Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:4121

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
05-08-2015
Datum publicatie
08-09-2015
Zaaknummer
C/08/163074 / HA ZA 14-514
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Erfrecht. Aanvaarding of beheersdaden?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2015-0301
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer : C/08/163074 / HA ZA 14-514

datum vonnis : 5 augustus 2015

Vonnis in de zaak van:

1 [eiser] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

verder te noemen [eiser] ,

2. [eiseres] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

verder te noemen [eiseres] ,

eisers,

advocaat: mr. H. Dijks te Enschede,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 4] ,

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde] ,

advocaat: mr. R.H.H. Schepers te Almelo.

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het tussenvonnis van 17 december 2014. Na dit tussenvonnis zijn de volgende stukken aan het dossier toegevoegd:

- een proces-verbaal van de comparitie gehouden op 17 februari 2015;

- een akte aan de zijde van [eiser] en [eiseres] ;

- een akte aan de zijde van [gedaagde] .

1.2.

Het vonnis is – na aanhouding – bepaald op heden.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Voor een overzicht van de vaststaande feiten en de standpunten van partijen verwijst de rechtbank naar het tussenvonnis van 17 december 2014. Hetgeen in dat tussenvonnis is overwogen en beslist, dient als hier aangehaald en ingelast te worden beschouwd.

2.2.

Kort samengevat komt de zaak op het volgende neer. Op 4 januari 2003 is de moeder van [eiser] en [eiseres] overleden. Zij had geen testament. Op 18 maart 2014 is de vader van [eiser] en [eiseres] (hierna: vader) overleden. Hij heeft bij testament beschikt over zijn nalatenschap en alles – kort samengevat – aan [gedaagde] nagelaten, met wie hij na het overlijden van zijn echtgenote (de moeder van [eiser] en [eiseres] ) een relatie heeft gekregen. Bij verwerping van de nalatenschap door [gedaagde] (of bij haar overlijden) komt de nalatenschap toe aan [eiser] en [eiseres] .

2.3.

Tijdens de comparitie van partijen op 17 februari 2015 heeft [gedaagde] een preliminair verweer gevoerd, inhoudende dat [eiser] en [eiseres] - doordat er een executeur is benoemd in de nalatenschap van vader - niet-ontvankelijk zijn in hun vordering. Aan partijen is vervolgens de gelegenheid gegeven zich bij akte nader uit te laten over dit standpunt.

2.4.

Artikel 4:145 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt – voor zover hier van belang – dat de executeur bij de vervulling van zijn taak de erfgenamen vertegenwoordigt in en buiten rechte.

2.5.

Vast staat dat na het instellen van de onderhavige procedure (middels de dagvaarding van 13 oktober 2014) [eiser] bij beschikking van deze rechtbank d.d. 12 februari 2015 tot executeur in de nalatenschap van vader is benoemd. Bijzonder aan de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de executeur is dat deze privatief is en de erfgenamen gedurende het beheer van de executeur in beginsel beschikkingsonbevoegd zijn, waaronder ook onbevoegd om zelfstandig in rechte op te treden. Door [eiser] , in zijn hoedanigheid van executeur, is echter een last verstrekt aan [eiser] en [eiseres] voor het voortzetten van deze procedure op eigen naam. De rechtbank is derhalve van oordeel dat [eiser] en [eiseres] ontvankelijk zijn in hun vordering.

2.6.

De rechtbank volgt [gedaagde] niet in haar stelling dat het geven van een last zich niet verhoudt met de privatieve vertegenwoordigingsbevoegdheid. Gezien de wetsgeschiedenis is het doel van artikel 4:145 lid 2 BW immers dat een executeur slagvaardig op kan treden zonder daarbij door een erfgenaam te worden gehinderd. Nu de executeur door middel van een last toestemming heeft gegeven aan [eiser] en [eiseres] om de procedure voort te zetten, is van (een risico op) hindering geen sprake. Het verweer zal worden verworpen.

2.7.

De rechtbank zal nu overgaan tot een inhoudelijke beoordeling van het geschil. [eiser] en [eiseres] vorderen – kort samengevat – dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot:

1. uitbetaling van het kindsdeel van [eiser] en [eiseres] (ieder € 11.667,-);

2. terugbetaling van de door vader aan [gedaagde] verstrekte geldlening van € 36.280,84 en terugbetaling van door [gedaagde] vervreemde goederen uit de nalatenschap (nader op te maken bij staat);

3. het verstrekken van alle relevante informatie en administratie ex. artikel 843a Rv aangaande de afwikkeling van de nalatenschap van de vader van [eiser] en [eiseres] ;

4. betaling van buitengerechtelijke kosten ad € 1.008,34.

2.8.

Voor de beoordeling van de vorderingen is van belang eerst vast te stellen wat de hoedanigheid van [gedaagde] is. [eiser] en [eiseres] voeren aan dat [gedaagde] erfgenaam is van de nalatenschap van vader, omdat zij deze nalatenschap zuiver heeft aanvaard door daden van aanvaarding te verrichten. [gedaagde] betwist dat zij erfgenaam is en verwijst naar de akte van verwerping d.d. 7 juli 2014.

2.9.

De rechtbank stelt bij de beoordeling het volgende voorop. Een erfgenaam kan een nalatenschap aanvaarden of verwerpen. Aanvaarding kan zuiver geschieden of onder voorrecht van boedelbeschrijving (artikel 4:190 lid 1 BW). Een eenmaal gedane keuze is onherroepelijk en werkt terug tot het ogenblik van het openvallen van de nalatenschap (artikel 4:191 lid 4 BW). Zuivere aanvaarding van een nalatenschap kan niet alleen uitdrukkelijk geschieden (artikel 4:191 lid 1 BW) maar ook stilzwijgend (artikel 4:192 lid 1 BW). Stilzwijgende zuivere aanvaarding vindt plaats indien een erfgenaam zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt, tenzij hij zijn keuze (voor beneficiaire aanvaarding of verwerping) reeds eerder heeft gedaan. Het antwoord op de vraag of uit gedragingen van een erfgenaam de bedoeling kan worden afgeleid om de erfenis stilzwijgend (zuiver) te aanvaarden, hangt af van de omstandigheden van het geval (volgens Hoge Raad 26 april 1968, ECLI:NL:HR:1968:AC4853).

2.10.

Op grond van de parlementaire geschiedenis (MvA, II, Parl. Gesch. Boek 4 BW, pp. 933-934) valt af te leiden dat een erfgenaam de mogelijkheid een keuze te maken niet verliest, indien hij slechts daden van beheer verricht, maar wel wanneer hij, zoals vrijstaat aan erfgenamen die zuiver hebben aanvaard, over de goederen van de nalatenschap als heer en meester beschikt.

2.11.

[eiser] en [eiseres] hebben de volgende vijf omstandigheden aangevoerd waaruit naar hun mening zuivere aanvaarding van de nalatenschap volgt:

A. [gedaagde] heeft kandidaat-notaris Oosten tot boedelnotaris benoemd en opdracht gegeven om tot de afwikkeling van de boedel over te gaan;

B. [gedaagde] heeft schulden van de nalatenschap betaald, waaronder de begrafeniskosten;

C. [gedaagde] heeft de auto van vader op haar naam over laten schrijven, en deze auto vervolgens verkocht;

D. [gedaagde] heeft de televisie van vader ter verkoop aangeboden aan EP Elektronics;

E. [gedaagde] heeft overboekingen verricht op de bankrekeningen van vader, waardoor het saldo op deze bankrekeningen op € 0,- is komen te staan.

2.12.

[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

A. [gedaagde] heeft geen boedelnotaris benoemd, maar slechts een notaris verzocht een verklaring van erfrecht op te stellen. Dit vormt geen daad van zuivere aanvaarding.

B. De kosten voor de begrafenis heeft [gedaagde] als eigen schuld voldaan, en derhalve niet als schuld van de nalatenschap.

C. De auto is verkocht op verzoek van [eiser] , om verdere schulden van de nalatenschap te voorkomen. Deze handeling valt dus onder het beheer van de boedel.

D. De televisie is niet ter verkoop aangeboden aan EP Elektronics, maar ter bewaring voor de rechtmatige erfgenaam om risico op beschadiging te beperken.

E. [gedaagde] betwist dat zij overboekingen heeft verricht met vaders bankrekening.

2.13.

Naar vaste rechtspraak is het voldoen van de kosten van een begrafenis een beheersdaad en geen beschikkingsdaad (zie Hoge Raad 22 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1284). Zelfs indien zou komen vast te staan dat [gedaagde] deze kosten met nalatenschapsgeld heeft betaald (hetgeen zij betwist), dan nog zou dit geen daad van zuivere aanvaarding inhouden. Het doen van overboekingen van de rekening van vader en het verkopen van de auto en de televisie kunnen – afhankelijk van de omstandigheden van het geval – wel als beschikkingsdaden worden aangemerkt indien [gedaagde] als heer en meester over die goederen heeft beschikt. Nu [gedaagde] gemotiveerd heeft betwist de daden te hebben verricht dan wel gemotiveerd heeft betwist dat deze daden – gelet op de omstandigheden waaronder deze zijn verricht – als beschikkingsdaden hebben te gelden, zal de rechtbank [eiser] en [eiseres] toelaten tot bewijs van hun stelling dat [gedaagde] de nalatenschap – reeds vóór de akte van verwerping – zuiver heeft aanvaard.

2.14.

Nu de hoedanigheid van [gedaagde] beslissend is voor de verdere beoordeling van de vorderingen, zal iedere verdere beslissing worden aangehouden met uitzondering van het volgende.

2.15.

De rechtbank begrijpt uit de stellingen van [eiser] en [gedaagde] dat zij voorwaardelijk een vordering ex. artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) hebben ingediend, namelijk voor zover de kantonrechter dit verzoek niet reeds heeft toegewezen. De rechtbank zal [eiser] en [eiseres] in de gelegenheid stellen zich bij akte uit te laten over de vraag of zij nog belang hebben bij deze vordering nu hier gelet op het gevoerde preliminaire verweer tijdens de comparitie geen gelegenheid voor is geweest. [gedaagde] zal hierop bij antwoordakte mogen reageren.

3 De beslissing

De rechtbank:

I. stelt [eiser] en [eiseres] in de gelegenheid een akte te nemen als bedoeld in rechtsoverweging 2.15. en verwijst de zaak daarvoor naar de rol van 2 september 2015;

II. draagt [eiser] en [eiseres] op te bewijzen dat [gedaagde] de nalatenschap van vader – reeds vóór de akte van verwerping d.d. 7 juli 2014 – zuiver heeft aanvaard;

III. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 2 september 2015 voor uitlating door [eiser] en [eiseres] of zij bewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel;

IV. bepaalt dat [eiser] en [eiseres] , indien zij geen bewijs door getuigen willen leveren,* maar wel bewijsstukken willen overleggen, die stukken direct (dat wil zeggen op de rol van

2 september 2015) in het geding moeten brengen;

V. bepaalt dat [eiser] en [eiseres] indien zij getuigen willen laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten voor de komende vier maanden direct moeten opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zal worden bepaald;

VI. bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van een nog nader aan te wijzen rechter in het gerechtsgebouw te Almelo aan de Egbert Gorterstraat 5;

VII. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen;

VIII. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van de Lustgraaf en in het openbaar uitgesproken op

5 augustus 2015.