Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:4851

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
28-10-2015
Datum publicatie
30-10-2015
Zaaknummer
177138 KGZA 15-325
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Oplegging straat- en contactverbod. Geen belang als bedoeld in artikel 3:303 BW, nu een soortgelijk verbod reeds in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis als bijzondere voorwaarde is opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer : 177138 KGZA 15-325

Vonnis in kort geding van 28 oktober 2015

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende op een voor de man geheim adres,

Eiseres,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. S.L. Geeraths te Almelo,

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. U. Ural te Enschede.

1 Het procesverloop

1.1

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 21 oktober 2015. Ter zitting verschenen: de vrouw, vergezeld van mr. Geeraths en de man, vergezeld van mr. Ural. De standpunten van partijen zijn door de raadslieden toegelicht, aan de zijde van de man aan de hand van een pleitnota. De man heeft tevens een tweetal producties, welke op voorhand ter beschikking van de vrouw zijn gesteld, in het geding gebracht.

1.2

Vonnis is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1

Bij de beoordeling van dit geschil wordt uitgegaan van de hierna opgesomde feiten. Deze worden voorshands als vaststaand beschouwd omdat zij door een van partijen zijn gesteld en door de andere partij zijn erkend dan wel niet of onvoldoende zijn bestreden.

2.2

Partijen hebben gedurende een bepaalde tijd een affectieve relatie gehad, waarbij zij in de periode van 17 augustus 2014 tot 16 februari 2015 hebben samengewoond.

2.3

Bij vonnis van de politierechter van deze rechtbank d.d. 17 juli 2015 is de man veroordeeld ter zake de mishandeling van de vrouw. De man heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

2.4

Op 15 september 2015 heeft de vrouw bij de politie, eenheid Oost-Nederland, district Twente, basis team Enschede, aangifte gedaan van bedreiging met de dood geuit door de man.

2.5

Op 23 september 2015 is de man door politie aangehouden.

2.6

Bij beschikking van 25 september 2015 van deze rechtbank heeft de

rechter-commissaris, de bewaring van de man bevolen.

2.6

Bij beschikking van 25 september 2015 van deze rechtbank, heeft de rechter-commissaris bevolen dat de voorlopige hechtenis van de man met onmiddellijke ingang zal worden geschorst onder de navolgende bijzondere voorwaarden, voor zover hier van belang:

1. [… .]

4. De verdachte zal op geen enkele wijze -direct of indirect- contact opnemen, zoeken of hebben met: [eiseres] , [adres] [… .] ook niet als deze contact met verdachte zoeken of laten zoeken. Op geen enkele wijze, direct of indirect, betekent: op geen enkele denkbare manier, dus ook niet per e-mail, WhatsApp, iMessage of sociale media zoals Facebook of Twitter.

5. De verdachte zal zich niet bevinden in het volgende gebieden: [straat 1] in [plaats] , [straat 2] in [plaats] en de [straat 2] in [plaats] .

2.7

De vrouw is thans ondergedoken bij derden.

3 Het geschil en de beoordeling:

3.1

De vrouw vordert, samengevat weergegeven, dat aan de man een contact- en straatverbod wordt opgelegd, waarbij het de man is verboden om op alle mogelijke manieren met haar contact op te nemen, haar te volgen en zich in de straat alwaar zij woont zich op te houden of te begeven. De vrouw legt aan haar vordering de hiervoor opgenomen vaststaande feiten ten grondslag en stelt voorts dat zij, hoewel de relatie tussen partijen is verbroken, nog dagelijks met de man wordt geconfronteerd. Uit angst voor de man, durft zij niet langer zelfstandig te wonen en is zij ondergedoken bij derden. Telkenmale wordt zij door de man bedreigd met de dood. Inmiddels heeft zij twee keer aangifte gedaan tegen de man en mede ten gevolge daarvan is de man aangehouden. De vrouw sluit niet uit dat de agressie van de man jegens haar nog groter is geworden.

3.2

De man verweert zich tegen de vordering en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van de vrouw in haar vorderingen, althans dat deze haar worden ontzegd, met de veroordeling van de vrouw in de proceskosten. De man geeft aan dat de vrouw in haar dagvaarding tal van stellingen poneert, welke door hem uitdrukkelijk worden betwist. Deze stellingen zijn feitelijk onjuist en suggestief van aard en ontberen een deugdelijke onderbouwing. De man geeft aan dat de rechter-commissaris, vóór het uitbrengen van de inleidende dagvaarding, zijn voorlopige hechtenis heeft geschorst onder het stellen van een aantal schorsingsvoorwaarden, waaronder een contact- en locatieverbod ten opzichte van de vrouw. Welk doel de onderhavige procedure nog heeft, is de man onduidelijk.

3.3

Ter mondelinge behandeling is namens de vrouw aangegeven dat zij ten tijde van het uitbrengen der dagvaarding niet op de hoogte was van het feit dat de voorlopige hechtenis van de man door de rechter-commissaris was geschorst onder een aantal bijzondere voorwaarden, waaronder een contact- en straatverbod. Zij geeft aan dat een en ander niet weg neemt dat genoemde schorsingsvoorwaarden te allen tijde kunnen worden gewijzigd c.q. opgeheven.

3.4

De voorzieningenrechter overweegt dat er voorshands van moet worden uitgegaan dat de onderlinge verhoudingen tussen partijen ernstig zijn verstoord. Partijen lijken niet meer in staat om op een behoorlijke manier te communiceren, hetgeen tot escalaties leidt. Daarmee is het spoedeisend belang bij het gevorderde reeds gegeven.

3.5

Blijkens artikel 3:303 BW komt niemand een rechtsvordering toe zonder voldoende belang. In het onderhavige geval vordert de vrouw dat aan de man een contact- en straatverbod wordt opgelegd, welk contact- en straatverbod reeds in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis door de rechter-commissaris aan de man is opgelegd. Vooralsnog is de conclusie dan ook gerechtvaardigd dat de door de rechter-commissaris aan de man opgelegde contact- en straatverboden de vrouw voldoende waarborgen biedt. Immers bij overtreding van genoemde voorwaarden door de man kan worden verwacht dat de schorsing van de voorlopige hechtenis wordt opgeheven en de man wederom in voorlopige hechtenis wordt geplaatst. De conclusie is dan ook dat de vrouw op dit moment geen voldoende belang heeft bij haar vordering als in voormeld wetsartikel bedoeld.

3.6

Uiteraard zullen de voorlopige hechtenis en de hieraan verbonden bijzondere voorwaarden na verloop van tijd aflopen. Het is eerst op dat moment ter beoordeling aan de voorzieningenrechter, uiteraard na aanhangig making van een daartoe ingestelde vordering van de vrouw, of de man (nog steeds) op een dusdanige stelselmatige wijze en ontoelaatbare wijze inbreuk maakt of zal maken op de persoonlijke levenssfeer van de vrouw, dat het opleggen van een civiel straat- en contactverbod gerechtvaardigd is. In het kader van het dan (eventueel) op te leggen straatverbod overweegt de voorzieningenrechter dat het voor de man dan wel duidelijk moet zijn voor welke straat dit verbod wordt opgelegd.

3.7

Uit het vorenstaande volgt dat de vordering van de vrouw thans zal worden afgewezen. De proceskosten zullen op basis van de tweede volzin van artikel 237 Rv worden gecompenseerd als hierna te vermelden.

4 De beslissing in kort geding

De voorzieningenrechter:

Wijst de vordering van de vrouw af.

Compenseert de proceskosten tussen partijen, des dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.G. Vermeulen en in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2015.