Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:4953

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
06-11-2015
Datum publicatie
09-11-2015
Zaaknummer
08/760154-15 en 13/674279-12 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met een ander dan wel anderen schuldig gemaakt aan een diefstal met braak bij een juwelier, een zogenaamde snelkraak, met een gestolen Porsche. Bij de juwelier hebben verdachte en/of zijn mededader(s) de toegangsdeur en de vitrines vernield. Verdachte en/of zijn mededader(s) hebben diverse sieraden weggenomen en is/zijn vervolgens in de gestolen Porsche met gestolen kentekenplaten gevlucht.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 16 maanden. Daarnaast gelast de rechtbank de tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 2 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummers: 08/760154-15 en 13/674279-12 (tul)

Datum vonnis: 6 november 2015

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1991 in Amsterdam,

wonende in [woonplaats] ,

nu verblijvende in P.I. Overijssel, HvB “de Karelskamp” in Almelo.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 23 oktober 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.C.J. Klaver en van hetgeen door verdachte en diens raadsvrouw mr. S.C. van Putten, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met anderen dan wel alleen:

feit 1: heeft ingebroken in een juwelierswinkel;

feit 2: (primair) een Porsche heeft geheeld dan wel (subsidiair) die Porsche heeft gestolen;

feit 3: (primair) kentekenplaten heeft gestolen dan wel (subsidiair) die kentekenplaten heeft geheeld.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 16 juli 2015 te Enschede, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (vitrine van een) (juweliers)winkel, gelegen aan de [adres 1] heeft weggenomen

een (grote) hoeveelheid sieraden (te weten:kettingen en/of ringen), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of Juwelier [juwelier] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 16 juli 2015 te Enschede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een voertuig (auto, merk: Porsche) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat voertuig wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

(art. 417bis lid 1 ahf/ond a Sr)

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat

hij op of omstreeks 7 juni 2015 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een voertuig (auto, merk: Porsche), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen

voertuig onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming en/of een valse sleutel;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 16 juli 2015 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) kentekenpla(a)t(en) ( [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen

kentekenpla(a)t(en) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat

hij op of omstreeks 16 juli 2015 te Enschede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een) kentekenpla(a)t(en) ( [kenteken 1] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kentekenpla(a)t(en) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

(art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht)

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1, 2 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van veertien maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Voorts heeft de officier van justitie toewijzing gevorderd van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 1.918,00 en toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] tot een bedrag van € 1.979,95. Daarbij heeft de officier van justitie telkens de oplegging van de zogenaamde schadevergoedingsmaatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) gevorderd.

Met betrekking tot de inbeslaggenomen kleding heeft de officier van justitie gevorderd dat deze wordt teruggegeven aan verdachte na onherroepelijk worden van het vonnis.

De officier van justitie vordert daarnaast de tenuitvoerlegging onder parketnummer 13/674279-12, van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs1

5.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich samen met (een) ander(en) schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 tenlastegelegde gekwalificeerde diefstal, de onder 2 primair tenlastegelegde opzetheling en de onder 3 subsidiair tenlastegelegde opzetheling.

5.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 en onder 3 primair en subsidiair tenlastegelegde wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. De verdediging heeft bepleit dat de onder 2 primair tenlastegelegde schuldheling bewezen kan worden verklaard.

5.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Aangeefster [slachtoffer 1] heeft, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard.

Ik ben eigenaresse van de juwelierszaak [juwelier] aan de [adres 1] in Enschede. Op 16 juli 2015 is er ingebroken in mijn juwelierszaak. Toen ik bij de zaak kwam zag ik dat er glas op de grond lag. Ik zag dat de toegangsdeur in zijn geheel vernield was. Ik zag verder dat het een grote ravage was in de winkel. Ik zag dat diverse sieraden (kettingen, hangers en ringen) uit de winkel waren weggenomen. De goederen die zijn weggenomen zijn mijn eigendom. Ik heb aan niemand het recht of de toestemming gegeven om goederen uit mijn zaak weg te nemen en zich deze toe te eigenen.2

De getuige [getuige] heeft, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard.

Op 16 juli 2015 ben ik getuige geweest van een inbraak in de winkel genaamd [juwelier] , gevestigd aan de [adres 1] in Enschede. Ik werd wakker van het geluid van knallen. Ik zag een personenauto staan voor de winkel waar werd ingebroken. Ik zag dat het een grijze Porsche was met rood interieur. Ik zag dat één persoon zich om de auto bevond. Ik heb één persoon gezien die vanuit de winkel [juwelier] in de auto stapte. Ik hoorde dat er iemand riep, in de Engelse taal: “Move, move”. Op het moment dat de persoon in de auto stapte, scheurde hij weg in de richting van het casino. Ik zag dat er aan de voorzijde van de winkel glas lag.3

Verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] , [verbalisant 3] , [verbalisant 4] en [verbalisant 5] hebben, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd.

Op 16 juli omstreeks 03.25 uur hoorde ik, verbalisant [verbalisant 4] dat er zojuist een ramkraak was gepleegd. Dit was bij een juwelierszaak aan de [adres 1] in Enschede. De verdachte van deze ramkraak was weggereden in een zilverkleurige Porsche.

Ik, verbalisant [verbalisant 5] , hoorde enkele minuten na de melding van de ramkraak een voertuig rijden, komende vanaf de Rembrandtlaan in de richting van de Thomas de Keyserstraat. Op het moment dat het voertuig dicht bij mij was zag ik dat het om een zilverkleurige Porsche 911, cabrioletuitvoering ging.

Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zag dat in de zilverkleurige Porsche cabriolet één persoon zat. Ik zag dat dit een man van allochtone afkomst was.

Ik, verbalisant [verbalisant 3] , zag dat bovengenoemde Porsche vanaf de Rembrandtlaan de Thomas de Keyserstraat in reed. Ik zag dat de Porsche vanaf de Thomas de Keyserstraat de Jan Asselijnstraat in reed. Ik zag dat de Porsche halverwege deze straat werd geparkeerd. Ik zag hierna één persoon uitstappen en weglopen.

Wij, verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , zagen op dat moment een man de hoek omkomen. Ik, verbalisant, [verbalisant 1] herkende deze man als zijnde de bestuurder van de Porsche. Door mij, verbalisant, [verbalisant 4] werd verdachte aangehouden. Verdachte transpireerde hevig. Ik, verbalisant [verbalisant 1] , zag zweetdruppels op zijn gelaat.

Wij, verbalisanten, [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , zijn naar de parkeerhaven gelopen, alwaar de Porsche geparkeerd stond. Wij voelden dat het voertuig, met name de banden en het motorblok zeer warm waren. Ook hoorden wij continue het getik van het uitlaatsysteem dan wel katalysator. Wij roken het rubber van de banden, daardoor was voor ons vast te stellen, dat er kort daarvoor met hoge snelheid is gereden. Rondom en in het voertuig zagen wij glassplinters liggen. Ook zagen wij achter de bijrijdersstoel, op de grond enkele goudkleurige ringen liggen. Wij zagen dat er aan de voorzijde en de achterzijde dubbele kentekenplaten zaten. Wij zagen dat de kentekenplaten op elkaar waren bevestigd door middel van zogenoemde postbode elastieken. Het zichtbare kenteken betrof [kenteken 1] , het afgedekte kenteken betrof: [kenteken 2] .4

Verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] , [verbalisant 3] , [verbalisant 5] en [verbalisant 4] hebben, zakelijk weergeven, het volgende gerelateerd.

Op 16 juli 2015 omstreeks 03:30 uur bevonden wij, verbalisanten, ons in de omgeving van de Thomas de Keyserstraat in Enschede. Ik, verbalisant, [verbalisant 5] , zag de Porsche rijden over de Rembrandtlaan in de richting van de Thomas de Keyserstraat.

Verbalisant [verbalisant 6] heeft, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd.

Op 20 juli 2015 heb ik, verbalisant, beelden uitgekeken van een beveiligingscamera van Holland Casino Enschede. Ik, verbalisant, zie dat er op 16 juli 2015 omstreeks 03:20:30 uur een auto de stad in komt rijden, in de richting van “ [adres 1] ”. Omstreeks 03:23:26 uur rijdt er een auto de stad uit. Qua vorm komt de auto overeen met de auto die een aantal minuten eerder de stad in reed. De auto komt qua uiterlijk en vorm overeen met de Porsche waarin verdachte [verdachte] kort voor zijn aanhouding heeft gereden.5

Verbalisant [verbalisant 6] heeft, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd.

Op 29 juli 2015 heb ik, verbalisant, aangeefster gesproken. Ik hoorde dat aangeefster zei dat alle ringen uit haar collectie dummies betreffen. Tijdens het door FTO uitgevoerde onderzoek in en aan de Porsche zijn zeven ringen gevonden. Ik, verbalisant, heb aangeefster vervolgens in de Porsche gevonden ringen getoond. Ik hoorde dat aangeefster zei dat zij de ringen herkende als zijnde afkomstig uit haar winkel. Aangeefster kan dit zien aan de artikelnummers die in de ringen staan.6

Verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] hebben, zakelijk weergeven, het volgende gerelateerd.

Op 16 juli 2015 liepen wij, verbalisanten, over het pad direct achter de flat [adres 2] Te Enschede. Dit betrof het pad tussen de Jan Asselijnstraat en de Adam Pijnackerstraat te Enschede. Wij, verbalisanten, zagen dat er op een parkeervak een bivakmuts en een zwarte handschoen op de grond lagen. Wij, verbalisanten, zagen dat een parkeervak verder een Opel Zafira geparkeerd stond en dat daaronder een zelfde zwarte handschoen lag.7

Aangever [slachtoffer 2] heeft, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard.

Ik ben eigenaar van de personenauto, merk Porsche, type 911 Carrera Cabriolet, kleur grijs met rode binnenbekleding en met een zwart stoffen dak, met kenteken [kenteken 2] . Op 6 juni 2015, omstreeks 22.00 uur, heb ik mijn auto geparkeerd op de [adres 3] in Den Haag. Ik heb de auto slotvast afgesloten. Op 7 juni 2015, omstreeks 13:20 uur, zag ik dat mijn auto was weggenomen. Ik heb aan niemand toestemming gegeven om mijn auto weg te nemen.8

Aangever [slachtoffer 3] heeft, zakelijk weergegeven, het volgende verklaard.

Tussen 15 juli 2015 en 16 juli 2015 zijn beide kentekenplaten van mijn Porsche 911 Targa met kenteken [kenteken 1] gestolen.9

Verbalisant [verbalisant 9] heeft, zakelijk weergegeven, het volgende gerelateerd.

Uit de aangifte van [slachtoffer 3] blijkt dat tussen 15 juli 2015 en 16 juli 2015 beide kentekenplaten met kenteken [kenteken 1] van het voertuig van aangever zijn gestolen. De kentekenplaten zijn geplaatst op een in Den Haag gestolen Porsche waarmee een snelkraak bij een juwelier in Enschede heeft plaatsgevonden.10

Onderzoek van het NFI wijst uit dat het biologisch celmateriaal aangetroffen op de postelastieken om de kentekenplaten die op Porsche zijn bevestigd, van verdachte kan zijn en dat de kans dat het DNA profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA profiel, kleiner is dan één op één miljard.111213

Verdachte heeft ter terechtzitting, zakelijk weergegeven als volgt verklaard.

Op 16 juli 2015 heb ik in Enschede de grijze Porsche waarmee de snelkraak bij de juwelier is gepleegd bestuurd. Ik heb de Porsche geparkeerd in een wijk in Enschede.

De rechtbank concludeert uit het vorenstaande dat verdachte betrokken is geweest bij de snelkraak, waarbij de Porsche, waarin verdachte reed is gebruikt en waarvan het echte kenteken was afgedekt door gestolen kentekenplaten van een andere auto. Blijkens de beelden van de beveiligingscamera van Holland Casino vond de onderhavige snelkraak bij de juwelier plaats tussen 03:20:30 uur en 03:23:26 uur. Verbalisanten zien verdachte zeven minuten later in de Porsche rijden en verdachte heeft ter terechtzitting toegegeven dat hij degene is geweest die de auto, die de verbalisanten hebben gezien, heeft bestuurd en heeft geparkeerd. Bij het onderzoek aan de auto is vastgesteld dat deze auto bij de kraak is gebruikt en dat DNA-sporen van verdachte zijn aangetroffen op de elastieken waarmee de valse kentekenplaten waren bevestigd. Dit laatste duidt, in samenhang met de overige constateringen, op direct daderschap. Alles overziend leidt de rechtbank uit het vorenstaande af dat verdachte direct betrokken is geweest bij de snelkraak.

Verdachte heeft verder ter terechtzitting, zakelijk weergegeven, als volgt verklaard.

Op 15 juli 2015 ben ik met mijn eigen auto van Amsterdam naar Enschede gereden omdat ik een Porsche moest dumpen. Op 16 juli 2015 heb ik ongeveer tien à vijftien minuten voor mijn aanhouding de inbeslaggenomen grijze Porsche waarmee de snelkraak bij de juwelier is gepleegd overgenomen. Ik werd opgehaald door een persoon en werd naar de plaats waar de Porsche stond gebracht, daar heb ik de Porssche overgenomen. Er lag glas in de Porsche. Mijn taak was de Porsche te dumpen in een wijk in Enschede. Ik zou daarvoor € 1.500,00 krijgen.

Ik wilde niet herkend kunnen worden en geen sporen achterlaten in de Porsche daarom had ik in de auto een bivakmuts op en handschoenen aan. Ik weet niets van diefstal van een kentekenplaat. Ik heb postelastieken weggegeven, ik wil niet zeggen aan wie, misschien dat mijn DNA daardoor op de postelastieken is gekomen.14

De rechtbank stelt deze verklaring van verdachte als ongeloofwaardig ter zijde. Nog afgezien van de omstandigheid dat de verklaring niet verifieerbaar is, omdat verdachte op vele punten bij doorvragen ervoor heeft gekozen geen antwoord te gegeven, is de verklaring niet plausibel. Verdachte heeft verklaard dat hij alvorens hij de Porsche had overgenomen door een persoon is opgehaald en naar de plaats waar de Porsche stond is gebracht en dat hij daarna de Porsche heeft overgenomen om die auto ergens in Enschede te parkeren. De verklaring van verdachte dat hij vervolgens 10 à 15 minuten in de Porsche heeft gereden kan niet kloppen. Bovendien zou het hele gebeuren: het hard wegrijden van de plaats delict; het ophalen van de verdachte; het overnemen van de Porsche en het parkeren van in Enschede zich in een tijdspanne van 7 minuten moeten hebben afgespeeld. De rechtbank acht dit, mede gelet op de omstandigheid dat de verklaring van verdachte aantoonbaar onjuist is, ongeloofwaardig. Daarnaast is niet geloofwaardig dat verdachte voor het simpelweg parkeren van de auto op een parkeerplaats een betrekkelijk hoog bedrag zou ontvangen.

De rechtbank overweegt met betrekking tot het bestanddeel medeplegen nog dat blijkens de verklaring van de getuige [getuige] en het verrichtte sporenonderzoek op het plaats delict is gebleken van op zijn minst nog een tweede persoon die bij de snelkraak is betrokken.151617

De rechtbank overweegt dat het kenmerk van een snelkraak als de onderhavige is dat de uitvoering daarvan een nauw samenwerkingsverband vereist tussen de mededader(s) die inbreekt/inbreken en de buit pakt/pakken en de bestuurder van een snelle auto die op de plaats van handelen aanwezig is en op het inladen van de buit staat te wachten om zich direct daarna met zijn mededader(s) met de snelle auto razendsnel uit de voeten te maken om aanhouding te voorkomen. De rechtbank concludeert dat onder deze omstandigheden de bestuurder van de vluchtauto in nauwe samenwerking een zodanig wezenlijke bijdrage aan de snelkraak levert dat ook de bestuurder als mededader moet worden betiteld. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat, ook als ervan zou moeten worden uitgegaan dat verdachte “slechts” als bestuurder zou zijn opgetreden, er van mededaderschap sprake is. Daar komt nog bij dat verdachte een directe bijdrage aan het verhullen van de kraak heeft geleverd door direct betrokken te zijn bij het bevestigen van de valse kentekenplaten met elastiekjes.

Ten aanzien van de bewezenverklaarde helingshandelingen onder 2 en 3 overweegt de rechtbank dat gelet op samenhang met de onder 1 bewezenverklaarde snelkraak, gezien de bewijsmiddelen, naar de uiterlijke verschijningvorm moet worden aangenomen dat verdachte en zijn mededader(s) bewust een van misdrijf afkomstige auto hebben gebruikt die is voorzien van kentekenplaten die eveneens van misdrijf afkomstig waren, om herkenning te voorkomen en betrokkenheid bij de kraak te verhullen.

Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte de onder 1, 2 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde feiten heeft begaan.

5.4

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 3 primair is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1, 2 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 16 juli 2015 te Enschede, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een vitrine van een juwelierswinkel, gelegen aan de [adres 1] heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden (te weten: kettingen en ringen), toebehorende aan [slachtoffer 1] , waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

2.

hij op 16 juli 2015 te Enschede, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, een voertuig (auto, merk: Porsche), voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van het voorhanden krijgen van dat voertuig wisten, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

3.

hij op 16 juli 2015 te Enschede, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, kentekenplaten ( [kenteken 1] ) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van het voorhanden krijgen van die kentekenplaten wisten, dat het door misdrijf verkregen goederen betrof.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1, 2 primair en 3 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde onder 1 is strafbaar gesteld bij artikel 311 Sr. Het bewezenverklaarde onder 2 primair en 3 subsidiair is strafbaar gesteld bij de artikelen 47 en 416 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

feiten 2 en 3

telkens het misdrijf: medeplegen van opzetheling.

7. De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich samen met een ander dan wel anderen schuldig gemaakt aan een diefstal met braak bij een juwelier, een zogenaamde snelkraak. Verdachte is in de nacht van 15 op 16 juli 2015 met een gestolen Porsche naar Enschede gereden. Bij de juwelier [juwelier] hebben verdachte en/of zijn mededader(s) de toegangsdeur en de vitrines vernield. Verdachte en/of zijn mededader(s) hebben diverse sieraden weggenomen en is/zijn vervolgens in de gestolen Porsche met gestolen kentekenplaten gevlucht.

De rechtbank beschouwt dit als een ernstig en verontrustend feit. Naast de materiële schade en de overlast die een dergelijk feit voor de benadeelden meebrengt, versterken feiten als deze de gevoelens van angst en onveiligheid bij de benadeelden en getuigen in het bijzonder en bij de maatschappij in het algemeen. Verdachte en/of zijn mededader(s) hebben zich om dit alles kennelijk niet bekommerd. Uit verdachtes handelen spreekt bovendien minachting voor andermans goed. Verdachte heeft bij het plegen van dit feit gehandeld uit puur winstbejag en heeft zich niets aangetrokken van de belangen van anderen.

Daarbij komt nog dat verdachte blijkens het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 1 oktober 2015, in het verleden meermalen voor (gekwalificeerde) vermogensdelicten is veroordeeld.

Voorts heeft de rechtbank bij het bepalen van de straf acht geslagen op de vastgestelde landelijke oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) voor zover die voor feiten als de onderhavige zijn vastgesteld. De rechtbank zoekt, gelet op de aard van de onderhavige kraak en de enorme ravage die daarbij is aangericht, aansluiting bij de straftoemeting voor een zogenaamde ramkraak.

De oriëntatiepunten straftoemeting kennen als uitgangspunt voor een ramkraak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van negen maanden en bij recidive twaalf maanden. Deze straffen kunnen worden verhoogd of verlaagd indien sprake is van factoren die de straf vermeerderen of verminderen, waarbij wordt gedacht aan factoren als de omvang van de buit en van veroorzaakte schade, het aantal daders, kwetsbare situaties en het samenwerkingsverband. Zoals hierboven is beschreven, is in dit geval sprake van een aantal straf vermeerderende factoren.

De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat oplegging van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van aanzienlijke duur de enige passende sanctie is. Bij het bepalen van die strafduur zal de rechtbank afwijken van de vordering van de officier van justitie, nu de door de officier van justitie gevorderde straf naar het oordeel van de rechtbank, gelet op het hetgeen hierboven is overwogen, onvoldoende recht doet aan de ernst van de bewezenverklaarde feiten.

8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat onder meer inbeslaggenomen zijn:

  • -

    2015346708-6, 1 paar schoenen, volgnummer 838404;

  • -

    2015346708-6, 1 trainingsbroek, volgnummer 838405;

  • -

    2015346708-6, 1 jas, volgnummer 838406;

  • -

    2015346708-6, 1 paar sokken, volgnummer 838407;

  • -

    2015346708-6, 1 trui, volgnummer 838409.

Nu met betrekking tot deze voorwerpen niet (meer) wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering, dienen deze voorwerpen te worden teruggegeven aan verdachte nu de goederen onder verdachte in beslag zijn genomen.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] , wonende te [woonplaats] aan de [adres 4] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.918,00. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    proceskosten (incl. BTW) € 968,00;

  • -

    immateriële schade € 950,00.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde onder 1 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer.

Proceskosten

De benadeelde partij heeft gevorderd dat € 800,00 aan proceskosten zal worden toegewezen.

De rechtbank is van oordeel dat aansluiting moet worden gezocht bij het liquidatietarief kantonzaken, dat gebruikelijk wordt toegekend in soortgelijke zaken.

Bij een toegewezen vordering tot en met € 1.250,00 wordt in de regel (op basis van de genoemde staffel) € 100,00 per punt als salaris toegekend. De benadeelde partij komen in dit verband twee punten toe: één punt voor het door haar advocaat indienen van de vordering en één voor de aanwezigheid van haar advocaat ter terechtzitting.

Op basis van het voorgaande wordt een bedrag van € 200,00 aan proceskosten toegekend. De rechtbank zijn geen bijzondere omstandigheden gebleken die tot een hogere vergoeding nopen. De proceskosten, die ten laste van de verdachte zullen worden gebracht, worden daarom tot op heden begroot op € 200,00.

Immateriële schade

De gevorderde immateriële schade van € 950,00 acht de rechtbank deels toewijsbaar. De rechtbank overweegt, gelet op het verhandelde ter terechtzitting en het dossier, dat voldoende vaststaat dat [slachtoffer 1] immateriële schade heeft geleden. Er is een inbraak gepleegd in haar pas sinds vier dagen geopende juwelierswinkel in Enschede. Er is bij benadeelde sprake van het gevoel van onveiligheid en angst voor herhaling. De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van de immateriële schade matigen en naar billijkheid begroten op een bedrag van € 600,00.

De rechtbank wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 800,00 en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader(s), hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

[slachtoffer 2]

[slachtoffer 2] , wonende te [woonplaats] aan de [adres 3] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.979,95, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    voorportierruit afgesteld € 24,00 korting 20%;

  • -

    zijruit uit- en ingebouwd € 72,00 korting 20%;

  • -

    auto uitzuigen i.v.m. glassplinters € 60,00 korting 20%;

  • -

    auto nalopen i.v.m. diefstal € 120,00 korting 20%;

  • -

    bedrading alarm herstellen € 181,50 korting 20%;

  • -

    slotenset vervangen i.v.m. diefstal € 600,00 korting 20%;

  • -

    afdichting enkele kabel € 1,68;

  • -

    huis € 4,38;

  • -

    slotenset € 393,00;

  • -

    achterruit € 138,30;

  • -

    afdichting € 48,60;

  • -

    alarmsirene € 293,70;

  • -

    clip € 1,20;

  • -

    spreidmoer € 1,22;

  • -

    buchsengeh € 3,07;

  • -

    kontaktbuc € 6,16;

  • -

    stekker € 1,83;

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde onder 3 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer.

Auto uitzuigen i.v.m. glassplinters

De opgevoerde schadepost is niet specifiek betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 50,00 toewijzen, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

Overige posten

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het overige deel van zijn vordering, nu de gevorderde schade is veroorzaakt door de diefstal van de auto en niet door de bewezenverklaarde heling.

De rechtbank wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het onder 2 primair bewezenverklaarde tot het bedrag van € 50,00, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededader(s), hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij telkens de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde is toegebracht.

10 De vordering tenuitvoerlegging

De rechtbank is van oordeel dat de voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer te Amsterdam van 17 mei 2013 ten uitvoer moet worden gelegd. Verdachte heeft immers een algemene voorwaarde overtreden, door opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal daarom de tenuitvoerlegging gelasten.

11 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27 en 57 Sr.

12 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 3 primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 primair en 3 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
    feit 1 het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

feiten 2 en 3: het misdrijf: medeplegen van opzetheling;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 primair en 3 subsidiair bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zestien (16) maanden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

[slachtoffer 1]

  • -

    veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij:

  • -

    [slachtoffer 1] , wonende te [woonplaats] aan de [adres 4] , van een bedrag van € 600,00, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 200,00, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde onder 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 800,00 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 16 dagen zal worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

[slachtoffer 2]

  • -

    veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij: [slachtoffer 2] , wonende te [woonplaats] aan de [adres 3] , van een bedrag van € 50,00, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde onder 2 primair tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 50,00 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 1 dag zal worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen nog niet teruggegeven goederen, te weten:

  • -

    2015346708-6, 1 paar schoenen, volgnummer 838404;

  • -

    2015346708-6, 1 trainingsbroek, volgnummer 838405;

  • -

    2015346708-6, 1 jas, volgnummer 838406;

  • -

    2015346708-6, 1 paar sokken, volgnummer 838407;

  • -

    2015346708-6, 1 trui, volgnummer 838409;

tenuitvoerlegging vonnis met parketnummer 13/674279-12

- gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van 17 mei 2013, te weten een gevangenisstraf voor de duur van twee (2) maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. T. Avedissian en mr. J. Wentink, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Greven-Diepenmaat, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 6 november 2015.

Mr. T. Avedissian is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer 2015346708 (Manx) van 18 augustus 2015. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 16 juli 2015, pagina’s 47 t/m 73.

3 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 16 juli 2015, pagina’s 79 t/m 80.

4 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] , [verbalisant 3] , [verbalisant 4] en [verbalisant 5] van 16 juli 2015, pagina’s 40 t/m 43.

5 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] van 21 juli 2015, pagina’s 85 t/m 87.

6 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 6] van 3 augustus 2015, pagina’s 88 t/m 89.

7 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 10] van 17 juli 2015, pagina’s 82 t/m 83.

8 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 7 juni 2015, pagina’s 73 t/m 75.

9 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 20 juli 2015, pagina76 t/m 78.

10 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 9] van 4 augustus 2015, pagina 90.

11 Het proces-verbaal aanvraag DNA-onderzoek sporen en benoeming DNA-deskundige van verbalisant [verbalisant 11] van 26 juli 2015, pagina’s 146 en 147.

12 Het proces-verbaal sporenonderzoek van verbalisant [verbalisant 12] van 12 augustus 2015.

13 Een rapport DNA-onderzoek naar aanleiding van een snelkraak gepleegd in Enschede van het Nederlands Forensisch Instituut van dr. J.H.A. Nagel van 28 september 2015.

14 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 23 oktober 2015.

15 Het proces-verbaal sporenonderzoek van verbalisant [verbalisant 11] van21 juli 2015, pagina’s 128 t/m 138.

16 Het proces-verbaal identificatie n.a.v. DNA-sporen van verbalisant [verbalisant 13] van 7 september 2015.

17 Een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut met bijlagen, Resultaten DNA-onderzoek van ing. S. Redeker van 25 augustus 2015.