Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:3807

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-08-2015
Datum publicatie
18-08-2015
Zaaknummer
08/950596-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel spreekt een 43-jarige man uit Nijverdal en een 25-jarige man uit Enschede vrij van seksuele uitbuiting van twee vrouwen. Ook van het witwassen van geld dat zij met de uitbuiting verdiend zouden hebben spreekt de rechtbank hen vrij. De rechtbank veroordeelt de 43-jarige man wel wegens afpersing, mishandeling en bedreiging. Hij krijgt een gevangenisstraf van 180 dagen waarvan 72 dagen voorwaardelijk. De 25-jarige krijgt wegens drugsbezit een gevangenisstraf van twee weken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummers: 08/950596-13

Datum vonnis: 18 augustus 2015

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte 2] ,

geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] ,

thans (u.a.h.) verblijvende in de PI Leeuwarden te Leeuwarden.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 20 september 2013 en 4 augustus 2015. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.M. Vloedbeld en van wat door de verdachte en zijn raadsman mr. R. Oude Breuil, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte, al dan niet met een ander

feit 1: zich schuldig heeft gemaakt aan seksuele uitbuiting van [slachtoffer 1] ;

feit 2: zich schuldig heeft gemaakt aan seksuele uitbuiting van [slachtoffer 2] ;

feit 3: crimineel geld heeft witgewassen;

feit 4: hasjiesj in zijn bezit had.

Voluit luidt de – gewijzigde – tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op (een) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2012 tot

en met 10 juni 2013 in de gemeente(n) Enschede en/of Hellendoorn, althans

(elders) in Nederland,

(lid 3, onder 1)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen,

althans eenmaal,

een ander, genaamd [slachtoffer 1] ,

(lid 1, onder 1)

(telkens) door dwang en/of geweld en/of één of meer andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing, fraude en/of door misleiding dan

wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht

en/of door misbruik van een kwetsbare positie, en/of door het geven of

ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te

krijgen die zeggenschap over die ander, te weten [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] , heeft/hebben geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of

gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] ,

en/of

(lid 1, onder 4°)

(telkens) met één of meerdere van de onder 10 van dit artikel genoemde

middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere)

feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden,

door fraude, afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare

positie, die [slachtoffer 1] , heeft/hebben gedwongen en/of

bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of

diensten (bestaande uit seksuele handelingen met of voor een derde tegen

betaling) dan wel onder de onder 10 van dit artikel genoemde omstandigheden,

te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden

en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden, door fraude,

afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie enige

handeling(en) heeft/hebben ondernomen waarvan hij, verdachte en/of diens

mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten

van arbeid en/of diensten,

en/of

(lid 1, onder 6)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting (in de

prostitutie) van die [slachtoffer 1] ,

en/of

(lid 1, onder 9)

(telkens) een ander, genaamd [slachtoffer 1] , door dwang en/of

geweld en/of één of neer andere feitelijkhefi)d(en) en/of door dreiging met

geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude

en/of door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie die

[slachtoffer 1] , heeft/hebben gedwongen dan wel bewogen,

verdachte en/of verdachtes mededader(s) , te bevoordelen uit de opbrengst van

haar/zijn seksuele handeling(en) met of voor een derde,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens):

- ( terwijl die [slachtoffer 1] verslaafd is aan drugs, financiele schulden heeft en

geen vast inkomen ontvangt door werk of uitkering) en/of

- ( terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) (prominente/ full colour-member)

lid/leden is/zijn

van de motorclub Satudarah en/of behoren tot de “harde kern van vak P” van

voetbalclub FC Twente) en/of

- die [slachtoffer 1] naar klanten vervoerd/weggebracht en/of weer opgehaald en/of

- die [slachtoffer 1] “beveiligd” en/of “gecontroleerd” en/of zich voortdurend in de

buurt/nabijheid van die [slachtoffer 1] begeven als deze klanten bezocht en/of

- met die [slachtoffer 1] overleg gevoerd over “wat het per klant kost” en/of

“wat de reiskosten zijn” en/of dat hij, verdachte, dan (vervolgens)

toestemming aan die [slachtoffer 1] geeft en/of

- veelvuldig aan die [slachtoffer 1] gevraagd of ze al “visitie” heeft gehad of nog

krijgt en/of

- geweld gebruikt tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 1] bedreigd en/of

mishandeld en/of

- die [slachtoffer 1] bewogen om (in opdracht van hem, verdachte en/of zijn

mededader(s)) haar seksuele diensten te verlenen/ prostitutiewerkzaamheden

te verrichten onder andere in het clubhuis van de Satudarah aan de Parkweg

(nr. 163) te Enschede en/of

- die [slachtoffer 1] bewogen om het door haar met prostitutiewerkzaamheden

verdiende geld aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s) af te geven en/of

af te dragen en/of

- aldus en/of op enigerlei (andere) wijze in de communicatieve en/of

feitelijke omgang met die [slachtoffer 1] een situatie gecreeerd

en/of in stand gehouden, waarin verdachte en/of zijn mededader(s) door de

feitelijke omstandigheden een overwicht verkreeg/verkregen over die

[slachtoffer 1] en/of misbruik heeft/hebben gemaakt van het uit

feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht dat verdachte en/of zijn

mededader(s) over die [slachtoffer 1] had en/of

door welke feiten en omstandigheden voor die [slachtoffer 1] een

(afhankelijkheids) situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen

onttrekken en/of ten gevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte en/of

zijn mededader(s) heeft kunnen bieden;

2.

hij op (een) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17 januari 2013 tot

en met 10 juni 2013 in de gemeente(n) Enschede en/of Hellendoorn, althans

(elders) in Nederland,

(lid 3, onder 1)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen,

althans eenmaal,

een ander, genaamd [slachtoffer 2] ,

(lid 1, onder 1)

(telkens) door dwang en/of geweld en/of één of meer andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of één of meer andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of door afpersing, fraude en/of door misleiding dan

wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht

en/of door misbruik van een kwetsbare positie, en/of door het geven of

ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te

krijgen die zeggenschap over die ander, te weten [slachtoffer 2] , heeft/hebben

geworven en/of vervoerd en/of overgebracht en/of gehuisvest en/of opgenomen,

met het oogmerk van uitbuiting van die [slachtoffer 2] ,

en/of

(lid 1, onder 40)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° van dit artikel genoemde

middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere)

feitelijkheden en/of door dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden,

door fraude, afpersing, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare

positie, die [slachtoffer 2] , heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich

beschikbaar te

stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten (bestaande uit seksuele

handelingen met of voor een derde tegen betaling) dan wel onder de onder

1° van dit artikel genoemde omstandigheden, te weten door dwang en/of geweld

en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door dreiging met geweld

en/of andere feitelijkheden, door fraude, afpersing, misleiding dan wel door

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door

misbruik van de kwetsbare positie enige handeling(en) heeft/hebben ondernomen

waarvan hij, verdachte en/of diens mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs

moest(en) vermoeden dat die [slachtoffer 2] zich daardoor beschikbaar zou stellen

tot het verrichten van arbeid en/of diensten,

en/of

(lid 1, onder 6)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting (in de

prostitutie )van die [slachtoffer 2] ,

en/of

(lid 1, onder 9)

(telkens) een ander, genaamd [slachtoffer 2] , door dwang en/of geweld en/of één

of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door dreiging met geweld en/of één of

meer andere feitelijkhe(i)d(en), door afpersing, fraude en/of door misleiding

dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend

overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie die [slachtoffer 2] ,

heeft/hebben gedwongen dan wel bewogen, verdachte en/of verdachtes

mededader(s) , te bevoordelen uit de opbrengst van haar/zijn seksuele

handeling(en) met of voor een derde,

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens):

- ( terwijl die [slachtoffer 2] zwakbegaafd is en lijdt aan psychoses, en/of aan

zelfmutilatie heeft geleden, een prostitutieverleden heeft, zich in een

onveilige situatie bevindt met betrekking tot huiselijk geweld met ex, in

de schuldsanering zit en/schulden heeft, haar uitkering is gestopt) en/of

- ( terwijl verdachte en/of zijn mededaders) (prominente/full colour-member)

lid/leden is/zijn van de motorclub Satudarah en/of behoren tot de “harde

kern van vak P” van de voetbalclub FC Twente) en/of

- naar die [slachtoffer 2] een sms-bericht gestuurd “Jij bent mijn lieve vrouwtje

bescherm jou zo lang je leeft en je kids geldt het zelfde voor. Love You”

en/of

- die [slachtoffer 2] naar klanten vervoerd/weggebracht en/of weer opgehaald en/of

- die [slachtoffer 2] “beveiligd” en/of “gecontroleerd” en/of zich voortdurend in de

buurt/nabijheid van die [slachtoffer 2] begeven als deze klanten bezocht en/of

- geweld gebruikt tegen die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 2] bedreigd en/of mishandeld

en/of

- die [slachtoffer 2] bewogen om tin opdracht van hem, verdachte en/of zijn

mededader(s)) haar seksuele diensten te verlenen! prostitutiewerkzaamheden

te verrichten onder andere in het clubhuis van de Satudarah aan de Parkweg

(nr.163) te Enschede en/of

- die [slachtoffer 2] bewogen om het door haar met prostitutiewerkzaamheden verdiende

geld aan hem, verdachte en/of zijn mededader(s) af te geven en/of af te

dragen en/of

- die [slachtoffer 2] bewogen om een feestje te betalen en/of

- die [slachtoffer 2] bewogen om met een bankpasje van een ander (“suiker-oompje”) geld

te pinnen en/of vervolgens dat gepinde geld laten afgeven! afdragen aan

hem, verdachte en/of zijn mededader(s) en/of

- aldus en/of op enigerlei (andere) wij ze in de communicatieve en/of

feitelijke omgang met die [slachtoffer 2] een situatie gecreeerd en/of in

stand gehouden, waarin verdachte en/of zijn mededader(s) door de feitelijke

omstandigheden een overwicht verkreeg/verkregen over die [slachtoffer 2]

en/of misbruik heeft/hebben gemaakt van het uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht dat verdachte en/of zijn mededader(s) over die

[slachtoffer 2] had en/of

door welke feiten en omstandigheden voor die [slachtoffer 2] een

(afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet heeft kunnen

onttrekken en/of tengevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte en/of

zijn mededader(s) heeft kunnen bieden;

3.

hij op één of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van

1 november 2012 tot en met 10 juni 2013, in de gemeente(n) Enschede en/of

Hellendoorn, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, (telkens) van het plegen van witwassen een

gewoonte heeft/hebben gemaakt, immers heeft hij, verdachte, en/of een of meer

van zijn mededader(s) (telkens) enig(e) geldbedrag(en) verworven, voorhanden

gehad, overgedragen en/of omgezet, althans (telkens) van die/dat geldbedrag(en)

gebruik gemaakt door de aanschaf van onder meer:

- luxe/dure en/of op geld waardeerbare goederen,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat bovenomschreven

geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig

misdrijf;

4.

hij op of omstreeks 10 juni 2013 in de gemeente Enschede opzettelijk aanwezig

heeft gehad ongeveer 458,6 gram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van

meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en

plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn

toegevoegd (hasjiesj) , zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van

artikel 3a van die wet;

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 2 en 3 tenlastegelegde wordt vrijgesproken en voor het onder 1 en 4 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek van het voorarrest.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs1

5.1

Feiten 1 en 2 (seksuele uitbuiting van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] )

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie is van oordeel dat [slachtoffer 1] (hierna ook [slachtoffer 1] te noemen) in een kwetsbare situatie verkeerde en dat met name de medeverdachte [verdachte 1] daarvan misbruik maakte door te dreigen met geweld, bestaande uit schreeuwen, met een mes tegenover [slachtoffer 1] te staan, in haar tegenwoordigheid tegen een stoel aan te trappen en te dreigen om haar kop in elkaar te stompen. Verdachte, hoewel, in mindere mate dan medeverdachte [verdachte 1] , trok ook voordeel uit de opbrengsten van die [slachtoffer 1] uit de prostitutie. Aldus heeft verdachte, die als het ware “de loopjongen “van [verdachte 1] was, [slachtoffer 1] mede uitgebuit en was er dus sprake van medeplegen van mensenhandel. De officier van justitie acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte als medepleger betrokken is geweest bij de seksuele uitbuiting van [slachtoffer 2] (hierna ook [slachtoffer 2] te noemen).

Volgens de raadsman blijkt uit het dossier dat medeverdacht [verdachte 1] , zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] , af en toe heeft gefaciliteerd bij hun prostitutiewerkzaamheden. Al zou [verdachte 1] of verdachte voor dit faciliteren geld hebben ontvangen, wat de verdediging betwist, dan zou er geoordeeld kunnen worden dat er weliswaar sprake is geweest van pooierwerkzaamheden, maar dat is op zichzelf niet strafbaar. Er is geen bewijs dat [verdachte 1] of verdachte zich met betrekking tot [slachtoffer 1] of [slachtoffer 2] te buiten gingen aan geweld of dreiging met geweld of misbruik van een kwetsbare positie. Zo er al sprake was van een kwetsbare positie, dan blijkt uit de telefoontaps dat zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] daar fors tegenin gingen en hun eigen keuzes maakten. Nu er geen sprake is van het gebruik van een dwangmiddel of het oogmerk van uitbuiting, dient verdachte voor deze feiten te worden vrijgesproken.

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Met betrekking tot de mensenhandel jegens [slachtoffer 1] merkt de rechtbank het volgende op. Hoewel uit de taps en verklaringen van [slachtoffer 1] blijkt dat medeverdachte [verdachte 1] zich nog wel eens in agressieve bewoordingen uitliet richting [slachtoffer 1] (waarbij zij zich op haar beurt ook niet altijd onbetuigd liet), zij zich in een kwetsbare positie bevond en er aanwijzingen zijn dat medeverdachte [verdachte 1] in het bijzijn van Meijer tegen een stoel heeft getrapt en een mes heeft getoond, is dat naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te komen tot wettig en overtuigend bewijs voor (het medeplegen van) seksuele uitbuiting als tenlastegelegd onder 1. Uit niets blijkt immers dat [slachtoffer 1] , door deze gedragingen van verdachte(n), al dan niet in combinatie met hun op zichzelf kwetsbare (financiële en sociale) situatie, zijn gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen voor prostitutiewerkzaamheden, waarbij verdachte(n) tevens het oogmerk had(den) deze vrouwen uit te buiten. Nu er voor seksuele uitbuiting onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is, geldt hetzelfde voor het opzettelijk voordeel trekken uit die uitbuiting.

Verdachte wordt om die redenen integraal vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde.

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat ook de seksuele uitbuiting van [slachtoffer 2] zoals ten laste gelegd onder feit 2 niet wettig en overtuigend bewezen kan worden, zodat ook voor dit feit vrijspraak dient te volgen.

Nu er voor seksuele uitbuiting als ten laste gelegd onder 1 en 2 onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is, geldt hetzelfde voor het opzettelijk voordeel trekken uit die uitbuiting.

zodat verdachte ook van dit onderdeel van het onder 1 en 2 tenlastegelegde dient te worden vrijgesproken.

5.2

Feit 3 (medeplegen van witwassen)

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat er geen enkel bewijsmiddel in het dossier aanwezig is waaruit strafbare betrokkenheid van verdachte bij dit feit blijkt, zodat hij ook van dit feit wordt vrijgesproken.

5.3

Feit 4 (opzettelijk aanwezig hebben van 458,6 gram hasjiesj)

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Op 10 juni 2013 is bij doorzoeking van een woning aan de [adres] in [plaats] op aanwijzing van verdachte op een kledingkast in de slaapkamer een plastic tas met verdovende middelen aangetroffen.2 Dit betreft de woning van de toenmalige vriendin van verdachte, waar hij op dat moment verbleef. Nadat de inhoud is getest en gewogen is gebleken dat het om 458,6 gram hasjiesj ging.3 Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat deze verdovende middelen van hem waren en dat hij wist dat het om een verboden hoeveelheid ging.4 Daarmee is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze softdrugs opzettelijk aanwezig heeft gehad.

5.4

De conclusie

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 1, 2 en 3 is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het sub 4 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

4.

hij op 10 juni 2013 in de gemeente Enschede opzettelijk aanwezig heeft gehad 458,6 gram hasjiesj.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder 4 meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezenverklaard, zodat zij hem daarvan in zoverre zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 4

het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Op 6 september 2013 heeft de reclassering een beknopt advies uitgebracht, inhoudende dat geadviseerd wordt om aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

De door het LOVS (het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht) vastgestelde landelijke oriëntatiepunten kennen geen straftoemeting voor het bezit van de tenlastegelegde hoeveelheid softdrugs. De rechtbank zal daarom aansluiting zoeken met de straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd. In het nadeel van verdachte dient te worden meegewogen dat hij in 2012 in verband met het bezit van harddrugs is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke werkstraf.

Bij de bepaling van de strafmaat houdt de rechtbank nog rekening met het het bepaalde in artikel 63 Wetboek van Strafrecht, aangezien verdachte bij het vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Overijssel van 23 december 2014 is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijke met een proeftijd van 3 jaren.

Dit overwegende acht de rechtbank het passend en geboden dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee weken, met aftrek van het voorarrest.

8.2

De inbeslaggenomen voorwerpen

De officier van justitie vordert dat de softdrugs worden onttrokken aan het verkeer.

De verdediging heeft verklaard daartegen geen bezwaar te hebben.

Naar het oordeel van de rechtbank dienen deze hasjiesj (5 plakken) te worden onttrokken aan het verkeer nu het voorwerpen betreffen met betrekking tot welke het feit is begaan en het voorwerpen zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 27, 36b, 36c en 91 Wetboek van Strafrecht (Sr).

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 4 meer of anders is tenlastegelegd dan bewezenverklaard en spreekt hem daarvan in zoverre vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
    feit 4: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar voor het onder 4 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: vijf plakken (zijnde 458,6 gram) hasjiesj.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Melaard, voorzitter, mr. C.C.S. Koppes en

mr. S.K. Huisman, rechters, in tegenwoordigheid van E.P. Endlich, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2015.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit een tiental ordners van de regiopolitie Oost-Nederland, terwijl de rug van die ordners telkens vermeldt: “Dominica” en het nummer 05EVP12007 en waarbij deze ordners zijn doorgenummerd tot bladzijde 013167. Het afsluitende proces-verbaal is gedateerd 30 juli 2013. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming d.d. 20 juni 2013, blz. 011025 en 011026.

3 Proces-verbaal expertise hasj d.d. 10 juni 2013, blz. 09014 en 09015.

4 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 4 augustus 2015, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in art. 359, derde lid, laatste volzin, Sv.