Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:3718

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
11-08-2015
Datum publicatie
11-08-2015
Zaaknummer
C/08/175048 / KG ZA 15-269
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Eisers vorderen de ontruiming van hun woning wegens een huurachterstand te verbieden. De voorzieningenrechter wijst het gevorderde af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/175048 / KG ZA 15-269

datum vonnis: 11 augustus 2015 (sr)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Overijssel, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

1 [eiser] ,

verder te noemen [eiser] ,

2. [eiseres],

verder te noemen [eiseres] ,

beiden wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat: mr. I. van Medenbach de Rooij te Den Haag,

tegen

de stichting

Woningstichting Hellendoorn,

gevestigd te Nijverdal,

gedaagde,

verder te noemen Woningstichting Hellendoorn,

in persoon verschenen.

1 Het procesverloop

1.1

Het procesverloop blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 10 augustus 2015;

  • -

    de mondelinge behandeling op 11 augustus 2015.

1.2

Het vonnis is bepaald op vandaag.

2 De feiten

2.1

Woningstichting Hellendoorn heeft aan eisers een woning verhuurd aan de [adres] te [plaats] (hierna: de woning).

2.2

Bij vonnis van 21 juli 2015 heeft de kantonrechter van deze rechtbank de huurovereenkomst ontbonden en [eiser] en [eiseres] veroordeeld de woning te ontruimen. [eiser] en [eiseres] hebben tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.

2.3

De deurwaarder heeft het vonnis op 3 augustus 2015 aan [eiser] en [eiseres] betekend en ontruiming van de woning aangezegd op 12 augustus 2015 vanaf 10.00 uur.

3 Het geschil

3.1

[eiser] en [eiseres] vorderen -kort weergegeven- primair Woningstichting Hellendoorn te verbieden de woning te ontruimen, subsidiair de ontruiming op te schorten in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep en meer subsidiair de ontruiming op te schorten en [eiser] en [eiseres] een redelijke termijn te geven van ten minste twee maanden na betekening van dit vonnis, om vervangende woonruimte te vinden. Tevens vorderen [eiser] en [eiseres] veroordeling van Woningstichting Hellendoorn in de kosten van deze procedure.

3.2

[eiser] en [eiseres] stellen daartoe dat de kantonrechter in het vonnis van 21 juli 2015 ten onrechte ervan is uitgegaan de zij de hoogte van de vordering niet betwisten. [eiser] en Lasul hadden de maand april 2015 wel volledig betaald. Voorts betaalden zij de maandelijkse huur vanaf het begin van de huurovereenkomst achteraf aan Woningstichting Hellendoorn, waardoor op de datum van vonnis feitelijk slechts twee maanden (mei en juni 2015) huurachterstand was. Daarnaast hebben zij een redelijk aanbod gedaan aan Woningstichting Hellendoorn waarbij de achterstand wordt ingelopen. Voorts stellen [eiser] en [eiseres] dat zij vier minderjarige kinderen hebben en geen vervangende woonruimte, waardoor een noodsituatie zal ontstaan. Er is volgens hen geen redelijk belang bij aanstondse ontruiming en moet het belang van de kinderen doorslaggevend zijn.

4 De overwegingen

4.1

In een executiegeschil kan de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van een vonnis slechts schorsen, indien hij van oordeel is dat de executant -mede gelet op de belangen aan de zijde van de geëxecuteerde die door de executie zullen worden geschaad- geen in redelijkheid te respecteren belang heeft bij gebruikmaking van zijn bevoegdheid tot tenuitvoerlegging over te gaan. Dat zal het geval kunnen zijn indien het te executeren vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de tenuitvoerlegging op grond van na dit vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard.

4.2

De voorzieningenrechter volgt [eiser] en [eiseres] niet in hun standpunt dat het vonnis van de kantonrechter van 21 juli 2015 op een feitelijke misslag berust. Ter zitting heeft Woningstichting Hellendoorn gemotiveerd uiteengezet hoe hoog de huurachterstand van [eiser] en [eiseres] ten tijde van het vonnis van de kantonrechter bedroeg en welke bedragen voor welke maand nog openstaan. Overigens hebben [eiser] en [eiseres] ter zitting ook erkend dat ten tijde van het vonnis van de kantonrechter een huurachterstand bestond van drie maanden. De vraag of daarnaast nog een bedrag aan huurachterstand van april 2014 openstaat, is hierbij voor de onderhavige beoordeling niet van belang.

4.3

Evenmin is, anders dan door [eiser] en [eiseres] gesteld, gebleken van na het vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten, waardoor er een noodtoestand voor hen zal ontstaan. Ter zitting is vastgesteld dat de huurachterstand nog verder is opgelopen, nu ook de huur van augustus 2015 niet is betaald. Voorts kan niet gezegd worden dat Woningstichting Hellendoorn het aanbod voor een betalingsregeling in redelijkheid niet had kunnen weigeren. Daarbij heeft de voorzieningenrechter de hoogte van de huurachterstand, alsmede de huidige inkomsten van [eiser] in aanmerking genomen.

Bovendien is ter zitting gebleken dat [eiser] en [eiseres] al sinds 2009 problemen hebben met het betalen van huur en zij bij Woningstichting Hellendoorn bekend zijn met een vijftal dossiers terzake.

4.4

[eiser] heeft ter zitting verklaard dat hij mogelijk op korte termijn een groter bedrag op de achterstand zal kunnen aflossen nu hij begonnen is met een eigen bedrijf en ook zijn familie om hulp heeft gevraagd. Deze mogelijkheden zijn echter naar het oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende geconcretiseerd om aan te kunnen nemen dat [eiser] op korte termijn een zodanig bedrag beschikbaar heeft dat hij een groter bedrag op de huurachterstand kan aflossen. Overigens brengt aflossing van de huurachterstand ook nog niet met zich mee dat daarmee de tekortkoming in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst ongedaan is gemaakt en de ontruiming geen doorgaan meer kan vinden.

4.5

Al het vorenstaande doet er niet aan af dat zonder meer kan worden vastgesteld dat de ontruiming ingrijpend is voor [eiser] en [eiseres] , nu zij de woning bewonen met vier minderjarige kinderen. Die omstandigheden zijn echter onvoldoende om vast te kunnen stellen dat onverwijlde tenuitvoerlegging van het vonnis niet aanvaardbaar is en dat Woningstichting Hellendoorn geen in redelijkheid te respecteren belang heeft. Hierbij heeft de voorzieningenrechter in aanmerking genomen dat [eiser] heeft verklaard dat de kinderen bij de ouders van [eiseres] kunnen wonen en eventueel ook bij zijn ouders en dat Woningstichting Hellendoorn heeft verklaard dat eventuele crisisopvang beschikbaar is.

4.6

Ten slotte merkt de voorzieningenrechter op dat Woningstichting Hellendoorn ter zitting de bereidheid heeft uitgesproken om [eiser] en [eiseres] nog één week respijt te geven, in die zin dat zij niet meer in de woning mogen wonen, de sloten van de woning worden vervangen, maar het meubilair gedurende die week blijft staan en [eiser] en [eiseres] in die week de tijd krijgen om het nodige te regelen. De voorzieningenrechter adviseert [eiser] en [eiseres] om over dit voorstel nader in gesprek te gaan met Woningstichting Hellendoorn en hierover duidelijke afspraken te maken.

4.7

Het vorenstaande leidt ertoe dat het gevorderde zal worden afgewezen. [eiser] en [eiseres] zullen, als de in het ongelijk getelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het gevorderde af;

- veroordeelt [eiser] en [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Woningstichting Hellendoorn tot op heden begroot op € 613,00 aan griffierecht;

- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. G.G. Vermeulen, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 augustus 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.