Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:3653

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
01-07-2015
Datum publicatie
31-07-2015
Zaaknummer
C/08/141949/ ha za 13-538
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Termijnloze opzegging vennootschap onder firma.

Doorgaans is een termijnloze opzegging van een VOF niet redelijk te achten. In het onderhavige geval staat echter als onweersproken vast dat eiseres vanaf het begin van de VOF in 2009, behalve de oprichting als zodanig, geen eigen actieve bijdrage in de VOF heeft geleverd. Voorts staat vast dat gedurende het bestaan van de VOF en in deze procedure partijen elkaar met regelmaat beschuldigen van het “plunderen” van de kassa en het er op na houden van een zwartgeldcircuit.

Onder die omstandigheden is het in acht (moeten) nemen van enige opzegtermijn zinloos, waar dat alleen de periode dat eiseres geen inbreng heeft, verlengt. Gezien de aard van de voren geschetste problematiek is ook het zo snel mogelijk beëindigen van de VOF geboden geweest. De rechtbank acht de opzegging door gedaagde redelijk en geldig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2015-0302

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/141949/ ha za 13-538

datum vonnis: 1 juli 2015

Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken, in de zaak van:

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

verder te noemen [eiseres] ,

advocaat: mr. J. van Schendel te Enschede,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,

verder te noemen [gedaagde] ,

advocaat: mr. I.K.M. Hoffmann LLM te Enschede.

Het procesverloop


De bij tussenvonnis van 21 januari 2015 bevolen comparitie van partijen is op 16 maart 2015 gehouden. Voordien heeft [gedaagde] nog de producties 17 en 18 ingezonden.
Na de comparitie heeft [eiseres] een akte uitlating producties in conventie en reconventie tevens
akte wijziging eis in conventie genomen, [gedaagde] een antwoordakte en [eiseres] nog een akte uitlating producties in conventie en reconventie.
Nadien hebben partijen vonnis verzocht.

De verdere beoordeling van het geschil en de gronden van de beslissing

In conventie en reconventie
1. [eiseres] en [gedaagde] hebben met ingang van 10 oktober 2009 een vennootschap onder firma genaamd “ [X] ” gestart.
De vennoten hebben geen vennootschapscontract gemaakt, enkel bij de inschrijving bij
de Kamer van Koophandel1 hun bevoegdheid ten opzichte van derden tot € 3.000,-- beperkt.

2. Na de gebruikelijke startersproblemen als financieringen, aanloopverliezen, etc. begon de onderneming in de loop van 2012 meer omzet te draaien, maar ontstonden ook problemen tussen de vennoten, zulks mede vanwege achterliggende familiale banden en kwesties, zodanig dat [gedaagde] per brief van 5 april 20132 per die datum de VOF aan [eiseres] opzegt:
Buiten het medeondertekenen van een krediet- en leaseovereenkomst verricht u voor de onderneming in het geheel geen werkzaamheden. Van cliënt, (…) verwacht u desondanks dat aan u wordt uitgekeerd. Client kan zich met de huidige situatie niet langer verenigen en hij ziet zich genoodzaakt de samenwerking met u en derhalve daarmee tevens de vennootschap onder firma te (doen) beëindigen per vandaag.

3. Per (niet overgelegde) brief van 23 april 2013 heeft [eiseres] deze opzegging buitengerechtelijk vernietigd, zulks bij gebreke aan deugdelijke opzeggingsgrond en/of opzeggingstermijn.

4. Vervolgens heeft [eiseres] de onderhavige procedure aanhangig gemaakt, die aanvankelijk strekte tot het (alsnog) ontbinden van de vennootschap onder firma en toedeling ervan aan [eiseres] met benoeming van een gerechtelijke deskundige ter waardering van het door [eiseres] te compenseren aandeel van [gedaagde] .

5. Ter comparitie van 16 maart 2015 heeft [eiseres] te kennen gegeven die toedeling niet langer te wensen en de studio aan [gedaagde] te willen laten en bij latere akte haar eis dienovereenkomstig aangepast:
I. Ontbinding van de VOF wegens gewichtige reden per datum vonnis, primair onder de voorwaarde dat [eiseres] jegens derden niet aansprakelijk is voor de gevolgen van handelingen van [gedaagde] althans subsidiair zonder nadere voorwaarde.
II. Benoeming van een gerechtelijke deskundige om de schade van [eiseres] te berekenen en [gedaagde] te veroordelen om aan [eiseres] te betalen de schadevergoeding die wordt vastgesteld door de gerechtelijke deskundige althans subsidiair voor recht te verklaren dat [gedaagde] jegens [eiseres] te kort schoot in zijn verplichting en te veroordelen tot het vergoeden van schade aan [eiseres] op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.
III. Althans zodanige uitspraak te doen als de rechtbank juist acht.

6. Op zijn beurt vordert [gedaagde] in reconventie:
Primair
I. Verklaring voor recht dat de VOF per 5 april 2013 rechtsgeldig is ontbonden.
II. De onderneming van de VOF met alle activa en passiva aan [gedaagde] , met uitsluiting
van [eiseres] , toe te delen.
III. [eiseres] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 57.459,00 aan [gedaagde] .
IV. [eiseres] te veroordelen tot het verlenen van de noodzakelijke medewerking aan het onder II. gevorderde.

Subsidiair
I. ontbinding van de VOF per datum conclusie (i.e. 23 oktober 2013).
II. toedeling van de onderneming van de VOF aan [gedaagde] met uitsluiting van [eiseres] .
III. [eiseres] te veroordelen tot betaling van € 57.459,00 aan [gedaagde] .
IV. [eiseres] te veroordelen alle noodzakelijke medewerking te verlenen aan het onder II. gevorderde.


De beoordeling
In conventie en reconventie

De opzegging
7. Doorgaans is een termijnloze opzegging van een VOF niet redelijk te achten.
In het onderhavige geval staat echter als onweersproken vast dat [eiseres] vanaf het begin van de VOF in 2009, behalve de oprichting als zodanig, geen eigen actieve bijdrage in de Studio, dus VOF, heeft geleverd.
Wat precies de (achterliggende) motieven daarvan zijn geweest en in welke mate familiale problemen daar mede oorzaak zijn geweest, acht de rechtbank minder relevant.
Voorts staat vast, dat gedurende het bestaan van de VOF -maar ook verder in deze procedure- [eiseres] en [gedaagde] elkaar met regelmaat beschuldigen van het “plunderen” van de kassa althans daaruit zonder verantwoording nemen van gelden, toebehorend aan de VOF zomede het er op na houden van een zwartgeldcircuit althans dat niet alle inkomsten in de boeken werden verantwoord en dienvolgens de jaarstukken geen getrouw beeld van de VOF zouden geven.

8. Onder die omstandigheden is het in acht (moeten) nemen van enige opzegtermijn door [gedaagde] zinloos, waar dat alleen de periode dat [eiseres] geen inbreng heeft, verlengt.
Gezien de aard van de voren geschetste problematiek is ook het zo snel mogelijk beëindigen van de VOF geboden geweest.
Mitsdien acht de rechtbank de per 5 april 2013 door [gedaagde] gedane opzegging redelijk en geldig.

Afwikkeling VOF per 5 april 2013
9. Het voorgaande betekent dat de boekhouder de eindbalans van de VOF per 5 april 2013 zal moeten gaan opstellen, uitgaande van toedeling van de VOF aan [gedaagde] .
Het verzoek van [eiseres] om in dat kader een gerechtelijke deskundige te benoemen om het beweerdelijke zwartgeldcircuit binnen de VOF te ontrafelen, wordt door de rechtbank niet gehonoreerd.
Nog afgezien van het feit, dat het enkel althans voornamelijk de beschuldiging over en weer en als zodanig betreft zonder relevante feitelijkheden, hebben [eiseres] en [gedaagde] jaarstukken over voorgaande jaren, waarop die beschuldigingen zich ook richten, goedgekeurd.
Dienvolgens gaat de rechtbank bij de verdere beoordeling uit van de opgemaakte jaarstukken, de daaruit blijkende omzetten, kapitaalsaldi der vennoten, etc.

10. Een apart probleem is de vergoeding die [gedaagde] aan [eiseres] dient te betalen als goodwill naast de verrekening van een eventueel (positief of negatief) kapitaalsaldo.
[gedaagde] en [eiseres] liggen wat de hoogte van het goodwillbedrag betreft, ver uit elkaar.
In de conventionele en reconventionele vordering respectievelijk de verder ten processe ingenomen standpunten van partijen vindt de rechtbank ruimte en mogelijkheid om harerzijds -voor zoveel nodig schattenderwijs- tot vaststelling daarvan over te gaan.

11. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking:
a. De periode van het bestaan van de VOF, die daarvoor in aanmerking komt, heeft slechts 2 ½ jaar bedragen en ziet op een nieuw opgezette zonnestudio, zodat middeling van winst/verlies niet direct iets zegt over de winstpotentie van de onderneming als zodanig.
Uit de diverse overgelegde jaarstukken maakt de rechtbank de volgende netto-jaarwinsten op:
2010 € 57.642,-- negatief, 2011 € 9.768,--, 2012 € 19.711,--, 2013 € 37.900,-- en 2014 € 56.385,--.
b. De rechtbank is van oordeel dat hieruit blijkt, dat van een behoorlijk tot sterk stijgende winstpotentie van de onderneming sprake is, waarmede normaal gesproken de initiële investeringen en aanloopverliezen plegen te worden terugverdiend, terwijl ook bevestiging van die potentie wordt gevonden in de inmiddels aanzienlijk afgebouwde post crediteuren.
c. Bij de berekening van de voor [eiseres] bestemde goodwillvergoeding acht de rechtbank dan ook redelijk als uitgangspunt een bedrag van € 50.000,-- als netto-jaarwinst te nemen.
Dit bedrag dient in die berekening in ieder geval “geschoond” te worden met een ondernemers beloning van € 18.000,--/jaar.
De vuistregel voor goodwillberekening is verder, dat het overblijvende bedrag wordt vermenigvuldigd met een factor 3, 4 of 5.
De rechtbank acht een factor 4 in deze zaak redelijk, hetgeen leidt tot een totaal goodwillbedrag van € 126.000,--, waarvan de helft ad € 63.000,-- aan [eiseres] als vergoeding in het kader van de beëindiging van de VOF toekomt.

12. De rechtbank neemt aan dat het thans niet nodig is ter zake een veroordeling uit te spreken, maar dat partijen -in het bijzonder [gedaagde] - de boekhouder (Bekke) zullen opdragen met inachtname van het hiervoor gestelde een eindbalans per 5 april 2013 op te stellen zomede een eindafrekening tussen [eiseres] en [gedaagde] te vervaardigen, waaruit blijkt hetgeen tussen hen dient te worden verrekend.
Daarbij gaat de rechtbank ervan uit dat, voor zover niet alle crediteuren van verplichtingen in naam van de VOF aangegaan na 5 april 2013 inmiddels zijn voldaan, [gedaagde] ter zake een vrijwaring aan [eiseres] zal afgeven.

13. In afwachting van het vorenstaande zal de rechtbank de zaak naar de rol verwijzen voor voortprocederen middels het nemen van een akte dan wel verzoek tot het houden van een comparitie.

De beslissing

De rechtbank rechtdoende:


In conventie en reconventie

I. Verwijst de zaak naar de rol van 16 september 2015 voor voort procederen aan de zijde van [eiseres] .

II. Houdt elke verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. van der Veer en op woensdag 1 juli 2015 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.

1 productie 1 dagvaarding

2 productie 2 dagvaarding