Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:4278

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
15-09-2015
Datum publicatie
15-09-2015
Zaaknummer
07/653305-12 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het schuldwitwassen van een drietal voorwerpen met in totaal een aanschafwaarde van bijna € 80.000,-.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 07/653305-12 (P)

Datum vonnis: 15 september 2015

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1959 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 2 juli 2013, 10 september 2013, 14 januari 2014 en 1 september 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. L. Grooters en van hetgeen door de verdachte en dier raadsman mr. J. Michels, advocaat te Amersfoort, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

zij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1

januari 2006 tot en met 31 december 2010, te Deventer en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt, immers

heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s) (telkens)

- een personenauto (Mercedes SL 500, kenteken [kenteken 1] (dossier wvw deel

2, onderdeel K3), en/of

- een bedrag van 1.500 euro, althans enig geldbedrag, ten behoeve van de

aankoop van een aanhangwagen (Saris, type autotransport,kenteken [kenteken 2] )

(dossier wvw deel 2, onderdeel K4), en/of

- een bedrag van 6.000,-- euro, althans enig geldbedrag, ten behoeve van de

aankoop van een horloge (Breitling Starliner) (dossier wvw deel 2, onderdeel

K10), en/of

- een of meer bedragen van in totaal 23.350 euro, althans enig geldbedrag, ten

behoeve van de aankoop van een of meer meubel(s) en/of accessoire(s) (dossier

wvw deel 2, onderdeel K11), en/of

- een bedrag van 1.975 euro, althans enig geldbedrag, ten behoeve van de

aankoop van een tas en/of een bandana (Louis Vuitton) (dossier wvw deel 2,

onderdeel K12),

voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van die/dat voorwerp(en) en/of die/dat geldbedrag(en) gebruik gemaakt, terwijl zij en/of haar mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf;

althans, indien het vorenstaande onder primair niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

zij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2010, te Deventer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer geldbedrag(en) en/of voorwerp(en), te weten

- een personenauto (Mercedes SL 500, kenteken [kenteken 1] ) (dossier wvw deel 2, onderdeel K3), en/of

- een bedrag van 1.500 euro, althans enig geldbedrag, ten behoeve van de aankoop van een aanhangwagen (Saris, type autotransport,kenteken [kenteken 2] ) (dossier wvw deel 2, onderdeel K4),en/of

- een bedrag van 6.000,-- euro, althans enig geldbedrag, ten behoeve van de aankoop van een horloge (Breitling Starliner) (dossier wvw deel 2, onderdeel K10),en/of

- een of meer bedragen van in totaal 23.350 euro, althans enig geldbedrag, ten behoeve van de aankoop van een of meer meubel(s) en/of accessoire(s) (dossier wvw deel 2, onderdeel K11), en/of

- een bedrag van 1.975 euro, althans enig geldbedrag, ten behoeve van de aankoop van een tas en/of een bandana (Louis Vuitton) (dossier wvw deel 2, onderdeel K12),

heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen en/of omgezet, althans van een voornoemd(e) voorwerp(en) en/of geldbedrag(en), gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl zij en/of haar mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf;

althans, indien het vorenstaande onder subsidiair niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

zij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1januari 2006 tot en met 31 december 2010, te Deventer en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer geldbedrag(en) en/of voorwerp(en), te weten

- een personenauto (Mercedes SL 500, kenteken [kenteken 1] ) (dossier wvw deel 2, onderdeel K3), en/of

- een bedrag van 1.500 euro, althans enig geldbedrag, ten behoeve van de aankoop van een aanhangwagen (Saris, type autotransport, kenteken [kenteken 2] ) (dossier wvw deel 2, onderdeel K4), en/of

- een bedrag van 6.000,-- euro, althans enig geldbedrag, ten behoeve van de aankoop van een horloge (Breitling Starliner) (dossier wvw deel 2, onderdeel K10),en/of

- een of meer bedragen van in totaal 23.350 euro, althans enig geldbedrag, ten behoeve van de aankoop van een of meet meubel(s) en/of accessoire(s) (dossier wvw deel 2, onderdeel Kil), en/of

- een bedrag van 1.975 euro, althans enig geldbedrag, ten behoeve van de aankoop van een tas en/of een bandana (Louis Vuitton) (dossier wvw deel 2, onderdeel K12),

heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen en/of

omgezet, althans van een voornoemd(e) voorwerp(en) en/of geldbedrag(en), gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl zij en/of haar mededader(s) redelijkerwijs kon(den) vermoeden dat bovenomschreven voorwerp(en) en/of geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit enig misdrijf.

De rechtbank verbetert in de tenlastelegging een aantal kennelijke schrijffouten, waaronder het deels onjuist weergegeven kenteken van de Mercedes SL 500. De verdachte wordt blijkens het onderzoek ter terechtzitting daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

3 De voorvragen

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman - kort samengevat- dat de dagvaarding ten aanzien van de Mercedes SL 500 nietig moet worden verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank voldoet de dagvaarding aan de eisen zoals gesteld in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs1

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de tenlastegelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van de bewijsmiddelen zoals die in de voetnoten zijn genoemd. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

4.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft - conform een op schrift gesteld requisitoir- ter terechtzitting de veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van het primair ten laste gelegde, te weten het medeplegen van gewoontewitwassen. De officier van justitie heeft daartoe - kort samengevat- aangevoerd:

Verdachte en haar echtgenoot, de medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte] ), hebben meer contant geld tot hun beschikking gehad dan er in die periode op basis van een legale bron, te weten een bijstandsuitkering, kon worden verantwoord. Het gaat daarbij, blijkens de opgemaakte eenvoudige kasopstelling, om een behoorlijk bedrag van € 440.935,18. Niet is gebleken dat er sprake is geweest van legale handel door [medeverdachte] die dit bedrag aan inkomsten kan verklaren. Voor zover er van een legale handel sprake zou zijn geweest, zijn de inkomsten daaruit niet bij de Belastingdienst opgegeven zodat van ‘zwart geld, en aldus van geld dat van misdrijf afkomstig is, sprake is. De inhoud van het dossier en de uitkomst van de kasopstelling rechtvaardigen een vermoeden van witwassen. Verdachte heeft echter geen verklaring voor de herkomst van het geld gegeven terwijl dat onder deze omstandigheden wel van haar mocht worden verlangd. Tussen verdachte en [medeverdachte] is sprake van een bewuste en nauwe samenwerking gericht op de voltooiing van het delict, namelijk het omzetten van crimineel geld in luxe goederen. Daarnaast is stelselmatig door verdachte en de medeverdachte witwassen gepleegd waardoor daarvan een gewoonte is gemaakt.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken. De raadsman heeft -conform de inhoud van een op schrift gesteld pleidooi - daartoe - zakelijk weergegeven - onder meer aangevoerd:

De ten laste gelegde voorwerpen vormen de grondslag voor de verdenking. De waarde van deze goederen vertegenwoordigen, uitgaande van de dagwaarde van de Mercedes SL 500, een mindere waarde dan de inkomsten die volgens de methode van kasopstelling in totaal legaal zouden zijn ontvangen. Nu er aldus meer legaal is ontvangen dan gezien de waarde van de ten laste gelegde goederen is uitgegeven, kan van een bewezenverklaring van witwassen op basis van de methode van kasopstelling geen sprake zijn.

Daarnaast geldt ten aanzien van de laste gelegde voorwerpen telkens dat - kort samengevat - niet vastgesteld kan worden dat

  • -

    verdachte wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat deze voorwerpen middellijk of onmiddellijk van misdrijf afkomstig waren;

  • -

    van medeplegen sprake is;

  • -

    het betreffende voorwerp uit misdrijf afkomstig is.

4.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Verdachte wordt verweten - kort samengevat - dat zij zich in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2010 primair heeft schuldig gemaakt aan het medeplegen van gewoontewitwassen, subsidiair aan het medeplegen van witwassen en meer subsidiair aan het medeplegen van schuldwitwassen.

Het onderzoek is gestart naar aanleiding van een verdenking van valsheid in geschrifte, drugshandel en witwassen gepleegd door [medeverdachte] . Uit informatie van de Duitse politie zou blijken dat zowel [medeverdachte] als zijn schoonzoon [betrokkene] zich bezig heeft gehouden met meerdere drugsleveringen naar Duitsland. Op 18 mei 2010 heeft er op verzoek van de Duitse autoriteiten een doorzoeking in de woning van verdachte en [medeverdachte] aan de [adres] te [woonplaats] plaatsgevonden met betrekking tot de handel in verdovende middelen. Bij deze doorzoeking en bij een doorzoeking in een kluis in Duitsland zijn meerdere goederen, waaronder een Mercedes SL 500,2 en grote geldbedragen van respectievelijk € 57.546,12 en € 213.540,00 aangetroffen en in beslag genomen. Voor de handel in drugs is zowel [medeverdachte] als [betrokkene] in 2010 in Duitsland veroordeeld.3

Verdachte en [medeverdachte] zijn in gemeenschap van goederen gehuwd en hebben gedurende de ten laste gelegde periode geen inwonende kinderen gehad. Uit de gegevens die zijn verkregen van de Belastingdienst en de sociale recherche blijkt dat verdachte en [medeverdachte] gedurende de ten laste gelegde periode en tot aan de detentie van [medeverdachte] in januari 2011 een gezamenlijke bijstandsuitkering hebben ontvangen. Het betreft een totaalbedrag van

€ 83.725,00 over vier jaren. 4

Door de politie is bij het onderzoek gebruik gemaakt van de eenvoudige kasopstelling. Door middel van deze kasopstelling zou kunnen worden aangetoond dat verdachte en [medeverdachte] meer contant geld hebben uitgegeven dan zij op basis van hun legale inkomsten hadden kunnen uitgeven. Indien het saldo van de kas negatief is, is er sprake van onbekende contante ontvangsten. De rechtbank constateert dat een groot aantal goederen die in het dossier zijn genoemd en de twee grote geldbedragen die onderdeel van de kasopstelling uitmaken, niet in de tenlastelegging in deze zaak zijn opgenomen. Van deze bedragen en goederen, die niet op de tenlastelegging staan, wordt verondersteld dat deze middellijk of onmiddellijk uit de drugshandel van [medeverdachte] afkomstig zijn. Gezien het feit dat deze grote geldbedragen en goederen buiten de tenlastelegging zijn gehouden, ziet de rechtbank aanleiding deze bij de beoordeling van het ten laste gelegde eveneens buiten beschouwing te laten. De omstandigheid dat [medeverdachte] in Duitsland voor de handel in verdovende middel is veroordeeld zal de rechtbank evenwel op de hierna te noemen wijze mee laten wegen.

Gezien het voorgaande zal de rechtbank de eenvoudige kasopstelling zoals opgenomen in het dossier niet als uitgangspunt nemen. De rechtbank zal wel als legale inkomstenbron de hiervoor genoemde bijstandsuitkering bij de beoordeling betrekken. Tevens acht de rechtbank van belang dat door het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) is uitgerekend dat door een gezin bestaande uit twee ouders zonder kinderen in een periode van vier jaar een bedrag van € 30.153,60 aan levensonderhoud wordt besteed. Hiervan zou blijkens onderzoek een bedrag van € 29.485,30 contant door [medeverdachte] en verdachte zijn betaald. 5 Van de inkomsten uit legale bron is dan in beginsel verder een bedrag van

(€ 83.725,00 - € 30.153,60 =) € 53.571,40 over een periode van vier jaren te besteden.

De rechtbank stelt vast dat verdachte ten aanzien van een vijftal goederen, dan wel de onderliggende waarde daarvan, wordt verweten dat zij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden dat deze middellijk dan wel onmiddellijk van misdrijf afkomstig waren. Het betreft een Mercedes SL 500, een aanhangwagen, meubels, een Breitling horloge en een tas met bandana van het merk “Louis Vuitton”.

Verdachte heeft ter terechtzitting de beschuldiging in het algemeen dat zij zich aan witwassen schuldig heeft gemaakt, ontkend. Zij heeft verklaard - kort samengevat- dat [medeverdachte] over de financiën ging en dat zij zich enkel met het huishouden heeft bezig gehouden. Zij heeft telkens van [medeverdachte] geld gekregen om boodschappen te doen en heeft zich niet met de aankoop van de ‘luxere’ goederen bemoeid. Verdachte heeft verder verklaard dat zij dacht dat deze aankopen door [medeverdachte] konden worden gedaan omdat hij in de handel zat.6

De rechtbank stelt vast dat tijdens het SFO van een legale handel in goederen door [medeverdachte] en inkomsten daaruit niets is gebleken. Er zijn geen bonnen, administratie, kladjes met aantekeningen die op de handel in legale goederen wijzen, aangetroffen. Ook in het geval wel van een legale handel sprake zou zijn geweest hadden deze op grond van artikel 69 Algemene wet inzake rijksbelastingen bij de Belastingdienst moeten worden aangegeven en had de gemeente daarover moeten worden geïnformeerd. Doordat verdachte en haar echtgenoot blijkens het dossier niet aan deze aangifteplicht hebben voldaan, heeft dit tot gevolg dat de eventuele inkomsten uit handel als ‘zwart geld’ zijn aan te merken. Ook dienen inkomsten uit handel te worden gemeld omdat deze van invloed kunnen zijn op de hoogte van de bijstandsuitkering, zeker wanneer het gaat om grote bedragen zoals die zijn ten laste gelegd. De Hoge Raad heeft reeds uitgemaakt dat vermogensbestanddelen waarover men de beschikking heeft doordat belasting is ontdoken, kunnen worden aangemerkt als voorwerpen "afkomstig (...) van enig misdrijf" in de zin van de art. 420bis en 420quater Sr.7 De verklaring van verdachte dat zij dacht dat haar man de aankopen die werden gedaan heeft bekostigd uit zijn inkomsten uit handel, rechtvaardigt aldus de conclusie dat deze aankopen (deels) met zwart geld zijn gedaan. De Hoge Raad heeft daarnaast in zijn arrest van 23 november 2010 bepaald dat door vermenging van het ‘legale inkomen’ met dit zwarte geld uit handel het gehele inkomen besmet raakt.8

De rechtbank overweegt, mede op grond van het voorgaande, dat

  • -

    verdachte en [medeverdachte] enkel over een gezamenlijke bijstandsuitkering hebben beschikt en verder geen legale bron van inkomsten hebben gehad. De inkomsten uit handel van verdachte in goederen - wat daar ook van zij - kunnen niet als legale bron gelden, nu deze inkomsten niet bij de Belastingdienst zijn aangegeven, en aldus als ‘zwart geld’ kunnen worden aangemerkt;

  • -

    [medeverdachte] voor de handel in verdovende middelen in Duitsland is veroordeeld. Het is een feit van algemene bekendheid dat met de handel in (hard)drugs grote winsten worden gemaakt;

  • -

    [medeverdachte] de ten laste gelegde luxe goederen, waaronder de Mercedes SL 500, de meubelen (€ 23.350,- ) en het Breitling horloge ( € 6000,-) met contant geld heeft betaald. De Mercedes is op 1 december 2005 voor € 60.000, - door autohandel [autohandelaar] ingekocht. Na ingewonnen informatie bij een officiële Mercedes-Benz dealer is vastgesteld dat deze Mercedes medio 2007 een handelswaarde van tussen de € 50.000 en € 60.000 heeft gehad. Ten aanzien van de Mercedes SL 500 zijn door [medeverdachte] meerdere personen als katvangers gebruikt, in die zin dat zij de auto op naam hebben gehad. Dit betreft [katvanger 1] , [katvanger 2] , [katvanger 3] en [katvanger 4] . Door de Mercedes op naam van verschillende katvangers te zetten, is getracht te verhullen wie de rechthebbende was;9

- de totale aanschafwaarde van de ten laste gelegde Mercedes, de meubels en het Breitling horloge het resterende bedrag dat op grond van de enige ‘legale’ bron - wat daar ook van zij- voor de ten laste gelegde periode van vier jaren te besteden is geweest, te weten ruim € 53.700,-, met bijna € 27.000 overschrijdt.

Op grond van het voorgaande rijst bij de rechtbank het vermoeden van witwassen. Meer concreet, het vermoeden dat het geld waarmee de goederen, zoals hierna zal worden besproken, zijn bekostigd uit enig misdrijf afkomstig is en dat met de aanschaf van de goederen dat geld is witgewassen.

Gelet op dit vermoeden mag van verdachte worden verlangd dat zij een concrete min of meer verifieerbare en niet op voorhand als volslagen onwaarschijnlijk aan te merken verklaring over de herkomst van het geld geeft. De verklaring van verdachte dat de goederen met handelsgeld zijn gekocht, pleit haar gezien het voorgaande niet vrij. Verdachte heeft redelijkerwijs moeten vermoeden dat met de inkomsten op grond van de bijstandsuitkering en eventueel met handelsgeld het doen van grote uitgaven op legale wijze niet mogelijk is geweest. Alles overwegende komt de rechtbank tot het oordeel dat een criminele herkomst van het geld waarmee de goederen zijn aangeschaft als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

De rechtbank zal met inachtneming van het voorgaande de goederen zoals ten laste gelegde bespreken. De rechtbank acht ten aanzien van de ten laste gelegde Mercedes, de meubels en de Breitling horloge bewezen dat hier van het medeplegen van schuldwitwassen sprake is geweest, in die zin dat zij deze ‘voorhanden’ heeft gehad.

Op grond van onderzoek kan worden vastgesteld dat [medeverdachte] de Mercedes in 2007 en de meubels in 2007/2008 contant heeft aangeschaft voor respectievelijk (+-) € 50.00010 en

€ 23.350.11 De verklaring van verdachte ter zitting dat de betreffende Mercedes haar ‘droomauto’ was, geeft wel aan dat zij de aanzienlijke waarde van deze auto heeft ingeschat. Verdachte is er van op de hoogte geweest dat deze goederen door verdachte zijn gekocht en heeft deze Mercedes, als bijrijder, en meubels tot haar beschikking gehad. Verdachte had bij enig nadenken over de waarde van deze goederen kunnen vermoeden dat deze uit illegale middelen, zoals hiervoor overwogen, waren betaald.

Wat betreft het Breitling horloge hecht de rechtbank waarde aan het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door onder meer verbalisant [verbalisant] . Uit dit proces-verbaal blijkt dat op 18 mei 2010 in de woonwagen van verdachte en [medeverdachte] een Breitling dameshorloge, Starliner, met bijbehorend garantiebewijs en een reparatienota van dit horloge op naam van [medeverdachte] , zijn aangetroffen.12 Dezelfde verbalisant [verbalisant] heeft een proces-verbaal opgemaakt waarin is vermeld dat het desbetreffende horloge tijdens de doorzoeking door verdachte aan het beslag zou zijn onttrokken.13 Op grond van het proces-verbaal van bevindingen, dat op ambtseed is opgemaakt, in combinatie met de aanwezigheid in het dossier van het garantiebewijs en de reparatienota op naam van [medeverdachte] , acht de rechtbank bewezen dat het ten laste gelegde horloge in de woonwagen van verdachte aanwezig is geweest. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden, het feit dat het een dameshorloge betreft en verdachte geen verklaring heeft gegeven over van wie dit horloge anders kan zijn geweest, acht de rechtbank het voorhanden hebben hiervan bewezen. Ook ten aanzien van dit horloge geldt dat verdachte bij enig nadenken over de waarde van het goed had kunnen vermoeden dat deze uit illegale middelen, zoals hiervoor overwogen, was betaald.

Ten aanzien van de ten laste gelegde € 1.500,- ten behoeve van de aanschaf van een aanhangwagen wordt verdachte vrijgesproken. Er zijn op grond van het dossier geen aanwijzingen voor directe betrokkenheid van verdachte bij dit goed noch dat zij van het bestaan daarvan op de hoogte is geweest.

Ten aanzien van de ten laste gelegde tas en bandana van “Louis Vuitton” ten bedrage van

€ 1.975,- zal verdachte eveneens worden vrijgesproken. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat zij deze tas en bandana van haar zoon, [zoon verdachte] , voor Sinterklaas heeft gekregen. Dit wordt bevestigd door de aankoopdatum op de bon en de verklaring van [zoon verdachte] bij de rechter-commissaris. De omstandigheid dat op de aankoopbon de naam van verdachte is vermeld, terwijl zij niet heeft betaald, acht de rechtbank niet vreemd gezien de omstandigheid dat verdachte de eigenaar van de tas is geworden. De rechtbank gaat er aldus van uit dat de tas en bandana niet door verdachte of [medeverdachte] is bekostigd. Daarom kan op grond van dit dossier niet worden vastgesteld dat deze tas middellijk of onmiddellijk van misdrijf afkomstig is geweest.

4.3

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2010, te Deventer, tezamen en in vereniging met een ander, geldbedragen en/of voorwerpen, te weten

  • -

    een personenauto, Mercedes SL 500, kenteken [kenteken 1] , (dossier wvw deel 2, onderdeel K3), en

  • -

    een bedrag van 6.000 euro, ten behoeve van de aankoop van een horloge Breitling Starliner, dossier wvw deel 2, onderdeel K10, en

  • -

    een of meer bedragen van in totaal 23.350 euro, ten behoeve van de aankoop van meubels en accessoires, (dossier wvw deel 2, onderdeel K11),

voorhanden heeft gehad, terwijl zij en haar mededader redelijkerwijs konden vermoeden dat bovenomschreven voorwerpen en/of geldbedragen onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 420quater Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: medeplegen van schuldwitwassen.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

De officier van justitie heeft op grond van wat zij bewezen heeft geacht gevorderd dat verdachte een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden zal worden opgelegd.

De verdediging heeft verzocht, in het geval van een bewezenverklaring, primair artikel 9a Sr toe te passen en subsidiair een geheel voorwaardelijke straf op te leggen. De raadsman heeft daartoe - zakelijk weergegeven - aangevoerd:

Er is sprake van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. De termijn is gaan lopen vanaf de eerste huiszoeking in de woning van verdachte, te weten in mei 2010, en sindsdien zijn we ruim 5,5 jaren verder. Daarnaast is het aandeel van verdachte beperkt geweest, is artikel 63 Sr meermalen van toepassing en heeft de verdediging meermalen geijverd voor een voortvarende rechtspleging. De termijnoverschrijding dient nadrukkelijk in de straf te worden verdisconteerd, op de door de verdediging voorgestelde wijze.

7.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het schuldwitwassen van een drietal voorwerpen met in totaal een aanschafwaarde van bijna € 80.000,-. Het witwassen is gericht op het veiligstellen van uit misdrijf afkomstige opbrengsten. Het vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer ernstig aan. Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank haar ogen gesloten voor de illegale herkomst van het geld en de goederen waartoe zij de beschikking heeft gehad. Op deze wijze is het voor haar mogelijk geweest haar aangename levensstijl ongestoord voort te kunnen zetten.

Verdachte is eerder met politie en justitie in aanraking geweest. In 2012 is zij meermalen ter zake van het plegen van vermogensdelicten tot (onder meer) het verrichten van een werkstraf veroordeeld. Gezien deze veroordelingen en de periode waarin het onderliggende feit zich heeft afgespeeld, is artikel 63 Sr van toepassing.

Verdachte heeft ter zitting over haar persoonlijke omstandigheden verklaard dat zij 40 jaar getrouwd is en kinderen heeft. Verder kampt zij met hartproblemen en heeft zij in het verleden een alcoholverslaving gehad. Verdachte verricht thans vrijwilligerswerk bij de dagbesteding ‘Tactory Werk’ te Deventer die bij de arbeidsre-ïntegratie van verslaafden behulpzaam is.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM. Blijkens jurisprudentie van de Hoge Raad heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. De rechtbank stelt allereerst vast dat als het moment waarop het onderzoek is aangevangen de datum van doorzoeking, 18 mei 2010, dient te gelden. Als bijzondere omstandigheid weegt de rechtbank mee de complexiteit van de zaak. Daarnaast is het verlopen van de termijn mede het gevolg van het strafvorderlijke doel deze zaak gelijktijdig met de andere zaken tegen de medeverdachten te behandelen en af te doen. Hoewel de rechtbank deze bijzondere omstandigheden meeweegt, rechtvaardigen deze naar haar oordeel niet dat de inhoudelijke behandeling bijna 5,5 jaar na de aanvang van de termijn plaatsvindt. Naar het oordeel van de rechtbank is er aldus sprake van een schending van de redelijke termijn. Gelet op het arrest van de Hoge Raad van 17 juni 2008 (ECLI:NL:2008:BD2578) zal de rechtbank deze schending in de op te leggen straf verdisconteren, zoals hierna bedoeld.

Ten aanzien van het schuldwitwassen zijn door Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) geen oriëntatiepunten vastgesteld. Gelet op het hiervoor overwogene over de ernst van het feit, de persoon van verdachte, de justitiële documentatie en de toepasselijkheid van artikel 63 Sr acht de rechtbank in beginsel een werkstraf van 70 uren en 2 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren passend. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank een korting op de werkstraf van 10% toepassen, wat -bijgesteld naar beneden- uitkomt op een werkstraf van 60 uren. De voorwaardelijke straf dient verdachte, mede gezien het feit dat zij vaker voor vermogensdelicten is veroordeeld, er van te weerhouden strafbare feiten te plegen.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27, 22c, 22d en 47 Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat verdachte het onder primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt haar daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het genoemde strafbare feit oplevert:

  • -

    verklaart verdachte strafbaar voor het onder meer subsidiair bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
    - omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • -

    veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 60 uren;

  • -

    beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen;

  • -

    beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Milani, voorzitter, mr. F. van der Maden en mr. L.J. Bosch, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Martini, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 15 september 2015.

<Buiten staat

Mr. < is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar met paginanummering aangeduide processen-verbaal en andere stukken, betreft dit op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal dan wel andere bescheiden, als bijlagen opgenomen bij het proces-verbaal van het opsporingsonderzoek van Regiopolitie IJsselland, onder dossiernummer 2009010585.01, opgemaakt op (d.d.) 31 juli 2012.

2 Lijst inbeslaggenomen goederen, pagina 42.

3 Rapport wederrechtelijk verkregen voordeel kasopstelling, pagina 6.

4 Overzichten SNS-rekeningen, pagina 666 t/m 701.

5 Overzicht pin-transacties tbv levensonderhoud SNS-rekening 90.63.39.995, pagina 665.

6 De door verdachte ter terechtzitting van 1 september 2015 afgelegde verklaring.

7 ECLI:NL:HR:2008:BD2774 en ECLI:NL:HR:2014:693

8 ECLI:NL:HR:2010:BN0578

9 Proces-verbaal van bevindingen Mercedes 500SL, pagina 405 t/m 409. Kentekenhistorie en tenaamstelling m.b.t. kenteken [kenteken 1] , pagina 436 t/m 443. Proces-verbaal van verhoor van [katvanger 2] , pagina 459 t/m 460. Proces-vervaal van verhoor van [katvanger 2] , pagina 461 t/m 463. Processen-verbaal van bevinding, pagina 467 t/m 470. Een bij het onder 1 bedoeld proces-verbaal gevoegd proces-verbaal van verhoor bij de rechter-commissaris van [katvanger 1] , d.d. 14 mei 2014.

10 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 473 en 474.

11 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 634 en 636. Verkoopbevestigingen, pagina 638 t/m 642.

12 Proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, pagina 630 t/m 633.

13 Proces-verbaal wederrechtelijk verkregen voordeel, pagina 5 en 6.