uit bedoeld rapport van 9 oktober 2015, opgemaakt door mevrouw N. Joustra, volgt dat verdachte door het Indicatiecentrum Forensische Zorg (IFZ) is geïndiceerd voor de Forensische Psychiatrische Afdeling (FPA) De Boog te Warnsveld. Deze FPA heeft een afdeling speciaal gericht op ASS-problematiek en zou het beste aansluiten bij de problematiek van betrokkene. Verdachte zal een confronterende één op één behandeling moeten ondergaan gericht op behandeling van de PDD-NOS bestaande uit psycho-educatie, delict preventie, behandeling van het systeem en vervolgens zal er verder onderzoek naar de persoonlijkheid van betrokkene moeten worden gedaan. Dit is een zware behandeling, waar betrokkene moet kunnen leren omgaan met tegenslagen en waar hij geconfronteerd zal worden met zichzelf. Daarnaast zal betrokkene stapsgewijs moeten resocialiseren in de samenleving, met daarin de verleidingen van sociale media. Gelet op het bovenstaande is de reclassering van mening dat een TBS met voorwaarden in dit traject het beste aansluit bij het streven om herhaling te voorkomen. Betrokkene zal een langere tijd kunnen worden gevolgd. Als hij zich toch onttrekt aan de voorwaarden, zal hij gedwongen behandeld kunnen worden middels een TBS met dwangverpleging.

De rechtbank is van oordeel dat de feiten aan verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend en sluit zich wat dat betreft aan bij de door de deskundigen getrokken conclusie. Dit is een strafverminderende omstandigheid.

Bij de bepaling van de hierna te noemen straf heeft de rechtbank, zoals voorgeschreven in artikel 63 van het wetboek van strafrecht, tevens rekening gehouden met de omstandigheid, dat verdachte op 23 december 2014 door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk in verband met bewezenverklaring van de artikelen 242 en 246 Sr en nu onder meer schuldig wordt verklaard aan een misdrijf voor de hierboven genoemde datum gepleegd.

De hierboven genoemde overwegingen overziend meent de rechtbank dat de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder zij zijn gepleegd, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk rechtvaardigen, uiteraard met aftrek van voorarrest. Als proeftijd acht de rechtbank, mede gelet op de te verwachten behandelduur, een termijn van 3 jaar op zijn plaats.

De volgende vraag is of de noodzakelijk geachte behandeling dient plaats te vinden in het kader van een voorwaardelijk strafdeel, dan wel een voorwaardelijke TBS-maatregel. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval behandeling in het kader van een voorwaardelijke TBS-maatregel de voorkeur verdient. Gelet op de speciale recidive, en de gebleken noodzaak tot behandeling, moet worden voorkomen dat verdachte op enig moment onbehandeld terugkeert in de samenleving. Aan de wettelijke voorwaarden voor de oplegging van een

TBS-maatregel is voldaan. Verdachte leed tijdens het begaan van het feit aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens en de bewezen verklaarde feiten 1 en 2 zijn misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld. Daarnaast blijkt uit de opgemaakte persoonsrapportages dat de veiligheid van anderen het opleggen van deze maatregel eist. Voor de onderbouwing van dit laatste aspect verwijst de rechtbank kortheidshalve naar het door de deskundigen De Mon en Stierum opgestelde rapport.

De rechtbank overweegt daarnaast, in verband met het bepaalde in artikel 38e lid 1 Sr, dat de maatregel zal worden opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen, of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

De rechtbank zal aan de aan verdachte op te leggen maatregel de voorwaarden verbinden, zoals door de reclassering geadviseerd.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] , (adres bekend bij slachtofferzorg), heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 3.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit immateriële schade.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadepost is op zichzelf voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde evenwel, gelet op wat in vergelijkbare zaken wordt toegewezen, matigen en tot een bedrag van

€ 1.500,-- (vijftienhonderd euro) toewijzen, te vermeerderen met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de tenuitvoerlegging van dit vonnis.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij tevens de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten 1 en 2 is toegebracht.

9.3

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] , (adres bekend bij slachtofferzorg), heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 800,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit immateriële schade.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde bedrag, gelet op wat in vergelijkbare zaken wordt toegewezen, matigen en tot een bedrag van € 500,-- toewijzen, te vermeerderen met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de tenuitvoerlegging van dit vonnis.

9.4

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal ook hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 3 is toegebracht.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f, 37a, 38, 38a, 38d, 38e, en 63 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan in zoverre vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1

het misdrijf: verkrachting;

feit 2

het misdrijf: poging tot verkrachting;

feit 3

het misdrijf: een ander door bedreiging met enige feitelijkheid, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets doen of te dulden;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden, waarvan

12 (twaalf) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

maatregel

  • -

    geeft een last tot ter beschikkingstelling van veroordeelde en verbindt daaraan de volgende voorwaarden:

  • -

    betrokkene onthoudt zich van het plegen van strafbare feiten;

  • -

    betrokkene zal zich houden aan de aanwijzingen gegeven door of namens de

reclassering;

- betrokkene geeft zijn medewerking aan een klinische behandeling (FPA De Boog of

soortgelijke instelling) en daaruit voortkomende trajecten. Hij werkt mee aan het

behandelplan en houdt zich aan de huisregels;

- betrokkene geeft toestemming tot informatieoverdracht tussen trajectrelevante

instanties en personen;

- betrokkene mag geen gebruik maken van computers, smartphones of andere

apparatuur waarop "sociale media" gebruikt kan worden, zonder overleg en

toestemming van de reclassering;

- betrokkene geeft inzicht in zijn vrienden- en kennissenkring. Hij geeft openheid van

zaken over seksuele contacten en een eventuele partnerrelatie en verleent de

reclassering toestemming ook zonder zijn aanwezigheid met die partner te spreken;

- draagt de Reclassering Nederland op de ter beschikking gestelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de voorwaarden;

De rechtbank verstaat dat de maatregel wordt opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

schadevergoeding

- veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] te betalen een bedrag van

€ 1.500,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 oktober 2014;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 aan de Staat der Nederlanden te betalen een bedrag van € 1.500,-- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 25 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor een deel van € 1.500,-- niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

schadevergoeding

- veroordeelt de verdachte aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] te betalen een bedrag van

€ 500,--, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 januari 2015;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 3 aan de Staat der Nederlanden te betalen een bedrag van € 500,-- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 10 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor een deel van € 300,-- niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. H. Stam en mr. H. Bloebaum, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.A. Krooshof, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 10 november 2015.