Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:4517

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
06-10-2015
Datum publicatie
06-10-2015
Zaaknummer
08/910001-15 en 08/730115-15
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2018:8457, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 45-jarige man uit Almelo tot 8 jaar cel voor doodslag, poging tot doodslag en een poging tot zware mishandeling. De man stak twee mannen neer in een vechtpartij tussen twee groepen aan de Sluitersveldssingel in Almelo op 24 januari 2015. Eén man overleed en de andere raakte zwaargewond. De rechtbank verwerpt het beroep op noodweer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummers: 08/910001-15 en 08/730115-15

Datum vonnis: 6 oktober 2015

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1970 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] ,

nu verblijvende in de P.I. Achterhoek, locatie Ooyerhoek in Zutphen.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 september 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. van Nes en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman

mr. R.F. Speijdel, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er ten aanzien van parketnummer 08/910001-15, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 24 januari 2015 in Almelo al dan niet samen met een ander of anderen en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd door die [slachtoffer 1] met een mes in het bovenlichaam te steken. Subsidiair is dit tenlastegelegd als openlijk geweld, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft;

feit 2: op 24 januari 2015 in Almelo al dan niet samen met een ander of anderen en al dan niet met voorbedachten rade heeft geprobeerd [slachtoffer 2] van het leven te beroven door die [slachtoffer 2] meerdere malen met een mes te steken. Subsidiair is dit tenlastegelegd als openlijk geweld, terwijl dat geweld zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft.

De verdenking komt er ten aanzien van parketnummer 08/730115-15, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 9 januari 2015 in Almelo heeft geprobeerd [slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen door die [slachtoffer 3] meerdere malen met de vuisten op het hoofd en in diens gezicht te stompen. Subsidiair is dit tenlastegelegd als een mishandeling.

Voluit luidt de tenlastelegging onder parketnummer 08/910001-15 aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 24 januari 2015 in de gemeente Almelo, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 1]

(geboren op [geboortedatum 2] 1969) opzettelijk, al dan niet met voorbedachten rade,

van het leven heeft beroofd, door die [slachtoffer 1] , al dan niet na kalm beraad en

rustig overleg, met een mes, althans met een scherp/puntig voorwerp, in het

(boven)lichaam te steken, waardoor die [slachtoffer 1] (kort daarna) is overleden;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 24 januari 2015 in de gemeente Almelo, openlijk, te weten

op of aan de openbare weg, de Sluitersveldssingel, in elk geval op of

aan een openbare weg en/of voor het publiek toegankelijke plaats of

in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten in een hal/portiek van

een flat, gelegen aan de Sluitersveldssingel [nummer] , in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2]

1969) en/of tegen een of meer ander(e) perso(o)n(en),

welk geweld bestond uit het slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen

en/of steken van die [slachtoffer 1] en/of die ander of anderen, welk geweld de dood

van die [slachtoffer 1] ten gevolge heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 24 januari 2015 in de gemeente Almelo, tezamen en

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

[slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] 1974) opzettelijk, al dan niet met

voorbedachten rade, van het leven te beroven, die [slachtoffer 2] , al dan niet na kalm

beraad en rustig overleg, met een mes, althans met een scherp/puntig voorwerp

meerdere malen, althans eenmaal, te steken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 24 januari 2015 in de gemeente Almelo, openlijk, te weten

op of aan de openbare weg, de Sluitersveldssingel, in elk geval op of

aan een openbare weg en/of voor het publiek toegankelijke plaats of

in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten in een hal/portiek van

een flat, gelegen aan de Sluitersveldssingel [nummer] , in vereniging

geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] ( [geboortedatum 3] 1974) en/of tegen

een of meer ander(e) perso(o)n(en),

welk geweld bestond uit het slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen

en/of een of meermalen steken van die [slachtoffer 2] en/of die ander of anderen, welk

geweld zwaar lichamelijk letsel, althans enig letsel voor die [slachtoffer 2] ten gevolge

heeft gehad;

Voluit luidt de tenlastelegging onder parketnummer 08/730115-15 aan de verdachte, dat:

hij op of omstreeks 09 januari 2015 te Almelo ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk

letsel toe te brengen die [slachtoffer 3] met kracht en met gebalde vuist(en), welke

vuist(en)(hand(en)) beiden voorzien was/waren van één of meer (grote)

ring(en), meermalen tegen diens gezicht en/of hoofd heeft geslagen en/of

gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 09 januari 2015 te Almelo [slachtoffer 3] heeft mishandeld door

die [slachtoffer 3] met kracht en met gebalde vuist(en), welke vuist(en)(hand(en)) beiden

voorzien was/waren van één of meer (grote) ring(en), meermalen tegen diens

gezicht en/of hoofd te slaan en/of stompen.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de feiten 1 primair en 2 primair onder parketnummer 08/910001-15- met vrijspraak van de tenlastegelegde voorbedachte raad - en voor het primaire feit onder parketnummer 08/730115-15 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren. De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd dat de civiele vorderingen van [benadeelde 1] , [slachtoffer 2] en [benadeelde 2] in het geheel worden toegewezen vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging daarbij van de schadevergoedingsmaatregel.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezen verklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die daarbij worden genoemd. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan1,2.

5.1

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Zowel de officier van justitie als de raadsman stelt zich op het standpunt dat verdachte de onder parketnummer 08/910001-15 sub 1 primair en sub 2 primair tenlastegelegde feiten en het onder parketnummer 08/730115-15 primair tenlastegelegde feit heeft gepleegd, met dien verstande dat verdachte met betrekking tot de onder parketnummer 08/910001-15 sub 1 primair en sub 2 primair tenlastegelegde voorbedachten rade dient te worden vrijgesproken. De rechtbank komt tot hetzelfde oordeel nu niet kan worden bewezen dat verdachte deze feiten na kalm beraad en rustig overleg heeft gepleegd.

Als bewijsmiddelen gelden ten aanzien van parketnummer 08/910001-15:

1. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 22 september 2015, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in art. 359, derde lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering (Sv);

2. Het geschrift van 17 april 2015 opgemaakt door arts en patholoog M. Buiskool, betreffende een pathologieonderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood;

3. Het proces-verbaal van bevindingen van verhoor van [slachtoffer 2] van 24 januari 2015, pagina 233;

4. Het geschrift van 6 maart 2015 opgemaakt door forensisch arts drs. A.A. van der Spaa betreffende een geneeskundige verklaring – letselbeschrijving van [slachtoffer 2] ;

Als bewijsmiddelen gelden ten aanzien van parketnummer 08/730115-15:

1. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 22 september 2015, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in art. 359, derde lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering (Sv);

2. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [slachtoffer 3] van 9 januari 2015, pagina’s 35 en 36;

3. De achter het proces-verbaal van verhoor van verdachte gevoegde medische gegevens betreffende [slachtoffer 3] , pagina 58.

5.2

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder parketnummer 08/910001-15 sub 1 primair en het sub 2 primair, met dien verstande dat:

1.

hij op 24 januari 2015 in de gemeente Almelo [slachtoffer 1]

(geboren op [geboortedatum 2] 1969) opzettelijk van het leven heeft beroofd door die [slachtoffer 1] met een mes in het bovenlichaam te steken waardoor die [slachtoffer 1] (kort daarna) is overleden;

2.

hij op 24 januari 2015 in de gemeente Almelo ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] (geboren op [geboortedatum 3] 1974) opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer 2] met een mes meerdere malen te steken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder parketnummer 08/730115-15 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 9 januari 2015 te Almelo ter uitvoering van het voorgenomen misdrijf om aan

[slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer 3] met kracht en met gebalde vuisten, welke vuisten beiden voorzien waren van grote ringen, meermalen in diens gezicht en tegen diens hoofd heeft gestompt, terwijl de uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 45, 287 en 302 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

ten aanzien van parketnummer 08/910001-15

feit 1 primair

het misdrijf: doodslag

feit 2 primair

het misdrijf: poging tot doodslag

ten aanzien van parketnummer 08/730115-15

primair

het misdrijf: poging tot zware mishandeling.

7 De strafbaarheid van de verdachte

7.1

De feiten 1 en 2 onder parketnummer 08/910001-15

7.1.1

De standpunten van de verdediging en de officier van justitie

De raadsman heeft bepleit dat – vooral gelet op de verklaringen die verdachte daar zelf over heeft afgelegd – genoegzaam is komen vast te staan dat verdachte zich aan de confrontatie op straat heeft willen onttrekken door de woning in te gaan, waarna de andere groep – waar het latere slachtoffer [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] deel van uitmaakten – hen met geweld is gevolgd tot in het flatgebouw en vervolgens de voordeur van de woning heeft vernield, waardoor een noodweersituatie is ontstaan waartegen verdachte zich mocht verdedigen. Hem komt daarom een beroep op noodweer toe.

Ten tijde van de aanval van [slachtoffer 2] was verdachte geestelijk al heel ver weg van de mogelijkheid om rationeel te kunnen afwegen. Hij verkeerde in een staat van een zeer hevige gemoedsbeweging, zodat hem een beroep op noodweerexces toekomt.

Aldus dient verdachte ter zake van beide feiten te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

De officier van justitie heeft gesteld dat het beroep op noodweer(exces) ter zake van beide feiten moet worden verworpen, nu deze verdediging niet noodzakelijk en geboden geweest.

7.1.2

De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.

Voor een geslaagd beroep op noodweer is vereist dat sprake is van (dreiging met) een ogenblikkelijke wederrechtelijk aanranding van het (eigen of eens anders) lijf, eerbaarheid of goed. Daarbij moet de wijze van verdedigen noodzakelijk en geboden zijn.

Gelet op de feiten en omstandigheden met betrekking tot feit 1 die vooral blijken uit de verklaringen van verdachte zelf, die hij ter zitting en op 17 februari 2015 bij de politie heeft afgelegd, dat [slachtoffer 1] geen mes bij zich had en dat verdachte zelf de deur van de woning heeft geopend en het trapportaal heeft betreden gewapend met een mes dat hij kort daarvoor uit de keukenla had gehaald, en aldus op dat moment de initiator was en daarmee aanvallend was gericht op een confrontatie, is de rechtbank van oordeel dat verdachte geen beroep op noodweer toekomt.

Daarnaast is de rechtbank op grond van de inhoud van het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting niet gebleken dat verdachte zich moest verdedigen tegen een aanval van [slachtoffer 2] .

Nu naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is van een noodweersituatie, komt verdachte geen beroep toe op noodweerexces.

7.2

Het feit onder parketnummer 08/730115-15

7.2.1

De standpunten van de verdediging en de officier van justitie

De verdediging heeft bepleit dat verdachte een beroep op noodweer dan wel noodweerexces toekomt nu verdachte en een ander onverhoeds door het slachtoffer werden aangevallen. Zelfs na het verliezen van het stuk hout door het slachtoffer is over en weer nog geslagen.

De officier van justitie heeft gesteld dat geen sprake is van een noodweersituatie, zodat het beroep op noodweer(exces) moet worden verworpen.

7.2.2

De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.

Voor een geslaagd beroep op noodweer is vereist, dat sprake is van (dreiging met) een ogenblikkelijke wederrechtelijk aanranding van het (eigen of eens anders) lijf, eerbaarheid of goed. Voorts dient de wijze van verdediging noodzakelijk en geboden te zijn.

De rechtbank is van oordeel dat, op het moment dat verdachte de deur opende en wegliep waarna het latere slachtoffer de woning inliep en verdachte en [naam] sloeg met een stuk hout, sprake was van een noodweersituatie waartegen verdachte zich mocht verdedigen.

Dat heeft verdachte ook gedaan door het slachtoffer te slaan. Echter, verdachte bleef het slachtoffer slaan, zelfs op het moment dat het slachtoffer op de grond lag. Daarover heeft verdachte zelf verklaard dat hij het slachtoffer dertig tot veertig vuistslagen heeft toegediend en dat het wel wat minder had gekund, maar dat hij ontzettend boos was en om die reden bleef slaan.

De rechtbank is van oordeel dat op dat moment de noodweersituatie beëindigd was, zodat het voor verdachte niet meer noodzakelijk was om zichzelf en [naam] te verdedigen.

De rechtbank is daarnaast niet gebleken dat sprake was van een dusdanige heftige gemoedsbeweging dat verdachte een beroep op noodweerexces toekomt.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte, een voormalig bokser, heeft zich op 9 januari 2015 schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van [slachtoffer 3] door hem tientallen vuistslagen in het gezicht en tegen het hoofd te geven.

Vervolgens heeft verdachte zich op 24 januari 2015 schuldig gemaakt aan doodslag en een poging tot doodslag. Die avond/nacht is ruzie ontstaan tussen twee groepen jongeren. Een ruzie, die verdachte niet raakte, maar waarin hij – maar ook andere volwassenen – heeft gemeend zich te moeten mengen. Dit heeft er uiteindelijk in geresulteerd dat verdachte [slachtoffer 1] heeft doodgestoken en [slachtoffer 2] heeft geprobeerd dood te steken. De dood van [slachtoffer 1] betekent een groot verlies en een blijvend verdriet voor zijn gezin en naaste familieleden en vrienden. Dat is tijdens de zitting treffend verwoord door de zuster van [slachtoffer 1] die gebruik maakte van het spreekrecht en door een medewerkster van slachtofferhulp, die namens de vrouw en zoon van [slachtoffer 1] schriftelijke slachtofferverklaringen heeft voorgedragen. Dat de gevolgen voor [slachtoffer 2] niet (nog) ernstiger waren, is geenszins een verdienste van verdachte geweest.

Door het plegen van deze feiten, en met name de doodslag op [slachtoffer 1] en de poging daartoe op [slachtoffer 2] , heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan één van de ernstigste misdrijven die onze samenleving kent, behorende tot een categorie strafbare feiten die een ernstige inbreuk maken op de rechtsorde en die hevige gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaken. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Op het plegen van dergelijke feiten kan naar het oordeel van de rechtbank ook niet anders worden gereageerd dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een aanmerkelijke duur. De rechtbank houdt daarbij wel rekening met het feit dat de groep waarin de slachtoffers zich bevonden ook een bijdrage heeft geleverd aan de verdere escalatie van het conflict, hetgeen overigens geen enkele rechtvaardiging is voor het handelen van verdachte.

Bij de beslissing over de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank allereerst in aanmerking genomen dat verdachte reeds meermalen met politie en justitie in aanraking is geweest, maar niet eerder wegens soortgelijke feiten.

Daarnaast is over de persoon van verdachte een psychologisch rapport opgemaakt door

mr. drs. R.A. Sterk op 5 juni 2015 waaruit naar voren komt dat bij verdachte geen sprake is van een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens.

Dit brengt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar is te achten ten tijde van het plegen van de feiten. Over verdachte is daarnaast een rapportage opgemaakt door M. Bijlsma-Mulder, reclasseringswerker bij de Reclassering Nederland op 19 juni 2015. Uit deze rapportage komt naar voren dat het alcoholgebruik van verdachte de reclassering zorgen baart. Indien hieraan niets verandert acht de reclassering de kans op herhaling aanwezig. De rechtbank neemt deze conclusies over.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren dient te worden opgelegd, met aftrek van de door verdachte in voorarrest doorgebrachte tijd.

9 De schade van benadeelden

[benadeelde 2] en [benadeelde 1] , beiden wonende te [adres 1] , en [slachtoffer 2] , wonende te [adres 2] hebben zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces.

De rechtbank is van oordeel dat uit de inhoud van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting gebleken is dat het ontstaan van de ruzie tussen verdachte en de groep waarin zich [slachtoffer 1] , en [slachtoffer 2] bevonden tenminste voor een deel aan het optreden van de genoemde personen te wijten is geweest. Ook de benadeelde partij [benadeelde 1] maakte deel uit van deze groep. De rechtbank is van oordeel dat nader onderzoek naar de mate van schuld van alle betrokkenen en naar de verdeling van de schade tussen verdachte en de benadeelden, een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Gelet hierop zal de rechtbank de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen verklaren.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27 en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het sub 1 primair en sub 2 primair tenlastegelegde onder parketnummer 08/910001-15 en het primair tenlastegelegde onder parketnummer 08/730115-15 heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
    ten aanzien van parketnummer 08/910001-15

feit 1 primair

het misdrijf: doodslag;

feit 2 primair

het misdrijf: poging tot doodslag;

ten aanzien van parketnummer 08/730115-15

primair

het misdrijf: poging tot zware mishandeling;

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 8 (acht) jaren;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij: [benadeelde 2] , wonende te [adres 1] in het geheel niet-ontvankelijk is in haar vordering en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij: [benadeelde 1] , wonende te [adres 1] in het geheel niet-ontvankelijk is in zijn vordering en dat hij die vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

  • -

    bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 2] , wonende te [adres 2] in het geheel niet-ontvankelijk is in zijn vordering en dat hij die vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Stoové, voorzitter, mr. E. Venekatte en

mr. B.T.C. Jordaans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.M. Hoek, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2015.

1 Wanneer hierna in de zaak onder parketnummer 08/910001-15 wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie, eenheid Oost-Nederland, districtsrecherche Twente, TGO Duingazelle met nummer 2015040873 van 22 juli 2015. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Wanneer hierna in de zaak onder parketnummer 08/730115-15 wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie, Eenheid Oost-Nederland, district Twente met nummer 2015110244 van 5 maart 2015. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.