Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:4423

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-09-2015
Datum publicatie
28-09-2015
Zaaknummer
08/994500-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft runderen niet gemeld aan het I & R systeem en jonge runderen afgevoerd van een verzamelcentra naar een bedrijf waar deze jonge runderen niet naar toe afgevoerd mochten worden.

Gelet op het potentiële gevaar voor de diergezondheid en de volksgezondheid dat van het handelen van verdachte is uitgegaan, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een geldboete van substantiële omvang moet worden opgelegd.

Alles afwegende acht de rechtbank het passend en geboden dat verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 50.000,-- , waarvan als waarschuwing voor de toekomst een bedrag van € 25.000,-- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/994500-15

Datum vonnis: 18 september 2015

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] V.O.F.,

gevestigd in [plaats 1] , [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

4 september 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Buist en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. W.J. Th. Bustin, advocaat te Veendam, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: 14 runderen niet tijdig heeft gemeld aan het verplichte registratiesysteem;

feit 2: 72 runderen niet tijdig heeft gemeld aan het verplichte registratiesysteem;

feit 3: 72 kalveren niet rechtstreeks heeft afgevoerd naar een slachterij of mesterij ex artikel 45 eerste lid van de Regeling;

feit 4: 3 runderen niet tijdig heeft gemeld aan het verplichte registratiesysteem;

feit 5: 5 runderen niet tijdig heeft gemeld aan het verplichte registratiesysteem.

Voluit luidt de tenlastelegging dat:

1.

verdachte op of omstreeks 23 mei 2013, althans in of omstreeks de maand mei

2013, althans in of omstreeks het jaar 2013, in de gemeente Opsterland,

althans in Nederland, al dan niet opzettelijk, heeft gehandeld in strijd met

artikel 23 eerste lid en onder e vierde gedachtenstreepje van de Regeling

preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen

en TSE’S, immers heeft verdachte toen op het erkende verzamelcentrum op de

locatie [adres] te [plaats 1] niet voldaan aan het gestelde in artikel

20, eerste lid en artikel 39 van de Regeling identificatie en registratie van

dieren;

verdachte heeft toen 14 runderen, althans 3 runderen, in elk geval een of meer

runderen gehouden en/of verhandeld en/of aangevoerd en/of afgevoerd (zulks)

terwijl die runderen / dat rund niet overeenkomstig de Regeling identificatie

en registratie van dieren was/waren geïdentificeerd en/of geregistreerd,

immers was / waren - zakelijk weergegeven - het houden en/of de aanvoer en/of

de afvoer van die runderen niet overeenkomstig het gestelde in artikel 20,

eerste lid van genoemde regeling binnen 3 werkdagen na die gebeurtenis (sen)

gemeld aan het I & R systeem;

2.

verdachte in of omstreeks de periode van februari 2013 tot en met mei 2013,

althans in of omstreeks het jaar 2013, in de gemeente Opsterland, althans in

Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen,

al dan niet opzettelijk, heeft gehandeld in strijd met artikel 23 eerste lid

en onder e, vierde gedachtenstreepje van de Regeling preventie, bestrijding en

monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, immers heeft /

hebben verdachte en/of verdachtes mededader(s) toen op het erkende

verzamelcentrum op de locatie [adres] te [plaats 1] niet voldaan aan

het gestelde in artikel 20, eerste lid en artikel 39 van de Regeling

identificatie en registratie van dieren;

verdachte en/of verdachtes mededader(s) heeft / hebben toen 72 runderen,

althans 69 runderen, in elk geval een of meer runderen gehouden en/of

verhandeld en/of aangevoerd en/of afgevoerd (zulks) terwijl die runderen / dat

rund niet overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren

was/waren geïdentificeerd en/of geregistreerd, immers was / waren - zakelijk

weergegeven - het houden en/of de aanvoer en/of de afvoer van die runderen

niet overeenkomstig het gestelde in artikel 20, eerste lid van genoemde

regeling binnen 3 werkdagen na die gebeurtenis(sen) gemeld aan het I & R

systeem;

3.

verdachte in of omstreeks de periode van 20 februari 2013 tot en met 21 mei

2013, althans in of omstreeks het jaar 2013, in de gemeente Opsterland,

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander,

althans alleen, al dan niet opzettelijk, heeft gehandeld in strijd met artikel

45 eerste lid van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van

besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, immers heeft / hebben

verdachte en/of verdachtes mededader(s) toen 72 runderen jonger dan 12

maanden, althans 69 runderen jonger dan 12 maanden, in elk geval een of meer

runderen jonger dan 12 maanden, van het erkende verzamelcentrum op de locatie

[adres] te [plaats 1] (al dan niet rechtstreeks) afgevoerd naar het

(vee)bedrijf van [naam] te te [plaats 2] , niet zijnde (zakelijk weergegeven) een bedrijf of een in Nederland gelegen mesterij, zo als bedoeld

in artikel 45 eerste lid van de Regeling preventie, bestrijding en montoring

van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s;

4.

verdachte in of omstreeks de maand augustus 2013, althans in of omstreeks het

jaar 2013, in de gemeente Opsterland, althans in Nederland, al dan niet

opzettelijk, heeft gehandeld in strijd met artikel 23 eerste lid en onder e

vierde gedachtenstreepje van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring

van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, immers heeft verdachte

toen op het erkende verzamelcentrum op de locatie [adres] te [plaats 1]

niet voldaan aan het gestelde in artikel 20, eerste lid en artikel 39 van de

Regeling identificatie en registratie van dieren;

verdachte heeft toen 3 runderen, in elk geval een of meer runderen gehouden

en/of verhandeld en/of aangevoerd en/of afgevoerd (zulks) terwijl die runderen

/ dat rund niet overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van

dieren was/waren geïdentificeerd en/of geregistreerd, immers was / waren -

zakelijk weergegeven - het houden en/of de aanvoer en/of de afvoer van die

runderen niet overeenkomstig het gestelde in artikel 20, eerste lid van

genoemde regeling binnen 3 werkdagen na die gebeurtenis(sen) gemeld aan het I

& R systeem;

5.

verdachte in of omstreeks de maand mei 2013, althans in of omstreeks het jaar

2013, in de gemeente Opsterland, althans in Nederland, al dan niet

opzettelijk, heeft gehandeld in strijd met artikel 23 eerste lid en onder e

vierde gedachtenstreepje van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring

van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, immers heeft verdachte

toen op het erkende verzamelcentrum op de locatie [adres] te [plaats 1]

niet voldaan aan het gestelde in artikel 20, eerste lid en artikel 39 van de

Regeling identificatie en registratie van dieren;

verdachte heeft toen 5 runderen, in elk geval een of meer runderen en/of gehouden verhandeld en/of aangevoerd en/of afgevoerd (zulks) terwijl die runderen / dat rund niet overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren was/waren geïdentificeerd en/of geregistreerd, immers was / waren - zakelijk weergegeven - het houden en/of de aanvoer en/of de afvoer van die runderen niet overeenkomstig het gestelde in artikel 20, eerste lid van genoemde regeling binnen 3 werkdagen na die gebeurtenis(sen) gemeld aan het I & R systeem.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot het betalen van een geldboete van € 70.000,--.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de ten laste gelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie en de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat de feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard, gelet op het dossier en de bekennende verklaring van verdachte ter zitting.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank is evenals de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat verdachte de onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten als na te melden heeft gepleegd.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens haar geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

Ten aanzien van feit 1:

1. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv, voor zover van belang;

2. Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , beiden in de functie van inspecteur als opsporingsambtenaar werkzaam bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken, van 16 juni 2014, blz. 1105 t/m 1110, voor zover van belang;

Ten aanzien van feit 2:

3. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv, voor zover van belang;

4. Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , beiden in de functie van inspecteur als opsporingsambtenaar werkzaam bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken, van 16 juni 2014, blz. 1281 t/m 1285, voor zover van belang;

Ten aanzien van feit 3:

5. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv, voor zover van belang;

6. Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , beiden in de functie van inspecteur als opsporingsambtenaar werkzaam bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken, van 16 juni 2014, blz. 1281 t/m 1285, voor zover van belang;

Ten aanzien van feit 4:

7. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv, voor zover van belang;

8. Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 3] en [verbalisant 2] , beiden in de functie van inspecteur als opsporingsambtenaar werkzaam bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken, van 16 juni 2014, blz. 1482 t/m 1486, voor zover van belang;

Ten aanzien van feit 5:

9. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin Sv, voor zover van belang;

10. Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , beiden in de functie van inspecteur als opsporingsambtenaar werkzaam bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken, van 28 mei 2014, blz. 1671 t/m 1677, voor zover van belang.

5.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

verdachte in de maand mei 2013, in de gemeente Opsterland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met artikel 23 eerste lid en onder e vierde gedachtestreepje van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen

en TSE’S, immers heeft verdachte toen op het erkende verzamelcentrum op de locatie [adres] te [plaats 1] niet voldaan aan het gestelde in artikel 20, eerste lid en artikel 39 van de Regeling identificatie en registratie van dieren; verdachte heeft toen 14 runderen aangevoerd en afgevoerd zulks terwijl die runderen niet overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren waren geïdentificeerd en geregistreerd, immers waren - zakelijk weergegeven - de aanvoer en de afvoer van die runderen niet overeenkomstig het gestelde in artikel 20, eerste lid van genoemde regeling binnen 3 werkdagen na die gebeurtenissen gemeld aan het I & R systeem;

2.

verdachte in de periode van februari 2013 tot en met mei 2013, in de gemeente Opsterland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met artikel 23 eerste lid en onder e, vierde gedachtestreepje van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, immers heeft verdachte toen op het erkende verzamelcentrum op de locatie [adres] te [plaats 1] niet voldaan aan het gestelde in artikel 20, eerste lid en artikel 39 van de Regeling identificatie en registratie van dieren; verdachte heeft toen 72 runderen aangevoerd en afgevoerd zulks terwijl die runderen niet overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren waren geïdentificeerd en geregistreerd, immers waren - zakelijk weergegeven - de aanvoer en de afvoer van die runderen niet overeenkomstig het gestelde in artikel 20, eerste lid van genoemde regeling binnen 3 werkdagen na die gebeurtenissen gemeld aan het I & R systeem;

3.

verdachte in de periode van 20 februari 2013 tot en met 21 mei 2013, in de gemeente Opsterland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met artikel 45 eerste lid van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, immers heeft verdachte toen 72 runderen jonger dan 12 maanden, van het erkende verzamelcentrum op de locatie [adres] te [plaats 1] (al dan niet rechtstreeks) afgevoerd naar het veebedrijf van [naam] te [plaats 2] , niet zijnde - zakelijk weergegeven - een bedrijf of een in Nederland gelegen mesterij, zoals bedoeld in artikel 45 eerste lid van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s;

4.

verdachte in de maand augustus 2013, in de gemeente Opsterland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met artikel 23 eerste lid en onder e vierde gedachtestreepje van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, immers heeft verdachte toen op het erkende verzamelcentrum op de locatie [adres] te [plaats 1] niet voldaan aan het gestelde in artikel 20, eerste lid en artikel 39 van de Regeling identificatie en registratie van dieren; verdachte heeft toen 3 runderen aangevoerd en afgevoerd zulks terwijl die runderen niet overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren waren geïdentificeerd en geregistreerd, immers waren - zakelijk weergegeven - de aanvoer en de afvoer van die runderen niet overeenkomstig het gestelde in artikel 20, eerste lid van genoemde regeling binnen 3 werkdagen na die gebeurtenissen gemeld aan het I & R systeem;

5.

verdachte in de maand mei 2013, in de gemeente Opsterland, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met artikel 23 eerste lid en onder e vierde gedachtestreepje van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s, immers heeft verdachte toen op het erkende verzamelcentrum op de locatie [adres] te [plaats 1] niet voldaan aan het gestelde in artikel 20, eerste lid en artikel 39 van de Regeling identificatie en registratie van dieren; verdachte heeft toen 5 runderen aangevoerd en afgevoerd zulks terwijl die runderen niet overeenkomstig de Regeling identificatie en registratie van dieren waren geïdentificeerd en geregistreerd, immers waren - zakelijk weergegeven - de aanvoer en de afvoer van die runderen niet overeenkomstig het gestelde in artikel 20, eerste lid van genoemde regeling binnen 3 werkdagen na die gebeurtenissen gemeld aan het I & R systeem.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in haar verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij haar daarvan in zoverre zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 1 en 6 van de Wet op de Economische Delicten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feiten 1, 2, 4 en 5, telkens

het misdrijf: overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 17, eerste lid, aanhef en onder a en b van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, opzettelijk begaan door een rechtspersoon;

feit 3

het misdrijf: overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 17, tweede lid, aanhef en onder c van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, opzettelijk begaan door een rechtspersoon.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

[verdachte] V.O.F heeft runderen niet gemeld aan het I & R systeem en jonge runderen afgevoerd van een verzamelcentra naar een bedrijf waar deze jonge runderen niet naar toe afgevoerd mochten worden. Bij het opstellen van de Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s heeft de wetgever de risico’s van verspreiding van besmettelijke dierziekten zoveel mogelijk in te perken en daarmee leed voor dieren en maatschappelijke schade te voorkomen voor ogen gehad. Verdachte heeft hiervoor onvoldoende oog gehad. Het feit dat er geen ziektes zijn uitgebroken is niet een verdienste van verdachte maar is eerder het gevolg van de strikte naleving van de regels door de andere ondernemers in de branche.

Door de overheid zijn regels gesteld die strekken tot uitvoering van nationaal en Europees beleid dat tot doel heeft om ziektes te weren of de verspreiding van ziekteverwekkers te voorkomen. Ter voorkoming of bestrijding van besmettelijke ziekten op Nederlands grondgebied of bij uitbraak of verdenking daarvan in Europese lidstaten of elders moeten acuut maatregelen kunnen worden genomen. Dieren kunnen drager zijn van ziekten die onder omstandigheden een risico vormen voor de gezondheid van de mens en de kwaliteit van het voedsel. Door middel van preventieve maatregelen en een goede monitoring moet worden voorkomen dat dieren drager zijn van ziekten en ziekten overdragen aan andere dieren. Met het oog op de bescherming van de volksgezondheid, de diergezondheid of het milieu is het nodig dat snel en nauwkeurig aan de opgelegde regels wordt voldaan. Met de preventieve maatregelen wordt beoogd de insleep van ziekteverwekkers te voorkomen. Daarnaast hebben de preventieve maatregelen tot doel de verspreiding van dierziekten te voorkomen.

De regels over diergezondheid bevatten verplichtingen met betrekking tot de identificatie en registratie van dieren. Met het oog op het doen van snel en efficiënt onderzoek naar de aanwezigheid van ziekteverwekkers en het voorkomen van dierziekten kan het nodig zijn om snel te weten waar een dier vandaan komt, zodat tijdig maatregelen kunnen worden genomen ter voorkoming van verdere verspreiding van een ziekte. Hierbij moet gedacht worden aan onderzoeken op veehouderijen en andere ruimten waar dieren aanwezig zijn. Wanneer de gestelde regels niet worden nageleefd, kan dit ernstige nadelige gevolgen hebben voor de Nederlandse veestapel en voor de handel in dieren en dierproducten naar het buitenland.

De houder van dieren is als eerste verantwoordelijk voor zijn dieren. Verdachte kan door de grote hoeveelheden dieren waarvan hij gedurende enige tijd houder is, een belangrijke rol spelen bij de verspreiding van ziekteverwekkers en ook bij het voorkomen van dierziekten. Het is van het grootste belang dat door verdachte de gestelde regels zorgvuldig worden nageleefd. Van verdachte mag worden verwacht dat hij doordrongen is van het grote belang van de naleving van de regels en dat hij in het bedrijf waarin hij leiding geeft de nodige maatregelen treft voor een nauwgezette uitvoering van de wettelijke bepalingen. Verdachte heeft, door de dieren weliswaar te (laten) scannen, maar de runderen vervolgens niet te melden aan het I & R systeem, de dieren (tijdelijk) niet traceerbaar gemaakt. Door het niet zorgvuldig naleven van de regels met betrekking tot de identificatie en registratie van dieren en bepalingen ten aanzien van de aan- en afvoer van dieren, heeft verdachte de volksgezondheid en de diergezondheid in potentie op ernstige wijze in gevaar gebracht.

Gelet op het potentiële gevaar voor de diergezondheid en de volksgezondheid dat van het handelen van verdachte is uitgegaan, is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een geldboete van substantiële omvang moet worden opgelegd. Aangenomen mag immers worden dat economische motieven (mede) aan het handelen van verdachte ten grondslag hebben gelegen.

Bij de strafbepaling houdt de rechtbank in het voordeel van verdachte rekening met de omstandigheid dat hij niet eerder is veroordeeld. Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat het in de onderhavige zaak gaat om feiten die dateren van 2013.

Alles afwegende acht de rechtbank het passend en geboden dat verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 50.000,-- , waarvan als waarschuwing voor de toekomst een bedrag van € 25.000,-- voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 51, 57 en 91 Strafrecht, artikel 17 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en de artikelen 16, 23 en 45 Regeling preventie, bestrijding en monitoring van besmettelijke dierziekten en zoönosen en TSE’s.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

  • -

    de feiten 1, 2, 4 en 5: overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 17, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, opzettelijk begaan door een rechtspersoon;


feit 3: overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 17, tweede lid, aanhef en onder c, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, opzettelijk begaan door een rechtspersoon;

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling van een geldboete van € 50.000,-- (vijftigduizend euro), waarvan € 25.000,-- (vijfentwintigduizend euro) voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. F.C. Berg en mr. S.K. Huisman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Akfidan-Turan, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 september 2015.

Mr. M. Melaard is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.