Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:4560

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
08-10-2015
Datum publicatie
08-10-2015
Zaaknummer
08/710719-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel verlengt de maatregel van TBS met dwangverpleging met twee jaar in de zaak van een 64-jarige man. Hij is in 2013 veroordeeld voor ontucht met een minderjarige en het bezit van kinderporno. De TBS-kliniek schat het recidiverisico hoog in. De man ontkent de delicten, vergoelijkt zijn gedrag en weigert behandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Team strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/710719-11

SAS-nummer: 15/560

Datum beslissing: 8 oktober 2015

Beslissing van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, meervoudige raadkamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 509o van het Wetboek van Strafvordering van de officier van justitie ten aanzien van de terbeschikkinggestelde:

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1951,

verblijvende bij de Pompestichting te Nijmegen.

1 De aanleiding

Bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 september 2013, is na bewezenverklaring van de misdrijven:

- met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, en

- een afbeelding en gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben,

de TBS-maatregel met bevel van verpleging van overheidswege opgelegd.

De maatregel eindigt, behoudens verlenging, op 19 september 2015.

2 De stukken

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:

  • -

    het op 21 juli 2015 op grond van artikel 509o Wetboek van Strafvordering uitgebrachte advies, opgemaakt en ondertekend door drs. E.P.M.T. Brouns, plv. hoofd van de inrichting, psychiater en directeur patiëntenzorg en drs. A.C. Mellink, behandelcoördinator, allen verbonden aan de Pompestichting;

  • -

    de in artikel 509o Wetboek van Strafvordering bedoelde wettelijke aantekeningen over de periode van 12 februari 2014 tot 1 juni 2015.

3 De procedure

De vordering van de officier van justitie van 27 juli 2015 strekkende tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaren, is ter griffie van deze rechtbank ingekomen op 3 augustus 2015.

De vordering is behandeld tijdens het onderzoek in de openbare raadkamer van de rechtbank van 24 september 2015. De officier van justitie, mr. C. P. Dronkers en betrokkene, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. S. Marjanovic, advocaat in Den Haag, zijn op de vordering gehoord. Mevrouw W.J.P. Gaertner is als getuige-deskundige op de zitting gehoord.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie gepersisteerd bij zijn vordering

De raadsvrouw en betrokkene hebben verweer gevoerd tegen de vordering.

4 De beoordeling

Het advies van de kliniek

Betrokkene is een begaafd intelligente 64-jarige man bij wie sprake is van pedofilie van het exclusieve type. Voorts is sprake van een persoonlijkheidsstoornis NAO met narcistische trekken. Ook is er bij betrokkene mogelijk sprake van een chronische aanpassingsstoornis. De indexdelicten worden door betrokkene ontkend. De pedofilie wordt als enige stoornis door betrokkene zelf wel erkend. Betrokkene doet een sterk appèl op personeel van de Pompestichting om mee te werken zijn onschuld te bewijzen.

Het recidiverisico wordt als onverminderd hoog ingeschat, daar er nog onvolledig behandeld is. Zowel behandelinhoudelijk als gezien de kans op recidive lijkt het van belang dat betrokkene zich niet voortijdig kan onttrekken aan de forensische klinische behandeling, bestaande uit zowel behandeling als ook controle. Er is thans geen overeenstemming over de behandeling en de doelen. Betrokkene verleent medewerking aan onderzoek en diagnostiek. Diverse behandelingen zijn aan hem in de huidige kliniek aangeboden, maar deze hebben grotendeels (nog) geen voortzetting gevonden vanwege de verzettende houding van betrokkene ten aanzien van zijn terbeschikkingstelling en de daaraan verbonden behandeling. In lijn hiervan is er nog geen sprake van een verlofkader. Alvorens te kunnen komen tot de vraag of en op welke wijze resocialisatie op langere termijn zal worden ingezet, dient allereerst te worden bekeken of er overeenstemming kan worden bereikt in de behandeldoelen, en betrokkene bereid en vaardig is te komen tot het maken en naleven van afspraken aangaande behandeling. Pas indien behandelaars zicht hebben op de risicofactoren en met betrokkene overeenstemming hebben bereikt over afspraken en voorwaarden kan een aanvraag voor een eerste verlofmodaliteit worden ondersteund.

Geadviseerd wordt om de TBS-maatregel te verlengen met een periode van twee jaar.

Ter terechtzitting heeft de getuige-deskundige gepersisteerd bij het advies.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zijn vordering gehandhaafd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw en betrokkene hebben verweer gevoerd tegen de vordering. Zij verzoeken de rechtbank primair om de beslissing met drie maanden aan te houden. Over drie maanden zullen de - op kosten van betrokkene - uitgevoerde pro justitia rapportages (een psychologisch en psychiatrisch onderzoek) zijn afgerond. De raadsvrouw acht het van belang dat de rechtbank deze rapportages bij haar beoordeling betrekt. De raadsvrouw verzoekt de rechtbank subsidiair om de terbeschikkingstelling te verlengen met een jaar. Volgens de raadsvrouw is niet voldoende onderbouwd dat het recidiverisico hoog is. Betrokkene erkent dat er bij hem sprake is van pedofilie, maar hij onderdrukt deze voorkeur al jaren met succes, nu hij immers in al die jaren geen delicten heeft gepleegd.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat voorbij aan het verzoek van de raadsvrouw van betrokkene om aanhouding teneinde de nog te verschijnen pro justitia rapportages bij de beoordeling te betrekken. De rechtbank acht zich, gelet op de inhoud van het dossier en de ter terechtzitting gegeven toelichting van de getuige-deskundige Gaertner voornoemd, voldoende voorgelicht en is van oordeel dat het betrekken van aanvullende rapportages binnen deze procedure geen meerwaarde heeft.

De terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van een of meer misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank is van oordeel dat de terbeschikkingstelling behoort te worden verlengd, omdat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen dit eist.

De rechtbank stelt vast dat uit het advies van de kliniek naar voren komt dat bij een beëindiging van het TBS-kader het recidiverisico als hoog wordt ingeschat, aangezien betrokkene de door hem gepleegde delicten ontkent en de gedragingen vergoelijkt. Ook wordt het recidiverisico als hoog aangemerkt omdat betrokkene tot nu toe iedere verdere vorm van behandeling heeft geweigerd en hij in het verleden ambulante behandeling voortijdig heeft afgebroken. Gelet hierop acht de rechtbank een verlenging van de maatregel noodzakelijk.

De rechtbank stelt vast dat de behandeling van betrokkene zich in een impasse bevindt. Om het recidiverisico tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen, is het noodzakelijk dat betrokkene samen met de kliniek invulling gaat geven aan een behandeltraject. Gezien de ernst van de problematiek wordt een langdurige behandeling noodzakelijk geacht. Nu het behandeltraject van betrokkene op dit moment nagenoeg stil ligt, valt niet te verwachten dat zich binnen een jaar een relevante wijziging in de juridische status van betrokkene voordoet. Een verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar is daarom geïndiceerd.

5 De wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 38d, 38e van het Wetboek van Strafrecht, alsmede de artikelen 509o, 509p, 509s (juncto 509l, 509m) en 509t van het Wetboek van Strafvordering.

6 De beslissing

De rechtbank:

Wijst af het verzoek tot aanhouding.

Verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze beslissing is gegeven door mr. J.D. Blomhert, voorzitter, mr. C. Verdoold en

mr. M.H. van der Lecq, rechters, en in tegenwoordigheid van mr. M.H. Falkmann-Herber, griffier in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2015.

Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.