Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2015:3650

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
31-07-2015
Datum publicatie
31-07-2015
Zaaknummer
C/08/173832 / KG ZA 15-230
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot afgifte sleutels van door de gemeente ontruimd pand. De voorzieningenrechter is van oordeel dat eiser niet ontvankelijk is in haar vordering omdat de vraag of de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld niet ter beoordeling aan de civiele voorzieningenrechter is, maar aan de bestuursrechter. De vordering wordt dan ook afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/173832 / KG ZA 15-230

Vonnis in kort geding van 31 juli 2015

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MAYHILL VASTGOED B.V.,

gevestigd te Deventer,

2. [eiser],

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. J.J.M. Pinners,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE DEVENTER,

zetelend te Deventer,

gedaagde,

advocaat mr. drs. B.F.J. Bollen.

Partijen zullen hierna Mayhill en de gemeente genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 9 juli 2015

  • -

    de brief van 16 juni 2015 met aangehechte producties van Mayhill

  • -

    de brief van 15 juli respectievelijk 16 juli 2015 met aangehechte producties van de gemeente

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van Mayhill

  • -

    de pleitnota van de gemeente.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De gemeente heeft bij besluit van 22 juli 2013 Mayhill een last onder dwangsom opgelegd ter zake het handelen in strijd met het bestemmingsplan “Bergweide, Kloosterlanden-Hanzepark Veenord”, omdat particuliere bewoning plaatsvindt van de bedrijfswoningen aan de [straat] [nummer 1] , [nummer 2] en [nummer 3] te Deventer. Tegen dit besluit is namens Mayhill bezwaar, beroep en hoger beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State aangetekend. De Afdeling heeft het primaire besluit houdende last onder dwangsom bij uitspraak van 14 januari 2015 in stand gelaten.

2.2.

De gemeente heeft bij besluit van 5 maart 2015 Mayhill ten aanzien van het handelen in strijd met voornoemd bestemmingsplan een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende dat Mayhill wordt gelast binnen drie maanden na de verzenddatum van dat besluit de bewoning in strijd met het bestemmingsplan van het pand aan de [straat] [nummer 1] , [nummer 2] en [nummer 3] te Deventer geheel te (doen) staken en gestaakt te houden. Tegen dit besluit is namens Mayhill bezwaar aangetekend en is bij de voorzieningenrechter van het team bestuursrecht van de rechtbank Overijssel om een voorlopige voorziening verzocht, welke bij uitspraak van 9 juni 2015 is afgewezen.

2.3.

De gemeente heeft naar aanleiding van het besluit van 5 maart 2015 op 15 juni 2015 een inspectie uitgevoerd in het pand aan de [straat] [nummer 1] , [nummer 2] en [nummer 3] te Deventer en is overgegaan tot ontruiming van de woningen. Daarbij is de aanwezige inboedel op de openbare weg geplaatst en zijn de sloten van de toegangsdeur vervangen. De sleutels heeft de gemeente onder zich gehouden. Deze toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft de gemeente op 15 juli 2015 in een besluit vervat.

3 Het geschil

3.1.

Mahyill vordert, kort samengevat, dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de gemeente zal veroordelen tot afgifte per direct, althans binnen 24 uur na datum vonnis, van de sleutels van het door haar op 15 juni 2015 in de toegangsdeur tot de verdiepingen van het pand aan de [straat] [nummer 1] , [nummer 2] en [nummer 3] te Deventer geplaatste nieuwe slot en zal bepalen dat indien de gemeente daarmee in gebreke blijft het Mayhill is toegestaan om het slot van de deur op haar kosten te vervangen, dit alles onder veroordeling de gemeente in de proceskosten.

3.2.

De gemeente voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Mayhill heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat de gemeente op 15 juni 2015 onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door spoedeisende bestuursdwang uit te oefenen.

4.2.

Het meest verstrekkende verweer van de gemeente komt er op neer dat Mayhill niet ontvankelijk is in haar vordering, nu voor haar een publiekrechtelijke rechtsgang openstaat die voldoende rechtsbescherming biedt.

4.3.

De Hoge Raad heeft in het arrest Changoe/Staat van 28 februari 1992 (LJN ZC0527) de taakverdeling tussen de bestuursrechter en de burgerlijke rechter afgebakend. Een eiser moet (zonodig ambtshalve) door de burgerlijke rechter niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering als een met voldoende waarborgen omgeven bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat of open heeft gestaan. De taakverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter komt er dus op neer dat de burgerlijke rechter (alleen) een aanvullende rechtsbescherming kan bieden en wel in die gevallen waarin een voldoende rechtsbescherming biedende bestuursrechtelijke rechtsgang ontbreekt.

4.4.

Het door Mayhill ingenomen standpunt dat tegen de toepassing van spoedeisende bestuursdwang door de gemeente op 15 juni 2015 geen publiekrechtelijke rechtsgang openstaat, wordt niet gevolgd. Hoewel juist is dat op de dag dat de dagvaarding is uitgebracht, zijnde 9 juli 2015, geen sprake was van een voldoende rechtsbescherming biedende bestuursrechtelijke rechtsgang, is dit naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter thans wel het geval. Immers, de gemeente heeft nadat de dagvaarding is uitgebracht, namelijk op 15 juli 2015, de toepassing van spoedeisende bestuursdwang jegens Mayhill in een besluit vervat. Dit betekent dat Mayhill de voorzieningenrechter van het team bestuursrecht van de rechtbank Overijssel, na het indienen van bezwaar, om een voorlopig oordeel kan vragen wat betreft de vraag of de gemeente al dan niet terecht op 15 juni 2015 spoedeisende bestuursdwang heeft toegepast. Die vraag en daardoor ook de vraag of de gemeente op 15 juni 2015 al dan niet onrechtmatig jegens Mayhill heeft gehandeld, staat aldus niet ter beoordeling van de civiele voorzieningenrechter, nog daargelaten overigens of een spoedeisend belang aanwezig is. De gemeente heeft immers onweersproken naar voren gebracht dat zij bereid is om Mayhill voor de doeleinden van gas, water, licht en elektra tijdelijk toegang te verschaffen tot de woningen. De slotsom is dat Mayhill niet in haar vordering kan worden ontvangen. De vordering zal dan ook worden afgewezen.

4.5.

In de omstandigheden van het geval, namelijk dat op het moment dat Mayhill de dagvaarding heeft uitgebracht de toepassing van spoedeisende bestuursdwang door de gemeente nog niet in een besluit was vervat, vindt de voorzieningenrechter aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

compenseert de kosten van de procedure in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Hulst en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2015.(MvH)