Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:4383

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
24-09-2015
Datum publicatie
25-09-2015
Zaaknummer
08.952156-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt twee straatovervallers uit Nieuwegein tot een gevangenisstraf van 5 jaar. Zij zijn schuldig aan diefstal met geweld van twee zichtbaar kwetsbare, hoogbejaarde mensen in Zwolle op 27 juli 2014. Gezien de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het heeft plaatsgevonden legt de rechtbank een hogere straf op dan de eis en legt ook het reclasseringsadvies van een gedeeltelijk voorwaardelijke straf naast zich neer.

Het was een berekende actie. Deze diefstal vond plaats op klaarlichte dag en op een afgelegen plek. De slachtoffers bewogen zich, door hun fysieke beperkingen, voort op hun scootmobielen. Nadat geweld was gebruikt om de buit te verkrijgen, lag het ene slachtoffer onder haar omgevallen scootmobiel en het andere slachtoffer in een (droogstaande) steile sloot waar hij niet uit kon komen.

De mannen hebben de slachtoffers hulpeloos achtergelaten en zijn met hun buit op de scooter weggereden. Dit handelen getuigt van een mentaliteit die puur gericht is op geldelijk gewin en waarbij, als het erop aan komt, op lichtzinnige wijze de lichamelijke integriteit en veiligheid van een ander als irrelevante factoren worden weggecijferd.

De rechtbank rekent verdachten deze handelwijze zeer zwaar aan, te meer nu zij hiervoor geen enkele verantwoordelijkheid hebben genomen. Het betreft een zeer ernstig strafbaar feit, waarvoor een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf gerechtvaardigd is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.952156-15

Datum vonnis: 24 september 2015

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [woonplaats] ,

thans verblijvende in de PI Alphen aan den Rijn EMD te Alphen aan den Rijn.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 10 september 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.C. Pol en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. R.P van der Graaf, advocaat te Utrecht, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich samen met zijn medeverdachte, [medeverdachte] , heeft schuldig gemaakt aan diefstal van sieraden van [slachtoffer 1] waarbij geweld is gebruikt tegen [slachtoffer 1] en haar echtgenoot, [slachtoffer 2] .

Voluit luidt de tenlastelegging, na wijziging daarvan, aan de verdachte, dat:

primair:
hij op of omstreeks 27 juli 2014 te Zwolle, op de openbare weg (namelijk op de Aalvangersweg ), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen sieraden te weten een (gouden) armband en/of een (gouden) ketting en/of een (goudkleurig double) dameshorloge, althans (enig) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of de partner van deze [slachtoffer 1] zijnde [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader(s)

- zittende op hun scooter naast die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] zijn gaan en/of blijven rijden en/of (vervolgens) de woorden heeft/hebben geuit "Geef maar af, geef maar af" en/of "Geef maar gauw" en/of

- de partner van [slachtoffer 1] zijnde [slachtoffer 2] in totaal vier malen of meerdere malen, althans éénmaal in/tegen de borst(streek) en/of in/tegen de buik en/of elders in/tegen het lichaam heeft/hebben getrapt en/of geschopt en/of geslagen en/of

- deze [slachtoffer 1] van haar scootmobiel heeft/hebben geduwd en/of getrokken en/of

- de (gouden) ketting van de hals danwel nek van die [slachtoffer 1] heeft/hebben getrokken;

subsidiair:
[medeverdachte] op of omstreeks 27 juli 2014 te Zwolle, gemeente Zwolle, op de openbare weg (namelijk op de Aalvangersweg ), althans in Nederland,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen sieraden te weten een (gouden) armband en/of een (gouden) ketting en/of een (goudkleurig double) dameshorloge, althans (enig) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan [medeverdachte] ,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] en/of de partner van deze [slachtoffer 1] zijnde [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij

- zittende op zijn scooter naast die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is gaan en/of blijven rijden en/of (vervolgens) de woorden heeft/hebben geuit “Geef maar af, geef maar af” en/of “Geef maar gauw” en/of

- de partner van [slachtoffer 1] zijnde [slachtoffer 2] in totaal vier malen of meerdere malen, althans éénmaal in/tegen de borst(streek) en/of in/tegen de buik en/of elders in/tegen het lichaam heeft/hebben getrapt en/of geschopt en/of geslagen en/of

- deze [slachtoffer 1] van haar scootmobiel heeft geduwd en/of getrokken en/of

- de (gouden) ketting van de hals danwel nek van die [slachtoffer 1] heeft getrokken,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte

op of omstreeks 27 juli 2014 te Zwolle, gemeente Zwolle, althans te Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaf en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- de scooter te hebben bestuurd en/of naaste deze [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] is gaan rijden en/of blijven rijden en/of

- als bestuurder (zittende op de scooter) te hebben gewacht tot het moment dat [medeverdachte] de sieraden wederrechtelijk had toegeëigend en/of wilde vertrekken en/of

- (vervolgens) weg te zijn gereden met deze scooter en/of die [medeverdachte] te hebben weggebracht.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

4.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie vindt bewezen dat verdachte en medeverdachte een rol hebben gehad in de diefstal met geweld. De officier van justitie heeft vrijspraak van het primair ten laste gelegde gevorderd en geconcludeerd dat het subsidiair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Dit volgt volgens hem uit de verklaringen van getuige [getuige 1] , die worden ondersteund door de aangiften van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , de verklaringen van de getuigen [getuige 2] , [getuige 3] , [getuige 4] , [getuige 5] en [getuige 6] , en door de technische gegevens van de mobiele telefoons van verdachte en medeverdachte en de pintransacties van medeverdachte.

Dat [getuige 1] meer geld wilde dan het tipgeld maakt zijn verklaring niet onjuist. Ook is er geen goede reden te bedenken waarom [getuige 1] het geweld toedicht aan medeverdachte, die hij niet goed kent, en niet aan verdachte, met wie hij een geschil heeft.

Het openbaar ministerie stelt zich op het standpunt dat medeverdachte het geweld heeft gepleegd en dat verdachte de scooter slechts heeft bestuurd. Er is daarom geen sprake van medeplegen, maar van medeplichtigheid.

De raadsman van verdachte heeft vrijspraak bepleit van het primair en subsidiair ten laste gelegde feit. Subsidiair heeft de raadsman verzocht verdachte vrij te spreken van de geweldscomponenten. Hij heeft daartoe, kort en zakelijk samengevat, aangevoerd dat de verklaring van [getuige 1] als onbetrouwbaar ter zijde dient te worden geschoven en niet kan worden gebruikt voor het bewijs. [getuige 1] heeft zeer tegenstrijdig verklaard en heeft een bijzondere interesse in het tipgeld. Daarnaast heeft [getuige 1] een conflict met zijn cliënt en heeft hij hem per sms bedreigd. Zowel ten aanzien van de motorscooter als van het signalement van de verdachten wordt zeer wisselend verklaard. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of zijn cliënt aan de gegeven signalementen voldoet en of de gevonden scooter de scooter is waarmee de beroving is gepleegd. Het scenario dat er meerdere blauwe motorscooters in de buurt van het plaats delict waren kan dan ook niet worden uitgesloten, aldus de raadsman.

4.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben, ieder voor zich, aangifte gedaan van diefstal met geweld door twee jongemannen op een scooter. Zij hebben verklaard dat zij op zondag 27 juli 2014 tussen 15.52 uur en 16.00 uur op hun scootmobielen reden op de Aalvangersweg te Zwolle. Een scooter met daarop twee jongemannen was hen daarvoor een paar maal voorbijgereden. De scooter stopte naast de aangevers en de bijrijder kwam op [slachtoffer 1] af. Hij pakte het stuur van de scootmobiel vast en zei: “Doe dat gauw af, gauw af doen”. Hij wees daarbij naar het horloge en de armband om de polsen van [slachtoffer 1] . [slachtoffer 2] kwam lopend richting [slachtoffer 1] en de bijrijder om zijn vrouw te helpen. De bijrijder liet de scootmobiel los, waarna deze omviel in de berm en [slachtoffer 1] onder de scootmobiel terecht kwam. Ondertussen trapte de bijrijder [slachtoffer 2] twee maal op zijn borst en twee maal in zijn buik. Door de laatste trap kwam [slachtoffer 2] in de sloot naast de weg terecht. De kant van deze sloot was zo steil dat [slachtoffer 2] er niet op eigen kracht uit kon komen. De bijrijder liep vervolgens terug naar [slachtoffer 1] , die op de grond lag, en trok de armband en het horloge van haar polsen. Ook trok hij de ketting van haar hals. Vervolgens stapte hij achterop de scooter en reden de mannen weg.

Verdachte heeft iedere betrokkenheid bij deze diefstal met geweld ontkend en zich voor een belangrijk deel op zijn zwijgrecht beroepen. De rechtbank overweegt omtrent het daderschap het volgende.

[slachtoffer 1] heeft de bijrijder op de scooter als volgt beschreven: een jonge man van ongeveer midden 20, een beetje krullend kort donker haar, blank maar gebruinde huid, lengte tussen 1.75 m en 1.80 m. Hij praatte Nederlands.

Volgens [slachtoffer 2] was de bijrijder een man van rond de 20 jaar die Nederlands sprak, waren beide mannen zo’n 1.85 m lang en reden de mannen op een blauwe bromfiets, een soort motor.

Getuige [getuige 2] kwam als passagier, gezeten voorin in de auto, vlak na het voorval aangereden. Zij zag een scooter rijden met daarop twee blanke jongens, beiden met kort stekelig blond haar, van rond de 18 jaar oud. De bestuurder droeg een grijs soort vest. Op basis van haar beschrijving is een compositietekening gemaakt van de bestuurder van de scooter en van het vest dat hij droeg.

Getuige [getuige 7] heeft een scooter en de aangevers vlak voor het voorval gezien terwijl hij in zijn auto de Aalvangersweg op wilde rijden. Hij heeft gezien dat de scooter blauw van kleur was en dat er een kentekenplaat op zat, beginnend met de letter ‘M’.

De echtgenote van [getuige 7] , [getuige 8] , zat ook in de auto. Zij beschrijft de bijrijder als een jonge man, rond de 20 jaar oud, blank en bruine ogen. De scooter was blauw en had aan de achterkant een grote gele kentekenplaat.

Getuige [getuige 3] , brigadier van de politie, die op de Hollewandsweg fietste, heeft een scooter met daarop twee manspersonen vanaf de Wijheseweg/ Aalvangersweg zien aankomen, waarna deze haar passeerde. De scooter reed opvallend hard, rond de 60 km per uur. De scooter was glimmend donkerblauw van kleur, had een redelijk hoog windscherm aan de voorzijde en maakte een redelijk zwaar brommend geluid.

De bestuurder was een man van tussen de 18 en 35 jaar oud, blanke huidskleur, normaal postuur, lengte ongeveer 1.80 m. De bijrijder was een man van tussen de 18 en 35 jaar oud, licht getinte huidskleur, normaal postuur, lengte ongeveer 1.80 m.

[getuige 1] heeft verklaard dat verdachte en medeverdachte in de nacht van 26 op 27 juli 2014 bij hem en zijn vriendin in Zwolle hebben gelogeerd. Volgens [getuige 1] werd hij zondag 27 juli 2014 om 11.00 uur wakker. Op dat moment waren verdachte en medeverdachte niet in de woning aanwezig. Ook was de motorscooter van verdachte, die in de berging van de woning van [getuige 1] en [getuige 4] stond, weg. [getuige 1] heeft geprobeerd te bellen op het telefoonnummer van medeverdachte maar kreeg geen gehoor. Verdachte en medeverdachte zijn enkele uren weggeweest en kwamen rond 16.00 uur terug. Ze waren niet heel goed gehumeurd en vertelden dat ze ergens hadden ingebroken, dat ze werden overlopen en dat de buit daarvan nogal tegenviel. [getuige 1] heeft verdachte en medeverdachte vervolgens met de auto naar Utrecht gebracht. Onderweg zijn ze gestopt bij een tankstation. In de auto heeft [getuige 1] sieraden (een gouden kettinkje en een dameshorloge van namaakgoud) gezien doordat medeverdachte, die achterin zat, deze gaf aan verdachte, die voorin zat.

De volgende dag leest [getuige 1] op de site van de politie over de beroving van een echtpaar. Hij heeft het vermoeden dat verdachte en medeverdachte de daders zijn. Daarom is hij naar Utrecht gereisd om verdachte daarnaar te vragen. Uit de antwoorden van verdachte heeft [getuige 1] opgemaakt dat verdachte en medeverdachte het echtpaar hebben beroofd en dat medeverdachte het geweld heeft gepleegd.

Deze verklaringen van [getuige 1] worden ondersteund door de verklaring van [getuige 4] en de op die dagen in Zwolle, Harderwijk en Utrecht verrichte pintransacties met het bankrekeningnummer van medeverdachte. Ook blijkt uit de historische verkeersgegevens van de telefoons met het nummer [telefoonnummer 1] , dat van [getuige 1] is, en met het nummer [telefoonnummer 2] , het telefoonnummer van medeverdachte, dat medeverdachte zich op 27 juli 2014 om 13:27 uur bevindt onder het bereik van de telecommast aan de Palestrinalaan in Zwolle. Deze mast staat in de directe omgeving van de woning van [getuige 1] . Om 15:05 uur maakt de telefoon van medeverdachte contact met de mast aan de Burg. Roelenweg [nummer 3] in Zwolle. Om 15:27 uur probeert de telefoon van [getuige 1] – die zich op dat moment bevindt onder het bereik van de mast aan de Zwartewaterallee [nummer 1] te Zwolle, in de directe nabijheid van de woning van [getuige 1] – contact te maken met de telefoon van medeverdachte. Dit lukt niet omdat de telefoon van medeverdachte op dat moment, zijnde het moment van of kort voor de beroving, was uitgeschakeld. Om 16:05 uur bevindt de telefoon van medeverdachte zich weer onder het bereik van de mast aan de Palestrinalaan [nummer 2] te Zwolle.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van [getuige 1] geloofwaardig zijn, mede omdat hij al aan het eind van de zomer van 2014 aan getuige [getuige 6] heeft verteld van de straatroof door verdachte en medeverdachte, zo blijkt uit de verklaring van [getuige 6] . Niet gebleken is dat er op dat moment al sprake was van onenigheid tussen [getuige 1] en verdachte. Voor de stelling van verdachte dat de verklaringen van [getuige 1] ongeloofwaardig zijn, zijn geen aanknopingspunten te vinden in het dossier.

De door [getuige 1] gegeven omschrijving van de blauwe motorscooter die enige tijd in de berging van diens woning stond en daar door verdachte, blijkens de verklaring van [getuige 1] , is gestald en op 27 juli 2014 door verdachte en medeverdachte is gebruikt, komt overeen met de verklaring van de huismeester van de flat, [getuige 5] . [getuige 5] heeft verdachte herkend als degene van wie de door [getuige 1] beschreven motorscooter was en heeft verdachte in die periode op die motorscooter zien rijden. De betrouwbaarheid van die verklaring van [getuige 5] wordt onderstreept door het gegeven dat hij daarin heeft beschreven dat degene van wie de motorscooter was een mitella droeg, dat ook getuige [getuige 4] het dragen van een mitella bij verdachte heeft beschreven en dat van het feit dat verdachte een gebroken sleutelbeen heeft gehad ook gewag is gemaakt in een tussen verdachte en zijn moeder afgeluisterd telefoongesprek. Ook komt de omschrijving van de motorscooter overeen met de verklaringen van aangever [slachtoffer 2] en de getuigen [getuige 7] , [getuige 8] en [getuige 3] die de motorscooter rond het moment van de beroving op dan wel in de buurt van de Aalvangersweg hebben gezien. Verder heeft [getuige 1] een beschrijving gegeven van de twee jetforce helmen die bij de blauwe motorscooter hoorden. Dit wordt ondersteund door de verklaringen van [getuige 5] , [getuige 8] en [getuige 3] .

[getuige 1] heeft verder nog verklaard dat hij een grijs vest heeft dat verdachte op 27 juli 2014 droeg. Dit vest is door hem overhandigd aan de politie. [getuige 4] heeft bevestigd dat het vest van [getuige 1] is en dat verdachte dit vest droeg. Tevens heeft [getuige 2] een gedetailleerde omschrijving gegeven van het grijze vest dat de bestuurder van de motorscooter droeg. Hiervan is een compositietekening is gemaakt. Het vest op de compositietekening en het grijze vest van [getuige 1] lijken sterk op elkaar.

Op basis van voornoemde omstandigheden constateert de rechtbank het volgende. Verdachte en diens medeverdachte, die beiden in [woonplaats] wonen, waren op 27 juli 2014 in Zwolle. Zij hebben die dag tussen 11.00 uur en 16.00 uur gebruik gemaakt van de blauwe motorscooter met hoog scherm, die in bezit van verdachte was en die gestald stond in de berging van [getuige 1] en [getuige 4] , en droegen daarbij jetforce helmen. Verdachte droeg op dat moment het grijze vest van [getuige 1] . Onderweg van Zwolle naar Utrecht hadden zij in de auto de beschikking over een gouden ketting en een goudkleurig horloge.

De (combinatie van de) signalementen van verdachte en medeverdachte voldoen aan de beschrijving die de aangevers en de getuigen [getuige 2] en [getuige 3] van de daders hebben gegeven. Ook komen de verklaringen van aangever [slachtoffer 2] en de getuigen [getuige 7] , [getuige 8] en [getuige 3] overeen met de blauwe motorscooter waarop verdachte en medeverdachte ten tijde van het delict reden. Hetzelfde geldt voor de jetforce helmen die verdachte en medeverdachten droegen en die zijn gezien door getuigen [getuige 5] , [getuige 8] en [getuige 3] .

De rechtbank stelt op basis van de vorenstaande omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, vast dat verdachte en medeverdachte degenen zijn geweest die de diefstal met geweld tegen het echtpaar [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op de Aalvangersweg in Zwolle op 27 juli 2014 hebben gepleegd.

Naar het oordeel van de rechtbank is er ten aanzien van verdachte sprake van medeplegen van het primair ten laste gelegde. Verdachte, die de motorscooter bestuurde, en medeverdachte zijn meerdere keren voorbij het echtpaar [slachtoffer 2] - [slachtoffer 1] gereden. Ze zijn gestopt en zijn vervolgens naar het echtpaar [slachtoffer 2] - [slachtoffer 1] gereden. Het is verdachte geweest die als bestuurder de scooter naast [slachtoffer 1] heeft gemanoeuvreerd en vervolgens bij haar is gestopt. Daarna stond hij er met zijn neus bovenop toen zijn medeverdachte afstapte en fors geweld gebruikte tegen het echtpaar [slachtoffer 2] - [slachtoffer 1] . Hij heeft hem laten begaan en in het geheel niet ingegrepen. Verdachte heeft gewacht tot zijn medeverdachte voorzien van buit weer achterop de scooter stapte en is samen met de medeverdachte gevlucht op de motorscooter. Het handelen van verdachte is volgens de rechtbank aan te merken als een dusdanig bewuste en nauwe samenwerking voorafgaand, tijdens en na afloop van de gezamenlijke uitvoering van de diefstal met geweld dat van medeplegen in de zin van artikel 47 van het wetboek van strafrecht (Sr) sprake is.

De rechtbank acht daarom het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 27 juli 2014 te Zwolle, op de openbare weg (namelijk op de Aalvangersweg ), tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen sieraden te weten een gouden armband en een gouden ketting en een goudkleurig double dameshorloge toebehorende aan [slachtoffer 1] , welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen [slachtoffer 1] en de partner van deze [slachtoffer 1] , zijnde [slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij en/of zijn mededader

- zittende op hun scooter naast die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn gaan rijden en (vervolgens) de woorden hebben geuit "Geef maar af, geef maar af" en/of "Geef maar gauw" en

- de partner van [slachtoffer 1] zijnde [slachtoffer 2] in/tegen de borst(streek) en/of in/tegen de buik en/of elders in/tegen het lichaam heeft getrapt en/of geschopt en/of geslagen en

- deze [slachtoffer 1] van haar scootmobiel heeft geduwd en/of getrokken en

- de gouden ketting van de hals dan wel nek van die [slachtoffer 1] heeft getrokken.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 312 en 47 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twintig maanden met aftrek van voorarrest.

De vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] (met uitzondering van het vervangende horloge) en [slachtoffer 2] dienen volgens de officier van justitie hoofdelijk te worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte en medeverdachte hebben zich schuldig gemaakt aan diefstal met geweld bij twee zichtbaar kwetsbare, hoogbejaarde, mensen die zich, door hun fysieke beperkingen, op hun scootmobielen voortbewogen. Deze diefstal vond plaats op klaarlichte dag en op een afgelegen plek. Het was een berekende actie. Nadat door medeverdachte gebruik was gemaakt van geweld om de buit te verkrijgen, lag het ene slachtoffer onder haar omgevallen scootmobiel en het andere slachtoffer in een (droogstaande) steile sloot waar hij niet uit kon komen. Verdachte en medeverdachte hebben de slachtoffers hulpeloos achtergelaten en zijn met hun buit op de scooter weggereden.

Dit handelen getuigt van een mentaliteit die puur gericht is op geldelijk gewin en waarbij, als het erop aan komt, op lichtzinnige wijze de lichamelijke integriteit en veiligheid van een ander als irrelevante factoren worden weggecijferd.
De rechtbank rekent verdachte deze handelwijze zeer zwaar aan, te meer nu verdachte hiervoor geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen. Het betreft een zeer ernstig strafbaar feit, waarvoor een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf gerechtvaardigd is.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 10 augustus 2015. Daaruit blijkt dat verdachte ondanks zijn jeugdige leeftijd herhaaldelijk is veroordeeld wegens vermogensdelicten en dat daarbij meerdere malen vrijheidsstraffen zijn opgelegd. Deze veroordelingen hebben blijkbaar niet een zodanige invloed op verdachte gehad dat hij is opgehouden met het plegen van strafbare feiten. De rechtbank weegt dit ten nadele van verdachte mee.

De rechtbank heeft verder kennisgenomen van een reclasseringsrapport van 27 mei 2015. Volgens de reclassering heeft verdachte aangegeven niet mee te willen werken aan een reclasseringsrapport. Verdachte wordt besproken in het TOP-X overleg in Utrecht omdat er grote zorgen zijn over recidive, vriendengroep en persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte komt sinds 2005 met justitie in aanraking en heeft een patroon in het plegen van vermogensdelicten. Een financieel motief en een negatief sociaal netwerk waren factoren die hierin een rol speelden. Verdachte heeft eerder een verplicht contact met de jeugd- en de volwassenenreclassering gehad. Hij heeft hier negatieve ervaringen mee en staat om die reden niet open voor hulp. Toch toont verdachte enig inzicht in zijn situatie; gezien zijn leeftijd is hij “een keer klaar met justitie en detentie” en hij wil het zijn ouders niet meer aandoen. Aan de andere kant heeft verdachte een delictverleden en een gebrek aan perspectief. Hij heeft geen werk, geen inkomen en hij maakt een gedesillusioneerde, afwerende maar ook oninvoelbare indruk.

Geadviseerd wordt een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen en daarbij de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen: meldplicht, behandelverplichting (ambulante behandeling) en CoVa gedragsinterventie.

Het recidiverisico wordt door de reclassering ingeschat als hoog op basis van verdachtes aanhoudende justitiecontacten, bepaalde keuzes die verdachte maakt, zijn moeite met het accepteren van hulp en het feit dat hij ondanks opgelegde toezichten recidiveert. Ingeschat wordt dat er een hoog risico op onttrekken aan voorwaarden is omdat verdachte aangeeft alleen mee te werken als hij dit keer echt iets aan de reclasseringsbegeleiding heeft. Zodra hij merkt dat dit niet het geval is, zegt hij zich aan de begeleiding te onttrekken. Ingeschat wordt dat er een risico op letselschade is. Verdachte is nooit veroordeeld voor een geweldsdelict, maar vanwege de huidige verdenking kan de reclassering een gevaarsrisico niet uitsluiten.

Ter zitting heeft de raadsman van verdachte aangegeven dat verdachte niet zal meewerken aan de totstandkoming van een persoonlijkheidsonderzoek.

Gezien de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het heeft plaatsgevonden, ziet de rechtbank geen aanleiding het advies van de reclassering te volgen en acht zij een zeer forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf, hoger dan geëist is door de officier van justitie, op zijn plaats, mede gelet op het gegeven dat verdachte voor zijn betrokkenheid bij deze beroving in het geheel geen verantwoordelijkheid heeft genomen, in combinatie met het justitiële verleden van verdachte en diens weigering hulp te aanvaarden om te werken aan gedragsverandering.

Voorts acht de rechtbank, anders dan de officier van justitie, het primair tenlastegelegde medeplegen wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren, met aftrek van voorarrest, passend en geboden. Voor oplegging van een voorwaardelijk strafdeel ziet de rechtbank, gezien de opstelling van verdachte, geen enkele aanleiding.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 1] , wonende te [adres 1] , heeft zich door middel van haar gemachtigde, A.H. Knol, voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 1.510,- (zegge: duizend vijfhonderd en tien euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    gouden ketting € 300,-

  • -

    gouden armband € 200,-

  • -

    doublé horloge € 200,-

  • -

    vervangend horloge € 60,-

  • -

    immateriële schade € 750,-

Dit is gevorderd als “voorschot”. De rechtbank begrijp dit als een vordering tot schadevergoeding van slechts een deel van de geleden schade. De benadeelde partij behoudt zich kennelijk het recht voor een ander deel van de schade buiten het strafgeding van verdachte te vorderen.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering deels gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en, met uitzondering van het vervangend horloge, voldoende onderbouwd en aannemelijk. Ten aanzien van het vervangend horloge overweegt de rechtbank dat niet zowel het weggenomen horloge als het vervangende horloge voor vergoeding in aanmerking komt. Dat zou dubbelop zijn. De rechtbank zal dan ook de vergoeding van de kosten voor het vervangend horloge ten bedrage van € 60,- afwijzen.

De rechtbank zal daarom het gevorderde deels toewijzen voor een bedrag van € 1.450,-, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

Middels haar gemachtigde A.H. Knol, heeft [slachtoffer 1] zich tevens namens [slachtoffer 2] , overleden op 22 mei 2015, voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces.
[slachtoffer 1] heeft zich op de wettelijk voorgeschreven wijze namens [slachtoffer 2] als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De rechtbank overweegt dienaangaande dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] in zijn aangifte heeft aangegeven de door het strafbare feit ontstane schade te willen verhalen op verdachte en zich daartoe ter terechtzitting te willen voegen als benadeelde partij. Gelet op dit wilsbesluit van de benadeelde partij kon de weduwe van de benadeelde partij zich namens de benadeelde partij voegen in het strafproces (vergelijk het arrest van het Gerechtshof Leeuwarden van 25 juli 2011 – ECLI: NL:GHLEE:2011:BR2933).

De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 750,- (zegge: zevenhonderdvijftig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit immateriële schade.

Dit is gevorderd als “voorschot”. De rechtbank begrijp dit als een vordering tot schadevergoeding van slechts een deel van de geleden schade. De benadeelde partij behoudt zich kennelijk het recht voor een ander deel van de schade buiten het strafgeding van verdachte te vorderen.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering ontvankelijk en is de vordering gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk.

De rechtbank zal daarom het gevorderde toewijzen voor een bedrag van € 750,-, inclusief de van rechtswege verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

8.2

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal hierbij de maatregel als bedoeld in art. 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10 en 27 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
    diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

  • -

    verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 1.450,- (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 juli 2014) voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.450,- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 24 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] , als rechtsopvolgster onder algemene titel in de nalatenschap van [slachtoffer 2] van een bedrag van € 750,- (vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 juli 2014) voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat veroordeelde verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 750,- ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de tijd van 15 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan);

  • -

    bepaalt dat als veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Versteeg, voorzitter, mr. B.T.C. Jordaans en mr. R.A.M. Elbers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.W. de Boer als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 24 september 2015.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, district IJsselland, met nummer PL0600-2015142946. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 27 juli 2014, pagina 125-126, onder meer inhoudende:

(…) Plaats delict: Aalvangersweg 0, Zwolle (….)

Verklaarde het volgende over het in de aanhef vermelde incident, wat plaats vond op de locatie genoemd bij plaats delict, tussen zondag 27 juli 2014 te 15:52 uur en zondag 27 juli 2014 te 16:00 uur:

Vanmiddag, zondag 27 juli 2014 omstreeks 15.00 uur ben ik samen met mijn man vanuit huis vertrokken. Beiden zaten we in een scootmobiel. (…)

De jongen die mijn sieraden pakte zag er volgens mij als volgt uit:

- jonge vent van ongeveer midden 20 of achterin de 20 jaar,

- kort donker haar een beetje krullend,

- het was een flinke vent.

(…) Hij was blank, praatte nederlands, zijn huid was wat gebruind. (…)

2.

Het proces-verbaal van verhoor aangeefster van [slachtoffer 1] van 28 juli 2014, pagina 129-131, onder meer inhoudende:

(…) Toen we onder de tunnel doorreden van de Aalvangersweg zag ik de beide jongens met de scooter stil staan (…). Ik hoorde toen dat beide jongens op elkaar aan het schelden waren, zeg maar aan het bekvechten. (…)

Enkele seconden later zag ik dat die scooter met die beide jongens ons achterop kwam en voorbij reden. Even later kwam die scooter ons weer tegemoet rijden. De scooter passeerde ons en draaide toen achter ons en kwam links naast mij rijden. De passagier van die scooter die achter op zat, liep toen op mij af en pakte met zijn beide handen het stuur van mijn scootmobiel vast. Ik werd dus gedwongen om te stoppen. Hij zei toen in de Nederlandse taal: “Doe dat gauw af, gauw af doen.” Hij wees met zijn beide handen op mijn beide polsen naar de sieraden, mijn horloge en mijn armband. (…) Mijn man die achter mij reed kwam lopend op ons af en wilde die jongen die mij aansprak vastpakken om mij te kunnen helpen. Op dat moment liet die jongen mijn stuur los en bemoeide zich met mijn man die achter mij stond. Op dat moment viel ik met mijn scootmobiel, die om kantelde naar rechts in de berm. Ik lag er onder. (…)

Die brutale jongen kwam toen op mij af lopen en zei weer van: “Geef gauw, geef gauw”. Terwijl ik op de grond lag trok hij met een van zijn handen mijn armband en horloge van mijn polsen af. Ook trok hij de ketting van mijn hals. Dat ging allemaal heel snel en met geweld want hij had natuurlijk best wel haast omdat het een drukke weg was. Toen hij de sieraden van mij had afgetrokken stapte hij achterop de scooter en reden weer weg richting de tunnel. (…)

V: Die bestuurder van die scooter heeft die ook nog een bepaalde rol gehad tijdens de beroving?

A: Ja dat denk ik wel, want hij was degene die de scooter bestuurde om zo snel mogelijk weer te kunnen vluchten. (…)

Wel weet ik dat jongen die mij van mijn sieraden beroofde kort donker haar (…) had. (…) Hij had een normaal postuur en ik schat zijn lengte op 1.75 m a 1.80 m. (…)

3.

Het proces-verbaal van verhoor aangeefster van [slachtoffer 1] van 4 augustus 2014, pagina 136-137, onder meer inhoudende:

(…) Op zondag, 27 juli 2014, werden mij drie sieraden afgenomen: een horloge, een armband en een ketting. (…)

Het horloge betrof een goudkleurig horloge, ik noem dit doublé, het is geen goud (…).

De gouden armband was van ongeveer dezelfde breedte als het horloge, circa ??n centimeter breed. Het was een zogenaamde filigrain armband. (…)

De ketting was circa twee à drie millimeter breed. De ketting was van goud. (…)

4.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 27 juli 2014, pagina 141-142, onder meer inhoudende:

(…) Ik wilde vanmiddag, zondag 27 juli 2014, een stukje met mijn vrouw rijden met onze scootmobielen. (…)

Ik zag op een kruising net na dit bruggetje een bromfiets staan met twee jongens erbij. Ik zag dat ze met elkaar aan het praten waren, het leek net of ze ruzie hadden. (…) Ze reden ons nog een keer voorbij en bleven verderop stilstaan.

Toen wij bijna bij ze waren pakte een van deze jongens mijn vrouw vast. Ik probeerde gelijk te helpen. Ik ben uit mijn scootmobiel gestapt maar ik ben slecht ter been en loop niet meer zo hard.

Toen ik naar mijn vrouw toeliep kreeg ik een trap op mijn borst. Deze trap deed mij pijn en ik schrok hier ontzettend van.

Ik zag dat die jongen mijn vrouw lastig bleef vallen en ik probeerde haar nog steeds te helpen door naar haar toe te lopen. Elke keer als ik bij haar in de buurt kwam kreeg ik een trap van die jongen. Ik denk dat ik vier keer ben getrapt. Twee keer op mijn borst en twee keer in mijn buik. Dit deed mij ontzettend pijn.

De laatste trap die ik kreeg in mijn buik, deed mij in de sloot die naast de weg zat belanden. Ik kon toen niks meer omdat de kant van de sloot heel stijl was. Lag ik daar in de brandnetels (…).

Ik zag toen dat mijn vrouw op de grond lag en dat de scootmobiel op haar lag. Ik zag dat die jongen haar gouden ketting, haar gouden armband en haar horloge van haar afpakten. Ik zag dat ze de ketting van haar nek rukten. En ik kon haar niet helpen want ik lag in de sloot.

Ik zag dat de jongens op de bromfiets stapten en wegreden, richting Zwolle. (…)

Het was een blauwe bromfiets volgens mij, ik dacht zelfs dat het een soort motor was.

Er zaten twee jongens op.

U vraagt mij welke jongen wat deed.

Volgens mij deed de jongen die achterop zat alles, hij trapte mij en pakte de sierraden van mijn vrouw af.

U vraagt mij of ik die jongen kan omschrijven.

Het was een jonge jongen, volgens mij rond de 20 jaar oud. Volgens mij was hij blank (…).

U vraagt mij hoe de jongen sprak.

Volgens mij gewoon Nederlands. (…)

5.

Het proces-verbaal van verhoor aangever van [slachtoffer 2] van 28 juli 2014, pagina 145, onder meer inhoudende:

(…) het waren nogal grote jongens. Behoorlijk groot. Ik dacht zo’n 1.85 meter lang. Ze hadden dacht ik allebei deze lengte. (…)

6.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 27 juli 2014, pagina 158, onder meer inhoudende:

(…) toen ik op een gegeven moment een scooter uit de richting Laag Zuthem zag komen.

Op deze scooter, donker van kleur, zaten twee blanke jongens, rond de 18 jaar oud,

beiden kort stekelig blond haar.

(…) de bestuurder had een korte broek, kleur onbekend, en een soort grijs vest aan met een kapuchone. Hier zaten touwtjes in die loodrecht naar beneden voor de borst langs liepen.

Verder had dit vest een soort revers, een soort flappen die voor de borst langs over elkaar heen vallen. (…)

7.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7] van 29 juli 2014, pagina 167-168, onder meer inhoudende:

(…) Ik reed toen ook de Aalvangersweg op onder het viaduct door. Ik deed dit nog voordat het oudere echtpaar voor mij langs was gereden. Ik zag toen rechts de eerder genoemde scooter staan. (…)

Ik weet nog dat ik zag dat er een grote kentekenplaat op de scooter zat. Ik bedoel daarmee een kentekenplaat van een motorfiets, het was zeker geen bromfietskenteken. Het was een gele plaat. Ik weet ook nog heel zeker dat de eerste letter van het kenteken een M” was. De scooter was blauw van kleur. (…)

V: Wat kunt u vertellen over de personen die op de scooter zaten?

A: Het waren twee jongens en ze droegen een helm. (…)

8.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 8] van 5 augustus 2014, pagina 169-170, onder meer inhoudende:

(…) Ik zag dat er vanaf de linkerkant een scooter voor ons langs schoot. (…)

V: Wat kunt u verklaren over de bijrijder?

A: Dat was een jonge man, van rond de 20 jaar oud. Hij droeg volgens mij geen zonnebril want ik keek hem recht in zijn ogen. Volgens mij waren zijn ogen bruin van kleur. Hij was volgens mij blank. Hij droeg een helm, donker van kleur, volgens mij zwart. Ik kon hem in zijn gezicht kijken, de helm had aan de voorkant geen scherm of zoiets. Aan de achterkant leek het net een zwart bolletje.

V: Hoe zag de scooter eruit?

A: Hij was blauw van kleur en had aan de achterkant een grote gele kentekenplaat. (…)

9.

Het proces-verbaal van bevindingen opgemaakt door (getuige) [getuige 3] , brigadier, van 29 juli 2014, pagina 172-174, onder meer inhoudende:

(…) Deze scooter kwam dus aanrijden vanuit de richting Wijheseweg/ Aalvangersweg en reed in de richting van Zwolle. (…) Ik zag, hoorde en vond dat de scooter opvallend hard reed. Met opvallend hard bedoel ik dat deze wel rond de zestig (60) kilometer per uur reed. (…)
Ik kan het volgende vertellen over de scooter en de twee manspersonen.

Scooter:

- Type Holleder scooter. Daarmee bedoel ik een scooter met een windscherm aan de voorzijde. Ik zag dat het een redelijk hoog windscherm was. Het betrof een doorzichtig windscherm.

- Ik zag dat de scooter donker blauw was. Glimmend van kleur. (…)

- Ik hoorde dat de scooter een redelijk zwaar brommend motor geluid maakte. (…)

Manspersoon 1:

- Bestuurder van de scooter

- Man

- Leeftijd tussen de 18 en 35 jaar (ik dacht nog het zijn 2 jonge jongens/mannen)

- Blanke huidskleur

- Lengte ongeveer 180 cm. (ik dacht nog goh dat zijn niet echt kleine jongens)

- Normaal postuur

- Droeg een jet helm. Helm zonder kin stuk. Vizier was doorzichtig en kleurloos. Helm was verder donkerkleurig.

(…)

Manspersoon 2:

- Passagier op de scooter

- Man

- Leeftijd tussen de 18 en 35 jaar (ik dacht nog het zijn 2 jonge jongens/mannen)

- Licht getinte huidskleur

- Lengte ongeveer 180 cm. (ik dacht nog goh dat zijn niet echt kleine jongens)

- Normaal postuur

- Droeg een jet helm. Helm zonder kinstuk. Vizier was doorzichtig en kleurloos. Helm was verder donkerkleurig. (…)

10.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 4] van 11 maart 2015, pagina 197-201, met bijlagen, onder meer inhoudende:

(…) O: “We tonen je nu de twee foto’s die wij jou gisteren ook toonden.”

Deze foto’s worden toegevoegd aan dit proces-verbaal als bijlagen 1 en II.

V: “Wat kun je vertellen over de persoon die staat afgebeeld op bijlage 1?”

A: “Ik heb hem een keer gezien, dat was op mijn verjaardag. Hij kwam toen met [verdachte] mee. (…) Ik heb nagedacht over de naam van deze jongen, het was een naam die begon met de letter J. Het was geen Nederlandse naam. (…) Ik geloof dat hij een 24 jaar was. (…)”

V: “Wanneer heb je deze persoon voor het eerst gezien?”

A: “Dat was dus in dat weekend, ik zag hem toen op zaterdag, 26 juli 2014, aan het einde van de middag.”

V: “Wanneer heb je deze persoon voor het laatst gezien?”

A: “Dat was ook de laatste keer. Ik heb hem één keer ontmoet.” (…)

V: “Wat kun je vertellen over de persoon die staat afgebeeld op bijlage II?”

A: “Dit is [verdachte] . (…)”

V: “Wat kun je vertellen over de omstandigheden rondom het weekend van 26 en 27 juli 2014?”

A: “Ik ben op die zaterdag samen met mijn ex-vriend boodschappen gaan doen. Toen we thuiskwamen stond [verdachte] in de keuken te koken en stond [medeverdachte] in de badkamer. Ik stelde me toen voor aan [medeverdachte] (…).

[getuige 1] , [verdachte] , [medeverdachte] en ikzelf bleven nog enige tijd in Club 38. We zijn tot laat gebleven. We zijn de hele avond bij elkaar gebleven. (…) We liepen naar huis. Eerst zouden zij opgehaald worden, maar uiteindelijk bleven ze slapen. (…)

Ik weet niet meer hoe laat ik wakker werd de volgende dag (…), ik meen mij te herinneren dat zij toen zijn weggeweest. (…)”

V: “Wat kun jij vertellen over een motorscooter in combinatie met [verdachte] en die andere persoon? Jij vertelde over een motorscooter in de schuur.”

A: “Ik heb gegoogled, ik weet zeker dat het een motorscooter was die bij ons in de schuur stond. Die was van [verdachte] . (…) De motorscooter stond er al in de tijd voor het verjaardagfeest.”

V: “Wat kun je verder zeggen over de compositietekening. Ik laat je nu de tekening zien van een grijze trui. Wat kun je hierover verklaren?”

A: “Ik denk dat dit een trui is van [getuige 1] . Ik heb [verdachte] die trui ook weleens zien dragen.

11.

Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant] , medewerker van politie, op 18 maart 2015, pagina 212, onder meer inhoudende:

(…) Naar aanleiding van de verklaring van getuige [getuige 5] betreffende het dragen van een mitella door verdachte [verdachte] in de zomer van 2014, las ik de verklaring door van getuige [getuige 4] . Tijdens dit verhoor hoorde ik getuige [getuige 4] eveneens verklaren dat verdachte [verdachte] een mitella droeg tijdens zijn verblijf aan de [adres 2] te Zwolle.

Ik zag dat dit gegeven abusievelijk niet is beschreven in de verklaring van getuige [getuige 4] , ik luisterde hierop het fragment terug middels de auditieve registratie van het getuigenverhoor van [getuige 4] op woensdag, 11 maart 2015. (…)

Ik hoorde dat [getuige 4] verklaarde dat [verdachte] zijn s1eutelbeen of iets dergelijks had gebroken en daarom een mitella droeg in de periode dat [verdachte] regelmatig over de vloer kwam bij haar en haar ex-vriend [getuige 1] . (…)

12.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 16 maart 2015, pagina 213-221, met bijlagen, onder meer inhoudende:

(…) V: Over welke voertuigen heb je in 2014 de beschikking gehad?

A: (…)Mijn ex had een auto als ik geluk had mocht ik die auto gebruiken. Dan moest ik ook benzine enzo betalen. (…)

V: We laten je een foto zien van een persoon (bijlage 2). Wie is dat?

A: Ik ken ‘m wel ja, jullie kennen ‘m ook waarschijnlijk. [verdachte] heet ie. (…)

V: We laten je een foto zien van een persoon (bijlage 1). Wie is dat?

A: (…) Ik heb hem hooguit een paar keer gezien. Hij is toen een keer met [verdachte] bij mij langs geweest. Ik zou zijn echte naam niet kennen, volgens mij heet hij [medeverdachte] . (…)

V: [getuige 4] heeft verklaard dat [verdachte] en [medeverdachte] in het weekend van zaterdag 26 en zondag 27 juli 2014 bij jullie thuis waren aan de [adres 2] in Zwolle. Wat kun je ons over dat weekend vertellen?

A: Dat is zo. Toen kwam [verdachte] samen met die jongen aan. (…)

Ze, [verdachte] en [medeverdachte] , hebben bij ons op de bank geslapen. (…)

V: Wat kun je ons over die zondag vertellen?

A: Toen wij, [getuige 4] en ik, wakker werden waren die gasten al weg. (…) Een paar uur later zijn ze weer terug gekomen. Daarna gingen ze weer weg. (…)

V: Hoe zijn ze tussendoor vertrokken?

(…)

V: Of op een motorscooter?

A: Ja, op een motorscooter. (…)

A: Ze zijn op die scooter vertrokken op die zondag. (…) Ik werd dus wakker die zondag, toen ik wakker werd waren zij dus even weg.

[verdachte] had mij gevraagd of hij die motorscooter bij mij in de berging mocht stallen, die motorscooter heeft daar een paar weken gestaan.

Toen ik wakker werd heb ik in de schuur gekeken, ik zag toen dat die motorscooter weg was. (…) Ze zijn toen een aantal uur weggeweest (…). Uiteindelijk kwamen ze terug. Ze waren niet heel goed gehumeurd. Ik vroeg wat ze hadden gedaan. Ik kreeg geen duidelijk antwoord. Ik zei tegen ze: jullie hebben op die scooter rond gereden. Ik kreeg na een ontwijkend antwoord, te horen van ze dat ze inderdaad op die scooter hadden gereden. Daarna heb ik ze naar Utrecht gebracht met de auto. (…)

V: Heb jij tussentijds nog geprobeerd contact met ze te krijgen?

A: Ja, ik heb ze geprobeerd te bellen. Ik heb ze niet gesproken die middag. (…)

[verdachte] droeg mogelijk een shirt of een trui van mij. Iets grijs. (…)

Ik laat je nu een foto zien van een kledingstuk, dit kledingstuk is ook getoond in Opsporing Verzocht. Wat kun jij hierover verklaren?

A: Het zou kunnen dat hij dit droeg. Ik weet zeker dat deze trui van mij is. (…)

V: Wij willen deze trui hebben.

A: Dat is goed. Deze ligt thuis. (…)

A: Zij vroegen mij of ik hun wilde wegbrengen. Ik zei dat ik dat goed vond, maar dat ik wel geld voor brandstof wilde hebben. Ik heb hun toen weggebracht met de groene Golf van [getuige 4] . Ik heb hun toen weggebracht naar Utrecht. (…)

A: Het zou kunnen zijn dat we onderweg zijn gestopt. Het is lang geleden, het zou kunnen dat we daar getankt hebben of sigaretten hebben gekocht. (…)

V: Wat gebeurde er met de kleding voordat jullie vertrokken?

A: [verdachte] leende die trui omdat hij met de scooter ging rijden. Het kan fris zijn tijdens het rijden. Hij heeft die trui geleend, of gewoon gepakt. (…)

O: We hebben begrepen dat [verdachte] ook een tijdje bij jullie in huis heeft gewoond.

A: Ja, dat klopt. (…) Op een gegeven moment is die motorscooter gekomen, dat was ruim voordat [verdachte] bij ons kwam wonen. Zo’n anderhalve maand ervoor. Die motorscooter heeft daar toen enige tijd gestaan. Daarna kwam [verdachte] bij ons wonen. Dat was in mei, of april. (…) Die motorscooter was blauw, met windscherm, aantal CC was 125. De motorscooter was vrij nieuw (…). Hij had een zwaar brommend geluid, anders dan een gewone scooter. Er zat een gele kentekenplaat op, iets met MX (…).

Er zaten helmen bij. Van die jetforce helmen, met de kin vrij, open. Half klep, half helm. Volgens mij heet het merk jetforce. De kleur van de helmen was donker.

V: Droegen zij die helmen die zondag?

A: Ja, ik weet zeker dat ze een helm op hadden. (…)

O: Ik laat je nu bijlage V zien.

V: Die soort helmen?

A: Ja, klopt. Alleen is het vizier een spiegelend.

O: Ik laat je nu bijlage III zien.

A: Ja, Honda. Het was niet zo nieuw. Het is een vergelijkbaar model. Er zat een windscherm op die motorscooter. (…)

V: Waar is die motorscooter?

A: Die motorscooter heeft niet lang in de schuur gestaan na die desbetreffende dag. (…) Er kwam iemand langs cm die motorscooter op te halen. (…) Een vriend van [verdachte] of [medeverdachte] volgens mij. [verdachte] was ook aanwezig toen die motorscooter werd opgehaald. (…) Dat was op de woensdag na de beroving. (…)

V: (…) Wie heeft die man in de sloot getrapt?

A: Ik denk die [medeverdachte] . (…) Later vertelde [verdachte] wat er toen gebeurd was. (…)

A: Die zondag zijn we, [getuige 4] en ik, wakker geworden dit was rond een uur of 11:00. Zij waren al weg. Zij zijn op die scooter weggegaan. Ik had nog gekeken of de scooter er nog stond, dat was niet het geval. (…)

Meerdere malen heb ik ze geprobeerd ze te bellen toen ze weg waren, zonder gehoor. Een paar uur daarna kwamen ze terug. Ik vroeg wat ze hadden gedaan. Ze hadden een vaag verhaal en ze spraken elkaar tegen. [medeverdachte] vertelde dat ze niks hadden gedaan en dat ik er niks mee te maken had. [medeverdachte] zei dat ie naar huis wilde en hij vroeg mij of ik hun naar huis kon brengen. [verdachte] deed anders. Ik had het gevoel dat er paniek was. [verdachte] en [medeverdachte] hadden een tegenstrijdig verhaal. Ze vertelden mij dat ze ergens hadden ingebroken en dat de buit daarvan nogal tegenviel. Ze vertelden mij dat het niet goed ging en dat ze werden overlopen. (…) Of het per sé een inbraak was weet ik niet, maar dat ze iets hebben gedaan waarvan de buit tegenviel.

Ik weet nog dat er een horloge bij zat waarvan zij zeiden dat ie niks waard was. En daarna was er een gouden ketting bij. Die hadden ze van de hals van die vrouw getrokken. Dat horloge was van nep goud ofzo. Ik heb de sieraden niet in mijn handen gehad, ik heb ze wel voorbij zien komen. Volgens mij zag ik de sieraden in de auto. (…) Zij vertelden mij dat die sieraden van de inbraak afkomstig waren. (…)

Die dag, zondag, 27 juli, wist ik niet wat er gebeurd was. Die dag hoorde ik hen vertellen over een inbraak. De dag erna had ik op de website van de politie gekeken, ik zag toen het bericht dat geplaatst was op de website. Ik was geschokt van het echte verhaal, van de beroving. Ik durfde daar niet over te bellen. Ik ben die middag naar Utrecht gegaan met de trein. Ik confronteerde [verdachte] toen met dit verhaal, ik hoorde [verdachte] zeggen dat hij dit ook niet had gewild. (…)

[verdachte] vertelde mij toen dat zij iets wilden gaan verdienen die zondagmiddag. Dat alles tegenzat. Uit wanhoopsdaad had [medeverdachte] dit gepland. Daarmee heeft hij in mijn ogen verklaard dat hij en [medeverdachte] achter die straatroof zaten. Ik vroeg hem ook nog naar de man die sloot in werd getrapt. Ik confronteerde hem met het achterlijke geweld. Ik hoorde [verdachte] zeggen dat dat [medeverdachte] pakkie en was, dat [medeverdachte] die man in de sloot had getrapt. (…)

V: Wie reed?

A: Ik denk [verdachte] zelf. De motorscooter was ook van hem. Qua signalement past [verdachte] ook bij de bestuurder. (…)

V: Nog even terugkomend op die grijze sweater die [verdachte] droeg (…).

A: (…) Ik durf wel met zekerheid te zeggen dat hij die dag, de zondag, die trui aan had. (…)

13.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 30 maart 2015, pagina 232-237, met bijlagen, onder meer inhoudende:

(…) V: “Wanneer heb jij [naam] verteld over de beroving?”

A: “Een aantal maanden daarna, een maand of vier denk ik. (…)”

V: “Wie had de sieraden tijdens de autorit?”

A: “ [medeverdachte] . Ik reed (…). Ik zag op een gegeven moment de sieraden voorbij komen tussen hun.”

V: “Wat kun je je herinneren van de sieraden?”

A: “Een gouden kettinkje, een dameshorloge (…) Volgens mij ging het erover dat iets van die twee dingen nep was, of niet echt was of niet goed. Er werd gesproken over dat het niet iets waardevols was ofzo. (…)”

V: “In jouw telefoon stond er een nummer genoteerd onder de naam ‘Mwa’, wie is dit?”

A: “Dat was toendertijd het telefoonnummer van [medeverdachte] . (…)”

Telefoon - [telefoonnummer 2]

V: “Op zaterdagavond, 26 juli 2014, ontving jij een SMS bericht van dit telefoonnummer (…). Dit telefoonnummer stond in jouw telefoon vermeld onder de naam ‘Mwa’. Wat kun jij verklaren over dit SMS bericht? (…)”

A: “(…) toen heb ik gebeld met [verdachte] en [medeverdachte] . (…) Hierop kreeg ik dit SMS bericht. (…)”

V: “Wil je de motorscooter van [verdachte] nog een keer omschrijven zoals jij hem je herinnert?”

A: “Hij is blauw, een Honda Dylan, het heeft een windscherm. Hij heeft een zwaar brommend geluid, lichte gebruikersklassen, het heeft een lichte, metallic, blauwe kleur. 125 CC.”

V: “Hoe zag de kentekenplaat van de motorscooter van [verdachte] er uit?”

A: “Zes letters/getallen. Hij was geel.”

V: “Ik laat je nu een foto zien van een motorscooter. Wat kun jij verklaren over deze motorscooter?”

A: “Die achterkant is sowieso hetzelfde, de voorkant volgens mij ook. Ik denk dat dit hem kan zijn (…)”

V: “Op zondag, 27 juli 2014, belde jij het telefoonnummer van [medeverdachte] om 15:27 uur, waarom belde jij hem? Er heeft geen gesprek plaatsgevonden.”

A: “Ik heb die zondagmiddag meerdere keren gebeld. De tijdstippen die ik eerder noemde: dat ze tussen 11:00 en 15:00 uur, lijken mij niet logisch. Ik denk nu dat ze rond 16:00 uur bij mij aankwamen. Ik denk dat deze oproep één van de oproepen was die ik pleegde om hun te bereiken.” (…)

14.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] van 17 maart 2015, pagina 242-245, onder meer inhoudende:

(…) V: “Jij bent de huismeester van de flat aan de [adres 2] . (…)”

A: “(…) Ik zag die motorscooter in juli/augustus van vorig jaar. Ik weet het niet precies meer. Hij vertelde me dat hij die motorscooter had gekregen van een oom en tante. (…)

Ik weet niet hoe hij heet. Het was een vriend uit Utrecht van de bewoner van de [adres 2] . (…) Hij had blond haar, hij was rond de 1.70-1.75 meter lang, hij had een gebroken arm. Hij droeg een mitella en had zijn arm in het gips. (…)”

V: “Hoe wist je dat de bewoner van [adres 2] en die andere gast bij elkaar hoorden?”

A: “Ik had ze rondom die tijd samen gezien. Toen ik op een gegeven moment met mijn eigen motor bezig was kwam die blonde gast erbij staan. (…)

Op enig moment daarna zag ik die gasten samen terwijl ze bezig waren met een scooter. Toen kwam ik in gesprek met ze (…) toen vertelden ze mij dat zij vrienden waren van vroeger, uit Utrecht.”

V: “Wat heb jij met motors?”

A: “Dat is een hobby van me. (…)”

A: “Het is een Honda Vision, in de volksmond, in de kleur hemelsblauw. Er zat een scherm op, dat was apart. (…) Dat scherm was zo’n 70 centimeter lang. Normale motorscooters hebben ook een scherm, maar dan veel kleiner. Zo’n scherm van 70 centimeter gaat klapperen bij hoge snelheid.” (…)

O: “Je mailde mijn collega dat het vermoedelijk ging om het type Honda MSC 110.”

A: “Ja, dit heb ik gemaild naar je collega. (…)

Hij, die blonde gast, (…) droeg een helm, een pothelmpje met een vizier. Die helm was donkergrijs of zwart van kleur (…).”

V: “Ik laat je nu een foto zien, deze is toegevoegd als bijlage III, wie is dit?”

A: “Dat is de bewoner.”

V: “Ik laat je nu een foto zien, deze is toegevoegd als bijlage IV, wie is dit?”

A: “Dat is zijn maatje. Dat is die gast op de motorscooter en de gast die de mitella droeg.” (…)

15.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] van 31 maart 2015, pagina 258-260, onder meer inhoudende:

(…) V: “Wat heeft [getuige 1] jou verteld over de straatroof?”

A: “Vorig jaar vertelde hij mij dat er een kettingtrekker in Zwolle was. Hij vertelde mij toen dat eentje daarvan [verdachte] zou zijn, de andere zou een jongen zijn die ik niet ken. (…)

[getuige 1] vertelde dat die jongens op de verjaardag waren geweest van zijn ex-vriendin. De volgende dag schijnen ze dus weggegaan te zijn, ze zouden volgens [getuige 1] op de motorscooter weg zijn gegaan. Toen hebben ze die straatroof gepleegd. [getuige 1] heeft op een gegeven moment met [verdachte] en die andere jongen daarover gesproken.”

V: “Wanneer heeft [getuige 1] jou verteld over de straatroof?”

A: “Het was toen nog mooi weer, dat zal dus in de zomer of net na de zomer zijn geweest.” (…)

V: “Op welk moment geloofde jij [getuige 1] ?”

A: “ [getuige 1] vertelde dit zo vaak, dus op een gegeven moment geloofde ik hem. Daar komt bij dat de motorscooter paste bij de motorscooter waarvan ik wist dat die bij [getuige 1] in de berging stond. Ik had die helmpjes gezien op televisie. Ik meende die helmen te herkennen als de helmen die bij [getuige 1] in de berging lagen. Ik heb weleens zo’n helm gedragen toen ik bij [getuige 1] in Zwolle was. Dan droeg ik die helm wanneer ik bij hem achterop de scooter zat. Het waren donkere helmen, ik weet de naam ervan niet, maar de helm bedekt alleen de bovenkant van het hoofd.”

16.

Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant] , veiligheidsanalist-A, op 1 april 2015, pagina 275-281, onder meer inhoudende:

(…) [telefoonnummer 1]

Volgens CIOT staat dit nummer op naam van [getuige 1] , [adres 2] . (…) Door de getuige [getuige 1] is later ook bevestigd dat hij de gebruiker is van het nummer [telefoonnummer 1] .

(…)

Op 27 juli 2014, te 15:27 uur tracht de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 1] te bellen naar de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] . Dit contact komt niet tot stand. De gebruiker van het nummer [telefoonnummer 1] bevindt zich dan onder het bereik van T Mobile-mast 17211U1529, staande Zwartewaterallee [nummer 1] te Zwolle. Dit is in de directe nabijheid van [adres 2] te Zwolle. Deze mast maakt geen deel uit van de netwerkmeting rondom de PD Aalvangersweg .

Op 27 juli 2014, te 18:38 uur bevindt de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 1] zich onder bereik van T Mobile-mast 62128U1528, staande Utrechtseweg [nummer 4] te Amersfoort.

Op 27 juli 2014, te 18:40 uur bevindt de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 1] zich onder bereik van T Mobile-mast 32989, staande Basicweg [nummer 5] te Amersfoort.

Op 27 juli 2014, te 18:42 uur bevindt de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 1] zich onder bereik van T Mobile-mast 49885, staande Hogesteeg [nummer 6] te Amersfoort. (…)

[telefoonnummer 2] (nummer in gebruik bij [medeverdachte] [medeverdachte] )

(…)

Tussen 26 juli 2014 vanaf 16:10 uur tot en met 27 juli 2014 te 16:09 uur bevindt gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] zich onder het bereik van diverse telecommasten te Zwolle. Deze telecommasten bevinden zich in de directe omgeving van de woning van de getuige [getuige 1] .

Op 27 juli 2014, te 15:02 uur wordt het nummer [telefoonnummer 2] ingebeld. Dit inkomende gesprek wordt doorgeschakeld. Gelet op de gespreksduur wordt de voicemail mogelijk ingesproken. Er wordt dan geen gebruik gemaakt van telecommasten. Deze worden dan ook niet weergegeven.

Om 15:05 uur wordt een sms verzonden naar het nummer [telefoonnummer 2] . Nummer is afkomstig van het servicenummer 1233. Gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] bevindt zich dan onder bereik van KPN-mast 60801761, staande Burg. Roelenweg [nummer 3] , [postcode] te Zwolle. (…)

Vanuit de historische printgegevens van het nummer [telefoonnummer 1] weten we dat de gebruiker van dit nummer ( [getuige 1] ) op 27 juli 2014, te 15:27:13 uur, getracht heeft te bellen naar de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] . Dit zien we niet terug in de historische verkeersgegevens van het nummer [telefoonnummer 2] . Een verklaring hiervoor is dat de telefoon op dit moment uitgeschakeld was.

Om 15:59 uur wordt het nummer [telefoonnummer 2] ingebeld. Dit inkomende gesprek wordt doorgeschakeld. Er wordt dan geen gebruik gemaakt van telecommasten. Deze worden dan ook niet weergegeven.

Om 16:05 uur belt gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] gedurende 42 seconden naar het nummer [telefoonnummer 3] . Gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] bevindt zich dan onder bereik KPN-mast 608017628, staande Palestrinalaan [nummer 2] te Zwolle. Deze mast bevindt zich ongeveer 900 meter (hemelsbreed) vanaf [adres 2] te Zwolle. (…)

Startdatum Starttijd Duur Telefoonnr A (…) Startpaal Straat Plaats Telefoonnr B

27-07-2014 13:27:17 0 [telefoonnummer 2] (…) 608017628 PALESTRINALN [nummer 2] ZWOLLE [telefoonnummer 4]

(…)

Op 27 juli 2014 vanaf 16:27 uur zie je de gebruiker van het nummer [telefoonnummer 2] zich achtereenvolgens bevinden onder het bereik van telecommasten te Wezep, Oldebroek, Harderwijk, Nijkerk, Amersfoort, Leusden, Oud-Leusden, De Bilt, Utrecht en Nieuwegein. (…)

Uit de bankafschriften van het rekeningnummer ABNAMRO-rekeningnummer [rekeningnummer] , (welke rekening op naam staat van [medeverdachte] , is gebleken dat er met het bankpasje, behorende bij dit rekeningnummer op 27 juli 2014, te 16:50 uur is gepind bij het tankstation, gelegen aan de A-28 te Harderwijk. Dit sluit aan bij mastgegevens van de historische verkeersgegevens van het nummer [telefoonnummer 2] (in gebruik bij [medeverdachte] [medeverdachte] ). (…)

17.

Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant] , medewerker van politie, op 17 februari 2015, pagina 290-291, onder meer inhoudende:

(…) Er vonden meerdere pintransacties met het bankrekeningnummer op naam van [medeverdachte] plaats op 26 juli 2014. Hiernavolgend het overzicht vanaf 14:00 uur.

14:15 uur CV Connexxion € 10,--

14:16 uur Kiosk Utrecht € 3,60

16:36 uur FEBO Zwolle € 8,60

17:39 uur FINA Zwolle € 16,12

18:04 uur Jumbo Groeneveld € 8,60

19:56 uur Slijterij Stroomberg € 16,49

(…)

Om 18:04 uur vond er een pintransactie plaats bij Jumbo Groeneveld. Na het raadplegen van de website van Jumbo Supermarkten blijkt dit te gaan om Jumbo Zwolle Groeneveld, welke gevestigd is aan Bachplein 14 te Zwolle. Deze pintransacties doen vermoeden dat verdachte [medeverdachte] zich in Zwolle bevond op 26 juli 2014.

Op 27 juli 2014 vonden er slechts drie pintransacties plaats:

00:32 uur Melkmarkt 1 Zwolle € 50,-

16:50 uur DEM Harderwijk € 14,81

18:09 uur Hkropstr 37B 3431CC NIEU € 60,-

Wat opvalt aan deze pintransacties is dat er s nachts gepind werd in Zwolle, daarna in Harderwijk en ten slotte in Nieuwegein (…). Dit doet vermoeden dat verdachte [medeverdachte] zich overdag in Zwolle bevond en mogelijk ‘s middags via de snelweq A28 naar Nieuwegein vertrok. Waarbij er een tussenstop werd gemaakt bij een tankstation langs de snelweg in Harderwijk. (…)

18.

Een schriftelijk stuk, bevattende de weergave van een tapgesprek, pagina 317-319, voor zover inhoudende:

(…)

Beller: (…) [verdachte] (…)

Datum: 28-03-2015 8:35:14 (…)

Gebelde: (…) Mam (…)

Samenvatting:

[verdachte] bum mam.

Mam had het al gehoord. [verdachte] zegt dat hij dat niet was. Mam zegt dat zij dat hoopt voor hem.

M: “Toen had jij die gebroken sleutelbeen.”

N: “Ja.” (…)

19.

De verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 10 september 2015, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:

(…) U houdt mij de verklaring van getuige [getuige 5] voor, waarin staat dat de jongen van wie de motorscooter was een gebroken arm heeft gehad en een mitella droeg.

Het klopt dat ik een gebroken sleutelbeen heb gehad.

U houdt mij de verklaring van [getuige 4] voor, waarin staat: “dat [verdachte] zijn sleutelbeen of iets dergelijks had gebroken en daarom een mitella droeg in de periode dat [verdachte] regelmatig over de vloer kwam bij haar en haar ex-vriend [getuige 1] ”.

Ik antwoord daarop dat dat kan kloppen. (…)