Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:4900

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
03-11-2015
Datum publicatie
03-11-2015
Zaaknummer
08/770034-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft contact gezocht met twee minderjarige meisjes om met hen seksuele handelingen te plegen. Dat dient hem ernstig te worden aangerekend. Dat het uiteindelijk niet tot die handelingen is gekomen is niet de verdienste van verdachte geweest. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in het bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen.

In principe dient op feiten als deze gereageerd ter worden met een (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. De rechtbank houdt echter rekening met het feit dat verdachte nog niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld, dat hij het strafwaardige en kwalijke van zijn handelen inziet en bereid is de hem door de reclassering gegeven aanwijzingen die hem in het kader van een behandeling zullen worden gegeven op te volgen. Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met de ter terechtzitting gebleken persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die met name worden beschreven in de over verdachte opgemaakt pro justitie rapportage.

Alles afwegende veroordeelt de rechtbank de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van drie jaar. Tijdens de proeftijd moet hij zich verplicht laten behandelen. Ook moet hij één van de slachtoffers een schadevergoeding betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/770034-15

Datum vonnis: 3 november 2015

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] , [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 20 oktober 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mw. mr. C.Y Huang en van hetgeen door de verdachte en diens raadsvrouw

mr. C.N. Noordzee, advocaat te Zeist, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1:

aan twee personen die nog geen zestien jaar oud waren een ontmoeting heeft voorgesteld met de bedoeling ontuchtige handelingen met hen te plegen;

feit 2:

kinderpornografische afbeeldingen op zijn GSM heeft gehad;

feit 3

schadelijk te achten pornografische afbeeldingen heeft verstrekt aan personen die nog geen zestien jaar oud waren.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2014 tot en met 14 juni 2014 in de

gemeente(n) Barneveld en/of Almelo, althans in Nederland, door middel van een

geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst met (een)

perso(o)n(en) van wie hij, verdachte, weet dat deze de leeftijd van zestien

jaren nog niet heeft/hebben bereikt, te weten [slachtoffer 1]

, geboren op [geboortedag] 1999, en/of [slachtoffer 2]

, geboren op [geboortedag] 1999, (een) ontmoeting(en) heeft voorgesteld

met het oogmerk ontuchtige handelingen (gemeenschap en/of pijpen) met die

[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

te plegen, terwijl hij, verdachte, daarbij enige handeling heeft

ondernomen gelet op het verwezenlijken van die ontmoeting, immers heeft hij,

verdachte, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

concrete voorstellen gedaan wat betreft tijd

en/of plaats (nabij school [school] in [plaats]) van die ontmoeting;

art 248e Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 11 augustus 2014 te Almelo, in de gemeente Almelo, in elk

geval in Nederland, een (groot aantal) afbeelding(en), te weten (94) foto('s)

en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) te weten een

mobiele telefoon (merk Samsung, type GT-S6810p) heeft verworven en/of

in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn,

waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog

niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het vaginaal penetreren met (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en)

(vibrator) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18

jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een persoon die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de

vinger(s)/hand

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt (waarna) door

het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden

van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s)

nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (waarbij)

de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben

en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling;

3.

hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2014 tot en met 16 juni 2014, te

Almelo, in de gemeente Almelo, althans in Nederland, één of meer

afbeelding(en) en/of (een) film(s) namelijk een (pornografische) afbeelding

van een stijve penis en/of een videofilmpje met daarin te zien een opname van

een man die zichzelf aan het masturberen was, waarvan de vertoning schadelijk

is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft

verstrekt, aangeboden en/of vertoond aan (een) minderjarige(n), te weten aan

(een) meisje(s), genaamd [slachtoffer 1] (geboren [geboortedag] 1999) en/of

[slachtoffer 2] (geboren [geboortedag] 1999), van wie hij wist of

redelijkerwijs moest vermoeden, dat deze jonger was/waren dan zestien jaar;

art 240a Wetboek van Strafrecht

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake de onder 1 t/m 3 ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met aftrek van voorarrest en met reclasseringstoezicht en het ondergaan van een behandeling als bijzondere voorwaarden. Daarnaast geeft de officier van justitie onttrekking aan het verkeer van de onder verdachte inbeslaggenomen telefoon gevorderd.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de ten laste gelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Twente, team zeden, registratienummer PL0500-2014075559 en uit het dossier van de politie Gelderland Midden, registratienummer PL07AH-2014065915, beide sluitingsdatum 20 januari 2015. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt verwezen naar de bladzijden van de in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde personen opgemaakte processen-verbaal.

5.1

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Evenals de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat verdachte de onder 1 t/m 3 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

Als bewijsmiddelen daarvoor gelden:

1. het proces-verbaal van de terechtzitting van 20 oktober 2015, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatst volzin, Sv;

2. het proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 1] van 14 juli 2014 (pagina’s 109 t/m 117;

3. het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal van 23 oktober 2014, met bijlagen (pagina’s 135 t/m 142).

5.2

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1 t/m 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 1 juni 2014 tot en met 14 juni 2014 in de gemeente Almelo, door middel van een geautomatiseerd werk, personen van wie hij, verdachte, weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet hebben bereikt, te weten [slachtoffer 1]

, geboren op [geboortedag] 1999, en [slachtoffer 2]

, geboren op [geboortedag] 1999, een ontmoeting heeft voorgesteld

met het oogmerk ontuchtige handelingen (gemeenschap en/of pijpen) met die

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]

te plegen, terwijl hij, verdachte, daarbij enige handeling heeft

ondernomen gelet op het verwezenlijken van die ontmoeting, immers heeft hij,

verdachte, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]

concrete voorstellen gedaan wat betreft tijd

en plaats (nabij school [school] in [plaats]) van die ontmoeting;

2.

hij op 11 augustus 2014 te Almelo, in de gemeente Almelo, een gegevensdrager bevattende afbeeldingen te weten een mobiele telefoon (merk Samsung) in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het vaginaal penetreren met (een) vinger(s)/hand en een voorwerp

(vibrator) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18

jaar nog niet heeft bereikt

en

het betasten of aanraken van de geslachtsdelen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de vinger(s)/hand

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt waarbij door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose en de wijze van kleden van deze persoon en de uitsnede van de afbeelding nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden waardoor de afbeeldingen aldus een onmiskenbaar seksuele strekking hebben en strekken tot seksuele prikkeling;

3.

hij in de periode van 1 juni 2014 tot en met 16 juni 2014, te Almelo, in de gemeente Almelo, een afbeelding en een film namelijk een pornografische afbeelding van een stijve penis en een videofilmpje met daarin te zien een opname van een man die zichzelf aan het masturberen was, waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, heeft verstrekt aan minderjarigen, te weten aan meisjes, genaamd [slachtoffer 1] (geboren [geboortedag] 1999) en [slachtoffer 2] (geboren [geboortedag] 1999), van wie hij wist dat deze jonger waren dan zestien jaar;

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 t/m 3 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan in zoverre zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het onder 1 bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 248e Sr. Het onder 2 bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 240b Sr. Het onder 3 bewezenverklaarde is strafbaar gesteld hij artikel 240a Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: Door middel van een geautomatiseerd werk een persoon van wie hij weet dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, een ontmoeting voorstellen, met het oogmerk ontuchtige handelingen met die persoon te plegen, terwijl hij enige handeling onderneemt gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting;

feit 2

het misdrijf: een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben;

feit 3

het misdrijf: een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, verstrekken.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Het dient verdachte ernstig te worden aangerekend dat hij contact heeft gezocht met twee minderjarige meisjes om met hen seksuele handelingen te plegen. Dat het uiteindelijk niet tot die handelingen is gekomen is niet de verdienste van verdachte geweest. Hij heeft zich met zijn handelwijze geen, dan wel onvoldoende rekenschap gegeven van de schade, die hij door zijn toedoen, bij de minderjarige meisjes heeft veroorzaakt en nog had kunnen veroorzaken. Voorts heeft hij met zijn strafbare gedragingen de belangen van de meisjes ondergeschikt gemaakt aan zijn eigen behoeften en lustgevoelens. Dat die schade zich bij het slachtoffer [slachtoffer 1] ook daadwerkelijk heeft geopenbaard blijkt wel uit de door haar op schrift gestelde slachtofferverklaring.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in het bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen. Het is algemeen bekend dat de aanwezigheid van kinderpornografisch materiaal kan leiden tot het ontstaan van ernstige psychische schade bij de personen die worden afgebeeld. Minderjarigen dienen tegen dergelijke feiten te worden beschermd.

In principe dient op feiten als deze gereageerd ter worden met een (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. De rechtbank heeft echter bij het bepalen van de soort en hoogte van de straf rekening gehouden met het feit dat verdachte niet eerder ter zake van strafbare feiten is veroordeeld en hij er terechtzitting blijk van heeft gegeven het strafwaardige en kwalijke van zijn handelen in te zien en bereid te zijn tot het volgens van de hem door de reclassering gegeven aanwijzingen die hem in het kader van een behandeling zullen worden gegeven. Verder heeft de rechtbank rekening gehouden met de ter terechtzitting gebleken persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals die met name worden beschreven in de over verdachte opgemaakt pro justitie rapportage.

Daarin wordt onder andere geconcludeerd dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een lichte verstandelijke beperking die niet van voorbijgaande aard is, waardoor verdachte gedurende zijn leven waarschijnlijk aangewezen zal blijven op ondersteuning en begeleiding op meerdere levensgebieden. Op grond van de bij hem aanwezige problemen is hij volgens de deskundige onvoldoende in staat tot het maken van adequate weloverwogen keuzes en is hij bij de tenlastelegging wat betreft “grooming”, verminderd toerekeningsvatbaar geweest. De rechtbank neemt deze conclusies over en maakt die tot de hare.

Het bovenstaande afwegende is de rechtbank van oordeel dat volstaan kan worden met een geheel voorwaardelijke vrijheidsstraf met na te melden voorwaarden. Een dergelijke straf biedt naar het oordeel van de rechtbank voldoende waarborgen voor het naleven van de aan verdachte opgelegde voorwaarden en weerhoudt verdachte ervan zich in de toekomst andermaal aan feiten als deze schuldig te maken.

8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

De onder verdachte in beslag genomen telefoon is vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu met betrekking tot deze telefoon het onder 2 bewezenverklaarde feit is begaan en die telefoon van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 1] , wonende te [woonplaats] aan de aan de [adres] , heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, door middel van haar wettelijk vertegenwoordiger, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 670,51, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    reiskosten in verband met doen van aangifte € 70,51 en

  • -

    immateriële schade € 600,00.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het onder 1 bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde reiskosten zijn in het geheel- en de immateriële schade voor na te melden deel voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde toewijzen voor een bedrag van

€ 320,51, te vermeerderen met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De gestelde immateriële schade is voor een deel van € 350,00 door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om haar stelling alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van dit deel van de schadepost niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan dat deel van de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 1 is toegebracht.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14c, 14d. 14d, 36b, 36c en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 t/m 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 t/m 3 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1:

het misdrijf: Door middel van een geautomatiseerd werk een persoon van wie hij weet dat

deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, een ontmoeting voorstellen, met

het oogmerk ontuchtige handelingen met die persoon te plegen, terwijl hij enige

handeling onderneemt gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting;

feit 2:

het misdrijf: een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging,

waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is

betrokken, in bezit hebben;

feit 3:

het misdrijf: een afbeelding waarvan de vertoning schadelijk is te achten voor personen

beneden de leeftijd van zestien jaar, verstrekken.

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 t/m 3 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van drie (3) maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;

  • -

    bepaalt dat straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
    - omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de door de reclassering Nederland bepaalde periode zal melden zo frequent als de reclassering dat gedurende die periode nodig acht;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering Nederland;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de proeftijd meewerkt aan een diagnostiek en behandeling bij Transfore polikliniek De Tender of soortgelijke ambulante instelling voor (forensische) zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, zolang de reclassering dat nodig acht.

  • -

    draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] voornoemd, voor een deel van € 350,00 niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] voornoemd van een bedrag van € 320,51, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 juni 2014;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit sub 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 320,51 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van zes dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer, de onder verdachte inbeslaggenomen telefoon,

merk Samsung;

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. H. Bloebaum en mr. L.T. Vogel, rechters, in tegenwoordigheid van P.G.M. Klaassen, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 3 november 2015.