Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:3962

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
27-08-2015
Datum publicatie
28-08-2015
Zaaknummer
4240660 EJ VERZ 15-267 (mj(o)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2015-0809
AR 2015/1599
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 4240660 EJ VERZ 15-267 (mj(o)

Beschikking van de kantonrechter d.d. 27 augustus 2015 in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats] (Duitsland),

verzoeker, hierna ook wel te noemen: [verzoeker] ,

gemachtigde: mr. G.F. Stelten, advocaat te Heerlen,

tegen

het kerkgenootschap

de Rooms-Katholieke Parochie Lumen Christi,

gevestigd te Denekamp (gemeente Dinkelland),

verweerder, hierna ook wel te noemen: Lumen Christi,

gemachtigde: mr. J.P.J. Wessels, advocaat te Hardenberg.

1 Het verloop van de procedure

[verzoeker] heeft bij verzoekschrift ex artikel 7:685 BW, ingekomen op 30 juni 2015, verzocht om de tussen hem en Lumen Christi bestaande arbeidsovereenkomst op grond van gewichtige redenen te ontbinden.

Bij brief, binnengekomen ter griffie op 6 augustus 2015, heeft Lumen Christi een 19-tal producties in het geding gebracht. [verzoeker] heeft vervolgens bij brief van 6 augustus 2015, binnengekomen ter griffie op 10 augustus 2015, aanvullend een drietal producties overgelegd.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden ter openbare terechtzitting van 13 augustus 2015. Ter zitting verscheen [verzoeker] , bijgestaan door mr. Stelten. Lumen Christi is verschenen bij de heren [naam 2] en [naam 3] , beiden deel uitmakend van het parochiebestuur van Lumen Christi, bijgestaan door mr. Wessels.

Mr. Wessels heeft het standpunt toegelicht aan de hand van een pleitnota.

Van hetgeen ter zitting is besproken is aantekening bijgehouden door de griffier.

Beschikking is bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

De navolgende feiten die enerzijds zijn gesteld en anderzijds niet, althans onvoldoende gemotiveerd zijn bestreden, worden als vaststaand beschouwd.

2.1

[verzoeker] , geboren op [geboortedag] 1952, is op 1 januari 1985 in dienst getreden bij Lumen Christi als organist waarbij hij zijn werkzaamheden gewoonlijk verricht in de Rooms-Katholieke H.H. Simon en Judaskerk te Ootmarsum. In de terzake opgemaakte arbeidsovereenkomst is onder meer het volgende vermeld:

(…)

4. De werkzaamheden van de werknemer bestaan uit het verzorgen van kerkelijke diensten als organist en wel; één dienst op de zaterdagen, twee diensten op de zondagen alsmede de diensten op kerkelijke feestdagen met daarnaast nog 10 repetities voor speciale gelegenheden.

5. Deze overeenkomst is aangegaan, betreffende de werkzaamheden onder punt 4 genoemd; voor een bruto bedrag van zevenduizend gulden ƒ 7.000

6. De onder punt 5 overeengekomen vergoeding zal in maandelijkse termijnen worden uitbetaald, na aftrek van de daarvoor geldende belastingen en sociale premies.

(…)

2.2

In 1994 heeft de kantonrechter een verzoek van (de rechtsvoorganger van) Lumen Christi om tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] over te gaan, afgewezen.

2.3

Naast diverse andere (kleinere) conflicten is medio 2013 een conflict gerezen tussen [verzoeker] en Lumen Christi over het gebruik van het kerkorgel en de rol die [verzoeker] als vaste organist daarbij heeft.

2.4

Bij brief van 26 mei 2014 heeft de gemachtigde van [verzoeker] aan Lumen Christi onder meer het volgende meegedeeld:

(…) Cliënt heeft mij uw schrijven van 26 april 2014 ter hand gesteld en mij gemeld dat hij het inhoudelijk niet eens is met een regeling die erin voorziet dat de voorbereidingstijden gedurende de ochtenden en middagen in de werkweek en in het weekeinde beperkt worden. Dit houdt verband met de overige werkzaamheden van cliënt als Kerkorgeldocent, die hoofdzakelijk in de middagen en ’s avonds plaatshebben.

Nu voornoemde tijden parallel lopen met de openingstijden van de kerk is het voor cliënt bezwaarlijk dat hij zich niet tijdens de openingstijden van de kerk mag/kan voorbereiden en zijn vaardigheden op peil kan houden

Voorts vindt cliënt het uiterst bezwaarlijk dat de thans voorgestelde regeling voortvloeit uit een voorstel waarbij cliënt niet van meet af aan betrokken is geweest, terwijl hij nu juist in deze bijzonder belanghebbend is. (…)

Cliënt stoort zich aan het feit dat het initiatief tot de door u voorgestelde regeling afkomstig is van een enkele kerkwacht, de heer [naam 1] , die geen orgelspel tijdens de openingstijden wenst. Het is cliënt niet bekend dat er inzake zijn orgelspel tijdens de openingstijden klachten werden geuit van bezoekers of overige kerkwachten.

Het is onbegrijpelijk dat er tot op heden geen gesprek heeft plaatsgehad in aanwezigheid van uw kerkbestuur enerzijds en de heren [verzoeker] en [naam 1] anderzijds, voor dat er een reglement werd opgesteld.

(…)

Uiteraard bent u als kerkbestuur uiteindelijk bevoegd om te bepalen wanneer er op het orgel gespeeld mag worden, echter leidt de huidige regeling tot een wijziging in de arbeidsomstandigheden die voor cliënt dermate ingrijpend en bezwaarlijk is dat cliënt zich daar redelijkerwijs niet zonder meer bij neer kan leggen. Daarbij is ook het vertrouwen van cliënt in zijn werkgever in het geding en kan thans niet meer uitgesloten worden dat sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie.

(…)

Om de inschakeling van de kantonrechter echter vooreerst te vermijden verdient het aanbeveling om een driepartijenoverleg te organiseren (…).

2.5

In oktober 2014 is tussen partijen een reglement opgesteld waarin het volgende staat vermeld met betrekking tot het gebruik van het orgel:

1. De vaste organist heeft geen toestemming nodig om op het orgel te spelen.

2. Er wordt op 1e en 2e kerstdag tijdens de openstellingsuren voor bezichtiging van de kerk niet op het orgel gespeeld ter voorbereiding op het kerstconcert.

3. Tijdens de openstellingsuren van de kerk voor bezichtiging overlegt de organist met de dienstdoende kerkwacht. Wanneer de kerkwacht tijdens de openstellingsuren een rondleiding verzorgt, onderbreekt de organist zijn studie totdat de rondleiding beëindigd is.

4. Het parochiebestuur bepaalt in overleg met de vaste organist of en zo ja wanneer en door wie het orgel bespeeld mag worden.

5. (…)

2.6

Op 1 december 2014 en 6 januari 2015 hebben gesprekken plaatsgevonden tussen [verzoeker] en zijn echtgenote enerzijds en Lumen Christi, in de personen van de heren [naam 2] (hierna: [naam 2] ) en [naam 3] (hierna: [naam 3] ). De naar aanleiding hiervan opgemaakte verslagen maken melding van de verschillende conflicten c.q. kwesties waarbij [verzoeker] is betrokken. Deze betreffen onder meer conflicten met [naam 1] , [naam 4] en het koor Stem en Klank. Ook de kwestie rond de restauratie van het orgel wordt besproken. In het terzake opgemaakt verslag van 6 januari 2015 staat onder meer het volgende vermeld:

(…)

- we kijken alleen maar vooruit en niet meer naar het verleden

- we moeten goed met elkaar omgaan.

- mailtjes van [verzoeker] kunnen door de toonzetting weerstand oproepen.

- we willen allemaal hetzelfde (dwz [verzoeker] is en blijft de vaste organist).

- iedereen heeft te maken met een meerdere die wel eens iets besluit wat je moet aanvaarden ook al bent je het er niet mee eens (…)

- locatieraad en parochiebestuur bepalen het beleid en daar moeten we ons aan houden.

(…)

- [verzoeker] begeleidt koren, is adviserend naar locatieraad, maar is verder niet beleidsbepalend.

(…)

- als [verzoeker] het niet met deze uitgangspunten eens kan zijn, zijn er in feite maar twee opties. Ten eerste de uitgangspunten accepteren (…) en ten tweede vertrekken (…).

(…)

Restauratie van het orgel en zitting in de daarvoor bestemde commissie

(…)

[naam 2] : “op dit moment is er geen restauratiecommissie. We zijn ons alleen nog maar aan het oriënteren op subsidiemogelijkheden”.

[verzoeker] : “in dat kader heb ik mij met KKOR in verbinding gesteld en heeft deze club in een brief aangegeven hoe de weg bewandeld moet worden. (…)

[naam 3] : “reacties in deze kwestie zijn over en weer ongelukkig te noemen”.

(…)

Afspraken: [naam 3] en [naam 2] gaan met de locatieraad en vervolgens met [naam 4] en Stem en Klank aan tafel om bovenstaande punten (onveilige gevoel [verzoeker] ) te bespreken en koppelen dit t.z.t. terug.

[verzoeker] heeft een aantal opmerkingen bij het verslag van 1 december en zal de aangepaste versie op de mail zetten naar [naam 3] en [naam 2] (…)

2.7

Bij email bericht van 2 februari 2015 heeft [naam 3] aan [verzoeker] onder meer het volgende meegedeeld:

Reeds gedurende een hele lange tijd wordt door ons maandelijks een bedrag op jouw bankrekening overgemaakt, waarbij het parochiebestuur vervolgens een zgn. IB-47 verklaring invult en naar de Belastingdienst zendt. Deze verklaring wordt naar de Belastingdienst gezonden, aangezien er formeel geen sprake is van een arbeidsovereenkomst (je bent niet in loondienst, er wordt dus geen loonbelasting e.d. ingehouden)

(…)

Zoals reeds eerder aangegeven is het wel verstandig binnenkort om de tafel te gaan om te spreken over de vergoeding voor jouw werkzaamheden. (…)

2.8

Bij brief van 5 februari 2015 heeft de gemachtigde van [verzoeker] aan Lumen Christi onder meer het volgende meegedeeld:

(…)

Cliënt stelde mij uw bericht van 2 februari jl. ter hand (…).

In de bijlage ontvangt u een afschrift van de arbeidsovereenkomst d.d. 1 januari 1985, die in beginsel nog steeds het uitgangspunt vormt van de arbeidsrelatie. (…). Nog daargelaten dat de overeenkomst uit 1985 voldoende invulling geeft aan het begrip arbeidsovereenkomst is er ook feitelijk gezien sprake van een dienstverband sindsdien.

(...)

Uw bericht van 2 februari jl. wordt zijdens cliënt terecht opgevat als opzegging van zijn arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. U heeft de betreffende stelling meermaals in besprekingen herhaald en thans ook schriftelijk aan cliënt bevestigd. Dienaangaande meld ik u dat uw organisatie daardoor schadeplichtig is geworden (…)

Gezien de dossieropbouw inzake de kwestie omtrent het orgelspel tijdens de openstellingsuren van de kerk en hetgeen - nadat een regeling werd getroffen – daarover is geuit, alsmede het feit dat u thans zelfs ontkent dat cliënt bij u in dienst zou zijn, blijkt voorts dat sprake is van gewijzigde omstandigheden (…) waardoor de arbeidsrelatie redelijkerwijs behoort te eindigen. (…)

Ik geef u (…) dringend in overweging om aan cliënt een beëindigingsovereenkomst voor te leggen (….)

In totaal belopen de vorderingen van cliënt daarmee een bedrag van € 12.640,48 (waarvan mogelijk een deel uwerzijds gebruteerd zal moeten worden ). (…)

2.9

Bij emailbericht van 2 mei 2015 heeft de heer [naam 5] , bestuur en dirigent van het herenkoor en het parochieel gemengde koor aan Lumen Christi onder meer het volgende meegedeeld:

(…) Na uitwisseling van standpunten, bespreking van suggesties, luisterend naar elkaar en elkaars argumenten, leek op enig moment de basis voor vervolgoverleg te zijn gelegd. Volkomen verrassend kwam op enig moment de mededeling dat de Locatieraad heeft besloten [naam 4] toe te staan op 31 mei a.s. tijdens een door hem te organiseren rondleiding in de kerk, het orgel te bespelen.

[verzoeker] bleek hiervan niet op de hoogte te zijn gesteld.

Dat is in strijd met de eind vorig jaar gemaakte afspraken rond het gebruik van het orgel, waarin is bepaald dat het Parochiebestuur hierover overleg pleegt met de vaste organist. Vervolgens kondigde [naam 2] aan dat hij een in januari 2011 gemaakte afspraak van parochiebestuur met organist en dirigenten van de kerktoren KK en PGK inhoudende dat Stem en Klank maximaal 2 keer per jaar ingezet kan worden, naast zich neerlegt. Beide mededelingen hebben het tijdens het overleg voorzichtig en met moeite gelegde fundament onder het geplande vervolgegesprek weggeslagen. (…)

2.10

Bij emailbericht van 14 juni 2015 heeft [naam 3] aan [verzoeker] onder meer het volgende meegedeeld:

(…) Nogmaals van ons hoef je niet weg; dat hebben wij ook nooit gezegd. Er is wel sprake van een arbeidsovereenkomst; daarover bestaat nu bij ons geen misverstand. Betaling kan op dezelfde manier worden gecontinueerd; we zouden het nog wel over de hoogte van het maandbedrag hebben.

3 Het verzoek

3.1

[verzoeker] verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst zo spoedig mogelijk, althans tegen een nader te bepalen datum, te ontbinden wegens gewichtige redenen, bestaande in een verandering van de omstandigheden onder toekenning aan [verzoeker] van een vergoeding ad € 17.954,00 bruto, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen vergoeding, met de bepaling dat [verzoeker] binnen 14 dagen na de beëindigingsdatum een correcte eindafrekening met bruto-netto specificatie van Lumen Christi dient te ontvangen en met veroordeling van Lumen Christi in de kosten van deze procedure.

3.2

Daartoe voert [verzoeker] aan dat door verschillende onderlinge conflicten de spanningen tussen [verzoeker] en Lumen Christi hoog zijn opgelopen. Kernprobleem is volgens [verzoeker] dat Lumen Christi kennelijk van mening is dat zij eenzijdig kan en mag bepalen op welke wijze er invulling wordt gegeven aan de positie van de vaste kerkorganist, waarbij volledig voorbij gegaan wordt aan de, in het reglement van oktober 2014, opgenomen verantwoordelijkheid van de vaste kerkorganist.

Als klap op vuurpijl kwam daarbij in januari 2015 de stelling van Lumen Christi dat er geen sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst en dat [verzoeker] niet in loondienst zou zijn. Gebleken is dat het kerkbestuur zonder medeweten dan wel instemming van [verzoeker] een VAR-verklaring heeft afgegeven aan de belastingdienst. Hierbij is van belang dat de gezondheidssituatie van [verzoeker] lijdt onder de verstoorde arbeidsrelatie. [verzoeker] stelt dat Lumen Christi een zodanig verwijt gemaakt kan worden van de ontstane situatie dat een ontbindingsvergoeding toegekend dient te worden berekend naar de C-factor 1,5.

4 Het verweer

4.1

Lumen Christi verzoekt de kantonrechter primair de verzochte ontbinding af te wijzen.

Subsidiair verzoekt Lumen Christi, indien tot ontbinding wordt overgegaan, dat op de kortst mogelijke termijn te doen, zonder toekenning van een vergoeding, meer subsidiair onder toekenning van een zo laag mogelijke vergoeding, doch in ieder geval niet hoger dan € 10.600,00 bruto.

Zowel primair, subsidiair als meer subsidiair verzoekt Lumen Christi [verzoeker] te veroordelen in de proceskosten.

4.2

Lumen Christi stelt daartoe, samengevat, dat er wat hem betreft geen enkele reden is voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Hierbij heeft Lumen Christi er alles aan gedaan om de ontstane conflicten op te lossen en rekening te houden met de belangen [verzoeker] , waarbij ook andere belangen meegewogen dienen te worden en het uiteindelijk het parochiebestuur is die de eindverantwoordelijkheid dient te nemen.

Indien desalniettemin toch tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst gekomen wordt, dient er rekening mee gehouden te worden dat de huidige situatie met name is ontstaan omdat [verzoeker] geen gezag boven zich duldt en geen rekening houdt met andere personen en onderdelen van Lumen Christi, het is [verzoeker] die steeds betrokken is bij allerlei conflicten. Ook is het [verzoeker] die terugkomt van gemaakte afspraken.

4.3

Wat betreft de vergoeding die Lumen Christi aan [verzoeker] heeft betaald, stelt Lumen Christi dat [verzoeker] in ieder geval van 1997, jaarlijks een afschrift heeft ontvangen van de IB-47 verklaring en de bruto vergoeding heeft ontvangen als een netto vergoeding. [verzoeker] heeft hierover nooit aan de bel getrokken bij Lumen Christi. De bij indiensttreding toegekende (bruto) vergoeding is nooit aangepast, zodat een rekensom leert dat de vergoeding die [verzoeker] maandelijks ontvangt, een bruto vergoeding is.

5 De beoordeling

5.1

De kantonrechter heeft zich er van vergewist of sprake is van een situatie verband houdende met een opzegverbod.

5.2

Hoewel de kantonrechter zich, net als Lumen Christi, in gemoede afvraagt of [verzoeker] , ook als hij diep in zijn muzikale hart kijkt, werkelijk een ontbinding van de arbeidsovereenkomst wenst, realiseert de kantonrechter zich dat voor een goede samenwerking twee partijen nodig zijn die beiden bereid zijn water bij de spreekwoordelijke wijn te doen. Nu [verzoeker] in zijn hiervoor onder rechtsoverweging 2.8 opgenomen brief van 5 februari 2015 reeds kenbaar heeft gemaakt de arbeidsrelatie te willen beëindigen, kan de kantonrechter niet anders dan het verzoek van [verzoeker] toewijzen en zal zij overgaan tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst, tenzij [verzoeker] alsnog zou besluiten, gelet op het navolgende, om zijn verzoek in te trekken.

5.3

De vraag die vervolgens aan de orde komt is of er aanleiding bestaat om [verzoeker] een vergoeding toe te kennen. In dit kader is van belang wie in (overwegende mate) verantwoordelijk is voor de ontstane situatie. De kantonrechter dient daarbij aan de hand van de omstandigheden van het geval te beoordelen en te beslissen.

5.4

Tussen partijen is niet meer in geschil dat [verzoeker] op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam is als vaste organist voor Lumen Christi. Hoe destijds gekomen is tot de afgifte van een VAR-verklaring is niet duidelijk geworden. Het huidige parochiebestuur was toen in ieder geval nog niet in functie.

5.5

Eén van de kenmerken van een arbeidsovereenkomst is dat er sprake is van een gezagsverhouding. Afhankelijk van de aard van het werk zal de gezagsverhouding meer of minder zien op de concrete invulling van de arbeid en zich meer manifesteren rond de organisatie van de arbeid. Deze situatie is ook in casu aan de orde. [verzoeker] is, dat staat buiten kijf, een vakman waar het betreft het bespelen van het Epmann-orgel in de Rooms-Katholieke H.H. Simon en Judaskerk te Ootmarsum. In zoverre zal het instructierecht van de werkgever ook niet zo veel om het lijf hebben. Dat is anders ten aanzien van de organisatie van het werk. Uiteraard verdient het aanbeveling de organisatie en het geven van instructies terzake in overleg te laten plaatsvinden, maar indien en voor zover geen overeenstemming kan worden bereikt, zal de werkgever uiteindelijk de knoop dienen door te hakken, nu de werkgever niet alleen rekening heeft te houden met de belangen van de werknemer maar ook met de belangen van anderen.

5.6

Uit de stukken en het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling komt bij de kantonrechter een beeld naar voren waaruit wordt afgeleid dat [verzoeker] moeite heeft te accepteren dat hij zich wat betreft de organisatie van het werk heeft te houden aan hetgeen het parochiebestuur uiteindelijk als eindverantwoordelijke beslist als het niet mogelijk is in onderling overleg tot afspraken te komen. Het moge zo zijn dat er in het verleden geen bezwaren zijn geuit omtrent (het niveau van) het orgelspel van [verzoeker] tijdens openstellingsuren van de kerk, thans is dat wel het geval zodat door het parochiebestuur gezocht dient te worden naar een oplossing. Hierbij heeft het de kantonrechter wel bevreemd dat bij Lumen Christi niet bekend is wat de achtergrond is van het bezwaar van de kerkwacht en dat evenmin getracht is tijdens een gezamenlijk gesprek tussen de kerkwacht en [verzoeker] tot een oplossing te komen.

5.7

Dat laatste lijkt sowieso de tendens: is er een conflict dan is het kennelijk niet gebruikelijk om de partijen die het aangaat, met elkaar om tafel te laten zitten, maar dan is het het parochiebestuur dat een gesprek aangaat. Verwezen wordt naar de in het verslag van 6 januari 2015 neergelegde afspraak rondom [naam 4] en het koor Stem en Klank.

5.8

Hoewel de kantonrechter moeilijk kan begrijpen dat partijen niet tot een bevredigende regeling zijn gekomen met betrekking tot het bespelen van het orgel tijdens de openstellingsuren van de kerk, blijkbaar ook niet nadat in oktober 2014 een reglement hierover is opgesteld, is voor [verzoeker] , zo is door hem bevestigd, het ontkennen van het bestaan van een arbeidsovereenkomst begin 2015 de druppel geweest die de emmer doet overlopen. Daarna hebben de koren nog een poging ondernomen om partijen nader tot elkaar te brengen, maar deze poging is, zo blijkt uit de hiervoor onder rechtsoverweging 2.8 vermelde email van 2 mei 2015 gestrand, onder meer doordat Lumen Christi geen overleg heeft gehad met [verzoeker] over het bespelen van het orgel door [naam 4] tijdens een door hem georganiseerde rondleiding, zoals is neergelegd in het in oktober 2014 opgestelde reglement.

5.9

Het bovenstaande overziend komt de kantonrechter tot de overtuiging dat beide partijen een bijdrage hebben gehad aan het in de beleving van [verzoeker] ontstane onoverbrugbare arbeidsconflict. [verzoeker] heeft, zo schat de kantonrechter in, moeite met het accepteren van gezag waarbij hij kennelijk onvoldoende waardering voor zijn werkzaamheden heeft ervaren. Daarnaast heeft [verzoeker] naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende oog voor de belangen van anderen. Lumen Christi heeft enerzijds de ontstane conflicten onvoldoende bij de wortel aangepakt, terwijl hij anderzijds ten aanzien van de begin 2015 stellige ontkenning van het bestaan van een arbeidsovereenkomst, zijn hand heeft overspeeld. Ook ten aanzien van het toestaan van het bespelen van het orgel door [naam 4] op

3 mei 2015 is bepaald onverstandig en tegen de gemaakte afspraken in gehandeld.

5.10

Het geheel overziend komt de kantonrechter dan ook tot conclusie dat, rekening houdend met de lengte van het dienstverband, de leeftijd van [verzoeker] en alle overige omstandigheden, een vergoeding berekend naar de C-factor 0,5 billijk wordt geacht. Hierbij is de kantonrechter voor de B-factor uitgegaan van de bij aanvang van de arbeidsovereenkomst overeengekomen bruto jaarbeloning die, zo is tussen partijen niet in geschil, nadien niet is gewijzigd. De kantonrechter zal geen rekening houden met een opzegtermijn, aangezien de procedure van artikel 7:685 BW zich daarvoor niet leent.

5.15

Het voorgaande leidt de kantonrechter tot de conclusie dat een aan [verzoeker] toe te kennen vergoeding, afgerond, ad € 5.630,00 billijk wordt geacht. Hierbij is het vanzelfsprekend dat Lumen Christi aan [verzoeker] een correcte eindafrekening met bruto-netto specificatie dient te verstrekken. Aangezien Lumen Christi hier geen verweer tegen heeft gevoerd, zal de kantonrechter de termijn waarop deze specificatie verstrekt dient te worden, conform verzoek, bepalen op 14 dagen.

5.16

Nu aan [verzoeker] een lagere vergoeding zal worden toegekend dan hij heeft verzocht, zal hij in de gelegenheid worden gesteld om zijn ontbindingsverzoek in te trekken. Gaat hij daartoe over, dan dient hij de kosten van het geding te dragen. Handhaaft hij het verzoek, dan worden de kosten van deze procedure tussen partijen gecompenseerd.

6 De beslissing

Stelt [verzoeker] in de gelegenheid zijn verzoek in te trekken door dit vóór 5 september 2015 schriftelijk aan de griffier van de rechtbank Overijssel, team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Enschede te berichten.

Veroordeelt in het geval het verzoekschrift wordt ingetrokken [verzoeker] in de kosten van de procedure aan de zijde van Lumen Christi gevallen en tot op heden begroot op € 400,00 voor salaris gemachtigde.

Indien het niet tot een intrekking komt:

  1. ontbindt de tussen [verzoeker] en Lumen Christi bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 15 september 2015 en kent in dat geval aan [verzoeker] ten laste van Lumen Christi een vergoeding toe van € 5.630,00 bruto;

  2. bepaalt dat Lumen Christi binnen 14 dagen vanaf 15 september 2015 aan [verzoeker] een correcte eindafrekening met bruto-netto specificatie verstrekt;

  3. compenseert de proceskosten in dier voege dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven te Enschede en op 27 augustus 2015 in het openbaar uitgesproken door

mr. A.M.S. Kuipers, kantonrechter, in tegenwoordigheid van de griffier.