Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:4709

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
20-10-2015
Datum publicatie
20-10-2015
Zaaknummer
08/760240-14 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 25-jarige man uit Denekamp moet voor het bezitten en uitgeven van vals geld 9 maanden de gevangenis in, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De rechtbank Overijssel verplicht hem daarnaast om een behandeling te ondergaan. De man werd gepakt nadat hij 2 broden had gekocht op het Dickens-festijn in Deventer. Hij betaalde met een vals biljet van 50 euro. Na zijn arrestatie bleek dat hij al vaker grote hoeveelheden valse bankbiljetten had ingekocht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/760240-14 (P)

Datum vonnis: 20 oktober 2015

Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 8 oktober 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.C.J. Klaver en van wat door de verdachte en zijn raadsvrouw

mr. J.W. Post, advocaat te Deventer, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd:

1.

hij op of omstreeks 20 december 2014 in de gemeente Deventer in elk geval in

Nederland, opzettelijk (een) als echt(e) en onvervalst(e) bankbiljet(ten)

heeft uitgegeven

(een) bankbiljet(ten) van 50 Euro, dat/die verdachte zelf heeft nagemaakt

en/of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing verdachte toen hij dat/die

bankbiljet(ten) ontving, bekend was,

en/of

met het oogmerk om dat/die bankbiljet(ten) van 50 Euro als echt en onvervalst

uit te geven of te doen uitgeven, in voorraad heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 20 december 2014 in de gemeente Deventer

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of

door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels,

[slachtoffer] en/of Salland Houtovensbrood

heeft bewogen tot de afgifte van twee/een bro(o)d(en) en/of 42 Euro, althans

een geldbedrag (wisselgeld), in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

dat/die bro(o)d(en) van die [slachtoffer] gekocht en dat/die bro(o)d(en)

vervolgens afgerekend met een vervalst bankbiljet van 50 Euro,

waardoor die [slachtoffer] en/of die Salland Houtovensbrood werd(en) bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

3.

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

27 september 2014 tot en met 20 december 2014 te Denekamp, gemeente Dinkelland

en/of in de provincies Gelderland en/of Overijssel en/of Drenthe en/of te

Heerhugowaard en/of te Amsterdam en/of in de gemeente Ouder-Amstel, in elk

geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen en/of

alleen, (telkens) opzettelijk (een) bankbiljet(ten) van 50 Euro, dat/die

verdachte zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of

vervalsing verdachte, toen hij dat/die bankbiljet(ten) ontving, bekend was,

(telkens) met het oogmerk om dat/die bankbiljet(ten) als echt en onvervalst

uit te geven of te doen uitgeven, in voorraad heeft gehad;

4.

hij in of omstreeks de periode van 27 september 2014 tot en met 19 december

2014, te Denekamp, gemeente Dinkelland, en/of in de provincie(s) Overijssel

en/of Drenthe en/of Gelderland en/of elders in Nederland, althans in

Nederland,

(een) voorwerp(en), te weten snoepgoed en/of drank en/of levensmiddelen heeft

verworven en/of voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of heeft omgezet

en/of van (een) voorwerp(en), te weten snoepgoed en/of drank en/of

levensmiddelen gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij wist dat/die voorwerp(en) geheel of gedeeltelijk

onmiddellijk of middellijk afkomstig was uit enig misdrijf

en/of van dat witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

4.1

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Met betrekking tot het onder 4 ten laste gelegde heeft zij aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.

4.3

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Feit 1.

Met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde overweegt de rechtbank dat sprake is van een bekennende verdachte in de zin van artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank zal daarom in de bijlage van dit vonnis volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die tot de bewezenverklaring hebben geleid.

Feit 2.

De rechtbank overweegt met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde het volgende. Verdachte heeft op 20 december 2014 op het Dickens Festival te Deventer bij een marktkraam twee broden gekocht. Hij heeft deze twee broden betaald met een vals briefje van € 50,- en heeft vervolgens wisselgeld teruggekregen. Met deze handeling van verdachte is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een listige kunstgreep. Het handelen van verdachte kan aldus worden gekwalificeerd als oplichting. De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3.

Naar aanleiding van de aanhouding van verdachte op 20 december 2014 na het uitgeven van een vals bankbiljet is het telefoontoestel van verdachte onderzocht. Uit dat onderzoek kwamen whats app-gesprekken met een zogeheten ‘ [naam] ’ naar voren waaruit opgemaakt kan worden dat verdachte gedurende de ten laste gelegde periode meermalen valse bankbiljetten bij deze [naam] heeft gekocht en ontvangen en aldus in voorraad heeft gehad. De rechtbank is van oordeel dat het onder 3 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Feit 4.

Verdachte is onder feit 4 gewoontewitwassen ten laste gelegd. Naar het oordeel van de rechtbank is hiervoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden. In het dossier bevinden zich foto’s die door verdachte via whats app zijn verstuurd waarop tassen met snoepgoed en etenswaren zichtbaar zijn. Met enkel deze afbeeldingen kan niet worden vastgesteld dat verdachte dit snoepgoed en deze etenswaren ook daadwerkelijk heeft gekocht met valse bankbiljetten, dan wel dat hij deze waren vervolgens heeft verkocht. De rechtbank zal verdachte daarom van het onder 4 ten laste gelegde vrijspreken.

4.4

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 4 is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 20 december 2014 in de gemeente Deventer, opzettelijk een als echt en onvervalst bankbiljet heeft uitgegeven een bankbiljet van 50 Euro, waarvan de valsheid verdachte toen hij dat bankbiljet ontving, bekend was,

en

hij omstreeks 20 december 2014 in de gemeente Deventer, opzettelijk als echt en onvervalst met het oogmerk om bankbiljetten van 50 Euro als echt en onvervalst uit te geven, in voorraad heeft gehad;

2.

hij op 20 december 2014 in de gemeente Deventer met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een listige kunstgrepen, [slachtoffer] en/of Salland Houtovensbrood

heeft bewogen tot de afgifte van twee broden en 42 Euro, een geldbedrag (wisselgeld),

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

listiglijk die broden van die [slachtoffer] gekocht en die broden, vervolgens afgerekend met een vervalst bankbiljet van 50 Euro, waardoor die [slachtoffer] en/of die Salland Houtovensbrood werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

hij in de periode van 27 september 2014 tot en met 20 december 2014 te Denekamp, gemeente Dinkelland en/of te Heerhugowaard en/of te Amsterdam, telkens opzettelijk bankbiljetten van 50 Euro, waarvan de valsheid verdachte, toen hij die bankbiljetten ontving, bekend was, telkens met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst

uit te geven, in voorraad heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er is naar het oordeel van de rechtbank bij het onder 1 en 2 bewezenverklaarde sprake van meerdaadse samenloop, zoals bepaald in artikel 57 Wetboek van Strafrecht (Sr). Zij overweegt daartoe dat het strafbaar stellen van “oplichting” en het strafbaar stellen van “opzettelijk bankbiljetten, waarvan de valsheid hem, toen hij ze ontving, bekend was, uitgeven” verschillende rechtsbelangen beschermen, zodat zij naast elkaar in de vorm van meerdaadse samenloop ten laste kunnen worden gelegd en bewezen kunnen worden verklaard.

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 209 en 326 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: opzettelijk bankbiljetten, waarvan de valsheid hem, toen hij ze ontving, bekend was, uitgeven

en

opzettelijk bankbiljetten, waarvan de valsheid hem, toen hij ze ontving, bekend was, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te geven, in voorraad hebben.

feit 2

het misdrijf: oplichting

feit 3

het misdrijf: opzettelijk bankbiljetten, waarvan de valsheid hem, toen hij ze ontving,

bekend was, met het oogmerk om ze als echt en onvervalst uit te geven, in voorraad hebben.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van wat zij bewezen heeft geacht, gevorderd een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van twee jaar met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest met als bijzondere voorwaarden meldplicht en een behandeling bij de Tender. Voorts heeft zij een geldboete van € 3.000,- gevorderd en toewijzing van de civiele vordering van de benadeelde partij [benadeelde] tot een bedrag van € 250,- met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel met wettelijke rente.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht bij een strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en heeft verzocht een werkstraf en een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen.

Met betrekking tot de civiele vordering van de benadeelde partij heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de post inkomstenderving onvoldoende onderbouwd is.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het in voorraad hebben van grote hoeveelheden valse bankbiljetten, uitgeven van een vals bankbiljet van € 50,- en oplichting. Het uitgeven van valse bankbiljetten dupeert de ontvanger van het biljet; hij geeft goederen af c.q. betaalt wisselgeld terug voor een stukje papier zonder waarde. Daarnaast is het in circulatie brengen van vals geld ontwrichtend voor de (financiële) economie. De wetgever heeft dan ook op artikel 209 Sr een maximale strafbedreiging van negen jaar gevangenisstraf gesteld.

De rechtbank heeft in het nadeel van verdachte rekening gehouden met het uittreksel justitiële documentatie d.d. 14 september 2015 waaruit gebleken is dat hij eerder ter zake vermogensdelicten is veroordeeld.

De rechtbank heeft daarbij, op de voet van het bepaalde in artikel 63 Sr, een eerdere veroordeling van verdachte in rekening gebracht, te weten: het vonnis van de politierechter te Zwolle van 20 juli 2015, waarbij verdachte is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één dag en een werkstraf voor de duur van 100 uren.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van negen maanden met aftrek van de dagen doorgebracht in voorarrest passend en geboden. Hoewel de reclassering in haar advies d.d. 15 september 2015 melding maakt van een enigszins negatieve houding van verdachte ten aanzien van begeleiding en behandeling, ziet zij – mede vanwege het als hoog ingeschatte recidiverisico – aanleiding om een ambulante behandeling te adviseren. De rechtbank acht het, conform het daartoe gegeven advies van de reclassering, ter voorkoming van recidive geboden dat verdachte een behandeling ondergaat bij de Tender, dan wel een soortgelijke instelling. Om die reden en om verdachte in de toekomst te weerhouden van het plegen van strafbare feiten, zal de rechtbank van de negen maanden gevangenisstraf een gedeelte, te weten zes maanden voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van drie jaren.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[benadeelde] , wonende te [woonplaats], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de posten wisselgeld en inkomstenderving. Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit onder 1 rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk en onvoldoende gemotiveerd betwist. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 250,00, te vermeerderen met de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

8.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door feit 1 is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 36f, 57 en 63 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 3 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- kwalificeert dit als hiervoor vermeld;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van negen (9) maanden, waarvan zes (6) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
    - omdat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of omdat de veroordeelde geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden;

- omdat de veroordeelde geen medewerking aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr heeft verleend, medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- omdat de veroordeelde tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich op uitnodiging van de reclassering meldt bij de Reclassering Nederland, locatie Enschede, en dat de veroordeelde zich gedurende door Reclassering Nederland bepaalde periode zal blijven melden zo frequent als Reclassering Nederland gedurende deze periode nodig acht;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens Reclassering Nederland, ook als dat inhoudt behandeling door derden, voor zover en voor zolang de reclassering dat noodzakelijk acht dat de veroordeelde zich moet laten behandelen bij “De Tender” te Deventer, of een soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde] van een bedrag van € 250,00 (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 december 2014);

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit 1 tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 250,00 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 5 dagen zal worden toegepast;

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Taalman, voorzitter, mr. L.J.C. Hangx en mr. R.A.M. Elbers, rechters, in tegenwoordigheid van W. van Goor, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2015.

Buiten staat

Mrs. S. Taalman en R.A.M. Elbers zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer 2014229955. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Feiten 1 en 2.

1. Het proces-verbaal van aangifte1 d.d. 20 december 2014, onder meer inhoudende de verklaring van [slachtoffer] namens Sallands Houtovenbrood;

2. De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 8 oktober 2015;

3. Het proces-verbaal van bevindingen2 d.d. 20 december 2014, onder meer inhoudende het relaas van verbalisant;

4. Het proces-verbaal van bevindingen3 d.d. 20 december 2014, onder meer inhoudende het relaas van verbalisant;

5. Het proces-verbaal van bevindingen4 d.d. 22 december 2014, onder meer inhoudende het relaas van verbalisant.

Feit 3.

6. Het proces-verbaal5 d.d. 7 april 2015, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven, het relaas van verbalisant:

Op 30 december 2014 heb ik onderzoek gedaan aan een GSM-telefoon, merk LG, type E975. Eigenaar: [verdachte] , [geboortedag] -1990, [adres] te [woonplaats] . (…) In de telefoon werden 75.022 chat berichten aangetroffen. De chatberichten welke betrekking hebben op het bezit en/of uitgeven van vals geld zijn afzonderlijk uitgedraaid en bijgevoegd.

7. Een geschrift6, te weten de uitdraai van app-gesprekken tussen [verdachte] en [naam] , onder meer inhoudende:

Inkomend = [naam]

Uitgaand = [verdachte]

Richting Tekst Tijdstip

11

Inkomend

Kom nu straat

27-9-2014 10:23:41

(..)

13

Inkomend

Heerhugowaard

27-9-2014 10:23:52

14

Uitgaand

Ok

27-9-2014 20.28.37

(..)

21

Uitgaand

Jah je hebt mij er 100 stuks gegeven ik heb ze nu nageteld

28-9-2014 22.18.01

(..)

27

Uitgaand

Heb je nog andere die niet op achtien eindigen het nummer

28-9-2014 22.35.22

(..)

36

Uitgaand

Wanneer kan ik de laatste 100 ophalen?

3-10-2014 16.24.20

(..)

51

Uitgaand

Kan ik nig 200 stuks bijkopen?

11-10-2014 14.21.27

52

Inkomend

Jaman maar woensfag of dinsdag pas is dat een probleem?

11-10-2014 14.19.27

53

Inkomend

Want hologrammen waren op

11-10-2014 14.19.33

54

Uitgaand

Ja 200 stuks

11-10-2014 14.22.29

55

Inkomend

Dus 300 totaal

11-10-2014 14.20.17

56

Uitgaand

Jah

11-10-2014 14.22.55

(..)

69

Uitgaand

Station Heerhugowaard 11 uur doen?

12-10-2014 17.08.05

(..)

116

Uitgaand

Heb je nu ook met watermerk erin?

17-10-2014 12.11.48

(..)

159

Uitgaand

Ik heb er weer te weinig

18-10-2014 17.52.47

160

Uitgaand

194 stuks

18-10-2014 17.52.54

(..)

164

Uitgaand

Ik ben nog in Amsterdam

18-10-2014 17.58.04

(..)

168

Uitgaand

Heb je de rest nu niet ik ben nog in Amsterdam

18-10-2014 18.18.48

(..)

183

Uitgaand

Eej kon ik vanmiddag 100 stuks afnemen groeten [verdachte]

19-11-2014 9.33.44

(..)

197

Uitgaand

Krijg jee ook biljetten van € 10 € 20 of honderd?

20-11-2014 17.32.16

(..)

200

Inkomend

100 stuks 500 euro

20-11-2014 17:32:51

(..)

244

Inkomend

Morgen dus 350 stuks toch?

9-12-2014 15.09.33

(..)

246

Uitgaand

200 stuks is ook goed

9-12-2014 15.11.00

247

Uitgaand

Plus 150 oke

9-12.2014 15.11.06

(..)

261

Inkomend

Dus jij heeft mij 1200 ipv 1250

9-12-2014 18.19.00

262

Inkomend

En je hebt 400 stujs

9-12-2014 18.19.07

(..)

264

Uitgaand

Oke 1200 € 400 biljetten he

9-12-2014 18.19.46

(..)

1 Pagina 39-41

2 Pagina 42

3 Pagina 45

4 Pagina 46, 47

5 Pagina 69-70

6 Pagina 88-96