Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:4929

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
28-10-2015
Datum publicatie
01-03-2016
Zaaknummer
C/08/158406 / HA ZA 14-341
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzekerde wil vergoeding van een door hem verzekerde shovel, die gestolen zou zijn. De verzekeraar betwist dat verzekerde de shovel ooit in zijn bezit heeft gehad. De rechtbank overweegt dat de verzekerde onvoldoende heeft onderbouwd dat hij de door hem verzekerde shovel heeft gekocht en in bezit c.q. eigendom heeft verkregen, dan wel enig ander verzekerd (vermogens)belang heeft gehad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/158406 / HA ZA 14-341

Vonnis van 11 november 2015

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

advocaat mr. F. Kolkman,

tegen

naamloze vennootschap

UNIVÉ SCHADE N.V.,

statutair gevestigd te Zwolle,

gedaagde,

advocaat mr. G. Loman.

Partijen zullen hierna [eiser] en Univé genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de akte vermeerdering van eis

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek tevens houdende antwoordakte vermeerdering van eis.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] exploiteert te [plaats 1] een paardenhouderij. Hij heeft een verzekeringspakket ondergebracht bij Univé. Op 5 november 2012 nam [eiser] telefonisch contact op met het Univé-kantoor te Varsseveld (Univé Oost). [eiser] liet weten ook een shovel van het merk Weidemann te willen verzekeren. Hem is vervolgens door Univé Oost een aanvraagformulier Landbouwwerktuigenverzekering toegezonden. Op basis van dit aanvraagformulier is op 5 november 2012 onder polisnummer 0490.086451.170.01 met betrekking tot een shovel merk Weidemann 1350 CX45, bouwjaar 2009, met een cataloguswaarde van € 45.000 (verder de shovel), een verzekeringsovereenkomst tot stand gekomen tussen partijen.

2.2.

Op 16 november 2012 is de polis, behorende bij de verzekeringsovereenkomst, opgemaakt en aan [eiser] gezonden. Blijkens deze polis is de shovel casco verzekerd met een gedekt risico van € 45.000,00 tegen een premie van € 243,68 per jaar. Op de verzekering zijn van toepassing het Algemeen Reglement ALG-5 en het Speciaal Reglement Werkmaterieelverzekering WMA-1.

2.3.

Op 23 augustus 2013 heeft [eiser] telefonisch bij Univé gemeld dat de shovel was gestolen. Op dezelfde dag heeft [eiser] bij de politie aangifte gedaan dat de shovel tussen donderdag 22 augustus 2013 te 22.00 uur en vrijdag 23 augustus 2013 te 09.00 uur bij zijn bedrijf (een manege) aan de [adres] , [plaats 1] is gestolen. [eiser] heeft daarbij opgegeven dat de shovel een waarde had van € 30.000,00 en dat het registratienummer van de shovel 54XC0531 was.

2.4.

Bij brief van 26 augustus 2013 schrijft (een medewerker van het team schade van) Univé aan [eiser] onder meer als volgt:
“Op 23 augustus werd uw shovel gestolen. Ik begrijp dat dit ontzettend vervelend voor u is en zal er dan ook alles aan doen om de zaak zo goed mogelijk te regelen. Voor een goede behandeling van de zaak én de bepaling van de waarde, is het belangrijk om zo snel mogelijk over nadere informatie en enkele stukken te beschikken. Daarom zult u zeer binnenkort bezocht worden door een van onze medewerkers. U wordt gebeld voor een nadere afspraak.

(…).”

2.5.

[eiser] heeft op 9 september 2013 ten overstaan van de door Univé ingeschakelde onderzoeker [C] , werkzaam bij de Afdeling Veiligheidszaken, Team Onderzoek van Univé, een verklaring afgelegd. Voor zover thans van belang, luidt deze verklaring als volgt:

“(…)

Ik had de Shovel op donderdag 22 augustus 2013,omstreeks 22.00 uur, nog zien staan en toen was er nog niets aan de hand. De shovel staat daar absoluut niet in het zicht en dus moet iemand weten dat die daar staat. Ik had de contactsleutel in mijn bezit en mee naar huis genomen en dat doe ik altijd. Ik had geen contactsleutel van de Shovel in het contactslot gelaten of in de directe nabijheid. Ik ben naar huis gegaan en dat is in [plaats 2] . De contactsleutel van de shovel had ik altijd aan mijn sleutelbos. Het terrein is niet beveiligd en het is wel vrij toegankelijk om ongezien iets weg te nemen. Het toegangshek was wel dicht en niet op slot. Het mag niet op slot in verband met de brandweereisen. Je kun het toegangshek dus altijd openen zonder braakschade te maken en je kunt dan het terrein op en dat is vrij toegankelijk. Op vrijdag 23 augustus 2013, omstreeks 09.00 uur, wilde ik de shovel gebruiken en zag dat die weg was. Ik kan u meedelen dat ik een week daarvoor een tractor had verkocht en dat waren personen uit (denk ik) Polen. Die waren met twee personen en die hadden toen ook interesse voor de shovel, maar ik had gezegd dat ik die niet wilde verkopen. Ik denk dat die er mogelijk iets mee te maken hebben. Ten tijde van de diefstal bevond ik mij thuis in [plaats 2] ,.

Ik heb bij de buren geïnformeerd of er bij hen iets bekend was omtrent de diefstal. Daarbij vernam ik dat die niets gehoord of gezien hadden. Ter plaatse van de diefstal werden geen sporen aangetroffen, zoals bijvoorbeeld glasscherven en/of slotdelen.

Van de diefstal werd door mij aangifte gedaan en de politie is hier ook geweest.

De politie deelde mede dat er veel werd gestolen in het buitengebied.

Voor zover mij bekend zijn er geen getuigen van de diefstal.

Tot dusverre heb ik geen informatie ontvangen omtrent het eventueel terugvinden van het voertuig. Het is hier niet bewoond en dus kun je in de nacht eigenlijk je gang gaan.

Ik wil gaan bouwen (woning) op het terrein en dat zal zeker beter zijn tegen diefstal.

(…)

Het voertuig werd op 16-11-2012 door mij aangeschaft bij een particulier.

Naam : [X]

Plaats : [plaats 3]

Koopprijs : 45.000 euro contant betaald.

Ik heb altijd wel genoeg contant geld om iets te betalen.

Het is ook buiten de boekhouding om.

De verkoper van het voertuig betreft een mij onbekende particulier.

De shover had 110 uur gelopen bij aankoop en 200 uur bij diefstal.

De shovel was zo goed als nieuw.

De verkoper ging emigreren en ik heb verder geen gegevens meer van hem.

Ik heb wel een bon met hem opgemaakt en zal u het origineel tonen.

Ik zal een kopie voor u maken op uw verzoek.

Ik had via een kennis vernomen dat de shovel te koop was en indien nodig zal ik alsnog de gegevens van die kennis geven.

(…)

Bij aanschaf van het voertuig werd één originele contactsleutel verkregen.

Ik stel u thans één originele contactsleutel ter hand.

Ik heb nooit twee contactsleutels gehad en ook nooit een sleutel bij gemaakt.

De verkoper heeft mij maar één contactsleutel overhandigt en ik heb er nooit twee gehad.

Ik weet ook niet of die verkoper meerdere sleutels heeft gehad.

Ik heb geen sleutels bij laten maken

Ik zou de shovel graag terug hebben want ik heb die nodig voor mijn bedrijf.”

2.6.

Per mail van 19 september 2013 schrijft ( [J] van) Weidemann Nederland BV aan mevrouw [H] , senior medewerker Speciale Zaken Afdeling Veiligheidszaken van Univé als volgt:

“De sleutel op de foto is geen standaard sleutel van een Weidemann shovel. Overigens is het zo dat vrijwel alle bouwmachines per merk dezelfde sleutel gebruiken. Dat betekent dat de sleutel van een Weidemann voor vrijwel alle Weidemann machines te gebruiken is, en de sleutel van bijvoorbeeld een Schäffer voor alle Schäffer machines.

De sleutels van Weidemann hebben een andere vorm, en zijn voorzien van het artikelnummer van de betreffende sleutel. Het kan zijn dat de eigenaar het contactslot veranderd heeft, en om die reden een andere sleutel heeft.

2.7.

Op 25 september 2013 heeft [eiser] ten overstaan van de sub 2.5 genoemde [C] , voor zover thans van belang , de navolgende verklaring afgelegd.

“V: vraag

A: antwoord

V: Door wie is de bon (nummer 35, d.d. 16 -11.2012) opgemaakt en ondertekend met betrekking tot de aankoop van de shovel waarvan u mij de vorige keer (d.d. 9 september 2013) het origineel toonde en een kopie van overhandigde?

A: Mijn vriendin (genaamd [K] ) doet de boekhouding en zij zal het zo uitleggen. U vernam zojuist van [K] dat zij de bon heeft opgemaakt en de verkoper heeft ondertekend en heeft beide handtekeningen geplaatst. De verkoper wilde een bon en daarom is de bon op zijn verzoek opgemaakt. Ik heb zelf niets ondertekend en wil zelf ook altijd wel een bon. (…)

We hebben verder geen gegevens meer van de verkoper. Ik kan niet de hele wereld om een legitimatiebewijs vragen en weet dus verder niets meer van de man. Ik vertrouw iemand en anders doe ik geen zaken met iemand. Ik koop op vertrouwen en dat had ik met de verkoper. Ik doe met veel mensen handel en kan dat wel inschatten.

V: Wat kunt u vertellen over de aankoop van de shovel?

A:Ik vertelde de vorige keer dat ik via een kennis aan de naam van de verkoper kwam en dat is toch niet via die kennis gegaan. Ik had die kennis gebeld en het was toch niet via die kennis gegaan. Ik weet niet meer via wie ik bij de verkoper kwam en of dat die verkoper mij heeft gebeld. De verkoper is hier gekomen met de shovel in een paardenwagen en ik heb wat proef gereden met de shovel en vervolgens gekocht. Dat was op 16-12-2012 zoals u op de bon kunt zien. Ik weet dus niet meer dan op de bon staat van de verkoper. De datum op de bon is voor 100% zeker goed.

V: Kunt u nog meer informatie verstrekken over de shovel zoals het onderhoudsboekje en/of CE verklaring dat bij de shovel hoort?

A: Dat kan ik niet en heb ik ook niet ontvangen van de verkoper.

V: Heeft u foto’s van de shovel?

A: Nee.

V: Was de shovel voorzien van een cabine en balenklem?

A: Er was geen cabine en wel een rolkooi. De balenklem was er al op aanwezig bij de aankoop. Er was een zwaailamp op de rolkooi.

V: Hoe werd de shovel gestart?

A: Sleutel in het contactslot en dan liep de motor.

Er zat ook een stroomschakelaar op de shovel en die zat rechts naast de stoel.

V: Waarom is de aankoop buiten de boekhouding om gegaan want het was toch een shovel die voor het bedrijf gebruikt zou worden?

A: Ik heb gewoon veel zwart geld en dat ligt in de kluis bij de ABN AMRO te Doetinchem. Ik heb al veel paarden gekocht en verkocht zonder bon. Ik zal u aantonen dat ik veel zwart geld heb en toonde u zojuist een foto van de kluis van mij.

Als ik geld nodig heb kan ik er nu zo bij en dat is ook handig in de handel. Ik snap wel dat u die vraag stelt en het is gewoon makkelijker met zwart geld te doen dan via de boekhouding.

V: Weet u ook voertuig specifieke chassisnummer van de shovel?

A: Dat weet ik niet. Mijn contactpersoon van Univé heeft de shovel hier gezien en toen voor mij verzekerd. Ik laat mijn contactpersoon altijd hier komen als ik iets wil verzekeren.

De contactpersoon van Univé die hier was is [W] .

Hij heeft de shovel hier ook gezien en dat weet ik zeker.

V: Kunt u aannemelijk maken dat u de verkoper een bedrag van 45.000 euro contant heeft betaald?

A: Dat kan alleen door de bon en niet op andere wijze.

Mijn vriendin [K] was er ook bij zij heeft het geld voorgeteld.

V: Waarom staat er in het proces-verbaal van aangifte een bedrag van 30.000 euro terwijl u de vorige keer verklaarde dat u 45.000 euro heeft betaald?

A: Ik zie dat nu ook pas en dat was mij nog niet eerder opgevallen. De politie heeft de aangifte hier gebracht en toen heb ik ondertekend en de aangifte weggelegd. Ik heb dat bedrag niet zelf genoemd en er is nooit gevraagd naar de waarde van de shovel.

(…)

V: Door wie is het zojuist getoonde aanvraagformulier Landbouwverzekering van Univé ingevuld en ondertekend d.d. 08-11-2012?

A: Ik denk dat iemand van Univé het heeft ingevuld en mijn vriendin heeft het ondertekend. Zij is bij dit gesprek aanwezig en bevestigde u dat zij het heeft ondertekend. U merkte op dat de datum op het aanvraagformulier 08-11-2012 is en op de bon 16-11-2012. Ik denk dat er ene verkeerde datum op het aanvraagformulier verkeerd is ingevuld en ik weet niet door wie. Ik weet zeker dat ik eerst de shovel heb gezien en toen pas heb gebeld naar Univé. Ik verzeker toch iets niet wat ik nog niet heb. Ik wilde de shovel verzekeren en voor het geval ik schade zou rijden en eigenlijk helemaal niet tegen diefstal.”

2.8.

Op 25 september 2013 hebben de medewerkers van Univé [B] (buitendienst medewerker) en [R] (binnendienst medewerker) ten overstaan van de onderzoeker [C] de navolgende verklaringen afgelegd:

“U hebt mij (de heer [B] ) medegedeeld wie u bent en waarom ik word geïnterviewd. Ik kan u verklaren dat ik het pakket van [eiser] drie jaar gleden heb overgenomen van mijn collega [Z] en ik ben wel een paar keer (vijf a zes keer) bij hem op de manage te [plaats 1] geweest. De klant heeft al wel veel schade gehad. Ik weet niet meer of ik de shovel ooit fysiek heb gezien en ben daar nooit specifiek voor de verzekering van de shovel geweest. Ik heb in mijn agenda gezocht en zag dat ik daar nog was op 28 november 2012 voor een overkapping en niet voor de shovel. Ik kan dus niets verklaren over de shovel. Ik heb het aanvraagformulier dus niet met de klant doorgenomen en mogelijk weet mijn collega [R] (binnendienst medewerker) meer. Ik heb wel foto’s van een externe partij die de taxatie heeft gedaan daar staat vermoedelijk de shovel op de foto. Ik heb een foto gevonden en daar staat de shovel mogelijk op zoals u ziet. Ik zal u de foto printen en mailen.

(…).”

“U hebt mij (mevrouw [R] ) medegedeeld wie u bent en waarom ik word geïnterviewd. Hierbij verklaar ik ( [R] ) u:

Gezien het aanvraagformulier dat u mij toonde denk ik dat de klant heeft gebeld met Univé of aan collega [B] gevraagd heeft een shovel voor hem te verzekeren. De code 021 is van collega [B] en daarom denk ik dat hij mogelijk collega [B] heeft gebeld. Het formulier is toen naar de klant gestuurd en ondertekend retour gekomen op 13 november 2012. Dat is te zien aan de stempel op het aanvraagformulier. Ik heb toen nog naar de klant gebeld omdat er geen merk en type op de aanvraag stond ingevuld. Ik herken mijn handschrift van de tekst: Merk/type Weidemann 1350 CX45 en weet niet waarom ik het chassisnummer weer heb door gekrast. Ik weet niet of de vragen over het strafrechtelijk verleden zijn gesteld aan de klant. Ik zie in Siemens dat er op 05-11-2012, te 15.24 dekking is verleend. De nota is op 19-11-2012 aangemaakt en daarvan zal ik u een kopie geven. Ik heb er geen verklaring voor dat er Aegon is ingevuld op het aanvraagformulier als vorige verzekeraar.

(…).”

2.9.

Op 19 november 2013 heeft de heer [D] ten overstaan van de onderzoeker [C] een verklaring afgelegd waarvan de inhoud, voor zover thans van belang, als volgt luidt:

“U, de heer [C] , hebt mij medegedeeld dat u als schade-onderzoeker, werkzaam bij afdeling Veiligheidszaken van Univé verzekeringen, een onderzoek in stelt naar aanleiding van een schadeclaim bij Univé van een shovel (merk Weidemann, type 1350 CX 45). U hebt mij medegedeeld waarom ik word geïnterviewd en ik kan u het volgende verklaren:

Ik ben directeur van Weidemann en heb geen bezwaar tegen het vrijwillige afleggen van een verklaring ten behoeve van uw onderzoek.

Bij de aankoop van een nieuwe c.q. gebruikte Weidemann shovel is het gebruikelijk dat de volgende zaken worden verstrekt aan de koper;

  • -

    Sleutels (contact) totaal twee.

  • -

    Onderhoudsboekje (bij verkoop verstrekken aan de nieuwe eigenaar).

  • -

    EG-verklaring (bij verkoop verstrekken aan de nieuwe eigenaar).

  • -

    Factuur, met vermelding van machine met serienummer

Op uw verzoek toonde ik u een nieuwe Weidemann shovel type 130 CX 45 en u heeft daar foto’s van kunnen maken met mijn toestemming. Zoals ik u toonde is er altijd een plaatje aangebracht op de shovel en daarop staat ook het uniek serienummer.

Het serienummer staat ook weer op het frame van de shovel ingeslagen. Het typeplaatje en de plek waar het serienummer staat ingeslagen op het frame is altijd dezelfde plek. Het serienummer bij de shovel is wat bij de auto een chassisnummer is.

(…)

De shovel van Weidemann van het type 1350 CX heeft momenteel een prijs van ongeveer

€ 35.000,- excl. BTW (met beschermdak) en inclusief BTW zal de prijs ongeveer € 42.000,- zijn. Een balenklem heeft een prijs van € 1.500,- excl. BTW.

(…)

U toonde mij zojuist een sleutel die door uw verzekerde was ingeleverd en waarvan hij aan u heeft meegedeeld dat het de contactsleutel was van zijn gestolen shovel (merk Weidemann, type 1350 CX 45). Ik kan u meedelen dat het geen originele Weidemann contactsleutel is want die hebben een andere vorm.

Mogelijk heeft de verzekerde van u het contactslot vervangen en is dat de reden dat er geen originele contactsleutel is ingeleverd van Weidemann.

U deelde mij mede dat uw verzekerde verklaarde dat hij de shovel (bouwjaar 2009, inclusief rolbeugel, zwaailamp en balenklem) tweedehands had gekocht in november 2012 met ongeveer 110-draaiuren voor een prijs van € 45.000,-. Ik kan u verklaren dat die prijs veel te hoog is en dat een prijs van € 20.000,- een normale prijs was geweest. Draai-uren van

16-11-2012 tot 22-08-2013 van ongeveer 90 is wel aannemelijk. Er is door ons nooit een shovel verkocht aan [X] te [plaats 3] zoals op de bon staat omschreven die u mij zojuist in kopie toonde.

U toonde mij een zojuist een kleurenfoto waar een shovel op staat en die herken ik als een Weidemann, het type is echter niet goed te zien op de foto. Het kan een Weidemann 1350CC45 zijn, of een Weidemann 1350CX45, of een Weidemann 1370CX50. Overigens kan de machine die op de kleurenfoto staat, onmogelijk het bouwjaar 2009 hebben. Dit is namelijk te zien aan de kleurstelling. De machine op de mijn getoonde afbeelding heeft de kleurstelling rood met lichtgrijs, terwijl de kleuren veranderd zijn naar rood en antracietgrijs. Deze verandering van kleuren is ingegaan in de productie juni 2008, hetgeen mij bevestigd is door de Weidemaan GmbH fabriek in Duitsland. De prijsstelling die u noemt, is voor een machine uit maximaal Juni 2008, wellicht ouder, nog ongeloofwaardiger

te noemen.

(…).”

2.10.

Op 3 december 2013 heeft [eiser] wederom een verklaring afgelegd ten overstaan van [C] . Daarbij heeft hij, voor zover van belang, het navolgende verklaard:

“(…).

Ik kan geen EG-verklaring (EG-Konformitätserklärung) van mijn gestolen shovel aan u overhandigen.

Ik heb ook geen onderhoudsboekje van de shovel gehad. Ik heb daar ook niet naar gevraagd omdat ik niet wist dat dat bij een shovel hoort. Ik heb de shovel gekocht omdat ik die nodig had. Ik heb niet meer gegevens van de verkoper dan op de bon (nummer 35) staan die ik u in kopie heb overhandigd d.d. 9 september 2013. Ik heb veel contacten in de paardenhandel en die wisten dat ik een tweedehands shoveltje zocht. Ik ben op een gegeven moment gebeld door de verkoper en weet zijn telefoonnummer niet meer want die sla ik niet op. Ik heb proef gereden met de shovel toen de verkoper bij mij op het bedrijf was met de shovel. Ik heb de shovel toen gelijk gekocht en dat heb ik u de vorige keer ook verklaard. Stel dat ik de shovel niet zo had mogen kopen had mijn contactpersoon bij Univé mij dan niet om een factuur moeten vragen? Ik weet niet wat er bij een shovel hoort. De shovel functioneerde en ik koop zo wel vaker dingen. Ik koop zo ook paarden. Ik heb regelmatig trekkers gekocht en daar kreeg ik ook geen eigendomsbewijs bij. De shovel kwam in de plaats van mijn trekker en valt voor mij in dezelfde categorie. Het is toch mijn eigen zaak hoe ik zaken doe en mijn eigen risico’s inschat.

Er zal toch een chassisnummer van de shovel op de polis staan. Ik bel altijd naar mijn vaste contactpersoon (de heer [B] ) van Univé of hij komt langs. De heer [B] heeft mij nooit naar een (serie)nummer c.q. chassis nummer van de shovel gevraagd en ik zou ook niet weten waar ik dat had moeten zoeken. Ik weet zeker dat de shovel al aanwezig was op mijn bedrijf toen ik met de heer [B] heb gebeld. Ik weet geen datum meer wanneer ik hem heb gebeld en weet wel zeker dat de shovel aanwezig was toen ik de heer [B] belde voor de verzekering. Ik denk dat er ergens een schrijffout is gemaakt op het zojuist door u getoonde aanvraagformulier van de shovel. Ik denk dat het op 18 november 2013 is ondertekend door mijn vriendin en niet op 8 november 2013 zoals op het aanvraagformulier staat. Op het aanvraagformulier van Univé is de tekst bij het chassisnummer doorgestreept en dat heb ik niet gedaan. U heeft een foto van de shovel opgevraagd waarop zichtbaar is dat die op mijn bedrijfsterrein staat en daaruit blijkt toch dat ik en shovel in mijn bezit heb gehad.

V: Waarom heeft u de shovel met zwart geld betaald en dus buiten de boekhouding gehouden?

A: Ik moet wel van het zwart geld af dat ik heb en het doet er eigenlijk toch niet toe waar ik de shovel voor heb gekocht. Ik had dat ding nodig en zo is het.

Ik vind het nu een groot verhaal worden en volgens mij heb ik thuis nog wel een polis waarop het chassisnummer wel staat.

Op uw verzoek heb ik zojuist mijn vriendin gebeld en heeft zij de ontvangen verzekeringspolis via de fax verzonden aan u. Op het door mij ontvangen polisblad van Univé staat, zoals u op de zojuist ontvangen fax ziet, het chassisnummer 54CX0531.

Ik weet zeker dat ik dat nummer (54XC0531) nooit zelf heb doorgegeven aan Univé want ik weet niet waar dat zit. Ik weet nog wel dat er gebeld is door Univé en ik heb gezegd dat ze langs moesten komen. Volgens mij staat er in het proces-verbaal van aangifte ook een chassisnummer genoemd en nadat u mij de aangifte (nummer PL0642 2013114423-1) toonde bleek dat daar het serienummer 54XC0531 staat.

V: Hoe weet u zeker dat het bouwjaar van de shovel 2009 is zoals op de bon (nummer 35) staat omschreven die u in kopie heeft verstrekt en ik u zojuist toonde?

A: Ik weet dat bouwjaar niet zeker en dat zal de man tegen ons hebben gezegd. Het was een tip top ding en ook het aantal uurtjes gaven mij geen twijfel over het bouwjaar.

Ik had geen reden daar aan te twijfelen want het was een fantastisch mooi ding.

De prijs van 45.000 euro klopt voor 100%. Ik had nooit de indruk dat de shovel mogelijk van diefstal afkomstig zou zijn voor dat bedrag.

Als de verkoper 5.000 of 10.000 euro had gevraagd dan was dat wel een reden voor mij geweest om te denken dat de shovel mogelijk van diefstal afkomstig kon zijn. Ik ben niet achterlijk en doe al lang zaken. Het bouwjaar 2009 is niet later op de bon bijgeschreven. Als ik wist dat de shovel gestolen was zou ik de shovel niet bij Univé verzekeren.

(…).”

2.11.

Bij brief van 6 juni 2014 schrijft Univé aan [eiser] , voor zover thans van belang, als volgt:

Per brief van 31 januari jl. bent u ook via uw advocaat geïnformeerd over het voorlopig standpunt inzake de door u geclaimde diefstalschade van een shovel.

U werd voorgehouden dat uit het ingestelde onderzoek de volgende combinatie van feiten werd vastgesteld:

1. dat de verzekeringsdatum 11 dagen voor de aankoopdatum ligt waardoor de aankoop, de naam van de verkoper en de juistheid van de aankoopnota/kwitantie ter discussie staat;

2. dat de op de kwitantie genoemde verkoper niet te identificeren valt waardoor de eigendomsoverdracht niet te controleren valt;

3. dat door de vorige benoemde punten de aankoop van de shovel niet te controleren valt;

4. dat u hebt aangegeven dat u de shovel van een particulier kocht;

5. dat de originele papieren ontbreken;

6. dat de shovel niet (meer) valt de identificeren;

7. dat het door u ingeleverde sleuteltje van het contactslot geen originele sleutel is;

8. de wijze van aankoop en betaling met zwart geld;

9. dat u de shovel, die zakelijk werd gebruikt, opzettelijk buiten uw boekhouding hield.

U werd in de gelegenheid gesteld om binnen 30 dagen na 31 januari 2014 alsnog nader controleerbaar aanvullend bewijs te leveren waaruit het bezit én de diefstal van de shovel onomstotelijk kon worden vastgesteld.

Inmiddels is de periode van 30 dagen reeds lang verstreken zonder dat enige reactie van u of uw advocaat werd ontvangen.

Aanvullend en controleerbaar bewijs van het bezit van én de diefstal van de shovel werd door u c.q. uw advocaat niet geleverd.

Daarom gaan we nu over tot definitieve afwikkeling van de door u ingediende schadeclaim.

Ingediende schadeclaim

Uw claim wordt volledig afgewezen, aangezien het bezit van én de diefstal van de shovel niet onomstotelijk vastgesteld kan worden.

Incidentenregister

Deze schadeclaim wordt door ons als een incident gezien. Dit incident en uw persoons- en bedrijfsgegevens zijn opgenomen in ons incidentenregister. Dit register heeft tot doel het ondersteunen van activiteiten gericht op het waarborgen van de veiligheid en de integriteit van ons bedrijf en wordt beheerd door de afdeling Veiligheidszaken. Als u inzage wilt hebben in de gegevens die van u worden verwerkt, dan kunt u zich schriftelijk wenden dot de heer [G] , teammanager Speciale Zaken. Vergeet daarbij niet om een kopie van een geldig legitimatiebewijs toe te voegen.

CVB-melding

Het Centrum Bestrijding Verzekeringscriminaliteit (CVB) van het Verbond van Verzekeraars is op de hoogte gebracht van de inhoud van deze registratie in het incidentenregister. Het CVB gebruikt deze informatie voor het coördineren van onderzoeken en het uitvoeren van analyses. De verzekeringsbranche kan via het CVB de registratie ook raadplegen bij sollicitaties en aanstellingen.

Voor inzage in de ze registratie kunt u schrijven naar het CVB, Postbus 93450, 2509 AL te Den Haag. Vergeet niet om een kopie van een geldig legitimatiebewijs mee te sturen.

Royement verzekeringen

Gelet op de hierboven genoemde feiten, op basis waarvan wij geconcludeerd hebben tot afwijzing van uw schadeclaim hebben we, behoudens lopende schadeclaims, besloten om uw verzekeringspakket bij Univé en de polissen op de naam van uw partner conform artikel 6.1.a van ons Algemeen Reglement ALG-5 per contractdatum te beëindigen. Het gaat om de volgende polissen:

(…)

Andere schadeclaim:

Bij Univé hebt u als benadeelde partij nog een schadeclaim lopen voor een paard dat op 10 juni 2013 dood is gegaan. Nu er tot op heden geen controleerbaar bewijs van de dood van het paard door u is aangeleverd zullen we ook dat dossier gaan afronden.

Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek zal nader standpunt worden bepaald. Daarover wordt u apart geïnformeerd.

(…).

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert - na vermeerdering van eis - samengevat:

1. Univé te veroordelen tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te voldoen het schadebedrag ad € 54.108,40 vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW en vermeerderd met de kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid ad € 2.500,00;

2. Univé te veroordelen om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis het verzekeringsonderzoek te beëindigen, op straffe van verbeurte van en dwangsom van

€ 1.000,00 per dag dat Univé in gebreke blijft hieraan te voldoen;

3. Univé te veroordelen om binnen 48 uren na betekening van dit vonnis de melding van de schadeclaim van [eiser] met betrekking tot de shovel als incident en de persoon- en bedrijfsgegevens van [eiser] in het incidentenregister ongedaan te maken en daarnaast de CVB-melding ongedaan te maken, een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat Univé in gebreke blijft hieraan te voldoen;

4. Univé te veroordelen in de kosten van het geding.

3.2.

Univé voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[eiser] stelt zich op het standpunt dat de factoren zoals door Univé vermeld in haar brief van 31 januari 2014 dekking niet uitsluiten en dus geen sprake is van een uitsluitingsbepaling. Bovendien zijn de betreffende door Univé gesteld feiten niet juist en worden zij door [eiser] ontkent en betwist. Univé stelt zich voorts ten onrechte op het standpunt dat het bezit en de diefstal van de shovel door [eiser] niet voldoende zouden zijn aangetoond. De feiten waarmee zij die stelling tracht te onderbouwen zijn niet juist, zodat zij ook deze conclusie niet rechtvaardigen. Het is vaste jurisprudentie dat aan het bewijs door verzekerde van de diefstal niet al te zware eisen mogen worden gesteld en de verzekerde in de regel kan volstaan met het leveren van bewijs van feiten en/of omstandigheden die voldoende aannemelijk maken dat de gestelde diefstal heeft plaats gevonden. [eiser] stelt de volgende bewijzen te hebben van het bezit van de shovel en de diefstal:

  • -

    De aankoopnota;

  • -

    De sleutel van de shovel;

  • -

    Foto waarop de shovel te zien is;

  • -

    Bewijs van aangifte van de diefstal;

  • -

    Melding diefstal bij Univé

  • -

    Facturen waaruit blijkt dat [eiser] een vervangende shovel heeft gehuurd;

  • -

    Verklaringen die ten behoeve van deze procedure zijn opgesteld waaruit blijkt dat diverse personen hebben gezien dat [eiser] een shovel in bezit had en dat de shovel per 23 augustus 2013 is verdwenen.

4.2.

Univé betwist dat de shovel ooit in het bezit is geweest van [eiser] . [eiser] is bezitter, noch eigenaar geweest van de betreffende shovel. Ook enig belang is door hem niet aangetoond.

4.3.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de stellingen van [eiser] ten aanzien van de aankoop en het bezit van de shovel ongeloofwaardig, zodat de rechtbank daaraan voorbij zal gaan. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.

4.4.

In zijn (eerste) verklaring van 9 september 2013 verklaart [eiser] over de wijze waarop hij in contact is gekomen met de verkoper van de shovel: “Ik had via een kennis vernomen dat de shovel te koop was en indien nodig zal ik alsnog de gegevens van die kennis geven.” In zijn tweede verklaring op 25 september 2013 zegt [eiser] : “Ik vertelde de vorige keer dat ik via een kennis aan de naam van de verkoper kwam en dat is toch niet via die kennis gegaan. Ik weet niet meer via wie ik bij de verkoper kwam en of dat die verkoper mij heeft gebeld.”

Op 3 december 2013 verklaart [eiser] : “Ik heb veel contacten in de paardenhandel en die wisten dat ik een tweedehands shoveltje zocht. Ik ben op een gegeven moment gebeld door de verkoper en weet zijn telefoonnummer niet meer want die sla ik niet op.”

[eiser] is derhalve niet consistent in zijn verklaringen hoe hij met de verkoper in contact is gekomen, derhalve zijn deze weinig geloofwaardig.

4.5.

[eiser] stelt dat hij de shovel heeft gekocht van een particulier voor een bedrag van € 45.000,00 en contant heeft betaald. Hij heeft als productie 1 een stuk in het geding gebracht waarvan hij stelt dat dit de aankoopnota is. Dit betreft een “bon” met nummer 35 (verder aankoopnota). Linksboven staat op deze aankoopnota in gedrukte tekst “aan” en daarachter in geschreven tekst “[eiser] Stables [plaats 1]”. Rechtsboven staat de gedrukte tekst “van” en daarachter geschreven “[X] [plaats 3]”. In het midden van de aankoopnota staat aangekruist de gedrukte tekst “hierbij ontvangt u” en daaronder geschreven “1 shovel weideman 1350 CX”, met daarachter twee onleesbare letters of cijfers en daaronder geschreven “2009 bwjr”, vervolgens daaronder “€45.000= contant”, met daarachter een handtekening. Helemaal links onderaan is achter de gedrukte tekst “datum” geschreven “16-11-2012” en rechts onderaan staat achter de gedrukte tekst “handtekening” dezelfde handtekening als daarboven achter “contant”.

Op 25 september 2013 heeft [eiser] hierover verklaard: “(…) Mijn vriendin (genaamd [K] ) doet de boekhouding en zij zal het zo uitleggen. U vernam zojuist van [K] dat zij de bon heeft opgemaakt en de verkoper heeft ondertekend en heeft beide handtekeningen geplaatst. De verkoper wilde een bon en daarom is de bon op zijn verzoek opgemaakt. Ik heb zelf niets ondertekend en wil zelf ook altijd wel een bon.(…). De verkoper is hier gekomen met de shovel in een paardenwagen en ik heb wat proef gereden met de shovel en vervolgens gekocht. Dat was op 16-12-2012 zoals u op de bon kunt zien. Ik weet dus niet meer dan op de bon staat van de verkoper. De datum op de bon is voor 100% zeker goed.”

Op de vraag “Door wie is het zojuist getoonde aanvraagformulier Landbouwwerktuigenverzekering van Univé ingevuld en ondertekend d.d. 08-11-2012?” heeft [eiser] op 25 september als volgt verklaard: “Ik denk dat iemand van Univé het heeft ingevuld en mijn vriendin heeft het ondertekend. Zij is bij dit gesprek aanwezig en bevestigde u dat zij het heeft ondertekend. U merkte op dat de datum op het aanvraagformulier 08-11-2012 is en op de bon 16-11-2012. Ik denk dat er ene verkeerde datum op het aanvraagformulier verkeerd is ingevuld en ik weet niet door wie. Ik weet zeker dat ik eerst de shovel heb gezien en toe pas heb gebeld naar Univé.”

Bij dagvaarding stelt [eiser] echter dat er sprake is van een misverstand. De shovel is volgens [eiser] niet op 16 november 2012 aangekocht, maar op 16 oktober 2012. Hij heeft zich een maand vergist, zo stelt hij. Ter onderbouwing daarvan heeft [eiser] een kopie uit de agenda zijn vriendin ( [K] ) in het geding gebracht, waaruit volgens [eiser] blijk dat de shovel op 16 oktober 2012 in plaats van 16 november 2012 is aangekocht.

Naar het oordeel van de rechtbank is ook hier sprake van weinig geloofwaardige stellingen en verklaringen van [eiser] . Waar hij eerst heeft verklaard dat de datum op de aankoopnota voor 100% goed is, hetgeen betekent dat de aankoop van de shovel op 16 november 2012 zou hebben plaatsgevonden, komt hij daar in dit geding op terug door te stellen dat de aankoop op 16 oktober 2012 heeft plaatsgevonden. Dit zou betekenen dat er een verkeerde datum op de aankoopnota is ingevuld, wat vragen oproept. Daarbij komt dat, zonder nadere toelichting die ontbreekt, niet valt in te zien dat een aankoopnota die op verzoek van de koper is gemaakt omdat hij een bon wilde, zoals [eiser] heeft verklaard, in het bezit is van [eiser] . In dit verband is voorts van belang dat Univé door [eiser] onweersproken heeft gesteld dat de handtekeningen op de aankoopnota sterke gelijkenis vertonen met de handtekening die door [K] is geplaatst onder de verklaring van 25 september 2013, wat doet vermoeden dat de handtekeningen door [K] zijn geplaatst. Al met al rijst er gerede twijfel aan de authenticiteit van de aankoopnota.

4.6.

[J] , de directeur van Weidemann heeft verklaard (zie 2.9) dat een prijs van

€ 45.000,00 voor een shovel uit het bouwjaar 2009 (van het merk Weidemaan type 1350 CX 45 inclusief rolbeugel, zwaailamp en balenklem), veel te hoog is en dat een prijs van

€ 20.000,00 een normale prijs was geweest. Volgens [J] is de nieuwprijs van dit type shovel, inclusief een balenklem, € 43.500,00 (inclusief BTW). Voorts heeft [J] verklaard dat de shovel die is afgebeeld op de kleurenfoto - volgens [eiser] de door hem gekochte shovel - gelet op de kleurstelling onmogelijk het bouwjaar 2009 kan hebben. De verandering van kleuren is ingegaan in de productie juni 2008. Volgens [J] is de genoemde prijs (prijsstelling) voor een machine uit maximaal juni 2008, wellicht ouder, nog ongeloofwaardiger te noemen.

[J] heeft verder verklaard dat door Weidemann nooit een shovel is verkocht aan [X] te [plaats 3] .

In het licht van deze verklaring van [J] zijn de stellingen van [eiser] ten aanzien van de door hem betaalde prijs voor de shovel dan ook weinig aannemelijk.

4.7.

[eiser] heeft verklaard dat de shovel “zwart” is betaald en buiten de boekhouding van zijn bedrijf is gehouden, terwijl hij de shovel wel bedrijfsmatig gebruikte. Met Univé is de rechtbank van oordeel dat dit niet erg geloofwaardig is omdat het voor de hand ligt een in eigendom toebehorende shovel in de bedrijfsadministratie in te voeren nu dit immers effect heeft op de bedrijfsresultaten.

4.8.

Op 3 december 2013 heeft [eiser] verklaard (zie 2.10) dat hij geen EG-verklaring en onderhoudsboekje van de shovel heeft ontvangen van de verkoper. [eiser] zou dus voor de uitoefening van zijn bedrijf een shovel hebben gekocht van een hem onbekende koper, waarbij de (de volgens [J] ) gebruikelijke bescheiden, evenals de originele sleutel ontbraken en voor welke shovel hij een forse prijs heeft betaald. Ook dit is weinig geloofwaardig.

4.9.

[eiser] heeft bij dagvaarding een drietal schriftelijke verklaringen in het geding gebracht. Het betreft verklaringen van de heer [E] en [K] die volgens [eiser] aanwezig waren tijdens de aankoop van de shovel. Voorts een verklaring van de heer [M] .

Volgens de door hem ondertekende verklaring is [E] op 16 oktober 2012 aanwezig geweest in de kantine van het bedrijf van [eiser] Stables te [plaats 1] . Volgens zijn verklaring heeft hij toen gezien dat [eiser] daarbij een shovel van het merk Weidemann 1350 CX45 kocht en daarvoor contant een bedrag van € 45.000,00 heeft afgerekend. Deze verklaring is in strijd met de verklaring van [eiser] die tijdens zijn ondervraging door de onderzoeker [C] heeft aangegeven dat alleen zijn vriendin [K] bij de door hem gestelde transactie aanwezig was (zie 2.7): “Dat kan alleen door de bon en niet op andere wijze. Mijn vriendin [K] was er ook bij en zij heeft het geld voorgeteld.”. Voorts is deze verklaring in strijd met de verklaringen van [eiser] dat de transactie met de shovel op 16 november 2013 plaatsvond.

Ook de verklaring van [K] is in strijd met de eerdere verklaringen van [eiser] . Zij verklaart: “Verklaart door ondertekening dezes dat hij op 16 oktober aanwezig is geweest in de kantine van het bedrijf van [eiser] Stables (…). Ondergetekende heeft gezien dat de heer [eiser] daar op dat moment een shovel van het merk Weideman 1350CX45 kocht en daarvoor contant een bedrag van € 45.000,-- heeft afgerekend.” Ook zij (in de getypte en wat betreft de naam gegevens, de plaats en datum van ondertekening met de pen ingevulde gegevens staat “hij”) verklaart dat de transactie op 16 oktober 2012 heeft plaatsgevonden. Deze verklaring is voorts in strijd met de gegevens op de door haar geschreven aankoopnota die immers door haar is gedateerd op 16 november 2012. Bovendien heeft [eiser] verklaard “Mijn vriendin [K] was er ook bij en zij heeft het geld voorgeteld.” Hieromtrent is in de verklaring van [K] niets terug te vinden, integendeel, volgens haar verklaring heeft [eiser] afgerekend.

De verklaring van [M] luidt als volgt: “Verklaart ondergetekende dat de shovel vanaf 16 oktober 2012 aanwezig was op het bedrijf van [eiser] Stables en ook veelvuldig is gebruikt op de bedrijf. Ondergetekende heeft de shovel op 22-08-2013 voor het laatst gezien op het bedrijf van [eiser] Stables.”

Nar het oordeel van de rechtbank draagt ook deze verklaring niet aan de onderbouwing dat [eiser] in het bezit is geweest van de shovel. De shovel die [M] blijkens zijn verklaring heeft gezien kan ook een andere shovel zijn geweest. Bovendien zegt de aanwezigheid van een shovel op het bedrijf van [eiser] niets over het bezit/eigendom van de shovel.

4.10.

Al met al heeft [eiser] - mede gelet op de gemotiveerde betwisting door Univé -onvoldoende onderbouwd dat hij de door hem verzekerde shovel heeft gekocht en in bezit c.q. eigendom heeft verkregen, dan wel daarbij enig ander verzekerd (vermogens)belang heeft gehad. Nu [eiser] derhalve niet heeft voldaan aan zijn stelplicht komt de rechtbank aan nadere bewijslevering door [eiser] niet toe. Dit geldt ook voor de beoordeling van de door [eiser] gestelde diefstal.

De vordering sub I dient derhalve te worden afgewezen.

4.11.

Univé heeft door [eiser] onweersproken gesteld dat het onderzoek naar de (beweerde) diefstal van de shovel is afgerond. Bij zijn vordering sub II heeft [eiser] dan ook geen belang, zodat deze eveneens moet worden afgewezen.

4.12.

Ook de vordering sub III moet worden afgewezen. Naar het oordeel van de rechtbank was Univé, gelet op alle omstandigheden van het geval zoals deze naar voren komt uit de vaststaande feiten, gerechtigd de betreffende meldingen te doen.

4.13.

[eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Univé worden begroot op:

- griffierecht € 1.892,00

- salaris advocaat 1.788,00 (2,0 punten × tarief € 894,00)

Totaal € 3.680,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Univé tot op heden begroot op € 3.680,00,

5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Hulst en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2015.